Geelgors in Drenthe

Wie door het Drentse landschap wandelt of fietst, hoort het soms ineens: het heldere, bijna muzikale riedeltje van de geelgors. Voor mij is de geelgors onlosmakelijk verbonden met een verblijf in Drenthe. Telkens als ik hier ben, geniet ik van zijn herkenbare zang. Bij ons in de Kop van Overijssel heb ik ze nog nooit gehoord of gezien.

Drenthe is gebouwd op zand. Dat zie je terug in de lichte hoogteverschillen, de oude houtwallen, singels en kleine akkers die als een mozaïek door het landschap lopen. Tussen deze structuren liggen heidevelden, ruige bermen en overgangszones waar veen, heide en landbouwgebied elkaar raken. Het is precies het soort halfopen landschap waarin de geelgors zich thuis voelt: voldoende open ruimte om zijn zang te laten horen, genoeg beschutting om te schuilen en volop voedsel in de wat ruigere, rommelige randen van het landschap.

In mijn woonomgeving in de Kop van Overijssel is de wereld heel anders. Hier domineren moeras, rietlanden en open water. De Weerribben-Wieden is een paradijs voor roerdompen, libellen en purperreigers, maar voor de geelgors is het landschap simpelweg te nat en te open en biedt het te weinig variatie. Alleen langs de randen, waar de zandgronden voorzichtig terrein winnen, duikt de geelgors soms op. Maar echte populaties, zoals je die in Drenthe vindt, ontstaan hier nauwelijks.

De zang van de geelgors wordt vaak vergeleken met de beroemde openingstonen van Beethovens Vijfde Symfonie: het herkenbare kort-kort-kort-lang-motief. Veel vogelaars herkennen de zang dan ook meteen. Niet voor niets heeft de geelgors de bijnaam ‘Beethoven-vogeltje’ gekregen.

Op dat moment had ik geluk dat de geelgors ging opvliegen en kon ik dat per ongeluk op foto vastleggen.

Van Gogh Huis Drenthe

Tijdens mijn vakantie in Drenthe ben ik op bezoek geweest bij kennissen die ik door het bloggen heb leren kennen. Het was fijn om elkaar weer te zien en bij te praten. Deze Boerin houdt van haar koeien blogde over allerlei gebeurtenissen die zich op hun boerderij voordeden. Naast de mooie foto’s van hun veestapel deelde ze ook mooie beelden van flora en fauna, hun plasdrasgebied, indrukwekkende wolkenluchten en bijzondere weersverschijnselen.

Na mijn bezoek reed ik via een omweg richting de camping. Onderweg stopte ik een paar keer om foto’s te maken. Op een gegeven moment passeerde ik een bordje van de fietsroute ‘Vincent’s Dagtocht’. Toen besefte ik dat ik door mijn omzwerving in de buurt van Nieuw-Amsterdam was beland. Nieuw-Amsterdam is het dorp waar Vincent van Gogh van 11 september tot 4 december 1883 verbleef.

Ik was toch al van plan om het museum tijdens deze vakantie te bezoeken, dus besloot ik er meteen naartoe te rijden. Eenmaal binnen maakte ik gebruik van een toegangskaartje waarbij ook een cappuccino met iets lekkers was inbegrepen.

Vincent van Gogh arriveerde op 11 september 1883 per trein in Hoogeveen. Daar verbleef hij enkele weken in het logement van Albertus Hartsuiker. Vervolgens reisde hij per trekschuit naar Nieuw-Amsterdam/Veenoord, waar hij zijn intrek nam in het logement van Hendrik Scholte, het huidige Van Gogh Huis Drenthe.

Tijdens zijn verblijf in Drenthe werkte Van Gogh intensief. Hij tekende en schilderde, maakte lange tochten door het veengebied en schreef veel brieven aan zijn broer Theo. Het Drentse landschap maakte diepe indruk op hem: de uitgestrekte turfvelden, de armoede, de eenzaamheid en het ruige landschap van Zuidoost-Drenthe.

Veel van zijn vroege, donkere werk ontstond in deze periode. Naarmate het weer slechter werd, raakte zijn geld op en begon de eenzaamheid hem steeds zwaarder te vallen. Op 4 december 1883 vertrok hij te voet naar Hoogeveen, vanwaar hij verder reisde naar zijn ouders in Nuenen.

Hoewel zijn verblijf in Drenthe slechts enkele maanden duurde, vormde het een belangrijk keerpunt in zijn ontwikkeling als kunstenaar. Hier vond hij het ruige boerenleven dat hij zo graag wilde vastleggen en experimenteerde hij met onderwerpen en technieken die later een belangrijke rol in zijn werk zouden spelen.

In het museum werd ik hartelijk ontvangen door de vrijwilligers, die als gidsen veel konden vertellen over het korte verblijf van Vincent van Gogh in Drenthe.

Op de benedenverdieping kwam ik eerst langs een aantal silhouetten van mensen die dicht bij Vincent stonden. Zij vertellen ieder vanuit hun eigen perspectief over zijn leven en werk.

Vervolgens kwam ik in een ruimte die vroeger het cafédeel van het logement was. Aan het plafond hangen de brieven die Vincent aan zijn broer Theo schreef. We hebben het aan de vrouw van Theo, Johanna van Gogh-Bonger, te danken dat deze brieven bewaard zijn gebleven. Zij zag het belang van Vincents werk en zorgde ervoor dat zijn brieven en schilderijen na zijn overlijden zorgvuldig werden bewaard en onder de aandacht van een groter publiek kwamen.

Op de bovenverdieping, waar vroeger de kamer van Vincent was, bekeken en beluisterden we een prachtige expositie. De combinatie van beeld en geluid bracht het verhaal van zijn verblijf in Drenthe op een bijzondere manier tot leven.

Daarna gingen we onder begeleiding van de gids naar de kamer waar Vincent destijds verbleef. Een deel van de inrichting en verschillende elementen zijn bewaard gebleven, andere zijn zorgvuldig nagemaakt naar het voorbeeld van die tijd.

Van Gogh schreef aan zijn broer Theo over het uitzicht vanuit zijn kamer : “Ik heb nu een redelijk grote kamer waar een kachel staat, en waar toevallig een klein balkonnetje is. Van daaruit kan ik zelfs de heide met de hutten zien. Ik kijk ook uit op een heel merkwaardige ophaalbrug.” In de brief maakte hij een schets van de brug, die later de aquarel Ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam werd.

Een verjaardagsuitje

Gisteren vierden we de verjaardag van mijn fotomaatje Jan, die er in de afgelopen week weer een kruisje bij mocht zetten. Na de koffie met wat lekkers stapten Aafje, Jan en ik in de auto en koersten we naar het noorden van Fryslân. Het was tenslotte Jans feestje, dus hij mocht bepalen waar we naartoe gingen. Onze eerste bestemming was de pier van Holwerd, waar de veerdienst naar het Waddeneiland Ameland vertrekt. Een mooie plek om onze dag te beginnen.

De volgende fotoserie is van het Tempeltje van Ids en de SeedyksterToer. Ook maakten we foto’s van het monument ter herinnering aan de Redding van de Dobbepaarden. Op dat moment vloog er een AWACS-vliegtuig over, ook die konden we mooi meepakken.

Op weg naar onze volgende bestemming sloeg ik te vroeg rechtsaf, waardoor we op een een landweggetje terecht kwamen met daarnaast een bloemenakker. Er stonden bloemen zover het oog reikte! Soms brengen verkeerde afslagen je op de mooiste plekken.

Onze laatste stop was op de Waddendijk ten oosten van Wierum. We troffen het deze dag geweldig met het weer. De afwisseling van zon en prachtige wolkenluchten maakte het feest compleet.

Jan en Aafje, bedankt voor deze mooie en gezellige dag. Het was weer een feestje om samen op pad te zijn!

Gevleugelde vrienden in Bargerveen

Vandaag neem ik jullie weer even mee naar het prachtige en zonnige Bargerveen. Een bijzondere plek waar je volop kunt genieten van de rust, de natuur en het mooie landschap.

Tijdens zo’n heerlijk genietmoment tijdens mijn fietstocht hoorde ik ineens de zang van een rietgors. Deze vogel komt ook in de Kop van Overijssel veel voor. Niet zo verwonderlijk, want in onze contreien is er volop riet te vinden. Toch had ik niet verwacht de rietgors zo snel in het Bargerveen tegen te komen. Na een tijdje geduldig wachten en turen, kreeg ik de vogel uiteindelijk in het vizier. De eerste foto kon ik maken met de zon in de rug, wat natuurlijk ideaal is. De tweede foto was met tegenlicht; altijd een uitdaging. Pas later, toen ik de foto’s op de computer bekeek, ontdekte ik een leuke verrassing: ik had zowel het mannetje én het vrouwtje samen op de foto!

Even verderop kon ik een KBV’tje fotograferen. Op dat moment gaf de Merlin-app aan dat het om een zwartkop ging. Het zal wel, dacht ik. Pas thuis, toen ik de foto’s op de computer bekeek, kon ik met behulp van ObsIdentify dit vogeltje met de bruine kop determineren als een zwartkop. Een zwartkop met een bruine kop, had ik nog niet eerder van gehoord. Op de website van de Vogelbescherming leerde ik dat een vrouwtje zwartkop een bruine kop heeft en dat alleen het mannetje de kenmerkende zwarte kopkap heeft.

Tussen de takken in de omgeving van het Het Huussie van Uneken scharrelde een boompieper.

In de kale takken aan de rechterkant van dit ven zaten een aantal vogels. Het voordeel was dat ze zich niet tussen de bladeren konden verstoppen, waardoor ik ze goed kon zien. Het nadeel was dat ze behoorlijk ver weg zaten.

Pas toen ik de foto’s thuis op de computer bekeek, zag ik dat het vogeltje op de eerste foto een gekraagde roodstaart was. Die had ik ter plekke, door de zoeker van mijn camera, niet herkend. Het kenmerkende ‘boevenmasker’ van de grauwe klauwier op de andere foto’s herkende ik wel meteen.

Toen ik op een ander moment met de auto over de Verlengde Scheperweg reed, zag ik een grauwe klauwier zitten. Vanuit de auto kon ik deze foto’s maken.

Volksfeest in Nieuw-Schoonebeek

Nieuw-Schoonebeek is een klein ontginningsdorp in het uiterste zuidoosten van Drenthe, direct aan de Duitse grens. Het dorp ontstond aan het begin van de 19e eeuw, toen Duitse boeren uit het Münsterland zich hier vestigden op de uitgestrekte veengronden. Daardoor groeide ook Nieuw-Schoonebeek uit tot een katholieke enclave in een overwegend protestantse omgeving.

Eeuwenlang lag hier een uitgestrekt, woest gebied van heide en veen. Boeren uit Schoonebeek en later de kolonisten uit het Münsterland moesten het land stap voor stap ontginnen en geschikt maken voor de landbouw. Ook het afbranden van de heide hoorde bij deze manier van werken. Door de vegetatie te verbranden kwam de grond vrij en kon er, vooral op de vruchtbare aslaag, boekweit worden gezaaid. Het branden was daarmee een snelle manier om de woeste grond tijdelijk geschikt te maken voor landbouw.

Het Volksfeest in Nieuw-Schoonebeek is een vijfjaarlijks dorpsfeest waarbij het hele dorp samenkomt. Maandenlang wordt er door jong en oud gewerkt aan prachtige praalwagens, kleurrijke straatversieringen en een indrukwekkende lichtroute. Tijdens de feestweek trekken tientallen wagens door het dorp, is er muziek in de feesttent, staat de kermis klaar en zijn er allerlei activiteiten voor jong en oud.

Het feest bestaat al sinds 1920 en is inmiddels uitgegroeid tot een mooie traditie die de saamhorigheid in het dorp goed zichtbaar maakt. Ook kinderen worden al vroeg bij het feest betrokken. Ze leren van jongs af aan hoe je samen een eigen praalwagen bouwt en versiert. Zo wordt de traditie van generatie op generatie doorgegeven.

Het dorp ligt in het beekdal van het Schoonebekerdiep, met een langgerekte lintbebouwing langs de Europaweg. Rondom liggen weidegebieden, akkers en kleine bospercelen en ten noorden ligt het natuurgebied Bargerveen.

De lange Europaweg is voor het Volksfeest opgedeeld in verschillende thema’s. Al fietsend kom je daardoor steeds weer in een andere sfeer terecht. Je kunt goed zien hoeveel aandacht en creativiteit er in de versieringen is gestoken. Bijna om de tien meter stond er wel weer een bijzondere creatie.

De praalwagens van de optocht bleven de rest van het weekend nog opgesteld in de tuinen langs de Europaweg. Zo konden bezoekers ze op hun gemak nog eens bekijken. Ik heb lang niet alle praalwagens gezien, maar voor mij was er één absolute winnaar: het Insectenhotel. Wat een prachtig en creatief bouwwerk!

We konden niet naar de optocht in Nieuw-Schoonebeek. We waren namelijk dat weekend thuis vanwege een groot feest: onze dochter vierde haar dertigste verjaardag. Dat vierde ze groots in een horecagelegenheid, waarbij ze ook vierde dat ze haar master tot Verpleegkundig Specialist had gehaald.

De gasten mochten verkleed komen met als thema: Dressed for the wrong occasion. Prachtig om te zien hoe iedereen zijn best had gedaan. Mijn zusje, links achter mij, ziet er misschien niet verkleed uit, maar ze droeg haar trouwjurk uit 1999. Ze past haar nog steeds, of beter gezegd: ze past haar weer opnieuw. 🙂

Natuurlijk liet ik deze gelegenheid niet voorbijgaan en ging ik als vogelaar. Op het feest zag ik heel wat vreemde vogels rondlopen, maar geen van allen kon ik terugvinden in mijn vogelgids. 😂

Roodborsttapuit

Toen ik voor de eerste keer over de Verlengde Scheperweg fietste, zag ik op het hek naast de weg een roodborsttapuit zitten. Ik stapte af, pakte mijn camera met telelens uit de fietstas en maakte een paar foto’s. Wonderwel bleef het vogeltje rustig zitten.

De andere keren zag ik opnieuw een roodborsttapuit op hetzelfde hek zitten, maar dit keer een stukje verderop.

Bij de ingang van het Bargerveen zag ik een paar weken later een klein vogeltje rondvliegen. In eerste instantie vermoedde ik dat het om een vrouwtje van de roodborsttapuit ging. Eenmaal thuis, toen ik de foto’s op mijn computer bekeek, ontdekte ik dat het een juveniele roodborsttapuit was.

Een huis uit 1668

Ruim een week geleden gingen Jan en ik weer samen op stap. Door mijn vakantie was het alweer een tijdje geleden dat we elkaar hadden gezien, dus bij Jan en Aafje thuis hadden we eerst genoeg bij te praten. Onder het genot van een kop koffie namen we de tijd om weer even helemaal bij te praten.

Daarna gingen we op pad. Jan op de Joiny en ik op de e-bike. We waren Drachten nog maar net uit toen Jan voorstelde om een doodlopende weg in te rijden. Daar staat namelijk een bijzonder huis dat hij me wilde laten zien. Het is het oudste huis van de gemeente Smallingerland, gebouwd in 1668. Het huis ligt verscholen tussen de bomen en vanaf de weg kun je eigenlijk geen betere foto maken dan de onderstaande.

We hadden geluk: de eigenaar zag ons fotograferen en kwam naar ons toe. Het bleek een bijzonder aardige man te zijn, die ons meteen uitnodigde om een kijkje in de tuin te nemen.

Tijdens onze rondgang door de tuin zagen we de linde die eveneens uit 1668 stamt. De boom heeft niet meer zijn oorspronkelijke hoogte, maar heeft wel min of meer zijn omvang behouden. De stam is inmiddels volledig uitgehold en wordt met een sjorband bij elkaar gehouden.

Aan het huis was niet één lijn recht, maar juist dat gaf het zijn charme.

Na onze rondgang door de tuin nodigde de eigenaar ons uit om ook binnen een kijkje te nemen. De eigenaar is het huis momenteel aan het renoveren, waarbij hij zoveel mogelijk van de originele elementen wil behouden. Juist die oude details geven het huis zijn bijzondere karakter en laten iets zien van de lange geschiedenis ervan.

Voor het uitgebreide en mooie verhaal over deze bijzondere ontmoeting en dit bijzondere huis verwijs ik graag naar het weblog van Jan. Hij vertelt er meer over in dit bericht en dit bericht. Op de website van de Histoaryske Feriening De Pein (Historische Vereninging Opeinde) vond ik nog een mooi stukje geschiedenis beschreven over dit huis.

Fietstocht naar Barger-Compascuum en naar Zwartemeer

Tijdens onze vakantie in Drenthe maakten we samen verschillende fietstochten. Een daarvan voerde ons door een prachtig en afwisselend landschap in de richting van Barger-Compascuum.

Het was warm en de koeien zochten verkoeling onder de bomen. Ik maak tijdens het fietsen ook weleens een foto, zodat we niet voor iedere mooie plek hoeven af te stappen.

We kwamen uiteindelijk uit bij het Veenmuseum. Tot onze verrassing bleek het museum gesloten te zijn vanwege een faillissement. Dat hadden we vooraf niet meegekregen. Jammer, want we hadden het museum graag bezocht. Gelukkig is er hoop op een doorstart. Het museum hoopt in 2027 de deuren weer te kunnen openen. Meer hierover is te lezen op de website van RTV Drenthe.

Een paar dagen later maakten we een fietstocht rond het nabijgelegen dorp Zwartemeer. Zwartemeer is een veenkolonie aan de rand van het Bargerveen, ontstaan rond het inmiddels verdwenen hoogveenmeer Zwarte Meer.

Het dorp heeft een bijzondere geschiedenis. Het vormt van oudsher een katholieke enclave in het verder overwegend protestantse Drenthe. Veel van de eerste kolonisten waren afkomstig uit katholieke gebieden in het Duitse Hannover, net over de grens. Dat verleden is nog altijd zichtbaar: een groot deel van de huidige bevolking heeft een katholieke achtergrond en in het dorp komen opvallend veel Duitse achternamen voor.

Graanvelden, graanoogst en dreigende luchten

In de omgeving van onze camping, aan de rand van het Bargerveen, zagen we verschillende grote percelen met graan. Ik vind het altijd een prachtig gezicht: die goudgele velden, die mooi afsteken tegen een helderblauwe lucht, maar minstens zo sfeervol zijn onder een dreigend wolkendek.

Dit jaar werd het graan duidelijk eerder geoogst dan normaal. Door de zeer warme zomer kwam de graanoogst ongewoon vroeg op gang.

Tijdens een fietstocht had ik al gezien dat op een perceel in de buurt van de camping werd geoogst. Toen we even later weer op de camping waren, zag ik een dreigende lucht aankomen. Dat kon ik natuurlijk niet laten lopen! Ik stapte opnieuw op de fiets om een fotoserie te maken van de graanoogst, met die indrukwekkende, donkere luchten als decor.

Een paar dagen later zag ik de strobalen verspreid over de akkers liggen. Op sommige percelen waren ze inmiddels al opgestapeld, klaar om opgehaald te worden.

In die weken stond er regelmatig ergens in Drenthe een graanakker in brand. Door de extreme droogte waren zowel akkerbouwers als de brandweer extra alert op het risico van brand. De brandweer had de handen vol aan de vele akkerbranden. Zie de website van RTV Drenthe.

Ook in onze gemeente waren er meerdere branden op graanakkers. In beide gevallen bleek een landbouwvoertuig de oorzaak te zijn. Met de kurkdroge omstandigheden kan een klein vonkje al grote gevolgen hebben. Die berichten zijn hier en hier te lezen.

Vandaag is er duidelijk sprake van een weersomslag. Na de tropische dagen is de temperatuur flink gedaald en vannacht én vanochtend hebben we eindelijk weer eens wat regen gehad. Wat is de natuur aan regen toe! Toch betekent een paar flinke buien niet meteen dat de droogte voorbij is. Rijkswaterstaat verwacht dat de lage rivierafvoeren en waterstanden tot in december kunnen aanhouden, zelfs wanneer het weer omslaat naar een natter patroon. Zie deze website van Rijkswaterstaat.

Op de heide met een verspieder

Gisteravond stelde mijn man voor om vanochtend vroeg samen naar de heide bij de hunebedden te gaan. Hij hoopte dat we daar de hazelworm opnieuw zouden zien. De vorige keer had hij er tijdens een wandeling met de wandelgroep een gezien, terwijl ik op zoek naar hetzelfde reptiel helaas zonder resultaat naar huis ging. Misschien zouden we samen meer geluk hebben als we er vroeg bij waren. Ik schreef daarover in dit bericht.

We namen het pad omhoog. Halverwege hoorde en zag ik een groepje vogels overvliegen. Eén van de vogels streek neer in een boom, waardoor ik de kans kreeg om hem op de foto te zetten. Het bleek een boompieper te zijn.

Eenmaal aangekomen op de plek waar mijn man de vorige keer de hazelworm had gezien, ging hij als een echte verspieder voor mij uit. We speurden het pad en de bermen zorgvuldig af, maar helaas bleef de hazelworm deze keer uit beeld. Het enige wat we zagen, was een klein hagedisje dat razendsnel het pad overstak. Die was ons in ieder geval te snel af!

We wandelden langs verschillende bomkraters, stille herinneringen aan het oorlogsverleden van dit gebied. Eén van de kraters was gevuld met water. Het verbaasde me eerlijk gezegd dat daar, ondanks de aanhoudende droogte, nog steeds water in stond.

Op de Havelterberg lag in de Tweede Wereldoorlog een Duits vliegveld, officieel Fliegerhorst Havelte. Tussen 1942 en 1945 veranderden de Duitsers een uitgestrekt heide- en bosgebied in een groot militair luchtmachtcomplex. Het vliegveld was strategisch gelegen en werd onder meer gebruikt om geallieerde bommenwerpers te onderscheppen die richting Bremen en Hamburg vlogen.

Dat er nog altijd sporen van die oorlog in het gebied aanwezig zijn, bleek uit een informatiebord. Daarop stond dat delen van het Holtingerveld in augustus worden afgesloten vanwege de ruiming van vier grote bommen uit de Tweede Wereldoorlog. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) zal deze bommen eind augustus onschadelijk maken.

De ruiming maakt deel uit van een groter natuurherstelproject. In het gebied wordt gewerkt aan de uitbreiding van heischrale graslanden. Daarvoor worden onder andere boomstronken en strooisel verwijderd. Voordat er met dit graafwerk kan worden begonnen, moet de bodem eerst volledig veilig zijn. Zo komen hier twee verhalen samen: het oorlogsverleden van de Havelterberg en de zorg voor de natuur van nu. Je kunt er meer over lezen op de website van KWS OCE en op de website van Zuidwest-Drenthe.

We kwamen uit op dit zandpad. Gedeeltes van het heideveld zijn afgezet met een verplaatsbaar hekwerk om de schaapskudde binnen het begrazingsgebied te houden. Persoonlijk vind ik het er daardoor niet mooier op worden. De natuur trekt zich daar gelukkig weinig van aan. De heidelibellen, zoals deze bruinrode heidelibel, maakten dankbaar gebruik van de omheining als uitkijkpost.

Even verderop dartelden twee kleine vlinders door de lucht. Gelukkig streek er eentje neer op het zandpad. Het bleek een kleine vuurvlinder te zijn. Heel voorzichtig kwam ik dichterbij, zodat ik hem niet zou verstoren. Hij bleef gelukkig rustig zitten en zo kon ik onderstaande foto’s maken. De foto’s van de boompieper, de libel en de kleine vuurvlinder zijn gemaakt met mijn Canon-objectief 70-200 mm.

Toen we weer terug liepen naar de hunebedden zagen we een kleine oldtimer staan. Toen we even later een bruidegom met een bruidsboeket en een fotografe zagen, hadden we al snel door dat hier een fotoshoot zou plaatsvinden. Nu was het alleen nog wachten op de bruid. Dat hebben we maar niet afgewacht. 😉 Ik benijd het bruidspaar eerlijk gezegd niet om juist op zo’n snikhete dag te trouwen. Een mooie trouwdag is natuurlijk fijn, maar een beetje minder warmte lijkt me voor zo’n gelegenheid toch wel prettig!