Berber en Josefien

Tijdens mijn fietstocht over een van mijn favoriete fietspaden in Drenthe trof ik wederom de schaapskudde. Op die bewuste dag werd de kudde gehoed door Johan en zijn Hollandse Herder, Femke.

De kudde liep aan weerszijden van het fietspad. Er liep regelmatig een schaap op het fietspad. Het was dus opletten geblazen en zeker voor de racefietsers…

Bij de kudde lopen altijd twee geiten mee. Dat zijn Berber en Josefien. Geiten hebben een ander voedingspatroon dan schapen. Geiten hebben een voorliefde voor houtachtig voedsel zoals takken, boombast, struiken, houtige kruiden en bladeren.

Die behoefte is vooral in de lente aanwezig en zou kunnen komen door de zoete smaak van de sapstromen die in bomen en struiken op gang komen.

Geiten zijn onafhankelijke dieren die graag in hun eentje ronddwalen dat in tegenstelling tot schapen die echte kuddedieren zijn. Als je een geit niet in toom houdt kan een geit een enorme ravage aanrichten in de tuin. Laatst zei iemand tegen mij: ‘Door een geit leer je vloeken…’. Berber is een echte doerak, aldus Johan. Ze loopt regelmatig weg van de kudde. Om die reden heeft ze een bel om de nek. zo is ze gemakkelijker terug te vinden.

Of het door de bel komt of door haar gedrag, ze geniet wel de nodige belangstelling. Het is net alsof ze dat door heeft. Ze onderbrak haar foerageren en kwam naar mij toe en ging er eens goed voor staan.

Even later ging ze zitten en gaf ze zichzelf eens een lekkere krabbeurt. Best handig zulke horens.

Josefien ging rustig door met het eten van de bramenstruiken.

Enkele schapen graasden rondom de bramenstruiken. Één schaap raakte verstrikt in de struik. Het schaap trok en trok, maar het lukte niet om los te komen. Ik waarschuwde Johan die een eindje verderop stond. Net toen Johan in de buurt kwam wist het schaap zichzelf toch los te rukken. Johan en ik maakten van de gelegenheid gebruik om een praatje te maken.

Na een tijdje moesten Johan en Femke weer aan de slag om de kudde bijeen te drijven. Dat was voor mij het moment op mijn fietstocht te vervolgen.

Lesje in riet kammen

Het rietmaai-seizoen is voorbij. Voor 1 mei moet al het riet gemaaid en afgevoerd zijn uit het rietland. Op die laatste dag kwam zijn vrouw samen met de kinderen koffiedrinken in het rietland. Ik was erbij om er van te genieten en er een fotoserie van te maken. Het zijn tenslotte mijn oogappeltjes.

Klaas Jan kamt met een machine het onkruid uit het riet. De kinderen vinden het een leuk werkje om dat met de hand en een kam te doen. Ze werden daarbij begeleid door hun moeder. ‘Je moet onderaan beginnen met kammen net als bij je haar en daarna ga je steeds wat hoger’, zo schetste hun moeder. Moeders zijn heel praktisch en dat blijkt wel weer. 😃

4 en 5 mei

In de zomer van 2021 bracht ik twee keer kort achter elkaar een bezoek aan Kamp Westerbork. Die fotoserie heb ik bewaard voor 4 en 5 mei van dit jaar…

Het was de eerste keer dat ik een rondleiding deed onder begeleiding van een gids. Dat heeft echt een meerwaarde.

De gids vertelde o.a. dat op 4 mei de telescopen in Westerbork in de rouwstand gaan…

De woning van de kampcommandant.

De wagon met de gesproken namen.

Barak 56 en de briefkaarten.

Nationaal Monument Westerbork.

De 102.000 stenen.

450 schapen en 95 lammetjes

Op een zonnige, maar winderige dag fietste ik weer naar Dwingelderveld. Ik genoot van het frisgroene bos en moest daar even een foto van maken.

Ook deze keer zag ik de schaapskudde grazen in de buurt van het fietspad niet ver van de schaapskooi. Het viel mij al meteen op dat de kudde groter was dan een week eerder.

Tevens ontwaarde ik een aantal lammetjes. Het viel mij op dat er veel minder lammetjes waren dan schapen.

De kudde werd op die dag gehoed door Anja en Finn. Anja kwam naar het fietspad om een praatje te maken. We kennen elkaar al een aantal jaren van het Dwingelderveld. Het is altijd leuk om elkaar weer te zien en weer bij te praten. De meeste voorbijgangers vinden het overigens leuk om een praatje te maken en om meer over de schaapskudde te horen.

Ik vroeg aan Anja hoe het zat met het aantal schapen en lammetjes. Anja vertelde dat er gedurende één week 3 rammen bij de ooien worden gelaten. Binnen die week worden er dus een aantal ooien gedekt. Het scheelt enorm veel werk dat er ‘maar’ 95 lammeren worden geboren in plaats van 450. Dit aantal is voldoende om de kudde in stand te houden. Natuurgetrouw worden de lammetjes buiten geboren. Wel binnen een afrastering die wolven-proof is.

De kersverse moeders met hun lammetjes blijven 2 weken in de schaapskooi. Nadien gaan ze weer mee met de kudde. Het is belangrijk dat de lammetjes meteen weten hoe het hoort en daarom neemt Anja tijdens de eerste periode één ervaren hond mee en dat is Finn. De lammetjes zijn nog klein en kunnen nog niet ver lopen. Om die reden blijft de kudde in de buurt van de schaapskooi. De schapen en lammetjes eten in deze periode voornamelijk gras. Een beetje regen zou welkom zijn, want het gras is behoorlijk schraal. In de schaapskooi worden ze bijgevoerd met hooi. Als straks in mei het pijpenstrootje tussen de heide begint te groeien nemen ze dat als voedsel tot zich.

Meestal is er voor Finn geen werk te doen. Op zulke momenten wijkt hij niet van de zijde van Anja. ‘Aan de voet.’

Terwijl de schapen al grazend steeds verder van de kudde afdwalen vergeten ze nog wel eens dat ze een lammetje hebben. Op een bepaald moment schiet het ze dan te binnen en gaan ze al blatend in een drafje naar de kudde terug om hun lammetje te zoeken. De lammetjes zijn voornamelijk aan het slapen of aan het spelen. Het lijkt erop dat ze dit doen binnen de kinderopvang…

Toen de kudde zich te ver uitspreidde en enkele schapen naar beschermde vegetatie dreigden te gaan werd het voor Anja tijd om in te grijpen. Volgens mij hoefde ze geen woorden te gebruiken en zag Finn aan haar lichaamstaal wat er van hem werd verwacht. Hij stoof richting de kudde, binnen een minuut had hij de 450 schapen en 95 lammetjes bijeen gedreven.

Na deze klus voegde Finn zich weer bij Anja en liepen ze gezamenlijk verder. Voor mij was het tijd om mijn fietstocht te vervolgen.

De kievitsbloem

Sinds een half jaar hebben we in onze kerk interessegroepen. Eerst werd er geïnventariseerd waar de behoefte lag en vervolgens is er een lijst opgesteld waarbij men kon aansluiten bij maar liefst 30 interessegroepen. Ik ben aangesloten bij de fotografiegroep. Vorige week gingen we voor het eerst met elkaar op stap. Een van de leden kwam met een gouden tip en zo kozen we unaniem voor De Brommerd bij Hasselt. Vanaf de parkeerplaats liet ik mijn blik dwalen over de Gennerdijk.

Toen wij op stap gingen startte er ook tegelijkertijd een groep met een gids. Het bleek al snel dat we geen last van elkaar zouden hebben. We lieten de groep al snel achter ons en volgden het pad te midden van de paardenbloemen en pinksterbloemen.

De Brommerd is een natuurgebied onder de rook van Hasselt.

In de uiterwaarden van rivier het Zwarte Water bloeit deze zeldzame kievitsbloem.

Het is één van de weinige plekken in Europa waar deze unieke bloem zo massaal voorkomt. Maar liefst 90 procent van de in Nederland voorkomende kievitsbloemen groeit langs het Zwarte Water.

We hadden er mooi weer bij. De lucht was mooi blauw en er dreven van tijd tot tijd wolken over.

De zon en wolken wisselden elkaar af en dat gaf een mooi effect op het landschap. Aan de horizon staat het gemaal Streukelerzijl.

De kievitsbloem bloeit maar een paar weken per jaar, zo midden april. De paarse bloem heeft een schaakbordachtig patroon. De plant dankt zijn naam aan de vorm van de bloem. Als de bloem gesloten is lijkt het net een kievitsei. Deze vorm heeft hij ’s nachts. Hoe lichter en warmer het wordt, hoe meer de bloem zich gaat openen.

Tussen de vele paarsbloeiende planten staan ook witte exemplaren. Deze witten missen het paarse kleurpigment en zijn dus eigenlijk albino’s. De paars- en de witbloeiende planten hebben in het algemeen één bloem. Soms hebben ze twee en heel zelden drie bloemen.

De planten houden van een bodem die bestaat uit veen met een laagje klei erbovenop. Verder moet de bodem een beetje schraal zijn, dus op de bemeste weilanden groeit hij niet. Elk jaar een overstroming zorgt voor een optimale biotoop. In de zomer wordt er laat gemaaid, pas als alle planten zijn uitgebloeid en zaden hebben gevormd. Omdat kievitsbloemen het best gedijen op schrale grond wordt er op de Brommerd niet bemest.

De kievitsbloem bloeit overigens pas na zeven jaar. Het eerste jaar is er alleen nog maar een sprietje te zien, dat heet een zwaard. Het tweede jaar komt er een blaadje aan, dat is een kandelaar. Nog vijf jaar later is de kievitsbloem groot genoeg om te gaan bloeien.

Hieronder zijn de fotografen aan het ‘werk’.

Binnenkort hebben we een avond waarbij een ieder drie digitale foto’s meeneemt. Deze foto’s gaan we met elkaar bespreken.

Twee van deze groep zijn ook aangesloten bij een fotoclub. We kunnen vast veel van elkaar leren, maar dat is niet de hoofdzaak…

De intentie van deze groep is dat we gezellig bezig zijn met dezelfde hobby, maar bovenal dat we open staan voor elkaar en dat er ruimte is voor een goed gesprek…

Kraanvogel

Nadat ik naar mijn idee lang genoeg had gezworven over de Dwingelderheide fietste ik weer richting mijn thuisbasis. Bij een uitkijkpunt stonden mensen met een verrekijker te kijken naar…

Ze wezen mij op een kraanvogel. Een paartje kraanvogels heeft in dat gebied een nest. Ik had geluk dat de kraanvogel net zijn/haar haar benen strekte, zo was hij/zij beter in beeld dan wanneer de kraanvogel op het nest zou zitten. Het mannetje en het vrouwtje hebben hetzelfde uiterlijk, alleen is het mannetje wat groter. Ik kan dus niet zeggen of ik nu naar het mannetje of het vrouwtje stond te kijken.

Kraanvogels broeden in uitgestrekte moerasbossen en veengebieden. Hun nest bouwen ze het liefst op een rustige plek omgeven door kniediep water. Dat beschermt de nesten tegen vossen en andere roofdieren. Ook leven er in natte gebieden veel insecten, het voedsel voor jonge kraanvogels.

Meestal leggen de vogels twee eieren. Beide vogels broeden om beurten. Terwijl de ene broedt, foerageert en waakt de andere kraanvogel. De kraanvogels zijn zeer behoedzaam en vallen in de broedtijd nauwelijks op, ondanks hun grootte. Na een maand broeden, komen de eieren uit.

Er broeden op dit moment 7 paartjes in Dwingelderveld. Vorig jaar broedde een paartje op dezelfde plek als nu. Ze hadden toen 1 jong. Helaas is het jong gesneuveld. Men vermoedt dat het gegrepen is door een vos.

Het nest van de kraanvogels is ver verwijderd van het uitkijkpunt. Dat is tegen de verstoring een prima plek. Met mijn bridgecamera met 60x zoom heb ik er niet meer van kunnen maken dan deze fotoserie.

Om de broedende kraanvogels niet te verstoren is een gedeelte van het familiepad tijdelijk afgesloten. Daarnaast wordt er een dringend beroep gedaan aan de mensen om niet voorbij de afrastering te komen en de hond goed aangelijnd te houden. Er wordt overigens daar heel vaak gecontroleerd door een medewerker van Natuurmonumenten. Zie ook de site van Natuurmonumenten.

Veldleeuwerik en geelgors

Nadat ik de fotoserie van de vink had gemaakt hoorde ik de zang van de veldleeuwerik. Onder uitbundige klinkende zag klom het vogeltje hoger en hoger. Het lukt me niet om dat vast te leggen. Het zijn de mannetjes die spectaculaire zangvluchten maken. Ze kunnen wel tot meer dan honderd meterr klimmen om vervolgens luid omlaag te vliegen om in de buurt bij het vrouwtje te landen. Een uitzonderlijk record ligt op 56 minuten. Helaas gaat het zeer slecht met de veldleeuwerik. Sinds 1960 namen de aantallen met 95% af. Daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw en verruiging van de duinen. Bron is deze site van de vogelbescherming. De veldleeuwerik lijkt op de graspieper en ik heb ze dan ook al meerder keren verward. Op deze bewuste dag was het toch echt de veldleeuwerik die ik had vastgelegd. Helaas landde het vogeltje te ver weg om er een acceptabele foto van te maken. Toch laat ik de foto hier wel zien omdat het in dit geval gaat om de waarneming. Ik ga de komende weken vast nog een keer op herhaling…

Even later hoorde ik het kenmerkende geluid van de geelgors. Ik stapte van mijn fiets om te kijken of ik het vogeltje kon ontdekken. Het was even zoeken, maar toen zag ik het vogeltje zitten in een boompje.

Een korte tijd later landde er een geelgors in het gras. Geen fotogeniek plekje, maar dat mag de pret niet drukken. Ik had mijn eerste geelgors van dit seizoen te pakken.

Nadat de geelgors voldoende had geposeerd zocht het een veilig heenkomen tussen het frisse groen.

Vink in Dwingelderveld

Tijdens mijn fietstocht in Dwingelderveld zag ik een vink rondscharrelen in een boom.

De vink komt veel voor in onze tuin, maar zo in het veld vind ik het ook een mooie waarneming.

Ik vermoed dat de vink een nest had in deze boom. Hij had net een insect gevangen en bleef daarmee wat dralen.

Het lekkere hapje was vast voor de jongen bedoeld. Omdat ik daar stond te fotograferen was hij terughoudend om naar het nest te vliegen.