Spotvogel

Terwijl ik stond te wachten tot de gekraagde roodstaart zich weer liet zien, kwamen er ook enkele meer alledaagse vogels voorbij. Zo zag ik meerdere malen een merel met voedsel in de snavel op weg naar zijn jongen. Even later verscheen een zingende mannetjesvink, prachtig verlicht door een streepje zonlicht dat door het gebladerte viel. Ook lieten een juveniele roodborst en een jonge zanglijster zich nog even zien. Zo viel er, zelfs tijdens het wachten, genoeg te genieten.

Ik liep wat rond op ongeveer dezelfde plek op de camping toen ik boven in een eikenboom een voor mij onbekend vogelgeluid hoorde. De Merlin Bird ID-app gaf aan dat het om de zang van een spotvogel ging. Dat was een aangename verrassing, want een spotvogel kom je niet elke dag tegen. Nu restte nog de uitdaging om de vogel ook daadwerkelijk te zien te krijgen, maar dat bleek geen eenvoudige opgave. Hoog tussen het dichte bladerdek hield hij zich goed verborgen.

Een spotvogel laat zich meestal niet gemakkelijk zien, maar des te beter horen. Met zijn luide, langdurige en gevarieerde zang trekt hij de aandacht, terwijl hij zelf goed verscholen blijft in het dichte bladerdek. De beste kans om hem te ontdekken is door rustig te blijven staan, zijn zang te volgen en zorgvuldig net onder de boomkruinen te speuren. Vooral in juni en tijdens de vroege ochtenduren is de kans groot dat je deze meesterzanger hoort en, met wat geluk, ook te zien krijgt.

Uiteraard was ik benieuwd waar deze vogel zijn naam aan te danken heeft. De spotvogel dankt zijn naam aan zijn bijzondere talent om de geluiden van andere vogels na te bootsen en deze in zijn eigen zang te verwerken. Hij lijkt als het ware de spot te drijven met zijn gevederde collega’s.

De spotvogel imiteert de geluiden van andere vogels om verschillende redenen. Met zijn gevarieerde zang probeert hij indruk te maken op vrouwtjes, zijn territorium kracht bij te zetten en mogelijk zelfs concurrenten in verwarring te brengen. Die rijke afwisseling aan geluiden maakt hem opvallender en aantrekkelijker dan wanneer hij uitsluitend zijn eigen zang zou laten horen.

Voor zijn repertoire leent de spotvogel vooral de geluiden van opvallende en veelvoorkomende soorten uit zijn omgeving. Zo zijn in zijn zang vaak elementen te herkennen van onder meer de merel, boerenzwaluw, grasmus, spreeuw, kraai, koolmees, tjiftjaf en fitis. Wie goed luistert, kan soms meerdere vogelsoorten in één zangstrofe voorbij horen komen. Om een indruk te geven van zijn prachtige en gevarieerde zang, heb ik op internet dit filmpje gevonden.

Voor mij was dit de eerste keer dat ik een spotvogel zag én kon fotograferen. Dat maakte deze waarneming extra bijzonder.

Gekraagde roodstaart op de camping

Onze vrienden kampeerden op een camping in onze regio. Toen we daar op bezoek waren, zag ik enkele vogeltjes rondvliegen die direct mijn aandacht trokken. Helaas had ik op dat moment geen camera bij me. Daarom ben ik op een andere dag, vroeg in de ochtend, teruggegaan om foto’s te maken, terwijl de meeste campinggasten nog op één oor lagen.

Het vogeltje bleek een gekraagde roodstaart te zijn, een soort uit de familie van de vliegenvangers. Vaak zit hij op een uitkijkpost vanwaar hij de omgeving scherp in de gaten houdt. Zodra hij een insect ontdekt, schiet hij er vliegensvlug achteraan om het uit de lucht te plukken. Dit jachtgedrag staat bekend als sallying. Op de camping maakten de gekraagde roodstaarten dankbaar gebruik van allerlei spullen van de kampeerders als uitkijkpost.

Het mannetje is duidelijk kleurrijker dan het vrouwtje. Zijn verenkleed zag er echter niet meer helemaal onberispelijk uit, waarschijnlijk door de drukke periode waarin de vogels verkeerden. Zowel het mannetje als het vrouwtje waren nog volop bezig met het voeren van hun jongen, wat wellicht hun tweede broedsel is.

Ringsteken in Sneek

Tijdens het familieweekend bracht de grootste groep een bezoek aan Sneek. Sneek is een Friese Elfstedenstad en staat bekend om de watersport. Het is een levendige, historische stad met grachten, oude gebouwen en de jaarlijkse Sneekweek, het grootste binnenzeilevenement van Europa.

We parkeerden de auto in de buurt van de markante watertoren en wandelden naar de binnenstad. Terwijl we wachtten voor de openstaande brug maakte ik een foto van de Waterpoort. Deze stadspoort is het symbool van de stad. De poort werd rond 1492 gebouwd als onderdeel van de stadsverdediging en bestaat uit twee achtkantige torens met daartussen een brug en een voormalige poortwachterswoning. Sinds 1613 is het een sierpoort zonder militaire functie.

De groep familieleden splitste zich al snel op, ieder volgde zijn eigen interesses. In het gezellige centrum was van alles te beleven, waaronder een optreden van Jong Advendo. Op internet hadden we gelezen dat er die middag ringsteken werd gehouden. Mijn zus en ik besloten daar een kijkje te nemen.

Ringsteken is een oude Friese traditie die al eeuwenlang deel uitmaakt van dorpsfeesten en andere regionale evenementen. De deelnemers rijden in een Friese sjees, een karakteristiek rijtuig dat wordt getrokken door een Fries paard. Terwijl de menner het paard bestuurt, probeert de bijrijder met een houten stokje een kleine ring te steken. Om het folkloristische karakter van het evenement te benadrukken, zijn de deelnemers gekleed in traditionele Friese klederdracht, zoals die rond 1850 werd gedragen.

De oorsprong van het ringsteken ligt in de middeleeuwse steekspelen, waarbij ridders hun behendigheid oefenden door met een lans naar ringen te steken. Toen deze riddertoernooien verdwenen, bleef het spel voortbestaan als volksvermaak tijdens jaarmarkten en feestdagen. In Fryslân groeide het uit tot een geliefde traditie waarin niet alleen de sportieve strijd, maar ook cultuur, traditie en gezelligheid een belangrijke rol spelen.

Zodra een deelnemer de ring met de lans heeft gestoken, wordt deze trots omhooggehouden, zodat de jury en het publiek goed kunnen zien dat de ring daadwerkelijk is geraakt. Dat zorgt voor een extra feestelijk moment en maakt het spel aantrekkelijker om naar te kijken. Het is als het ware een klein triomfmoment voor de deelnemer. Bij de meesten is die triomf duidelijk van het gezicht af te lezen, terwijl een enkeling ogenschijnlijk onverstoorbaar blijft en geen spier vertrekt.

Dreigende luchten in Gaasterland

Een paar weken geleden verbleven we met de hele familie een weekend in Gaasterland. Niet iedereen kon er van begin tot eind bij zijn, maar binnen onze familie is daar alle ruimte voor. Juist die vrijheid maakt het mogelijk om dit soort weekenden met elkaar te organiseren en ervan te genieten.

Net als twee jaar geleden hadden we een prachtige accommodatie aan het water. Helaas werkte het weer niet echt mee. Er stond een harde noordenwind, er trokken dreigende luchten over en regelmatig vielen er buien. Bovendien was het te koud voor de tijd van het jaar.

Ik maakte foto’s van de zeilschepen die voorbijvoeren. Door de harde wind voeren de meeste niet met volle zeilen, maar met gereefde zeilen of alleen met de fok.

Bij harde wind wordt het zeiloppervlak verkleind om de boot beter beheersbaar te houden. Dat noemt men reven. Het zeil wordt daarbij niet simpelweg half gehesen, maar via één of meerdere reefpunten kleiner en strakker gezet. Hierdoor vangt het minder wind, blijft de boot stabieler en houdt de bemanning ook onder stevige omstandigheden goed de controle.

Het weer had overigens ook een voordeel: iedereen had volop energie om van alles te ondernemen. Met temperaturen boven de dertig graden was dat waarschijnlijk een stuk minder gelukt. Ondanks de wind en de buien hebben we dan ook volop genoten van het weekend. Wordt vervolgd.

De Volharding

Tijdens onze vakantie op Texel reed ik naar De Volharding, een voormalige polder aan de noordkant van het eiland. Zie Google Maps. Op de parkeerplaats stond een Aalscholver die niet wegvloog toen ik uitstapte om er een foto van te maken.

De Volharding werd in 1846 aangelegd, maar bleek vanaf het begin kwetsbaar door de sterke stroming van het Eierlandse Gat. Er werd een boerderij gebouwd en het gebied raakte bewoond, maar de dijkdoorbraken bleven voortdurend problemen geven. Na de zware stormvloed van 1926 werd duidelijk dat herstel niet langer haalbaar was. In de jaren dertig vertrok de laatste bewoner en werd het gebied uiteindelijk teruggegeven aan de zee.

Archeologisch onderzoek laat zien dat het leven in de polder eenvoudig was, maar tegelijk verrassend internationaal georiënteerd. Er zijn vondsten gedaan van onder meer Duits steengoed, Fries aardewerk, industrieel aardewerk uit Maastricht en Europees porselein. Als ik deze informatie op dat moment had geweten had ik misschien de vondst op de onderstaande foto wel meegenomen…

De Volharding is tegenwoordig een rustige en veilige plek waar veel vogelsoorten kunnen uitrusten, vooral tijdens hoogwater en in de winter. Het gebied is zo ingericht dat vogels zo min mogelijk worden verstoord, terwijl bezoekers vanaf de rand toch een goed uitzicht hebben op de polder en de aanwezige vogelsoorten.

In het slik van het Wad scharrelde een scholekster zijn kostje bij elkaar. Verderop op de Waddenzee gleed een catamaran voorbij, met op de achtergrond het eiland Vlieland.

Toen ik vanaf het Wad terugliep richting de Waddendijk, zag ik een bijzonder schouwspel. De lucht zat vol meeuwen. Nieuwsgierig liep ik wat sneller om te zien wat daar de oorzaak van was. Al snel werd duidelijk wat er gaande was: een man voerde zijn schapen met bix, maar ook met oud brood. Mogelijk was dit een dagelijkse routine, want de meeuwen leken precies te weten wat er zou gebeuren en waren massaal toegestroomd op het moment van voeren. Het tafereel deed me denken aan de film The Birds, omdat de meeuwen laag over onze hoofden vlogen en luidruchtig en onrustig gedrag vertoonden.

Het eekhoorntje en de Eikeltoren

Er was eens een eekhoorntje dat in het bos bekendstond als Flitsstaart. Op een dag ontdekte hij iets heel bijzonders: hoog boven de grond hing een geheimzinnige toren van ijzer, vol lekkernijen.

Voorzichtig klom Flitsstaart naar boven. Vanuit de toren keek hij trots over zijn koninkrijk. “Dit moet de Eikeltoren zijn waar de vogels altijd over fluisteren,” piepte hij.

Maar de schat lag nog lager. Aan de toren hingen twee magische voorraadkamers. Zonder aarzelen hing Flitsstaart ondersteboven en reikte naar de zaden. Net toen hij een hap wilde nemen, verscheen er een klein vogeltje.

“Pas op!” tjilpte het vogeltje. “Alleen wie durft te hangen als een echte acrobaat mag van de schat proeven.”

Flitsstaart zwaaide heen en weer, hield zijn staart als een pluizig roer in de lucht en bleef keurig hangen. Het vogeltje knikte tevreden.

Vanaf die dag deelden de vogels en Flitsstaart de lekkernijen van de Eikeltoren. En wie goed kijkt in de tuin, kan hem soms nog zien bungelen tussen de voederhuisjes, op zoek naar zijn volgende avontuur.

Het sprookje is gegenereerd door AI op basis van de eerste en laatste foto.

‘t Torenhuis Ao 1578

Tijdens ons verblijf op Texel legde ik een aantal huizen vast die het typische gevoel van Texel uitstralen.

Tijdens mijn tocht kwam ik ook door Den Hoorn, met zijn karakteristieke scheefstaande kerktoren die al van verre zichtbaar is. Meestal fotografeer ik de kerk vanaf hetzelfde punt, maar deze keer besloot ik een andere plek op te zoeken. Dat leverde net even een ander perspectief op van dit markante Texelse monument.

Even verderop maakte ik een stop bij een huis op een splitsing. Ik ben er al ontelbare keren langsgereden, maar had er nog nooit de tijd genomen om even stil te staan. Deze keer besloot ik dat wel te doen en het huis wat beter te bekijken en te fotograferen.

Eenmaal thuis verdiepte ik mij in de bijzondere geschiedenis van ’t Torenhuis, een karakteristieke boerderij uit 1578. Het huis staat op de plek van het verdwenen dorp De Westen en is een van de weinige tastbare herinneringen aan een gebied dat door de eeuwen heen ingrijpend veranderde. Al rond het jaar 720 zou de missionaris Willibrord hier een eerste kapel hebben gesticht. Later groeide deze uit tot de moederkerk van Texel, waar eilandbewoners werden gedoopt, trouwden en hun laatste rustplaats vonden.

De kerk werd in 1571 door de Watergeuzen in brand gestoken. Hoewel ook het Torenhuis daarbij zwaar werd beschadigd, werd het herbouwd en bleef het de tand des tijds doorstaan. Eeuwenlang deed het dienst als kosterswoning van de kerk. Tegenwoordig is het een Rijksmonument en daarmee een waardevolle getuige van een rijk verleden. Een bijzonder detail is de miniatuur van de verdwenen kerktoren die als makelaar de topgevel siert en zo de herinnering aan de oude kerk levend houdt. Naast het Torenhuis lag eeuwenlang het katholieke kerkhof van Texel. Het terrein werd meer dan duizend jaar gebruikt als begraafplaats en bij graafwerkzaamheden zijn hier zelfs tot ver in de twintigste eeuw nog menselijke botresten gevonden.

Een prachtige tocht

Een paar weken geleden maakte ik samen met fotomaatje Jan een prachtige tocht in zijn omgeving. Jan reed op zijn nieuwe Joiny en ik op de e-bike. Het weer kon niet mooier zijn: niet te warm, niet te koud en met mooie wolkenpartijen. De natuur was frisgroen en de stemming opperbest.

Onze route voerde onder andere door Olterterp, Wijnjeterperschar en Heidehuizen (zie Google Maps). Jan zal deze dag in een aantal kleinere blogjes verslaan, maar ik heb ervoor gekozen om de hele serie in één keer te plaatsen.

Hier staat dit weekend een groot feest op het programma. Ik wens jullie alvast een heel fijn weekend en hoop jullie maandag hier weer te treffen. 🙂

Grote sterns in vlucht en een lepelaar

In Wagejot op Texel bevindt zich een grote broedkolonie van grote sterns.

De sterns vliegen voortdurend af en aan om voedsel te halen voor hun broedende wederhelft en wellicht ook voor de Jongen. Tussendoor nemen ze een verfrissende duik in het omliggende water om hun verenkleed schoon te spoelen, want het leven in een drukke kolonie maakt ze nogal vies.

Een eindje verderop maakte ik een stop bij de IJsdijk, waar een lepelaar aan het foerageren was.

Een lepelaar zien is tegenwoordig geen zeldzaamheid meer, maar ik blijf het een fascinerende vogel vinden. Met zijn brede snavel zwaait hij voortdurend heen en weer door het water op zoek naar voedsel. Zodra hij iets te pakken heeft, verdwijnt het met een sierlijke beweging in zijn keelgat.”

Konijnen en tapuiten in De Tuintjes

We gaan weer terug naar De Tuintjes op Texel. Ik hoopte daar de zeldzame tapuit te zien en te fotograferen.

In de duinen van De Tuintjes leven konijnen, en in de verlaten konijnenholen broedt de tapuit graag. Het duurde dan ook niet lang voordat ik de eerste konijnen had gespot. Vooral de jonge konijntjes zijn schattig om te zien.

Maar daarmee had ik de tapuit nog niet gespot. De tapuit is een schuwe soort die vaak vanaf een duintop of paaltje de omgeving afspeurt. Daardoor moet je soms flink wat geduld hebben voordat hij zich laat zien. Met mijn verrekijker speurde ik de duinen af, op zoek naar deze vogel.

Na een tijdje werd mijn geduld beloond: in de verte zag ik bijna tegelijkertijd twee keer een mannetjes tapuit boven op een duin. Op de derde foto staat een vrouwtjes tapuit op een pad. Het vrouwtje heb ik tijdens mijn twee bezoeken aan De Tuintjes slechts één keer kunnen zien.

Ik ben er tijdens twee sessies urenlang geweest. Daarbij had ik geluk: tot tweemaal toe poseerde een tapuit langere tijd voor mijn camera…

Deze serie in De Tuintjes sluit ik af met een dreigende lucht, die ik aan het eind van mijn tweede bezoek zag opkomen. Ik heb daarbij zelf nog een paar regendruppels gevoeld.