Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar het Fochteloërveen. Jan was de gids en bracht ons naar een aantal mooie plekjes.
De eerste stop was bij de Weperbult. Op de website van Beleef het Lage Noorden is meer informatie over dit gebied te vinden. Vol goede moed begonnen we aan de wandeling, maar al na zo’n vijftig meter kwamen we tot de conclusie dat de afstand voor Jan toch te groot was. Daarom gaan we binnenkort nog eens terug, maar dan met de elektrische rolstoel.
Tijdens de wandeling genoten we onder andere van het uitbundig bloeiende fluitenkruid. Op de witte schermen foerageerde een vlinder met de prachtige naam Landkaartje.
Iets verderop wist ik een vuurjuffer en een smaragdlibel te fotograferen.
Tijdens onze rit door het Fochteloërveen hielden we goed in de gaten of we ook kraanvogels zouden zien. Dat is deze keer helaas niet gelukt. Wel maakten we enkele foto’s van het prachtige hoogveengebied.
Ook brachten we een bezoek aan de restanten van Kamp Ybenheer. Voor meer informatie verwijs ik naar dit bericht op het weblog van Jan. Van dit Kamp zijn alleen wat betonnen elementen overgebleven.
Het Kamp was deze keer ‘bezet’ door mensen van een buurtvereniging uit een naburig dorp. Zij hadden een fietstocht gemaakt en sloten die af met een lunch op deze plek. Al snel raakten we met elkaar aan de praat en het werd een gezellige ontmoeting. We werden zelfs getrakteerd op een pannenkoek. Juist zulke spontane ontmoetingen maken een dag extra waardevol.
In een eerder bericht schreef ik over het mannetje bonte vliegenvanger dat tegen het raam van de veranda vloog en helaas doodging. Tot mijn verrassing hoorde ik een dag later opnieuw een bonte vliegenvanger, maar dit keer op het perceel naast onze tuin. En een paar dagen later klonk zijn gezang in onze eigen tuin. Het lijkt bijna ongelooflijk dat zo snel een nieuw mannetje ons terrein als zijn territorium kan opeisen…
Na de fatale afloop van de vorige bonte vliegenvanger had ik tijdelijk vlaggetjes voor de ramen gehangen en vogelstickers besteld. Inmiddels zijn de stickers op het raam geplakt en de vlaggetjes verwijderd. Het zijn hele fijne exemplaren: aan beide kanten dezelfde afbeelding, en ze zijn eenvoudig te verwijderen en opnieuw te plaatsen. De meeste vogels zijn bekende soorten, zoals koolmees, winterkoninkje, roodborst en goudvink. Maar er zitten ook wat vreemde vogels tussen die zelfs Obsidentify niet kan herkennen. Eén sticker herkende de app wel: met een kans van 10% zou het een Provençaalse grasmus kunnen zijn. En dat in onze tuin. 😉
Vanonder de veranda observeerde ik de nieuwe bonte vliegenvanger, die net als zijn voorganger belangstelling heeft voor het mussenhotel. Met mijn camera en telelens zat ik in de aanslag om er foto’s van te maken. Tussendoor fotografeerde ik een vink, een vrouwtje, die voedsel kwam halen in de border aan de andere kant van het raam. Ze hebben vast een nestje ergens in onze tuin, maar ik kan maar niet ontdekken waar het precies is.
De nieuwe bonte vliegenvanger voert om het half uur een korte inspectie uit bij verschillende vliegopeningen. Tussendoor speurt hij de omgeving af, of het veilig is. Ook deze foto’s maakte ik vanachter het raam van de veranda, zodat ik de vogel niet stoor. En nu maar hopen dat hij een partner vindt en tot een nestje kan komen – aan zijn uitbundige gezang zal het in ieder geval niet liggen!
Een paar weken geleden gingen we met een groepje fotografen naar de Oostvaardersplassen. Voor mij was het de eerste keer dat ik daar kwam. We hadden een gids bij ons die er in zijn jeugdjaren vaak had rondgezworven en het gebied op zijn duimpje kende.
Mijn wekker ging al om 5.15 uur. Het was lang geleden dat ik zó vroeg uit bed moest, dus dat was even slikken. Iets na zeven uur parkeerden we de auto bij het Buitencentrum Oostvaardersplassen.
Die vroege ochtend hing er een nevel over het landschap. Even leek het alsof de zon door zou breken, maar uiteindelijk bleef het bewolkt. Toch hebben we volop genoten van het natuurgebied en de kakofonie van vogelgeluiden die overal om ons heen te horen was. Het bleek een uitstekend idee van onze gids om al zo vroeg op pad te gaan.
Van tevoren had ik niet beseft hoe enorm groot dit gebied is. Achteraf moest ik op de kaart goed kijken waar we precies waren gestart en welke route we hadden gelopen. Op dit punt gingen we door een tunneltje onder het spoor door.
In en rond vogelkijkhut de Poelruiter zagen we een koppel zwanen, een grote zilverreiger, een oeverzwaluw en boerenzwaluwen.
Meerdere keren hoorden we de roep van de Koekoek. Op een gegeven moment zag ik er zelfs één vliegen. De vogel vloog ver weg, maar voor de waarneming plaats ik deze foto toch. Op de tweede foto is een Tuinfluiter te zien en ook kon ik een Distelvink fotograferen.
De mooiste zang kwam wat mij betreft van de Nachtegaal. Tijdens de wandeling hoorden we deze vogel meerdere keren zingen. Met vier paar ogen speurden we het bladerdek af in de hoop de zanger te ontdekken, maar meestal zonder succes, tot die ene keer. Hoe indrukwekkend mooi de nachtegaal zingt, zo onopvallend oogt hij eigenlijk. Juist dat contrast maakt het bijzonder om deze vogel eens zelf te zien en te fotograferen.
Het uploaden van mijn eigen filmpje, wat ik maakte met de telefoon, lukte niet. WordPress heeft weer wat gewijzigd. 🙁
Op YouTube vond ik een veel beter alternatief. Daarin is goed te horen hoe veelzijdig het repertoire is van deze Beste Zanger…
Een tijdje geleden moest ik in Orvelte zijn, bij ‘t Stokertje. De ruit van de houtkachel was geknapt en moest worden vervangen. Terwijl de technische dienst met de reparatie bezig was, trok ik er met mijn camera’s op uit om een wandeling door het dorp te maken.
Orvelte is een sfeervol monumentaal brinkdorp in Drenthe, waar het historische plattelandsleven nog volop voelbaar is. Het dorp ontstond vermoedelijk tussen de 11e en 13e eeuw en heeft zich ontwikkeld tot een levend museumdorp vol karakter en geschiedenis. In het dorp vindt men authentieke Saksische boerderijen, oude klinkerstraatjes en ambachtelijke werkplaatsen waar traditionele ambachten nog altijd in ere worden gehouden.
In het centrum van Orvelte staat de schaapskooi. In deze schaapskooi (stal) overnacht de schaapskudde. Toen ik bij de schaapskooi aankwam, was de kudde net naar het weiland aan de overkant van de weg gedreven. De werkhond van de kudde bleef waakzaam bij de schaapskooi achter. Al snel bleek waarom: er waren nog enkele lammetjes achtergebleven.
Even later bracht de schaapsherder de jonge dieren alsnog naar de kudde. De lammetjes waren die vroege ochtend geboren en de herder moest eerst uitzoeken welke ooien de moeders waren. Dat kon hij herkennen aan de bloedsporen aan de achterkant van de schapen. Nadat hij de lammetjes bij hun moeders had gebracht, bleef hij nog enige tijd observeren of de band tussen moeder en jong goed tot stand kwam. Zoals vaker gebeurt binnen een kudde, bemoeien meerdere schapen zich met de pasgeboren lammetjes en lijken er meerdere aanspraak te maken op het moederschap.
Bovenstaande uitleg kreeg ik als antwoord op mijn vragen aan de schaapsherder. De werkhond mocht het weiland niet in en bleef na het commando “Lay down!” geduldig buiten het hek liggen toekijken, terwijl de herder zijn werk deed.
Tijdens mijn rondgang door het dorp kwam ik langs een café dat er bijzonder gezellig uitzag. Zowel buiten als binnen waren meerdere authentieke elementen te zien die zich uitstekend leenden voor een fotoserie. De consumpties moesten binnen worden afgehaald en direct afgerekend worden; een concept dat mij prima beviel. Op een schaduwrijk plekje op het terras genoot ik van een cappuccino en een warme wafel met kersen en slagroom.
Anderhalf uur later meldde ik mij opnieuw bij ’t Stokertje. De reparatie was inmiddels uitgevoerd: de nieuwe kachelruit zat er al in. De ruit zelf hadden we vooraf betaald, maar het plaatsen ervan en het vervangen van het koord bleken bij het afrekenen kosteloos te zijn. Dat noem ik nog eens service. Met de woorden: “Over deze uitstekende service zal ik iedereen vertellen die ik spreek,” verliet ik tevreden de zaak.
Vandaag laat ik de laatste serie zien die ik maakte tijdens een lang weekend op Texel. Op een mooie middag ging ik bij laag water naar het Haventje van Sil. In dit bericht heb ik de geschiedenis van dit haventje beschreven.
Tot nu toe liep ik altijd naar de steigers om daar van het uitzicht te genieten en foto’s te maken. Deze keer koos ik ervoor om het drooggevallen gedeelte ernaast op te gaan. Dat leverde weer heel andere beelden op.
Een lepelaar scharrelde rustig zijn kostje bij elkaar. Of het door mijn aanwezigheid kwam, of dat hij elders zijn geluk wilde beproeven, weet ik niet, maar even later koos de vogel het luchtruim.
Ik keek even achterom naar de plek waar ik mijn fototas op wieltjes in goed vertrouwen had achtergelaten. Mocht iemand ermee vandoor gaan, dan zou ik de dief met mijn telelens in ieder geval haarscherp kunnen fotograferen. 😉 Overigens zaten er geen waardevolle spullen meer in de tas, behalve een aantal accu’s.
Inmiddels had ik al een flink stuk afgelegd, voorzichtig glibberend op schoeisel dat eigenlijk niet geschikt was voor deze ondergrond. Onderweg fotografeerde ik een kokmeeuw, een bergeend en een grutto.
We gaan terug naar de dag waarop Jan en ik samen op pad waren in Fryslân. Jan heeft op zijn weblog die dag al in meerdere boeiende series laten zien, Ik neem jullie in wat grotere stappen mee door deze bijzondere dag. Na onze fotosessie bij de mummies in Wiuwert vervolgden we onze route naar Boazum.
In de kerk van Wiuwert waren we door Stephan getipt over het prachtige interieur van de Sint-Martinuskerk in Boazum. Vol verwachting reden we erheen, maar helaas kwamen we voor een dichte deur te staan. Toch maakte ik nog een rondje om de kerk, waarbij vooral de sfeer van de kerk in haar omgeving opviel. Daarna stapten we in de auto en reden we door naar onze volgende bestemming.
Dat lag een eindje buiten Easterwierrum. Ook dat was een mooie tip van mijn collega, die ons had gewezen op de oude toren: de Ald Toer. De terp met daarop de Ald Toer ligt prachtig in het Friese landschap. Het grasland rondom stond vol bloeiende paardenbloemen, wat het geheel een sfeervol en bijna schilderachtig aanzicht gaf.
We begonnen de dag met een indrukwekkend onderwerp: de mummies van Wiuwert. Maar minstens zo indrukwekkend was het verhaal waarmee we deze dag afsloten: een bezoek aan het weidevogelgebied met de grutto van cortenstaal van Bote de Boer. Het kunstwerk ligt langs een drukke weg en veel voorbijgangers zullen er waarschijnlijk zonder veel aandacht aan voorbijrijden. Wat echter diepe indruk maakt is het verhaal achter deze grutto. Jan had mij enige tijd geleden al gewezen op dit bijzondere verhaal en op de film Vogels kun je niet melken. Het verhaal kun je teruglezen op de website van de Correspondent.
Over hun leven en de keuzes die zij maakten werd de documentaire Vogels kun je niet melken gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was de film ook te zien bij NPO in het programma 2Doc en hij is nog steeds terug te vinden op NPO Start. De film is niet alleen inhoudelijk boeiend, maar ook prachtig in beeld gebracht. De combinatie van documentaire en natuurfilm maakt hem extra bijzonder. Helaas is de film alleen te bekijken door inwoners van Nederland: ‘Vogels kun je niet melken’.
Met dank aan mijn fotomaatje was het een mooie en indrukwekkende dag.
Tijdens ons verblijf op Texel maakten we een wandeling door de Slufter. De Slufter is een uniek natuurgebied waar een open verbinding met de Noordzee bestaat. Bij vloed stroomt zeewater het gebied binnen, waardoor een landschap ontstaat van kreken, duinen en zoutminnende planten. Juist die voortdurende invloed van de zee maakt het een dynamisch en zeldzaam stukje natuur.
Na ons bezoek aan het uitkijkpunt, waar we genoten van het weidse landschap, daalden we via de trap naar beneden. Ondanks dat we hier al talloze keren zijn geweest, blijft het elke keer weer fascinerend.
De graspieper liet zich horen met een uitbundige zang. Net als de veldleeuwerik hangt de graspieper een tijdje al zingend in de lucht om zich vervolgens naar beneden te laten ‘vallen’. Eenmaal op de grond is het vogeltje een stuk lastiger te vinden, zo goed gecamoufleerd tussen de vegetatie.
In de Slufter bevindt zich een natuurlijke oeverzwaluwwand. Het gebied is afgeschermd met een touw. Met de 600 mm-lens maakte ik een fotoserie van de oeverzwaluwen. Ze vlogen af en aan, en soms was er een moment om het verenkleed op te poetsen.
Toen we vanaf het verste punt terug naar de trap wandelden, maakte ik onderstaande fotoserie.
Tijdens een van mijn bezoeken aan Waalenburg op Texel zag ik aan de noordkant van de weg enkele kemphanen lopen. Ik liet het raampje van de auto zakken en plaatste mijn telelens op de pittenzak in het raamkozijn. Het licht werkte goed mee; ik had de zon in de rug.
Het is wonderlijk om te zien hoe verschillend het verenkleed van de kemphanen kan zijn. Vooral in de broedtijd hebben de mannetjes een enorme variatie aan kleuren en patronen, waardoor bijna iedere vogel er anders uitziet. Dat maakt het extra bijzonder om ze van dichtbij te kunnen observeren en fotograferen.
Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar de kerk in Wiuwert. In de grafkelder van die kerk liggen gemummificeerde lichamen. Jan was daar in de jaren zeventig al eens geweest, maar voor mij was het een geheel nieuwe ervaring.
Toen we de kerk binnengingen, troffen we daar Stephan Kurpershoek. Hij was mij door een collega aangeraden als gids, want hij kan prachtig vertellen over de geschiedenis van de kerk en de mummies. Het was tegen het einde van de ochtend dar we daar arriveerden en Stephan vertelde dat de eerstvolgende rondleiding pas om 13.30 uur zou beginnen. Eerder kon niet, omdat de balie dan onbemand zou zijn. Na kort overleg besloten we daar niet op te wachten, omdat we die dag nog meer bezienswaardigheden wilden bezoeken.
We kregen een samenvatting mee over de adellijke familie Walta en hun grafkelder, de christelijk-orthodoxe sekte: de Labadisten die zich hier vestigde, Anna Maria van Schurman en de ontdekking van de mummies in 1765. Aandachtig lazen we de informatie door, waarna we onze tocht begonnen door de prachtige romaanse kerk uit ongeveer het jaar 1200, die in de loop der eeuwen wel enkele verbouwingen heeft ondergaan.
Nadat we eerst foto’s hadden gemaakt van het prachtige interieur van de kerk, daalden we af naar de grafkelder die in 1609 in opdracht van de familie Walta werd gebouwd.
Wat we daar zagen, maakte diepe indruk. Het was er koud en de sobere verlichting zorgde voor een mysterieuze sfeer. Zoals altijd in de nabijheid van overledenen hing er een serene rust, waardoor je vanzelf stil wordt.
In de huidige tijd blijven de kisten tijdens een afscheidsdienst meestal gesloten. Vaak staat er een mooie foto van de overledene op de kist, een tastbare herinnering aan betere tijden. Wat een verschil met deze grafkelder, waar je onverwacht oog in oog staat met de vergankelijkheid van de mens en waar de lichamen nog zichtbaar aanwezig zijn.
Het voelde haast een beetje beschamend dat we zo naar de naakte en gemummificeerde lichamen stonden te kijken. Tegelijkertijd maakte het ook iets los: verwondering, eerbied en het besef hoe dun de scheidslijn is tussen verleden en heden. Hier lagen mensen die eeuwen geleden leefden, maar die door deze bijzondere omstandigheden nog altijd zichtbaar deel uitmaken van deze plek.
Na lange tijd en vele foto’s later verlieten we de grafkelder weer. Eenmaal boven ontdekten we dat onze ruggen bedekt waren met kalk van de muren van de grafkelder.
Eenmaal boven gingen we verder met het fotograferen van het interieur van de kerk, de vele details en de expositie. Jan heeft op zijn weblog prachtige series over dit bijzondere bezoek geplaatst.
Na de fotosessie in de kerk en de grafkelder kwamen we weer terug in de hal, waar ook een klein winkeltje is gevestigd. Daar werden verschillende soorten Tsjerkebier verkocht. We praatten nog even na met Stephan en spraken onze bewondering uit over het prachtige interieur van de kerk en de indrukwekkende mummies in de grafkelder.
Stephan gaf ons vervolgens nog een tip over een volgens hem nóg mooiere kerk in de buurt: de kerk van Boazum. Dat klonk veelbelovend, dus besloten we die als onze volgende bestemming te kiezen.
Na nog een laatste foto van de monumentale grafstenen stapten we in de auto op weg naar onze volgende bestemming. Wie meer wil lezen over het mysterie van de mummies, kan terecht in dit artikel op de website van Omrop Fryslân.
Op Texel maakte ik een wandeling naar het uitkijkpunt bij Prins Hendrikzanddijk aan de Waddenzee. Onderweg genoot ik van het landschap onder de prachtige wolkenluchten.
In het verleden heb ik in dit gebied al eens een gele kwikstaart gefotografeerd. Met die verwachting in gedachten speurde ik tijdens de wandeling opnieuw naar dit opvallende vogeltje. Dat bleek niet zonder resultaat, want even later landde er eentje vlakbij. Ik kon nog net twee foto’s maken voordat de gele kwikstaart weer verdween en niet meer terugkeerde.
Dit bijzondere bouwsel is voor mij een van de meest futuristisch ogende uitkijkpunten die ik ken. Vanaf het platform heb je een prachtig uitzicht over de Waddenzee, met naar het zuiden zicht op Den Helder en naar het noorden op Oudeschild.
De vogels zitten hier vaak op grote afstand, waardoor een verrekijker onmisbaar is. Ik keek door de aanwezige Swarovski-kijker en zag in de verte een aantal Eidereend dobberen. Zelfs met mijn 600mm-lens zaten ze nog te ver weg om goed vast te leggen.
Toen ik terugwandelde naar de parkeerplaats werd de lucht steeds dreigender. Vanaf de Waddendijk maakte ik een foto waarop aan de horizon de Hoge Berg te zien is.