In een eerder bericht schreef ik over de winterrogge op het perceel achter ons huis en de bloemen die daar tussen bloeien. Toen ik die fotoserie maakte, stonden de klaprozen nog niet in bloei. Vandaag was dat anders. Al van verre zag ik de rode klaprozen oplichten tussen het groen.
Vandaag was mijn vrije dag en bracht ik een groot deel van de tijd werkend door in de tuin. Toen de werkzaamheden erop zaten en ik mij had gedoucht, pakte ik alsnog de camera. Die uitbundig bloeiende klaprozen vormden een te mooi onderwerp om aan voorbij te gaan.
Van Joke leerde ik onlangs dat je bloemen beter niet in de volle zon kunt fotograferen. Hard licht zorgt al snel voor storende reflecties en felle contrasten. Vandaag was het gelukkig wisselend bewolkt, waardoor de omstandigheden ideaal waren. Steeds wanneer een wolk voor de zon schoof en het licht mooi diffuus werd, maakte ik een foto van de klaprozen.
Evenals Waalenburg is ook Wagejot een vaste plek om vogels te spotten. Het grote voordeel van beide locaties is dat je de auto gemakkelijk langs de weg kunt parkeren en de vogels vanuit de auto kunt observeren en fotograferen.
Ook bij Wagejot zijn de bermen in het voorjaar rijk aan bloemen, waaronder diverse orchideeën. Tijdens mijn bezoek waren er bovendien enkele rotganzen aanwezig. Deze ganzen brengen de winter door in het Waddengebied en de Zeeuwse Delta, voordat ze in het voorjaar weer naar hun noordelijke broedgebieden vertrekken.
Terwijl ik stond te kijken, kwam een grutto aangevlogen. De poten hingen al naar beneden als landingsgestel, een mooi moment om vast te leggen.
De grutto landde op de oever, vlakbij twee rotganzen. Die keken even op, maar zetten hun tocht over het water daarna ongestoord voort. Ondertussen wijdde de grutto zich uitgebreid aan het verzorgen van zijn verenkleed.
Na zijn grondige poetsbeurt wandelde de grutto langs een wilde eend, recht op een ander doel af: een grutto die waarschijnlijk zat te broeden. Die vogel zat goed verscholen in het gras, en ik ontdekte hem pas toen de naderende grutto dichtbij kwam. Zowel het mannetje als het vrouwtje nemen deel aan het broeden, maar meestal doet het vrouwtje het grootste deel van de nachten, terwijl het mannetje vaak overdag een deel van de tijd op het nest zit.
Achter ons huis stond jarenlang vrijwel onafgebroken maïs op het land. Dit jaar is dat anders: er groeit winterrogge. Winterrogge wordt ingezet als groenbemester om de bodem te beschermen en te verbeteren. Na het zaaien in de herfst groeit het gewas snel door en blijft het ook tijdens de winter actief. Het vormt een dicht wortelstelsel dat de bodemstructuur versterkt en helpt om voedingsstoffen vast te houden. Daardoor wordt uitspoeling beperkt, blijft de grond bedekt en krijgt onkruid weinig kans om zich te ontwikkelen.
In het voorjaar levert de winterrogge bovendien een grote hoeveelheid blad- en wortelmassa op. Wanneer deze wordt ondergewerkt, zorgt dat voor extra organisch materiaal in de bodem. Dat draagt bij aan een vruchtbare, luchtige grond en vormt een goede basis voor het volgende teeltseizoen. Voor mij persoonlijk heeft het nog een voordeel: er wordt namelijk geen gewasbescherming gespoten. Daardoor kunnen de wilde bloemen langs de rand van onze tuin ongestoord blijven bloeien, wat niet alleen mooi is om te zien, maar ook gunstig is voor insecten en andere dieren.
Afgelopen weekend maakte ik bovenstaande fotoserie, terwijl er op het perceel ernaast volop werd gehooid. Met man en macht werd gewerkt om het hooi vóór de weersomslag te schudden, in balen te persen en binnen te halen. Bij dit ‘keuterboertje’ gebeurde het hooien nog op de manier zoals ik die uit mijn jeugd herinner, toen ik meehielp op de boerderij van de buren. Alleen al het kijken naar de werkzaamheden bracht prachtige herinneringen boven. En dan die geur van vers hooi die onze tuin vulde: heerlijk. Het is een typische zomergeur die me meteen terugvoert naar mijn kindertijd.
Gisteravond, 2 juni, werden we getrakteerd op een kleurrijke zonsondergang. Dat was voor mij reden genoeg om nog even met de camera naar buiten te gaan en dit fraaie schouwspel vast te leggen. Nadien heb ik de foto’s meteen toegevoegd aan dit bericht, dat al in concept klaarstond. Zo kon ik de bijzondere sfeer van deze zomeravond meteen met jullie delen.
Mijn eerste ronde met de camera’s was zoals gebruikelijk in Waalenburg. Daar stond in de verte een tureluur te foerageren. Toen hij door een kluut werd weggejaagd kwam hij dichterbij zijn kostje bij elkaar scharrelen.
Achter het hek, in het kruidenrijke landschap, zaten twee mannetjeseenden te rusten. Woerden trekken vaak samen op, en dat gaat meestal vreedzaam, zolang er geen vrouwtje in de buurt is. Zodra dat gebeurt, kan het er echter heftig aan toe gaan tussen de mannen.
Even verderop gleed een bruine kiekendief geruisloos laag over een sloot. Met zijn scherpe blik speurde hij de sloot en de oevers af, op zoek naar een lekker hapje.
Een graspieper had zijn uitkijkpost op het hek gekozen. Ik vond het prachtig om te zien hoe de zuring de achtergrond rood kleurde. Op de terugweg zat de graspieper er opnieuw, en dit keer maakte ik een foto vanuit een ander perspectief, waardoor de achtergrond groen oogde.
Elke ochtend ging ik vroeg op pad. Zo had ik al een mooie natuurbeleving achter de rug voordat de rest van het gezin op gang kwam. Een groot voordeel van zo vroeg op stap gaan is de rust; op enkele vroege vogels na kom je nauwelijks iemand tegen. De lucht was gevuld met vogelgezang, waarbij vooral de veldleeuweriken zich luid lieten horen. Af en toe had ik het geluk dat er eentje tussen de bloemen neerstreek, waardoor ik hem op de foto kon vastleggen.
Als afsluiter een tweeluik van een grutto, foeragerend in een kruidenrijk landschap, met de opvallende orchissen als decor.
Ik begin dit bericht met een bord dat vrijwel iedereen kent die Texel ooit heeft bezocht. Het staat in een weiland langs de Pontweg, tussen de veerhaven en Den Burg. Een collega wenste mij onlangs een fijne vakantie op ‘Ons Eiland voor de Heiland’. Die opmerking bracht mij ertoe om deze keer eens een paar foto’s van het bord te maken en mij te verdiepen in de geschiedenis ervan.
De kleuren groen en zwart verwijzen naar de Texelse vlag. Het bord werd geplaatst door het Texelse evangelistenpaar Jan en Paula Brouwer, dat sinds de jaren zestig actief is op het eiland. Zij verkondigen hun christelijke boodschap op campings, stranden en markten, en het bord vormt een onderdeel van hun evangelisatiewerk. Op de website van NH Nieuws is meer te lezen over dit bijzondere echtpaar. Volgens dit artikel in de Texelse Courant uit 2025 zijn zij, inmiddels ruim in de tachtig, nog altijd actief met hun evangelisatiewerk.
Het bord heeft in de loop der jaren zelf ook een geschiedenis opgebouwd. In 1995 werd het bij wijze van grap ‘ontvoerd’ en later teruggevonden op de zandplaat Razende Bol. Het werd onbeschadigd teruggebracht en opnieuw geplaatst. In 2019 werden de borden beklad en witgekalkt, wat leidde tot veel verontwaardiging onder Texelaars. Gelukkig bood een lokale schilder spontaan aan om het bord kosteloos te restaureren. Daarover is meer te lezen op de website van de Texelse Courant.
We verbleven met ons gezin in een vakantiehuis op een kleinschalig park midden in de natuur, op loopafstand van De Koog en het strand. Het kruidenrijke grasland dat bij het park hoort, stond volop in bloei met klaver, boterbloemen, ratelaar en gevlekte orchis. Een Icarusblauwtje liet zich daar regelmatig zien, maar wilde nauwelijks stilzitten. De Jacobsvlinder werkte gelukkig iets beter mee. Een mannetjesfazant was een vaste gast rond ons vakantiehuis. Het vrouwtje hield zich schuil in de bosschage, mogelijk samen met haar jongen.
Op de tweede vakantiedag zat ik aan het einde van de ochtend alleen buiten. De gezinsleden waren eropuit voor verschillende uitstapjes. Terwijl ik genoot van het uitzicht op het terras gebeurde er plotseling iets bijzonders. Een enorme zwerm bijen kwam naar ons terras. De zwerm leek belangstelling te hebben voor de boom op de derde foto. Binnen een uur werd de zwerm geleidelijk aan kleiner en uiteindelijk waren alle bijen verdwenen. Gelukkig dat ze niet bleven ‘plakken’.
Zwermen ontstaan wanneer een honingbijenvolk zich splitst. Een deel van de bijen verlaat dan samen met de oude koningin de kast om elders een nieuwe kolonie te stichten. Deze natuurlijke vorm van voortplanting vindt vooral plaats in mei en juni. Een zwerm bestaat uit duizenden bijen en ziet er indrukwekkend uit, maar is doorgaans niet gevaarlijk. Omdat de bijen op dat moment nog geen nest hebben, hoeven ze niets te verdedigen en gedragen ze zich rustig. Lees er meer over op deze interessante website van de Bijenstichting
Op de avond van 23 mei vertelde onze zoon dat er in deze periode kans is op het verschijnen van lichtende nachtwolken. Hij kwam daarop door het bijzondere verschijnsel dat we op dat moment buiten zagen.
Ik zette de camera op de tuintafel en maakte met een lange sluitertijd enkele foto’s. Het resultaat is te zien op de tweede foto. Ik twijfel nog of dit lichtende nachtwolken waren. Misschien dat mijn fotomaatje of iemand anders uitsluitsel kan geven.
We zijn weer terug van een heerlijke week vakantie op Texel. Ook het echtpaar dat tijdens onze afwezigheid in ons huis verbleef, heeft hier volop genoten.
Toen we bij terugkomst uit de auto stapten, viel ons direct de uitbundige bloei van de klimhortensia op. De zwoele, zoete geur hing in de lucht en het wemelde van de insecten, waarvan vele zoemend tussen de bloemen vlogen.
Op de bloemen foerageerden een aantal distelvlinders. Veel distelvlinders die je in het voorjaar in Nederland ziet zijn flets en versleten. Dat is niet zo vreemd, want deze trekvlinders hebben een indrukwekkende reis achter de rug vanuit Zuid-Europa of zelfs Afrika.
In de zomer plant de distelvlinder zich hier voort en verschijnt een nieuwe generatie met frisse, kleurrijke vleugels. Een deel van deze vlinders trekt in het najaar weer naar het zuiden. De exemplaren die hier achterblijven overleven de winter niet.
De klimhortensia is overigens geplant door de vorige eigenaar van het huis. Inmiddels wonen wij hier al 33 jaar en het is mooi om te zien hoe goed deze struik het na al die jaren nog doet. De dichtbegroeide klimhortensia vormt bovendien een geliefde plek voor tuinvogels om een nest te bouwen. Voordat het broedseizoen begint, snoeien we de plant een beetje terug. Zo voorkomen we dat de takken zich vasthechten aan de kozijnen en het houtwerk van de dakgoot.
Ook andere insecten deden zich tegoed aan de nectar van de bloemen. Tussen de bloeiende schermen waren verschillende hommel- en zweefvliegsoorten te zien, waaronder de aardhommel, de akkerhommel, de doodskopzweefvlieg en de citroenpendelvlieg.
Op een ochtend werd ik getipt over het scheren van alpaca’s bij een kennis in de buurt. Van zowel de eigenaar als de scheerders kreeg ik toestemming om dit proces te fotograferen, zij het met enkele restricties.
Zoals bij veel ‘onnatuurlijke’ ingrepen bij dieren brengt ook het scheren enige stress met zich mee. Om het proces zo veilig en verantwoord mogelijk te laten verlopen, zowel voor de alpaca’s als voor de scheerders, worden daarom enkele maatregelen genomen.
Wanneer foto’s van die maatregelen zonder context op social media zouden verschijnen, is de kans groot dat daar snel een oordeel over wordt gevormd. Daarom wil ik met dit bericht niet alleen inzoomen op het proces, maar ook uitleg geven over de werkwijze en de redenen achter bepaalde handelingen.
Het scheren van alpaca’s verloopt anders dan het scheren van schapen. Een schaap wordt doorgaans in een zittende houding geschoren, maar bij alpaca’s is dat vanwege hun stijve ruggengraat niet mogelijk. Daarom kunnen alpaca’s alleen staand of liggend worden geschoren. Staand scheren heeft de voorkeur, omdat dit voor het dier het minst stressvol is. In de praktijk blijken veel alpaca’s echter te onrustig om langere tijd stil te blijven staan. Daardoor neemt de kans op verwondingen tijdens het scheren toe, zowel voor het dier als voor de scheerder.
Om het scheren zo veilig mogelijk te laten verlopen, wordt een alpaca daarom meestal in zijligging op een mat op de grond of op een speciale tafel gelegd. De poten worden voorzichtig vastgezet, zodat de scheerder veilig kan werken en de huid strak blijft tijdens het scheren. Hierdoor kan de vacht vlot en gecontroleerd worden verwijderd, met een zo klein mogelijke kans op verwondingen. Op de website van AlpacaKust kun je meer lezen over de procedure.
Nadat de vacht is geschoren worden de kop en de poten bijgeknipt. Tijdens en na het scheren wordt het dier meteen gecontroleerd op de algemene gezondheidstoestand. De scheerder geeft de eigenaar daarbij advies, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van schurft.
Ook de hoeven worden geknipt en het gebit wordt gecontroleerd. Indien nodig worden de tanden licht afgeslepen. Het scheren is daarmee meer dan alleen vachtverzorging: het is een jaarlijks terugkerende en noodzakelijke handeling voor het welzijn van de alpaca’s. Wanneer de dieren hun dikke wol zouden behouden, kunnen zij in de zomer namelijk moeilijk hun warmte kwijt, met oververhitting als mogelijk gevolg.
De moeder was als eerste klaar. Na het scheren bleek dat er nog maar ongeveer een derde van haar over was. Haar jongen moesten duidelijk wennen aan de nieuwe coupe van hun moeder. Er werd nieuwsgierig gekeken, gesnuffeld, er klonken zachte hummende geluidjes en er werd zelfs een beetje gespuugd.
Alpaca’s spugen vooral naar elkaar en veel minder snel naar mensen. Dat laatste gedrag wordt vaker met lama’s geassocieerd.
Toen moeder en haar drie jongen waren geschoren, mochten ze weer naar buiten. Het was duidelijk te zien dat ze dat prettig vonden: ze sprongen vrolijk de wei in, rolden door het gras, krabden hun rug en snuffelden uitgebreid aan elkaar. Het was een mooi om te zien.
Ik vond het bijzonder om dit mee te maken. Dat kwam niet alleen door de vakkundige en de snelle werkwijze van de scheerders, maar ook door de gemoedelijke sfeer waarop alles verliep.
Er zijn niet veel alpacascheerders, waardoor sommige alpaca’s langer moeten wachten voordat ze aan de beurt zijn. Met de klimaatverandering en de ene na de andere warmterecord is dat allesbehalve prettig voor de dieren. Een eigenaresse uit Franeker vond daar gelukkig iets op, zie de website van Omrop Fryslan.
Onder dreigende wolken golfde het riet heen en weer. Op Waarneming had ik gezien dat hier ook een blauwborst was gesignaleerd, daarom keek ik speciaal uit naar dit opvallende vogeltje.
Na een tijdje wachten had ik geluk: een blauwborst landde in het riet. Weliswaar op flinke afstand, maar toch wist ik hem acceptabel in beeld te krijgen. Aan het verenkleed is goed te zien dat er een stevige wind stond.
Even later dook de blauwborst de bosschage in, maar kwam al snel weer tevoorschijn en landde op een uitgebloeide lisdodde. Dat was een stuk dichterbij. De blauwborst zong het hoogste lied, prachtig om te horen.
Vervolgens vloog hij in een boog om mij heen en landde links van me, half verscholen tussen het riet. Geen ideale plek, dus scherpstellen werd een uitdaging, mikkend tussen de wuivende stengels. Ook daar liet de blauwborst zich niet kennen: hij zette opnieuw het hoogste lied in.
Op de onderstaande foto heb ik aangegeven waar het vogeltje zat toen ik het laatste vierluik maakte.
Einde series, gemaakt onder dreigende wolkenluchten.
Vanaf de Rietweg reed ik naar de Twitterhut aan de Ingenieur Lutijnweg. De naam van deze vogelkijkhut werd bedacht door schoolkinderen uit die buurt. Tijdens de aanleg van het nieuwe natuurgebied Wetering Oost, rond 2014, maakten zij werkstukken over de toekomst van het gebied. Een deel daarvan werd symbolisch als een “schat” begraven. Meer hierover is te lezen op de website van Kanoweb.nl
Ik bleef een tijdje kijken naar de bedrijvigheid rond de oeverzwaluwwand. Daar was ik echter niet speciaal voor gekomen, want naar mijn idee had ik de oeverzwaluwen eerder al mooier gefotografeerd in De Slufter op Texel. Mijn bezoek had eigenlijk een andere reden, maar daarover later meer.
Bovenin de hut waaide het hard, daarom besloot ik weer naar beneden te gaan. Intussen hoorde ik de roerdomp en speurde ik of ik hem ook kon zien, net als de waterral die ik hier ooit fotografeerde. Helaas kreeg ik geen van beide in beeld.
Terwijl ik daar stond uit te kijken, landde tot mijn verbazing aan de overkant een gele kwikstaart in het riet. Het vogeltje draaide mij eerst de rug toe en even was ik bang dat het tussen de begroeiing zou verdwijnen. Gelukkig klom het langs een rietstengel omhoog, waardoor het voor mij een stuk makkelijker werd om te fotograferen.
Naschrift: het blijkt de grote gele kwikstaart te zijn met dank aan Hendrika! De grote gele kwikstaart is aan de waterkant te vinden in tegenstelling tot de gele kwikstaart die zich voornamelijk op akkers ophoudt.
Na de fotosessie aan de Wetering was de volgende stop de Rietweg, de weg tussen mijn geboorteplaats Wetering en het gehucht Nederland. Ook daar genoot ik van kleurrijke bermen, met daarboven indrukwekkende wolkenluchten.
Terwijl ik daar stond te fotograferen, passeerden fietsers en wandelaars. Ook reden er enkele landbouwvoertuigen van het verderop gelegen bedrijf Weerribben Zuivel voorbij. De bestuurders zwaaiden hartelijk naar mij.
Aan de hoeveelheid bloemen lag het niet, maar insecten waren er slechts mondjesmaat. Het weer werkte natuurlijk ook niet echt mee. Uiteindelijk zag ik één hommel en één klein geaderd witje.
Vanuit de auto speurde ik naar vogels. Door de harde wind bleven ze grotendeels verscholen in het riet. Thuis ontdekte ik dat ik een rietzanger en een grasmus op de foto had weten vast te leggen.