Fietstocht naar Barger-Compascuum en naar Zwartemeer

Tijdens onze vakantie in Drenthe maakten we samen verschillende fietstochten. Een daarvan voerde ons door een prachtig en afwisselend landschap in de richting van Barger-Compascuum.

Het was warm en de koeien zochten verkoeling onder de bomen. Ik maak tijdens het fietsen ook weleens een foto, zodat we niet voor iedere mooie plek hoeven af te stappen.

We kwamen uiteindelijk uit bij het Veenmuseum. Tot onze verrassing bleek het museum gesloten te zijn vanwege een faillissement. Dat hadden we vooraf niet meegekregen. Jammer, want we hadden het museum graag bezocht. Gelukkig is er hoop op een doorstart. Het museum hoopt in 2027 de deuren weer te kunnen openen. Meer hierover is te lezen op de website van RTV Drenthe.

Een paar dagen later maakten we een fietstocht rond het nabijgelegen dorp Zwartemeer. Zwartemeer is een veenkolonie aan de rand van het Bargerveen, ontstaan rond het inmiddels verdwenen hoogveenmeer Zwarte Meer.

Het dorp heeft een bijzondere geschiedenis. Het vormt van oudsher een katholieke enclave in het verder overwegend protestantse Drenthe. Veel van de eerste kolonisten waren afkomstig uit katholieke gebieden in het Duitse Hannover, net over de grens. Dat verleden is nog altijd zichtbaar: een groot deel van de huidige bevolking heeft een katholieke achtergrond en in het dorp komen opvallend veel Duitse achternamen voor.

Graanvelden, graanoogst en dreigende luchten

In de omgeving van onze camping, aan de rand van het Bargerveen, zagen we verschillende grote percelen met graan. Ik vind het altijd een prachtig gezicht: die goudgele velden, die mooi afsteken tegen een helderblauwe lucht, maar minstens zo sfeervol zijn onder een dreigend wolkendek.

Dit jaar werd het graan duidelijk eerder geoogst dan normaal. Door de zeer warme zomer kwam de graanoogst ongewoon vroeg op gang.

Tijdens een fietstocht had ik al gezien dat op een perceel in de buurt van de camping werd geoogst. Toen we even later weer op de camping waren, zag ik een dreigende lucht aankomen. Dat kon ik natuurlijk niet laten lopen! Ik stapte opnieuw op de fiets om een fotoserie te maken van de graanoogst, met die indrukwekkende, donkere luchten als decor.

Een paar dagen later zag ik de strobalen verspreid over de akkers liggen. Op sommige percelen waren ze inmiddels al opgestapeld, klaar om opgehaald te worden.

In die weken stond er regelmatig ergens in Drenthe een graanakker in brand. Door de extreme droogte waren zowel akkerbouwers als de brandweer extra alert op het risico van brand. De brandweer had de handen vol aan de vele akkerbranden. Zie de website van RTV Drenthe.

Ook in onze gemeente waren er meerdere branden op graanakkers. In beide gevallen bleek een landbouwvoertuig de oorzaak te zijn. Met de kurkdroge omstandigheden kan een klein vonkje al grote gevolgen hebben. Die berichten zijn hier en hier te lezen.

Vandaag is er duidelijk sprake van een weersomslag. Na de tropische dagen is de temperatuur flink gedaald en vannacht én vanochtend hebben we eindelijk weer eens wat regen gehad. Wat is de natuur aan regen toe! Toch betekent een paar flinke buien niet meteen dat de droogte voorbij is. Rijkswaterstaat verwacht dat de lage rivierafvoeren en waterstanden tot in december kunnen aanhouden, zelfs wanneer het weer omslaat naar een natter patroon. Zie deze website van Rijkswaterstaat.

Op de heide met een verspieder

Gisteravond stelde mijn man voor om vanochtend vroeg samen naar de heide bij de hunebedden te gaan. Hij hoopte dat we daar de hazelworm opnieuw zouden zien. De vorige keer had hij er tijdens een wandeling met de wandelgroep een gezien, terwijl ik op zoek naar hetzelfde reptiel helaas zonder resultaat naar huis ging. Misschien zouden we samen meer geluk hebben als we er vroeg bij waren. Ik schreef daarover in dit bericht.

We namen het pad omhoog. Halverwege hoorde en zag ik een groepje vogels overvliegen. Eén van de vogels streek neer in een boom, waardoor ik de kans kreeg om hem op de foto te zetten. Het bleek een boompieper te zijn.

Eenmaal aangekomen op de plek waar mijn man de vorige keer de hazelworm had gezien, ging hij als een echte verspieder voor mij uit. We speurden het pad en de bermen zorgvuldig af, maar helaas bleef de hazelworm deze keer uit beeld. Het enige wat we zagen, was een klein hagedisje dat razendsnel het pad overstak. Die was ons in ieder geval te snel af!

We wandelden langs verschillende bomkraters, stille herinneringen aan het oorlogsverleden van dit gebied. Eén van de kraters was gevuld met water. Het verbaasde me eerlijk gezegd dat daar, ondanks de aanhoudende droogte, nog steeds water in stond.

Op de Havelterberg lag in de Tweede Wereldoorlog een Duits vliegveld, officieel Fliegerhorst Havelte. Tussen 1942 en 1945 veranderden de Duitsers een uitgestrekt heide- en bosgebied in een groot militair luchtmachtcomplex. Het vliegveld was strategisch gelegen en werd onder meer gebruikt om geallieerde bommenwerpers te onderscheppen die richting Bremen en Hamburg vlogen.

Dat er nog altijd sporen van die oorlog in het gebied aanwezig zijn, bleek uit een informatiebord. Daarop stond dat delen van het Holtingerveld in augustus worden afgesloten vanwege de ruiming van vier grote bommen uit de Tweede Wereldoorlog. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) zal deze bommen eind augustus onschadelijk maken.

De ruiming maakt deel uit van een groter natuurherstelproject. In het gebied wordt gewerkt aan de uitbreiding van heischrale graslanden. Daarvoor worden onder andere boomstronken en strooisel verwijderd. Voordat er met dit graafwerk kan worden begonnen, moet de bodem eerst volledig veilig zijn. Zo komen hier twee verhalen samen: het oorlogsverleden van de Havelterberg en de zorg voor de natuur van nu. Je kunt er meer over lezen op de website van KWS OCE en op de website van Zuidwest-Drenthe.

We kwamen uit op dit zandpad. Gedeeltes van het heideveld zijn afgezet met een verplaatsbaar hekwerk om de schaapskudde binnen het begrazingsgebied te houden. Persoonlijk vind ik het er daardoor niet mooier op worden. De natuur trekt zich daar gelukkig weinig van aan. De heidelibellen, zoals deze bruinrode heidelibel, maakten dankbaar gebruik van de omheining als uitkijkpost.

Even verderop dartelden twee kleine vlinders door de lucht. Gelukkig streek er eentje neer op het zandpad. Het bleek een kleine vuurvlinder te zijn. Heel voorzichtig kwam ik dichterbij, zodat ik hem niet zou verstoren. Hij bleef gelukkig rustig zitten en zo kon ik onderstaande foto’s maken. De foto’s van de boompieper, de libel en de kleine vuurvlinder zijn gemaakt met mijn Canon-objectief 70-200 mm.

Toen we weer terug liepen naar de hunebedden zagen we een kleine oldtimer staan. Toen we even later een bruidegom met een bruidsboeket en een fotografe zagen, hadden we al snel door dat hier een fotoshoot zou plaatsvinden. Nu was het alleen nog wachten op de bruid. Dat hebben we maar niet afgewacht. 😉 Ik benijd het bruidspaar eerlijk gezegd niet om juist op zo’n snikhete dag te trouwen. Een mooie trouwdag is natuurlijk fijn, maar een beetje minder warmte lijkt me voor zo’n gelegenheid toch wel prettig!

Eclips 12 augustus 2026

Op woensdag 12 augustus waren we in de ban van de eclips, eigenlijk al dagen daarvoor. Volgens mij is er nog niet eerder zoveel aandacht besteed aan een zonsverduistering als dit jaar. Ik vraag me af hoe dat in 2081 zal zijn, wanneer er weer een zonsverduistering van betekenis te zien is.

Er werd ons vooraf precies verteld wat we wel en vooral níét moesten doen. In 1999 mochten we nog door een gaatje in een cd kijken om de zonsverduistering te volgen. Dit jaar was dat absoluut uit den boze. Alleen met een speciale eclipsbril of een lasbril met de juiste, donkerste beschermingsgraad mochten we naar de zon kijken.

Ik kon mijn eclipsbrillen van de vorige keer nergens meer vinden. Gelukkig kon ik nog net op tijd nieuwe exemplaren bestellen, en gelukkig ook nog voor een normale prijs. Op woensdagmiddag werden ze bezorgd. Net op tijd, want de eclips stond al bijna voor de deur!

De eclips zou vanuit onze achtertuin goed te volgen zijn. Onze dochter kwam bij ons langs om samen de zonsverduistering te bekijken. Dat maakte het natuurlijk extra gezellig. Ik was bovendien net op tijd terug van de kapper. Dat kwam mooi uit, want de foto’s die met de mobiele telefoon zijn gemaakt, moesten natuurlijk wel een beetje toonbaar zijn. 😉

Helaas was ik te laat met het aanschaffen van een geschikt filter voor mijn fotocamera. Het zij zo. Gelukkig lukte het om een eclipsbril voor de lens van mijn mobiel te houden en zo toch een foto van de zon te maken. Op de foto is te zien dat er een klein hapje uit de zon is genomen.

Toen de eclips voorbij was, heb ik nog een foto gemaakt met mijn spiegelreflexcamera van de ondergaande zon die door de vlinderstruik scheen.

En de eclipsbrillen? Die mogen onze kinderen erven. Voor de volgende eclips in 2081 zijn ze alvast op tijd en goed voorbereid!

Grauwe klauwier en insecten in Bargerveen

In dit bericht schreef ik over het Bargerveen, een natuurgebied dat stap voor stap weer aan de natuur werd teruggegeven. Het was en is nog steeds een omvangrijk natuurherstelproject. Rond 2000 werd een 13 kilometer lange zandleemkade aangelegd. Deze kade vormt een scheiding tussen het natuurgebied en de omliggende landbouwgronden en zorgt ervoor dat het water in het Bargerveen wordt vastgehouden en niet wegstroomt. Hierdoor kreeg het veenmos weer de kans om te groeien en kon zich opnieuw levend hoogveen ontwikkelen.

Dankzij het natuurherstel behoort het Bargerveen tegenwoordig weer tot de soortenrijkste natuurgebieden van Nederland. Het uitgestrekte hoogveen biedt een leefgebied aan een indrukwekkende verscheidenheid aan planten en dieren. Inmiddels zijn er ruim 300 vogelsoorten waargenomen, waaronder bijzondere broedvogels als de blauwe kiekendief, de grauwe klauwier en de nachtzwaluw.

Ook voor insecten is het Bargerveen van grote betekenis. Zo komen er ongeveer 40 soorten libellen, 30 soorten dagvlinders en bijna 900 soorten nachtvlinders voor. De grote variatie aan soorten laat goed zien hoe waardevol het herstel van het hoogveen voor de natuur is.

Omdat het water via diepere bodemlagen alsnog wegzakte, werden langs de randen van het Bargerveen bufferzones aangelegd met een hoger grondwaterpeil. Aan de zuidkant wordt nog steeds gewerkt aan de aanleg van nieuwe bufferzones. zie hiervoor de website van de provincie Drenthe. Deze bufferzones helpen om het veenpakket stabiel en nat te houden en vormen tegelijkertijd ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe natuur.

Zo ontstaan er onder andere rietvelden en geschikte leefgebieden voor bijzondere soorten, zoals de grauwe klauwier. Te zien op onderstaande foto’s waarbij de grauwe klauwier hoog in de boom zat.

Op de natte veengronden groeien verschillende zeldzame planten. Zo vind je er de insectenetende lange zonnedauw, addertong en diverse soorten orchideeën. Ook voor reptielen is het Bargerveen een geschikt leefgebied. De adder en de levendbarende hagedis komen hier bijvoorbeeld voor.

Grauwe vliegenvanger, groene specht en nog meer naast de camping

In mijn vorige bericht schreef ik over de keren dat ik rond half zeven ’s ochtends mijn bed uitging om vogels te fotograferen naast de camping. Het lukte me toen om een wielewaal te fotograferen.

De dagen daarna stond ik opnieuw vroeg op. Op een ochtend was het een beetje mistig. Niet bepaald ideaal om vogels te fotograferen. Maar omdat ik toch al uit bed was, pakte ik mijn camera en telelens en liep naar de bosrand buiten de camping. Misschien zou de zon snel doorbreken en zou de mist verdwijnen.

De eerste vogel die zich in de mist liet zien, was een zanglijster. Terwijl ik hem fotografeerde, scharrelde hij tussen de bladeren en wist daar een lekker hapje vandaan te vissen.

Op een kale tak aan de overkant van de sloot zat een KBV’tje mooi te poseren. Ik kon er meerdere foto’s van maken. Pas thuis, op de computer, kon ik de vogel met behulp van ObsIdentify op naam brengen: het bleek een grauwe vliegenvanger te zijn. Ik was erg blij met deze waarneming. De grauwe vliegenvanger staat namelijk op de Rode Lijst en is aangemerkt als ‘gevoelig’.

Terwijl ik vooral hoog in de bomen speurde naar een teken van de wielewaal, landde er plotseling een groene specht op ooghoogte op een boomstam, vlak voor me. Het bleek een juveniel te zijn. Misschien was hij daardoor wat minder schuw, want ik stond daar toch behoorlijk open en bloot met mijn camera te fotograferen. Even later vloog de specht naar de grond, waar hij rustig ging foerageren.

De zon verdreef de mist steeds verder en daarmee veranderden ook meteen de kleuren van het landschap. Een toch al kleurrijk roodborstje werd prachtig beschenen door de warme ochtendzon.

Ook een waterhoen trok zich niets aan van mijn aanwezigheid. Het stapte rustig over de takken die onder het wateroppervlak lagen, steeds verder in mijn richting, terwijl het ondertussen aan het foerageren was. In de beschutting van de begroeiing langs de oever zwom het jong.

Tot slot nog een foto van de locatie waar ik meerdere ochtenden heb staan fotograferen. Ik liep door het hek en bleef op het pad langs het maisveld staan. ‘s Ochtens had ik dan de zon in de rug en een mooi uitzicht op de bosrand.

Witte kwikstaart, coloradokever en andere vaste gasten

We hebben tijdens onze kampeervakantie genoten van prachtig zomers weer. Soms was het te warm, maar gelukkig konden we op die momenten uitwijken naar de boomsingel achter onze caravan. Die was er speciaal voor ontworpen.

De camping wordt enorm gewaardeerd en dat lees je terug in de reviews. Uit eigen ervaring weten we dat daar geen woord van gelogen is. Alles klopt hier gewoon. De sfeer is gemoedelijk, de omgeving is prachtig en vooral de drie generaties campingbeheerders maken het verblijf bijzonder. Ze staan altijd voor je klaar en zijn hartelijk, gezellig en tegelijkertijd laagdrempelig aanwezig. Je voelt je hier al snel welkom.

Op een avond hadden de beheerders een gezellige koffieavond georganiseerd bij de jeu-de-boulesbaan. Er was koffie, thee met iets lekkers erbij en natuurlijk was er alle gelegenheid om gezellig met elkaar te kletsen. Het was zo’n sfeervolle avond die precies past bij deze camping.

Wat ook meteen opvalt, is het grote aantal vaste gasten. Veel kampeerders komen hier al jaren en keren ieder seizoen weer terug naar hun vertrouwde plekje. Dat zegt natuurlijk veel.

Een van de vaste gasten op de camping was een witte kwikstaart. Waarschijnlijk hadden ze in de buurt een nest met jongen, want er werd fanatiek gezocht naar voedsel dat vervolgens snel werd meegenomen.

Op een dag zag ik de kwikstaart op een wel heel bijzondere manier op het gras liggen. Eerst dacht ik dat hij zoveel last had van de warmte dat hij verkoeling probeerde te zoeken. Maar toen ik me er wat verder in verdiepte, bleek dat hij gewoon aan het zonnebaden was. Vogels vertonen dit gedrag om hun verenkleed te verzorgen. Ze gaan plat op de grond liggen, spreiden hun vleugels en zetten hun veren wat op, zodat de warmte diep in het verenkleed kan doordringen. Daarmee helpen ze onder andere parasieten te bestrijden en hun veren in goede conditie te houden. Ook de open snavel die je soms bij dit gedrag ziet, is heel normaal. Vogels kunnen niet zweten zoals wij dat doen en kunnen op deze manier overtollige warmte kwijtraken.

Niet iedere gast op de camping was even welkom. Tijdens onze vakantie zagen we veel coloradokevers. Deze kever komt vooral goed tot ontwikkeling tijdens warme, droge zomers. Zowel de larven als de volwassen kevers kunnen aardappelplanten in korte tijd flink beschadigen door het blad op te eten. Met name in Drenthe kan dit onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot een grote plaag. Hoewel de coloradokever met zijn opvallende zwart-gele tekening een mooi insect is om te zien, is hij voor aardappeltelers bepaald geen welkome gast. Op de website van RTV Drenthe vond ik dit artikel over het machinaal kevers klappen, een bestrijding zonder insecticide.

In de omgeving van de camping heeft waarschijnlijk een buizerdpaar gebroed. Vrijwel iedere dag zagen we de vogels meerdere keren overvliegen, vaak begeleid door hun kenmerkende: ‘pjiéé, pjiéé’. Op de linkerfoto staat waarschijnlijk een jonge buizerd. Het lichtere, wat minder contrastrijke verenkleed en de algemene uitstraling passen goed bij een juveniele vogel. Het was iedere keer weer een mooi gezicht om deze grote roofvogels boven de camping te zien zweven. Met hun brede vleugels maakten ze optimaal gebruik van de opstijgende warme lucht en konden ze vrijwel moeiteloos boven het terrein blijven cirkelen.

Op een middag maakte ik aan de rand van de camping een aantal foto’s. Terwijl ik daar bezig was, kwam er een amazone langs. Ze stopte even, kwam naar me toe en maakte een praatje.

Wij zijn het hier op het platteland nog gewend dat mensen elkaar groeten, iets wat je in de grote steden steeds minder vaak tegenkomt. Toch viel het ons op dat de bewoners uit die omgeving nog vriendelijker waren dan bij ons. Vrijwel iedereen die we tegenkwamen, groette ons. Ook de jeugd die we op de fiets passeerden, stak even de hand op of zei vriendelijk gedag.

Bargerveen en zwerfkeien

Tijdens mijn eerste fietstocht door het Bargerveen kwam ik op bij een plek waar enorme grote zwerfkeien lagen, voorzien van een bordje met informatie over de soort en de herkomst van de steen. Deze enorme keien zijn zwerfstenen: oeroude stukken graniet, gneis en kwartsiet die miljoenen, en soms zelfs meer dan een miljard jaar geleden, in Scandinavië zijn gevormd. Tijdens de Saale-ijstijd werden ze door een enorme gletsjer los geschraapt en honderden kilometers naar het zuiden meegevoerd.

Toen het ijs zich terugtrok en uiteindelijk smolt, bleven de keien achter in het Drentse landschap. Niet alleen op de Hondsrug, maar ook in de laagte waar later het Bargerveen ontstond. Daar groeide het veen in de loop van duizenden jaren simpelweg om de keien heen. Zo liggen deze oeroude stenen nu als stille getuigen van de ijstijd in het Bargerveen. Een bijzonder idee als je bedenkt dat deze keien al een reis van honderden kilometers achter de rug hadden, lang voordat hier het veenlandschap ontstond.

Op deze plek is het landschap iets verhoogd en is een klein uitkijkpunt ingericht, met een picknickplaats. Vanaf hier heb je een mooi uitzicht over het omliggende landschap van het Bargerveen. Ook staat er een informatiebord met meer informatie over het gebied en zijn bijzondere geschiedenis.

Tijdens onze fietstochten zagen we in menig tuin een enorme zwerfkei liggen. En als je eenmaal besmet bent met het zwerfkeienvirus, kun je er natuurlijk nooit genoeg hebben. Eén zwerfkei in de tuin? Waarom niet twee, drie… of gewoon een hele verzameling? 😉

Historische route Bargerveen

Het Bargerveen is een van de laatste overgebleven hoogveengebieden van Nederland. Tegenwoordig is het een uitgestrekt natuurgebied waar rust en stilte overheersen, maar eeuwenlang was het een plek waar hard werd gewerkt en waar talloze mensen hun bestaan opbouwden.

Wie meer wil weten over de mensen die hier ooit woonden en werkten, kan de Historische Route Bargerveen volgen. Deze route, aangelegd door Cultuur-Historisch Zwartemeer, voert langs 32 informatiepanelen die zijn geplaatst bij voormalige woonlocaties. Elk bord vertelt het verhaal van de families die hier, vaak onder zware omstandigheden, een bestaan wisten op te bouwen.

Hoewel het ontoegankelijke veengebied moeilijk begaanbaar was, verbleven er al rond 5000 v.Chr. incidenteel rondtrekkende groepen mensen. Eeuwen later gebruikten bewoners aan de randen van het veen turf als brandstof. Vanaf de zestiende eeuw kwam de grootschalige turfwinning op gang. Tegelijkertijd werden delen van het veen ontwaterd om rogge en andere gewassen te kunnen verbouwen. Daarmee begon een eeuwenlange menselijke ingreep die het oorspronkelijke hoogveenlandschap ingrijpend veranderde.

Volgens de overlevering hebben in de loop der tijd wel duizend gezinnen in het Bargerveen gewoond. Dat betekent niet dat er ook duizend woningen stonden. Op dezelfde plaatsen werden eenvoudige huisjes steeds opnieuw afgebroken en herbouwd voor nieuwe bewoners. Er gold zelfs een bijzondere regel: een huis mocht alleen blijven staan als het binnen één dag was gebouwd. Rookte de schoorsteen vóór het ochtendgloren, dan mocht de woning blijven. De meeste huisjes werden opgetrokken uit materialen die voorhanden waren, zoals plaggen, berkenstammen en stro. Wie wat meer te besteden had, kon zich een stenen voorgevel veroorloven. Het Bargerveen bood onderdak aan een bonte gemeenschap van veenarbeiders, kanaalgravers, turfschippers en boekweitboeren.

In de negentiende en twintigste eeuw bereikte de turfwinning haar hoogtepunt. In het Amsterdamsche Veld werd de bovenste veenlaag, het zogenoemde grauwveen, met smalspoortreinen afgevoerd naar de fabriek van de Griendtsveen Turfstrooisel Maatschappij. Daar werd het verwerkt tot turfstrooisel, dat onder meer werd gebruikt als bodembedekking in stallen. Ook de stoomtram van de Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM) speelde een belangrijke rol. Tot in de jaren dertig vervoerde deze turf naar de omliggende plaatsen, waarna het vrachtverkeer deze taak overnam.

Vanaf 1921 werd in Klazienaveen zwarte turf verwerkt tot actieve kool in de Puritfabriek, de voorloper van het huidige Norit. Hiervoor werd een uitgebreid netwerk van smalspoorlijnen aangelegd dat diep het veengebied in liep.

De grootschalige vervening liet diepe sporen achter. Vrijwel alle oorspronkelijke veenlagen verdwenen. Pas in 1992 kwam definitief een einde aan de turfwinning in het Bargerveen. Daarna kreeg natuurherstel de ruimte en kon het gebied zich langzaam ontwikkelen tot het bijzondere hoogveenlandschap dat we vandaag de dag kennen.

Zie voor meer informatie op deze website en deze website.

Kempense heidelibel

Na de fotoserie bij het bezoekerscentrum in De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats door naar De Weerribben. Daar hoopte ik onder andere de Kempense heidelibel te fotograferen. Dat ik deze soort even daarvoor, zonder het te weten, al bij het bezoekerscentrum had gefotografeerd, wist ik op dat moment nog niet.

Ik parkeerde de auto op de parkeerplaats aan de Hoogeweg en wandelde langs het mooie watertje richting het witte bruggetje. Aan de overkant van het bruggetje sloeg ik rechtsaf en vervolgde mijn wandeling.

Er stond inmiddels een stevige wind, windkracht 4, en dat maakte het fotograferen van insecten er niet gemakkelijker op. Voor libellen die enigszins beschut in de luwte zaten, moest het echter wel te doen zijn. Ik ging dus op zoek naar de Kempense heidelibel.

De eerste ontmoeting was met een zwarte heidelibel. Deze streek neer op de grond, niet bepaald een mooi plekje voor een foto, maar ik was allang blij dat hij zich liet zien. Een bloedrode heidelibel koos gelukkig een wat fotogeniekere plek en ging bovenop een kattenstaart zitten.

Iets verderop zag ik een Kempense heidelibel vliegen. Ik hield goed in de gaten waar hij zou landen. Het bleek een mannetje te zijn, te herkennen aan het roodgekleurde achterlijf. Het vrouwtje heeft een okergeel achterlijf. Het mannetje vloog zo nu en dan even op, maar keerde telkens weer terug naar dezelfde plek. Dat gaf me mooi de gelegenheid om rustig op mijn kans te wachten.

De Kempense heidelibel is een zeldzame soort die in Nederland vooral voorkomt in Noordwest-Overijssel. De soort leeft in ondiepe wateren die in de winter droogvallen. Dat is een bijzonder systeem, waarin de larven weinig concurrentie hebben. In De Weerribben en De Wieden doet de Kempense heidelibel het tegenwoordig goed. Dankzij het rietbeheer en het speciale peilbeheer, waarbij het waterpeil in de winter laag en in de zomer hoger wordt gehouden, zijn hier geschikte leefgebieden ontstaan. Het gebied vormt daarmee het belangrijkste Nederlandse bolwerk van deze bijzondere heidelibel.

De Kempense heidelibel valt ook op door de prachtige verkleuring in de vleugels, die zichtbaar wordt wanneer het zonlicht er precies op de juiste manier op valt. Het was daarom even wachten tot de wolken voor de zon waren weggetrokken en het zonlicht weer vrij spel kreeg.

In het zonlicht krijgen de vleugels een warme, goudachtige glans. Het heldere vleugelvlies werkt daarbij als een natuurlijk prisma, waardoor langs de vleugeladers een zachte amberkleur oplicht. Bij iedere beweging lijkt het licht heel subtiel te flikkeren.