Heikikker op Duurswouderheide

Vandaag neem ik jullie mee naar de fotokuier die ik zondagmiddag maakte. In deze periode van het jaar zijn de heikikkers volop bezig met paren. Tijdens de paartijd, van eind februari tot begin april met een piek in maart, kleuren de mannetjes licht- tot felblauw. Deze opvallende kleur is slechts enkele dagen zichtbaar en dient als signaal naar andere mannetjes.

Op Waarneming had ik gelezen dat ze onder andere gesignaleerd waren op de Duurswouderheide. Dit is het grootste heidegebied van Friesland: een uitgestrekt en afwisselend natuurgebied met heidevelden, bossen, vennen en pingoruïnes. Het is een prachtig gebied waar je heerlijk kunt wandelen en fietsen.

De route leidde mij naar dit zandpad. Al snel hoorde ik het karakteristieke geluid van de heikikker. Heb je het eenmaal gehoord, dan herken je het direct.

De heikikkers hadden een plekje gekozen op enige afstand van het zandpad. Op de foto heb ik de locatie gemarkeerd, zodat je kunt zien waar ze zich bevonden.

De plek die ze hadden uitgekozen was niet ideaal om ze goed te fotograferen. Maar ik was al lang blij dat ik ze kon zien én horen. Ik heb daar een hele tijd staan genieten van dit bijzondere moment.

Enkele voorbijgangers vroegen nieuwsgierig waar ik naar stond te kijken. Toen ik ze wees op de kikkers en hun kenmerkende geluid, waren ze aangenaam verrast. Zo deelden we samen de wonderen der natuur.

Ik bleef geduldig wachten tot een heikikker een gunstig plekje innam. Door handmatig scherp te stellen, lukte het me uiteindelijk om een aantal acceptabele foto’s te maken.

Het blijft bijzonder om te zien hoe prachtig ze gekleurd zijn tijdens de paartijd. Op de derde foto is bovendien kikkerdril te zien dat in het water drijft.

Bloesem en bijen

Afgelopen week was fotomaatje Jan te gast in de Kop van Overijssel. Ons doel was om nog één keer naar het rietland te gaan, want mogelijk is dit de laatste kans van het seizoen. In verband met het naderende broedseizoen moet al het riet vóór 15 april gemaaid zijn.

Na eerst gezellig bijgepraat te hebben onder het genot van een kop koffie, gingen we op pad. Onze eerste stop bracht ons bij een ooievaarsnest bij de Meenthebrug (zie Google Maps). We bleven daar een tijdje staan om het tafereel te observeren. Het leek erop dat het mannetje het nest inmiddels keurig op orde had gebracht en nu geduldig wachtte op de komst van het vrouwtje. Af en toe liet hij een luid klepperend geluid horen, alsof hij duidelijk wilde maken dat dit zijn territorium is.

Langs de Hoogeweg staan een aantal vervenershuisjes. Het zijn van die plekjes waar je eigenlijk niet aan voorbij kunt rijden zonder even te stoppen voor een foto, ook al hebben we dat inmiddels al ontelbare keren gedaan. Op de eerste foto staat een vervenershuisje dat is aangemerkt als monument 39899.

Terwijl we om ons heen keken, viel op dat het meeste rietland al was kaalgeschoren. Hier en daar smeulde nog een brandbult na: restanten van het verbranden van het rietafval.

Een eindje verderop trokken een enorme kersenboom naast een vervenershuisje onze aandacht. Dat wilden we van dichterbij bekijken. Langs de Hoogeweg wordt ondertussen gewerkt aan de aanleg van een nieuw fietspad, wat het geheel een wat ander aanzicht geeft.

Van dichtbij viel pas echt op hoe groot de boom is of eigenlijk hoe klein het huisje is. Voor zover ik weet wordt dit huisje verhuurd als vakantiewoning. Op dit moment zag het er echter verlaten uit, waardoor ik het aandurfde om de boom van dichtbij te bekijken.

Dat bleek een uitstekende keuze. De bloesem van de kersenboom verspreidde een heerlijke geur en rondom de takken zoemde het van de bijen. Het was een levendig tafereel waar ik helemaal blij van werd.

Wordt vervolgd.

Kluut, tureluur en veldmuis in Skrok

Het was bladstil en het was heiig. De bladstilte zorgde voor een prachtige weerspiegeling, maar de heiige lucht werkte helaas niet mee aan de foto’s.

In het eerste vierluik laat ik een paar kluten zien, die met hun snavels heen en weer zwaaiend, foerageerden in ondiep water. Deze foto’s maakte ik vanuit de kijkhut.

Even later wandelde ik over het pad door het vogelrijke plasdrasgebied. Langs de waterlijn scharrelde een tureluur.

Terwijl ik foto’s maakte van de tureluur, zag ik in mijn ooghoek meerdere keren iets bewegen. Het bleek een veldmuisje te zijn, dat telkens uit zijn holletje kwam, snel iets opat en weer verdween. Het was een grappig en aandoenlijk schouwspel.

Ik zoomde in op het hek in de verte en zag op dat moment een haas voorbij huppen. Even later verscheen er een wandelaar, die bleef staan voor een praatje. Hij wees mij op de boerderij waar hij was opgegroeid – te zien op de tweede foto – en vertelde over zijn jeugd in dit gebied. Zijn ouders moesten stoppen met boeren vanwege het weidevogelgebied en verhuisden naar een boerderij in Flevoland. Zelf was hij weer teruggekeerd naar Fryslân en maakte nog steeds graag wandelingen in dit gebied, om te genieten van de weidevogels.

Dreigende lucht, een fuut en een molen

Op zaterdag 14 maart hadden we, in tegenstelling tot de voorspellingen, nauwelijks neerslag. Het was wel fris, maar daardoor juist een prima dag om in en rond het huis aan de poets te gaan. Aan het einde van de middag brak de bewolking open. Tegelijkertijd ontstond er in het noorden een dreigende lucht. Dat was voor mij reden om toch nog even met de camera op pad te gaan.

Ik reed naar een natuurgebied tussen De Blesse en Wolvega. Aan de Domeinenweg (zie Google Maps) maakte ik een stop, omdat ik daar een fuut tussen het riet zag zwemmen.

Ik vreesde dat de fuut uit beeld zou verdwijnen op het moment dat ik het raampje zou laten zakken, maar hij bleef gelukkig in de buurt. De wind zorgde voor een zachte rimpeling op het water, waardoor de fuut een bijzondere weerspiegeling kreeg.

Nadat de fuut achter de rietkraag was weggezommen, hoorde ik een trein aankomen. Ik had net genoeg tijd om mijn camera op de trein te richten. Het geel van de trein vormde een mooi contrast met de dreigende lucht.

Vervolgens reed ik door naar het haventje aan De Linde. Daar parkeerde ik mijn auto en wandelde naar de molen, De Gooijer. Richting het zuidwesten zag de lucht er vriendelijk uit, maar achter mij, richting het noordoosten, werd de lucht steeds dreigender. Als dat maar goed zou gaan. In de buurt van de molen stond een grote groep bandwilgen, waar ik inzoomde op de bloeiende katjes.

Ik maakte een rondje om de molen. Intussen werd de lucht steeds dreigender, en niet alleen in het noordoosten. De donkere wolken leken zich langzaam rondom samen te trekken.

De dreigende lucht bleef uiteindelijk op afstand. Ik was inmiddels weer veilig en wel bij de auto. Daar maakte ik, door de spijlen van het hek, nog een foto van het haventje. Eenmaal thuis las ik een bericht over de felle hagelbui in het noorden van het land, die voor meerdere ongelukken had gezorgd. Zie dit bericht.

Grutto’s bij Skrok

Op een prachtige lentedag ging ik naar Skrok, een weidevogelgebied in de Friese Greidhoeke. Het landschap stond vol leven en overal waren vogels te horen. Ik liep eerst naar de kijkhut, waar ik rustig het gebied kon overzien en de eerste vogels kon spotten.

In de plas voor de kijkhut stonden honderden grutto’s, die vooral aan het rusten waren. Een klein groepje had zich van de grote groep losgemaakt en foerageerde wat dichter bij de kijkhut, waardoor ze mooi te observeren waren.

Nadat ik een tijdje had genoten in de kijkhut, wandelde ik naar het oude, kruidenrijke greppeltjesland. Deze natte graslanden vormen in het voorjaar een perfecte broedplaats voor talloze weidevogels. In dit gebied fotografeerde ik o.a. een kievit, die ik in dit bericht liet zien. Jammer genoeg was het die middag niet helemaal helder.

De grutto’s zijn nog maar net terug uit warmere oorden en zijn voorlopig vooral bezig met rusten en foerageren. Het echte vliegwerk moet nog beginnen. Toch kozen sommige grutto’s al even voor het luchtruim. In onderstaande serie is een mooi staaltje synchroon vliegen te zien.

Het is bijna alsof de grutto op de tweede foto wil laten zien waarom hij niet voor niets De Kening fan ‘e Greide (De Koning van de Weide) wordt genoemd. Zie ook deze website voor meer informatie.

Afscheid van het rietland

We komen tot de afronding van een prachtige dag in het rietland in De Wieden.

Jan laat de rietbossen eerst in het land liggen om te drogen. Op een later moment in het voorjaar haalt hij het riet naar huis, waar hij het opbindt tot kleinere bossen. Deze kleinere bossen riet worden uiteindelijk gebruikt voor het dekken van rieten daken.

Bert en zijn neef nemen de oogst van die dag, de dikke bossen riet, meteen mee naar de loswal aan de overkant.

Klaas Jan schuift het rietafval naar de oever, waar het later wordt opgehaald door een medewerker van Natuurmonumenten. En laat hij nu zelf een medewerker zijn die straks door Natuurmonumenten wordt ingehuurd om deze klus te klaren.

De middag vordert gestaag en tijdens een laatste pauze praten de mannen nog even gezellig bij.

Dan is het tijd om weer aan boord te stappen. We varen terug naar de loswal, waar de auto geparkeerd staat. Voor de terugweg heeft Klaas Jan een andere, mooie route voor ons uitgekozen. Vaar maar met ons mee en geniet van de mooie omgeving…

Jongemastate, stinzenplanten en roeken

Gisteren schreef ik over mijn heimwee naar weidevogels en mijn bezoek aan het weidevogelgebied Skrok. Onderweg daarheen kwam ik langs Jongemastate. Ik was er al vaker langs gereden, maar had nooit de tijd genomen om even te stoppen. Die middag besloot ik daar verandering in te brengen en er een kijkje te nemen.

Jongemastate in Raerd is een voormalig landgoed waarvan alleen het poortgebouw uit 1603 nog overeind staat. De oorspronkelijke stins, die al in de vijftiende eeuw bestond, werd in 1912 gesloopt. Tegenwoordig is het terrein ingericht als een openbaar park in Engelse landschapsstijl. Het wordt beheerd door It Fryske Gea.

Het park staat vooral bekend om zijn rijke stinzenflora. In het vroege voorjaar komen sneeuwklokjes, lenteklokjes, winterakoniet, holwortel, gevlekt longkruid en bostulpen massaal tot bloei en kleuren ze het terrein.

In het park staan bankjes waarop de namen van de stinzenplanten staan vermeld die hier groeien. Ze nodigen niet echt uit om erop plaats te nemen; boven de bankjes bouwen namelijk honderden roeken hun nesten die er voor zorgen dat de bankjes onder de uitwerpselen zitten.

Met mijn telefoon maakte ik een kort filmpje van het overheersende gekras van de roeken. Persoonlijk ben ik geen groot liefhebber van hun geluid, maar het hoort onmiskenbaar bij deze plek met vele hoge bomen.

Heimwee naar weidevogels

Het weekend brachten we door in Haarlem. We hebben veel gezien, heerlijk gewandeld en even helemaal losgekomen van het alledaagse. Mijn spiegelreflexcamera had ik meegenomen, maar bleef op de hotelkamer.

Toch waren we blij toen we de drukte achter ons konden laten en terugreden naar het rustige noordoosten van het land. We waren mooi op tijd thuis, want in het westen zou de mist nog lang blijven hangen. Tijdens de terugreis zei ik tegen mijn man dat ik heimwee had naar de weidevogels. Op Waarneming zag ik dat de eerste grutto’s alweer bij Skrok waren gearriveerd, en dus reed ik in de voormiddag richting het weidevogelgebied.

Vandaag begin ik met de kievit. Dit jaar werd het eerste kievitsei al op 5 maart gevonden, in Ravenstein in de provincie Noord‑Brabant. Het voorjaar is nu echt begonnen.

Ik heb daar zó genoten van de roep van de verschillende weidevogels. Het geluid alleen al voelt als thuiskomen na een lange winter. Twee kieviten waren druk bezig met hun baltsvlucht, sierlijk en speels boven het weiland. Het blijft een prachtig gezicht, elk voorjaar weer.

Deze kievit had waarschijnlijk al een nest met eieren. Dat vertelde althans een vogelaar die naast mij stond. Het gedrag sprak boekdelen: de vogel alarmeerde luid en maakte duidelijk dat hij niet van onze aanwezigheid was gediend. We stonden gewoon op het pad en het nest lag wellicht helemaal niet in onze buurt. Het was duidelijk bedoeld als afleidingsmanoeuvre.

De rietsnijder arriveert

Na de lunch in het rietland in De Wieden liep Klaas Jan naar achteren om verder te gaan met het machinaal uitkammen van het riet. Jan was nog niet verder gekomen dan het stuk rond de schaftkeet en besloot ook die kant op te lopen. Hij moest tenslotte wel aan zijn dagelijkse portie beweging komen.

Die ochtend was rietsnijder Jan nog niet in het rietland. Hij had andere verplichtingen en zou pas na de lunch komen. Op een gegeven moment hoorde ik, naast het geluid van de rietmachines om ons heen, in de verte een motorgeluid aanzwellen. Dat moest bijna wel de motorboot van Jan zijn. Ik stond al klaar om hem te fotograferen terwijl hij kwam aangevaren.

Met behulp van een smeerpistool bracht Jan zijn rietmaaier in gereedheid. Voordat hij begon met maaien liep hij eerst naar Klaas Jan om even werkoverleg te voeren.

Fotomaatje Jan had zich inmiddels geïnstalleerd bij het perceel dat die middag gemaaid zou worden. Rhena, een lief gezelschapsdier, liep met ons mee en zocht een plekje bij ons in de buurt.

Voordat Jan begon te maaien vroeg ik hem hoe hij dat deed met de eerste rondgang, waarbij de bosjes riet in het nog te maaien riet zouden vallen. Na zijn woorden: ‘Jij bent er toch’, liet ik mij niet kennen en ging hem helpen om de bosjes tot schoven te zetten. Ik ben tenslotte een dochter van een rietsnijder en ging vroeger vaak met mijn vader mee naar het rietland.

Het eerste kwartier lag mijn tempo hoog, zoals ik gewend ben om te werken. Ik probeerde de machine bij te houden, maar besefte al snel dat ik mijn tempo moest aanpassen om het langer vol te houden. Jan heeft er een mooie fotoserie van gemaakt, wat je kunt vinden in dit bericht op zijn weblog.

Ook heeft Jan een prachtig filmpje met de drone gemaakt die te zien is in dit bericht. Het filmpje heb ik hieronder geplaatst.

Tijdens een pauze, terwijl ik op een hoop afvalriet zat uit te blazen, maakten de beide Jannen een praatje. Rhena had intussen een ander mooi plekje gevonden en keek toe hoe Klaas Jan kwam aanlopen met een bos uitgekamd riet.

Wordt nog één keer vervolgd.