Atalanta op rottend fruit

Het is een prima jaar wat betreft appels en peren. Onze 15 hoogstamfruitbomen zijn dan ook goed gevuld. Mensen mogen bij ons appels en peren plukken, maar we kunnen natuurlijk niet voorkomen dat er ook veel fruit op de grond valt. Zodra de appels en peren vallen, raken ze beschadigd en beginnen ze al snel te rotten.

Vooral de atalanta is gek op dit rottende fruit. Speciaal voor Joke maakte ik deze foto, waarop je de opgerolde roltong van de vlinder goed kunt zien. Die pose zie je niet zo vaak, want meestal hebben ze hun roltong voortdurend gestrekt en diep in het fruit gestoken.

Behalve de atalanta doen ook wespen en vliegen zich tegoed aan het rottende fruit.

De appels en peren die op het gras vallen, kunnen daar niet blijven liggen vanwege de robotmaaier. Daarom raapt mijn man ze op met een schepnet en gooit ze aan de rand van onze tuin. Daar dienen ze als voedsel voor atalanta’s en andere insecten. Als verrassing kwam er ook even een dagpauwoog langs. Die had ik nog nooit op het fruit zien zitten.

Bargerveen, laag waterpeil en dreigende lucht

Vandaag laat ik de laatste fotoserie zien van onze heerlijke vakantie in Drenthe.

Op een middag stapte ik op de fiets en reed naar het Bargerveen, want ik wilde kijken of ik nog wat vogels kon scoren. Deze driewieler laat mooi zien hoe breed de fietspaden daar zijn. Dat fietst heerlijk en je kunt elkaar gemakkelijk passeren. In de verte kwam een dreigende lucht opzetten. Ik had de Buienradar bekeken en met een beetje geluk zou de bui langs mij heen trekken.

Ik nam het doodlopende pad dat naar een kijkhut leidt. De betonnen kijkhut zonder enige sfeer ziet er behoorlijk hufterproof uit, maar gezien de zwartgeblakerde plekken is hier blijkbaar iets anders gebeurd dan vogels spotten. Om vogels te kijken is deze kijkhut overigens niet erg handig. Hoewel ik met mijn 1,71 meter niet bepaald klein ben, kon ik niet goed door de bovenste kijkgaten kijken.

Toen ik weer bij de fiets kwam, hoorde ik een onbekend vogelgeluid. De Merlin Bird ID-app gaf aan dat het een goudvink zou kunnen zijn. Ik heb lang getuurd en gewacht, maar de mooie vogel liet zich helaas niet zien. Jammer!

Ik fietste verder het Bargerveen in. Ik twijfelde wel even, want de donkere lucht kwam inmiddels behoorlijk dichtbij. Gelukkig viel het mee en kreeg ik uiteindelijk maar een paar druppels regen.

Een paar dagen later maakte ik tijdens een wandeling in het Bargerveen onderstaande foto. Zodra ik stilstond, had ik behoorlijk last van dazen. Gelukkig gingen ze niet altijd op mij zitten, maar ook regelmatig op mijn zwarte telelens.

Ik vroeg aan deze dames of hun paarden ook veel last hadden van de dazen. Dat beaamden ze. Eigenlijk zou je je in de natuur tegen dazen en andere insecten moeten beschermen met lange mouwen en een lange broek. Met temperaturen van rond de 30 graden is dat alleen geen pretje!

Aan het begin van het Bargerveen staat een peilstok. Jammer genoeg heb ik op de eerste vakantiedag geen foto gemaakt, maar op 30 juli, aan het einde van onze vakantie, stond het peil opvallend laag. Even verderop maakte ik een foto van het ven bij het Huussie van Uneken. Ook daar was het waterpeil in die paar weken flink gezakt. De fotoserie van het Huussie van Uneken bij een hoger waterpeil kun je in dit bericht op mijn weblog bekijken.

Ook de bloeiende heide kreeg steeds meer dorre plekken. Voor het herstel van het hoogveen in het Bargerveen is een structureel hoog waterpeil absoluut noodzakelijk. Zonder voldoende water kan veenmos niet groeien, oxideert het oude veen en zakt het maaiveld verder weg. Het hele systeem draait uiteindelijk om één ding en dat zijn natte voeten.

Op het moment van schrijven is het moeilijk voor te stellen dat we een langdurige droge periode met lage waterstanden hebben gehad. Sindsdien is er alweer veel regen gevallen en lijkt de natuur zich grotendeels te herstellen. Toch zijn voor het herstel van zowel het neerslagtekort als het grondwater een natte herfst én winter nodig. Dat betekent dat het tekort pas in de winter van 2026–2027 helemaal is weggewerkt.

Hoe een mooie dag eindigde met materiaalpech

Onlangs gingen fotomaatje Jan en ik weer samen op stap. Jan op de Joiny en ik op de e-bike. Sinds Jan op de Joiny rijdt, neemt hij mij mee over fietspaden door mooie gebieden waar ik nog nooit eerder ben geweest.

Al fietsend maakte ik deze foto van Jan. Het was op die plek net wat donker, waardoor de sluitertijd te lang werd. Dat zorgde voor dit bijzondere beeld. Het lijkt wel alsof er een flinke snelheid in de foto zit. 😉

Op de Opperhaudmare troffen we dit leuke span. We stopten natuurlijk even om er foto’s van te maken. De menner vond het volgens mij wel leuk dat we belangstelling hadden en vertelde graag wat meer over de dertigjarige pony.

We vervolgden onze weg en onze volgende stop was bij een maisakker. Op dat moment werd de mais geoogst.

Op de brug over het Alddjip (Ouddiep) stopten we even om te genieten van het weidse uitzicht.

In ’t Oude Bosch hielden we halt bij het bankje van Bert Wuite, met een treffende tekst. We gingen hier lunchen. Jan hoorde een specht tikken en ik liep een eindje het zandpad op om te kijken of ik de specht kon vinden, maar dat is niet gelukt.

Na de lunch fietsten we naar de Freulevijver. De Freulevijver is een kleine, stille vijver in ’t Oude Bosch bij Wijnjewoude. Oorspronkelijk ontstond hier door een dijkdoorbraak van het Koningsdiep een wiel of dobbe. Rond 1900 liet freule Eritia Lycklama à Nijeholt de vijver vergroten en verfraaien als onderdeel van het parklandschap rondom het bos. Aan de oever stond vroeger een theekoepel en een botenhuis, waar de familie kon genieten van het water en de omgeving. De theekoepel is inmiddels verdwenen, maar de plek heeft nog steeds een bijzondere, rustige sfeer. Daar fotografeerde ik de eerste paddenstoel van dit seizoen, een rosse populierenboleet.

Het al lang geleden dat wij daar samen zijn geweest. Ik heb wat speurwerk gedaan op het weblog van Jan en ontdekte dat hij in november 2018 dit bericht over onze fotokuier naar de Freulevijver heeft geschreven. Vervolgens dook ik mijn eigen archief in en vond daar de fotoserie die ik in oktober 2018 had gemaakt. Ik zag toen dat ik die serie nooit heb laten zien op mijn weblog. Hieronder heb ik alsnog twee foto’s uit 2018 geplaatst. Jan gebruikte in die tijd een loopfiets om dergelijke afstanden te overbruggen.

Nu weer terug naar het heden. Vanaf de Freulevijver reden we verder, onder andere over De Mersken. Ik was wel benieuwd of de heide nog in bloei stond en nam daarom de afslag naar de Merskenheide. Hier en daar stond nog een plukje heide in bloei, maar over het algemeen was de heide uitgebloeid. Ik kon nog wel een steenrode heidelibel fotograferen met wat kleurrijke heide op de achtergrond

Even later fietste ik vanaf de heide weer terug naar Jan. Hij zat al op zijn Joiny te wachten tot ik weer bij hem was. Toen ik vlak bij hem was hoorde ik een harde knal en zag ik Jan zijdelings op de grond vallen. Ik schrok enorm en Jan uiteraard nog veel meer. Hij krabbelde gelukkig snel weer overeind en ik snelde naar hem toe. We zagen direct wat er was gebeurd: beide cilinders waren finaal afgeknapt.

We belden met de leverancier en uiteindelijk werden Jan en de Joiny met een servicebus opgehaald en thuisgebracht. Ik fietste alleen terug naar het huis van Jan en Aafje.

Dit was een heel vervelend einde van een prachtige dag. Gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd, want dit had ook heel anders kunnen aflopen. We hadden bovendien geluk dat we niet ergens halverwege een fietspad stonden, Ook de leverancier van de Joiny was erg verbaasd dat dit heeft kunnen gebeuren. Nu is het spannend hoe dit verder gaat aflopen…

Historische boerderijen

Bij de expositie van Jennegien Elzinga werd ik getipt over de plek waar zij is geboren en opgegroeid. En zo reed ik even later naar het Oosterse Bos. Ik wist niet precies waar Jennegien had gewoond, maar parkeerde mijn auto op een idyllische plek tussen historische boerderijen. Eerst maakte ik een fotoserie van een zelfbedieningsrestaurant.

Even later wandelde ik langs de historische boerderijen. Deze boerderijen zijn aangewezen als rijksmonument en dateren uit de periode tussen ongeveer 1750 en 1850. De oudste delen bestaan uit 18e-eeuwse gebinten en vakwerkconstructies. Veel woonhuizen zijn in de 19e eeuw versteend of uitgebreid. Hierdoor is een bijzonder goed bewaard gebleven boerenlandschap uit de ontginningsperiode van Schoonebeek ontstaan. De boerderijen zijn groot, waarbij het achterhuis vaak is verbouwd en geschikt is gemaakt voor dubbele bewoning.

Een van de boerderijen zocht ik op internet op. Bij deze boerderij wordt vooral de schuur geroemd: “Op het erf kenmerkende uit steen en hout opgetrokken SCHUUR met 18e-eeuws ankerbalkgebint en eiken sporenkap en jonger 19e-eeuws stalgedeelte met windveren en toef, tegen rechte geveltoppen, bekleed met hei en riet respectievelijk hout;...

Wonen in een rijksmonument is voor veel mensen een mix van trots en schoonheid. Je woont letterlijk in de geschiedenis. Maar het brengt ook verantwoordelijkheid en soms ook gedoe met zich mee. Het onderhoud is vaak specialistisch en daardoor duurder. Denk aan vakwerk, riet, eiken gebinten en traditionele ambachtelijke technieken. Ook kun je niet zomaar alles aanpassen: kozijnen vervangen, muren slopen of het dak veranderen is bij een rijksmonument niet zonder meer toegestaan.

De nokken van de rieten daken in het Oosterse Bos worden vrijwel altijd zonder nokpannen gemaakt. Wat je hier ziet, is een rietgedekte nok, meestal afgewerkt met een smalle rietrol die met wilgentenen of roestvrij, en in dit geval met staaldraad, wordt vastgezet.

Ook de bijzondere gevelstenen en het metselwerk vallen op. Het lint van boerderijen werd eeuwenlang gevormd door families die zelf bouwden of lokale metselaars inschakelden. Daardoor zie je metselwerk dat nooit ‘fabrieksstrak’ is, maar altijd een beetje levendig. Kleine variaties in steenmaat en subtiele verschillen in kleur, soms ontstaan door verschillende bouwfasen, geven iedere boerderij zijn eigen karakter.

Ik sprak daar een bewoner die een praatje met mij kwam maken toen ik stond te fotograferen. Ik mocht ook even een kijkje achter het huis nemen. Daar stond dit authentieke huisje. Aanvankelijk dacht ik dat het een bakhuisje was, maar het ontbreken van een schoorsteen spreekt dat tegen. Mogelijk werd het gebruikt voor de opslag van gereedschap of als onderkomen voor klein vee, zoals varkens of kippen of voor turf of hooi.

Falcon Leap

Van 7 t/m 18 september oefenen internationale transportvliegtuigen vanaf Vliegbasis Eindhoven met luchtlandingsoperaties: Operatie Falcon Leap. Vanuit de auto had ik ze al een aantal keren zien overvliegen.

Zondagmiddag zat ik boven achter de computer toen ik het kenmerkende gebrom van de vliegtuigen hoorde. Ik snelde met de camera en tekens naar buiten en kon nog net één vliegtuig vastleggen dat vlak boven de daken van ons dorp vloog.

In de veronderstelling dat ik te laat was, wilde ik weer naar binnen gaan. Op dat moment kwam er een buurman naar mij toe en vertelde dat er nog meer aankwamen. Hij zag dat op de app Flightradar. Nog geen minuut later scheerde een reeks vliegtuigen voor ons langs. Je kunt door de combinatie met de bomen goed zien hoe laag ze vliegen.

Tijdens de oefening trainen ze in het vliegen in formatie, parachutesprongen door militairen en het afwerpen van lading. Aan Falcon Leap doen dit jaar elf landen mee: Nederland, Italië, Duitsland, Griekenland, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zweden. Zweden doet voor het eerst mee aan de oefening. Op mijn foto’s zag ik toestellen uit Nederland, Duitsland, Polen en Zweden terug. Zie ook deze website van Ministerie van Defensie.

Bovenstaande fotoserie maakte ik rond 13.50 uur. Om 16.28 uur hoorde ik wederom het geronk van vliegtuigen. Weer snelde ik met de camera naar buiten. Ik stond op de oprit toen er een vliegtuig recht over mij heen kwam. Later vlogen ze in een grotere boog om ons heen.

Op de tweede foto zie je goed hoe laag ze vliegen, langs ons dak met zonnepanelen. Op de laatste foto zie je zelfs het lampje bovenop het vliegtuig.

Jammer van de bewolking en de grijze lucht, maar aan de andere kant geeft dat de foto’s ook wel wat.

Zandstrooiboerderij en de NAM in Schoonebeek

De reden dat ik naar Schoonebeek ging, was mijn bezoek aan de zandstrooiboerderij. Ik herinnerde me dat André van Duin en Janny daar ook waren geweest met het tv-programma Denkend aan Holland. De uitzending kun je mogelijk via dit linkje terugkijken, met uitzondering van de volgers uit België. Het fragment over de zandstrooiboerderij begint rond 29 minuten.

In sommige boerderijen in Oost-Nederland kende men een bijzonder huiselijk ritueel: zandstrooien, een vorm van volkskunst. Op de vloer van de opkamer werd fijn, droog zand in patronen gestrooid. Het was een kunst die maar kort bestond, misschien een paar dagen, totdat het dagelijks leven er weer doorheen liep.

Het zand werd eerst zorgvuldig gezeefd. Soms mengde men het met baksteenpoeder voor een warme rode tint of met houtskool voor diepzwart. Met de vingers, een strooibus of een gevouwen papierstrook tekende men lijnen, krullen, sterren en bloemen. Symmetrie was belangrijk: een nette vloer liet zien dat het huis op orde was.

De opkamer was het pronkvertrek van de boerderij. Hier lag het mooiste linnengoed, hier ontving men visite en soms sliep er zelfs het bruidspaar. Een mooi gestrooide vloer gaf de ruimte een feestelijke en bijzondere sfeer. Het was een manier om te laten zien: hier gebeurt iets bijzonders.

Zandstrooien hoorde bij hoogtijdagen, zoals Kerst, Pinksteren en bruiloften. De patronen verwezen onder andere naar bescherming, vruchtbaarheid en orde. Het was een vrouwelijk ambacht, een vaardigheid die van moeder op dochter werd doorgegeven.

Na de rondleiding in de opkamer mochten we het later in het achterhuis zelf proberen. De gids deed eerst voor hoe het moest. Het zand was inderdaad heel fijn. Je kreeg het ook bijna niet meer van je handen af. Dat was voor mij wat minder handig, want als je ondertussen ook nog een camera moet bedienen, zit je niet echt op zand aan je vingers te wachten.

Ieder jaar wordt er in Schoonebeek een wedstrijd zandstrooien voor kinderen georganiseerd. Op de vloer lagen prachtige creaties die door de kinderen waren gemaakt.

Na het zand strooien bezocht ik meteen een expositie van de NAM die is ingericht in het achterhuis van de boerderij. Toen in de jaren veertig het grote olieveld onder Schoonebeek werd ontdekt, veranderde het dorp in korte tijd van een rustige ontginningsgemeenschap in een dorp waar de olie-industrie voor volop bedrijvigheid zorgde.

Vanaf 1947 was de NAM hier actief en verschenen de eerste jaknikkers (uitspraak: ja-knikkers) in het landschap. Ze werden al snel een bijna iconisch beeld van Schoonebeek. De komst van de olie-industrie bracht werkgelegenheid en nieuwe bewoners met zich mee. Er kwamen hele straten met arbeiderswoningen en Schoonebeek kreeg steeds meer voorzieningen. Het dorp werd daardoor minder geïsoleerd. De NAM zorgde voor veel werkgelegenheid, investeerde in de omgeving en problemen werden meestal snel aangepakt.

In de beginjaren van de oliewinning gebeurde in Schoonebeek iets wat nog altijd rondzingt als een soort dorpslegende: een boortoren die zomaar in de grond zakte. In 1965 werd een 50 meter hoge NAM-boortoren na een ondergrondse gasexplosie door de aarde opgeslokt. De toren verdween volledig in een kolkende massa van modder. Een bizar verhaal, maar het is echt gebeurd. Op de website Geheugen van Nederland kun je er meer over lezen. In het museum staat een replica van de boortoren.

In 1976 voltrok zich in Schoonebeek een ramp die grote indruk maakte: een zogenoemde spuiter bij een olieput van de NAM. Op 8 november begaf de afsluiter van put S457 het tijdens het injecteren van stoom. Daardoor ontstond een enorme fontein van olie, stoom, zand en modder, die wel dertig meter hoog werd. De nevel waaide in de richting van het dorp en bedekte gevels, tuinen, daken, auto’s en straten met een plakkerige, zwarte laag. De NAM begon direct met een grote schoonmaakactie. De schade die door de spuiter was ontstaan, werd volledig vergoed.

Na mijn bezoek aan de expositie en het museum liep ik naar het centrum. Bij de Warme Bakker kocht ik een lekker broodje. In het centrum staat nog steeds een jaknikker, die ook daadwerkelijk op en neer beweegt. Zo’n jaknikker hoort natuurlijk bij het beeld van Schoonebeek en herinnert aan de tijd waarin de oliewinning hier een belangrijke rol speelde.

Expositie Jennegien Elzing

Tijdens onze vakantie in Drenthe reed ik naar Schoonebeek. Onderweg maakte ik een foto van dit huis. De huizen in deze regio van Drenthe horen bij de klassieke veenkoloniale bouwstijl van Zuidoost‑Drenthe. Ze zijn herkenbaar aan hun symmetrische gevels, roodbruine baksteen, steile zadeldaken en subtiel siermetselwerk boven de ramen. Grote vensters op de begane grond en kleinere, vaak gebogen ramen bovenin verwijzen naar de tijd dat deze woningen een mix waren van woonhuis en bedrijf.

In Schoonebeek kwam ik onverwacht terecht bij een expositie over Jennegien Elzing. Dat was meer geluk dan wijsheid, want ik was naar Schoonebeek gegaan om het naastgelegen museum te bezoeken. Daar kom ik later nog op terug.

Stichting De Spiker heeft een expositie ingericht over het leven en werk van Jennegien. Voor de tentoonstelling werden veel werken uitgeleend door haar kinderen en door dorpsbewoners. Daardoor is een bijzondere verzameling ontstaan die haar levensloop laat zien, van haar jeugd tot haar latere jaren. Roelie Vrielink is de drijvende kracht achter deze expositie. Tijdens mijn bezoek en het maken van foto’s kwam ze even langs. Toen ze mij zag fotograferen en belangstelling zag, kreeg ik spontaan een rondleiding van haar.

Jennegien Elzing-Ensing was een markante dorpsfiguur uit Nieuw-Schoonebeek. Ze werd er in 1918 geboren en overleed in 2010, bijna 92 jaar oud. Haar hele leven was ze nauw verbonden met het dorp en de mensen die er woonden. Wat haar bijzonder maakte, was de manier waarop ze het vroegere boerenleven in Schoonebeek wist vast te leggen. Als dochter van een molenaar en keuterboer kende Jennegien het boerenleven van dichtbij. Later werkte ze als dienstmeisje in Oud-Schoonebeek, waardoor ze ook het dagelijkse leven op andere boerderijen goed leerde kennen. Die kennis en herinneringen vormden de basis voor haar werk.

Jennegien tekende en schilderde tientallen jaren. Ze maakte portretten, tekeningen en schilderijen, maar ook heel bijzondere gebruiksvoorwerpen. Zo beschilderde ze melkbussen en dakpannen met kleurrijke afbeeldingen van boerderijen, paarden en landschappen uit Schoonebeek en Nieuw-Schoonebeek. Ook maakte ze beeldjes.

Vooral de beschilderde melkbussen zijn inmiddels een begrip in Schoonebeek. Ooit waren het gewone gebruiksvoorwerpen die op het erf, in de schuur of bij de voordeur stonden. Jennegien gaf ze een tweede leven door er herkenbare boerderijen, paarden en dorpsgezichten op te schilderen. Voor Schoonebekers zijn ze een dierbaar familiebezit geworden.

Haar werk heeft daardoor niet alleen artistieke waarde, maar vertelt ook een verhaal over de streek en haar bewoners. In haar tekeningen en schilderijen legde Jennegien het alledaagse leven vast: de boerderijen, het werk op het land, de gezinnen en de dorpsgemeenschap. Juist daardoor is haar werk zo waardevol geworden als herinnering aan een verdwenen tijd. Ze schilderde veelvuldig de idyllische plek waar ze opgroeide.

Jennegien was niet alleen bekend om haar schilderijen en het maken van beeldjes, maar ook om haar schrijverskunst. In haar boekjes — zoals Hoe was ’t vrogger? en Spellegies die wij speulden — legde ze het dagelijkse boerenleven en de dorpsjeugd van Schoonebeek vast in warm, persoonlijk Schoonebekers. Ze schreef zoals ze schilderde: eenvoudig, liefdevol en dicht bij de mensen en gewoontes van vroeger. Haar werk bewaart niet alleen verhalen, maar ook de streektaal en het dorpsgeheugen.

Haar motto past eigenlijk perfect bij haar levenswerk: “Aj niet wat begunt, kuj ok niet zien daj ’t kunt.” Oftewel: als je niet ergens aan begint, kun je ook niet ontdekken dat je het kunt. Het portret van Jennegien is geschilderd door haar jongste dochter Ria Souwman-Elzing, Zij maakte dit portret van haar moeder ter gelegenheid van haar negentigste verjaardag.

Op de website van RTV Drenthe kun je er alles over lezen.

Zonnebloemen oogsten

Vanaf de camping in Drenthe zag ik dagelijks tractoren met grote karren erachter rijden. Ik was wel benieuwd waar ze vandaan kwamen en besloot daarom eens een kijkje te gaan nemen. Toen ik daar aankwam, zag ik dat het om een groot veld met zonnebloemen ging. De zonnebloemen werden daar volop geoogst.

Voor in het veld stond nog een groot aantal zonnebloemen die niet waren geoogst. Die waren blijkbaar aan het snoeimes ontsnapt. Iets verderop zag ik tussen de zonnebloemen halve stengels staan. Later leerde ik dat de zonnebloemen halverwege de stengel worden afgesneden en dat de onderste bladeren daarbij in één beweging worden verwijderd. Vervolgens worden de zonnebloemen op de arm en schouder gelegd.

Ik maakte eerst een praatje met de eigenaar, die op de tractor zat. Natuurlijk wilde ik wel wat meer weten over de zonnebloementeelt. Ik vertelde hem dat fotografie mijn hobby is en vroeg of ik wat foto’s mocht maken. Dat vond hij prima. Dus pakte ik mijn camera en kon ik aan de slag.

Het werk werd uitgevoerd door arbeiders uit Polen. Op die dag waren er achttien mannen aan het werk. In de Nederlandse tuinbouw wordt veel gebruikgemaakt van arbeidskrachten uit Polen. Het werk is vaak seizoensgebonden, fysiek zwaar en relatief laagbetaald en daardoor lastig in te vullen met Nederlandse werknemers. Poolse arbeiders kunnen binnen de EU vrij werken en zijn via uitzendbureaus gemakkelijk inzetbaar. Daardoor vormen zij al jarenlang een grote groep onder de seizoenarbeiders.

Ik heb ook geprobeerd een praatje met de arbeiders te maken, maar helaas spraken ze geen woord Nederlands of Engels. Ze lieten in ieder geval niet merken dat ze het vervelend vonden dat ik foto’s maakte. Onverstoorbaar gingen ze door met hun werk, terwijl ik vanaf het pad foto’s maakte.

Voor de insecten is het mooi dat hier nog wat zonnebloemen blijven staan. Het zal vast niet de bedoeling van de eigenaar zijn, maar ik ben er in ieder geval blij mee!

Open dag op de Maargies Hoeve

Na de jongveekeuring wandelde ik naar de Maargies Hoeve. De keuring vond plaats in een weiland van de Maargies Hoeve, waar die dag ook een open dag werd gehouden. Een mooie gelegenheid om na afloop nog even rond te kijken en de sfeer op de boerderij mee te pakken.

De Maargies Hoeve is een bijzonder familiebedrijf waar boerderijleven, zorg en gastvrijheid al generaties lang samenkomen. Op de hoeve staat ontmoeting centraal en is iedereen welkom om een kijkje te nemen en de sfeer van het boerenleven te ervaren. Op het erf vind je niet alleen de stallen, maar ook een moestuin, dieren en natuur. Bijzonder is ook het kleinste kerkje van Nederland. Daarnaast kun je terecht in de sfeervolle horeca.

Sinds 2002 biedt de Maargies Hoeve op deze mooie locatie dagbesteding, logeeropvang en begeleid wonen aan verschillende doelgroepen. Wat ooit begon als een kleinschalig initiatief, is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig zorgbedrijf. Een plek waar mensen zich welkom en veilig voelen, tot rust kunnen komen en op hun eigen niveau een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het dagelijks leven op de hoeve.

Ik wandelde langs de mooie bloemen- en moestuin en kwam uiteindelijk achter op het erf van de Maargies Hoeve waar een opvallend klein kerkje staat. Het werd gebouwd met hulp van de eigen deelnemers en kreeg bij de opening in april 2014 de naam Kallenkerkje. Het kerkje is niet verbonden aan een bepaalde geloofsgemeenschap en staat open voor iedereen. Juist dat maakt het tot een bijzondere en laagdrempelige plek.

Je kijkt er je ogen uit met al die grappige en verrassende elementen in de tuin. Zo staat er bijvoorbeeld een bed midden in het water, compleet met de toepasselijke naam waterbed. En dat is nog maar één van de vele leuke details die je hier tegenkomt. De oude theekopjes zijn mijn favoriet. Ze brengen me meteen terug naar vroeger, naar de kopjes die op het dienblad van mijn vader en moeder stonden.

In het voedselbos groeien allerlei bekende fruitsoorten, zoals appel, peer, pruim en mispel, maar ook kastanjes en meer bijzondere gewassen, zoals olijfwilg, pecanboom en pawpaw. De opbrengst wordt ieder jaar groter en wordt samen met de deelnemers geoogst. De oogst krijgt vervolgens een mooie bestemming in de theeschenkerij, de boerderijwinkel en het Kooklokaal.