Duinparelmoervlinder

Vandaag vervolgen we de wandeling in natuurgebied, De horsmeertjes op Texel.

Ik kwam twee vrijwilligers van Natuurmonumenten tegen, ze tipten mij over de duinparelmoervlinder. En inderdaad, even later zag ik deze zeldzame vlinder zitten op de kale jonker. De duinparelmoervlinder komt vooral voor in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden.

De duinparelmoervlinder is een vlinder uit de familie Nymphalidae evenals de weerschijnvlinder die ik hier gisteren liet zien. De duinparelmoervlinder vind ik wel veel op familielid, de zilveren maan lijken. Van beide vlinders vind ik de onderkant minstens zo mooi als de bovenkant van de vleugels. De duinparelmoervlinder foerageerde voornamelijk op de klaver.

Horsmeertjes, orchissen en vlinders

Een van mijn lievelingsgebieden op Texel is De Horsmeertjes. Tijdens de vakantieweek heb ik er twee keer een wandeling gemaakt. De eerste keer alleen en de tweede keer samen met mijn man. Het eerste gedeelte van het traject voert over een breed fiets/wandelpad. In de bosschage aan weerszijden van het pad zitten veel zangvogels.

Halverwege het pad zijn er een aantal doorkijkjes waarbij je mooi kunt uitkijken over een van de twee horstmeren. Op onderstaand punt gaat het geasfalteerde pad over in enkele zandpaden.

Ik koos het pad langs een nat stukje natuur met een rijke en kleurrijke vegetatie.

Daar bloeiden o.a. diverse soorten orchissen. Ik leerde van Rudi dat het best lastig is om ze op naam te brengen, daarom begin ik er maar niet aan om de soorten te noemen.

Ik wandelde door het duingebied. Vorig jaar fotografeerde ik op deze plaats een paar keer de blauwborst. Zie hier en hier. Dit jaar heb ik de blauwborst niet gezien. Ook andere mensen waar ik mee aan de praat kwam hadden de blauwborst tijdens die dagen niet waargenomen.

Tijdens mijn wandeling over dat pad zag ik veel rupsen van de grote beer. Verder zag ik nog een kleine vos, een sint-jacobsvlinder, een distelvlinder en een gamma-uil.

Grote weerschijnvlinder

Vandaag onderbreek ik de series van Texel vanwege een bijzondere waarneming. Althans, ik vind het een bijzondere waarneming. Zaterdagochtend werd ik vroeg wakker en het was mooi weer. Ik besloot om een wandeling te gaan maken met de camera’s en zo was ik al vroeg in het Woldlakebos.

Op dit pad zag ik een donkere vlinder fladderen.

De vlinder streek neer op het zand. Dat was niet zo fotogeniek plekje. Op dat moment wist ik nog niet wat voor vlinder het was, ik dacht dat het misschien een landkaartje was.

De vlinder stak de tong in een hoopje wat bij nadere bestudering volgens mij een oude hondendrol was.

Het volgende moment spreidde de vlinder de vleugel en toen zag ik het….de grote weerschijnvlinder. Een aantal jaren geleden hebben Jan en ik deze gezien en gefotografeerd, ook in De Weerribben. Hemelsbreed niet ver van het Woldlakebos vandaan. Naast de grote vuurvlinder vind ik de meest bijzondere vlinder die ik ken.

Het is een vrij zeldzame vlinder die de laatste jaren steeds beter vaker wordt waargenomen in ons land. Het opwarmende klimaat draagt er wellicht aan bij dat deze forse dagvlinder steeds vaker wordt gesignaleerd.

De blauwe verkleuring op de vleugels van het mannetje komt door iriseren. Dit betekent dat de vleugels naargelang de invalshoek van het zonlicht, kunnen verkleuren van bruin naar een prachtige blauwe kleur.

Hun leven van de weerschijnvlinder speelt zich voornamelijk hoog in de bomen af. Daar voeden de vlinders zich met honingdauw en sap van bloedende bomen. Ook hun eieren leggen ze hoog in de bomen, in de toppen van een wilg. De omstandigheden waarin de weerschijnvlinder haar eitjes legt, komen nogal nauw. Ze legt ze alleen bij zonnig weer en wel op oude wilgenbladeren op 5 meter hoogte. Het moet niet alleen een warme plek zijn, ook de luchtvochtigheid moet hoog zijn. Het zijn dus bomen op beschutte vochtige plaatsen die in aanmerking komen, zoals luwe bosranden.

Soms zie je de mannetjes op de grond, waar ze drinken uit een plasje water of zich tegoed doen aan uitwerpselen. Vrouwtjes zie je zelden beneden. Behalve de blauwe verkleuring op de bovenvleugels van het mannetje vind ik de onderkant van de vleugels ook mooi getekend.

Ik ben in mijn leven nog nooit zo blij geweest met een hondendrol…

Dit mannetje was zo vol overgave aan het ‘snoepen’ van de uitwerpselen dat hij zich niets aantrok van de fotograaf. Ik kon de vlinder vanaf alle kanten fotograferen. De blauwe glans zie je alleen als de zon op de vleugels schijnt en je zelf vanuit een bepaalde hoek kijkt. Op de foto hierboven stond ik aan de andere kant van de vlinder en toen was de blauwe glans niet te zien, ondanks dat de zon erop scheen.

Ik heb een filmpje gemaakt van de foeragerende vlinder. Het mannetje zat voortdurende met gesloten vleugels. Soms werden de vleugels even gespreid. Dat duurde iedere keer wel een minuut of langer. Om die reden heb ik er stukjes tussenuit geknipt anders zou het zo saai worden.

Rosse grutto’s en kanoeten

Zoals ik in het vorige bericht al schreef maakten we een wandeling bij De Volharding op Texel.

We liepen eerst een stukje over het strand langs de Waddenzee.

Toen we achterom keken richting de vuurtoren zagen we dat het weer begon op te klaren. Dat zag er veelbelovend uit.

Na een paar honderd meter langs het strand te hebben gelopen staken we de duin over richting de Waddendijk. We passeerden een hoogwatervluchtplaats voor vogels.

Bij eb foerageren de vogels op het Wad. Bij hoog water hebben ze bij De Volharding de gelegenheid om te rusten. Later op de computer zag ik dat het rosse grutto’s en kanoeten waren die daar stonden.

Het gebied is afgezet met een touw. Dat is om te voorkomen dat wandelaars te dicht bij de rustende vogels komen. Met de 100-400 Canon objectief kon ik vanachter het touw inzoomen op de vogels. Het is niet zo dat ze alleen maar staan te rusten. Regelmatig vloog er een groepje op om elders weer neer te strijken.

Een haas bij De Waal en een graspieper met een teek

Op een ochtend reden mijn man en ik in de buurt van De Waal op Texel. Mijn man zat achter het stuur en ik zat er naast. Zo kon ik met de camera in de hand goed de omgeving bekijken en roepen als hij moest stoppen. Ik zag een haas in het weiland. Mijn man stopte aan de kant van de weg en zo kon ik mooi inzoomen op de haas.

Op Texel zie je nog redelijk veel hazen. Deze haas had mij al snel in de gaten en ging er vandoor. Een paar tellen later stopte hij even om te kijken of de kust veilig was. Nee dus. Hij rende de andere kant op om zich vervolgens te drukken in het gras.

Nadat ik voldoende foto’s van de haas had gemaakt reden we verder naar De Volharding. Daar maakten we een wandeling. In de begroeiing stond een graspieper. De graspieper stond bij iets wat door zou kunnen gaan voor een nestje.

Een eindje verder zat een graspieper op een uitkijkpost en liet zich duidelijk horen. Het zou kunnen zijn dat dit de partner was.

Met de zoomlens zoomde ik in op de graspieper. Thuis op de computer zag ik dat de graspieper een teek achter het linker oog had. Ik had mij niet eerder gerealiseerd dat ook vogels teken kunnen dragen. Op internet vond ik de volgende informatie…

Teken voeden zich met het bloed van zoogdieren, vogels en reptielen, de zogenaamde gastheren. Het ei-stadium is passief en voedt zich niet. Elk volgend stadium voedt zich slechts eenmalig, en ondergaat daarna een rustperiode waarin het volgende stadium ontstaat. De volwassen mannetjes en vrouwtjes paren. De paring vindt meestal plaats op de gastheer. Na de paring zuigt het vrouwtje zich vol met bloed en zwelt haar lichaam zichtbaar op. Als ze volgezogen is laat ze zich op de grond vallen. Het vrouwtje heeft het bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes. Als de eieren rijp zijn, legt het vrouwtje deze op de bodem, waarna zij sterft. Ze legt 1000 tot 2000 eieren. De eieren worden in de herfst gelegd. Mannetjes kunnen meerdere keren paren en hebben geen bloed nodig en zullen dus ook niet bijten. In het volgende voorjaar komen de larven uit, die zich voeden op kleine knaagdieren (muizen) en vogels. Aan het einde van de zomer vervellen de larven tot nimfen, die in winterrust gaan. In het volgende jaar voeden de actieve nimfen zich op een grote variatie aan zoogdieren en vogels. Aan het einde van de zomer vervelt de nimf tot volwassen teek (mannetje of vrouwtje). De volwassen teken gaan in het volgend voorjaar op zoek naar een gastheer, meestal een grote grazer zoals ree, hert of wild zwijn, maar ook schapen, runderen en paarden kunnen als voedselbron dienen. Bron is deze site.

Vale gier op Texel

Aan het eind van tweede pinksterdag zwaaiden alle familieleden uit en bleven we met z’n tweeën over. Ik vond dat echt even slikken na zo’n gezellig weekend met lieve gezinsleden én familieleden. Ik had me er van tevoren zo op verheugd en dan is het maar weer zo voorbij. Gelukkig hadden we nog een midweek samen op Texel voor de boeg. De volgende dag was het weer veel beter. We konden ook weer lekker buiten zitten.

‘s Ochtends gingen we samen op stap. We hadden al een aantal keren op social media gelezen over de vale gier die op Texel was gesignaleerd, dus wilden we eens gaan kijken of wij de vale gier konden vinden. We reden naar Midden-Eierland waar daar was de vale gier gesignaleerd. We hadden geluk. In een weiland naast de weg stond de vale gier. De imposante vogel stond wel ver weg. Met de Nikon bridgecamera kon ik de afstand overbruggen.

De gier met een spanwijdte van 2,8 meter is eind mei op Texel aangekomen. De vale gier broedt voornamelijk in Frankrijk, Spanje of Portugal. Dit is de zevende keer dat de vogel op Texel wordt gezien. Aan het verendek te zien schat men deze gier op drie jaar. Toen de vale gier arriveerde had men de indruk dat de gier langere tijd niets had gegeten. Een gier is een aaseter en niet altijd is er aas voor handen. Het dier werd vervolgens gevoed door een medewerker van Natuurmonumenten met een dode haas en een dode gans. Zie ook deze site van Vogelinformatiecentrum Texel.

De gier vertrekt in de regel weer als het wat warmer wordt. Hij heeft thermiekwind nodig om de hoge lucht in te gaan. Als de temperatuur iets oploopt, kunnen ze vrij snel honderden meters hoog zitten en zijn ze zo weer duizend kilometers verder. Steunend op de auto maakte ik een filmpje van de vale gier. Ik stond wel pal in de wind. Ik heb het geluid wel zo veel mogelijk onderdrukt, maar de windruis is nog wel te horen.

Nadat ik voldoende beeldmateriaal had verzameld van de vale gier reden we door naar de vogelkijkscherm ‘Dorpzicht’. We tuurden een tijdje door de kijkvensters.

Plotseling was de lucht achter ons vol met meeuwen. Even daarvoor zaten ze nog rustig op de akker.

Het volgende moment zag ik de reden van de opvliegende meeuwen, de vale gier vloog over.

Gelukkig had ik mijn Canon zoomobjectief tot 400 mm in de hand en daarmee reageerde ik heel snel. De gier vloog op een gegeven moment bijna recht boven mij. Dat was nog eens geluk hebben.

Deze waarneming was op vogelgebied toch we het hoogtepunt van deze vakantie.

Wandelaars in de regen en bijzondere strandhuisjes

De weersvoorspelling voor tweede pinksterdag zag er niet best uit en helaas zaten ze er deze keer niet naast. Het regende de hele dag in het hele land en zo ook op Texel. Mijn oudste zus was in de loop van de middag op eerste pinksterdag gearriveerd. Voor haar vond ik het extra sneu. Maar hoe liep het verder af met de stoere wandelaars? Op tweede pinksterdag zouden ze namelijk de tweede helft van de Waddenzeetour lopen. Er werd druk gedebatteerd, maar uiteindelijk besloten ze wel te gaan wandelen. Ik dropte ze deze keer bij de vuurtoren want zo hadden ze de wind in de rug.

Nadat ik ze bij de vuurtoren had uitgezet reed ik naar Kaap Noord. Vanaf dat punt maakte ik enkele foto’s van de vuurtoren.

Vervolgens wandelde ik naar het strand. Misschien zou ik de stoere wandelaars nog treffen. En ja hoor, toen ik het strand op wandelde kwamen zij net aangelopen. Nadat we een paar woorden hadden gewisseld vervolgden zij hun weg. Stoer.

Ik richtte mijn camera op de waddenveer naar Vlieland. Zo te zien had de schipper een vrije dag. Misschien was het weer te slecht. Terwijl ik daar foto’s maakte kwam er nog een stoer iemand aangelopen. Zo te zien was deze man bezig met een fietsvakantie.

Ik ben al vaak bij Kaap Noord geweest, maar de strandhuisjes aldaar waren mij nog niet eerder opgevallen. Op de meeste stranden zijn de strandhuisjes identiek, maar op dit strand zijn ze allemaal verschillend.

Sommige strandhuisjes zijn heel mooi, anderen zijn rijp voor de sloop. Het meest opvallende strandhuisje is die van kunstenares Angelina van der Vliet. Ik heb me daar een tijdje, ondanks de regen, heerlijk uitgeleefd. Na deze fotosessie werd het tijd om de warmte en gezelligheid van het vakantiehuis weer op te zoeken.

Voor in de middag kreeg ik een berichtje van de wandelaars dat ik ze weer mocht oppikken bij de IJzeren Kaap. Als verzopen katten kwamen ze aangewandeld, maar de missie was wel volbracht. Ze hadden ruim 14 km gelopen en zo waren ze in twee dagen langs de hele Texelse waddenkust gewandeld. Chapeau!

Wandelaars en loopeenden

Op de derde dag van onze vakantie op Texel kwamen er nog meer familieleden op bezoek. Mijn jongste zus en haar jongste zoon kwamen ‘s ochtends op tijd met de boot over.

Vorig jaar hebben mijn man en mijn zusje in drie dagen tijd het gehele traject langs de Noordzeekust op Texel gewandeld. Dit jaar hadden ze als doel om het gehele traject langs de Waddenzee te voltooien. Dat was de reden dat wij ze bij de boot stonden op te wachten. Ze startten namelijk meteen bij de boot met hun missie. Voor in de middag heb ik ze weer opgepikt bij de IJzeren Kaap. Ze hadden een wandeling van 13,6 kilometer gemaakt.

Terwijl een grote neef zorgde dat de auto en de zoon van mijn zus bij het vakantiehuis kwamen maakte ik met de auto een tochtje over het eiland. Wat betreft het weer hadden we twee hele mooie dagen gehad, maar op die eerste pinksterdag viel het weer tegen. Dat was met name sneu voor de nieuwste gasten.

In de buurt van dit huis parkeerde ik de auto en maakte een korte wandeling richting de schapenboet. Een boet is een Westfriese benaming voor schuur of bijschuur. De aanduiding komt voor in het noordelijk deel van Noord-Holland. Op het Texel duidt de benaming vooral een kleine schuur aan die diende als opslag voor hooi en ander voer voor de schapen. Vrijwel alle schapenboeten staan op Texel met de platte kant (en de toegangsdeur) naar het noordoosten, omdat de wind op Texel voornamelijk uit het zuidwesten waait. Het dak van de schapenboeten is bedekt met riet of dakpannen en de relatief lage muren, hebben kleine raampjes. Schapen stonden echter nooit zelf in een boet, daar was de schuur te klein voor. De schuurtjes op Texel werden gebouwd op land dat ver bij de boerderij vandaan lag. De boeten hebben een karakteristieke vorm, met een zadeldak dat aan één kant is afgeschuind. Hoewel de meeste vanwege ruilverkaveling in onbruik zijn geraakt, is een aantal van deze karakteristieke schuren behouden en gerestaureerd. Bron is Wikipedia. Terwijl ik de schapenboet stond te bestuderen kwam vanuit het niets drie loopeenden aangelopen. Ze waren niet bang voor mij, ze passeerden mij en verdwenen in het weiland naast de schapenboet. Een bijzondere ontmoeting.

Drieteenstrandlopers bij zonsondergang

Op de avond van de tweede dag op Texel ging ik samen met de jeugd naar het strand bij Paal Twaalf. Op dat strand fotografeerde ik vorig jaar de drieteenstrandlopers en ik had de jeugd enthousiast gemaakt over het gedrag van deze vogeltjes.

We wandelden langs de vloedlijn. Ik speurde naar de drieteenstrandloper, maar zag ze niet. Ik was al bang dat ik de jeugd tevergeefs mee had getroond om deze koddige vogeltjes te bekijken.

En toen kwamen ze toch onverwachts aangevlogen. Ze landden even verderop op het strand.

Zoals gebruikelijk had ik meerdere camera’s, objectieven en mijn rugtas mee. Om mijn handen vrij te hebben gaf ik de Canon 5D met zoomlens aan de jeugd. Dat vonden ze geen probleem, want ze zijn vervolgens alle drie helemaal los gegaan met het maken van portretfoto’s. Ze hadden mij ook een paar keer in het vizier…

En ik heb mij uitgeleefd op de drieteenstrandlopers. Op die bewuste avond bestond het hoofdgerecht uit kwal.

Maar ook de andere gerechten van het verrassingsmenu gingen er prima in.

Ik was goed voorbereid door mijn kniebeschermers mee te nemen op vakantie. Het is niet zo’n charmant gezicht. Ik kreeg er meerdere opmerkingen over van mensen die het toch wel slim vonden.

Door hun gedrag vind ik het zulke koddige vogeltjes. Ze zoeken hun voedsel langs de waterlijn. Ze rennen dus steeds mee met de aanrollende en terugtrekkende golven.

Ik kan daar tijden van genieten. En dat ik genoten heb is wel te zien aan mijn stralende gezicht.

De zon zakte steeds verder. Het was zo langzamerhand te weinig licht om nog acceptabele foto’s te kunnen maken van de snelle lopertjes.

De jongelui hielden het voor gezien en wandelden richting strandtent om op het terras wat te drinken. Even later voegde ik mij bij hen. Weer een dag met een gouden randje…

Bij de vuurtoren

Op dag 2 van onze vakantie op Texel gingen we na de lunch naar het strand bij de vuurtoren. De jongens hadden een beklimming van de vuurtoren afgesproken om 14 uur.

Maar voordat het zover was overbrugden we die tijd op het strand bij de vuurtoren. Ze hadden een supersonische frisbee gekocht en vermaakten zich lange tijd met het overgooien van de frisbee. Er valt altijd genoeg te beleven op dat strand. Het is bij uitstek een strand om te vliegeren.

Toen het voor de jongens tijd was om de vuurtoren te beklimmen gingen onze dochter en ik op het terras van de strandtent zitten. Uiteraard heb ik nog wel enkele foto’s gemaakt van de jongens op de vuurtoren.