Eerst de lepelaar zien en dan… de rest

Vandaag neem ik jullie mee naar ons uitje, afgelopen weekend, op Texel. Nadat ik alles had uitgepakt, overlegde ik met mijn man of ik meteen mijn eerste ritje kon maken, op zoek naar vogels. Hij is meer van het wandelen en trok eropuit voor een wandeling door De Koog.

Steevast begin ik in natuurgebied Waalenburg. Daar hoop ik altijd als eerste de lepelaar te spotten. Voor mij zijn de lepelaar en Texel van oudsher met elkaar verbonden. Het bestaan van een lepelaar leerde ik namelijk 45 jaar geleden kennen op Texel.

Even verderop liep een mannetje en een vrouwtje bergeend. Het mannetje is te herkennen aan de opvallende bobbel aan de basis van zijn snavel.

Het mannetje bergeend en een grutto passeerden elkaar, wonderbaarlijk genoeg zonder strubbelingen. In het broedseizoen kunnen mannetjes bergeenden namelijk behoorlijk intolerant zijn.

De grutto koos uiteindelijk een plekje, keek eerst rustig om zich heen en bleef daarna op zijn gemak wat rusten.

Ook zwommen er meerdere kuifeenden in alle rust rond. Het bleef mooi om te zien hoe de kleuren van de kop van het mannetje veranderden naarmate het zonlicht er anders op viel: het ene moment diepzwart, dan weer groen en even later paars.

Aan de andere kant van de plas, iets verderop, stond een kluut die zich even achter het oor krabde…

Een overzichtsfoto van een klein deel van natuurgebied Waalenburg. Dit gebied is het grootste én oudste weidevogelreservaat van Nederland. Op de website van Natuurmonumenten kun je er alles over lezen.

Wordt vervolgd.

Strand bij Paal 15

Afgelopen weekend waren we weer op Texel, ons tweede thuis. We hebben volop genoten van het eiland en het mooie weer. Alleen op de dag van vertrek was het bewolkt met af en toe een buitje, een passend licht melancholisch afscheid. Gelukkig weten we dat we snel weer terugkomen.

De serie die ik vandaag publiceer, staat al sinds oktober klaar in mijn map met concepten. Toen kwam het er niet meer van om deze te plaatsen, maar vandaag leek het mij het juiste moment.

Terwijl mijn man ons over de Afsluitdijk naar huis chauffeurt, heb ik alle tijd om deze serie te voorzien van actuele tekst. Tussendoor kijk ik uit over een zonovergoten IJsselmeer. Vanwege de noordenwind is het kraakhelder en is het Friese vasteland goed te zien.

‘Texel, zee you soon!’

Bonte vliegenvanger zoekt nestgelegenheid

Afgelopen week hoorde mijn man een ongebruikelijk vogelgeluidje in onze tuin. Met behulp van de Merlin Bird ID wist hij het te determineren: het bleek een bonte vliegenvanger te zijn. Toen ik thuiskwam van mijn werk, vertelde hij me over zijn ontdekking.

Even later had ik zelf het geluk om de bonte vliegenvanger te horen én te zien. Met mijn camera en telelens liep ik de tuin in. Tot mijn verrassing landde het vogeltje niet ver van mij vandaan, op de rand van de drinkschaal.

Even later vloog hij naar de perenboom, waar het een plekje koos tussen de bloesem.

De volgende ochtend zag ik vanuit de badkamer dat het vogeltje op verkenning was naar een geschikte nestplek. Vooral het mussenhotel trok zijn aandacht. Voorzichtig sloop ik met mijn camera naar buiten en vanachter een struik wist ik een fotoserie te maken. De bovenste twee kamers van het hotel werden daarbij nauwgezet geïnspecteerd.

Tot slot nog een foto van de bonte vliegenvanger, dit keer tussen de bloesem van een appelboom. Nu is het afwachten of er een kamer in het mussenhotel wordt goedgekeurd. De mussen hebben tot dusver weinig belangstelling getoond, dus van concurrentie heeft hij niet te vrezen.

Meneer en mevrouw Appelvink

Vanuit de woonkamer zag ik ineens een grote vink in de perenboom in de voortuin zitten. Al snel had ik door dat het een appelvink was – wat een leuke verrassing! In de winter had ik deze soort ook al eens gefotografeerd, maar zo dichtbij huis blijft het bijzonder.

Ik pakte meteen mijn camera met telelens. De appelvink keek ondertussen richting de voedertafel en leek even te twijfelen. En ik maar zachtjes aanmoedigen vanuit de woonkamer… want het plekje in de perenboom was nou niet bepaald ideaal voor een mooie foto.

Ik had geluk: meneer Appelvink landde uiteindelijk toch op de voedertafel. Tot mijn verrassing verscheen daar ook mevrouw Appelvink.

In het voorjaar zetten we een bloemetje op de voedertafel. We blijven de vogels ook gewoon voeren. Het geeft een heel ander decor dan in de winter: kleurrijker en minstens zo levendig.

In februari was meneer Appelvink bij ons te gast op de besneeuwde voedertafel. Daar schreef ik toen ook een bericht op mijn weblog. Ik vertelde daarin over de snavel van de appelvink, die een indrukwekkende kracht kan uitoefenen: metingen laten zien dat hij tot wel zo’n 50 kilogram drukkracht kan genereren. Daarmee kraakt hij moeiteloos harde kersenpitten en beukennootjes, voedsel dat voor de meeste andere zangvogels simpelweg onbereikbaar is. De zonnebloempitten op de voedertafel waren voor hem dan ook een peulenschilletje.

Mussen zoeken nestmateriaal

Ook de mussen in onze tuin zijn druk in de weer, ijverig op zoek naar het perfecte nestmateriaal om een nieuw begin te maken. Op deze foto zitten ze in de vuurdoorn, speurend naar de grond om te zien of daar nog iets bruikbaars te vinden is.

Een mus vond een veertje, maar liet het ook weer vallen. Misschien werd het toch niet goedgekeurd?

Mezen verzamelen hondenhaar als nestmateriaal

Op een plekje op de vliering hangt een netje met vers hondenhaar. Het hangt daar als preventieve maatregel om marters te weren. Men zegt dat ze een hekel hebben aan de geur van hond, al blijft het natuurlijk de vraag hoeveel effect het echt heeft. Zelf hebben we geen hond, maar we krijgen het haar van een kennis met een langharige hond, die ze trouw elke week borstelt.

Een maand geleden heb ik het hondenhaar weer vervangen. Voorheen gooide ik het oude haar weg, maar dit keer heb ik het in een mandje gelegd en in het voederhuisje geplaatst. Zo blijft het mooi droog en krijgt het misschien een tweede leven…

Het duurde een paar dagen, maar toen ontdekte een koolmees het mandje met hondenhaar.

Met het zorgvuldig verzamelde nestmateriaal vloog hij uiteindelijk naar dit nestkastje.

Een dag later kon ik vanuit de woonkamer een pimpelmees fotograferen, die dit blijkbaar ook geschikt materiaal vond. Hij vloog er herhaaldelijk mee naar het nestkastje, te zien op de derde foto.

Grote bonte specht snoept van de walnoten

In de voortuin hangt een mandje met walnoten. Ooit bedoeld voor de eekhoorn, maar die laat zich de laatste jaren nauwelijks nog zien. Toch vult mijn man het mandje elke ochtend trouw met walnoten van onze eigen boom. Sinds enige tijd heeft een grote bonte specht het mandje met walnoten ontdekt en komt hij er graag van snoepen. Een welkome gast.

Regelmatig gebeurt het dat een koolmees of pimpelmees aanschuift voor een hapje, nadat de specht de walnoten heeft gekraakt. Wat voor hem misschien restjes zijn, blijkt voor de kleine vogels een feestmaal. Zo wordt het mandje in de voortuin, ooit bedoeld voor één bezoeker, inmiddels gedeeld door een bont gezelschap aan gevleugelde gasten.

Kemphanen en tureluurs in Skrok

Ik neem jullie nog een keer mee naar het prachtige weidevogelgebied onder de rook van Wommels. Terwijl ik daar was, bracht de eigenaar van de naastgelegen boerderij zijn paard naar de wei.

Vanuit de kijkhut in Skrok zag ik hoe een tureluur plotseling opsteeg van zijn foerageerplek. Met een alerte houding en een schelle roep brak hij de stilte van het weidse landschap.

In het water stond een kemphaan. Het leek even alsof hij doorhad dat hij werd gefotografeerd, zo mooi stond hij daar te poseren. Jij en ik weten natuurlijk wel beter: het was puur toeval, maar het leverde wel een prachtig moment op.

Even later wandelde ik over het voetpad naar mijn favoriete plekje bij het hek. Vanaf dat punt zag ik door de zoeker een bijzonder tafereel. Een tureluur duldde geen kemphaan in zijn territorium en ging fel in de aanval. Ik had altijd gedacht dat juist kemphanen de echte vechtersbazen waren, maar deze tureluur liet zien dat hij er ook wat van kan.

Ik vind Kemphanen prachtige vogels, mede vanwege hun wisselende verenkleed. Ze staan erom bekend een extreem grote variatie in uiterlijk te hebben, vooral de mannetjes. Tijdens het broedseizoen ontwikkelen zij een opvallende kraag, ook wel ruffe genoemd, en oorpluimen die sterk van elkaar kunnen verschillen. De kleuren lopen uiteen van diep zwart en helder wit tot roestbruin, vaak met gevlekte of gestreepte patronen die bijna altijd uniek zijn voor elk individu.

Die variatie gaat nog verder, want er bestaan zelfs verschillende typen mannetjes. Zo zijn er de territoriale mannetjes met hun uitbundige kragen, maar ook lichtere satellietmannetjes die minder dominant zijn. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘faeder’-mannetjes, die opvallend veel op vrouwtjes lijken en geen uitgesproken kraag hebben. Ik hoop binnenkort nog wel een keer een kemphaan te fotograferen met zo’n uitbundig broedkleed.

Zonsondergang en de magnolia

Op 5 april werd ik bij zonsondergang getrakteerd op een prachtig gekleurde lucht, gezien vanuit de woonkamer. Dat moment wilde ik vastleggen, dus ik pakte mijn camera en liep de achtertuin in. Op de voorgrond koos ik de magnolia, die op dat moment op haar mooist in bloei stond. Achterin de tuin had ik vrij zicht op de kleurrijke avondlucht, wat het plaatje compleet maakte.

Vanochtend vroeg waaide het erg hard. Mijn man verwijdert meerdere keren per dag de gevallen bloemblaadjes van de magnolia uit de vijver, vanochtend wachtte hij tot ik er foto’s van had gemaakt. Zoveel blaadjes op één dag zien we namelijk niet vaak en was wel een foto waard.

Aan de magnolia is goed te zien dat er veel bloemblaadjes zijn gevallen: het hart van de bloemen komt langzaam tevoorschijn. Nu is het wachten tot de groene blaadjes zich in volle glorie laten zien.

Kieviten in Skrok

Na het maken van diverse foto’s vanuit de kijkhut in Skrok wandelde ik verder over het fiets- en voetpad door het zogeheten greppeltjesland. Bij het hek bleef ik geruime tijd staan om te genieten van de vogels om mij heen. Het leek erop dat er recent watertjes waren uitgebaggerd en dat de vrijgekomen bagger ter plekke was blijven liggen.

Een paar kieviten vlogen over mijn hoofd, maar er was geen sprake van paniek en ik werd niet verjaagd.

Ik vind het geen fraai gezicht dat de bulten zijn blijven liggen, al zal daar ongetwijfeld een goede reden voor zijn. Voor de kieviten lijkt het in ieder geval aantrekkelijk. Eén kievit trok in het bijzonder mijn aandacht. Hij zat rustig op de opgeworpen grond. Even dacht ik dat hij daar zat te broeden, maar dat idee liet ik al snel los — die plek viel daarvoor veel te veel op. Later werd ook duidelijk dat er geen nest aanwezig was.

Niet veel later begon de kievit te foerageren en kwam daarbij steeds dichter mijn kant op. Mogelijk bood het hek mij wat beschutting en daarbij bleef ik zo stil mogelijk staan.