Rotganzen en grote sterns op Texel

De volgende stop was bij Wagejot. Wat direct opviel, was de nieuwe loopbrug, mogelijk bedoeld voor onderzoekers of beheerders van het gebied. In ieder geval is het duidelijk dat de brug niet toegankelijk is voor bezoekers zoals wij.

Er was een grote groep rotganzen aanwezig. Dit is de kleinste ganzensoort. De naam ‘rotgans’ danken ze aan hun kenmerkende roep: een laag “rrrò… rrrò”. Volgens kenners zou ‘rorgans’ eigenlijk een treffendere benaming zijn.

Rotganzen broeden op de Siberische toendra’s. In de winter trekken ze naar het Waddengebied en de Zeeuwse Delta om daar te overwinteren. Een deel van de populatie reist nog verder door, naar Zuid-Engeland. Nederland speelt daarmee een belangrijke rol voor de rotgans. In dit artikel van Ruwan Aluvihare kun je er alles over lezen.

In Wagejot bevindt zich een grote kolonie grote sterns. Waarnemingen in 2026 laten zien dat de vogels al vroeg aanwezig zijn, wat er doorgaans op wijst dat de eerste eieren rond eind april worden gelegd.

In begin twintiger jaren zijn grote sterns uitzonderlijk hard getroffen door vogelgriep (H5N1). In 2022 leidde dit tot massale sterfte, waarbij ongeveer de helft van alle broedparen in Nederland en Vlaanderen verdween. Inmiddels neemt de populatie weer toe, maar het niveau van voor de vogelgriep is nog niet bereikt. Doordat grote sterns gemiddeld slechts één jong per twee jaar grootbrengen, verloopt het herstel traag.

Terwijl ik vanuit de auto foto’s maakte, vlogen plotseling alle vogels op. De grote sterns keerden na een korte ronde al snel terug naar hun broedplaats. De rotganzen daarentegen vlogen weg en keerden niet meer terug.

Het opvliegen viel samen met het geluid van een quad en het geroep van de schapenhouder, die op de Waddendijk een kudde schapen met lammetjes voortdreef. Dat zou een reden kunnen zijn.

Zwartkop in onze tuin

We hebben een primeur in onze tuin. Een paar dagen geleden ontdekte mijn man het gezang van de zwartkop. Nog diezelfde dag lukte het mij om de vogel te fotograferen, terwijl hij hoog in de walnotenboom zat. Je moet er in deze tijd van het jaar ook echt bij zijn, want nog niet alle bomen staan volop in blad.

De zwartkop is de laatste decennia sterk in aantal toegenomen, onder andere dankzij natuurlijker bosbeheer en het ouder worden van bossen. De vogel heeft een voorkeur voor struiken en oudere bomen. En die zijn aanwezig in onze tuin. Hij laat zich niet altijd gemakkelijk zien, maar zijn melodieuze zang is in het voorjaar des te beter te horen.

Even later zat de zwartkop tussen de bloesem van de appelboom. Ook dan is het een kunst om hem tussen alle bloesem door goed in beeld te krijgen. Precies op het moment dat hij ging zingen, zat zijn snaveltje helaas verstopt achter een blaadje.

Kokmeeuwen en hun paargedrag

Ik reed mijn vertrouwde route over de IJsdijk en Lancasterdijk op Texel. Meestal kies ik ervoor om van zuid naar noord te rijden, zodat ik links van me – binnendijks – goed zicht heb op de vogels. Af en toe zet ik de auto aan de kant, netjes in de berm, en maak ik foto’s vanuit mijn ‘mobiele kijkhut’.

Op een van die momenten zag ik een opmerkelijk tafereel. Een mannetje van de kokmeeuw deed herhaaldelijk pogingen om te paren met een vrouwtje. Zij was daar echter duidelijk niet van gediend. Ondanks zijn aanhoudende inspanningen bleef het vrouwtje standvastig en hield ze hem op afstand.

Een eindje verderop speelde zich een heel ander tafereel af. Daar verliep de paring van de kokmeeuwen wél met wederzijdse instemming. Het mannetje en vrouwtje waren duidelijk op elkaar afgestemd: na wat baltsgedrag en het nodige geroep kwam het tot een korte, maar succesvolle paring.

Ik reed verder en stopte zoals gebruikelijk bij Wagejot. Daar zag ik een ontroerend tafereel tussen een paartje kokmeeuwen: het mannetje had een visje meegebracht voor zijn partner.

Veldleeuwerik en fazant op Texel

Ik zit in de luxe positie dat ik in deze tijd van het jaar zóveel onderwerpen en foto’s heb, dat ik er met gemak drie per dag zou kunnen plaatsen. Daarom kies ik ervoor om meerdere onderwerpen in één bericht te bundelen.

We beginnen opnieuw in Waalenburg. Eerder schreef ik al over de zang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht. Daar zijn ze vaak niet meer dan een stipje en door het tegenlicht lastig te fotograferen. Het mooiste moment is wanneer ze net zijn opgestegen en nog laag vliegen. Je moet dan wel snel reageren, want het opstijgen gaat in een razend tempo.

De veldleeuwerik is lastig te vinden. Ze zijn uitstekend gecamoufleerd en vallen, zeker tussen de plukken ruige mest, nauwelijks op.

Ik reed verder en zag, rijdend over de Bargerweg, vanuit de auto een fazant bovenop een tuinwal. Daar kon ik de auto goed stilzetten om een fotoserie te maken. In tegenstelling tot de veldleeuwerik is de fazant een opvallende verschijning. De fazant liep wel bij mij vandaan, maar bleef meerdere keren even zitten en drukte zich dan in het gras. Op de derde foto leek hij zich te willen verstoppen achter zijn staart.

Paesens-Moddergat en Wierum

Een paar weken geleden ging ik op pad met mijn fotomaatje Jan. Na wat omzwervingen kwamen we terecht in Paesens-Moddergat. De buitendijkse, half vergane palenrij is en blijft een echte eyecatcher, alsof hij verhalen fluistert uit het verleden. Daarachter strekt Het Wad zich eindeloos uit, met een uitzicht dat nooit verveelt.

Maar niet alleen het landschap maakt indruk; ook het dorpje zelf is meer dan de moeite waard. De sfeer, de rust en de authenticiteit zorgen ervoor dat je er moeiteloos even de tijd vergeet.

Vanuit Paesens-Moddergat reden we door naar Wierum. Daar maakte ik onderstaande serie, waarbij mijn aandacht vooral werd getrokken door de schapen en lammetjes op de uitgestrekte Waddendijk. Het contrast tussen de dieren en het weidse landschap gaf de beelden een rustige, bijna tijdloze sfeer. We hebben er weer volop van genoten.

Haar van huisdieren schadelijk als nestmateriaal!

Een tijdje geleden besloot ik hondenhaar in onze tuin achter te laten, met de gedachte dat het misschien als nestmateriaal voor vogels zou dienen. Tot mijn verrassing bleek het een enorm succes! Vooral de koolmezen en pimpelmezen waren er dol op. Ik schreef daarover in dit bericht.

Wat aanvankelijk een mooi idee leek, blijkt nu een slecht besluit te zijn! Gisteren kwam er een artikel voorbij op social media, waarin werd gewaarschuwd voor de schadelijke effecten van het gebruik van honden- en kattenhaar als nestmateriaal voor vogels. Er zijn twee belangrijke redenen waarom dit geen goed idee is.

Ten eerste kunnen jonge vogels in het nest verstrikt raken in het hondenhaar. Vogeltjes hebben nog niet de kracht om zich los te trekken van vastzittend materiaal, en hun kleine nageltjes kunnen makkelijk in de haren blijven haken. Dit kan leiden tot verwondingen of zelfs het vast komen te zitten, wat ernstige gevolgen heeft voor hun overleving.

Het tweede punt is nog zorgwekkender. Veel huisdieren, zoals honden, krijgen anti-vlooienmiddelen die vaak chemische stoffen bevatten. Wanneer de eieren uitkomen, hebben de vogeltjes nog geen veren en komt hun huid direct in contact met de chemisch behandelde haren in het nest. De stoffen die in het hondenhaar blijven zitten, kunnen zelfs maandenlang schadelijk blijven – sommige anti-vlooienmiddelen blijven tot wel een half jaar na de behandeling in het haar aanwezig. Op deze website en deze website kun je erover lezen.

Dit alles maakt het duidelijk dat het achterlaten van hondenhaar in de tuin voor vogels geen goede keuze is. Het leek zo’n eenvoudig en goedbedoeld gebaar, maar helaas blijkt het schadelijke gevolgen te kunnen hebben voor de natuur. Ik deel dit met jullie zodat niemand dezelfde fout maakt en we allemaal bijdragen aan een veilige en gezonde omgeving voor onze gevederde vrienden. Het maakt me vaak moedeloos hoeveel (on)zichtbaar gif er op deze aarde aanwezig is en welke schadelijke gevolgen dat heeft voor de natuur.

Nog meer vogels in Waalenburg

Al op de eerste middag op Texel, na slechts een paar honderd meter in Waalenburg, deed de natuur haar werk: ik had meteen al enkele prachtige waarnemingen. Maar wat me vooral raakte, was het geluid van de diverse vogels. Het vrolijke gezang van de veldleeuwerik, hoog in de lucht, bracht een onmiskenbaar gevoel van vreugde. Voor mij heeft het iets magisch aan het luisteren naar deze natuurlijke symfonieën.

In het weiland scharrelde een groepje spreeuwen tussen de paardenbloemen. Een van de spreeuwen besloot een plekje op het hek te kiezen. Het zonlicht viel op de vogel, waardoor de iriserende kleuren van zijn veren prachtig tot hun recht kwamen. Geduldig liet de spreeuw zich van alle kanten fotograferen, terwijl de zachte bries zijn verenkleed opwaaidde en de glans van de veren nog meer accentueerde.

Langs de oever scharrelde een tureluur. Ik parkeerde mijn auto in de linker berm en wachtte geduldig. Terwijl de vogel foeragerend mijn kant op kwam, viel hij bijna volledig weg in de kleuren van de omringende begroeiing. Alleen zijn feloranje poten staken scherp af, waardoor ze des te meer opvielen. Vanuit de auto maakte ik een fotoserie.

Na de fotoserie van de tureluur vervolgde ik mijn weg in een rustig tempo. Amper honderd meter verderop diende zich al het volgende onderwerp aan: een torenvalk, die biddend boven de berm hing. Ik parkeerde de auto aan de rechter berm en wachtte geduldig. De torenvalk bleef rustig in de lucht hangen, waardoor ik volop de tijd had om hem vast te leggen.

Wordt vervolgd.

Eerst de lepelaar zien en dan… de rest

Vandaag neem ik jullie mee naar ons uitje, afgelopen weekend, op Texel. Nadat ik alles had uitgepakt, overlegde ik met mijn man of ik meteen mijn eerste ritje kon maken, op zoek naar vogels. Hij is meer van het wandelen en trok eropuit voor een wandeling door De Koog.

Steevast begin ik in natuurgebied Waalenburg. Daar hoop ik altijd als eerste de lepelaar te spotten. Voor mij zijn de lepelaar en Texel van oudsher met elkaar verbonden. Het bestaan van een lepelaar leerde ik namelijk 45 jaar geleden kennen op Texel.

Even verderop liep een mannetje en een vrouwtje bergeend. Het mannetje is te herkennen aan de opvallende bobbel aan de basis van zijn snavel.

Het mannetje bergeend en een grutto passeerden elkaar, wonderbaarlijk genoeg zonder strubbelingen. In het broedseizoen kunnen mannetjes bergeenden namelijk behoorlijk intolerant zijn.

De grutto koos uiteindelijk een plekje, keek eerst rustig om zich heen en bleef daarna op zijn gemak wat rusten.

Ook zwommen er meerdere kuifeenden in alle rust rond. Het bleef mooi om te zien hoe de kleuren van de kop van het mannetje veranderden naarmate het zonlicht er anders op viel: het ene moment diepzwart, dan weer groen en even later paars.

Aan de andere kant van de plas, iets verderop, stond een kluut die zich even achter het oor krabde…

Een overzichtsfoto van een klein deel van natuurgebied Waalenburg. Dit gebied is het grootste én oudste weidevogelreservaat van Nederland. Op de website van Natuurmonumenten kun je er alles over lezen.

Wordt vervolgd.

Strand bij Paal 15

Afgelopen weekend waren we weer op Texel, ons tweede thuis. We hebben volop genoten van het eiland en het mooie weer. Alleen op de dag van vertrek was het bewolkt met af en toe een buitje, een passend licht melancholisch afscheid. Gelukkig weten we dat we snel weer terugkomen.

De serie die ik vandaag publiceer, staat al sinds oktober klaar in mijn map met concepten. Toen kwam het er niet meer van om deze te plaatsen, maar vandaag leek het mij het juiste moment.

Terwijl mijn man ons over de Afsluitdijk naar huis chauffeurt, heb ik alle tijd om deze serie te voorzien van actuele tekst. Tussendoor kijk ik uit over een zonovergoten IJsselmeer. Vanwege de noordenwind is het kraakhelder en is het Friese vasteland goed te zien.

‘Texel, zee you soon!’

Bonte vliegenvanger zoekt nestgelegenheid

Afgelopen week hoorde mijn man een ongebruikelijk vogelgeluidje in onze tuin. Met behulp van de Merlin Bird ID wist hij het te determineren: het bleek een bonte vliegenvanger te zijn. Toen ik thuiskwam van mijn werk, vertelde hij me over zijn ontdekking.

Even later had ik zelf het geluk om de bonte vliegenvanger te horen én te zien. Met mijn camera en telelens liep ik de tuin in. Tot mijn verrassing landde het vogeltje niet ver van mij vandaan, op de rand van de drinkschaal.

Even later vloog hij naar de perenboom, waar het een plekje koos tussen de bloesem.

De volgende ochtend zag ik vanuit de badkamer dat het vogeltje op verkenning was naar een geschikte nestplek. Vooral het mussenhotel trok zijn aandacht. Voorzichtig sloop ik met mijn camera naar buiten en vanachter een struik wist ik een fotoserie te maken. De bovenste twee kamers van het hotel werden daarbij nauwgezet geïnspecteerd.

Tot slot nog een foto van de bonte vliegenvanger, dit keer tussen de bloesem van een appelboom. Nu is het afwachten of er een kamer in het mussenhotel wordt goedgekeurd. De mussen hebben tot dusver weinig belangstelling getoond, dus van concurrentie heeft hij niet te vrezen.