In dit bericht op mijn weblog schreef ik over de geelgors die ik fotografeerde aan de Verlengde Scheperweg, nabij Klazienaveen. Om die serie te maken stond ik op een verhard gedeelte waar ik niemand in de weg stond. Op dat gedeelte ontdekte ik een flinke hoop rotzooi wat ‘verstopt’ lag achter de silo. Belachelijk dat mensen dit doen.
Terwijl ik, gewapend met mijn camera en de 150-600 mm zoomlens in de aanslag, stond te wachten tot de geelgors zich weer zou laten zien, zag ik in de verte een grote vogel aan komen vliegen. Aan de manier waarop hij vloog, zag ik al snel dat het geen gebruikelijke vogel was. Binnen een split second besefte ik: het was een kraanvogel! Dat was nog eens een toevalstreffer. Het was op 24 juli rond 15.00 uur dat deze kraanvogel vanaf Klazienaveen in de richting van het Bargerveen vloog. Wat een geluk dat ik mijn camera al in de aanslag had!
Een dag later stond ik in de namiddag weer op dezelfde plek met mijn camera in in de hand. En wat denk je… daar kwam opnieuw een kraanvogel aanvliegen! Misschien was het wel dezelfde als de dag ervoor. Deze keer vloog hij in de tegenovergestelde richting: van het Bargerveen naar Klazienaveen.
Door het tegenlicht en de lichtgrijze lucht waren de omstandigheden om de vliegende kraanvogel te fotograferen niet ideaal. Achteraf heb ik de foto’s daarom wat moeten bijstellen qua belichting. Helaas krijg je daardoor ook wat meer ruis in de foto’s. Maar zoals ik dan altijd zeg: het gaat om de waarneming!
Op een bewolkte ochtend tijdens onze vakantie gingen we naar Bourtange. Dit bijzondere vestingdorp ontstond tijdens de Tachtigjarige Oorlog en werd aangelegd om Groningen af te schermen van de Spanjaarden. Door de jaren heen groeide het uit tot een indrukwekkende stervormige vesting. Toen de militaire functie verdween, raakte Bourtange in verval, maar in de 20e eeuw werd de vesting in oude stijl herbouwd.
Behalve dat Bourtange een museumdorp is, wordt het ook gewoon bewoond, zowel binnen als buiten de oude stadsmuren. Tijdens onze wandeling zagen we een man die druk bezig was met een schilderklus. Zijn hond hield hem ondertussen trouw gezelschap en trok zich schijnbaar niets aan van al die mensen die voorbij kwamen.
Bourtange kreeg een radiaal stratenplan en een stervormige structuur, met grachten, wallen, ravelijnen en hoornwerken. Dankzij deze slimme opzet bleef de vesting eeuwenlang goed verdedigbaar, onder andere tijdens de Münsterse aanvallen van 1665 en 1672. In 1742 bereikte Bourtange zijn grootste omvang. Daarna verloor de vesting langzaam haar militaire betekenis. In 1851 werd Bourtange als vesting opgeheven en veranderde het in een agrarisch dorp.
Ik heb me altijd afgevraagd hoe ze al die schuine kanten van de wallen toch kunnen maaien. Tijdens ons bezoek kwamen we daar eindelijk achter. Met een grasmaaier die aan een lier is bevestigd, gaan ze de steile hellingen op en af. De lier houdt de maaier op zijn plaats terwijl deze het gras netjes kort houdt. Op de derde foto is goed te zien hoe dat in zijn werk gaat.
Na de Tweede Wereldoorlog liep het dorp langzaam leeg. In 1964 besloot de gemeente Vlagtwedde de vesting volledig te reconstrueren aan de hand van historische kaarten. Dat omvangrijke werk duurde tot het einde van de jaren ’90. Het resultaat is een uniek historisch openluchtmuseum, waar de wallen, grachten en het marktplein weer in oude glorie te bewonderen zijn. Ook het Commandeurslogement, de synagoge uit 1842 en de garnizoenskerk uit 1869 maken deel uit van de prachtig gerestaureerde vesting.
In het kleinste winkeltje van Bourtange kochten we een windmolen. Ik vond deze combinatie van kleuren meteen erg mooi. Na de vakantie hebben onze dochter en ik de windmolen samen in elkaar gezet en een mooi plekje gegeven in de tuin.
We vinden het allebei leuk om als moeder en dochter aan dit soort projecten te werken. Zo hebben we inmiddels al meerdere IKEA-meubels en een buitenkeuken in elkaar gezet.
Deze dubbele windmolen draait inmiddels als een tierelier. Met zoveel beweging zou je bijna denken dat we er prima energie mee kunnen opwekken. 😉
Een van de fietstochten tijdens onze vakantie in Drenthe voerde ons naar Emmen. We namen de afslag richting de Rietplas, zie Google Maps
De Rietplas en de omgeving eromheen hebben voor ons een bijzondere betekenis. Het is namelijk een van de vele grote projecten waarbij de broer van mijn man als projectleider betrokken is geweest evenals bij de aanleg van Wildlands. In die jaren hebben mijn man en ik hem daar eens opgezocht op zijn werk, in de directiekeet op Parc Sandur. Het was dan ook best bijzonder om hier nu weer opnieuw te zijn. Hij is helaas overleden, te vroeg. Wat zou het mooi zijn geweest als we dit bezoek nog met hem hadden kunnen delen en samen herinneringen hadden kunnen ophalen aan zijn werk hier.
De Grote Rietplas bij Emmen is een aangelegd recreatiemeer dat in de jaren ’90 is ontstaan door zandwinning. Het gewonnen zand werd onder andere gebruikt voor de aanleg van de A37. Rondom de plas liggen verschillende strandjes, eilanden, wandelbos en kunstwerken. De Grote Rietplas is verbonden met de oudere Kleine Rietplas, die in 1990 werd aangelegd. Samen vormen de twee plassen een uitgestrekt recreatiegebied waar natuur en recreatie mooi samenkomen. Aan de oever van de Grote Rietplas ligt Parc Sandur, met onder andere een winkelcentrum en een golfbaan.
Vanaf de Rietplas reden we in oostelijke richting en kwamen we langs het Oranjekanaal Noordzijde. Op de brug en bij de molen aan het Jacoba Omvleepad stopten we even om foto’s te maken.
Vanaf Emmen fietsten we met een omweg weer richting de camping. We reden daarbij over het enorme Bedrijvenpark A37, wat niet bepaald de mooiste route was. Vervolgens fietsten we langs de hoofdweg door Nieuw-Dordrecht. Even verderop sloegen we rechtsaf een fietspad op. Vanaf dat moment veranderde het landschap volledig en kwamen we door een verrassend mooi en rustig gebied. Het fietspad bracht ons uiteindelijk bij de Koppelsluis.
De Koppelsluis bij Klazienaveen-Noord is een opvallend waterwerk in het Koning Willem-Alexanderkanaal. De dubbele schutsluis werd aangelegd als onderdeel van het Veenvaartproject, dat in 2013 werd geopend. Daarmee werden oude vaarverbindingen tussen de Drentse en Groningse Veenkoloniën hersteld en ontstond een doorgaande route richting Duitsland.
Het kanaal kruist hier de Hondsrug, de zandrug die tijdens de ijstijden is gevormd. Dat zorgt voor een hoogteverschil van ongeveer vijf meter. Vanaf het IJstijdpad is goed te zien hoe dit in de praktijk wordt opgelost: schepen overbruggen het hoogteverschil in twee stappen, waarbij ze telkens een kolk van de sluis passeren. Elke kolk heeft een verval van ongeveer 2,5 meter.
De Koppelsluis vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de Veenvaart. De vernieuwde vaarroute verbindt onder meer Emmen, Ter Apel en Klazienaveen met het Duitse grensgebied. Wat ooit verloren gegane verbindingen waren, is zo opnieuw onderdeel geworden van het vaarlandschap van Zuidoost-Drenthe. Tegelijkertijd biedt de route nieuwe mogelijkheden voor recreatie en toerisme in de regio.
Ik maakte een praatje met de sluiswachter. Hij vertelde dat ze wachtten op de rondvaartboot. Omdat ik wel benieuwd was naar het schutten van deze dubbele sluis, besloot ik te blijven wachten. Mijn man fietste alvast terug naar de camping.
Even later arriveerde de snikke Johannes Veldkamp. Deze rondvaartboot werd in 1907 in Lemmer gebouwd en is een zogenaamde Groningse trekschuit. In 1937 voer het schip al door Drenthe, toen nog onder de naam Koopmans Welvaren. Tegenwoordig wordt de Johannes Veldkamp gebruikt voor vaartochten over de kanalen van Zuidoost-Drenthe. Het was mooi meegenomen dat ik dankzij het praatje met de sluiswachter niet alleen iets meer over de sluis te weten kwam, maar ook het schutten van deze bijzondere rondvaartboot kon meemaken.
Omdat er twee sluiskolken zijn, zijn er overigens ook twee sluiswachters. Ik vind het altijd mooi om te zien hoe de begroeiing overal een plekje zoekt, zoals in deze sluisdeur.
Nadat een ander bootje vanaf de westkant de sluis was ingevaren, sloten de sluisdeuren zich weer. Ik wachtte het schutten niet af, maar vervolgde mijn weg voor het laatste stukje naar de camping.
Wie door het Drentse landschap wandelt of fietst, hoort het soms ineens: het heldere riedeltje van de geelgors. Voor mij is de geelgors onlosmakelijk verbonden met een verblijf in Drenthe. Telkens als ik hier ben, geniet ik van zijn herkenbare zang. Bij ons in de Kop van Overijssel heb ik ze nog nooit gehoord of gezien.
Drenthe is gebouwd op zand. Dat zie je terug in de lichte hoogteverschillen, de oude houtwallen, singels en kleine akkers die als een mozaïek door het landschap lopen. Tussen deze structuren liggen heidevelden, ruige bermen en overgangszones waar veen, heide en landbouwgebied elkaar raken. Het is precies het soort halfopen landschap waarin de geelgors zich thuis voelt: voldoende open ruimte om zijn zang te laten horen, genoeg beschutting om te schuilen en volop voedsel in de wat ruigere, rommelige randen van het landschap.
In mijn woonomgeving in de Kop van Overijssel is de wereld heel anders. Hier domineren moeras, rietlanden en open water. De Weerribben-Wieden is een paradijs voor roerdompen, libellen en purperreigers, maar voor de geelgors is het landschap simpelweg te nat en te open en biedt het te weinig variatie. Alleen langs de randen, waar de zandgronden voorzichtig terrein winnen, duikt de geelgors soms op. Maar echte populaties, zoals je die in Drenthe vindt, ontstaan hier nauwelijks.
De zang van de geelgors wordt vaak vergeleken met de beroemde openingstonen van Beethovens Vijfde Symfonie: het herkenbare kort-kort-kort-lang-motief. Veel vogelaars herkennen de zang dan ook meteen. Niet voor niets heeft de geelgors de bijnaam ‘Beethoven-vogeltje’ gekregen.
Op dat moment had ik geluk dat de geelgors ging opvliegen en kon ik dat per ongeluk op foto vastleggen.
Tijdens mijn vakantie in Drenthe ben ik op bezoek geweest bij kennissen die ik door het bloggen heb leren kennen. Het was fijn om elkaar weer te zien en bij te praten. Deze Boerin houdt van haar koeien blogde over allerlei gebeurtenissen die zich op hun boerderij voordeden. Naast de mooie foto’s van hun veestapel deelde ze ook mooie beelden van flora en fauna, hun plasdrasgebied, indrukwekkende wolkenluchten en bijzondere weersverschijnselen.
Na mijn bezoek reed ik via een omweg richting de camping. Onderweg stopte ik een paar keer om foto’s te maken. Op een gegeven moment passeerde ik een bordje van de fietsroute ‘Vincent’s Dagtocht’. Toen besefte ik dat ik door mijn omzwerving in de buurt van Nieuw-Amsterdam was beland. Nieuw-Amsterdam is het dorp waar Vincent van Gogh van 11 september tot 4 december 1883 verbleef.
Ik was toch al van plan om het museum tijdens deze vakantie te bezoeken, dus besloot ik er meteen naartoe te rijden. Eenmaal binnen maakte ik gebruik van een toegangskaartje waarbij ook een cappuccino met iets lekkers was inbegrepen.
Vincent van Gogh arriveerde op 11 september 1883 per trein in Hoogeveen. Daar verbleef hij enkele weken in het logement van Albertus Hartsuiker. Vervolgens reisde hij per trekschuit naar Nieuw-Amsterdam/Veenoord, waar hij zijn intrek nam in het logement van Hendrik Scholte, het huidige Van Gogh Huis Drenthe.
Tijdens zijn verblijf in Drenthe werkte Van Gogh intensief. Hij tekende en schilderde, maakte lange tochten door het veengebied en schreef veel brieven aan zijn broer Theo. Het Drentse landschap maakte diepe indruk op hem: de uitgestrekte turfvelden, de armoede, de eenzaamheid en het ruige landschap van Zuidoost-Drenthe.
Veel van zijn vroege, donkere werk ontstond in deze periode. Naarmate het weer slechter werd, raakte zijn geld op en begon de eenzaamheid hem steeds zwaarder te vallen. Op 4 december 1883 vertrok hij te voet naar Hoogeveen, vanwaar hij verder reisde naar zijn ouders in Nuenen.
Hoewel zijn verblijf in Drenthe slechts enkele maanden duurde, vormde het een belangrijk keerpunt in zijn ontwikkeling als kunstenaar. Hier vond hij het ruige boerenleven dat hij zo graag wilde vastleggen en experimenteerde hij met onderwerpen en technieken die later een belangrijke rol in zijn werk zouden spelen.
In het museum werd ik hartelijk ontvangen door de vrijwilligers, die als gidsen veel konden vertellen over het korte verblijf van Vincent van Gogh in Drenthe.
Op de benedenverdieping kwam ik eerst langs een aantal silhouetten van mensen die dicht bij Vincent stonden. Zij vertellen ieder vanuit hun eigen perspectief over zijn leven en werk.
Op de bovenverdieping, waar vroeger de kamer van Vincent was, bekeken en beluisterden we een prachtige expositie. De combinatie van beeld en geluid bracht het verhaal van zijn verblijf in Drenthe op een bijzondere manier tot leven.
Daarna gingen we onder begeleiding van de gids naar de kamer waar Vincent destijds verbleef. Een deel van de inrichting en verschillende elementen zijn bewaard gebleven, andere zijn zorgvuldig nagemaakt naar het voorbeeld van die tijd.
Van Gogh schreef aan zijn broer Theo over het uitzicht vanuit zijn kamer : “Ik heb nu een redelijk grote kamer waar een kachel staat, en waar toevallig een klein balkonnetje is. Van daaruit kan ik zelfs de heide met de hutten zien. Ik kijk ook uit op een heel merkwaardige ophaalbrug.” In de brief maakte hij een schets van de brug, die later de aquarel Ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam werd.
Gisteren vierden we de verjaardag van mijn fotomaatje Jan, die er in de afgelopen week weer een kruisje bij mocht zetten. Na de koffie met wat lekkers stapten Aafje, Jan en ik in de auto en koersten we naar het noorden van Fryslân. Het was tenslotte Jans feestje, dus hij mocht bepalen waar we naartoe gingen. Onze eerste bestemming was de pier van Holwerd, waar de veerdienst naar het Waddeneiland Ameland vertrekt. Een mooie plek om onze dag te beginnen.
Op weg naar onze volgende bestemming sloeg ik te vroeg rechtsaf, waardoor we op een een landweggetje terecht kwamen met daarnaast een bloemenakker. Er stonden bloemen zover het oog reikte! Soms brengen verkeerde afslagen je op de mooiste plekken.
Onze laatste stop was op de Waddendijk ten oosten van Wierum. We troffen het deze dag geweldig met het weer. De afwisseling van zon en prachtige wolkenluchten maakte het feest compleet.
Jan en Aafje, bedankt voor deze mooie en gezellige dag. Het was weer een feestje om samen op pad te zijn!
Vandaag neem ik jullie weer even mee naar het prachtige en zonnige Bargerveen. Een bijzondere plek waar je volop kunt genieten van de rust, de natuur en het mooie landschap.
Even verderop kon ik een KBV’tje fotograferen. Op dat moment gaf de Merlin-app aan dat het om een zwartkop ging. Het zal wel, dacht ik. Pas thuis, toen ik de foto’s op de computer bekeek, kon ik met behulp van ObsIdentify dit vogeltje met de bruine kop determineren als een zwartkop. Een zwartkop met een bruine kop, had ik nog niet eerder van gehoord. Op de website van de Vogelbescherming leerde ik dat een vrouwtje zwartkop een bruine kop heeft en dat alleen het mannetje de kenmerkende zwarte kopkap heeft.
Tussen de takken in de omgeving van het Het Huussie van Uneken scharrelde een boompieper.
In de kale takken aan de rechterkant van dit ven zaten een aantal vogels. Het voordeel was dat ze zich niet tussen de bladeren konden verstoppen, waardoor ik ze goed kon zien. Het nadeel was dat ze behoorlijk ver weg zaten.
Pas toen ik de foto’s thuis op de computer bekeek, zag ik dat het vogeltje op de eerste foto een gekraagde roodstaart was. Die had ik ter plekke, door de zoeker van mijn camera, niet herkend. Het kenmerkende ‘boevenmasker’ van de grauwe klauwier op de andere foto’s herkende ik wel meteen.
Toen ik op een ander moment met de auto over de Verlengde Scheperweg reed, zag ik een grauwe klauwier zitten. Vanuit de auto kon ik deze foto’s maken.
Nieuw-Schoonebeek is een klein ontginningsdorp in het uiterste zuidoosten van Drenthe, direct aan de Duitse grens. Het dorp ontstond aan het begin van de 19e eeuw, toen Duitse boeren uit het Münsterland zich hier vestigden op de uitgestrekte veengronden. Daardoor groeide ook Nieuw-Schoonebeek uit tot een katholieke enclave in een overwegend protestantse omgeving.
Eeuwenlang lag hier een uitgestrekt, woest gebied van heide en veen. Boeren uit Schoonebeek en later de kolonisten uit het Münsterland moesten het land stap voor stap ontginnen en geschikt maken voor de landbouw. Ook het afbranden van de heide hoorde bij deze manier van werken. Door de vegetatie te verbranden kwam de grond vrij en kon er, vooral op de vruchtbare aslaag, boekweit worden gezaaid. Het branden was daarmee een snelle manier om de woeste grond tijdelijk geschikt te maken voor landbouw.
Het Volksfeest in Nieuw-Schoonebeek is een vijfjaarlijks dorpsfeest waarbij het hele dorp samenkomt. Maandenlang wordt er door jong en oud gewerkt aan prachtige praalwagens, kleurrijke straatversieringen en een indrukwekkende lichtroute. Tijdens de feestweek trekken tientallen wagens door het dorp, is er muziek in de feesttent, staat de kermis klaar en zijn er allerlei activiteiten voor jong en oud.
Het feest bestaat al sinds 1920 en is inmiddels uitgegroeid tot een mooie traditie die de saamhorigheid in het dorp goed zichtbaar maakt. Ook kinderen worden al vroeg bij het feest betrokken. Ze leren van jongs af aan hoe je samen een eigen praalwagen bouwt en versiert. Zo wordt de traditie van generatie op generatie doorgegeven.
Het dorp ligt in het beekdal van het Schoonebekerdiep, met een langgerekte lintbebouwing langs de Europaweg. Rondom liggen weidegebieden, akkers en kleine bospercelen en ten noorden ligt het natuurgebied Bargerveen.
De lange Europaweg is voor het Volksfeest opgedeeld in verschillende thema’s. Al fietsend kom je daardoor steeds weer in een andere sfeer terecht. Je kunt goed zien hoeveel aandacht en creativiteit er in de versieringen is gestoken. Bijna om de tien meter stond er wel weer een bijzondere creatie.
We konden niet naar de optocht in Nieuw-Schoonebeek. We waren namelijk dat weekend thuis vanwege een groot feest: onze dochter vierde haar dertigste verjaardag. Dat vierde ze groots in een horecagelegenheid, waarbij ze ook vierde dat ze haar master tot Verpleegkundig Specialist had gehaald.
De gasten mochten verkleed komen met als thema: Dressed for the wrong occasion. Prachtig om te zien hoe iedereen zijn best had gedaan. Mijn zusje, links achter mij, ziet er misschien niet verkleed uit, maar ze droeg haar trouwjurk uit 1999. Ze past haar nog steeds, of beter gezegd: ze past haar weer opnieuw. 🙂
Natuurlijk liet ik deze gelegenheid niet voorbijgaan en ging ik als vogelaar. Op het feest zag ik heel wat vreemde vogels rondlopen, maar geen van allen kon ik terugvinden in mijn vogelgids. 😂
Toen ik voor de eerste keer over de Verlengde Scheperweg fietste, zag ik op het hek naast de weg een roodborsttapuit zitten. Ik stapte af, pakte mijn camera met telelens uit de fietstas en maakte een paar foto’s. Wonderwel bleef het vogeltje rustig zitten.
De andere keren zag ik opnieuw een roodborsttapuit op hetzelfde hek zitten, maar dit keer een stukje verderop.
Bij de ingang van het Bargerveen zag ik een paar weken later een klein vogeltje rondvliegen. In eerste instantie vermoedde ik dat het om een vrouwtje van de roodborsttapuit ging. Eenmaal thuis, toen ik de foto’s op mijn computer bekeek, ontdekte ik dat het een juveniele roodborsttapuit was.
Ruim een week geleden gingen Jan en ik weer samen op stap. Door mijn vakantie was het alweer een tijdje geleden dat we elkaar hadden gezien, dus bij Jan en Aafje thuis hadden we eerst genoeg bij te praten. Onder het genot van een kop koffie namen we de tijd om weer even helemaal bij te praten.
Daarna gingen we op pad. Jan op de Joiny en ik op de e-bike. We waren Drachten nog maar net uit toen Jan voorstelde om een doodlopende weg in te rijden. Daar staat namelijk een bijzonder huis dat hij me wilde laten zien. Het is het oudste huis van de gemeente Smallingerland, gebouwd in 1668. Het huis ligt verscholen tussen de bomen en vanaf de weg kun je eigenlijk geen betere foto maken dan de onderstaande.
We hadden geluk: de eigenaar zag ons fotograferen en kwam naar ons toe. Het bleek een bijzonder aardige man te zijn, die ons meteen uitnodigde om een kijkje in de tuin te nemen.
Tijdens onze rondgang door de tuin zagen we de linde die eveneens uit 1668 stamt. De boom heeft niet meer zijn oorspronkelijke hoogte, maar heeft wel min of meer zijn omvang behouden. De stam is inmiddels volledig uitgehold en wordt met een sjorband bij elkaar gehouden.
Na onze rondgang door de tuin nodigde de eigenaar ons uit om ook binnen een kijkje te nemen. De eigenaar is het huis momenteel aan het renoveren, waarbij hij zoveel mogelijk van de originele elementen wil behouden. Juist die oude details geven het huis zijn bijzondere karakter en laten iets zien van de lange geschiedenis ervan.
Voor het uitgebreide en mooie verhaal over deze bijzondere ontmoeting en dit bijzondere huis verwijs ik graag naar het weblog van Jan. Hij vertelt er meer over in dit bericht en dit bericht. Op de website van de Histoaryske Feriening De Pein (Historische Vereninging Opeinde) vond ik nog een mooi stukje geschiedenis beschreven over dit huis.