Alpaca’s worden geschoren

Op een ochtend werd ik getipt over het scheren van alpaca’s bij een kennis in de buurt. Van zowel de eigenaar als de scheerders kreeg ik toestemming om dit proces te fotograferen, zij het met enkele restricties.

Zoals bij veel ‘onnatuurlijke’ ingrepen bij dieren brengt ook het scheren enige stress met zich mee. Om het proces zo veilig en verantwoord mogelijk te laten verlopen, zowel voor de alpaca’s als voor de scheerders, worden daarom enkele maatregelen genomen.

Wanneer foto’s van die maatregelen zonder context op social media zouden verschijnen, is de kans groot dat daar snel een oordeel over wordt gevormd. Daarom wil ik met dit bericht niet alleen inzoomen op het proces, maar ook uitleg geven over de werkwijze en de redenen achter bepaalde handelingen.

Het scheren van alpaca’s verloopt anders dan het scheren van schapen. Een schaap wordt doorgaans in een zittende houding geschoren, maar bij alpaca’s is dat vanwege hun stijve ruggengraat niet mogelijk. Daarom kunnen alpaca’s alleen staand of liggend worden geschoren. Staand scheren heeft de voorkeur, omdat dit voor het dier het minst stressvol is. In de praktijk blijken veel alpaca’s echter te onrustig om langere tijd stil te blijven staan. Daardoor neemt de kans op verwondingen tijdens het scheren toe, zowel voor het dier als voor de scheerder.

Om het scheren zo veilig mogelijk te laten verlopen, wordt een alpaca daarom meestal in zijligging op een mat op de grond of op een speciale tafel gelegd. De poten worden voorzichtig vastgezet, zodat de scheerder veilig kan werken en de huid strak blijft tijdens het scheren. Hierdoor kan de vacht vlot en gecontroleerd worden verwijderd, met een zo klein mogelijke kans op verwondingen. Op de website van AlpacaKust kun je meer lezen over de procedure.

Nadat de vacht is geschoren worden de kop en de poten bijgeknipt. Tijdens en na het scheren wordt het dier meteen gecontroleerd op de algemene gezondheidstoestand. De scheerder geeft de eigenaar daarbij advies, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van schurft.

Ook de hoeven worden geknipt en het gebit wordt gecontroleerd. Indien nodig worden de tanden licht afgeslepen. Het scheren is daarmee meer dan alleen vachtverzorging: het is een jaarlijks terugkerende en noodzakelijke handeling voor het welzijn van de alpaca’s. Wanneer de dieren hun dikke wol zouden behouden, kunnen zij in de zomer namelijk moeilijk hun warmte kwijt, met oververhitting als mogelijk gevolg.

De moeder was als eerste klaar. Na het scheren bleek dat er nog maar ongeveer een derde van haar over was. Haar jongen moesten duidelijk wennen aan de nieuwe coupe van hun moeder. Er werd nieuwsgierig gekeken, gesnuffeld, er klonken zachte hummende geluidjes en er werd zelfs een beetje gespuugd.

Alpaca’s spugen vooral naar elkaar en veel minder snel naar mensen. Dat laatste gedrag wordt vaker met lama’s geassocieerd.

Toen moeder en haar drie jongen waren geschoren, mochten ze weer naar buiten. Het was duidelijk te zien dat ze dat prettig vonden: ze sprongen vrolijk de wei in, rolden door het gras, krabden hun rug en snuffelden uitgebreid aan elkaar. Het was een mooi om te zien.

Ik vond het bijzonder om dit mee te maken. Dat kwam niet alleen door de vakkundige en de snelle werkwijze van de scheerders, maar ook door de gemoedelijke sfeer waarop alles verliep.

Er zijn niet veel alpacascheerders, waardoor sommige alpaca’s langer moeten wachten voordat ze aan de beurt zijn. Met de klimaatverandering en de ene na de andere warmterecord is dat allesbehalve prettig voor de dieren. Een eigenaresse uit Franeker vond daar gelukkig iets op, zie de website van Omrop Fryslan.

Blauwborst bij de Twitterhut

We blijven nog even bij de Twitterhut, waar ik tot mijn verrassing een grote gele kwikstaart wist te fotograferen.

Onder dreigende wolken golfde het riet heen en weer. Op Waarneming had ik gezien dat hier ook een blauwborst was gesignaleerd, daarom keek ik speciaal uit naar dit opvallende vogeltje.

Na een tijdje wachten had ik geluk: een blauwborst landde in het riet. Weliswaar op flinke afstand, maar toch wist ik hem acceptabel in beeld te krijgen. Aan het verenkleed is goed te zien dat er een stevige wind stond.

Even later dook de blauwborst de bosschage in, maar kwam al snel weer tevoorschijn en landde op een uitgebloeide lisdodde. Dat was een stuk dichterbij. De blauwborst zong het hoogste lied, prachtig om te horen.

Vervolgens vloog hij in een boog om mij heen en landde links van me, half verscholen tussen het riet. Geen ideale plek, dus scherpstellen werd een uitdaging, mikkend tussen de wuivende stengels. Ook daar liet de blauwborst zich niet kennen: hij zette opnieuw het hoogste lied in.

Op de onderstaande foto heb ik aangegeven waar het vogeltje zat toen ik het laatste vierluik maakte.

Einde series, gemaakt onder dreigende wolkenluchten.

Grote gele kwikstaart bij de Twitterhut

Vanaf de Rietweg reed ik naar de Twitterhut aan de Ingenieur Lutijnweg. De naam van deze vogelkijkhut werd bedacht door schoolkinderen uit die buurt. Tijdens de aanleg van het nieuwe natuurgebied Wetering Oost, rond 2014, maakten zij werkstukken over de toekomst van het gebied. Een deel daarvan werd symbolisch als een “schat” begraven. Meer hierover is te lezen op de website van Kanoweb.nl

Ik bleef een tijdje kijken naar de bedrijvigheid rond de oeverzwaluwwand. Daar was ik echter niet speciaal voor gekomen, want naar mijn idee had ik de oeverzwaluwen eerder al mooier gefotografeerd in De Slufter op Texel. Mijn bezoek had eigenlijk een andere reden, maar daarover later meer.

Bovenin de hut waaide het hard, daarom besloot ik weer naar beneden te gaan. Intussen hoorde ik de roerdomp en speurde ik of ik hem ook kon zien, net als de waterral die ik hier ooit fotografeerde. Helaas kreeg ik geen van beide in beeld.

Terwijl ik daar stond uit te kijken, landde tot mijn verbazing aan de overkant een gele kwikstaart in het riet. Het vogeltje draaide mij eerst de rug toe en even was ik bang dat het tussen de begroeiing zou verdwijnen. Gelukkig klom het langs een rietstengel omhoog, waardoor het voor mij een stuk makkelijker werd om te fotograferen.

Naschrift: het blijkt de grote gele kwikstaart te zijn met dank aan Hendrika! De grote gele kwikstaart is aan de waterkant te vinden in tegenstelling tot de gele kwikstaart die zich voornamelijk op akkers ophoudt.

Wordt vervolgd.

Wolkenluchten en nog meer aan de Rietweg

Na de fotosessie aan de Wetering was de volgende stop de Rietweg, de weg tussen mijn geboorteplaats Wetering en het gehucht Nederland. Ook daar genoot ik van kleurrijke bermen, met daarboven indrukwekkende wolkenluchten.

Terwijl ik daar stond te fotograferen, passeerden fietsers en wandelaars. Ook reden er enkele landbouwvoertuigen van het verderop gelegen bedrijf Weerribben Zuivel voorbij. De bestuurders zwaaiden hartelijk naar mij.

Aan de hoeveelheid bloemen lag het niet, maar insecten waren er slechts mondjesmaat. Het weer werkte natuurlijk ook niet echt mee. Uiteindelijk zag ik één hommel en één klein geaderd witje.

Vanuit de auto speurde ik naar vogels. Door de harde wind bleven ze grotendeels verscholen in het riet. Thuis ontdekte ik dat ik een rietzanger en een grasmus op de foto had weten vast te leggen.

Wordt vervolgd.

Dreigende wolken aan de Hoogeweg en een tafeleend

Vanaf de Meenteweg sloeg ik linksaf de Hoogeweg op. Daar maakte ik het onderstaande vierluik.

De volgende stop was op mijn geboortegrond: de Wetering. Daar werd mijn blik getrokken door het fluitenkruid. Net op dat moment liep er een groepje wandelaars voorbij. Ze vermoedden waarschijnlijk dat ze op de foto kwamen, want zwaaiend en lachend liepen aan me voorbij.

In de vaart zwom een mannetje van de tafeleend. Deze soort had ik daar in de buurt nog niet eerder gezien.

Wordt vervolgd.

Wolkenluchten, koeien, koolzaad, rupsen en en kleurrijke berm

Een rondje in onze omgeving. Een wolkenlucht boven een weiland met koeien met op de voorgrond koolzaad

Toen ik bovenstaande foto ging maken liep ik langs de kardinaalsmuts die volledig was ingepakt in een dicht wit spinsel. Toen ik het van dichtbij bekeek zag ik dat het wemelde van de kleine rupsen. Het bleek te gaan om de rupsen van de Kardinaalsmutsstippelmot die in heel Nederland algemeen voorkomt. De volwassen motten zijn van juni tot oktober te zien.

In mei en juni kunnen deze rupsen complete kardinaalsmutsstruiken omhullen met hun spinsels en het blad vrijwel volledig kaalvreten. Dat ziet er wat sneu uit, maar voor de struik is het meestal geen probleem. Later in het seizoen loopt de kardinaalsmuts gewoon weer uit.

De onderstaande foto’s maakte ik aan de Meenteweg, dezelfde weg waar ik in januari deze fotoserie van schaatsers maakte. In de berm bloeien nu koolzaad, koekoeksbloemen, zuring en andere soorten, die samen een uitbundig geheel vormen. Met de dreigende wolken erboven krijgt het landschap een extra dimensie.

Wordt vervolgd.

Dreigende wolkenluchten, frisgroen en kruidenrijk grasland

Voordat we werden getrakteerd op een periode met prachtig lenteweer, hadden we wekenlang te maken met wisselvallig weer en regelmatig buien. Voor de natuur was deze regen meer dan welkom. Op een van die dagen met dreigende luchten maakte ik een rondje bij ons in de buurt.

Het voorjaar vind ik de mooiste tijd van het jaar, met al het frisse groen dat weer tot leven komt. De varens zijn zó groen en ongeschonden dat het bijna lijkt alsof ze kunst zijn.

Aan de Hooiweg zag ik een reebok lopen. Jammer genoeg verdween hij meteen in de bosschage toen ik de auto in de berm parkeerde.

Op Westenwold fotografeerde ik een dreigende lucht boven het kruidenrijke grasland, terwijl de buien om mij heen trokken. Langs de weg staan drie abelen, ook wel ‘de bomen met de ogen’ genoemd. In de verte zat een graspieper op een paaltje.

Wordt vervolgd.

Fochteloërveen

Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar het Fochteloërveen. Jan was de gids en bracht ons naar een aantal mooie plekjes.

De eerste stop was bij de Weperbult. Op de website van Beleef het Lage Noorden is meer informatie over dit gebied te vinden. Vol goede moed begonnen we aan de wandeling, maar al na zo’n vijftig meter kwamen we tot de conclusie dat de afstand voor Jan toch te groot was. Daarom gaan we binnenkort nog eens terug, maar dan met de elektrische rolstoel.

Tijdens de wandeling genoten we onder andere van het uitbundig bloeiende fluitenkruid. Op de witte schermen foerageerde een vlinder met de prachtige naam Landkaartje.

Iets verderop wist ik een vuurjuffer en een smaragdlibel te fotograferen.

Tijdens onze rit door het Fochteloërveen hielden we goed in de gaten of we ook kraanvogels zouden zien. Dat is deze keer helaas niet gelukt. Wel maakten we enkele foto’s van het prachtige hoogveengebied.

Ook brachten we een bezoek aan de restanten van Kamp Ybenheer. Voor meer informatie verwijs ik naar dit bericht op het weblog van Jan. Van dit Kamp zijn alleen wat betonnen elementen overgebleven.

Het Kamp was deze keer ‘bezet’ door mensen van een buurtvereniging uit een naburig dorp. Zij hadden een fietstocht gemaakt en sloten die af met een lunch op deze plek. Al snel raakten we met elkaar aan de praat en het werd een gezellige ontmoeting. We werden zelfs getrakteerd op een pannenkoek. Juist zulke spontane ontmoetingen maken een dag extra waardevol.

Update bonte vliegenvanger en vreemde vogels

In een eerder bericht schreef ik over het mannetje bonte vliegenvanger dat tegen het raam van de veranda vloog en helaas doodging. Tot mijn verrassing hoorde ik een dag later opnieuw een bonte vliegenvanger, maar dit keer op het perceel naast onze tuin. En een paar dagen later klonk zijn gezang in onze eigen tuin. Het lijkt bijna ongelooflijk dat zo snel een nieuw mannetje ons terrein als zijn territorium kan opeisen…

Na de fatale afloop van de vorige bonte vliegenvanger had ik tijdelijk vlaggetjes voor de ramen gehangen en vogelstickers besteld. Inmiddels zijn de stickers op het raam geplakt en de vlaggetjes verwijderd. Het zijn hele fijne exemplaren: aan beide kanten dezelfde afbeelding, en ze zijn eenvoudig te verwijderen en opnieuw te plaatsen. De meeste vogels zijn bekende soorten, zoals koolmees, winterkoninkje, roodborst en goudvink. Maar er zitten ook wat vreemde vogels tussen die zelfs Obsidentify niet kan herkennen. Eén sticker herkende de app wel: met een kans van 10% zou het een Provençaalse grasmus kunnen zijn. En dat in onze tuin. 😉

Vanonder de veranda observeerde ik de nieuwe bonte vliegenvanger, die net als zijn voorganger belangstelling heeft voor het mussenhotel. Met mijn camera en telelens zat ik in de aanslag om er foto’s van te maken. Tussendoor fotografeerde ik een vink, een vrouwtje, die voedsel kwam halen in de border aan de andere kant van het raam. Ze hebben vast een nestje ergens in onze tuin, maar ik kan maar niet ontdekken waar het precies is.

De nieuwe bonte vliegenvanger voert om het half uur een korte inspectie uit bij verschillende vliegopeningen. Tussendoor speurt hij de omgeving af, of het veilig is. Ook deze foto’s maakte ik vanachter het raam van de veranda, zodat ik de vogel niet stoor. En nu maar hopen dat hij een partner vindt en tot een nestje kan komen – aan zijn uitbundige gezang zal het in ieder geval niet liggen!

Oostvaardersplassen, nachtegaal en nog meer

Een paar weken geleden gingen we met een groepje fotografen naar de Oostvaardersplassen. Voor mij was het de eerste keer dat ik daar kwam. We hadden een gids bij ons die er in zijn jeugdjaren vaak had rondgezworven en het gebied op zijn duimpje kende.

Mijn wekker ging al om 5.15 uur. Het was lang geleden dat ik zó vroeg uit bed moest, dus dat was even slikken. Iets na zeven uur parkeerden we de auto bij het Buitencentrum Oostvaardersplassen.

Die vroege ochtend hing er een nevel over het landschap. Even leek het alsof de zon door zou breken, maar uiteindelijk bleef het bewolkt. Toch hebben we volop genoten van het natuurgebied en de kakofonie van vogelgeluiden die overal om ons heen te horen was. Het bleek een uitstekend idee van onze gids om al zo vroeg op pad te gaan.

Van tevoren had ik niet beseft hoe enorm groot dit gebied is. Achteraf moest ik op de kaart goed kijken waar we precies waren gestart en welke route we hadden gelopen. Op dit punt gingen we door een tunneltje onder het spoor door.

In en rond vogelkijkhut de Poelruiter zagen we een koppel zwanen, een grote zilverreiger, een oeverzwaluw en boerenzwaluwen.

Meerdere keren hoorden we de roep van de Koekoek. Op een gegeven moment zag ik er zelfs één vliegen. De vogel vloog ver weg, maar voor de waarneming plaats ik deze foto toch. Op de tweede foto is een Tuinfluiter te zien en ook kon ik een Distelvink fotograferen.

De mooiste zang kwam wat mij betreft van de Nachtegaal. Tijdens de wandeling hoorden we deze vogel meerdere keren zingen. Met vier paar ogen speurden we het bladerdek af in de hoop de zanger te ontdekken, maar meestal zonder succes, tot die ene keer. Hoe indrukwekkend mooi de nachtegaal zingt, zo onopvallend oogt hij eigenlijk. Juist dat contrast maakt het bijzonder om deze vogel eens zelf te zien en te fotograferen.

Het uploaden van mijn eigen filmpje, wat ik maakte met de telefoon, lukte niet. WordPress heeft weer wat gewijzigd. 🙁

Op YouTube vond ik een veel beter alternatief. Daarin is goed te horen hoe veelzijdig het repertoire is van deze Beste Zanger…