Vanaf de Meenteweg sloeg ik linksaf de Hoogeweg op. Daar maakte ik het onderstaande vierluik.
De volgende stop was op mijn geboortegrond: de Wetering. Daar werd mijn blik getrokken door het fluitenkruid. Net op dat moment liep er een groepje wandelaars voorbij. Ze vermoedden waarschijnlijk dat ze op de foto kwamen, want zwaaiend en lachend liepen aan me voorbij.
In de vaart zwom een mannetje van de tafeleend. Deze soort had ik daar in de buurt nog niet eerder gezien.
Een rondje in onze omgeving. Een wolkenlucht boven een weiland met koeien met op de voorgrond koolzaad
Toen ik bovenstaande foto ging maken liep ik langs de kardinaalsmuts die volledig was ingepakt in een dicht wit spinsel. Toen ik het van dichtbij bekeek zag ik dat het wemelde van de kleine rupsen. Het bleek te gaan om de rupsen van de Kardinaalsmutsstippelmot die in heel Nederland algemeen voorkomt. De volwassen motten zijn van juni tot oktober te zien.
In mei en juni kunnen deze rupsen complete kardinaalsmutsstruiken omhullen met hun spinsels en het blad vrijwel volledig kaalvreten. Dat ziet er wat sneu uit, maar voor de struik is het meestal geen probleem. Later in het seizoen loopt de kardinaalsmuts gewoon weer uit.
De onderstaande fotoās maakte ik aan de Meenteweg, dezelfde weg waar ik in januari deze fotoserie van schaatsers maakte. In de berm bloeien nu koolzaad, koekoeksbloemen, zuring en andere soorten, die samen een uitbundig geheel vormen. Met de dreigende wolken erboven krijgt het landschap een extra dimensie.
Voordat we werden getrakteerd op een periode met prachtig lenteweer, hadden we wekenlang te maken met wisselvallig weer en regelmatig buien. Voor de natuur was deze regen meer dan welkom. Op een van die dagen met dreigende luchten maakte ik een rondje bij ons in de buurt.
Het voorjaar vind ik de mooiste tijd van het jaar, met al het frisse groen dat weer tot leven komt. De varens zijn zó groen en ongeschonden dat het bijna lijkt alsof ze kunst zijn.
Aan de Hooiweg zag ik een reebok lopen. Jammer genoeg verdween hij meteen in de bosschage toen ik de auto in de berm parkeerde.
Op Westenwold fotografeerde ik een dreigende lucht boven het kruidenrijke grasland, terwijl de buien om mij heen trokken. Langs de weg staan drie abelen, ook wel āde bomen met de ogenā genoemd. In de verte zat een graspieper op een paaltje.
Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar het Fochteloƫrveen. Jan was de gids en bracht ons naar een aantal mooie plekjes.
De eerste stop was bij de Weperbult. Op de website van Beleef het Lage Noorden is meer informatie over dit gebied te vinden. Vol goede moed begonnen we aan de wandeling, maar al na zoān vijftig meter kwamen we tot de conclusie dat de afstand voor Jan toch te groot was. Daarom gaan we binnenkort nog eens terug, maar dan met de elektrische rolstoel.
Tijdens de wandeling genoten we onder andere van het uitbundig bloeiende fluitenkruid. Op de witte schermen foerageerde een vlinder met de prachtige naam Landkaartje.
Iets verderop wist ik een vuurjuffer en een smaragdlibel te fotograferen.
Tijdens onze rit door het FochteloĆ«rveen hielden we goed in de gaten of we ook kraanvogels zouden zien. Dat is deze keer helaas niet gelukt. Wel maakten we enkele fotoās van het prachtige hoogveengebied.
Ook brachten we een bezoek aan de restanten van Kamp Ybenheer. Voor meer informatie verwijs ik naar dit bericht op het weblog van Jan. Van dit Kamp zijn alleen wat betonnen elementen overgebleven.
Het Kamp was deze keer ābezetā door mensen van een buurtvereniging uit een naburig dorp. Zij hadden een fietstocht gemaakt en sloten die af met een lunch op deze plek. Al snel raakten we met elkaar aan de praat en het werd een gezellige ontmoeting. We werden zelfs getrakteerd op een pannenkoek. Juist zulke spontane ontmoetingen maken een dag extra waardevol.
In een eerder bericht schreef ik over het mannetje bonte vliegenvanger dat tegen het raam van de veranda vloog en helaas doodging. Tot mijn verrassing hoorde ik een dag later opnieuw een bonte vliegenvanger, maar dit keer op het perceel naast onze tuin. En een paar dagen later klonk zijn gezang in onze eigen tuin. Het lijkt bijna ongelooflijk dat zo snel een nieuw mannetje ons terrein als zijn territorium kan opeisenā¦
Vanonder de veranda observeerde ik de nieuwe bonte vliegenvanger, die net als zijn voorganger belangstelling heeft voor het mussenhotel. Met mijn camera en telelens zat ik in de aanslag om er foto’s van te maken. Tussendoor fotografeerde ik een vink, een vrouwtje, die voedsel kwam halen in de border aan de andere kant van het raam. Ze hebben vast een nestje ergens in onze tuin, maar ik kan maar niet ontdekken waar het precies is.
De nieuwe bonte vliegenvanger voert om het half uur een korte inspectie uit bij verschillende vliegopeningen. Tussendoor speurt hij de omgeving af, of het veilig is. Ook deze fotoās maakte ik vanachter het raam van de veranda, zodat ik de vogel niet stoor. En nu maar hopen dat hij een partner vindt en tot een nestje kan komen ā aan zijn uitbundige gezang zal het in ieder geval niet liggen!
Een paar weken geleden gingen we met een groepje fotografen naar de Oostvaardersplassen. Voor mij was het de eerste keer dat ik daar kwam. We hadden een gids bij ons die er in zijn jeugdjaren vaak had rondgezworven en het gebied op zijn duimpje kende.
Mijn wekker ging al om 5.15 uur. Het was lang geleden dat ik zó vroeg uit bed moest, dus dat was even slikken. Iets na zeven uur parkeerden we de auto bij het Buitencentrum Oostvaardersplassen.
Die vroege ochtend hing er een nevel over het landschap. Even leek het alsof de zon door zou breken, maar uiteindelijk bleef het bewolkt. Toch hebben we volop genoten van het natuurgebied en de kakofonie van vogelgeluiden die overal om ons heen te horen was. Het bleek een uitstekend idee van onze gids om al zo vroeg op pad te gaan.
Van tevoren had ik niet beseft hoe enorm groot dit gebied is. Achteraf moest ik op de kaart goed kijken waar we precies waren gestart en welke route we hadden gelopen. Op dit punt gingen we door een tunneltje onder het spoor door.
In en rond vogelkijkhut de Poelruiter zagen we een koppel zwanen, een grote zilverreiger, een oeverzwaluw en boerenzwaluwen.
De mooiste zang kwam wat mij betreft van de Nachtegaal. Tijdens de wandeling hoorden we deze vogel meerdere keren zingen. Met vier paar ogen speurden we het bladerdek af in de hoop de zanger te ontdekken, maar meestal zonder succes, tot die ene keer. Hoe indrukwekkend mooi de nachtegaal zingt, zo onopvallend oogt hij eigenlijk. Juist dat contrast maakt het bijzonder om deze vogel eens zelf te zien en te fotograferen.
Het uploaden van mijn eigen filmpje, wat ik maakte met de telefoon, lukte niet. WordPress heeft weer wat gewijzigd. š
Op YouTube vond ik een veel beter alternatief. Daarin is goed te horen hoe veelzijdig het repertoire is van deze Beste Zanger…
Een tijdje geleden moest ik in Orvelte zijn, bij ‘t Stokertje. De ruit van de houtkachel was geknapt en moest worden vervangen. Terwijl de technische dienst met de reparatie bezig was, trok ik er met mijn cameraās op uit om een wandeling door het dorp te maken.
Orvelte is een sfeervol monumentaal brinkdorp in Drenthe, waar het historische plattelandsleven nog volop voelbaar is. Het dorp ontstond vermoedelijk tussen de 11e en 13e eeuw en heeft zich ontwikkeld tot een levend museumdorp vol karakter en geschiedenis. In het dorp vindt men authentieke Saksische boerderijen, oude klinkerstraatjes en ambachtelijke werkplaatsen waar traditionele ambachten nog altijd in ere worden gehouden.
In het centrum van Orvelte staat de schaapskooi. In deze schaapskooi (stal) overnacht de schaapskudde. Toen ik bij de schaapskooi aankwam, was de kudde net naar het weiland aan de overkant van de weg gedreven. De werkhond van de kudde bleef waakzaam bij de schaapskooi achter. Al snel bleek waarom: er waren nog enkele lammetjes achtergebleven.
Even later bracht de schaapsherder de jonge dieren alsnog naar de kudde. De lammetjes waren die vroege ochtend geboren en de herder moest eerst uitzoeken welke ooien de moeders waren. Dat kon hij herkennen aan de bloedsporen aan de achterkant van de schapen. Nadat hij de lammetjes bij hun moeders had gebracht, bleef hij nog enige tijd observeren of de band tussen moeder en jong goed tot stand kwam. Zoals vaker gebeurt binnen een kudde, bemoeien meerdere schapen zich met de pasgeboren lammetjes en lijken er meerdere aanspraak te maken op het moederschap.
Bovenstaande uitleg kreeg ik als antwoord op mijn vragen aan de schaapsherder. De werkhond mocht het weiland niet in en bleef na het commando āLay down!ā geduldig buiten het hek liggen toekijken, terwijl de herder zijn werk deed.
Anderhalf uur later meldde ik mij opnieuw bij āt Stokertje. De reparatie was inmiddels uitgevoerd: de nieuwe kachelruit zat er al in. De ruit zelf hadden we vooraf betaald, maar het plaatsen ervan en het vervangen van het koord bleken bij het afrekenen kosteloos te zijn. Dat noem ik nog eens service. Met de woorden: āOver deze uitstekende service zal ik iedereen vertellen die ik spreek,ā verliet ik tevreden de zaak.
Vandaag laat ik de laatste serie zien die ik maakte tijdens een lang weekend op Texel. Op een mooie middag ging ik bij laag water naar het Haventje van Sil. In dit bericht heb ik de geschiedenis van dit haventje beschreven.
Tot nu toe liep ik altijd naar de steigers om daar van het uitzicht te genieten en fotoās te maken. Deze keer koos ik ervoor om het drooggevallen gedeelte ernaast op te gaan. Dat leverde weer heel andere beelden op.
Een lepelaar scharrelde rustig zijn kostje bij elkaar. Of het door mijn aanwezigheid kwam, of dat hij elders zijn geluk wilde beproeven, weet ik niet, maar even later koos de vogel het luchtruim.
Ik keek even achterom naar de plek waar ik mijn fototas op wieltjes in goed vertrouwen had achtergelaten. Mocht iemand ermee vandoor gaan, dan zou ik de dief met mijn telelens in ieder geval haarscherp kunnen fotograferen. š Overigens zaten er geen waardevolle spullen meer in de tas, behalve een aantal accuās.
Inmiddels had ik al een flink stuk afgelegd, voorzichtig glibberend op schoeisel dat eigenlijk niet geschikt was voor deze ondergrond. Onderweg fotografeerde ik een kokmeeuw, een bergeend en een grutto.
We gaan terug naar de dag waarop Jan en ik samen op pad waren in Fryslân. Jan heeft op zijn weblog die dag al in meerdere boeiende series laten zien, Ik neem jullie in wat grotere stappen mee door deze bijzondere dag. Na onze fotosessie bij de mummies in Wiuwert vervolgden we onze route naar Boazum.
In de kerk van Wiuwert waren we door Stephan getipt over het prachtige interieur van de Sint-Martinuskerk in Boazum. Vol verwachting reden we erheen, maar helaas kwamen we voor een dichte deur te staan. Toch maakte ik nog een rondje om de kerk, waarbij vooral de sfeer van de kerk in haar omgeving opviel. Daarna stapten we in de auto en reden we door naar onze volgende bestemming.
Dat lag een eindje buiten Easterwierrum. Ook dat was een mooie tip van mijn collega, die ons had gewezen op de oude toren: de Ald Toer. De terp met daarop de Ald Toer ligt prachtig in het Friese landschap. Het grasland rondom stond vol bloeiende paardenbloemen, wat het geheel een sfeervol en bijna schilderachtig aanzicht gaf.
We begonnen de dag met een indrukwekkend onderwerp: de mummies van Wiuwert. Maar minstens zo indrukwekkend was het verhaal waarmee we deze dag afsloten: een bezoek aan het weidevogelgebied met de grutto van cortenstaal van Bote de Boer. Het kunstwerk ligt langs een drukke weg en veel voorbijgangers zullen er waarschijnlijk zonder veel aandacht aan voorbijrijden. Wat echter diepe indruk maakt is het verhaal achter deze grutto. Jan had mij enige tijd geleden al gewezen op dit bijzondere verhaal en op de film Vogels kun je niet melken. Het verhaal kun je teruglezen op de website van de Correspondent.
Over hun leven en de keuzes die zij maakten werd de documentaire Vogels kun je niet melken gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was de film ook te zien bij NPO in het programma 2Doc en hij is nog steeds terug te vinden op NPO Start. De film is niet alleen inhoudelijk boeiend, maar ook prachtig in beeld gebracht. De combinatie van documentaire en natuurfilm maakt hem extra bijzonder. Helaas is de film alleen te bekijken door inwoners van Nederland: āVogels kun je niet melkenā.
Met dank aan mijn fotomaatje was het een mooie en indrukwekkende dag.
Tijdens ons verblijf op Texel maakten we een wandeling door de Slufter. De Slufter is een uniek natuurgebied waar een open verbinding met de Noordzee bestaat. Bij vloed stroomt zeewater het gebied binnen, waardoor een landschap ontstaat van kreken, duinen en zoutminnende planten. Juist die voortdurende invloed van de zee maakt het een dynamisch en zeldzaam stukje natuur.
Na ons bezoek aan het uitkijkpunt, waar we genoten van het weidse landschap, daalden we via de trap naar beneden. Ondanks dat we hier al talloze keren zijn geweest, blijft het elke keer weer fascinerend.
De graspieper liet zich horen met een uitbundige zang. Net als de veldleeuwerik hangt de graspieper een tijdje al zingend in de lucht om zich vervolgens naar beneden te laten āvallenā. Eenmaal op de grond is het vogeltje een stuk lastiger te vinden, zo goed gecamoufleerd tussen de vegetatie.
In de Slufter bevindt zich een natuurlijke oeverzwaluwwand. Het gebied is afgeschermd met een touw. Met de 600 mm-lens maakte ik een fotoserie van de oeverzwaluwen. Ze vlogen af en aan, en soms was er een moment om het verenkleed op te poetsen.
Toen we vanaf het verste punt terug naar de trap wandelden, maakte ik onderstaande fotoserie.