Hommel op de papaver

Gisteren plaatste ik een post met een foto van een hommel op een stokroos. Vandaag plaats ik een serie waarbij de hommel foerageert op de papaver. Beide series zijn gemaakt in onze tuin.

In het ecosysteem is de bij nuttig als bestuiver en als voedsel voor de vogels. Uit berekeningen blijkt echter dat de bijen belangrijker zijn als bestuiver dan dat ze rechtstreeks dienen als voedsel voor de vogels. Er zijn namelijk twee keer zoveel vogelsoorten afhankelijk van bestuivingsproducten zoals vruchten en zaden, dan van bijen als direct voer. Dit onderzoek is uitgevoerd door Koos Biesmeijer.

In het artikel stelt Koos dat het slecht gaat met de wilde bij. Heel veel wilde bijensoorten staan op de rode lijst. Andere soorten zoals de tuinhommel (Bombus hortorum) doen het gelukkig wel goed.

We doen in onze tuin ons best voor insecten en dus ook voor de vogels. We hebben veel bloemen, een vijver wat veel insecten aantrekt en we gebruiken geen gif. Toch dragen wij niet echt bij tot uitbreiding van de soortenrijkdom. Maar dat kleine beetje wat we kunnen doen, dat doen we.

Op de cover

Begin mei werd ik benaderd door Gabriëlle van LBL met de vraag of ze mijn foto van de hommel op de stokroos mochten gebruiken voor het zomernummer van Staatsbosbeheer. Ze had de foto op internet gevonden.

Het was een foto die ik gepubliceerd had op mijn oude weblog in de tijd dat ik de foto’s bij Photobucket onderbracht. Klik hier voor dat logje over de stokroos en de hommel. Jarenlang kon je bij Photobucket je foto’s gratis onderbrengen om ze vervolgens via een link te hosten op sites van derden. In eerdere jaren zijn er wereldwijd miljoenen foto’s bij Photobucket ondergebracht.  In juni 2017 introduceerde Photobucket stilletjes een jaarlijkse vergoeding van $ 399 om afbeeldingen in te sluiten. De foto’s gingen ‘op zwart’ totdat men ging betalen. Photobucket kreeg met die actie de hele wereld over zich heen. Men was niet bereid om zoveel geld te gaan betalen. Door alle opspraak plaatste Photobucket de foto’s terug, maar dan wel met een watermerk dwars over de foto’s. Zie ook deze site. Ik ben nooit tot betaling overgegaan.

Maar nu weer terug naar het verzoek van Gabriëlle. Ondanks dat er een groot watermerk op de foto staat wist ze de foto wel te vinden en te waarderen. Op haar verzoek mailde ik haar de originele foto.

De foto is gebruikt voor een artikel over de wilde bij. Het artikel gaat het over het belang van de wilde bij als bestuiver. Op de rode lijst van de Nederlandse bijen staat 55 procent van het totaal aantal wilde bijensoorten en dat is enorm veel. Het artikel is te lezen in de digitale versie. Klik hier voor het digitale magazine.

Ik vind het wel een interessant blad. De foto komt op het blad niet mooi naar voren. De kleuren zijn vaal. Jammer.

 

Kleine vuurvlinder

Terwijl ik zat te posten bij de grauwe klauwier landde er een klein vlindertje bij mijn voeten. Al snel zag ik dat het de kleine vuurvlinder was.

Ik verruilde mijn Nikon bridgecamera voor de Canon met macro-objectief.

In tijgersluipgang kwam ik steeds dichterbij de kleine vuurvlinder. Ik leg ze liever vast terwijl ze op een bloem zitten in plaats van op een rommelige bodem, maar ja je hebt het niet altijd voor het zeggen.

 

 

Grauwe klauwier in de herkansing

In deze post plaatste ik foto’s van de grauwe klauwier. Het plekje die de klauwier toen had gekozen en de lichtomstandigheden werkten toen niet mee voor een goede fotoserie. Een paar weken later ging ik in de herkansing. Toen ik met de fiets op de plek aankwam trof ik daar een natuurfotograaf. Hij tipte mij over de uitkijkpost van dit vogeltje. Als ik dat plekje in de gaten hield dan was er een grote kans dat ik de grauwe klauwier goed in beeld zou krijgen.

Ik koos een strategische plek. Het mannetje kwam al snel in beeld, maar koos een aantal keren een minder gunstig plekje dan de plek die de fotograaf had aangewezen. Op onderstaande foto’s laat het mannetje zich wel mooi van achteren bekijken.

Even later koos het mannetje een plekje binnen een omlijsting van takken. Ook niet verkeerd.

Vervolgens landde de grauwe klauwier op een tak van een klein boompje. Met deze plek was ik ook tevreden. Het vogeltje zat mooi in het zonnetje alle kanten op te kijken.

Tenslotte koos het mannetje zijn vaste uitkijkpost. Op dat plekje liet hij zijn zang horen. Even later keek hij met zijn zwarte masker recht in de camera en tenslotte bleef hij poseren terwijl hij een smakelijk hapje had bemachtigd.

 

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

In de greep van de zonnedauw

Op de oever van het zuidelijke ven in het Weinterper Skar staat veel kleine zonnedauw.

Kleine zonnedauw groeit in zeer specifieke milieus die vaak in de zomer droog, maar in de winter onder water staan. Omdat de zonnedauw op mineraalarme bodem staat is ze voor een aanvulling op het dieet aangewezen op het vangen en verteren van kleine insecten.

De kleine planten vallen op door hun roodgekleurde bladeren die in rozetten staan en haren met druppels hebben. In deze druppels zitten de enzymen die de gevangen prooi verteren. Door de combinatie van het rood met de druppels vind ik het een mooi object om te fotograferen.

Terwijl ik met de macro-lens inzoomde op de zonnedauw zag ik een metaalblauw insect tussen de tentakels hangen. Dit insect was ten prooi gevallen aan de zonnedauw.

Een paringsrad bij het zuidelijke ven

Een tijdje geleden nam mijn fotomaatje, Jan mij mee naar het zuidelijke ven in het  Weinterper Skar.

Ik maakte eerst een aantal foto’s van het prachtige uitzicht over het ven. Tientallen libellen scheerden over het water en de oever. Stilzitten was er niet bij.

Terwijl Jan zijn fotografie afwisselde met rustmomenten op het vissersstoeltje ging ik ‘op de struun’ met de camera met macro-lens. Een paartje watersnuffel was bezig met hun voortplanting. In een paringsrad vlogen ze driftig rond. Uiteindelijk kozen ze voor een mooi plekje zodat ik ze kon vastleggen.

Een stofje in het oog of zwaaide het mannetje even vriendelijk naar de fotograaf?

Putter plukt kale jonker

Na de fotoserie van de smaragdlibel liep ik richting het bruggetje. Vanuit de verte zag ik dat het bankje bezet was. Jammer.

Bij het bruggetje ontmoette ik voor de tweede keer de aardige mevrouw uit Kalenberg. Even daarvoor waren we allebei onze eigen weg gegaan. We kwamen weer gezellig aan de praat en wisselden onze recente foto-ervaringen uit. Tijdens dat gesprek viel mijn oog plotseling op een vogeltje wat landde op een kale jonker aan de overkant van de sloot. Uit de verte zag ik al dat het een putter was. Zachtjes wees ik haar op de putter. Met de camera in de aanslag slopen we, gebukt achter het struweel, richting de putter. Zo nu en dan richtten we ons een beetje op en maakten we een foto.

De putter moest soms moeite doen om in balans te blijven. Mijn bridgecamera kan een dergelijke vleugelslag niet bevriezen. Ach, een vleugelslag in beweging heeft ook wel weer wat.

De putter had ons waarschijnlijk niet in de gaten en bleef rustig doorgaan met het plukken van de kale jonker….

De natuurfotografe uit Kalenberg had mij even daarvoor verteld dat ze geen vogelaar was. Ze was echter wel blij met deze waarneming en fotoserie. Ze bedankt mij hartelijk voor de tip. Vlak voordat ze op de fiets stapte nodigde ze mij uit om vooral een keer een bakkie te komen doen in Kalenberg.

En die meneer op het bankje, die zat eerste rang. Hij heeft vast genoten van de capriolen van die ‘gekke’ dames…

Smaragdlibel

Bij water is altijd leven. Nadat ik bij het water de gevlekte witsnuitlibel, de grote keizerlibel en de grote oeverspin had vastgelegd wandelde ik al speurend verder over het pad.

Plotseling ‘dwarrelde’ er weer een onderwerp voor mijn ogen langs. Een libel liet zich min of meer vallen in het struweel. Ik richtte snel mijn macro-lens op de libel voordat deze weer zou wegvliegen.

Het was een opvallend en prachtige gekleurde libel en wel de smaragdlibel. De libel ging er niet direct weer vandoor, door de zoeker zag ik wat de mogelijke oorzaak was, er zat slijtage aan zijn vleugels…

Johannes schrijft op zijn site het volgende: ‘De smaragdlibel is een mooie glanslibel die vrij lastig van sommige familieleden te onderscheiden is. De vrouwtjes hebben een achterlijf wat overal even dik is, de mannetjes hebben meer een knotsvorm. In tegenstelling tot de metaalglanslibel ligt het zwaartepunt van de knots in de laatste segmenten, in plaats van in het midden. De smaragdlibel mist de gele vlekken aan de zijkant van het lichaam die wel voorkomen bij de zeldzame gevlekte glanslibel.

Verse exemplaren zijn groen met bruinige ogen, de wat langer vliegende dieren kleuren bruin uit en krijgen prachtig groene ogen. Ze komen voor bij vennen en laagveenmoerassen. De vliegtijd is van mei tot juli’. Dat laatste verklaart wellicht de slijtage aan de vleugels. Het was nog wel een uitdaging om de libel vanaf de voorkant te fotograferen, maar het is uiteindelijk wel gelukt.

 

Dolomedus plantarius of fimbriatus?

Terwijl ik langs een sloot liep in de Weerribben hoorde ik wat plonzen. Ik speurde in de sloot, maar kon de oorzaak van het plonzen niet ontdekken. Wel viel mijn oog op een hele grote spin. Ik ging er vanuit dat ik hier te maken had met de grote oeverspin oftewel Dolomedes plantarius. Ik had de uitzending gezien van  Vroege Vogels en wist dat ze een voorliefde hebben voor krabbenscheer en voorkomen in laagveengebieden zoals de Wieden en de Weerribben.

Na speurwerk op de computer kwam ik erachter dat er twee soorten spinnen zijn die lastig van elkaar zijn te onderscheiden. Naast de grote oeverspin is er ook nog de grote vlotterspin oftwel de Dolomedes fimbratius. Nu weet ik niet zeker welke soort spin ik heb vastgelegd. Wie het weet mag het zeggen…

Deze spinnen zijn groot. Ze kunnen aan de oppervlakte rennen of onder water zwemmen om prooien te vangen. Vaak heeft de spin zijn voorpoten op het wateroppervlakte om trillingen van prooien te detecteren. Als de spin zich bedreigd voelt, gaat hij zich in een luchtbel een uur lang onder water verbergen.

Op YouTube vond ik een mooi filmpje over de Dolomedus plantarius.