Grauwe vliegenvanger, groene specht en nog meer naast de camping

In mijn vorige bericht schreef ik over de keren dat ik rond half zeven ’s ochtends mijn bed uitging om vogels te fotograferen naast de camping. Het lukte me toen om een wielewaal te fotograferen.

De dagen daarna stond ik opnieuw vroeg op. Op een ochtend was het een beetje mistig. Niet bepaald ideaal om vogels te fotograferen. Maar omdat ik toch al uit bed was, pakte ik mijn camera en telelens en liep naar de bosrand buiten de camping. Misschien zou de zon snel doorbreken en zou de mist verdwijnen.

De eerste vogel die zich in de mist liet zien, was een zanglijster. Terwijl ik hem fotografeerde, scharrelde hij tussen de bladeren en wist daar een lekker hapje vandaan te vissen.

Op een kale tak aan de overkant van de sloot zat een KBV’tje mooi te poseren. Ik kon er meerdere foto’s van maken. Pas thuis, op de computer, kon ik de vogel met behulp van ObsIdentify op naam brengen: het bleek een grauwe vliegenvanger te zijn. Ik was erg blij met deze waarneming. De grauwe vliegenvanger staat namelijk op de Rode Lijst en is aangemerkt als ‘gevoelig’.

Terwijl ik vooral hoog in de bomen speurde naar een teken van de wielewaal, landde er plotseling een groene specht op ooghoogte op een boomstam, vlak voor me. Het bleek een juveniel te zijn. Misschien was hij daardoor wat minder schuw, want ik stond daar toch behoorlijk open en bloot met mijn camera te fotograferen. Even later vloog de specht naar de grond, waar hij rustig ging foerageren.

De zon verdreef de mist steeds verder en daarmee veranderden ook meteen de kleuren van het landschap. Een toch al kleurrijk roodborstje werd prachtig beschenen door de warme ochtendzon.

Ook een waterhoen trok zich niets aan van mijn aanwezigheid. Het stapte rustig over de takken die onder het wateroppervlak lagen, steeds verder in mijn richting, terwijl het ondertussen aan het foerageren was. In de beschutting van de begroeiing langs de oever zwom het jong.

Tot slot nog een foto van de locatie waar ik meerdere ochtenden heb staan fotograferen. Ik liep door het hek en bleef op het pad langs het maisveld staan. Met de zon in mijn rug had ik vanaf daar een mooi uitzicht op de bosrand.

Witte kwikstaart, coloradokever en andere vaste gasten

We hebben tijdens onze kampeervakantie genoten van prachtig zomers weer. Soms was het te warm, maar gelukkig konden we op die momenten uitwijken naar de boomsingel achter onze caravan. Die was er speciaal voor ontworpen.

De camping wordt enorm gewaardeerd en dat lees je terug in de reviews. Uit eigen ervaring weten we dat daar geen woord van gelogen is. Alles klopt hier gewoon. De sfeer is gemoedelijk, de omgeving is prachtig en vooral de drie generaties campingbeheerders maken het verblijf bijzonder. Ze staan altijd voor je klaar en zijn hartelijk, gezellig en tegelijkertijd laagdrempelig aanwezig. Je voelt je hier al snel welkom.

Op een avond hadden de beheerders een gezellige koffieavond georganiseerd bij de jeu-de-boulesbaan. Er was koffie, thee met iets lekkers erbij en natuurlijk was er alle gelegenheid om gezellig met elkaar te kletsen. Het was zo’n sfeervolle avond die precies past bij deze camping.

Wat ook meteen opvalt, is het grote aantal vaste gasten. Veel kampeerders komen hier al jaren en keren ieder seizoen weer terug naar hun vertrouwde plekje. Dat zegt natuurlijk veel.

Een van de vaste gasten op de camping was een witte kwikstaart. Waarschijnlijk hadden ze in de buurt een nest met jongen, want er werd fanatiek gezocht naar voedsel dat vervolgens snel werd meegenomen.

Op een dag zag ik de kwikstaart op een wel heel bijzondere manier op het gras liggen. Eerst dacht ik dat hij zoveel last had van de warmte dat hij verkoeling probeerde te zoeken. Maar toen ik me er wat verder in verdiepte, bleek dat hij gewoon aan het zonnebaden was. Vogels vertonen dit gedrag om hun verenkleed te verzorgen. Ze gaan plat op de grond liggen, spreiden hun vleugels en zetten hun veren wat op, zodat de warmte diep in het verenkleed kan doordringen. Daarmee helpen ze onder andere parasieten te bestrijden en hun veren in goede conditie te houden. Ook de open snavel die je soms bij dit gedrag ziet, is heel normaal. Vogels kunnen niet zweten zoals wij dat doen en kunnen op deze manier overtollige warmte kwijtraken.

Niet iedere gast op de camping was even welkom. Tijdens onze vakantie zagen we veel coloradokevers. Deze kever komt vooral goed tot ontwikkeling tijdens warme, droge zomers. Zowel de larven als de volwassen kevers kunnen aardappelplanten in korte tijd flink beschadigen door het blad op te eten. Met name in Drenthe kan dit onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot een grote plaag. Hoewel de coloradokever met zijn opvallende zwart-gele tekening een mooi insect is om te zien, is hij voor aardappeltelers bepaald geen welkome gast. Op de website van RTV Drenthe vond ik dit artikel over het machinaal kevers klappen, een bestrijding zonder insecticide.

In de omgeving van de camping heeft waarschijnlijk een buizerdpaar gebroed. Vrijwel iedere dag zagen we de vogels meerdere keren overvliegen, vaak begeleid door hun kenmerkende: ‘pjiéé, pjiéé’. Op de linkerfoto staat waarschijnlijk een jonge buizerd. Het lichtere, wat minder contrastrijke verenkleed en de algemene uitstraling passen goed bij een juveniele vogel. Het was iedere keer weer een mooi gezicht om deze grote roofvogels boven de camping te zien zweven. Met hun brede vleugels maakten ze optimaal gebruik van de opstijgende warme lucht en konden ze vrijwel moeiteloos boven het terrein blijven cirkelen.

Op een middag maakte ik aan de rand van de camping een aantal foto’s. Terwijl ik daar bezig was, kwam er een amazone langs. Ze stopte even, kwam naar me toe en maakte een praatje.

Wij zijn het hier op het platteland nog gewend dat mensen elkaar groeten, iets wat je in de grote steden steeds minder vaak tegenkomt. Toch viel het ons op dat de bewoners uit die omgeving nog vriendelijker waren dan bij ons. Vrijwel iedereen die we tegenkwamen, groette ons. Ook de jeugd die we op de fiets passeerden, stak even de hand op of zei vriendelijk gedag.

Bargerveen en zwerfkeien

Tijdens mijn eerste fietstocht door het Bargerveen kwam ik op bij een plek waar enorme grote zwerfkeien lagen, voorzien van een bordje met informatie over de soort en de herkomst van de steen. Deze enorme keien zijn zwerfstenen: oeroude stukken graniet, gneis en kwartsiet die miljoenen, en soms zelfs meer dan een miljard jaar geleden, in Scandinavië zijn gevormd. Tijdens de Saale-ijstijd werden ze door een enorme gletsjer los geschraapt en honderden kilometers naar het zuiden meegevoerd.

Toen het ijs zich terugtrok en uiteindelijk smolt, bleven de keien achter in het Drentse landschap. Niet alleen op de Hondsrug, maar ook in de laagte waar later het Bargerveen ontstond. Daar groeide het veen in de loop van duizenden jaren simpelweg om de keien heen. Zo liggen deze oeroude stenen nu als stille getuigen van de ijstijd in het Bargerveen. Een bijzonder idee als je bedenkt dat deze keien al een reis van honderden kilometers achter de rug hadden, lang voordat hier het veenlandschap ontstond.

Op deze plek is het landschap iets verhoogd en is een klein uitkijkpunt ingericht, met een picknickplaats. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht over het omliggende landschap van het Bargerveen. Ook staat er een informatiebord met meer informatie over het gebied en zijn bijzondere geschiedenis.

Tijdens onze fietstochten zagen we in menig tuin een enorme zwerfkei liggen. En als je eenmaal besmet bent met het zwerfkeienvirus, kun je er natuurlijk nooit genoeg hebben. Eén zwerfkei in de tuin? Waarom niet twee, drie… of gewoon een hele verzameling? 😉

Historische route Bargerveen

Het Bargerveen is een van de laatste overgebleven hoogveengebieden van Nederland. Tegenwoordig is het een uitgestrekt natuurgebied waar rust en stilte overheersen, maar eeuwenlang was het een plek waar hard werd gewerkt en waar talloze mensen hun bestaan opbouwden.

Wie meer wil weten over de mensen die hier ooit woonden en werkten, kan de Historische Route Bargerveen volgen. Deze route, aangelegd door Cultuur-Historisch Zwartemeer, voert langs 32 informatiepanelen die zijn geplaatst bij voormalige woonlocaties. Elk bord vertelt het verhaal van de families die hier, vaak onder zware omstandigheden, een bestaan wisten op te bouwen.

Hoewel het ontoegankelijke veengebied moeilijk begaanbaar was, verbleven er al rond 5000 v.Chr. incidenteel rondtrekkende groepen mensen. Eeuwen later gebruikten bewoners aan de randen van het veen turf als brandstof. Vanaf de zestiende eeuw kwam de grootschalige turfwinning op gang. Tegelijkertijd werden delen van het veen ontwaterd om rogge en andere gewassen te kunnen verbouwen. Daarmee begon een eeuwenlange menselijke ingreep die het oorspronkelijke hoogveenlandschap ingrijpend veranderde.

Volgens de overlevering hebben in de loop der tijd wel duizend gezinnen in het Bargerveen gewoond. Dat betekent niet dat er ook duizend woningen stonden. Op dezelfde plaatsen werden eenvoudige huisjes steeds opnieuw afgebroken en herbouwd voor nieuwe bewoners. Er gold zelfs een bijzondere regel: een huis mocht alleen blijven staan als het binnen één dag was gebouwd. Rookte de schoorsteen vóór het ochtendgloren, dan mocht de woning blijven. De meeste huisjes werden opgetrokken uit materialen die voorhanden waren, zoals plaggen, berkenstammen en stro. Wie wat meer te besteden had, kon zich een stenen voorgevel veroorloven. Het Bargerveen bood onderdak aan een bonte gemeenschap van veenarbeiders, kanaalgravers, turfschippers en boekweitboeren.

In de negentiende en twintigste eeuw bereikte de turfwinning haar hoogtepunt. In het Amsterdamsche Veld werd de bovenste veenlaag, het zogenoemde grauwveen, met smalspoortreinen afgevoerd naar de fabriek van de Griendtsveen Turfstrooisel Maatschappij. Daar werd het verwerkt tot turfstrooisel, dat onder meer werd gebruikt als bodembedekking in stallen. Ook de stoomtram van de Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM) speelde een belangrijke rol. Tot in de jaren dertig vervoerde deze turf naar de omliggende plaatsen, waarna het vrachtverkeer deze taak overnam.

Vanaf 1921 werd in Klazienaveen zwarte turf verwerkt tot actieve kool in de Puritfabriek, de voorloper van het huidige Norit. Hiervoor werd een uitgebreid netwerk van smalspoorlijnen aangelegd dat diep het veengebied in liep.

De grootschalige vervening liet diepe sporen achter. Vrijwel alle oorspronkelijke veenlagen verdwenen. Pas in 1992 kwam definitief een einde aan de turfwinning in het Bargerveen. Daarna kreeg natuurherstel de ruimte en kon het gebied zich langzaam ontwikkelen tot het bijzondere hoogveenlandschap dat we vandaag de dag kennen.

Zie voor meer informatie op deze website en deze website.

Kempense heidelibel

Na de fotoserie bij het bezoekerscentrum in De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats door naar De Weerribben. Daar hoopte ik onder andere de Kempense heidelibel te fotograferen. Dat ik deze soort even daarvoor, zonder het te weten, al bij het bezoekerscentrum had gefotografeerd, wist ik op dat moment nog niet.

Ik parkeerde de auto op de parkeerplaats aan de Hoogeweg en wandelde langs het mooie watertje richting het witte bruggetje. Aan de overkant van het bruggetje sloeg ik rechtsaf en vervolgde mijn wandeling.

Er stond inmiddels een stevige wind, windkracht 4, en dat maakte het fotograferen van insecten er niet gemakkelijker op. Voor libellen die enigszins beschut in de luwte zaten, moest het echter wel te doen zijn. Ik ging dus op zoek naar de Kempense heidelibel.

De eerste ontmoeting was met een zwarte heidelibel. Deze streek neer op de grond, niet bepaald een mooi plekje voor een foto, maar ik was allang blij dat hij zich liet zien. Een bloedrode heidelibel koos gelukkig een wat fotogeniekere plek en ging bovenop een kattenstaart zitten.

Iets verderop zag ik een Kempense heidelibel vliegen. Ik hield goed in de gaten waar hij zou landen. Het bleek een mannetje te zijn, te herkennen aan het roodgekleurde achterlijf. Het vrouwtje heeft een okergeel achterlijf. Het mannetje vloog zo nu en dan even op, maar keerde telkens weer terug naar dezelfde plek. Dat gaf me mooi de gelegenheid om rustig op mijn kans te wachten.

De Kempense heidelibel is een zeldzame soort die in Nederland vooral voorkomt in Noordwest-Overijssel. De soort leeft in ondiepe wateren die in de winter droogvallen. Dat is een bijzonder systeem, waarin de larven weinig concurrentie hebben. In De Weerribben en De Wieden doet de Kempense heidelibel het tegenwoordig goed. Dankzij het rietbeheer en het speciale peilbeheer, waarbij het waterpeil in de winter laag en in de zomer hoger wordt gehouden, zijn hier geschikte leefgebieden ontstaan. Het gebied vormt daarmee het belangrijkste Nederlandse bolwerk van deze bijzondere heidelibel.

De Kempense heidelibel valt ook op door de prachtige verkleuring in de vleugels, die zichtbaar wordt wanneer het zonlicht er precies op de juiste manier op valt. Het was daarom even wachten tot de wolken voor de zon waren weggetrokken en het zonlicht weer vrij spel kreeg.

In het zonlicht krijgen de vleugels een warme, goudachtige glans. Het heldere vleugelvlies werkt daarbij als een natuurlijk prisma, waardoor langs de vleugeladers een zachte amberkleur oplicht. Bij iedere beweging lijkt het licht heel subtiel te flikkeren.

Zeldzamere heidelibellen en nog meer in De Wieden

Na mijn wandeling over de bloeiende heide bij de hunebedden in Havelte reed ik door naar het bezoekerscentrum in Sint Jansklooster. Op de stevige wind na was het heerlijk weer, met prachtige wolkenluchten. Daar wilde ik natuurlijk graag van profiteren.

Naast het hoofdgebouw staat een grote vlinderstruik. Ik hoopte daar een koninginnenpage te kunnen fotograferen. Een hele tijd stond ik geduldig te wachten en de struik af te speuren, maar de koninginnenpage liet zich niet zien. Toen ik het aan een medewerkster vroeg, vertelde zij dat de koninginnenpage zich dit jaar nog niet bij de vlinderstruik had laten zien. Gelukkig was er wel genoeg leven te bewonderen. Talloze koolwitjes fladderden rond en ook atalanta’s en distelvlinders waren druk bezig met foerageren.

Ik besloot naar achteren te wandelen, langs de prachtige bloementuin en de idyllische huisjes. Hoewel ik hier al vaak ben geweest, ben ik iedere keer weer aangenaam verrast. De schilderachtige ligging, de sfeervolle huisjes, de rijke natuur en het mooie wandelpad maken dit telkens weer tot een plek waar ik met veel plezier terugkom.

Voordat ik het wandelpad op ging, streek ik eerst neer op het terras voor een cappuccino en een heerlijk stukje taart. Nog voordat ik mijn eerste slok had genomen, raakte ik al in gesprek met andere bezoekers. Dat is misschien wel het voordeel van alleen op pad zijn: je wordt sneller aangesproken. Ik heb me weleens laten vertellen dat dat ook komt door een open houding. 😉

Daarna koos ik als eerste het pad waar ik in 2024 de zeldzame vlinder met de prachtige naam zilveren maan heb gefotografeerd. Veel verwachting had ik niet, want met de harde wind leek de kans op een nieuwe ontmoeting klein. Wandel je met me mee door dit prachtige stukje natuur?

Ik heb volop genoten van de wandeling. De zilveren maan liet zich deze keer niet zien, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door een ontmoeting met de zeldzamere zwarte heidelibel. Ook dat zijn van die onverwachte natuurmomenten die een wandeling bijzonder maken.

Eenmaal terug bij de huisjes nam ik een paadje achterlangs. Daar was ik nog niet eerder geweest. Het was een wat rommelig hoekje, maar juist dat maakte het aantrekkelijk om te fotograferen.

Toen ik weer terug was bij het hoofdgebouw, bleef ik nog een tijd bij de grote vlinderstruik staan om te kijken en te fotograferen. Tot mijn verrassing kwam er een kolibrievlinder aanvliegen die zich tegoed deed aan de nectar van de bloemen. De vlinder vloog zoals gebruikelijk razendsnel van de ene naar de andere bloem, maar lang genoeg om er enkele foto’s van te maken. Leuke weetjes over deze vlinder kun je lezen op de website van Natuurpunt.

Verder trof ik nog een paar heidelibellen aan. In eerste instantie dacht ik dat ik weer enkele van de ‘gewone’ heidelibellen had gefotografeerd, soorten die vaak lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Pas toen ik de foto’s op het beeldscherm bekeek, ontdekte ik dat de heidelibel op de Persicaria (linkerfoto) een Kempense heidelibel was. Tijdens het fotograferen had ik dat niet in de gaten. Deze soort ken ik eigenlijk alleen uit De Weerribben, waardoor ik hem hier niet direct had verwacht. De heidelibel op de rechterfoto blijkt de veel algemenere steenrode heidelibel te zijn.

Vanaf bezoekerscentrum De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats verder naar De Weerribben, maar daarover vertel ik een volgende keer meer.

Bloeiende heide in Havelte en een hazelworm

Mijn man was gisteren op pad met de wandelgroep van de kerk. Onderweg zagen ze op een zandpad een hazelworm liggen. Ze hadden net voldoende tijd om er foto’s en filmpjes van te maken voordat de hazelworm verdween in de vegetatie.

Vanmorgen besloot ik zelf naar de heide bij de hunebedden in Havelte te gaan, in de hoop ook een hazelworm te ontdekken. Door het warme weer staat de heide dit jaar opvallend vroeg in bloei. Zo kon ik ook meteen genieten van de bloeiende heide.

Eenmaal aangekomen op het pad waar een dag eerder de hazelworm was gezien, speurde ik aandachtig de omgeving af. Ondertussen schoof een dreigende lucht steeds dichterbij. Dat beloofde weinig goeds, want een hazelworm ligt juist graag op een zonnig pad om zich op te warmen. Als het zou gaan regenen, kon ik mijn zoektocht eigenlijk wel vergeten.

Gelukkig bleef het bij een paar regendruppels en trok de bui net langs me heen. Onder de bomen vond ik een plekje om te schuilen. Geduldig wachtte ik tot de zon weer doorbrak. Maar toen dat zover was werd het steeds drukker op het pad door joggers en wandelaars. De kans dat een hazelworm zich nog zou laten zien werd alleen maar kleiner.

Na een tijdje hield ik het voor gezien. Ik besloot nog even een zijpad in te slaan om de vroeg bloeiende heide te fotograferen. Van een hazelworm was geen spoor te bekennen. Het enige dat mijn pad kruiste, was een steenrode heidelibel. Ook die mocht natuurlijk even poseren voor de camera.

Ik wandelde weer terug naar beneden en genoot onderweg van het prachtige uitzicht, met onder andere de hunebedden D53 en D54.

Vanwege het mooie weer en de prachtige wolkenluchten besloot ik nog door te rijden naar een volgende locatie. Maar daarover vertel ik een volgende keer meer. Mijn man weet inmiddels dat een fototocht zomaar een hele dag kan duren. Ik vertrok om negen uur ‘s morgens en stapte pas rond vier uur ‘s middags weer thuis binnen. Deze keer hield ik hem via WhatsApp wel op de hoogte van mijn volgende bestemming.

De foto van de hazelworm maakte mijn man met z’n telefoon.

De hazelworm is geen slang en ook geen worm, maar een pootloze hagedis. Het is een van de meest voorkomende reptielen van Europa en ook in Nederland is hij op de zandgronden vrij algemeen. Toch heb ik er, ondanks mijn vele wandelingen in de natuur, nog nooit eentje in het echt gezien.

Groene specht, koevinkje en haas; in onze tuin

Toen ik na de vakantie de foto’s van mijn camera naar de computer overzette, ontdekte ik dat er ook nog een aantal tussen stonden die ik de dag vóór ons vertrek in onze tuin had gemaakt. Die wil ik eerst graag laten zien.

Op een bedauwde ochtend zat voor ons huis een juveniele groene specht. Waarschijnlijk was dit een jong uit een nest op het perceel naast ons huis. De foto maakte ik vanuit de huiskamer, zodat de specht ongestoord zijn gang kon gaan.

Boven een van de terrassen groeien druivenranken. Het belooft een goed druivenjaar te worden. Deze natuurlijke parasol is deze zomer meer dan welkom; hij zorgt niet alleen voor een heerlijke schaduwplek, maar helpt ook om de warmte uit ons huis te houden.

Ook de imposante walnotenboom van pakweg zeven meter hoog biedt volop schaduw. Bovendien lijkt ook dit een uitstekend walnotenjaar te worden: de boom hangt vol met vruchten.

In een van de bloemenborders bloeit wilde marjolein. Deze plant is een geliefde nectarbron voor veel insecten. Vooral het koevinkje is er bijna voortdurend op te vinden, op zoek naar nectar.

Sinds een paar maanden zien we op het perceel naast ons huis regelmatig een haas foerageren. Vanuit onze woonkamer kunnen we hem vrijwel dagelijks bewonderen. Het lijkt erop dat het geen echte angsthaas is, want ik kan zelfs rustig naar buiten gaan om foto’s te maken. Daarbij stel ik me wel zo onopvallend mogelijk op.

Bargerveen, een eerste kennismaking

We verbleven op een camping vlak bij het Bargerveen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat mijn eerste fietstocht naar dit bijzondere natuurgebied zou zijn. Vanaf het moment dat ik het natuurgebied inreed. was ik helemaal verrukt. Het brede fietspad voerde door een uitgestrekt landschap met prachtige vergezichten, waar rust en ruimte de boventoon voerden. Vooral de vele vennen vond ik prachtig. Het spiegelende water, omringd door heide en veen, gaf het landschap een bijna verstilde sfeer.

Ik stapte af bij een groep wilde lupinen. Hun paarse bloemen vormden een prachtig contrast met het groen van de omgeving. Voor mij horen de lupinen helemaal bij Drenthe.

Het Bargerveen ontstond ongeveer 12.000 jaar geleden als hoogveenlandschap. Eeuwenlang werd het gebied gebruikt voor turfwinning en landbouw, waardoor er nog maar weinig van het oorspronkelijke hoogveen overbleef. Sinds de jaren negentig is het gebied echter op grote schaal hersteld. Dankzij deze natuurontwikkeling is het Bargerveen uitgegroeid tot een van de laatste levende hoogveengebieden van Europa.

Mijn fietstocht schoot niet echt op. Om de haverklap zag ik weer iets dat mijn aandacht trok. Zo kwam ik bij een ven waarin een klein hutje half in het water stond. Later las ik dat dit het Huussie van Uneken is.

Dit eenvoudige veenhutje diende vroeger als schuilplek voor boer Uneken uit Weiteveen tijdens het zware werk in het veen. Door de vernatting van het Bargerveen ten behoeve van het hoogveenherstel staat het tegenwoordig midden in het water. Het scheefgezakte hutje is daardoor uitgegroeid tot een fotogeniek en sfeervol symbool van het vroegere veenleven, waar cultuurhistorie en natuur op een bijzondere manier samenkomen.

Een opvallende plant in het Bargerveen is het veenpluis. Deze plant uit de zeggefamilie groeit vooral in natte hoogvenen en moerassen. In juni en juli tooien de witte, pluizige vruchtpluimen het landschap en lijken ze zachtjes boven het veen te zweven. Het is een van de meest kenmerkende planten van het Bargerveen. Natuurlijk ben ik even door mijn knieën gegaan om er een paar foto’s van te maken.

Wordt vervolgd.

De Wielewaal

We zijn weer terug van vakantie. We hebben een heerlijke tijd gehad in Drenthe, aan de rand van het prachtige natuurgebied Bargerveen. Ook het weer werkte volop mee. De komende tijd zal ik regelmatig foto’s laten zien van ons verblijf daar.

Op de eerste ochtend werd ik al vroeg gewekt door het zanggeluid van een wielewaal. De vogel zat in de boomsingel achter onze caravan. Nieuwsgierig sprong ik direct uit bed om deze bijzondere verschijning te zoeken en, als het even kon, op de foto vast te leggen. Ondanks zijn opvallende geel-zwarte verenkleed laat een wielewaal zich echter niet gemakkelijk zien. Tussen het dichte bladerdek was het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg.

Terwijl ik met camera en telelens langs de bomen speurde, kwam ik de eigenaresse van de camping tegen. Ook zij was gewapend met camera en telelens en bleek een enthousiaste vogelfotograaf te zijn. Op het schermpje van haar camera liet ze mij een foto zien van een wielewaal die zijn jongen aan het voeren was. Omdat ze op het terrein woont, heeft zij het voorrecht om de eerste wielewalen van het voorjaar vaak al op haar eigen erf te ontdekken.

De dagen daarna ging ik telkens rond half zeven uit bed en liep ik naar de bosrand waar de wielewalen zich ophielden, in de hoop ze beter te kunnen zien en fotograferen. Af en toe zag ik ze van de ene boom naar de andere vliegen, om vervolgens weer onzichtbaar op te gaan in het bladerdek. Slechts één keer landde een wielewaal op een enigszins open plek. Ik had hooguit vijf seconden om een foto te maken. Helaas bleek de opname niet scherp, maar deze keer ging het mij vooral om de waarneming. Alleen al het horen en het zien van deze prachtige vogel maakte het vroege opstaan meer dan de moeite waard.

Bovenstaande foto maakte ik op 13 juli. Op de derde en vierde ochtend stond ik opnieuw vroeg bij de bosrand, maar tevergeefs. Het wielewaalseizoen liep ten einde.

De wielewaal laat zich vooral in juni horen. Vanaf half juli verstomt zijn karakteristieke zang en verdwijnen de vogels vrijwel ongemerkt uit ons land. De meeste wielewalen vertrekken tussen half juli en eind augustus, al wordt heel af en toe begin september nog een laat exemplaar waargenomen.

De winter brengen ze door in tropisch Afrika, voornamelijk in landen ten zuiden van de evenaar, zoals Tanzania, Kenia en Oeganda. Daar vinden ze volop insecten, hun belangrijkste voedselbron.