Op woensdag 12 augustus waren we in de ban van de eclips, eigenlijk al dagen daarvoor. Volgens mij is er nog niet eerder zoveel aandacht besteed aan een zonsverduistering als dit jaar. Ik vraag me af hoe dat in 2081 zal zijn, wanneer er weer een zonsverduistering van betekenis te zien is.
Er werd ons vooraf precies verteld wat we wel en vooral níét moesten doen. In 1999 mochten we nog door een gaatje in een cd kijken om de zonsverduistering te volgen. Dit jaar was dat absoluut uit den boze. Alleen met een speciale eclipsbril of een lasbril met de juiste, donkerste beschermingsgraad mochten we naar de zon kijken.
Ik kon mijn eclipsbrillen van de vorige keer nergens meer vinden. Gelukkig kon ik nog net op tijd nieuwe exemplaren bestellen, en gelukkig ook nog voor een normale prijs. Op woensdagmiddag werden ze bezorgd. Net op tijd, want de eclips stond al bijna voor de deur!
De eclips zou vanuit onze achtertuin goed te volgen zijn. Onze dochter kwam bij ons langs om samen de zonsverduistering te bekijken. Dat maakte het natuurlijk extra gezellig. Ik was bovendien net op tijd terug van de kapper. Dat kwam mooi uit, want de foto’s die met de mobiele telefoon zijn gemaakt, moesten natuurlijk wel een beetje toonbaar zijn. 😉
Helaas was ik te laat met het aanschaffen van een geschikt filter voor mijn fotocamera. Het zij zo. Gelukkig lukte het om een eclipsbril voor de lens van mijn mobiel te houden en zo toch een foto van de zon te maken. Op de foto is te zien dat er een klein hapje uit de zon is genomen.
Toen de eclips voorbij was, heb ik nog een foto gemaakt met mijn spiegelreflexcamera van de ondergaande zon die door de vlinderstruik scheen.
En de eclipsbrillen? Die mogen onze kinderen erven. Voor de volgende eclips in 2081 zijn ze alvast op tijd en goed voorbereid!
In dit bericht schreef ik over het Bargerveen, een natuurgebied dat stap voor stap weer aan de natuur werd teruggegeven. Het was en is nog steeds een omvangrijk natuurherstelproject. Rond 2000 werd een 13 kilometer lange zandleemkade aangelegd. Deze kade vormt een scheiding tussen het natuurgebied en de omliggende landbouwgronden en zorgt ervoor dat het water in het Bargerveen wordt vastgehouden en niet wegstroomt. Hierdoor kreeg het veenmos weer de kans om te groeien en kon zich opnieuw levend hoogveen ontwikkelen.
Dankzij het natuurherstel behoort het Bargerveen tegenwoordig weer tot de soortenrijkste natuurgebieden van Nederland. Het uitgestrekte hoogveen biedt een leefgebied aan een indrukwekkende verscheidenheid aan planten en dieren. Inmiddels zijn er ruim 300 vogelsoorten waargenomen, waaronder bijzondere broedvogels als de blauwe kiekendief, de grauwe klauwier en de nachtzwaluw.
Ook voor insecten is het Bargerveen van grote betekenis. Zo komen er ongeveer 40 soorten libellen, 30 soorten dagvlinders en bijna 900 soorten nachtvlinders voor. De grote variatie aan soorten laat goed zien hoe waardevol het herstel van het hoogveen voor de natuur is.
Omdat het water via diepere bodemlagen alsnog wegzakte, werden langs de randen van het Bargerveen bufferzones aangelegd met een hoger grondwaterpeil. Aan de zuidkant wordt nog steeds gewerkt aan de aanleg van nieuwe bufferzones. zie hiervoor de website van de provincie Drenthe. Deze bufferzones helpen om het veenpakket stabiel en nat te houden en vormen tegelijkertijd ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe natuur.
Zo ontstaan er onder andere rietvelden en geschikte leefgebieden voor bijzondere soorten, zoals de grauwe klauwier. Te zien op onderstaande foto’s waarbij de grauwe klauwier hoog in de boom zat.
Op de natte veengronden groeien verschillende zeldzame planten. Zo vind je er de insectenetende lange zonnedauw, addertong en diverse soorten orchideeën. Ook voor reptielen is het Bargerveen een geschikt leefgebied. De adder en de levendbarende hagedis komen hier bijvoorbeeld voor.
In mijn vorige bericht schreef ik over de keren dat ik rond half zeven ’s ochtends mijn bed uitging om vogels te fotograferen naast de camping. Het lukte me toen om een wielewaal te fotograferen.
De dagen daarna stond ik opnieuw vroeg op. Op een ochtend was het een beetje mistig. Niet bepaald ideaal om vogels te fotograferen. Maar omdat ik toch al uit bed was, pakte ik mijn camera en telelens en liep naar de bosrand buiten de camping. Misschien zou de zon snel doorbreken en zou de mist verdwijnen.
De eerste vogel die zich in de mist liet zien, was een zanglijster. Terwijl ik hem fotografeerde, scharrelde hij tussen de bladeren en wist daar een lekker hapje vandaan te vissen.
Op een kale tak aan de overkant van de sloot zat een KBV’tje mooi te poseren. Ik kon er meerdere foto’s van maken. Pas thuis, op de computer, kon ik de vogel met behulp van ObsIdentify op naam brengen: het bleek een grauwe vliegenvanger te zijn. Ik was erg blij met deze waarneming. De grauwe vliegenvanger staat namelijk op de Rode Lijst en is aangemerkt als ‘gevoelig’.
Terwijl ik vooral hoog in de bomen speurde naar een teken van de wielewaal, landde er plotseling een groene specht op ooghoogte op een boomstam, vlak voor me. Het bleek een juveniel te zijn. Misschien was hij daardoor wat minder schuw, want ik stond daar toch behoorlijk open en bloot met mijn camera te fotograferen. Even later vloog de specht naar de grond, waar hij rustig ging foerageren.
De zon verdreef de mist steeds verder en daarmee veranderden ook meteen de kleuren van het landschap. Een toch al kleurrijk roodborstje werd prachtig beschenen door de warme ochtendzon.
Ook een waterhoen trok zich niets aan van mijn aanwezigheid. Het stapte rustig over de takken die onder het wateroppervlak lagen, steeds verder in mijn richting, terwijl het ondertussen aan het foerageren was. In de beschutting van de begroeiing langs de oever zwom het jong.
Tot slot nog een foto van de locatie waar ik meerdere ochtenden heb staan fotograferen. Ik liep door het hek en bleef op het pad langs het maisveld staan. ‘s Ochtens had ik dan de zon in de rug en een mooi uitzicht op de bosrand.
We hebben tijdens onze kampeervakantie genoten van prachtig zomers weer. Soms was het te warm, maar gelukkig konden we op die momenten uitwijken naar de boomsingel achter onze caravan. Die was er speciaal voor ontworpen.
De camping wordt enorm gewaardeerd en dat lees je terug in de reviews. Uit eigen ervaring weten we dat daar geen woord van gelogen is. Alles klopt hier gewoon. De sfeer is gemoedelijk, de omgeving is prachtig en vooral de drie generaties campingbeheerders maken het verblijf bijzonder. Ze staan altijd voor je klaar en zijn hartelijk, gezellig en tegelijkertijd laagdrempelig aanwezig. Je voelt je hier al snel welkom.
Op een avond hadden de beheerders een gezellige koffieavond georganiseerd bij de jeu-de-boulesbaan. Er was koffie, thee met iets lekkers erbij en natuurlijk was er alle gelegenheid om gezellig met elkaar te kletsen. Het was zo’n sfeervolle avond die precies past bij deze camping.
Wat ook meteen opvalt, is het grote aantal vaste gasten. Veel kampeerders komen hier al jaren en keren ieder seizoen weer terug naar hun vertrouwde plekje. Dat zegt natuurlijk veel.
Een van de vaste gasten op de camping was een witte kwikstaart. Waarschijnlijk hadden ze in de buurt een nest met jongen, want er werd fanatiek gezocht naar voedsel dat vervolgens snel werd meegenomen.
Op een dag zag ik de kwikstaart op een wel heel bijzondere manier op het gras liggen. Eerst dacht ik dat hij zoveel last had van de warmte dat hij verkoeling probeerde te zoeken. Maar toen ik me er wat verder in verdiepte, bleek dat hij gewoon aan het zonnebaden was. Vogels vertonen dit gedrag om hun verenkleed te verzorgen. Ze gaan plat op de grond liggen, spreiden hun vleugels en zetten hun veren wat op, zodat de warmte diep in het verenkleed kan doordringen. Daarmee helpen ze onder andere parasieten te bestrijden en hun veren in goede conditie te houden. Ook de open snavel die je soms bij dit gedrag ziet, is heel normaal. Vogels kunnen niet zweten zoals wij dat doen en kunnen op deze manier overtollige warmte kwijtraken.
Niet iedere gast op de camping was even welkom. Tijdens onze vakantie zagen we veel coloradokevers. Deze kever komt vooral goed tot ontwikkeling tijdens warme, droge zomers. Zowel de larven als de volwassen kevers kunnen aardappelplanten in korte tijd flink beschadigen door het blad op te eten. Met name in Drenthe kan dit onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot een grote plaag. Hoewel de coloradokever met zijn opvallende zwart-gele tekening een mooi insect is om te zien, is hij voor aardappeltelers bepaald geen welkome gast. Op de website van RTV Drenthe vond ik dit artikel over het machinaal kevers klappen, een bestrijding zonder insecticide.
In de omgeving van de camping heeft waarschijnlijk een buizerdpaar gebroed. Vrijwel iedere dag zagen we de vogels meerdere keren overvliegen, vaak begeleid door hun kenmerkende: ‘pjiéé, pjiéé’. Op de linkerfoto staat waarschijnlijk een jonge buizerd. Het lichtere, wat minder contrastrijke verenkleed en de algemene uitstraling passen goed bij een juveniele vogel. Het was iedere keer weer een mooi gezicht om deze grote roofvogels boven de camping te zien zweven. Met hun brede vleugels maakten ze optimaal gebruik van de opstijgende warme lucht en konden ze vrijwel moeiteloos boven het terrein blijven cirkelen.
Op een middag maakte ik aan de rand van de camping een aantal foto’s. Terwijl ik daar bezig was, kwam er een amazone langs. Ze stopte even, kwam naar me toe en maakte een praatje.
Wij zijn het hier op het platteland nog gewend dat mensen elkaar groeten, iets wat je in de grote steden steeds minder vaak tegenkomt. Toch viel het ons op dat de bewoners uit die omgeving nog vriendelijker waren dan bij ons. Vrijwel iedereen die we tegenkwamen, groette ons. Ook de jeugd die we op de fiets passeerden, stak even de hand op of zei vriendelijk gedag.
Tijdens mijn eerste fietstocht door het Bargerveen kwam ik op bij een plek waar enorme grote zwerfkeien lagen, voorzien van een bordje met informatie over de soort en de herkomst van de steen. Deze enorme keien zijn zwerfstenen: oeroude stukken graniet, gneis en kwartsiet die miljoenen, en soms zelfs meer dan een miljard jaar geleden, in Scandinavië zijn gevormd. Tijdens de Saale-ijstijd werden ze door een enorme gletsjer los geschraapt en honderden kilometers naar het zuiden meegevoerd.
Toen het ijs zich terugtrok en uiteindelijk smolt, bleven de keien achter in het Drentse landschap. Niet alleen op de Hondsrug, maar ook in de laagte waar later het Bargerveen ontstond. Daar groeide het veen in de loop van duizenden jaren simpelweg om de keien heen. Zo liggen deze oeroude stenen nu als stille getuigen van de ijstijd in het Bargerveen. Een bijzonder idee als je bedenkt dat deze keien al een reis van honderden kilometers achter de rug hadden, lang voordat hier het veenlandschap ontstond.
Op deze plek is het landschap iets verhoogd en is een klein uitkijkpunt ingericht, met een picknickplaats. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht over het omliggende landschap van het Bargerveen. Ook staat er een informatiebord met meer informatie over het gebied en zijn bijzondere geschiedenis.
Tijdens onze fietstochten zagen we in menig tuin een enorme zwerfkei liggen. En als je eenmaal besmet bent met het zwerfkeienvirus, kun je er natuurlijk nooit genoeg hebben. Eén zwerfkei in de tuin? Waarom niet twee, drie… of gewoon een hele verzameling? 😉
Het Bargerveen is een van de laatste overgebleven hoogveengebieden van Nederland. Tegenwoordig is het een uitgestrekt natuurgebied waar rust en stilte overheersen, maar eeuwenlang was het een plek waar hard werd gewerkt en waar talloze mensen hun bestaan opbouwden.
Wie meer wil weten over de mensen die hier ooit woonden en werkten, kan de Historische Route Bargerveen volgen. Deze route, aangelegd door Cultuur-Historisch Zwartemeer, voert langs 32 informatiepanelen die zijn geplaatst bij voormalige woonlocaties. Elk bord vertelt het verhaal van de families die hier, vaak onder zware omstandigheden, een bestaan wisten op te bouwen.
Hoewel het ontoegankelijke veengebied moeilijk begaanbaar was, verbleven er al rond 5000 v.Chr. incidenteel rondtrekkende groepen mensen. Eeuwen later gebruikten bewoners aan de randen van het veen turf als brandstof. Vanaf de zestiende eeuw kwam de grootschalige turfwinning op gang. Tegelijkertijd werden delen van het veen ontwaterd om rogge en andere gewassen te kunnen verbouwen. Daarmee begon een eeuwenlange menselijke ingreep die het oorspronkelijke hoogveenlandschap ingrijpend veranderde.
Volgens de overlevering hebben in de loop der tijd wel duizend gezinnen in het Bargerveen gewoond. Dat betekent niet dat er ook duizend woningen stonden. Op dezelfde plaatsen werden eenvoudige huisjes steeds opnieuw afgebroken en herbouwd voor nieuwe bewoners. Er gold zelfs een bijzondere regel: een huis mocht alleen blijven staan als het binnen één dag was gebouwd. Rookte de schoorsteen vóór het ochtendgloren, dan mocht de woning blijven. De meeste huisjes werden opgetrokken uit materialen die voorhanden waren, zoals plaggen, berkenstammen en stro. Wie wat meer te besteden had, kon zich een stenen voorgevel veroorloven. Het Bargerveen bood onderdak aan een bonte gemeenschap van veenarbeiders, kanaalgravers, turfschippers en boekweitboeren.
In de negentiende en twintigste eeuw bereikte de turfwinning haar hoogtepunt. In het Amsterdamsche Veld werd de bovenste veenlaag, het zogenoemde grauwveen, met smalspoortreinen afgevoerd naar de fabriek van de Griendtsveen Turfstrooisel Maatschappij. Daar werd het verwerkt tot turfstrooisel, dat onder meer werd gebruikt als bodembedekking in stallen. Ook de stoomtram van de Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM) speelde een belangrijke rol. Tot in de jaren dertig vervoerde deze turf naar de omliggende plaatsen, waarna het vrachtverkeer deze taak overnam.
Vanaf 1921 werd in Klazienaveen zwarte turf verwerkt tot actieve kool in de Puritfabriek, de voorloper van het huidige Norit. Hiervoor werd een uitgebreid netwerk van smalspoorlijnen aangelegd dat diep het veengebied in liep.
De grootschalige vervening liet diepe sporen achter. Vrijwel alle oorspronkelijke veenlagen verdwenen. Pas in 1992 kwam definitief een einde aan de turfwinning in het Bargerveen. Daarna kreeg natuurherstel de ruimte en kon het gebied zich langzaam ontwikkelen tot het bijzondere hoogveenlandschap dat we vandaag de dag kennen.
Na de fotoserie bij het bezoekerscentrum in De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats door naar De Weerribben. Daar hoopte ik onder andere de Kempense heidelibel te fotograferen. Dat ik deze soort even daarvoor, zonder het te weten, al bij het bezoekerscentrum had gefotografeerd, wist ik op dat moment nog niet.
Ik parkeerde de auto op de parkeerplaats aan de Hoogeweg en wandelde langs het mooie watertje richting het witte bruggetje. Aan de overkant van het bruggetje sloeg ik rechtsaf en vervolgde mijn wandeling.
Er stond inmiddels een stevige wind, windkracht 4, en dat maakte het fotograferen van insecten er niet gemakkelijker op. Voor libellen die enigszins beschut in de luwte zaten, moest het echter wel te doen zijn. Ik ging dus op zoek naar de Kempense heidelibel.
De eerste ontmoeting was met een zwarte heidelibel. Deze streek neer op de grond, niet bepaald een mooi plekje voor een foto, maar ik was allang blij dat hij zich liet zien. Een bloedrode heidelibel koos gelukkig een wat fotogeniekere plek en ging bovenop een kattenstaart zitten.
Iets verderop zag ik een Kempense heidelibel vliegen. Ik hield goed in de gaten waar hij zou landen. Het bleek een mannetje te zijn, te herkennen aan het roodgekleurde achterlijf. Het vrouwtje heeft een okergeel achterlijf. Het mannetje vloog zo nu en dan even op, maar keerde telkens weer terug naar dezelfde plek. Dat gaf me mooi de gelegenheid om rustig op mijn kans te wachten.
De Kempense heidelibel is een zeldzame soort die in Nederland vooral voorkomt in Noordwest-Overijssel. De soort leeft in ondiepe wateren die in de winter droogvallen. Dat is een bijzonder systeem, waarin de larven weinig concurrentie hebben. In De Weerribben en De Wieden doet de Kempense heidelibel het tegenwoordig goed. Dankzij het rietbeheer en het speciale peilbeheer, waarbij het waterpeil in de winter laag en in de zomer hoger wordt gehouden, zijn hier geschikte leefgebieden ontstaan. Het gebied vormt daarmee het belangrijkste Nederlandse bolwerk van deze bijzondere heidelibel.
De Kempense heidelibel valt ook op door de prachtige verkleuring in de vleugels, die zichtbaar wordt wanneer het zonlicht er precies op de juiste manier op valt. Het was daarom even wachten tot de wolken voor de zon waren weggetrokken en het zonlicht weer vrij spel kreeg.
In het zonlicht krijgen de vleugels een warme, goudachtige glans. Het heldere vleugelvlies werkt daarbij als een natuurlijk prisma, waardoor langs de vleugeladers een zachte amberkleur oplicht. Bij iedere beweging lijkt het licht heel subtiel te flikkeren.
Na mijn wandeling over de bloeiende heide bij de hunebedden in Havelte reed ik door naar het bezoekerscentrum in Sint Jansklooster. Op de stevige wind na was het heerlijk weer, met prachtige wolkenluchten. Daar wilde ik natuurlijk graag van profiteren.
Naast het hoofdgebouw staat een grote vlinderstruik. Ik hoopte daar een koninginnenpage te kunnen fotograferen. Een hele tijd stond ik geduldig te wachten en de struik af te speuren, maar de koninginnenpage liet zich niet zien. Toen ik het aan een medewerkster vroeg, vertelde zij dat de koninginnenpage zich dit jaar nog niet bij de vlinderstruik had laten zien. Gelukkig was er wel genoeg leven te bewonderen. Talloze koolwitjes fladderden rond en ook atalanta’s en distelvlinders waren druk bezig met foerageren.
Ik besloot naar achteren te wandelen, langs de prachtige bloementuin en de idyllische huisjes. Hoewel ik hier al vaak ben geweest, ben ik iedere keer weer aangenaam verrast. De schilderachtige ligging, de sfeervolle huisjes, de rijke natuur en het mooie wandelpad maken dit telkens weer tot een plek waar ik met veel plezier terugkom.
Voordat ik het wandelpad op ging, streek ik eerst neer op het terras voor een cappuccino en een heerlijk stukje taart. Nog voordat ik mijn eerste slok had genomen, raakte ik al in gesprek met andere bezoekers. Dat is misschien wel het voordeel van alleen op pad zijn: je wordt sneller aangesproken. Ik heb me weleens laten vertellen dat dat ook komt door een open houding. 😉
Daarna koos ik als eerste het pad waar ik in 2024 de zeldzame vlinder met de prachtige naam zilveren maan heb gefotografeerd. Veel verwachting had ik niet, want met de harde wind leek de kans op een nieuwe ontmoeting klein. Wandel je met me mee door dit prachtige stukje natuur?
Ik heb volop genoten van de wandeling. De zilveren maan liet zich deze keer niet zien, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door een ontmoeting met de zeldzamere zwarte heidelibel. Ook dat zijn van die onverwachte natuurmomenten die een wandeling bijzonder maken.
Eenmaal terug bij de huisjes nam ik een paadje achterlangs. Daar was ik nog niet eerder geweest. Het was een wat rommelig hoekje, maar juist dat maakte het aantrekkelijk om te fotograferen.
Toen ik weer terug was bij het hoofdgebouw, bleef ik nog een tijd bij de grote vlinderstruik staan om te kijken en te fotograferen. Tot mijn verrassing kwam er een kolibrievlinder aanvliegen die zich tegoed deed aan de nectar van de bloemen. De vlinder vloog zoals gebruikelijk razendsnel van de ene naar de andere bloem, maar lang genoeg om er enkele foto’s van te maken. Leuke weetjes over deze vlinder kun je lezen op de website van Natuurpunt.
Verder trof ik nog een paar heidelibellen aan. In eerste instantie dacht ik dat ik weer enkele van de ‘gewone’ heidelibellen had gefotografeerd, soorten die vaak lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Pas toen ik de foto’s op het beeldscherm bekeek, ontdekte ik dat de heidelibel op de Persicaria (linkerfoto) een Kempense heidelibel was. Tijdens het fotograferen had ik dat niet in de gaten. Deze soort ken ik eigenlijk alleen uit De Weerribben, waardoor ik hem hier niet direct had verwacht. De heidelibel op de rechterfoto blijkt de veel algemenere steenrode heidelibel te zijn.
Vanaf bezoekerscentrum De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats verder naar De Weerribben, maar daarover vertel ik een volgende keer meer.
Mijn man was gisteren op pad met de wandelgroep van de kerk. Onderweg zagen ze op een zandpad een hazelworm liggen. Ze hadden net voldoende tijd om er foto’s en filmpjes van te maken voordat de hazelworm verdween in de vegetatie.
Vanmorgen besloot ik zelf naar de heide bij de hunebedden in Havelte te gaan, in de hoop ook een hazelworm te ontdekken. Door het warme weer staat de heide dit jaar opvallend vroeg in bloei. Zo kon ik ook meteen genieten van de bloeiende heide.
Eenmaal aangekomen op het pad waar een dag eerder de hazelworm was gezien, speurde ik aandachtig de omgeving af. Ondertussen schoof een dreigende lucht steeds dichterbij. Dat beloofde weinig goeds, want een hazelworm ligt juist graag op een zonnig pad om zich op te warmen. Als het zou gaan regenen, kon ik mijn zoektocht eigenlijk wel vergeten.
Gelukkig bleef het bij een paar regendruppels en trok de bui net langs me heen. Onder de bomen vond ik een plekje om te schuilen. Geduldig wachtte ik tot de zon weer doorbrak. Maar toen dat zover was werd het steeds drukker op het pad door joggers en wandelaars. De kans dat een hazelworm zich nog zou laten zien werd alleen maar kleiner.
Na een tijdje hield ik het voor gezien. Ik besloot nog even een zijpad in te slaan om de vroeg bloeiende heide te fotograferen. Van een hazelworm was geen spoor te bekennen. Het enige dat mijn pad kruiste, was een steenrode heidelibel. Ook die mocht natuurlijk even poseren voor de camera.
Ik wandelde weer terug naar beneden en genoot onderweg van het prachtige uitzicht, met onder andere de hunebedden D53 en D54.
Vanwege het mooie weer en de prachtige wolkenluchten besloot ik nog door te rijden naar een volgende locatie. Maar daarover vertel ik een volgende keer meer. Mijn man weet inmiddels dat een fototocht zomaar een hele dag kan duren. Ik vertrok om negen uur ‘s morgens en stapte pas rond vier uur ‘s middags weer thuis binnen. Deze keer hield ik hem via WhatsApp wel op de hoogte van mijn volgende bestemming.
De foto van de hazelworm maakte mijn man met z’n telefoon.
De hazelworm is geen slang en ook geen worm, maar een pootloze hagedis. Het is een van de meest voorkomende reptielen van Europa en ook in Nederland is hij op de zandgronden vrij algemeen. Toch heb ik er, ondanks mijn vele wandelingen in de natuur, nog nooit eentje in het echt gezien.
Toen ik na de vakantie de foto’s van mijn camera naar de computer overzette, ontdekte ik dat er ook nog een aantal tussen stonden die ik de dag vóór ons vertrek in onze tuin had gemaakt. Die wil ik eerst graag laten zien.
Op een bedauwde ochtend zat voor ons huis een juveniele groene specht. Waarschijnlijk was dit een jong uit een nest op het perceel naast ons huis. De foto maakte ik vanuit de huiskamer, zodat de specht ongestoord zijn gang kon gaan.
Boven een van de terrassen groeien druivenranken. Het belooft een goed druivenjaar te worden. Deze natuurlijke parasol is deze zomer meer dan welkom; hij zorgt niet alleen voor een heerlijke schaduwplek, maar helpt ook om de warmte uit ons huis te houden.
Ook de imposante walnotenboom van pakweg zeven meter hoog biedt volop schaduw. Bovendien lijkt ook dit een uitstekend walnotenjaar te worden: de boom hangt vol met vruchten.
In een van de bloemenborders bloeit wilde marjolein. Deze plant is een geliefde nectarbron voor veel insecten. Vooral het koevinkje is er bijna voortdurend op te vinden, op zoek naar nectar.
Sinds een paar maanden zien we op het perceel naast ons huis regelmatig een haas foerageren. Vanuit onze woonkamer kunnen we hem vrijwel dagelijks bewonderen. Het lijkt erop dat het geen echte angsthaas is, want ik kan zelfs rustig naar buiten gaan om foto’s te maken. Daarbij stel ik me wel zo onopvallend mogelijk op.