Museumdorp Orvelte

Een tijdje geleden moest ik in Orvelte zijn, bij ‘t Stokertje. De ruit van de houtkachel was geknapt en moest worden vervangen. Terwijl de technische dienst met de reparatie bezig was, trok ik er met mijn camera’s op uit om een wandeling door het dorp te maken.

Orvelte is een sfeervol monumentaal brinkdorp in Drenthe, waar het historische plattelandsleven nog volop voelbaar is. Het dorp ontstond vermoedelijk tussen de 11e en 13e eeuw en heeft zich ontwikkeld tot een levend museumdorp vol karakter en geschiedenis. In het dorp vindt men authentieke Saksische boerderijen, oude klinkerstraatjes en ambachtelijke werkplaatsen waar traditionele ambachten nog altijd in ere worden gehouden.

In het centrum van Orvelte staat de schaapskooi. In deze schaapskooi (stal) overnacht de schaapskudde. Toen ik bij de schaapskooi aankwam, was de kudde net naar het weiland aan de overkant van de weg gedreven. De werkhond van de kudde bleef waakzaam bij de schaapskooi achter. Al snel bleek waarom: er waren nog enkele lammetjes achtergebleven.

Even later bracht de schaapsherder de jonge dieren alsnog naar de kudde. De lammetjes waren die vroege ochtend geboren en de herder moest eerst uitzoeken welke ooien de moeders waren. Dat kon hij herkennen aan de bloedsporen aan de achterkant van de schapen. Nadat hij de lammetjes bij hun moeders had gebracht, bleef hij nog enige tijd observeren of de band tussen moeder en jong goed tot stand kwam. Zoals vaker gebeurt binnen een kudde, bemoeien meerdere schapen zich met de pasgeboren lammetjes en lijken er meerdere aanspraak te maken op het moederschap.

Bovenstaande uitleg kreeg ik als antwoord op mijn vragen aan de schaapsherder. De werkhond mocht het weiland niet in en bleef na het commando “Lay down!” geduldig buiten het hek liggen toekijken, terwijl de herder zijn werk deed.

Tijdens mijn rondgang door het dorp kwam ik langs een café dat er bijzonder gezellig uitzag. Zowel buiten als binnen waren meerdere authentieke elementen te zien die zich uitstekend leenden voor een fotoserie. De consumpties moesten binnen worden afgehaald en direct afgerekend worden; een concept dat mij prima beviel. Op een schaduwrijk plekje op het terras genoot ik van een cappuccino en een warme wafel met kersen en slagroom.

Anderhalf uur later meldde ik mij opnieuw bij ’t Stokertje. De reparatie was inmiddels uitgevoerd: de nieuwe kachelruit zat er al in. De ruit zelf hadden we vooraf betaald, maar het plaatsen ervan en het vervangen van het koord bleken bij het afrekenen kosteloos te zijn. Dat noem ik nog eens service. Met de woorden: “Over deze uitstekende service zal ik iedereen vertellen die ik spreek,” verliet ik tevreden de zaak.

Het haventje van Sil

Vandaag laat ik de laatste serie zien die ik maakte tijdens een lang weekend op Texel. Op een mooie middag ging ik bij laag water naar het Haventje van Sil. In dit bericht heb ik de geschiedenis van dit haventje beschreven.

Tot nu toe liep ik altijd naar de steigers om daar van het uitzicht te genieten en foto’s te maken. Deze keer koos ik ervoor om het drooggevallen gedeelte ernaast op te gaan. Dat leverde weer heel andere beelden op.

Een lepelaar scharrelde rustig zijn kostje bij elkaar. Of het door mijn aanwezigheid kwam, of dat hij elders zijn geluk wilde beproeven, weet ik niet, maar even later koos de vogel het luchtruim.

Ik keek even achterom naar de plek waar ik mijn fototas op wieltjes in goed vertrouwen had achtergelaten. Mocht iemand ermee vandoor gaan, dan zou ik de dief met mijn telelens in ieder geval haarscherp kunnen fotograferen. 😉 Overigens zaten er geen waardevolle spullen meer in de tas, behalve een aantal accu’s.

Inmiddels had ik al een flink stuk afgelegd, voorzichtig glibberend op schoeisel dat eigenlijk niet geschikt was voor deze ondergrond. Onderweg fotografeerde ik een kokmeeuw, een bergeend en een grutto.

‘Vogels kun je niet melken’

We gaan terug naar de dag waarop Jan en ik samen op pad waren in Fryslân. Jan heeft op zijn weblog die dag al in meerdere boeiende series laten zien, Ik neem jullie in wat grotere stappen mee door deze bijzondere dag. Na onze fotosessie bij de mummies in Wiuwert vervolgden we onze route naar Boazum.

In de kerk van Wiuwert waren we door Stephan getipt over het prachtige interieur van de Sint-Martinuskerk in Boazum. Vol verwachting reden we erheen, maar helaas kwamen we voor een dichte deur te staan. Toch maakte ik nog een rondje om de kerk, waarbij vooral de sfeer van de kerk in haar omgeving opviel. Daarna stapten we in de auto en reden we door naar onze volgende bestemming.

Dat lag een eindje buiten Easterwierrum. Ook dat was een mooie tip van mijn collega, die ons had gewezen op de oude toren: de Ald Toer. De terp met daarop de Ald Toer ligt prachtig in het Friese landschap. Het grasland rondom stond vol bloeiende paardenbloemen, wat het geheel een sfeervol en bijna schilderachtig aanzicht gaf.

We begonnen de dag met een indrukwekkend onderwerp: de mummies van Wiuwert. Maar minstens zo indrukwekkend was het verhaal waarmee we deze dag afsloten: een bezoek aan het weidevogelgebied met de grutto van cortenstaal van Bote de Boer. Het kunstwerk ligt langs een drukke weg en veel voorbijgangers zullen er waarschijnlijk zonder veel aandacht aan voorbijrijden. Wat echter diepe indruk maakt is het verhaal achter deze grutto. Jan had mij enige tijd geleden al gewezen op dit bijzondere verhaal en op de film Vogels kun je niet melken. Het verhaal kun je teruglezen op de website van de Correspondent.

Over hun leven en de keuzes die zij maakten werd de documentaire Vogels kun je niet melken gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was de film ook te zien bij NPO in het programma 2Doc en hij is nog steeds terug te vinden op NPO Start. De film is niet alleen inhoudelijk boeiend, maar ook prachtig in beeld gebracht. De combinatie van documentaire en natuurfilm maakt hem extra bijzonder. Helaas is de film alleen te bekijken door inwoners van Nederland‘Vogels kun je niet melken’. 

Met dank aan mijn fotomaatje was het een mooie en indrukwekkende dag.

De Slufter en oeverzwaluwen

Tijdens ons verblijf op Texel maakten we een wandeling door de Slufter. De Slufter is een uniek natuurgebied waar een open verbinding met de Noordzee bestaat. Bij vloed stroomt zeewater het gebied binnen, waardoor een landschap ontstaat van kreken, duinen en zoutminnende planten. Juist die voortdurende invloed van de zee maakt het een dynamisch en zeldzaam stukje natuur.

Na ons bezoek aan het uitkijkpunt, waar we genoten van het weidse landschap, daalden we via de trap naar beneden. Ondanks dat we hier al talloze keren zijn geweest, blijft het elke keer weer fascinerend.

De graspieper liet zich horen met een uitbundige zang. Net als de veldleeuwerik hangt de graspieper een tijdje al zingend in de lucht om zich vervolgens naar beneden te laten ‘vallen’. Eenmaal op de grond is het vogeltje een stuk lastiger te vinden, zo goed gecamoufleerd tussen de vegetatie.

In de Slufter bevindt zich een natuurlijke oeverzwaluwwand. Het gebied is afgeschermd met een touw. Met de 600 mm-lens maakte ik een fotoserie van de oeverzwaluwen. Ze vlogen af en aan, en soms was er een moment om het verenkleed op te poetsen.

Toen we vanaf het verste punt terug naar de trap wandelden, maakte ik onderstaande fotoserie.

Kemphanen in een divers verenkleed

Tijdens een van mijn bezoeken aan Waalenburg op Texel zag ik aan de noordkant van de weg enkele kemphanen lopen. Ik liet het raampje van de auto zakken en plaatste mijn telelens op de pittenzak in het raamkozijn. Het licht werkte goed mee; ik had de zon in de rug.

Het is wonderlijk om te zien hoe verschillend het verenkleed van de kemphanen kan zijn. Vooral in de broedtijd hebben de mannetjes een enorme variatie aan kleuren en patronen, waardoor bijna iedere vogel er anders uitziet. Dat maakt het extra bijzonder om ze van dichtbij te kunnen observeren en fotograferen.

Mummies in Wiuwert

Een paar weken geleden ging ik samen met mijn fotomaatje Jan naar de kerk in Wiuwert. In de grafkelder van die kerk liggen gemummificeerde lichamen. Jan was daar in de jaren zeventig al eens geweest, maar voor mij was het een geheel nieuwe ervaring.

Toen we de kerk binnengingen, troffen we daar Stephan Kurpershoek. Hij was mij door een collega aangeraden als gids, want hij kan prachtig vertellen over de geschiedenis van de kerk en de mummies. Het was tegen het einde van de ochtend dar we daar arriveerden en Stephan vertelde dat de eerstvolgende rondleiding pas om 13.30 uur zou beginnen. Eerder kon niet, omdat de balie dan onbemand zou zijn. Na kort overleg besloten we daar niet op te wachten, omdat we die dag nog meer bezienswaardigheden wilden bezoeken.

We kregen een samenvatting mee over de adellijke familie Walta en hun grafkelder, de christelijk-orthodoxe sekte: de Labadisten die zich hier vestigde, Anna Maria van Schurman en de ontdekking van de mummies in 1765. Aandachtig lazen we de informatie door, waarna we onze tocht begonnen door de prachtige romaanse kerk uit ongeveer het jaar 1200, die in de loop der eeuwen wel enkele verbouwingen heeft ondergaan.

Nadat we eerst foto’s hadden gemaakt van het prachtige interieur van de kerk, daalden we af naar de grafkelder die in 1609 in opdracht van de familie Walta werd gebouwd.

Wat we daar zagen, maakte diepe indruk. Het was er koud en de sobere verlichting zorgde voor een mysterieuze sfeer. Zoals altijd in de nabijheid van overledenen hing er een serene rust, waardoor je vanzelf stil wordt.

In de huidige tijd blijven de kisten tijdens een afscheidsdienst meestal gesloten. Vaak staat er een mooie foto van de overledene op de kist, een tastbare herinnering aan betere tijden. Wat een verschil met deze grafkelder, waar je onverwacht oog in oog staat met de vergankelijkheid van de mens en waar de lichamen nog zichtbaar aanwezig zijn.

Het voelde haast een beetje beschamend dat we zo naar de naakte en gemummificeerde lichamen stonden te kijken. Tegelijkertijd maakte het ook iets los: verwondering, eerbied en het besef hoe dun de scheidslijn is tussen verleden en heden. Hier lagen mensen die eeuwen geleden leefden, maar die door deze bijzondere omstandigheden nog altijd zichtbaar deel uitmaken van deze plek.

Na lange tijd en vele foto’s later verlieten we de grafkelder weer. Eenmaal boven ontdekten we dat onze ruggen bedekt waren met kalk van de muren van de grafkelder.

Eenmaal boven gingen we verder met het fotograferen van het interieur van de kerk, de vele details en de expositie. Jan heeft op zijn weblog prachtige series over dit bijzondere bezoek geplaatst.

Na de fotosessie in de kerk en de grafkelder kwamen we weer terug in de hal, waar ook een klein winkeltje is gevestigd. Daar werden verschillende soorten Tsjerkebier verkocht. We praatten nog even na met Stephan en spraken onze bewondering uit over het prachtige interieur van de kerk en de indrukwekkende mummies in de grafkelder.

Stephan gaf ons vervolgens nog een tip over een volgens hem nóg mooiere kerk in de buurt: de kerk van Boazum. Dat klonk veelbelovend, dus besloten we die als onze volgende bestemming te kiezen.

Na nog een laatste foto van de monumentale grafstenen stapten we in de auto op weg naar onze volgende bestemming. Wie meer wil lezen over het mysterie van de mummies, kan terecht in dit artikel op de website van Omrop Fryslân.

Wordt vervolgd.

Uitkijkpunt bij Prins Hendrikzanddijk

Op Texel maakte ik een wandeling naar het uitkijkpunt bij Prins Hendrikzanddijk aan de Waddenzee. Onderweg genoot ik van het landschap onder de prachtige wolkenluchten.

In het verleden heb ik in dit gebied al eens een gele kwikstaart gefotografeerd. Met die verwachting in gedachten speurde ik tijdens de wandeling opnieuw naar dit opvallende vogeltje. Dat bleek niet zonder resultaat, want even later landde er eentje vlakbij. Ik kon nog net twee foto’s maken voordat de gele kwikstaart weer verdween en niet meer terugkeerde.

Dit bijzondere bouwsel is voor mij een van de meest futuristisch ogende uitkijkpunten die ik ken. Vanaf het platform heb je een prachtig uitzicht over de Waddenzee, met naar het zuiden zicht op Den Helder en naar het noorden op Oudeschild.

De vogels zitten hier vaak op grote afstand, waardoor een verrekijker onmisbaar is. Ik keek door de aanwezige Swarovski-kijker en zag in de verte een aantal Eidereend dobberen. Zelfs met mijn 600mm-lens zaten ze nog te ver weg om goed vast te leggen.

Toen ik terugwandelde naar de parkeerplaats werd de lucht steeds dreigender. Vanaf de Waddendijk maakte ik een foto waarop aan de horizon de Hoge Berg te zien is.

Witte toren, fitis en groenling en 62 km

Vandaag rijden we verder over Texel. Onderweg naar Den Hoorn stopte ik even om onderstaande foto te maken: een veld vol paardenbloemen, met op de achtergrond een karakteristieke schapenboet. Een typisch Texels landschap dat direct de sfeer van het eiland weergeeft.

Buiten Den Hoorn maak ik altijd even een stop om de karakteristieke witte toren te fotograferen. De witte toren is een baken op Texel. Op de voorgrond lagen een aantal lammetjes en een schaap heerlijk te rusten,

Aan de zuidkant van Den Hoorn reed ik langs een groot tulpenveld. Ook op Texel worden bloembollen gekweekt. Het kleurrijke veld was natuurlijk wel een foto waard. Sinds ik weet hoeveel bestrijdingsmiddelen er in de bloembollenteelt worden gebruikt, blijf ik echter liever zoveel mogelijk uit de buurt van dit soort velden.

Daarna reed ik door naar de Mokbaai. Vanaf de parkeerplaats keek ik uit over de baai, maar daar waren nauwelijks vogels te zien. Aan de andere kant van de weg zag ik boven in een boom wel enkele vogels zitten die luid hun zang lieten horen. Ik had al een vermoeden welke soorten het waren, en eenmaal thuis werd dat bevestigd: een Fitis en een Groenling. Ze maakten gebruik van dezelfde zangpost; soms zaten ze er samen, maar vaak namen ze om de beurt plaats boven in de boom.

Terwijl ik daar stond te fotograferen, stapten enkele mannen in sportkleding uit een auto. Even later kwam er een hardloper aanrennen, die met luid gejuich werd binnengehaald. Bij navraag bleek dat de man rechts een ronde van maar liefst 62 kilometer rondom Texel had gerend. Zo’n langeafstandswedstrijd wordt een ultratrail genoemd. Ik was verbaasd hoe fit deze man nog oogde na 62 km rennen.

Ik vind dat een geweldige prestatie. Ik mocht een foto van hem maken om naar onze zoon te sturen om hem een hart onder de riem te steken met de woorden van de hardloper: “Als hij nu al 16 kilometer kan rennen, dan gaan die laatste 5 kilometer ook zeker lukken.” Onze zoon gaat namelijk komend weekend in Leiden de halve marathon rennen.

Tuinvogels tussen de bloesem

Vandaag plaats ik een bloemrijke en vrolijke serie, want het is een feestelijke dag. Onze dochter ontvangt haar diploma tot Verpleegkundig Specialist. Drie jaar lang heeft ze keihard gewerkt, naast een al intensieve baan, en vandaag mag ze de kroon op dat werk in ontvangst nemen. Een bijzonder moment waar we bij mogen zijn en trots op zijn.

We hebben bewondering voor haar inzet en doorzettingsvermogen. ❤️

Tussen de bloesem foerageerden – in volgorde – een koolmees, een vink, een huismus, een pimpelmees en nog een huismus.

Een veld met pinksterbloemen en het oranjetipje

In het nabijgelegen buurtschap De Pol is een akker ingezaaid met pinksterbloemen en paardenbloemen. Op een zonnige dag maakte ik er een fotoserie van. Het is een prachtig gezicht: een veld met het zachte paars in combinatie met het felgeel zover het oog reikt.

Het zou een waar eldorado voor insecten moeten zijn, maar opvallend genoeg waren er nauwelijks insecten te zien. Ik bevond mij lange tijd aan de rand van de bloembedden en heb slechts twee koolwitjes en twee bijen waargenomen. Ik had verwacht dat er oranjetipjes zouden rondvliegen, maar die heb ik niet gezien.

Pinksterbloemen zijn een belangrijke waardplant voor het oranjetipje. Een veld vol pinksterbloemen oogt dan ook aantrekkelijk, maar binnen de levenscyclus van deze vlinder is zo’n enorm veld met alleen maar bloemen niet ideaal.

Wanneer de rups zich gaat verpoppen, verlaat hij namelijk de waardplant. Hij klimt langs andere planten omhoog en beweegt zich zwiepend van de ene naar de andere stengel, op zoek naar een geschikte plek op een boom, struik of een stevige plant. In de meeste gevallen zal een rups zich slechts één tot enkele meters verplaatsen. De rups blijft daarbij vrijwel altijd binnen hetzelfde microhabitat waarin hij is opgegroeid. Dat maakt de directe omgeving van de waardplant van groot belang voor een succesvolle ontwikkeling en verpopping.

Van de foeragerende bijen maakte ik onderstaande fotoserie

In onze tuin zag ik wél enkele oranjetipjes. Wij hebben waardplanten van het oranjetipje in de tuin zoals pinksterbloemen en heel veel look-zonder-look. De vlinders vlogen voortdurend rond. Ik moest flink geduld hebben voordat het lukte om er enkele foto’s van te kunnen nemen.

Oranjetipjes leven als vlinder slechts een paar weken. In het voorjaar zijn ze dan ook opvallend onrustig: dit is hun enige kans om zich voort te planten. Mannetjes patrouilleren actief op zoek naar vrouwtjes, terwijl de vrouwtjes juist gericht speuren naar geschikte planten om hun eitjes op af te zetten. Het is een korte, hectische periode waarin alles draait om voortplanting, stilzitten is geen optie. Zie ook de website van de Vlinderstichting voor meer informatie.

Tijdens het schrijven van dit bericht ben ik meer te weten gekomen over de levenscyclus van het oranjetipje, maar ook over een plant in onze tuin: look-zonder-look. Tot mijn verrassing blijkt dit een belangrijke waardplant te zijn voor het oranjetipje. Look-zonder-look dankt de naam aan één opvallend kenmerk: de plant verspreidt een sterke geur en heeft een smaak die doet denken aan ui, knoflook, prei, bieslook en daslook, maar behoort zélf niet tot de lookfamilie (Allium). Mijn man en ik hebben een blad gekneusd, eraan geroken en zelfs een beetje geproefd. De geur en smaak doet daar inderdaad aan denken.

Al speurend kwam ik erachter dat ook de judaspenning een geschikte waardplant is voor het oranjetipje en ook die hebben we in de voortuin staan.

Vandaag op 5 mei vieren we in Nederland de vrijheid. We staan stil bij de bevrijding in 1945, toen een einde kwam aan de Duitse bezetting in Europa en de Japanse bezetting in Azië. Sindsdien leven we in het Koninkrijk der Nederlanden zonder onderdrukking, een voorrecht dat niet vanzelfsprekend is.

Bevrijdingsdag is meer dan een viering. Het is ook een moment van bezinning. Vrijheid vraagt om onderhoud; ze is kwetsbaar en kan nooit als vanzelfsprekend worden beschouwd. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen terug te kijken, maar ook bewust stil te staan bij wat vrijheid vandaag betekent.

Want terwijl wij onze vrijheid vieren, is die op veel andere plekken in de wereld verre van zeker. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende immers niet het einde van oorlog. Sinds 1945 is er wereldwijd geen dag geweest zonder gewapende conflicten. Nog altijd leven miljoenen mensen in onzekerheid, onderdrukking en geweld, waarbij mensenrechten dagelijks worden geschonden.