Historische boerderijen

Bij de expositie van Jennegien Elzinga werd ik getipt over de plek waar zij is geboren en opgegroeid. En zo reed ik even later naar het Oosterse Bos. Ik wist niet precies waar Jennegien had gewoond, maar parkeerde mijn auto op een idyllische plek tussen historische boerderijen. Eerst maakte ik een fotoserie van een zelfbedieningsrestaurant.

Even later wandelde ik langs de historische boerderijen. Deze boerderijen zijn aangewezen als rijksmonument en dateren uit de periode tussen ongeveer 1750 en 1850. De oudste delen bestaan uit 18e-eeuwse gebinten en vakwerkconstructies. Veel woonhuizen zijn in de 19e eeuw versteend of uitgebreid. Hierdoor is een bijzonder goed bewaard gebleven boerenlandschap uit de ontginningsperiode van Schoonebeek ontstaan. De boerderijen zijn groot, waarbij het achterhuis vaak is verbouwd en geschikt is gemaakt voor dubbele bewoning.

Een van de boerderijen zocht ik op internet op. Bij deze boerderij wordt vooral de schuur geroemd: “Op het erf kenmerkende uit steen en hout opgetrokken SCHUUR met 18e-eeuws ankerbalkgebint en eiken sporenkap en jonger 19e-eeuws stalgedeelte met windveren en toef, tegen rechte geveltoppen, bekleed met hei en riet respectievelijk hout;...

Wonen in een rijksmonument is voor veel mensen een mix van trots en schoonheid. Je woont letterlijk in de geschiedenis. Maar het brengt ook verantwoordelijkheid en soms ook gedoe met zich mee. Het onderhoud is vaak specialistisch en daardoor duurder. Denk aan vakwerk, riet, eiken gebinten en traditionele ambachtelijke technieken. Ook kun je niet zomaar alles aanpassen: kozijnen vervangen, muren slopen of het dak veranderen is bij een rijksmonument niet zonder meer toegestaan.

De nokken van de rieten daken in het Oosterse Bos worden vrijwel altijd zonder nokpannen gemaakt. Wat je hier ziet, is een rietgedekte nok, meestal afgewerkt met een smalle rietrol die met wilgentenen of roestvrij, en in dit geval met staaldraad, wordt vastgezet.

Ook de bijzondere gevelstenen en het metselwerk vallen op. Het lint van boerderijen werd eeuwenlang gevormd door families die zelf bouwden of lokale metselaars inschakelden. Daardoor zie je metselwerk dat nooit ‘fabrieksstrak’ is, maar altijd een beetje levendig. Kleine variaties in steenmaat en subtiele verschillen in kleur, soms ontstaan door verschillende bouwfasen, geven iedere boerderij zijn eigen karakter.

Ik sprak daar een bewoner die een praatje met mij kwam maken toen ik stond te fotograferen. Ik mocht ook even een kijkje achter het huis nemen. Daar stond dit authentieke huisje. Aanvankelijk dacht ik dat het een bakhuisje was, maar het ontbreken van een schoorsteen spreekt dat tegen. Mogelijk werd het gebruikt voor de opslag van gereedschap of als onderkomen voor klein vee, zoals varkens of kippen of voor turf of hooi.

Falcon Leap

Van 7 t/m 18 september oefenen internationale transportvliegtuigen vanaf Vliegbasis Eindhoven met luchtlandingsoperaties: Operatie Falcon Leap. Vanuit de auto had ik ze al een aantal keren zien overvliegen.

Zondagmiddag zat ik boven achter de computer toen ik het kenmerkende gebrom van de vliegtuigen hoorde. Ik snelde met de camera en tekens naar buiten en kon nog net één vliegtuig vastleggen dat vlak boven de daken van ons dorp vloog.

In de veronderstelling dat ik te laat was, wilde ik weer naar binnen gaan. Op dat moment kwam er een buurman naar mij toe en vertelde dat er nog meer aankwamen. Hij zag dat op de app Flightradar. Nog geen minuut later scheerde een reeks vliegtuigen voor ons langs. Je kunt door de combinatie met de bomen goed zien hoe laag ze vliegen.

Tijdens de oefening trainen ze in het vliegen in formatie, parachutesprongen door militairen en het afwerpen van lading. Aan Falcon Leap doen dit jaar elf landen mee: Nederland, Italië, Duitsland, Griekenland, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zweden. Zweden doet voor het eerst mee aan de oefening. Op mijn foto’s zag ik toestellen uit Nederland, Duitsland, Polen en Zweden terug. Zie ook deze website van Ministerie van Defensie.

Bovenstaande fotoserie maakte ik rond 13.50 uur. Om 16.28 uur hoorde ik wederom het geronk van vliegtuigen. Weer snelde ik met de camera naar buiten. Ik stond op de oprit toen er een vliegtuig recht over mij heen kwam. Later vlogen ze in een grotere boog om ons heen.

Op de tweede foto zie je goed hoe laag ze vliegen, langs ons dak met zonnepanelen. Op de laatste foto zie je zelfs het lampje bovenop het vliegtuig.

Jammer van de bewolking en de grijze lucht, maar aan de andere kant geeft dat de foto’s ook wel wat.

Zandstrooiboerderij en de NAM in Schoonebeek

De reden dat ik naar Schoonebeek ging, was mijn bezoek aan de zandstrooiboerderij. Ik herinnerde me dat André van Duin en Janny daar ook waren geweest met het tv-programma Denkend aan Holland. De uitzending kun je mogelijk via dit linkje terugkijken, met uitzondering van de volgers uit België. Het fragment over de zandstrooiboerderij begint rond 29 minuten.

In sommige boerderijen in Oost-Nederland kende men een bijzonder huiselijk ritueel: zandstrooien, een vorm van volkskunst. Op de vloer van de opkamer werd fijn, droog zand in patronen gestrooid. Het was een kunst die maar kort bestond, misschien een paar dagen, totdat het dagelijks leven er weer doorheen liep.

Het zand werd eerst zorgvuldig gezeefd. Soms mengde men het met baksteenpoeder voor een warme rode tint of met houtskool voor diepzwart. Met de vingers, een strooibus of een gevouwen papierstrook tekende men lijnen, krullen, sterren en bloemen. Symmetrie was belangrijk: een nette vloer liet zien dat het huis op orde was.

De opkamer was het pronkvertrek van de boerderij. Hier lag het mooiste linnengoed, hier ontving men visite en soms sliep er zelfs het bruidspaar. Een mooi gestrooide vloer gaf de ruimte een feestelijke en bijzondere sfeer. Het was een manier om te laten zien: hier gebeurt iets bijzonders.

Zandstrooien hoorde bij hoogtijdagen, zoals Kerst, Pinksteren en bruiloften. De patronen verwezen onder andere naar bescherming, vruchtbaarheid en orde. Het was een vrouwelijk ambacht, een vaardigheid die van moeder op dochter werd doorgegeven.

Na de rondleiding in de opkamer mochten we het later in het achterhuis zelf proberen. De gids deed eerst voor hoe het moest. Het zand was inderdaad heel fijn. Je kreeg het ook bijna niet meer van je handen af. Dat was voor mij wat minder handig, want als je ondertussen ook nog een camera moet bedienen, zit je niet echt op zand aan je vingers te wachten.

Ieder jaar wordt er in Schoonebeek een wedstrijd zandstrooien voor kinderen georganiseerd. Op de vloer lagen prachtige creaties die door de kinderen waren gemaakt.

Na het zand strooien bezocht ik meteen een expositie van de NAM die is ingericht in het achterhuis van de boerderij. Toen in de jaren veertig het grote olieveld onder Schoonebeek werd ontdekt, veranderde het dorp in korte tijd van een rustige ontginningsgemeenschap in een dorp waar de olie-industrie voor volop bedrijvigheid zorgde.

Vanaf 1947 was de NAM hier actief en verschenen de eerste jaknikkers (uitspraak: ja-knikkers) in het landschap. Ze werden al snel een bijna iconisch beeld van Schoonebeek. De komst van de olie-industrie bracht werkgelegenheid en nieuwe bewoners met zich mee. Er kwamen hele straten met arbeiderswoningen en Schoonebeek kreeg steeds meer voorzieningen. Het dorp werd daardoor minder geïsoleerd. De NAM zorgde voor veel werkgelegenheid, investeerde in de omgeving en problemen werden meestal snel aangepakt.

In de beginjaren van de oliewinning gebeurde in Schoonebeek iets wat nog altijd rondzingt als een soort dorpslegende: een boortoren die zomaar in de grond zakte. In 1965 werd een 50 meter hoge NAM-boortoren na een ondergrondse gasexplosie door de aarde opgeslokt. De toren verdween volledig in een kolkende massa van modder. Een bizar verhaal, maar het is echt gebeurd. Op de website Geheugen van Nederland kun je er meer over lezen. In het museum staat een replica van de boortoren.

In 1976 voltrok zich in Schoonebeek een ramp die grote indruk maakte: een zogenoemde spuiter bij een olieput van de NAM. Op 8 november begaf de afsluiter van put S457 het tijdens het injecteren van stoom. Daardoor ontstond een enorme fontein van olie, stoom, zand en modder, die wel dertig meter hoog werd. De nevel waaide in de richting van het dorp en bedekte gevels, tuinen, daken, auto’s en straten met een plakkerige, zwarte laag. De NAM begon direct met een grote schoonmaakactie. De schade die door de spuiter was ontstaan, werd volledig vergoed.

Na mijn bezoek aan de expositie en het museum liep ik naar het centrum. Bij de Warme Bakker kocht ik een lekker broodje. In het centrum staat nog steeds een jaknikker, die ook daadwerkelijk op en neer beweegt. Zo’n jaknikker hoort natuurlijk bij het beeld van Schoonebeek en herinnert aan de tijd waarin de oliewinning hier een belangrijke rol speelde.

Expositie Jennegien Elzing

Tijdens onze vakantie in Drenthe reed ik naar Schoonebeek. Onderweg maakte ik een foto van dit huis. De huizen in deze regio van Drenthe horen bij de klassieke veenkoloniale bouwstijl van Zuidoost‑Drenthe. Ze zijn herkenbaar aan hun symmetrische gevels, roodbruine baksteen, steile zadeldaken en subtiel siermetselwerk boven de ramen. Grote vensters op de begane grond en kleinere, vaak gebogen ramen bovenin verwijzen naar de tijd dat deze woningen een mix waren van woonhuis en bedrijf.

In Schoonebeek kwam ik onverwacht terecht bij een expositie over Jennegien Elzing. Dat was meer geluk dan wijsheid, want ik was naar Schoonebeek gegaan om het naastgelegen museum te bezoeken. Daar kom ik later nog op terug.

Stichting De Spiker heeft een expositie ingericht over het leven en werk van Jennegien. Voor de tentoonstelling werden veel werken uitgeleend door haar kinderen en door dorpsbewoners. Daardoor is een bijzondere verzameling ontstaan die haar levensloop laat zien, van haar jeugd tot haar latere jaren. Roelie Vrielink is de drijvende kracht achter deze expositie. Tijdens mijn bezoek en het maken van foto’s kwam ze even langs. Toen ze mij zag fotograferen en belangstelling zag, kreeg ik een privé rondleiding van haar.

Jennegien Elzing-Ensing was een markante dorpsfiguur uit Nieuw-Schoonebeek. Ze werd er in 1918 geboren en overleed in 2010, bijna 92 jaar oud. Haar hele leven was ze nauw verbonden met het dorp en de mensen die er woonden. Wat haar bijzonder maakte, was de manier waarop ze het vroegere boerenleven in Schoonebeek wist vast te leggen. Als dochter van een molenaar en keuterboer kende Jennegien het boerenleven van dichtbij. Later werkte ze als dienstmeisje in Oud-Schoonebeek, waardoor ze ook het dagelijkse leven op andere boerderijen goed leerde kennen. Die kennis en herinneringen vormden de basis voor haar werk.

Jennegien tekende en schilderde tientallen jaren. Ze maakte portretten, tekeningen en schilderijen, maar ook heel bijzondere gebruiksvoorwerpen. Zo beschilderde ze melkbussen en dakpannen met kleurrijke afbeeldingen van boerderijen, paarden en landschappen uit Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek. Ook maakte ze beeldjes.

Vooral de beschilderde melkbussen zijn inmiddels een begrip in Schoonebeek. Ooit waren het gewone gebruiksvoorwerpen die op het erf, in de schuur of bij de voordeur stonden. Jennegien gaf ze een tweede leven door er herkenbare boerderijen, paarden en dorpsgezichten op te schilderen. Voor Schoonebekers zijn ze een dierbaar familiebezit geworden.

Haar werk heeft daardoor niet alleen artistieke waarde, maar vertelt ook een verhaal over de streek en haar bewoners. In haar tekeningen en schilderijen legde Jennegien het alledaagse leven vast: de boerderijen, het werk op het land, de gezinnen en de dorpsgemeenschap. Juist daardoor is haar werk zo waardevol geworden als herinnering aan een verdwenen tijd. Ze schilderde veelvuldig de idyllische plek waar ze opgroeide.

Jennegien was niet alleen bekend om haar schilderijen en het maken van beeldjes, maar ook om haar schrijverskunst. In haar boekjes — zoals Hoe was ’t vrogger? en Spellegies die wij speulden — legde ze het dagelijkse boerenleven en de dorpsjeugd van Schoonebeek vast in warm, persoonlijk Schoonebekers. Ze schreef zoals ze schilderde: eenvoudig, liefdevol en dicht bij de mensen en gewoontes van vroeger. Haar werk bewaart niet alleen verhalen, maar ook de streektaal en het dorpsgeheugen.

Haar motto past eigenlijk perfect bij haar levenswerk: “Aj niet wat begunt, kuj ok niet zien daj ’t kunt.” Oftewel: als je niet ergens aan begint, kun je ook niet ontdekken dat je het kunt. Het portret van Jennegien is geschilderd door de Schoonebeekse schilderes: Ria Smit.

Op de website van RTV Drenthe kun je er alles over lezen.

Zonnebloemen oogsten

Vanaf de camping in Drenthe zag ik dagelijks tractoren met grote karren erachter rijden. Ik was wel benieuwd waar ze vandaan kwamen en besloot daarom eens een kijkje te gaan nemen. Toen ik daar aankwam, zag ik dat het om een groot veld met zonnebloemen ging. De zonnebloemen werden daar volop geoogst.

Voor in het veld stond nog een groot aantal zonnebloemen die niet waren geoogst. Die waren blijkbaar aan het snoeimes ontsnapt. Iets verderop zag ik tussen de zonnebloemen halve stengels staan. Later leerde ik dat de zonnebloemen halverwege de stengel worden afgesneden en dat de onderste bladeren daarbij in één beweging worden verwijderd. Vervolgens worden de zonnebloemen op de arm en schouder gelegd.

Ik maakte eerst een praatje met de eigenaar, die op de tractor zat. Natuurlijk wilde ik wel wat meer weten over de zonnebloementeelt. Ik vertelde hem dat fotografie mijn hobby is en vroeg of ik wat foto’s mocht maken. Dat vond hij prima. Dus pakte ik mijn camera en kon ik aan de slag.

Het werk werd uitgevoerd door arbeiders uit Polen. Op die dag waren er achttien mannen aan het werk. In de Nederlandse tuinbouw wordt veel gebruikgemaakt van arbeidskrachten uit Polen. Het werk is vaak seizoensgebonden, fysiek zwaar en relatief laagbetaald en daardoor lastig in te vullen met Nederlandse werknemers. Poolse arbeiders kunnen binnen de EU vrij werken en zijn via uitzendbureaus gemakkelijk inzetbaar. Daardoor vormen zij al jarenlang een grote groep onder de seizoenarbeiders.

Ik heb ook geprobeerd een praatje met de arbeiders te maken, maar helaas spraken ze geen woord Nederlands of Engels. Ze lieten in ieder geval niet merken dat ze het vervelend vonden dat ik foto’s maakte. Onverstoorbaar gingen ze door met hun werk, terwijl ik vanaf het pad foto’s maakte.

Voor de insecten is het mooi dat hier nog wat zonnebloemen blijven staan. Het zal vast niet de bedoeling van de eigenaar zijn, maar ik ben er in ieder geval blij mee!

Open dag op de Maargies Hoeve

Na de jongveekeuring wandelde ik naar de Maargies Hoeve. De keuring vond plaats in een weiland van de Maargies Hoeve, waar die dag ook een open dag werd gehouden. Een mooie gelegenheid om na afloop nog even rond te kijken en de sfeer op de boerderij mee te pakken.

De Maargies Hoeve is een bijzonder familiebedrijf waar boerderijleven, zorg en gastvrijheid al generaties lang samenkomen. Op de hoeve staat ontmoeting centraal en is iedereen welkom om een kijkje te nemen en de sfeer van het boerenleven te ervaren. Op het erf vind je niet alleen de stallen, maar ook een moestuin, dieren en natuur. Bijzonder is ook het kleinste kerkje van Nederland. Daarnaast kun je terecht in de sfeervolle horeca.

Sinds 2002 biedt de Maargies Hoeve op deze mooie locatie dagbesteding, logeeropvang en begeleid wonen aan verschillende doelgroepen. Wat ooit begon als een kleinschalig initiatief, is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig zorgbedrijf. Een plek waar mensen zich welkom en veilig voelen, tot rust kunnen komen en op hun eigen niveau een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het dagelijks leven op de hoeve.

Ik wandelde langs de mooie bloemen- en moestuin en kwam uiteindelijk achter op het erf van de Maargies Hoeve waar een opvallend klein kerkje staat. Het werd gebouwd met hulp van de eigen deelnemers en kreeg bij de opening in april 2014 de naam Kallenkerkje. Het kerkje is niet verbonden aan een bepaalde geloofsgemeenschap en staat open voor iedereen. Juist dat maakt het tot een bijzondere en laagdrempelige plek.

Je kijkt er je ogen uit met al die grappige en verrassende elementen in de tuin. Zo staat er bijvoorbeeld een bed midden in het water, compleet met de toepasselijke naam waterbed. En dat is nog maar één van de vele leuke details die je hier tegenkomt. De oude theekopjes zijn mijn favoriet. Ze brengen me meteen terug naar vroeger, naar de kopjes die op het dienblad van mijn vader en moeder stonden.

In het voedselbos groeien allerlei bekende fruitsoorten, zoals appel, peer, pruim en mispel, maar ook kastanjes en meer bijzondere gewassen, zoals olijfwilg, pecanboom en pawpaw. De opbrengst wordt ieder jaar groter en wordt samen met de deelnemers geoogst. De oogst krijgt vervolgens een mooie bestemming in de theeschenkerij, de boerderijwinkel en het Kooklokaal.

Jong Leven in de ring – een feest van jeugd en jongvee

Afgelopen weekend was ik aanwezig bij een gezellige jongveekeuring. Deze jaarlijkse keuring wordt georganiseerd door K.O.C. Jong Leven en bestaat al sinds 1965.

De kalveropfokclub heeft als doel om jongeren in clubverband enthousiast te maken voor de opfok en verzorging van jongvee. Tijdens de keuring kunnen de jonge deelnemers laten zien hoe goed zij hun kalveren hebben verzorgd en voorbereid. Een mooie traditie waarbij de liefde voor het boerenvak en de zorg voor het vee van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Bij deze jongveekeuring draait het natuurlijk niet alleen om een mooi en goed verzorgd kalf. De liefde voor het kalf en later voor de koe staat centraal. De kinderen leren al op jonge leeftijd wat het betekent om verantwoordelijkheid te dragen voor een dier.

Al weken voor de keuring zijn ze druk bezig met hun kalf. Kalf en kind moeten aan elkaar wennen en er wordt volop geoefend. Ze knuffelen met hun kalf, verzorgen het en leren het rustig mee te lopen. Door al die tijd samen door te brengen, ontstaat er een bijzondere band tussen kind en dier.

Tijdens de keuring komt alles samen. Het is mooi om te zien hoeveel aandacht en geduld de jonge deelnemers in hun kalf hebben gestoken. Ze leren niet alleen hoe ze een kalf moeten verzorgen en voorbrengen, maar ook wat vertrouwen, verantwoordelijkheid en liefde voor dieren betekenen.

In de week voorafgaand aan de keuring wordt er nog flink aan de kalveren gewerkt. Het kalf wordt geschoren en grondig gewassen, zodat het er tijdens de keuring op zijn best uitziet. Ook de staart krijgt de nodige aandacht. Die moet natuurlijk mooi vol en verzorgd voor de dag komen.

Vlak voordat het kalf de ring in gaat, wordt de staart nog één keer zorgvuldig onderhanden genomen. Vooral de meisjes kunnen daar behoorlijk wat tijd aan besteden. Met veel kammen, borstelen en nog een beetje bijwerken wordt geprobeerd de staart precies goed te krijgen. En eerlijk is eerlijk: na al die moeite ziet het resultaat er uiteindelijk vaak nét zo uit als een halfuur daarvoor. 😉

Voordat hun categorie aan de beurt is, stellen de kinderen zich samen met hun kalf buiten op. Terwijl ze wachten, wordt het kalf nog eens van alle kanten bekeken. Een aai over de kop, even knuffelen en controleren of alles er nog netjes uitziet.

De werkelijke reden dat ik naar deze jongveekeuring ging, was omdat mijn achternichtje Marjanna meedeed met haar kalf Annie. Zij hebben zelf geen boerderij, maar houden als hobby een paar koeien. Haar vader is een boer in hart en nieren, maar omdat hij geen boerenzoon was, heeft hij nooit een boerderij kunnen erven.

Voor Marjanna was het dus extra leuk om met Annie aan deze keuring mee te doen. Voordat zij aan de beurt waren, maakte ze buiten nog een paar ontspannen oefenrondjes met Annie, maar tussendoor was er natuurlijk ook tijd om even lekker te grazen.

Haar broer en zusje hadden op dat moment heel andere plannen. Zij vermaakten zich met slootje springen. Een spel dat eigenlijk onlosmakelijk verbonden is met het opgroeien op het platteland.

En dan is het moment daar: tijd om met het kalf de ring in te gaan. Vooraf hadden de kinderen duidelijke instructies gekregen over hoe ze het kalf moesten voorbrengen en waar ze op moesten letten. Marjanna en Annie deden het allebei heel goed.

Het vriendelijke jurylid uit Fryslân nam voor ieder kind rustig de tijd om een praatje te maken. Met leuke vragen en oprechte complimenten wist hij de spanning er al snel uit te halen. Zo werd de keuring niet alleen een moment waarop de kalveren werden beoordeeld, maar vooral ook een leuke en leerzame ervaring voor de kinderen.

En dan komt misschien wel het spannendste moment van de dag: de bekendmaking van de prijzen. Marjanna bemachtigde met Annie in deze ronde de eerste prijs voor exterieur van het kalf. Een prachtig resultaat! Later op de dag volgde nog een mooie prestatie. Voor het toilet en voorbrengen van het kalf behaalde ze de tweede prijs.

Aan zo’n keuring gaat trouwens het nodige vooraf. In de weken voor de keuring wordt ook de gezonheid van het kalf gecontroleerd. Een dierenarts onderzoekt het kalf of ze gezond is. Dit is om verspreiding van ziektes tijdens dit evenement te voorkomen.

Marjanna is zichtbaar blij met het resultaat. Vooraf was ze eigenlijk helemaal niet zo bezig met het winnen van een prijs. Ze vond het vooral leuk om samen met Annie mee te doen. Maar toen ze eenmaal de rozet in handen had, bleek zo’n eerste prijs toch wel heel erg leuk!

Ook een paar vriendinnetjes waren komen kijken. Die hadden natuurlijk met haar meegeleefd en waren net zo benieuwd naar de uitslag. Eén ding is zeker: maandag had Marjanna op school een mooi verhaal te vertellen!

Ik heb ook de allerjongste deelnemers nog aan het werk gezien. Bij hen ging het lopen en voorbrengen van het kalf allemaal wat minder gestructureerd. Maar juist dat maakt het zo leuk om te zien. Soms moet de kleine voorbrenger alle zeilen bijzetten om het dier de goede kant op te krijgen. 😉

De regel is dat het jongvee is afgestemd op de leeftijd en grootte van de kinderen en jongeren. De allerkleinsten lopen met kalveren, terwijl de wat grotere dames de pinken voorbrengen. Zo krijgt iedereen een dier dat bij hem of haar past en kunnen de kinderen op een veilige en leuke manier ervaring opdoen.

IJstijdenpad en de Spaarsluis

In een eerder bericht schreef ik over een bijzondere sluis in Drenthe. Bij die sluis werd ik getipt over nóg een bijzondere sluis en wel bij Oranjedorp. Dat maakte me natuurlijk nieuwsgierig. Een paar dagen later fietsten we samen een gedeelte van het IJstijdenpad. Deze route bracht ons ook langs de sluis waarover ik was getipt. Een mooie gelegenheid om deze bijzondere plek eens met eigen ogen te bekijken.

(Klik op de foto’s voor een groter formaat.)

Tijdens de Saale-ijstijd schoof een enorme ijsmassa vanuit Scandinavië Drenthe binnen. Het land werd als het ware opgestuwd: zand, grind en grote stenen werden door het ijs meegevoerd en opgestapeld tot langgerekte ruggen. De Hondsrug is daarvan het bekendste voorbeeld. Langs het IJstijdenpad herinneren nog altijd talloze zwerfkeien aan deze periode. Ze zijn door het landijs vanuit Scandinavië meegevoerd en hier achtergelaten toen het ijs zich terugtrok. We namen een pauze bij een geologisch monument aan de rand van het Oosterse Bos.

In het Koning Willem-Alexanderkanaal lag een boot aan de wal. Toen we zagen dat de thuishaven Zwartsluis was, was onze belangstelling meteen gewekt. Zwartsluis ligt immers bij ons in de buurt. We stopten bij de boot en al snel kwam de kapitein naar buiten voor een praatje. Hij vertelde dat hij met de boot tot aan de Poolse grens had gevaren en nu weer op de terugreis was. Op het land verplaatste hij zich met een motor, die hij met een takel van het dek kan hijsen.

De boot lag te wachten totdat hij bij de Spaarsluis geschut kon worden. Wij fietsten alvast naar de sluis. Daar raakten we aan de praat met de vriendelijke sluiswachter, die ons graag meer vertelde over deze bijzondere sluis.

De Spaarsluis werkt anders dan een gewone schutsluis. Het bijzondere aan deze sluis is dat er zoveel mogelijk water wordt bespaard. Dat is nodig omdat het Koning Willem-Alexanderkanaal geen natuurlijke wateraanvoer heeft.

Bij een traditionele sluis stroomt bij iedere schutting een grote hoeveelheid water weg. Dat water moet vervolgens weer worden aangevuld, wat bovendien veel energie kost. De Spaarsluis voorkomt dit waterverlies voor ongeveer de helft. In plaats van het schutwater na een schutting weg te laten stromen, wordt het opgevangen in grote waterbekkens naast de kolk. Na de schutting wordt het water weer teruggepompt en opnieuw gebruikt bij een volgende schutting. Op die manier wordt het waterverlies met ongeveer 50 procent verminderd.

Een slimme oplossing in een gebied waar waterbeheer altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. De grote waterbekkens zijn op de foto aan de achterkant van de sluis te zien.

Ariën gleed de sluis binnen. Zodra de deuren achter de boot waren gesloten, begon het waterpeil in een rap tempo te zakken.

Ariën vervolgde zijn vaart richting Zwartsluis. Voordat wij weer op de fiets stapten, maakte ik nog een foto van een kunstwerk waarvan ik de betekenis en herkomst helaas niet heb kunnen achterhalen. Misschien weet een van onze lezers er meer over?

Ook maakte ik een foto van de Giraf, een opvallend kunstwerk langs de A37 dat je, wanneer je over de A37 rijdt, onmogelijk kunt missen.

Kamp Westerbork; herdenken voor alle generaties

In dit bericht op mijn weblog schreef ik over de opvang van Molukkers in Schattenberg en over het themajaar Schattenberg, dat in 2026 centraal staat bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In het bericht van vandaag gaan we een stap terug in de tijd, naar de meest aangrijpende periode uit de geschiedenis van deze plek. Naar de jaren waarin Kamp Westerbork door de nazi’s werd gebruikt als doorgangskamp.

Tussen juli 1942 en september 1944 vertrokken vanuit Westerbork meer dan honderd treinen richting het oosten. Bijna 107.000 Joden werden vanuit Nederland via Westerbork gedeporteerd. Daarnaast werden 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders vanuit het kamp weggevoerd. De meeste treinen hadden Auschwitz als bestemming, maar ook Sobibor, Theresienstadt, Bergen-Belsen, Buchenwald en Ravensbrück stonden op de transportlijsten.

Na mijn bezoek aan het Herinneringscentrum fietste ik naar het voormalige kampterrein. Onderweg kwam ik langs de kisten waarop de aantallen staan vermeld die vanuit Westerbork zijn weggevoerd. Die cijfers maken op een indringende manier zichtbaar hoeveel mensen vanaf deze plek werden gedeporteerd, zonder te weten wat hen te wachten stond.

Ik kwam langs de commandantswoning. Het is een van de weinige gebouwen van het voormalige kamp die bewaard zijn gebleven en het pand is inmiddels een rijksmonument. Om de houten woning tegen verder verval te beschermen, is er een grote glazen kasconstructie omheen gebouwd. Voor meer informatie verwijs ik graag naar de website van Drenthe.

Bij de ingang van het terrein sloot ik mij aan bij een groep die net was begonnen aan een rondleiding. Tijdens de zomervakantie worden er vrijwel voortdurend rondleidingen gegeven en komen er veel bezoekers naar deze bijzondere plek. Wat ik mooi vind, is dat er ook zoveel kinderen en jongeren bij zijn. Zij luisteren naar de verhalen en ontdekken een geschiedenis die steeds verder van hun eigen belevingswereld af komt te staan. Juist daarom is het belangrijk dat ook deze generatie de verhalen blijft horen en begrijpen wat hier is gebeurd. Herdenken is niet alleen iets van vroeger of van een oudere generatie. Herdenken is van alle generaties!

Het prikkeldraad is een tastbare herinnering aan de functie die het kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog had. Het vormde een harde grens tussen de gevangenen en de vrijheid daarbuiten. De lieflijke bloempjes die er nu tussen en langs het prikkeldraad groeien, vormen daarmee een schrijnend contrast. Zacht en kwetsbaar tegenover het harde prikkeldraad, dat ons herinnert aan de donkere geschiedenis van deze plek.

Naast het voormalige kampterrein staan veertien radiotelescopen opgesteld. De lange rij schotels vormt een opvallend contrast met de geschiedenis van deze plek. Toch hebben de telescopen op een bijzondere manier ook een verbinding met het verleden van Kamp Westerbork.

Een indrukwekkend verhaal vind ik dat van de Westerbork-telescoop in rouwstand. Tijdens herdenkingen, zoals op 4 mei, worden de veertien schotels in een vaste, neerwaartse stand gezet. De telescopen lijken daarmee een buiging te maken als teken van respect en eerbied voor de slachtoffers die vanaf deze plek werden gedeporteerd. In onderstaand filmpje is te zien hoe de telescopen in rouwstand worden gezet.

De gids vertelde over een bijzondere pilot waarbij de contouren van de vroegere barakken zichtbaar worden gemaakt door ze in te zaaien met kruiden en bloemen. Zo wordt het verleden op een natuurlijke, subtiele manier weer zichtbaar in het landschap. Een moment dat ik kon vangen met mijn camera, was een jongetje dat tijdens de rondleiding op de grond ging zitten en bloemetjes plukte om er een klein boeketje van te maken. Zo gewoon en onschuldig, juist op deze bijzondere plek.

De luisterpalen vormen een stille gids door het voormalige kampterrein. Op plekken waar ooit barakken, werkplaatsen of het ziekenhuis stonden, hoor je via sobere zuilen korte fragmenten: stemmen van oud-gevangenen, dagboekfragmenten, historische informatie of juist bewuste stilte. Alle generaties luisterden naar deze indrukwekkende verhalen.

In het Herinneringscentrum is er veel aandacht voor het betrekken van kinderen bij de geschiedenis, onder andere met de kinderroute. De kinderen krijgen een routeboekje mee met verhalen en opdrachten. Mooi om te zien hoe het hele gezin hier samen mee bezig is. Vanaf een afstandje luisterde ik mee en hoorde ik hoeveel de kinderen al over deze geschiedenis konden vertellen. Met toestemming mocht ik foto’s maken van het moment waarop een meisje de Davidsster in haar boekje plakte.

De Honderdduizend Stenen vormen een van de meest indringende monumenten. Het monument bestaat uit 102.000 kleine, rechthoekige stenen: één voor iedere man, vrouw en kind die vanuit Westerbork werd gedeporteerd en niet terugkeerde.

Bij de stenen zat een meisje. Ze bekeek aandachtig de foto’s. Dit beeld laat zien dat deze plek ook op kinderen indruk maakt.

Schattenberg in voormalig Kamp Westerbork,

Tijdens onze vakantie bracht ik een bezoek aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Deze keer ging ik erheen met een bijzondere aanleiding: het thema Schattenberg. In 2026 is het precies 75 jaar geleden dat de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen in het voormalige Kamp Westerbork aankwamen. Het Herinneringscentrum heeft daarom 2026 uitgeroepen tot het Themajaar Schattenberg.

Wie aan Westerbork denkt, denkt als eerste aan de Tweede Wereldoorlog en de Joodse slachtoffers die vanuit het kamp naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd. Maar de geschiedenis van deze plek ging na de oorlog verder. Het terrein kreeg een nieuwe bestemming en werd een woonoord voor verschillende groepen. Juist die naoorlogse geschiedenis krijgt nu steeds nadrukkelijker een plek binnen het Herinneringscentrum.

Na de oorlog lag de naam Kamp Westerbork gevoelig. In 1949 kreeg het terrein daarom de naam Schattenberg, een oude veldnaam uit de omgeving. De naam zou verwijzen naar de grafheuvels in het landschap, waarin mensen hun overledenen met hun ‘schatten’ begroeven.

Vanaf 1950 kwamen er onder meer Indische Nederlanders aan. De barakken waren nog lang niet geschikt voor bewoning en moesten op korte termijn worden opgeknapt. In 1951 arriveerden de eerste Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen in Schattenberg. In totaal zouden ongeveer 3.000 Molukkers hier worden ondergebracht. Veel van de mannen hadden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend.

Tentoonstellingen, rondleidingen, herdenkingen en educatieve activiteiten vertellen de verschillende verhalen die hier samenkomen. Ook persoonlijke verhalen krijgen daarbij veel aandacht. Zo brengt fotografe Maria Austria in haar werk mensen en momenten uit verschillende periodes van de geschiedenis in beeld.

Het leven in Schattenberg was niet gemakkelijk. Gezinnen kregen een compartiment in een van de lange barakken. Er was weinig privacy en de voorzieningen waren primitief. Bovendien lag het woonoord geïsoleerd in het Drentse landschap. Toch ontstond er ondanks deze omstandigheden een hechte gemeenschap. Er waren kerkdiensten en andere religieuze activiteiten, muziek, sport en allerlei vormen van gemeenschapsleven. De bewoners bouwden er een eigen sociale en culturele wereld op. Schattenberg werd daarmee niet alleen een plaats van wachten, maar ook een plek waar nieuwe generaties opgroeiden en waar een belangrijk deel van de Molukse geschiedenis in Nederland vorm kreeg.

De geschiedenis verliep niet zonder spanningen. In 1958 brandden drie barakken af en in de jaren zestig begonnen steeds meer gezinnen het woonoord te verlaten. Uiteindelijk kwam in 1971 een einde aan de bewoning van Schattenberg. Het woonoord werd ontruimd om plaats te maken voor de radiosterrenwacht. De bewoners waren inmiddels verspreid geraakt over verschillende plaatsen. Zo ontstonden en groeiden onder meer Molukse gemeenschappen in Assen, Bovensmilde en andere Nederlandse gemeenten. De ervaringen in Schattenberg bleven echter onderdeel van hun gezamenlijke geschiedenis.

Het bijzondere aan het Themajaar Schattenberg is dat het Herinneringscentrum de naoorlogse bewoningsgeschiedenis nadrukkelijk onderdeel maakt van het verhaal van Westerbork.

De installatie Kinderen van Schattenberg laat eveneens zien hoe de geschiedenis doorwerkt in volgende generaties.

Het verblijf van de Molukkers in Nederland was aanvankelijk als tijdelijk bedoeld. Er was de verwachting dat zij uiteindelijk naar de Molukken zouden kunnen terugkeren. Die terugkeer kwam er echter niet. Wat begon als een tijdelijk verblijf, groeide uit tot een langdurige en bepalende periode in de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Nederland. De kist bleef gepakt. Ook na het vertrek uit Schattenberg verhuisde die mee naar de nieuwe Molukse woonwijken, onder meer in Assen, Bovensmilde, Zwolle en Ommen.

Wie meer wil lezen over het verhaal van de Molukkers in voormaling Kamp Westerbork kan ik de website van Ons Land van harte aanbevelen.