Luchtwachttoren 7O1

Na mijn bezoek aan Kasteel Menkemaborg reed ik door de regenbuien terug richting de camping. Toen ik over de N361 reed en moest afremmen voor een rotonde, viel mijn blik op een toren in de verte. Het leek mij een uitkijktoren bedoeld voor het spotten van vogels. Ondanks het buiige weer besloot ik die kant op te rijden om het te verkennen.

Tot mijn grote verrassing bleek de toren geen vogelobservatietoren te zijn, maar een luchtwachttoren. Het bestaan van zulke torens had ik eerder geleerd van Jan tijdens onze fotokuiers in Gaasterland. Luchtwachttorens werden in de Koude Oorlog gebruikt voor luchtverdediging en zijn nu nog stille getuigen van een ander tijdperk…

In die periode kende ons land in totaal 276 uitkijkposten en luchtwachttorens die werden gebruikt om het luchtruim te bewaken tegen mogelijke vijandelijke vliegtuigen, vooral laagvliegende Russische toestellen. Van deze 276 posten waren er ongeveer 138 speciaal gebouwde betonnen raatbouwtorens, zoals deze luchtwachttoren.

Op het open platform van de torens keken luchtwachters met behulp van een kijker en op het gehoor uit naar vliegtuigen. Richting en afstand bepaalden ze met het luchtwachtinstrument. De luchtwachters waren mannelijke vrijwilligers uit de regio die opgeleid waren om vliegtuigen te herkennen aan de hand van silhouet en geluid. De luchtwachters meldden de gespotte vliegtuigen per telefoon aan het luchtwachtcentrum van luchtwachtgroep 7 in Groningen. Dat stond in verbinding met het landelijke militaire hoofdkwartier van de luchtverdediging in Driebergen. Daar werd beslist over inzetten van gevechtsvliegtuigen en luchtdoelartillerie en waarschuwen van de Bescherming bevolking (BB). Gelukkig kwam het niet zo ver, het bleef bij oefenen.

Al na twaalf jaar kwam aan het spotten van vliegtuigen vanaf de toren een einde. Steeds snellere vliegtuigen en verbeterde radar maakten het via oog en oor volgen van vliegtuigen nutteloos. In 1968 is het KLD opgeheven. Luchtwachttoren 7O1 (zeven Oooo één) verloor zijn militaire functie, maar bleef overeind.

Pek van Andel kocht in 1974 de toren voor 100 gulden met het idee om er te wonen en er een zelfvoorzienende woning van te maken. Nadat bleek dat dit niet haalbaar was, heeft hij zich ten doel gesteld om de toren te behouden voor de toekomst en heeft hierin samengewerkt met stichting Luchtwachttoren 7O1 Warfhuizen. De toren is in 2016 overgedragen aan Het Groninger Landschap.

De toren van ruim 15 meter hoog is nu één van de negentien nog bestaande luchtwachttorens in Nederland en vormt een opvallend landmark in het eeuwenoude wierdenlandschap. Het Groninger Landschap heeft bij de restauratie in 2017 verdwenen interieurdelen teruggebracht, zoals het luchtwachtinstrument en het meubilair in de schuilnis.

Naast de ingang stond een rij blikjes met tomatenketchup, raadselachtig. Waarom die daar stonden, heb ik niet kunnen achterhalen.

Hieronder zie je een video over de Luchtwachttoren van Het Groninger Landschap.

Na nog een laatste blik over het goudgele graan, met daarboven de dreigende lucht, stapte ik weer in de auto en vervolgde mijn weg naar de camping.

Op de website las ik dat de toren in de zomermaanden op zondagmiddag open is voor het publiek. Ik zou dus nog een keer terug kunnen gaan en dan op een zondagmiddag. Wordt vervolgd.

Menkemaborg

Menkemaborg wordt vaak genoemd als het mooiste kasteel van Noord-Nederland. Dat maakte me nieuwsgierig en ik besloot tijdens onze vakantie het te bezoeken.

Het gebouw op de tweede foto is ’t Schathuis. Vroeger werden hier de koetsen en paarden gestald. Daarnaast bevonden zich er een slachtkeuken, een bierbrouwerij en de kamers van de knechten. Tegenwoordig is in ‘t Schathuis een café-restaurant gevestigd. Op het terras genoot ik van een heerlijke cappuccino.

Binnen werd ik hartelijk verwelkomd door een vrijwilligster. Voor een kleine vergoeding kon ik een rondgang maken met behulp van audioapparatuur. Ze verontschuldigde zich dat hier apart voor betaald moest worden, maar ik stelde haar gerust, ik vond het geen probleem. Ze raadde me aan om de kinderversie van de audiotour te kiezen, die zou namelijk leuker zijn dan die voor volwassenen. Ze had gelijk. 😉

Na de boeiende rondgang binnen wandelde ik door de tuin. Het is een prachtig aangelegde tuin met strakke lijnen en mooie zichtassen. De peer op de eerste foto is een kunstwerk van Judith Hopf. Tussen de bloeiende zonnehoed en lavendel zoemden talloze insecten. Toen ik de hovenier fotografeerde, onderbrak hij even zijn werk om een praatje te maken. Hij vertelde enthousiast over de tuinen van Menkemaborg, over dit deel van de provincie Groningen, over de akkerbouw, over de zwaarste aardbeving en nog veel meer. Het werd een onverwacht maar waardevol gesprek.

Na de rondwandeling door de siertuin liep ik verder naar de moes- en kruidentuin. Aan het begin staat een groot kunstwerk van Rob Sweere. Meer hierover is te vinden op zijn website. Zo’n tuin spreekt me nog meer aan dan de siertuin waar ik even daarvoor doorheen was gewandeld. Jammer genoeg kon ik niet de hele tuin bekijken, want de lucht werd steeds dreigender. Uiteindelijk moest ik op een drafje terug naar de auto… die ik nét niet droog bereikte.

Bloeiende toverhazelaar

Gisterochtend zaten mijn man en ik achter het voorraam koffie te drinken toen ons oog viel op de toverhazelaar. Hij staat in bloei! De struik staat naast onze oprit, maar ondanks het dagelijks in- en uitstappen was het ons nog niet opgevallen. De gele bloemetjes mengen zich subtiel met de geelgekleurde herfstbladeren, waardoor ze bijna wegvallen.

Dat de toverhazelaar nu al in bloei staat, is best bijzonder. Normaal gesproken bloeit hij pas in de winter. Uit nieuwsgierigheid ben ik eens op internet gaan kijken en ook even door mijn oude weblogberichten gebladerd. Daar kwam ik een bericht tegen uit oktober 2013, waarin ik schreef over de bloei in de herfst van dezelfde toverhazelaar. In dat bericht verwijs ik naar eerdere foto’s waarbij de toverhazelaar toch echt in de winter bloeit. In februari 2010: de bloemetjes bedekt met sneeuw en in januari 2011: de bloei met rijp

Voor de onverwachte bloei in de herfst vond ik een mogelijke verklaring. Stress, zoals droogte of extreme weersomstandigheden kan ervoor zorgen dat een struik eerder of juist uitbundiger dan normaal gaat bloeien: een soort overlevingsmechanisme. Ook bij toverhazelaars wordt dat af en toe gezien. Als de struik bijvoorbeeld een droge zomer heeft doorgemaakt, kan hij in de vroege herfst onverwacht tot bloei komen.

Overigens dankt de toverhazelaar zijn naam niet aan de ‘betoverende’ bloesem, maar aan het gebruik van de gevorkte takken. Europese immigranten gebruikten de takken van de Noord-Amerikaanse soort Hamamelis virginiana L. namelijk als wichelroede. Hoewel de toverhazelaar geen familie is van onze gewone hazelaar, kreeg hij de Engelse naam witch hazel vanwege de gelijkenis met de Europese hazelnoot. Vandaar dus ook onze Nederlandse naam: toverhazelaar. Bron is deze site.

Toen ik de toverhazelaar van dichtbij bekeek, viel me iets op: op verschillende takken groeien mossen en korstmossen. Gelukkig hebben die over het algemeen geen negatieve invloed op de gezondheid van de plant. Volgens ObsIdentify gaat het om klein en groot dooiermos en kapjesvingermos. Samen met de gele bloemetjes maakt dat de toverhazelaar nog kleurrijker. 😉

Door de Dokkumer Ee

Vandaag neem ik jullie nog één keer mee terug naar de Dokkumer Ee. Eerder liet ik al een serie zien van grote zeilboten en ander varend erfgoed.

In dit eerste drieluik zijn vaartuigen te zien die oorspronkelijk een andere bestemming hadden, maar tegenwoordig als pleziervaartuig worden gebruikt.

Er voeren ook talloze kleine bootjes voorbij met bemanningen die vrolijk zwaaiden of stoer probeerden te doen met een iets te grote buitenboordmotor.

Ik vind het altijd leuk om naar de namen van boten te kijken. Als kinderen, opgegroeid aan het water, zaten we vaak aan de waterkant. We schreven de namen op en noteerden waar de boten vandaan kwamen. Dat deden we gewoon als tijdverdrijf, er waren toen immers nog geen televisie-uitzendingen overdag, geen computers en geen mobiele telefoons…

Weten de niet-Friezen onder jullie de vertaling van de eerste drie namen? De boot die van het verst kwam, was Silmar uit Basel, een bijzondere vondst op de Friese wateren!

De camping waar we verbleven ligt aan de route van de Elfstedentocht. De Elfstedentocht is natuurlijk bekend als schaatstocht, maar in de loop van de jaren kun je deze route op verschillende manieren afleggen:

  1. Met de schaats (traditioneel, als het ijs het toelaat, dit is sinds 1997 niet meer op het ijs geweest).
  2. Fietsend, waarbij je de route over meerdere dagen kunt uitsmeren om van de Friese landschappen en steden te genieten.
  3. Wandelend, waarbij je de tocht in etappes kunt doen en de cultuur en bezienswaardigheden van dichtbij ontdekt.
  4. Met de auto, waarbij je de volledige route van circa 200 km in een dag kunt rijden, met stops in alle elf steden.
  5. Met de motor, camper of trekker, vergelijkbaar met de auto, met vrijheid om te stoppen waar je wilt.
  6. Varen met een boot, kano of sup, waarbij je de route over het water volgt en de steden vanaf het water kunt bezoeken.

Maar je kunt de route ook op een heel andere manier afleggen namelijk als sportvisser tijdens de ‘Snoekviselfstedentocht’. Deze tocht duurt vijf dagen en voert langs de Friese elf steden, volledig in het teken van het vangen van snoeken. Het idee achter deze tocht vond ik erg mooi. Sportvisser André Kompier wilde de tocht namelijk maken samen met kinderen met een beperking. Echter het organiseren van zo’n tocht is niet eenvoudig, het vraagt veel tijd en geld. Door zijn drukke baan is het er tot nu toe helaas nog niet van gekomen. Op de website van Omrop Fryslân kun je er alles over lezen.

Toen ik er afgelopen week over las, moest ik meteen denken aan de fotoserie die ik maakte tijdens onze vakantie aan de Dokkumer Ee. Daar ving een man, vlak voor onze camping, een snoek.

Een ritje langs het IJsselmeer

Een paar weken geleden gingen mijn fotomaatje en ik samen op stap. Dit keer startten we in de Kop van Overijssel. Zoals altijd begonnen we de dag met een kop koffie en iets lekkers erbij. Terwijl ik naar buiten keek, zag ik tot mijn verrassing een sperwer op een paaltje naast onze tuin landen. Ik had net genoeg tijd om één acceptabele foto te maken, voordat hij weer wegvloog.

Na de koffie stapten we in de auto voor een rit langs het IJsselmeer in Gaasterland. Jan heeft de dag prachtig vastgelegd in meerdere fotoseries. Zelf ga ik er, zoals wel vaker, met grote stappen doorheen. 😉

Onze eerste stop was bij het Oudemirderklif. Vanaf de auto is het ruim 300 meter wandelen naar het klif. Voor Jan is dat, ondanks het keurig verharde pad, een flinke afstand. Met behulp van zijn stokken kan hij het gelukkig nog overbruggen, maar hij moet daar wel een goede dag voor hebben. Het was die dag stralend weer. We hebben volop genoten van het weidse uitzicht en de schitteringen van de zon op het water.

Daarna reden we door naar het Mirnserklif. Het mooie van deze plek is dat er niet alleen een restaurant staat, maar dat je er ook helemaal tot aan het water kunt komen. Bovendien ligt er een strandje, waar dankbaar gebruik van wordt gemaakt.

Even later reden we door het dorpje Mirns. Daar viel ons oog op de witte klokkenstoel op de begraafplaats. Hoewel we er al vaker langs zijn gekomen, kan ik me niet herinneren dat we er ooit eerder zijn gestopt. Dit keer besloten we wel een rondgang te maken over de begraafplaats. Jan maakte er op zijn weblog een mooie, informatieve serie over. Zelf beperk ik me tot één oude grafsteen, waarop prachtige patronen van korstmossen te zien zijn.

Onze laatste stop was bij het Reaklif. Vanaf dit punt heb je een werkelijk fenomenaal uitzicht over het IJsselmeer. Blijkbaar is de route die wij reden ook populair bij liefhebbers van oldtimers, want inmiddels zijn we daar al meerdere keren oude brommers en klassieke auto’s tegengekomen.

Terwijl ik een foto maakte richting het zuidoosten, kwam er een oldtimer aangereden. Al snel vermoedde ik dat het een Lada was. De eigenaar vond het prima dat we er een fotoserie van maakten en vertelde enthousiast over de auto en de herkomst. Deze Lada was geïmporteerd uit Oekraïne. In de auto troffen we een orthodox icoon aan, wat roebels én zelfs een lege Vodkafles, details die helemaal bij de sfeer pasten.

Voor mij was de ontmoeting met de Lada een stukje nostalgie, onze ouders hebben namelijk meerdere Lada’s gehad. Ook wij hadden zo’n rol toiletpapier met een gehaakt hoesje eromheen op de hoedenplank staan.

Het was weer een prachtige fotokuier samen. Na deze zonnige dag vermoed ik dat onze volgende tochten een meer herfstachtig karakter zullen krijgen. Maar ook dat heeft zijn charme door de warme herfstkleuren.

Veel geluk! van Jopie Huisman

Tijdens de zomervakantie bracht ik eindelijk een bezoek aan het Jopie Huisman Museum in Workum. Ik had er al veel over gehoord en gelezen, maar tot mijn schaamte moet ik toegeven dat ik er nog nooit was geweest.

Het Jopie Huisman Museum werd opgericht in 1986 en was daarmee het eerste museum in Nederland dat volledig gewijd was aan een nog levende kunstenaar.

Jopie Huisman stond bekend om zijn indrukwekkend realistische schilderijen van het alledaagse leven.Door zijn schilderijen vertelt Huisman niet alleen een verhaal, hij geeft ook een stem aan mensen die vaak over het hoofd worden gezien. Hij schilderde hun versleten jassen, hun afgetrapte werkschoenen, niet om medelijden op te wekken, maar om te laten zien dat ook zij ertoe doen.

Jopie Huisman voelde een sterke verwantschap met Vincent van Gogh, die hij beschouwde als een van zijn grootste inspiratiebronnen. Net als Van Gogh richtte hij zich in zijn werk op de “verworpenen der aarde”: mensen en voorwerpen die door de maatschappij vaak worden genegeerd of vergeten.

Wie meer wil lezen over het leven en werk van Jopie Huisman, vindt een mooie en treffende beschrijving op de website van Wilma. Een aanrader voor wie zich verder wil verdiepen in deze bijzondere kunstenaar.

Op 14 juli 1984 werden drie schilderijen van Jopie Huisman gestolen uit galerie ’t Weefhuis in Nuenen, waar hij op dat moment exposeerde naast werken van Vincent van Gogh. Het ging om de werken Handschoenen (1976), Merelnest (1981) en De drie lotgenoten (1981).

De schok van de diefstal was groot. Huisman besloot direct om de expositie stop te zetten en liet alle overige werken terughalen. Het raakte hem diep, zozeer zelfs dat hij aankondigde nooit meer te willen exposeren.

Gelukkig wist een groep vrienden en bewonderaars hem na verloop van tijd op andere gedachten te brengen. Die ommekeer leidde uiteindelijk tot de oprichting van het Jopie Huisman Museum in Workum, waar zijn werk een permanente plek kreeg.

De drie gestolen schilderijen zijn tot op de dag van vandaag spoorloos, ondanks talloze zoektochten, speurwerk door kunstdetectives zoals Arthur Brand, en zelfs een podcastserie die het mysterie onderzoekt. Voor Huisman voelde het verlies alsof hij drie van zijn kinderen was kwijtgeraakt. In het museum zijn nog altijd drie lege plekken gereserveerd voor de werken, klaar om ze te verwelkomen, mocht het ooit zover komen.

Naast de vaste tentoonstelling van Jopie Huisman is er in het museum ook ruimte voor wisselexposities. Tot 26 oktober is er een bijzondere expositie te zien van Henk Helmantel, bekend om zijn verstilde stillevens en sfeervolle interieurs. Deze tentoonstelling is extra bijzonder omdat het de allereerste is die wordt gepresenteerd in de nieuwe, ruime tentoonstellingszaal van het museum.

Henk Helmantel en Jopie Huisman worden vaak met elkaar vergeleken en in de tentoonstelling Helmantel ontmoet Huisman wordt duidelijk waarom. Hun oog voor detail, respect voor het alledaagse en hun technisch vakmanschap maken de vergelijking vanzelfsprekend.

Mijn ouders bezochten vroeger het Jopie Huisman Museum al meerdere keren. Na een van die bezoeken namen ze een door Jopie zelf gesigneerde kaart voor mij mee. Die kaart heb ik altijd zorgvuldig bewaard als dierbaar aandenken aan mijn ouders en aan deze bijzondere kunstenaar.

Mariakerk in Westernieland en Pieterburen

Vanuit Noordpolderzijl reed ik verder door de gemeente Het Hogeland. Onderweg kwam ik door het pittoreske dorpje Westernieland. Vanuit de auto viel mijn oog meteen op een charmante kerk en pastorie, beide in een zachtgele tint. De aanblik was zo mooi dat ik besloot de auto even aan de kant te zetten en deze plek van dichterbij te bewonderen.

Aan de noordzijde van de kerk staat de pastorie, de Weem. Het woord ‘weem’ komt van het Oudfriese ‘wetheme’, wat letterlijk ‘kerkelijk bezit’ betekent. In Groningen en Friesland werd het gebruikt om te verwijzen naar een pastorie of een pastorieboerderij. In deze boerderijpastorie werd in 1944 domineeszoon en cabaretier Freek de Jonge geboren. Voor meer informatie, zie ook deze site.

In de Weem is de ambachtelijke bakkerij Brood Depot gevestigd, een kleinschalige bakkerij die zich heeft gespecialiseerd in het bakken van desembrood. Brood Depot is een 1-vrouws bedrijf, waar met liefde en vakmanschap diverse broden worden bereid en dat is te lezen op deze site.

Het was een plezier om een rondje om de kerk te maken. De graven lagen in de schaduw, terwijl de kerk zelf prachtig werd belicht door de zon. Het contrast tussen het zachte licht en de schaduw maakte de plek extra bijzonder.

Vanuit Westernieland reed ik verder naar Pieterburen, een dorp dat vooral bekend staat als het startpunt van het Pieterpad, de bekendste langeafstandswandelroute van Nederland. Deze wandelroute loopt van Pieterburen in Groningen tot de Sint-Pietersberg bij Maastricht. De route is ongeveer 500 tot 502 kilometer lang en verdeeld in 26 dagetappes, elk met een lengte van tussen de 15 en 25 kilometer. Het pad is in beide richtingen uitstekend gemarkeerd met wit-rode tekens, zodat verdwalen vrijwel onmogelijk is.

Pieterburen is ook bekend vanwege de zeehondenopvang van Lenie ‘t Hart. Het centrum werd in 1971 opgericht door Lenie zelf, die ooit begon met het verzorgen van zeehonden in een teiltje in haar achtertuin. Wat klein begon, groeide uit tot het grootste zeehondenziekenhuis van Europa – compleet met een internationale campus voor studenten en wetenschappers. Meer dan vijftig jaar lang werden hier zieke, gewonde en verweesde zeehonden opgevangen, verzorgd en – zodra ze sterk genoeg waren – weer uitgezet in de natuur.

Sinds januari 2025 is de locatie in Pieterburen gesloten voor bezoekers. De activiteiten zijn verplaatst naar het nieuwe Werelderfgoedcentrum Waddenzee (WEC) in Lauwersoog, waar het centrum haar werk voortzet met dezelfde toewijding en missie: het beschermen van zeehonden en hun leefgebied.

Noordpolderzijl bij hoogtij

Tijdens een van mijn zwerftochten door Het Hogeland bracht ik ook een bezoek aan Noordpolderzijl, een tip die ik had gekregen van de campingeigenaar. Op de lange toegangsweg, de Zijlweg hield ik even halt om een foto te maken van een uitgestrekte akker met graan, omlijst door een bloemrijke akkerrand. Zie Google Maps.

Noordpolderzijl staat bekend om het kleinste zeehaventje van Nederland en de bijzondere ligging aan de Waddenzee. Tussen 1980 en 1985 werd de noordelijke zeedijk door het waterschap Ommelanderzeedijk verhoogd tot Deltahoogte. Daarbij moest de oude sluis uit 1811 plaatsmaken voor een nieuw afwateringsgemaal. De dichtgemetselde sluis kreeg echter een nieuwe bestemming: in 1986 werd ze onderdeel van een land art-project, een steenmozaïek ontworpen door J.H. van Loon. Dit kunstwerk symboliseert de voortdurende beweging van eb en vloed en vormt een prachtige verbinding tussen het unieke landschap en de rijke geschiedenis van waterbeheer.

Wanneer je vanaf de parkeerplaats richting de dijk loopt, kom je eerst langs het Zielhoes. Deze voormalige sluiswachterswoning heeft tegenwoordig een nieuwe bestemming als knusse horecagelegenheid.

Even later beklom ik de trap naar de top van de dijk. Boven wachtte een prachtig panorama: het kleine haventje, het uitgestrekte Wad en, verderop aan de horizon, de Waddeneilanden Schiermonnikoog, Rottumeroog, Rottumerplaat en zelfs het Duitse Borkum. De omgeving ademt rust en ruimte – perfect voor een wandeling, een fietstocht of gewoon een korte pauze om te genieten van het unieke landschap met zijn kwelders en de imposante zeedijk.

Het haventje van Noordpolderzijl is getijdengebonden en daardoor alleen bij hoogwater bereikbaar. Ooit was het vooral de uitvalsbasis van garnalenvissers uit Usquert, herkenbaar aan de boten met de lettercode UQ. Tegenwoordig heeft de haven een andere functie: ze wordt gebruikt als aanlegplaats voor passerende schepen, wadlopers en jachten, en vormt het vertrekpunt voor bijzondere wadtochten naar de onbewoonde eilanden.

Nadat ik een tijdje op het verste punt had staan genieten van het weidse uitzicht, wandelde ik terug naar de dijk. Bovenop de dijk staat een bankje met daarop een gedicht in het Gronings van Eli Joachim Lofvers. Dit was zijn favoriete plek. In het gedicht spreekt hij zijn diepe verbondenheid met het Groninger land uit, waarin hij het landschap en de natuur bezingt.

Terug bij de oude sluis maakte ik nog een kleine fotoserie. Op deze site zijn verhalen terug te vinden die Jan Schoonveld vertelde over zijn tijd als sluiswachter van Noordpolderzijl in de jaren zeventig. Daarnaast zijn er oude foto’s te zien die een prachtig beeld geven van vervlogen tijden.

Het Hogeland

Tijdens onze vakantie vlakbij Dokkum maakte ik ook regelmatig uitstapjes naar de provincie Groningen. Wat een aangename verrassing was dat! Vooral het noordwesten van de provincie, dat ik nog niet kende, heeft me positief verrast. De uitgestrekte vergezichten, de karakteristieke dorpen en de rust van het landschap maakten mijn omzwervingen door de gemeente Het Hogeland de moeite waard.

Tijdens mijn tochten door Het Hogeland passeerde ik een aantal keren de oude dijk, ook wel de slaperdijk genoemd. Door eeuwen van inpoldering en de aanleg van steeds hogere dijken zijn deze dijken steeds verder landinwaarts komen te liggen. Hun oorspronkelijke functie hebben ze grotendeels verloren, maar verdwenen zijn ze zeker niet. In Groningen slingert nog zo’n 180 kilometer aan oude zee- en slaperdijken door het landschap. Ze vormen een tastbaar en indrukwekkend stukje cultuur- en landschapsgeschiedenis. Op verschillende plekken in de dijk zijn de zogenaamde dijkcoupures bewaard gebleven. Het zijn stille herinneringen aan vroegere tijden, die nog altijd een bijzonder accent geven aan het landschap, zoals te zien is op foto 6 en 7.

Onderweg viel mijn oog vanuit de auto op een bijzonder kunstwerk – reden genoeg voor een spontane tussenstop. Het blijkt gemaakt door de beeldend kunstenaars Maree Blok en Bas Lugthart, bekend van hun omvangrijke oeuvre, waaronder ook het Elfstedenmonument. Over dit specifieke werk vond ik online helaas geen nadere informatie. Voor mij verbeeldt de slapende vrouw echter treffend de slaperdijk, die als een stille wachter in het Groningse landschap aanwezig blijft.

Het Noord-Groningerland, waar Het Hogeland deel van uitmaakt, wordt vaak beschouwd als één van de beste landbouwgebieden van Europa vanwege de vruchtbare, goed verkavelde grond en het gunstige klimaat met verkoelende zee-invloed en veel zonne-uren. De gewassen op Het Hogeland zijn onder andere aardappelen (vooral pootaardappelen), suikerbieten, uien, wortelen, graan, mais en bloembollen. Daarnaast worden ook akkerbouwgroenten zoals erwten, knolselderij, rode bieten, koolraap, spinazie, stamsperziebonen, suikermaïs en winterpeen geteeld.

De regio geniet internationale bekendheid door de pootaardappelteelt, waarvan een groot deel wereldwijd wordt geëxporteerd. In Groningen liep enkele jaren een onderzoeksproject naar de verduurzaming van deze teelt. Dat project werd in 2020 afgerond, maar het bord met uitleg staat er nog altijd, compleet met opgedroogde kleispetters, alsof het landschap zelf er een handtekening onder zette…

In deze regio kom je langs akkers regelmatig bordjes tegen met oude foto’s van mensen en ambachten van vroeger. Een prachtig initiatief, want zo krijgt het landschap ineens een extra laag: je ziet niet alleen de gewassen van nu, maar ook een glimp van het leven dat zich hier generaties geleden afspeelde.

De rijke akkerbouw heeft de boeren in de provincie bepaald geen windeieren gelegd. Dat zie je terug in de imposante boerderijen die hier in het landschap staan. Voor de landarbeiders waren er vroeger bescheidener onderkomens: kleine huisjes. Het contrast tussen groot en klein vertelt veel over de sociale verhoudingen van die tijd.

De uitgestrekte graanvelden van Het Hogeland vind ik prachtig om te zien. Het landschap lijkt eindeloos door te lopen. En als er dan ook nog een dreigende bui boven hangt, krijgt het geheel een extra dimensie: het goudgeel van het graan steekt nog sterker af tegen de donkere luchten, wat het landschap een bijna schilderachtige uitstraling geeft.

Gerookte paling

Op onze camping waar we van ‘t zomer verbleven verkochten ze gerookte paling. Deze delicatesse bleek bijzonder in de smaak te vallen bij zowel de campinggasten als de voorbijgangers. De camping ligt namelijk aan de Elfstedenroute, een populaire route voor fietsers en andere passanten die de beroemde elf steden op een alternatieve manier willen verkennen. De gerookte paling werd dan ook gretig ingeslagen door zowel sportieve reizigers als toeristen die de streek verkennen.

De gerookte paling wordt bereid door een goede vriend van de campinghouders, die al meerdere rookkampioenschappen op zijn naam heeft staan. Omdat hij inmiddels in een woonwijk woont, is hij gestopt met het roken van de paling bij hem thuis. Gelukkig heeft de camping een perfecte locatie voor zijn ambacht, en rookt hij nu op de camping zelf. Dit vindt hij prima, de constante aanloop van nieuwsgierige gasten zorgt ervoor dat hij altijd wel een praatje kan maken bij de rookoven, wat de sfeer nog gezelliger maakt.

De paling komt rechtstreeks uit een lokale kwekerij. Nadat hij de paling thuis heeft schoongemaakt wordt de vis in een emmer met zout gelegd, een proces dat bekendstaat als pekelen. Na het pekelen worden de palingen aan metalen pennen gehangen in het rookhok, waar ze langzaam worden gerookt. Voor de rook maakt men gebruik van een combinatie van hout en zaagsel, wat de paling zijn karakteristieke rooksmaak geeft.

Deze roker maakt gebruik van de techniek van warm roken, waarbij de temperatuur rond de 70 tot 80°C ligt. Het bijzondere aan warm roken is dat de paling tegelijkertijd gaar wordt tijdens het roken, wat resulteert in een heerlijke, zachte textuur. De vis krijgt een mooie bruine rookkleur en is minder zout dan bij andere rookmethodes.

Het roken van paling is echter een precies vakmanschap. De temperatuur moet constant blijven gedurende het hele proces, en er moet precies de juiste hoeveelheid rook om de paling cirkelen, niet te veel, maar ook zeker niet te weinig. Halverwege het roken voegt de roker een speciaal kruid toe aan de rook. Wat dat precies is, blijft echter een goed bewaard geheim. 😉

Aan het eind van het rookproces controleert de roker of de paling goed gaar is – dat doet hij op gevoel, door even in de vis te knijpen. Als de paling perfect is, wordt deze van de pennen gehaald en op kranten gelegd om uit te lekken. Daarna worden de palingen per drie verpakt, vacuüm getrokken en in de diepvries bewaard, zodat de kwaliteit optimaal behouden blijft.

En dan is het weer zo ver: de gerookte paling kan worden verkocht aan campinggasten en voorbijgangers. Wie wil kopen, moet er wel aan denken om de bel stevig in te drukken…

Is het eten van (gerookte) paling nu wel of niet gezond? Over deze vraag zijn de meningen verdeeld. Op de website van de website van Palingkopen wordt benadrukt dat paling vooral gezond is vanwege de rijke hoeveelheid omega-3 vetzuren. Deze essentiële vetzuren spelen een belangrijke rol bij de bescherming tegen hart- en vaatziekten.

Aan de andere kant waarschuwt de Keuringsdienst van Waarde voor het regelmatig consumeren van gerookte paling. Tijdens het roken, waarbij producten als zalm en paling een tijdlang in een rookkamer hangen, ontstaan er namelijk kleine hoeveelheden PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Deze stoffen worden gezien als potentieel kankerverwekkend.

Een gezonder alternatief voor gerookte paling is om vis te koken, bakken of stoven. Voor mij persoonlijk is het geen dilemma: ik ben nogal kieskeurig als het op vis aankomt en paling staat sowieso niet op mijn favorietenlijstje.