De Slufter en oeverzwaluwen

Tijdens ons verblijf op Texel maakten we een wandeling door de Slufter. De Slufter is een uniek natuurgebied waar een open verbinding met de Noordzee bestaat. Bij vloed stroomt zeewater het gebied binnen, waardoor een landschap ontstaat van kreken, duinen en zoutminnende planten. Juist die voortdurende invloed van de zee maakt het een dynamisch en zeldzaam stukje natuur.

Na ons bezoek aan het uitkijkpunt, waar we genoten van het weidse landschap, daalden we via de trap naar beneden. Ondanks dat we hier al talloze keren zijn geweest, blijft het elke keer weer fascinerend.

De graspieper liet zich horen met een uitbundige zang. Net als de veldleeuwerik hangt de graspieper een tijdje al zingend in de lucht om zich vervolgens naar beneden te laten vallen. Eenmaal op de grond is het vogeltje een stuk lastiger te vinden, zo goed gecamoufleerd tussen de vegetatie.

In de Slufter bevindt zich een natuurlijke oeverzwaluwwand. Het gebied is afgeschermd met een touw. Met de 600 mm-lens maakte ik een fotoserie van de oeverzwaluwen. Ze vlogen af en aan, en soms was er een moment om het verenkleed op te poetsen.

Toen we vanaf het verste punt terug naar de trap wandelden, maakte ik onderstaande fotoserie.

Kemphanen in een divers verenkleed

Tijdens een van mijn bezoeken aan Waalenburg op Texel zag ik aan de noordkant van de weg enkele kemphanen lopen. Ik liet het raampje van de auto zakken en plaatste mijn telelens op de pittenzak in het raamkozijn. Het licht werkte goed mee; ik had de zon in de rug.

Het is wonderlijk om te zien hoe verschillend het verenkleed van de kemphanen kan zijn. Vooral in de broedtijd hebben de mannetjes een enorme variatie aan kleuren en patronen, waardoor bijna iedere vogel er anders uitziet. Dat maakt het extra bijzonder om ze van dichtbij te kunnen observeren en fotograferen.

Mummies in Wiuwert

Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar de kerk in Wiuwert. In de grafkelder van die kerk liggen gemummificeerde lichamen. Jan was daar in de jaren zeventig al eens geweest, maar voor mij was het een geheel nieuwe ervaring.

Toen we de kerk binnengingen, troffen we daar Stephan Kurpershoek. Hij was mij door een collega aangeraden als gids, want hij kan prachtig vertellen over de geschiedenis van de kerk en de mummies. Het was tegen het einde van de ochtend dar we daar arriveerden en Stephan vertelde dat de eerstvolgende rondleiding pas om 13.30 uur zou beginnen. Eerder kon niet, omdat de balie dan onbemand zou zijn. Na kort overleg besloten we daar niet op te wachten, omdat we die dag nog meer bezienswaardigheden wilden bezoeken.

We kregen een samenvatting mee over de adellijke familie Walta en hun grafkelder, de christelijk-orthodoxe sekte: de Labadisten die zich hier vestigde, Anna Maria van Schurman en de ontdekking van de mummies in 1765. Aandachtig lazen we de informatie door, waarna we onze tocht begonnen door de prachtige romaanse kerk uit ongeveer het jaar 1200, die in de loop der eeuwen wel enkele verbouwingen heeft ondergaan.

Nadat we eerst foto’s hadden gemaakt van het prachtige interieur van de kerk, daalden we af naar de grafkelder die in 1609 in opdracht van de familie Walta werd gebouwd.

Wat we daar zagen, maakte diepe indruk. Het was er koud en de sobere verlichting zorgde voor een mysterieuze sfeer. Zoals altijd in de nabijheid van overledenen hing er een serene rust, waardoor je vanzelf stil wordt.

In de huidige tijd blijven de kisten tijdens een afscheidsdienst meestal gesloten. Vaak staat er een mooie foto van de overledene op de kist, een tastbare herinnering aan betere tijden. Wat een verschil met deze grafkelder, waar je onverwacht oog in oog staat met de vergankelijkheid van de mens en waar de lichamen nog zichtbaar aanwezig zijn.

Het voelde haast een beetje beschamend dat we zo naar de naakte en gemummificeerde lichamen stonden te kijken. Tegelijkertijd maakte het ook iets los: verwondering, eerbied en het besef hoe dun de scheidslijn is tussen verleden en heden. Hier lagen mensen die eeuwen geleden leefden, maar die door deze bijzondere omstandigheden nog altijd zichtbaar deel uitmaken van deze plek.

Na lange tijd en vele foto’s later verlieten we de grafkelder weer. Eenmaal boven ontdekten we dat onze ruggen bedekt waren met kalk van de muren van de grafkelder.

Eenmaal boven gingen we verder met het fotograferen van het interieur van de kerk, de vele details en de expositie. Jan heeft op zijn weblog prachtige series over dit bijzondere bezoek geplaatst.

Na de fotosessie in de kerk en de grafkelder kwamen we weer terug in de hal, waar ook een klein winkeltje is gevestigd. Daar werden verschillende soorten Tsjerkebier verkocht. We praatten nog even na met Stephan en spraken onze bewondering uit over het prachtige interieur van de kerk en de indrukwekkende mummies in de grafkelder.

Stephan gaf ons vervolgens nog een tip over een volgens hem nóg mooiere kerk in de buurt: de kerk van Boazum. Dat klonk veelbelovend, dus besloten we die als onze volgende bestemming te kiezen.

Na nog een laatste foto van de monumentale grafstenen stapten we in de auto op weg naar onze volgende bestemming. Wie meer wil lezen over het mysterie van de mummies, kan terecht in dit artikel op de website van Omrop Fryslân.

Wordt vervolgd.

Uitkijkpunt bij Prins Hendrikzanddijk

Op Texel maakte ik een wandeling naar het uitkijkpunt bij Prins Hendrikzanddijk aan de Waddenzee. Onderweg genoot ik van het landschap onder de prachtige wolkenluchten.

In het verleden heb ik in dit gebied al eens een gele kwikstaart gefotografeerd. Met die verwachting in gedachten speurde ik tijdens de wandeling opnieuw naar dit opvallende vogeltje. Dat bleek niet zonder resultaat, want even later landde er eentje vlakbij. Ik kon nog net twee foto’s maken voordat de gele kwikstaart weer verdween en niet meer terugkeerde.

Dit bijzondere bouwsel is voor mij een van de meest futuristisch ogende uitkijkpunten die ik ken. Vanaf het platform heb je een prachtig uitzicht over de Waddenzee, met naar het zuiden zicht op Den Helder en naar het noorden op Oudeschild.

De vogels zitten hier vaak op grote afstand, waardoor een verrekijker onmisbaar is. Ik keek door de aanwezige Swarovski-kijker en zag in de verte een aantal Eidereend dobberen. Zelfs met mijn 600mm-lens zaten ze nog te ver weg om goed vast te leggen.

Toen ik terugwandelde naar de parkeerplaats werd de lucht steeds dreigender. Vanaf de Waddendijk maakte ik een foto waarop aan de horizon de Hoge Berg te zien is.

Witte toren, fitis en groenling en 62 km

Vandaag rijden we verder over Texel. Onderweg naar Den Hoorn stopte ik even om onderstaande foto te maken: een veld vol paardenbloemen, met op de achtergrond een karakteristieke schapenboet. Een typisch Texels landschap dat direct de sfeer van het eiland weergeeft.

Buiten Den Hoorn maak ik altijd even een stop om de karakteristieke witte toren te fotograferen. De witte toren is een baken op Texel. Op de voorgrond lagen een aantal lammetjes en een schaap heerlijk te rusten,

Aan de zuidkant van Den Hoorn reed ik langs een groot tulpenveld. Ook op Texel worden bloembollen gekweekt. Het kleurrijke veld was natuurlijk wel een foto waard. Sinds ik weet hoeveel bestrijdingsmiddelen er in de bloembollenteelt worden gebruikt, blijf ik echter liever zoveel mogelijk uit de buurt van dit soort velden.

Daarna reed ik door naar de Mokbaai. Vanaf de parkeerplaats keek ik uit over de baai, maar daar waren nauwelijks vogels te zien. Aan de andere kant van de weg zag ik boven in een boom wel enkele vogels zitten die luid hun zang lieten horen. Ik had al een vermoeden welke soorten het waren, en eenmaal thuis werd dat bevestigd: een Fitis en een Groenling. Ze maakten gebruik van dezelfde zangpost; soms zaten ze er samen, maar vaak namen ze om de beurt plaats boven in de boom.

Terwijl ik daar stond te fotograferen, stapten enkele mannen in sportkleding uit een auto. Even later kwam er een hardloper aanrennen, die met luid gejuich werd binnengehaald. Bij navraag bleek dat de man rechts een ronde van maar liefst 62 kilometer rondom Texel had gerend. Zo’n langeafstandswedstrijd wordt een ultratrail genoemd. Ik was verbaasd hoe fit deze man nog oogde na 62 km rennen.

Ik vind dat een geweldige prestatie. Ik mocht een foto van hem maken om naar onze zoon te sturen om hem een hart onder de riem te steken met de woorden van de hardloper: “Als hij nu al 16 kilometer kan rennen, dan gaan die laatste 5 kilometer ook zeker lukken.” Onze zoon gaat namelijk komend weekend in Leiden de halve marathon rennen.

Tuinvogels tussen de bloesem

Vandaag plaats ik een bloemrijke en vrolijke serie, want het is een feestelijke dag. Onze dochter ontvangt haar diploma tot Verpleegkundig Specialist. Drie jaar lang heeft ze keihard gewerkt, naast een al intensieve baan, en vandaag mag ze de kroon op dat werk in ontvangst nemen. Een bijzonder moment waar we bij mogen zijn en trots op zijn.

We hebben bewondering voor haar inzet en doorzettingsvermogen. ❤️

Tussen de bloesem foerageerden – in volgorde – een koolmees, een vink, een huismus, een pimpelmees en nog een huismus.

Een veld met pinksterbloemen en het oranjetipje

In het nabijgelegen buurtschap De Pol is een akker ingezaaid met pinksterbloemen en paardenbloemen. Op een zonnige dag maakte ik er een fotoserie van. Het is een prachtig gezicht: een veld met het zachte paars in combinatie met het felgeel zover het oog reikt.

Het zou een waar eldorado voor insecten moeten zijn, maar opvallend genoeg waren er nauwelijks insecten te zien. Ik bevond mij lange tijd aan de rand van de bloembedden en heb slechts twee koolwitjes en twee bijen waargenomen. Ik had verwacht dat er oranjetipjes zouden rondvliegen, maar die heb ik niet gezien.

Pinksterbloemen zijn een belangrijke waardplant voor het oranjetipje. Een veld vol pinksterbloemen oogt dan ook aantrekkelijk, maar binnen de levenscyclus van deze vlinder is zo’n enorm veld met alleen maar bloemen niet ideaal.

Wanneer de rups zich gaat verpoppen, verlaat hij namelijk de waardplant. Hij klimt langs andere planten omhoog en beweegt zich zwiepend van de ene naar de andere stengel, op zoek naar een geschikte plek op een boom, struik of een stevige plant. In de meeste gevallen zal een rups zich slechts één tot enkele meters verplaatsen. De rups blijft daarbij vrijwel altijd binnen hetzelfde microhabitat waarin hij is opgegroeid. Dat maakt de directe omgeving van de waardplant van groot belang voor een succesvolle ontwikkeling en verpopping.

Van de foeragerende bijen maakte ik onderstaande fotoserie

In onze tuin zag ik wél enkele oranjetipjes. Wij hebben waardplanten van het oranjetipje in de tuin zoals pinksterbloemen en heel veel look-zonder-look. De vlinders vlogen voortdurend rond. Ik moest flink geduld hebben voordat het lukte om er enkele foto’s van te kunnen nemen.

Oranjetipjes leven als vlinder slechts een paar weken. In het voorjaar zijn ze dan ook opvallend onrustig: dit is hun enige kans om zich voort te planten. Mannetjes patrouilleren actief op zoek naar vrouwtjes, terwijl de vrouwtjes juist gericht speuren naar geschikte planten om hun eitjes op af te zetten. Het is een korte, hectische periode waarin alles draait om voortplanting, stilzitten is geen optie. Zie ook de website van de Vlinderstichting voor meer informatie.

Tijdens het schrijven van dit bericht ben ik meer te weten gekomen over de levenscyclus van het oranjetipje, maar ook over een plant in onze tuin: look-zonder-look. Tot mijn verrassing blijkt dit een belangrijke waardplant te zijn voor het oranjetipje. Look-zonder-look dankt de naam aan één opvallend kenmerk: de plant verspreidt een sterke geur en heeft een smaak die doet denken aan ui, knoflook, prei, bieslook en daslook, maar behoort zélf niet tot de lookfamilie (Allium). Mijn man en ik hebben een blad gekneusd, eraan geroken en zelfs een beetje geproefd. De geur en smaak doet daar inderdaad aan denken.

Al speurend kwam ik erachter dat ook de judaspenning een geschikte waardplant is voor het oranjetipje en ook die hebben we in de voortuin staan.

Vandaag op 5 mei vieren we in Nederland de vrijheid. We staan stil bij de bevrijding in 1945, toen een einde kwam aan de Duitse bezetting in Europa en de Japanse bezetting in Azië. Sindsdien leven we in het Koninkrijk der Nederlanden zonder onderdrukking, een voorrecht dat niet vanzelfsprekend is.

Bevrijdingsdag is meer dan een viering. Het is ook een moment van bezinning. Vrijheid vraagt om onderhoud; ze is kwetsbaar en kan nooit als vanzelfsprekend worden beschouwd. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen terug te kijken, maar ook bewust stil te staan bij wat vrijheid vandaag betekent.

Want terwijl wij onze vrijheid vieren, is die op veel andere plekken in de wereld verre van zeker. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende immers niet het einde van oorlog. Sinds 1945 is er wereldwijd geen dag geweest zonder gewapende conflicten. Nog altijd leven miljoenen mensen in onzekerheid, onderdrukking en geweld, waarbij mensenrechten dagelijks worden geschonden.

Een triest einde!

Een paar dagen geleden vroeg mijn man me ’s ochtends om even mee naar buiten te komen. Er was iets bijzonders te zien, zei hij, maar wat precies hield hij nog even voor zichzelf. Voor de zekerheid nam ik mijn camera mee.

Eenmaal buiten werd al snel duidelijk dat er iets heel erg mis was. Op de grond lag een dood vogeltje, en vlak daarnaast zat een ander vogeltje stil bij hem. Ik herkende ze meteen: bonte vliegenvangers. Waarschijnlijk waren ze tijdens een baltsvlucht tegen het raam gevlogen.

Het andere vogeltje, dat nog wat versuft was, vloog na korte tijd gelukkig weer weg. Toch liet het beeld me niet los. Het raakte me meer dan ik had verwacht, en ik voelde de tranen opkomen.

Het dode vogeltje gaf ik een mooi plekje op een bord, te midden van de wilde bloemen.

Even later riep de plicht en stapte ik in de auto voor een afspraak in Orvelte. Mijn fototas met camera’s ging mee; het plan was om daarna door te rijden naar Kamp Westerbork, nu ik toch in de buurt was.

Maar toen ik klaar was in Orvelte, had ik geen moed meer om nog naar het Herinneringskamp te gaan. De dood van het kleine vogeltje hield me meer bezig dan ik had verwacht.

Naarmate ik ouder word, merk ik dat ik daar moeilijker mee om kan gaan. Het verdriet om zo’n onschuldig diertje lijkt iets groters aan te raken; op zo’n moment komt het leed van mensen dichterbij en voelt het intenser.

Direct na thuiskomst heb ik vlaggetjes voor de ramen van de veranda gehangen. We hebben veel vogels in de tuin en toch gebeurt het maar zelden dat er eentje tegen het glas vliegt. Desondanks neem ik het mezelf kwalijk dat ik deze maatregel niet eerder heb genomen. Misschien had ik dan kunnen voorkomen dat ze tegen het raam waren aangevlogen…

Hoewel er nog genoeg vogels zijn die zich laten horen met hun geroep en gezang, mis ik het geluid van de bonte vliegenvanger enorm.

In de zomer van 2021 bezocht ik Kamp Westerbork voor het laatst. In mei 2022 plaatste ik een fotoserie van dit indrukwekkende bezoek op mijn weblog. De beelden geven een stille, maar indringende indruk van deze beladen plek, waar de geschiedenis nog altijd voelbaar is. Via deze link is de fotoserie te bekijken.

Vanwege 4 mei is de mogelijkheid om te reageren uitgeschakeld.

De Hoge Berg op Texel

De Hoge Berg is een bescheiden maar markante keileemheuvel van ongeveer 15 meter hoog, gelegen tussen Den Burg en Oudeschild. Het vormt het hoogste punt van een stuwwal die dwars over het eiland loopt en zijn oorsprong vindt in het Saalien, zo’n 140.000 jaar geleden. In die periode stuwde Scandinavisch landijs zand, klei en keien op tot een langgerekte heuvelrug.

Ondanks de beperkte hoogte is de Hoge Berg van grote landschappelijke betekenis. Bij helder weer is de heuvel zichtbaar vanaf Den Helder en Wieringen en biedt hij zelf een weids uitzicht over Texel.

De Hoge Berg vormt daarnaast het historische centrum van de Texelse schapenhouderij. Op het eiland leven ongeveer 10.000 schapen, waarvan een groot deel hier graast. In het voorjaar wordt het landschap verrijkt met duizenden lammetjes. Karakteristieke schapenboeten en tuunwallen herinneren aan eeuwenoude landbouwtradities die het gebied zijn unieke uitstraling geven.

Ode aan de bonte vliegenvanger

Dat mag best eens gezegd worden, want wat kan dat kleine vogeltje prachtig zingen. Onverminderd gaat hij door. Het is dan ook het mannetje dat zo zijn best doet, het vrouwtje zingt niet.

Je hoort hem overal in onze tuin, maar zijn favoriete plek is de perenboom, naast de dode boom met het nestkastje. Dat kastje wordt regelmatig verkend, al is het nog niet zeker of er ook daadwerkelijk een nestje in komt.

De foto van de perenboom maakte ik op het moment dat Jan met de drone boven onze tuin vloog. Op het pad onder de perenboom zie je Jan in de schaduw zitten.

In de lente keert de bonte vliegenvanger terug uit Afrika. Vaak hoor je hem eerder dan dat je hem ziet.

Het mannetje arriveert als eerste. Hij kiest een territorium, claimt een geschikte nestplek, vaak een nestkastje en laat zich daar voortdurend horen. Met zijn zang probeert hij niet alleen een vrouwtje te lokken, maar ook andere mannetjes op afstand te houden.

Vanuit een vaste uitkijkpost jaagt hij op vliegende insecten. In korte, wendbare vluchtjes schiet hij de lucht in om zijn prooi te vangen, waarna hij vaak weer terugkeert naar dezelfde tak. Van zijn vaste plekje tussen de bloesem van de perenboom maakte ik onderstaande fotoserie.