Op pad met Jan, Joiny en e-bike; Huize Lyndenstein

De laatste fotoseries die ik nog in concept had staan, zijn gemaakt tijdens de prachtige tocht die mijn fotomaatje en ik bijna een maand geleden maakten. Jan reed op de Joiny en ik op de e-bike. Onze route voerde ons door de buitenwijken en de omgeving van Drachten. Hoewel het overwegend bewolkt was en een vest geen overbodige luxe bleek, waren de omstandigheden verder prima.

Later hoorde ik van Jan dat we die dag zo’n 30 kilometer hadden afgelegd. Onderweg stopten we om een foto te maken of we namen regelmatig even plaats op een van de vele bankjes om gezellig bij te praten. Heel veel foto’s heb ik tijdens deze tocht overigens niet gemaakt, maar dat was helemaal prima.

Onderweg naar een bijzondere plek kon ik het niet laten om even te stoppen voor deze foto van een imposante boom. Over die bijzondere bestemming vertel ik later meer.

Op een bepaald moment besloten we, na enig wikken en wegen, toch nog een omweg te maken. Onze bestemming was Beetsterzwaag, waar we een bezoek brachten aan Huize Lyndenstein. Die keuze pakte verrassend uit, want daar ontmoetten we beeldend kunstenaar Floor van der Leun en haar man, die druk bezig waren met de opbouw van hun kunstproject in de Overtuin tegenover Huize Lyndenstein. Over die bijzondere ontmoeting schreef ik eerder al in dit bericht.

Deze keer richten we onze aandacht op Huize Lyndenstein zelf. Dit 19e-eeuwse, neoclassicistische landhuis werd in 1821 gebouwd voor Frans Godaert baron van Lynden. Tegenwoordig is het in gebruik als kantoorpand van Revalidatie Friesland. Vanaf 1915 deed Huize Lyndenstein dienst als kinderziekenhuis. In 1958 werd besloten het ziekenhuis om te vormen tot een revalidatiecentrum voor kinderen. Sinds 1985 worden er ook volwassenen behandeld. Tussen 2002 en 2004 verrees op het terrein een nieuw complex. Meer informatie is te vinden op deze website van Revalidatie Friesland.

In de tuin staan enkele imposante beelden opgesteld: de dierenriembeelden. Na een flinke omzwerving hebben ze sinds mei 2026 weer een plek gekregen in de voortuin van Huize Lyndenstein. Achter deze beelden schuilt een bijzonder verhaal. Wie daar meer over wil weten, kan het uitgebreide verhaal lezen op de website van Oldenburgers Binnenstad en Buitenleven.

Koereiger en purperreiger in De Auken

Vandaag neem ik jullie weer mee naar de kijkhut in De Auken. In de kijkhut was ik samen met een andere vogelfotografe. Ze was nog niet zo lang bezig met vogelfotografie en vertelde dat ze haar camera nog beter wilde leren kennen. Meestal is ze te vinden in vogelkijkhut Skiere Goes in het Easterskar (Oosterschar), vlak bij haar woonplaats.

We raakten gezellig aan de praat en hadden leuke gesprekken over vogelfotografie en onze ervaringen in het veld. Daarnaast deelden we ook verhalen over andere dingen die ons in het leven bezighielden. Juist die gesprekken maken een ontmoeting in een vogelkijkhut bijzonder.

Aan de overkant van de plas bevinden zich talrijke broedkolonies. De oudervogels vliegen af en aan om hun jongen van voedsel te voorzien. We genoten allebei van de vogels die regelmatig langs de kijkhut vlogen.

In het onderstaande vierluik is op de eerste drie foto’s de koereiger te zien. Op de vierde foto staat de grote zilverreiger, die duidelijk groter is dan de koereiger.

Mijn favoriet blijft toch wel de purperreiger. Het is een sierlijke reiger met een prachtige tekening en warme kleuren, waardoor hij voor mij de mooiste reiger is om te zien.

Naar de kijkhut in De Auken

Toen ik vanuit kijkhut De Meenthebrug een fotoserie maakte van een foeragerende kwikstaart, kreeg ik na enige tijd gezelschap van een andere vogelfotograaf. Hij vertelde dat hij zojuist bij kijkhut De Auken was geweest, waar het druk was met grote vogels die regelmatig overvlogen. Ik was al van plan die kant op te gaan, maar nu wist ik het zeker. Eerst reed ik echter even naar huis voor een kopje koffie en om mijn laarzen op te halen. Volgens de fotograaf stonden er door de hevige regenval van een paar dagen eerder flinke plassen op de paden en laarzen waren geen overbodige luxe.

De kleine parkeerplaats bij De Auken was volledig bezet, daarom parkeerde ik de auto iets verderop, op een plek met uitzicht over dit water.

Via het bruggetje wandelde ik natuurgebied De Wieden in.

Onderweg naar de kijkhut maakte ik foto’s van een dagpauwoog, zowel met gesloten als met open vleugels. Ook een krasser liet zich onderweg nog even fotograferen.

Op sommige delen van het pad stonden inderdaad flinke plassen, dus mijn laarzen kwamen goed van pas. Het laatste stuk van de route was grotendeels dichtgegroeid. Omdat het een warme ochtend was, had ik een korte broek aangetrokken. Daardoor was het voortdurend opletten voor brandnetels en distels. Terwijl ik tussen de stekelige planten laveerde, vroeg ik me af of Natuurmonumenten soms een ontmoedigingsbeleid voerde…

Vanuit de kijkhut heb je een prachtig uitzicht over het water, met aan de overkant verschillende broedkolonies. Hier broeden o.a. aalscholvers, blauwe reigers, grote zilverreigers, koereigers, lepelaars en purperreigers. Helaas waren deze vogels voor mijn lens te ver weg om ze mooi in beeld te brengen. Daarom richtte ik mijn aandacht op de vogels die langs de kijkhut vlogen. Die fotoserie volgt de volgende keer.

Toen ik in de kijkhut aankwam, waren er al twee mannen en een vrouw aanwezig. De mannen waren samen op pad om vogelwaarnemingen te noteren. Kort na mijn komst vertrokken zij weer, waardoor de vrouw en ik de hut voor ons alleen hadden. We hadden alle ruimte en raakten gezellig aan de praat.

Op een gegeven moment riep een man ons vanaf beneden toe dat we niet moesten schrikken, omdat ze het pad gingen maaien. Dat ging gepaard met flink wat lawaai. Het was netjes dat hij ons vooraf even waarschuwde.

Toen de mannen klaar waren met maaien, wandelde ik terug naar de auto. Ze hadden goed werk geleverd, want dat deel van het pad was zeker een meter breder geworden.

Halverwege de ongeveer 450 meter lange wandeling keek ik nog één keer achterom en maakte deze foto.

Wordt vervolgd.

Witte kwikstaart op jacht

In het boompje voor kijkhut de Meenthebrug zat een vogel met een opvallend lange staart. Mijn eerste gedachte was dat het een kwikstaart moest zijn, maar de kleuren kwamen niet overeen met die van een volwassen vogel. Al snel vermoedde ik dat het om een juveniele kwikstaart ging.

Juveniele kwikstaarten hebben een bruin-grijze kop en borst. Ze missen de kenmerkende zwarte kopkap van volwassen vogels. Ook is hun gezicht valer en minder contrastrijk, met weinig wit op de kop.

Een witte kwikstaart jaagt boven bladeren van de waterlelie en gele plomp door deze als platform te gebruiken. Schokkerig rent en springt hij van blad naar blad, pikt insecten van het oppervlak en maakt soms korte vluchtjes om vliegende prooien te vangen. Omdat de bladeren veel kleine insecten aantrekken, vormen ze een ideale jachtplek voor de kwikstaart.

Het boompje diende als rustpunt om het verenkleed weer op orde te brengen.

Even later vervolgde hij zijn jacht op insecten.

Grauwe ganzen op het water

Na de mooie wandeling waarbij ik verschillende insecten fotografeerde arriveerde ik bij kijkhut de Meenthebrug. Ik hoopte daar opnieuw een ringslang te zien, maar vooral ook een ijsvogel.

Nadat ik een tijd had uitgekeken over de plas moest ik concluderen dat geen van beide zich liet zien. Daarom richtte ik mijn camera op een paar grauwe ganzen. Het leek alsof de ganzen óp het water stonden, maar schijn bedriegt. Ze stonden waarschijnlijk op stukken kienhout net onder het wateroppervlak. Het windstille weer zorgde bovendien voor een mooie weerspiegeling.

Ook viel het me op dat meerdere grauwe ganzen op kienhout zaten te kauwen. Hoewel het misschien lijkt alsof ze het hout proberen op te eten, is dat niet het geval. Dit gedrag heeft een functie: het helpt bij het onderhouden van de snavel, het verkennen van mogelijk voedsel en soms ook bij het verwerken van plantaardig materiaal in de spiermaag.

Een van de ganzen nam uitgebreid een bad.

In de verte gingen grauwe ganzen op de vleugels. Wat hen deed opschrikken heb ik niet kunnen achterhalen.

Insecten langs het pad

Eerder fotografeerde ik bij kijkhut De Meenthebrug een ringslang en een ijsvogel. Dat smaakte naar meer, dus besloot ik nog eens die kant op te gaan.

Langs het pad stonden volop bloemen in bloei, waaronder korenbloemen, distels en verschillende schermbloemigen. Alleen al de kleurrijke berm maakte de wandeling meer dan de moeite waard.

Het was prachtig om te zien hoe de insecten zich tegoed deden aan de nectar en het stuifmeel van de bloemen. Dat leverde mooie fotomomenten op.

Zo kon ik een blinde bij en een juffer vastleggen. Een atalanta liet zich wel zien, maar wilde me niet dichterbij laten komen. Een klein geaderd witje wist ik tussen de grassprieten door te fotograferen. Het bruin zandoogje werkte juist goed, waardoor ik tijd had om er een foto van te maken.

‘Bambi’ in Park Rams Woerthe

Op een warme dag in juni verzorgde ik een fotoshoot voor een familie ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de stamvader van de familie. De temperatuur liep op tot zo’n 31 graden. Heel eerlijk: stiekem hoopte ik dat de fotosessie vanwege de hitte misschien zou worden verplaatst. Maar wanneer krijg je zoveel gezinnen weer tegelijk bij elkaar? Zo’n bijzondere gelegenheid laat je natuurlijk niet zomaar voorbijgaan.

Gelukkig hadden ze gekozen voor een bosrijke locatie: Park Rams Woerthe in Steenwijk. Dankzij de vele bomen en schaduwrijke plekken was het er een stuk aangenamer dan in de volle zon. Dat maakte het niet alleen comfortabeler voor de familie, maar ook voor mij als fotograaf.

Na afloop van de fotosessie maakte ik nog een klein rondje door het prachtige park. Met zijn statige bomen, sfeervolle vijvers en kronkelende wandelpaden is Park Rams Woerthe een heerlijke plek om even na te genieten én natuurlijk om nog wat foto’s te maken.

Park Rams Woerthe werd in 1899 aangelegd naar een ontwerp van de bekende tuin- en landschapsarchitect Henri Copijn. Het park ligt in het beekdal van het riviertje de Aa en heeft een karakteristieke langgerekte vorm. Centraal in het park ligt een eveneens langgerekte vijver, die uit drie delen bestaat en wordt omzoomd door fraai gevormde oevers.

Tijdens een wandeling over de bruggen en langs de waterpartij heb je prachtige doorkijkjes op de statige Villa Rams Woerthe en de sfeervolle theekoepel. Juist die afwisseling van water, monumentale bomen en verrassende zichtlijnen maakt het park tot een bijzondere plek om te wandelen én te fotograferen.

In Park Rams Woerthe grazen damherten. Tijdens mijn wandeling kwam ik een moeder met haar jong tegen. Ze bleven rustig staan en leken zich totaal niet aan mijn aanwezigheid te storen. Het gaf me alle tijd om een paar foto’s te maken.

Villa Rams Woerthe heeft voor mij ook een persoonlijke betekenis. Het statige pand deed jarenlang dienst als gemeentehuis van Steenwijk en het is de plek waar wij 40 jaar geleden zijn getrouwd.

Villa Rams Woerthe kent een rijke geschiedenis. Tegenwoordig is de villa eigendom van de Hendrick de Keyser Monumenten en is zij ingericht als museum. Je kunt er de sfeervolle vertrekken bewonderen en een goede indruk krijgen van hoe de villa er rond 1900 uitzag. In dit bericht op mijn weblog laat ik foto´s zien van het interieur.

In de Villa is bovendien een klein museum gewijd aan beeldhouwer Hildo Krop. Hij woonde en werkte een deel van zijn jeugd in Steenwijk, voordat hij uitgroeide tot een van de bekendste Nederlandse beeldhouwers van de twintigste eeuw. Hij was jarenlang stadsbeeldhouwer van Amsterdam en maakte onder meer veel beelden en brugsculpturen. In dit bericht op mijn weblog schreef ik erover.

Aan de achterkant van de villa staat een bijzonder, gedeeltelijk ondergronds bouwwerk. Rond dit bouwwerk en de opvallende toegangsdeur doen al jarenlang allerlei verhalen de ronde. Volgens een hardnekkige legende zou hier de ingang zijn van een ondergronds gangenstelsel dat onder Steenwijk doorloopt.

Terwijl ik er stond, hoorde ik een jonge man dit verhaal vol overtuiging aan zijn gezelschap vertellen. Of het werkelijk waar is, blijft echter de vraag. Voor zover bekend is het bestaan van een dergelijk gangenstelsel nooit bewezen. Toch draagt juist dat vleugje mysterie bij aan de bijzondere sfeer van deze historische plek.

Park Rams Woerthe heeft verschillende in- en uitgangen. Ik verliet het park via de hoofdingang aan de voorzijde. Voordat ik verder liep, keek ik nog één keer achterom. De statige entree vormt een prachtige afsluiting van het park en kon ik natuurlijk niet ongefotografeerd laten.

IJsvogel

We blijven nog een tijdje uitkijken over het water bij kijkhut Meenthebrug. Ik had een mooi plekje in de hut met zicht op de boom met de kale takken aan de rechteroever. Dat is de plek waar de ijsvogel graag neerstrijkt om het water af te speuren.

Inmiddels had ik gezelschap gekregen van een vogelaar die niet de behoefte had om te praten. Nadat hij was vertrokken, kwam er een vrouw de hut binnen die wél openstond om ervaringen uit te wisselen. Al hielden we het vanzelfsprekend rustig, want in een kijkhut past het niet om uitgebreid met elkaar te praten.

En toen, zomaar uit het niets, zat daar ineens een ijsvogel. Hij koos een plekje dat iets verder naar achteren lag en daardoor niet ideaal was, maar we konden hem gelukkig toch goed genoeg fotograferen. Helaas bleef hij rustig op zijn tak zitten. We hadden gehoopt hem te zien vissen, maar dat zat er deze keer niet in.

Even later vloog hij naar het boompje recht voor de kijkhut.

Dat was een stuk beter in het zicht, al maakte het tegenlicht het fotograferen behoorlijk lastig. Gelukkig kon ik de foto’s met behulp van Lightroom nog aardig opknappen.

De derde foto is een echte toevalstreffer, en daar ben ik dan ook extra blij mee. IJsvogels zijn ongelooflijk snel, dus een ijsvogel in vlucht vastleggen voelt voor mij als een klein cadeautje.

Ringslang

In vogelkijkhut Meenthebrug zat ik geduldig te wachten, in de hoop een ijsvogel voor de lens te krijgen. Mijn blik dwaalde over de rustige plas, toen ineens een subtiele rimpeling het gladde wateroppervlak verstoorde. Even dacht ik aan een vis, maar al snel verscheen de echte veroorzaker: een ringslang die geruisloos en sierlijk door het water gleed.

De kleine ringslang gleed behoedzaam op een blad van de gele plomp. Als koudbloedig dier is een ringslang afhankelijk van de warmte uit zijn omgeving. Zo’n drijvend blad vormt een ideale plek om op te warmen. Tegelijkertijd biedt het een uitstekend uitzicht op mogelijke prooien én een snelle vluchtroute als er gevaar dreigt. Aan de grootte van de bladeren van de gele plomp is goed te zien hoe klein deze jonge slang nog was.

De ringslang was voortdurend met zijn tong in de weer. De tong van de slang heeft een andere functie dan die van de mens. Bij iedere tongbeweging vangt de slang geurdeeltjes op uit de lucht. Die worden vervolgens doorgegeven aan het orgaan van Jacobson in het gehemelte, waar de geuren worden geanalyseerd. Zo kan de ringslang prooien opsporen, gevaar herkennen en zelfs bepalen uit welke richting een geurspoor afkomstig is. De gespleten tong werkt daarbij als een soort ‘stereo’. Door links en rechts geurdeeltjes te vergelijken, kan de ringslang precies bepalen uit welke richting een geur komt.

Wordt vervolgd.

Muskusrattenvanger

Een paar weken geleden bezocht ik de vogelkijkhut Meenthebrug. Op social media had ik verschillende meldingen gezien dat er regelmatig een ijsvogel werd gespot. Dat was voor mij reden genoeg om mijn camera´s te pakken en zelf weer een kijkje te gaan nemen.

Vol verwachting keek ik uit over de plas, die vrijwel volledig bedekt was met bladeren van waterlelies en gele plomp. Tussen de waterplanten scharrelde een groepje grauwe ganzen rustig rond, verder was het stil.

Op een gegeven moment kwam er een boot aanvaren. In eerste instantie dacht ik dat het een boswachter was, maar toen de boot dichterbij kwam en ik de spullen aan boord beter kon zien, bleek het een muskusrattenvanger te zijn. Muskusratten worden gevangen om schade aan dijken en oevers te voorkomen. Juist in Nederland is dat belangrijk, omdat deze dieren een risico vormen voor het waterbeheer en de waterveiligheid. Zie ook deze website.

Nadat hij beide oevers had geïnspecteerd op sporen van muskusratten, kwam hij weer terugvaren. Hij legde aan bij het plateau van de vogelkijkhut en klom met zijn hond op zijn arm naar boven. We maakten een praatje. Op mijn vraag wat voor ras zijn hond was vertelde hij dat het een Engelse Stafford was.

De muskusrattenvanger vervolgde zijn inspectie, dit keer te voet. Even later kwam hij terug, stapte weer in zijn boot en voer weg. Toen hij uit het zicht was verdwenen en de rust was teruggekeerd, hoopte ik dat de ijsvogel zich eindelijk zou laten zien. Tijdens het wachten kwam ik volledig tot rust. Er hoefde even niets, behalve kijken, luisteren en wachten.

In de verte landde een zwaan op het water. Een gans die zich precies op de landingsbaan bevond, moest zich haastig uit ´de voeten´ maken.

Wordt vervolgd.