Een sluis in de Turfroute

Op een dag kwam ik langs een sluis en een brug wat hier de grens vormt tussen Drenthe en Friesland. Dit is een van de vele sluizen in de Turfroute. Ik besloot een kijkje te nemen bij de sluis. Vroeger als kind heb ik samen met mijn ouders en zusjes een deel van de Turfroute gevaren. Ik zat toen al jong achter het stuur en kan me het passeren van al die sluisjes nog goed herinneren.

De kleine Turfroute van 105 km loopt door zowat heel zuidoost Friesland. De grote vaarroute van 190 km gaat ook door de provincies Drenthe en Overijssel. Op deze site en deze site kun je er alles over lezen. De sluis waar ik stond te fotograferen ligt in de Opsterlandse Compagnonsvaart en is de eerste sluis gerekend vanaf de Drentsche Hoofdvaart. Zie Google Maps.

Het verval bij deze sluis is ongeveer 1.50 meter. De sluis en de brug worden met de hand bediend. Dat heet nostalgie. Kijk maar mee hoe dat in zijn werk gaat…

Bij de bovenstaande serie werd de sluis geschut richting Drenthe, bij onderstaande serie was dat richting Fryslân.

Bedauwde heidelibel en een mug

Op een ochtend was ik rond 6 uur in de ochtend weer in De Weerribben te vinden. Mijn missie was deze keer om een zilveren maan met dauwdruppels te fotograferen…

Deze keer waren er veel muggen. Lastige beesten die ik voortdurend bij mij weg moest slaan. Terwijl ik een heidelibel aan het fotograferen was streek een mug neer op de vleugels.

Ik zoomde wat verder in op de mug.

Na een aantal minuten koos de mug weer het luchtruim. De libel moest eerst wachten totdat ze was opgedroogd.

Helaas heb ik geen zilveren maan met dauwdruppels gezien.

 

 

Kempense heidelibel met dauwdruppels

Op een dag ging ik vroeg in de ochtend naar de Weerribben. De libellensoorten die ik eerder overdag had vastgelegd wilde ik graag nog een keer fotograferen maar dan met dauwdruppels. Die missie is geslaagd. Vandaag is er aandacht voor de Kempense heidelibel.

Hierboven hangt een vrouwtje in alle rust te wachten totdat ze was opgedroogd. Hieronder hangt een ongedurig mannetje, hij wapperde voortdurend met zijn vleugels. Wellicht dat hij op die manier het droogproces wilde bespoedigen.

Kijk verder maar mee naar de diverse Kempense heidelibellen.

 

Toen het zonnetje op de libel ging schijnen kregen de vleugels een prachtige kleur.

 

Heidelibel met dauwdruppels

Op en ochtend was ik rond 6 uur in De Weerribben. Ik wilde graag libellen met dauwdruppels vastleggen. Hoe goed ik ook keek, ik zag geen libellen en juffers hangen. Ik ‘struikelde’ wel over de slakken, ongekend zoveel. Maar daar was ik niet voor gekomen, want dan had ik ook wel in onze tuin kunnen blijven…

Eindelijk ontdekte ik een libel. Het was alsof de libel bestrooid was met kristalsuiker.

Volgens mij was het een steenrode heidelibel, een vrouw.

Het ziet eruit alsof ze naar mij zwaaide. Ze was echter bezig met het droog poetsen van haar koppie.

Het zou niet lang meer duren totdat ze beschenen werd door de opkomende zon. Vanaf dat moment zou ze snel opdrogen en kon ze het luchtruim kiezen.

Even later zag ik een andere heidelibel hangen. Vanwege de volledige zwarte poten determineer ik deze als bloedrode heidelibel, een man.

Kempense heidelibel, man

De Kempense heidelibel is ongetwijfeld een van de mooiste heidelibellen. De mannetjes zijn prachtig diep rood gekleurd dat overloopt naar oranje. De vrouwtjes zijn oranje overlopend in geel. Vandaag komt de man in beeld. In de vorige post liet ik de vrouw zien. De vrouwtjes blijven langer zitten en zijn zo beter vast te leggen. De mannetjes zijn veel ongeduriger. Dat vergt dus meer geduld.

De Kempense heidelibel is beduidend kleiner dan de andere heidelibellen en daardoor in vlucht goed te onderscheiden van de andere heidelibellen. Je kunt de soort ook goed herkennen aan de druppelvormige vlekjes op de zijkant van het achterlijf.

Het is een zeer zeldzame soort die in Nederland tot 2012 alleen op enkele locaties in het zuiden van Noord-Brabant gevonden kan worden. Ze zijn jaren lang alleen gezien bij De Plateaux (onder Valkenswaard) en de Ringselvennen bij Budel-Dorpplein. Op deze plekken lijken de aantallen vrij drastisch achteruit te hollen waardoor het onzeker leek of de soort in Nederland te vinden bleef.

In 2012 werd er totaal onverwachts een Kempense heidelibel gezien bij Zwolle en in 2013 is er een spectaculaire nieuwe populatie in de Weerribben ontdekt. Een totaal onverwachts habitat omdat de soort bekend staat om zijn voorkeur voor fluctuerend waterpeil. Ze komen namelijk vooral in de alpen en in visvijvers voor waar er zomers water staat, maar het in de winter droog valt. De hoop is dat deze nieuwe locatie levensvatbaar blijkt.

Ze vliegen voornamelijk in augustus. Bron is deze site.

Kempense heidelibel, vrouw

De Kempense heidelibel is ongetwijfeld een van de mooiste heidelibellen. De mannetjes zijn prachtig diep rood gekleurd dat overloopt naar oranje. De vrouwtjes zijn oranje overlopend in geel. Vandaag zet ik de vrouw in het zonnetje…

De Kempense heidelibel is beduidend kleiner dan de andere heidelibellen en daardoor in vlucht goed te onderscheiden van de andere heidelibellen. Je kunt de soort ook goed herkennen aan de druppelvormige vlekjes op de zijkant van het achterlijf. Het is net alsof de druppeltjes op het lijfje zijn geplakt en daar overheen een hoogglans laklaagje is aangebracht…

Het is een zeer zeldzame soort die in Nederland tot 2012 alleen op enkele locaties in het zuiden van Noord-Brabant gevonden kan worden. Ze zijn jaren lang alleen gezien bij De Plateaux (onder Valkenswaard) en de Ringselvennen bij Budel-Dorpplein. Op deze plekken lijken de aantallen vrij drastisch achteruit te hollen waardoor het onzeker leek of de soort in Nederland te vinden bleef.

In 2012 werd er totaal onverwachts een Kempense heidelibel gezien bij Zwolle en in 2013 is er een spectaculaire nieuwe populatie in de Weerribben ontdekt. Een totaal onverwachts habitat omdat de soort bekend staat om zijn voorkeur voor fluctuerend waterpeil. Ze komen namelijk vooral in de alpen en in visvijvers voor waar er zomers water staat, maar het in de winter droog valt. De hoop is dat deze nieuwe locatie levensvatbaar blijkt.

Ze vliegen voornamelijk in augustus. Bron is deze site.

En ten slotte nog één met tegenlicht.

Vuurlibel

In de Weerribben fotografeerde ik de vuurlibel. Het is een prachtige en opvallende libel. De libel laat zich niet zo eenvoudig vastleggen, zo is mijn ervaring.

De mannetjes zijn bijna totaal helder rood: een rood lichaam, donkerrode poten en zelfs rode ogen. Alleen de vleugelbasis is geel en soms is er nog wat blauw te zien aan de onderkant van het oog. De vrouwtjes zijn geelbruin en zijn herkenbaar aan weinig tekening op het lichaam en dezelfde gele vleugelbasis.

De vuurlibel is een zuidelijke soort die zich vanwege het warmere weer steeds beter in Nederland weet te handhaven. Inmiddels is de soort niet meer echt zeldzaam. Ze komen voor in stilstaand, zonnig water en zijn niet erg kritisch.

De grootste aantallen worden gezien in juni en juli. Bron is deze site.

 

Libellen in de Weerribben

De mooiste manier om de Weerribben te ontdekken is vanaf het water. Deze mensen haalden hun kano’s van het imperial van de auto en begonnen aan hun tocht door de Weerribben.

Bij het gebrek aan een kano ging ik te voet. Ik was op zoek naar de grote vuurvlinder, maar die heb ik tot op heden nog niet gezien. Ik zag en fotografeerde wel meerder libellen.

Viervlek.

Steenrode heidelibel, man.

Steenrode heidelibel, vrouw.

De libel op onderstaande foto maakte ik een dag eerder in het Fochteloërveen. Ik ben lang bezig geweest met het determineren. Ik denk dat het gaat om de zeldzamere bruine korenbout. Wie het zeker weet mag het corrigeren. Ik zal het ook nog even voorleggen aan Waarneming.nl.