Huismussen verkennen de zwaluwnestkast

In de voortuin hebben we een aantal jaren geleden een nestkast opgehangen voor zwaluwen. Jammer genoeg hebben de zwaluwen de weg tot dit nestkastje nog niet gevonden. Afgelopen maandag – we schrijven 19 september – scheen de morgenzon op het nestkastje. Ik was in de voortuin bezig en toen zag ik een bijzonder fenomeen. Een groepje huismussen wilden namelijk hun intrek nemen in dat kastje.

Het kastje werd vanaf alle kanten geïnspecteerd. Ze probeerden door de opening te komen, maar het lukte niet. Na vele verwoede pogingen hebben ze het opgegeven.

De huismussen in onze tuin hebben overigens niet te klagen hoor, aan de achterkant van ons huis hangt een heus hotel voor huismussen. Daarnaast vinden ze op meerdere plaatsen onder de dakpannen hun plekje voor een nestje.

Een brandweerauto van dahlia’s

Op een stralende zondagmiddag maakten mijn man en ik een fietstocht. Vanuit onze kerkelijke gemeente mochten we namelijk bloemen brengen bij een mevrouw in Vledder. De bloemen had ik haar na kerktijd al overhandigd, want die waren lastig mee te nemen op de fiets.

De fietstocht ging over landgoed De Eese, door Eesveen en Frederiksoord. Een dag eerder was er in Frederiksoord een optocht geweest vanwege Corso Frederiksoord. Op zondag kon je per fiets langs de mozaïekroute. Het was er dan ook gezellig druk in Frederiksoord en in de omliggende dorpjes.

Ook stonden er her en der nog praalwagens opgesteld. Het was ondoenlijk om bij ieder mozaïek of praalwagen stil te blijven staan voor een foto, maar deze brandweerauto moest wel even op de foto.

Een eindje verder troffen we een enorme vis bij zeemuseum Miramar.

Na het gezellig bezoek in Vledder fietsten we via een andere route weer naar huis. Tussen de buurtschappen Wapse en Wapserveen liepen koeien in de wei met daartussen een tweetal ooievaars. Zo te zien zijn ze elkaars aanwezigheid gewend.

Rook in de ribben

Vanaf Blankenham reden we via de buurtschappen Baarlo en Nederland naar de Rietweg. Aan de Rietweg hoopten we watervogels te zien en te fotograferen. Er wachtte ons daar een onaangename verrassing, de waterberging stond door de droge zomer zo goed als droog en er was geen watervogel te zien.

Na het bovenstaande bezoek heeft het een aantal malen serieus geregend. Een aantal dagen later ging ik weer een kijkje nemen bij de Rietweg. Er stond weer water en de watervogels konden weer pootje baden zoals de blauwe reiger en de groenpootruiters.

Terwijl ik de vogels fotografeerde hoorde ik in de verte een brandweerauto. De brandweerauto reed over de Blokzijlseweg en kwam vanaf Blokzijl. De brandweerauto verliet de Blokzijlseweg en reed vervolgens over Wetering west. Bij de kruising sloeg de brandweerauto af naar mijn richting. Ik was daar verbaasd over omdat de brandweerauto vanaf Blokzijl richting Nederland een omweg had genomen.

Ik ben geen ramptoerist, maar besloot toch maar even te kijken waar de brandweerauto naar toe ging. In de buurtschap Nederland reed de brandweerauto het zandpad op. In de verte zag ik drie grote rookpluimen. En waar rook is, is vuur… moeten voorbijgangers hebben gedacht die de brandweer hebben gewaarschuwd.

Even later kwam er versterking in de vorm van een tweede brandweerauto en een brandweerquad. Het zag er allemaal wel serieus uit. Tijdens het rietmaaiseizoen wordt er dagelijks afval verbrand in het rietland. In periodes van droogte is dat verboden. Op het moment dat het brandde zaten we in natuurbrandrisico, fase 2.

Zo vanuit de verte leek er niet veel activiteit bij de rookpluimen. Even later spraken we de ´brandstichter´, tevens eigenaar van het rietland. Hij dacht dat het geen kwaad kon om een drietal bulten met afval door zomermaaien in de brand te steken. In de regel weten die mannen ook wel wat ze doen, maar voorbijgangers dachten daar anders over en waarschuwden de brandweer. Het werd zoetjesaan donker, voor mij tijd om naar huis te gaan.

De kerk van Blankenham

Na de fotoserie bij de weidebeekjuffers in Kuinre stelde ik Jan voor om via Blankenham terug te rijden. Die tocht voerde over de slingerende voormalige Zuiderzeedijk. Jan heeft op zijn weblog een mooie uitleg gegeven over de aanwezigheid van kolken en de slingerende dijk. Toen we door de buurtschap Blankenham reden viel zijn oog op een kerk die onderaan de dijk staat en vroeg mij om te stoppen.

En zo liepen we even later al fotograferend richting de kerk. De ligging en het pad er naartoe met de enorme bomen is in zekere zin idyllisch te noemen.

Maar ook de kerk in combinatie met de geel gekleurde stenen en diverse ornamenten vond ik verrassend mooi.

De Protestantse Gemeente Blankenham is een zelfstandige gemeente. Om de zondag is er een kerkdienst en er is een zondagsschool voor de kinderen. Zie deze site.

Op de voorgevel zit een plaquette met de volgende tekst… 1892 Dit bedehuis verrees uit de Puinhoopen van het op 18 Juni 1892 door Hemelvuur getroffen en geheel afgebrand kerkgebouw, dat den 6 Nov was ingewijd.

Opnieuw naar de weidebeekjuffer

Vanaf de Hoogeweg vervolgden Jan en ik onze weg naar Kuinre en wel naar de Hopweg. Aan de Hopweg had ik eind augustus een fotoserie gemaakt van de weidebeekjuffer. Ik hoopte van harte dat ik ze deze keer zou kunnen laten zien aan Jan. Hij had ze nog nooit in het echt gezien. We hadden geluk, ze waren er nog.

Tussen zien en fotograferen zit nog wel een wereld van verschil. Ze fladderden voortdurend rond. Zo nu en dan ging er eentje zitten op een grasspriet naast het water. Een dergelijk plekje was dan niet altijd met de camera te bereiken. Jan staat op bovenstaande foto dan ook te speuren en af te wachten op het moment suprême.

We stonden beiden op een andere plek opgesteld. Ik had geluk dat er een paringswiel voor mij in beeld verscheen. Bij het fotograferen had ik wel wat last van een grasspriet, zo kwamen de ogen van het mannetje niet mooi in beeld. Toch ben ik blij met deze foto’s, want een paringsrad van de weidebeekjuffers had ik nog niet in mijn archief.

Ik was eigenlijk verbaasd dat er zo laat in het jaar nog een paringswiel viel waar te nemen. De warme temperaturen zullen mogelijk hebben meegespeeld. Ik kon op internet niet vinden waarom het mannetje het achterlijf omhoog houdt. Ik vermoed dat het is om een vrouwtje aan te trekken, maar dat kan ik niet wetenschappelijk onderbouwen. Ik las namelijk een soortgelijk verhaal over de bosbeekjuffer op deze site.

Even later had ik wederom geluk, een mannetje landde op een mooi plekje en spreidde van tijd tot tijd zijn vleugels.

Dit was een geslaagd doel voor onze gezamenlijke fotokuier!

Aan de Hoogeweg

Een paar weken geleden was mijn fotomaatje, Jan na lange tijd weer eens te gast bij ons thuis. Nadat we onder het genot van een bakje koffie hadden bijgepraat in de tuin gingen we op stap. Ons eerste doel was de Hoogeweg. Een week daarvoor had ik daar de Kempense heidelibel gefotografeerd en ik hoopte dat het op deze dag ook zou lukken. Vanaf de parkeerterrein wandelden we richting het witte bruggetje. Onderwijl speurden we naar de Kempense heidelibel. Er was tussen de vorige keer dat ik er was en dit bezoek volop gemaaid. Dat zou de kans op het mooi vastleggen van de libellen wel verkleinen.

Een libel in het plat gemaaide gras is immers minder mooi dan op een rechtopstaande rietstengel of grasspriet. Het had er alle schijn van dat mijn fotomaatje wat interessants op de korrel had. Ik kwam niet verder dan een heidelibel op het maaisel op de grond.

We scharrelden daar nog een tijdje rond, op zoek naar mooie onderwerpen. Ik kreeg een moerassprinkhaan in het vizier. Die had ik dit jaar nog niet gefotografeerd.

Uiteindelijk is het toch nog gelukt om een grassprietje te vinden met daarop een heidelibel. Volgens Obsidentify is het de bloedrode, maar het kan net zo goed de steenrode heidelibel zijn. Voor een goede observatie moet je ze meer van voren vastleggen.

Koeien in de Steenwijker Aa

We gaan langzaam richting lagere temperaturen en glijden zo de herfst in. In onze tuin hebben de herfstgeuren al de overhand. De tuin ligt bezaaid met appels en peren. Iedereen is van harte welkom om appels en peren te halen. Tot aan vandaag aten we nog iedere dag buiten onder de veranda. We vinden dat allebei heerlijk. Met onderstaande fotoserie ga ik een paar weken terug in de tijd. Het was op een warme nazomerse dag dat ik een fietstocht maakte over een nieuw fietspad. Het fietspad loopt door de nieuwe wijk Eeserwold en langs de Steenwijker Aa. Zie Google Maps. Halverwege de tocht zag ik een aantal koeien met kalveren lopen bij de Steenwijker Aa. Ik besloot een kijkje te nemen.

De koeien keken mij even nieuwsgierig aan maar gingen vervolgens verder met het grazen. Een van de koeien stapte in het water om water te drinken. Het volgende moment plaste de koe in het drinkwater…

Een kalf op de tegenoverliggende oever ging ook naar het water om wat te drinken. Even later stapte dat kalf in het water en wandelde naar een koe, dat was vast de moeder.

In dit gebied hebben ze een zijtak van de Steenwijker Aa gerealiseerd. Het water in deze zijtak stroomt flink en is glashelder. Het lijkt mij bij uitstek een geschikt stroompje voor de weidebeekjuffer. Wie weet, in de toekomst…

Toen het er op leek dat een van de kalveren met mij wilde gaan knuffelen vond ik het verstandiger om mij terug te trekken en mijn fietstocht te vervolgen.

Het drama van Putten (2)

In het vorige bericht schreef ik over meneer Bakker, de onderwijzer die ons vertelde over het drama in Putten. Op een druilerige dag tijdens onze vakantie in de omgeving van Putten bracht ik een bezoek aan het monument ‘Vrouw van Putten’. Het monument is ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een razzia op 1 en 2 oktober 1944. Hier kom ik later in dit bericht op terug.

Op 1 oktober 1949 is het monument door Koningin Juliana onthuld. Het monument bestaat uit een herdenkingshof, ontworpen door Prof. Bijhouwer en een zandstenen beeld van Mari Andriessen. Het is een vrouw in klederdracht met een zakdoek in haar hand. Ze kijkt in de richting van de Oude Kerk, van waaruit de mannen werden weggevoerd.

Na het bezoek aan het monument ging ik naar de naastgelegen Gedachtenisruimte. Deze ruimte is ontworpen door W.C.F. Hageman en op 9 mei 1992 geopend. In de Gedachtenisruimte wordt het verhaal van de razzia in woord en beeld weergegeven.

In september ’44 lijkt de oorlog aan z’n einde te komen. De geallieerden rukken snel op van Normandië naar het noorden en oosten. De geallieerden staan begin september al in Brussel en een week later aan de Nederlandse grens. De geallieerde legers kunnen hulp achter het front best gebruiken. Generaal Eisenhower vraagt het verzet op grote schaal sabotage te plegen achter het front. Dat is dus onder meer op de Veluwe. De sabotage moet zich richten op het transport, op koeriers en op officieren: ‘Vanuit hinderlagen vijandelijke troepen neerschieten, met name koeriers en stafofficieren’. De in het kader van de Binnenlandse Strijdkrachten vers gevormde verzetsgroep Putten (gewest 6, Veluwe) krijgt net als de andere groepen order om de vijand te hinderen en zijn verbindingen te saboteren. Er wordt besloten op zaterdag 30 september een eerste verzetsdaad te plegen. Putten ligt aan de – in die tijd – belangrijke route Zwolle – Amersfoort. De weg werd druk bereden door Duitse koeriers.

Als er die avond laat een Duitse auto aan komt rijden bij de Oldenaller brug, wordt die tot stoppen gebracht. De bedoeling is, dat de inzittenden onschadelijk wordt gemaakt. Dat mislukt, omdat het machinepistool hapert. Er ontstaat een vuurgevecht waarbij een van de leden van de verzetsgroep dodelijk gewond raakt. Bij de Duitsers vallen twee gewonden, het zijn officieren. De ene is zwaar- en de andere lichtgewond. De eerste ontsnapt, de tweede wordt door de resterende leden van de groep gevangen genomen. Twee andere inzittenden – korporaals – weten te ontsnappen. Zij melden de overval aan hun superieuren in Harderwijk. De reactie van de Wehrmacht laat niet lang op zich wachten. Overste Fullrede, de commandant van de divisie waartoe de officieren behoren, geeft onmiddellijk opdracht de straten rondom Putten af te zetten en naar de vermiste officier te zoeken. Hij waarschuwt Generaal Christiansen in Hilversum. Die is des duivels. De Wehrmacht is toch al zenuwachtig gezien het verloop van de oorlog en heeft uiteraard niet de minste behoefte aan speldenprikken achter het front. Christiansen schreeuwt: ‘Das ganze Nest muss angesteckt werden und die Ganse Bande an die Wand gestelt’…

Tussen 7 en 8 uur die zondagmorgen is heel Putten omsingeld.  Net als andere zondagen begeven de Puttenaren zich op 1 oktober naar de kerk. Langzaam dringt iets door van de razzia’s in de buurtschappen. De bewoners van de boerderijen in de omgeving van de plaats van de overval worden uit hun huizen gehaald en met personen die toevallig passeren naar het centrum van het dorp gebracht. De Duitsers vormen met Nederlandse politieagenten patrouilles die erop uit trekken om de vermiste officieren te zoeken. De bewoners van de huizen die doorzocht worden, krijgen bevel zich naar de grote kerk te begeven. Kerkgangers die het centrum willen verlaten worden teruggestuurd. De mannen worden verzameld op een terrein tussen een grote schuur en de openbare school . De vrouwen en kinderen moeten naar de kerk. In het begin van de avond mogen ze naar huis. De vrouwen krijgen de order de volgende morgen met eten voor de mannen terug te komen. Zondagavond worden de mannen boven de 60 vrijgelaten. De rest gaat naar de kerk. Maandagmorgen moeten de mannen tussen de 18 en 50 naar het marktplein.

Hoewel één van de leden van de verzetsgroep bij de mannen op het marktplein is, meldt hij zich niet. (Hij overleeft het kamp niet.) Ook de resterende leden van de groep besluiten zich niet te melden, ondanks dat één van de studenten er voor pleit om onschuldigen niet het slachtoffer  te laten worden. Wel wordt de gewonde Duitse luitenant ’s maandagsmorgens om tien uur bij een boer afgeleverd, met het verzoek hem naar de dichtstbijzijnde Duitse post te brengen. Dat gebeurt, maar het verandert niets aan de plannen van de Duitsers, misschien ook niet, omdat de bevelvoerende Fullriede het niet te horen krijgt.

Om twaalf uur krijgen de mannen te horen, dat ze naar kamp Amersfoort gebracht zullen worden, dat het dorp platgebrand zal worden en om die reden binnen twee uur ontruimd moet zijn. De dominee vertaalt het oordeel. Zo gebeurt het ook. Op het station staat een trein gereed. Die brengt ruim zeshonderd man naar Amersfoort onder bewaking van Nederlandse SS0ers. In het dorp worden een honderdtal huizen verbrand, vooral in de arbeiderswijk. (Huizen van gemeenteambtenaren, notabelen en politie blijven gespaard).


In totaal zijn 660 mannen weggevoerd. Binnen enkele dagen worden 58 mannen vanuit Kamp Amersfoort naar huis teruggestuurd, vooral vaders van grote gezinnen. Midden oktober gaan 589 Puttenaren met een grote groep politieke gevangenen uit Amersfoort naar het Lager Neuengamme bij Hamburg. Dertien mannen springen tijdens de reis uit de trein, zodat uiteindelijk 576 het concentratiekamp in gaan. In het  kamp worden de Puttenaren tewerkgesteld bij het graven van tankversperringen en krijgen ander lichamelijk zwaar werk. Na de bevrijding blijkt, dat van de 576 man slechts 49 het regiem overleefd hebben. Vijf van deze overlevenden overlijden snel na hun terugkeer.

In de Gedachtenisruimte zijn op plaquettes alle namen van de omgekomen weggevoerde mannen aangebracht. In het gastenboek kan men een indruk achterlaten…

De sterfte onder de groep Puttenaren is relatief erg groot. Als belangrijke oorzaak daarvoor is het feit aangevoerd, dat de Puttenaren zich niet wisten te ‘drukken’, maar werkten tot ze ‘erbij neervielen’. Bij de slechte voeding betekende deze houding een zekere dood. Dit gedrag zou weer voortkomen uit de opvatting die veel Puttenaren hebben over ‘schuld en boete’. Een strenge orthodoxe opvatting, waarin sprake is van een berusting, een fatalisme, de voorbeschikking, uitgedrukt in het Veluwse ‘alles gaat zoals het moet gaan ‘. Niet alleen bij de gedeporteerden, maar ook bij hen die achterbleven. De deportatie en de dood van de Puttense mannen werd toen (en nu) door veel Puttenaren beschouwd als een straf van God. Die straf wordt dan weer opgevat als logisch gevolg van Gods Liefde: God heeft het oog op het gelovige Putten laten vallen en daarom straft hij het. Om die reden heeft men in Putten de tragedie altijd ‘onder ons’ willen houden…

Als bron is de website van Stichting Oktober 44 gebruikt.

Het drama van Putten (1)

In klas 5 en 6 van de lagere school hadden we meneer Bakker als onderwijzer. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was een fijne onderwijzer, een onderwijzer wat je ieder kind zou gunnen. Ik praat overigens over lang vervlogen tijden. Het was de tijd dat we netjes aan elkaar schreven…

Waarbij de lessen werden verduidelijkt met wandkaarten…

En ‘t kofschip nog zonder ex was…

Doordat meneer Bakker zo boeiend kon vertellen vond ik met name de geschiedenislessen heel interessant. Het was tijdens de lessen over de Tweede Wereldoorlog dat hij vertelde over het ‘Drama van Putten’. Hoe jong ik ook was, het raakte mij enorm. Dat het me zo raakte lag aan de verteller. Meneer Bakker kwam uit Putten, hij vertelde het vanuit zijn hart…

Wordt vervolgd.

Wilde bloemenakker

Een paar dagen geleden liet ik de laatste serie zien die ik had gemaakt in natuurgebied Delta Schuitenbeek. Ik ben echter nog niet helemaal klaar met de vakantie op de Veluwe. Vandaag neem ik jullie mee naar een akker met wilde bloemen. We waren er al een aantal keren samen langsgefietst. Op een keer was ik alleen op pad en had de spiegelreflexcamera’s in de fietstassen. Dat was een mooie gelegenheid om mijn focus eens te richten op de wilde bloemen.

Er stonden meerdere soorten zonnebloemen. En verder ontdekte ik korenbloemen, klaprozen en distels.

Waar wilde bloemen staan, zijn ook insecten te vinden. Boven het veld dartelden heel veel klein geaderde witjes. Maar er vlogen ook bijen, hommels. En op de laatste foto zie je een Franse veldwesp naast een witje foerageren.

Waar insecten vliegen zijn ook vogels te vinden. Huiszwaluwen en boerenzwaluwen scheerden over de bloemen om zo hun kostje bij elkaar te scharrelen. En waar vogeltjes vliegen, zijn ook roofvogels te vinden. Er vloog een buizerd over.

Onderstaande foto heb ik apart geplaatst. Deze foto is zo uit de camera gerold. Er is dus geen fotobewerking uitgevoerd. De camera had kennelijk moeite met de belichting of met de witbalans. Ik vond de foto dusdanig bijzonder dat deze een plekje mag krijgen op mijn weblog.