Roodborstje in de sneeuw

Vandaag laat ik jullie een fotoserie zien van een roodborstje in de sneeuw, gefotografeerd in onze voortuin. Veel roodborstjes die we ’s winters in Nederland zien, komen uit Scandinavië en Rusland. Onze eigen Nederlandse roodborsten trekken in die periode juist naar Zuid-Europa.

In de winter lijken roodborstjes opvallend tam. Door de kou verliezen ze snel energie en komen ze dichter bij mensen in de hoop voedsel te vinden. Bovendien hebben ze geleerd dat mensen voedsel kunnen opleveren, geen directe bedreiging vormen en zich meestal voorspelbaar gedragen. Dat maakt roodborstjes in de winter dapperder dan veel andere tuinvogels.

Schaatsers in De Weerribben

Hoewel het winterweer inmiddels voorbij is, wil ik toch graag nog een paar beelden delen die ik tijdens die koude dagen heb gemaakt. Op een zondagmiddag besloot ik naar De Weerribben te rijden om schaatsers vast te leggen. Helaas maakte ik een verkeerde keuze door via een minder geschikte weg te rijden. Het ging nog wel goed op dit stuk, maar verderop werd het een stuk slechter. Er lag daar veel meer sneeuw en ik kwam zelfs een auto tegen die met de neus in de droge sloot stond. Gelukkig was er niemand gewond, maar het was wel een teken dat de omstandigheden daar flink winterse uitdagingen met zich meebrachten.

Toen ik bij de Meentheweg aankwam, viel de drukte mee en kon ik mijn auto goed parkeren. Het ijs was betrouwbaar, maar door het aangevroren sneeuwlaagje was de ijsvloer niet spiegelglad. Desondanks was het prachtig om te zien hoe de schaatsers hun baantjes trokken.

Even daarvoor had mijn zus me enthousiast geappt dat ze daar over het ijs liep. Omdat het ijs niet spiegelglad was, was het prima te bewandelen. Ik besloot echter haar voorbeeld niet te volgen – ik wilde de kans op een valpartij niet riskeren. Ze vertelde enthousiast over de mooie wandeling die ze had gemaakt. Ook waarschuwde ze me om niet te dicht bij de oever te komen, omdat het ijs daar niet sterk genoeg was. Terwijl ze dit nog aan me vertelde, zette ze een stap vooruit en zakte ineens met één been door het ijs, gevolgd door het andere, tot aan haar knieën. Gelukkig liep het goed af en konden we er later samen om lachen. Ze was toch al van plan om naar huis te gaan, en gelukkig woont ze om de hoek.

Om te voorkomen dat mensen bij de oever door het ijs zakten, waren er planken neergelegd. Terwijl ik met een paar mensen op de oever stond te praten en de groep schaatsers fotografeerde die hun tocht beëindigden, zagen we ineens een eindje verder een schaatser bewegingloos op het ijs liggen. We riepen direct de schaatsers toe om er heen te gaan. De schaatser was buiten bewustzijn en hij had een bloedende hoofdwond. 112 werd onmiddellijk gebeld. Gelukkig was er ook iemand ter plaatse met een EHBO-diploma. Mijn bijdrage bestond uit het aanleveren van een dekbed en een laken, die ik altijd standaard in de auto heb liggen. Verder bleef ik op de oever beschikbaar, voor het geval de situatie ernstiger zou worden. Voor wat het waard was.

Gelukkig kwam de schaatser na een tijdje weer bij bewustzijn. Er waren genoeg behulpzame mensen ter plaatse die goed voor hem zorgden. In afwachting van de ambulance werd de patiënt op het dekbed voorzichtig naar de kant geschoven. Niet veel later arriveerde de eerste ambulance, al snel gevolgd door de brandweer en een tweede ambulance. Uiteindelijk kon de ongelukkige schaatser, met wat steun, naar de ambulance lopen. Daar werd hij behandeld en meegenomen naar het ziekenhuis.

Deze situatie brengt natuurlijk weer de discussie op gang over het al dan niet dragen van een helm. Als de schaatser een helm had gedragen, was de kans groot dat het incident minder ernstig was afgelopen.

Gelukkig zijn de bovengenoemde incidenten nog goed afgelopen. Helaas is dat niet het geval voor de 8-jarige jongen uit het nabijgelegen Steenwijk. Op zaterdagavond, vanaf 19 uur, werd hij vermist. De volgende middag werd zijn lichaam in het water gevonden. Dit tragische voorval is de keerzijde van het winterweer en natuurijs: er vallen altijd slachtoffers…

In een besneeuwd Fryslân

Vanwege het weer hadden Jan en ik onze afspraak voor vrijdag afgezegd. Ik stelde voor om nog een slag om de arm te houden voor zaterdag. Stel dat het dan mooi zonnig weer zou zijn en de snelwegen goed begaanbaar, dan durfde ik het wel aan om naar Jan en Aafje toe te rijden. En gelukkig was het prachtig weer. Na goed overleg kozen we ons doel en vertrokken Jan en ik na de koffie richting het noorden. Daar was de meeste sneeuw gevallen en daar kwam ik voor. Als zou blijken dat de wegen toch niet begaanbaar waren, konden we eenvoudig weer afzakken naar het zuiden.

Onze eerste stop was aan de Rydwei, tussen Drachten en Rottevalle. Sneeuw en wind hadden daar prachtige patronen gevormd in de sloten, waardoor het landschap een echt winters karakter had gekregen.

Daarna reden we door naar Rottevalle. We vonden een parkeerplekje naast een restaurant en wandelden van daar naar het haventje. In de haven stond een grote zilverreiger, diep weggedoken in zijn verenkleed. Door het winterse weer had hij het zichtbaar lastig om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Toen wij te dichtbij kwamen, vloog hij er vandoor.

We reden verder naar de ‘groene’ toren in It Heechsân. Deze toren is volledig begroeid met klimop en vormde een opvallend contrast met het winterse landschap. We maakten een rondgang over het besneeuwde kerkhof, waar de stilte bijna tastbaar was.

Een eindje verderop is de ‘nieuwe’ kerk gebouwd; daarover kun je meer lezen op deze website. Na het maken van foto’s van de kerk liep ik nog een stukje verder, richting een kudde Friese paarden. Alle paarden kwamen nieuwsgierig naar het hek toe, niet vanwege mij, maar omdat de eigenaar eraan kwam met hooi.

Daarna reden we door naar het dorpje Eastermar. Daar stuitten we op een aantal kunstobjecten, waaronder de ‘vergadertafel’. Wat de betekenis ervan is heb ik niet kunnen achterhalen; misschien weet Jan daar meer over.

Onze volgende stop was aan de Mienskerwei. Ook hier fotografeerden we een echt winters landschap. Even verderop, langs dezelfde weg, waren een paar mensen aan het kitesurfen op het besneeuwde weer land. Ze beheersten de techniek heel goed, het was een mooi gezicht.

Het was een zeer geslaagde dag, zo samen op stap. Hoewel ik zelf het meest geniet van de lente en de zomer, kan ik ook intens genieten van sneeuw en ijs, daarin heeft Jan helemaal gelijk.

Op zondagmiddag was ik te vinden bij de schaatsers in De Weerribben. Hoewel ik zelf niet meer schaats, kijk ik er nog altijd graag naar. Voor één schaatser kreeg het plezier helaas een nare afloop: hij belandde in de ambulance. Daarover morgen meer.

Mezen in de sneeuw en in vlucht

De meeste foto’s van foeragerende vogels maak ik vanuit de woonkamer. Op maandagochtend 5 januari besloot ik het eens anders aan te pakken. Goed ingepakt en zorgvuldig ‘vermomd’ posteerde ik mij tegen de buitenmuur van het huis. De camera stond op statief en ik bleef stokstijf staan. Tijdens het opstellen waren alle vogels uiteraard verdwenen, maar nadat ik lang genoeg bewegingloos was gebleven, keerden ze terug. Als eersten lieten de koolmezen zich weer zien.

Even later durfden ook de pimpelmezen het weer aan om naar de voederplaats te komen. Andere vogels, zoals mussen en vinken, hielden meer afstand en waagden zich niet dichterbij. Mogelijk speelde het geluid van de spiegelreflexcamera daarbij een rol: in de highspeed-stand klappen de spiegels behoorlijk luid.

Met deze manier van fotograferen zijn de foto’s net wat scherper dan wanneer ik door het HR++-glas fotografeer. Dit experiment krijgt dan ook zeker een vervolg. Voor een nóg betere vermomming heb ik inmiddels al een lichtgewicht camouflagedoek besteld. 😉

Een rondrit door de sneeuw

Afgelopen week kon ik een werkdag zo indelen dat ik tussendoor een paar uurtjes op pad kon met mijn camera’s. In de plaats waar ik werkte was het prachtig weer: de zon scheen volop en de lucht was strakblauw. Vol goede moed reed ik naar huis om mij om te kleden en mijn fotospullen te pakken. Helaas bleek het bij ons mistig te zijn. Toch liet ik me daar niet door weerhouden en ging ik op stap. Als eerste bestemming koos ik voor de hunebedden bij Havelte.

Vanaf de hunebedden reed ik noordwaarts, in de hoop het mooie weer tegemoet te rijden. Ik kwam terecht op de Alberdalaan, nabij de Dellebuursterheide. Deze weg was niet sneeuwvrij gemaakt. In alle rust en met een gangetje van zo’n 20 km per uur reed ik door de laan. Onderweg stopte ik een aantal keren om foto’s te maken.

Van jongs af aan ben ik gewend om bij slechte weersomstandigheden lange afstanden af te leggen voor woon-werkverkeer. Ik werk in de zorg, en dan heb je simpelweg geen keuze om bij slecht weer thuis te blijven.

Bij een akker met uitgebloeide zonnebloemen zag ik een vogeltje voorbij vliegen. Voor zover ik het op afstand kon beoordelen, leek het mij geen alledaagse verschijning. Met de telelens maakte ik enkele foto’s. Later, thuis achter de computer en met behulp van Obsidentify, ontdekte ik dat het om een rietgors ging, een vrouwtje.

Ik reed verder en wilde via de Tjongervallei richting Oldeberkoop gaan. Eenmaal op de kruising leek het me echter verstandiger om deze besneeuwde weg langs het water te vermijden. Ik koos daarom voor een weg die nagenoeg sneeuwvrij was.

Via een kleine omweg kwam ik uit bij een stukje bos in de Tjongervallei. Daar lag juist veel sneeuw, wat het landschap een bijna feeërieke uitstraling gaf. Ik besloot er een wandeling te maken. Opvallend was dat de roodborstjes helemaal niet schuw waren; ze kwamen zelfs nieuwsgierig naar me toe.

Tijdens de wandeling raakte ik in gesprek met andere wandelaars. We waren het roerend eens: dit was een betoverende wereld.

De huismus, de ringmus en de heggenmus in de sneeuw

In Nederland komen verschillende soorten mussen voor, en ze maken allemaal dankbaar gebruik van voederplekken. Een van de meest bekende is de huismus, die vaak te vinden is in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze kleine, sociale vogel is een veel geziene gast op onze voedertafels.

Hieronder foerageert de ringmus. Deze vogel lijkt sterk op de huismus, maar heeft een aantal opvallende kenmerken die hem onderscheiden. De ringmus heeft een roodbruine kop, lichte wangen met een donkere wangvlek, een klein zwart befje en een witte nekrand die bijna helemaal doorloopt. Op de voedertafel zie ik vaak vele huismussen, maar slechts één ringmus.

De ringmus en de huismus kunnen prima samen foerageren. Op de tweede foto zie je het middelste vogeltje dat flink amok maakt: dat is de heggenmus. Interessant genoeg is de heggenmus geen familie van de huismus of de ringmus, ondanks de misleidende naam. Dit bescheiden vogeltje komt het liefst laag bij de grond voor, waar het rondscharrelt tussen heggen en struiken. De heggenmus voedt zich vooral met insecten en kleine diertjes, terwijl zowel de huismus als de ringmus voornamelijk zaadeters zijn. Dit verschil in dieet zie je duidelijk terug in hun snavels. Voor de heggenmus leggen we speciaal gedroogde meelwormen neer, maar helaas voor hem blijken alle vogels die lekker te vinden en zijn dan ook als eerste op.

De bovenstaande foto’s en het bijbehorende bericht maakte ik op een mooie, winterse vrije dag. Voor de publicatie hoef ik alleen maar op een knop te drukken op mijn telefoon, en in een paar seconden is alles klaar.

Vandaag is het weer totaal anders. Over bijna het hele land geldt code oranje vanwege hevige sneeuwval. Gelukkig kan ik vandaag thuis werken, en de afspraken verlopen via Teams. Tijdens mijn lunchpauze besloot ik even een rondje door de tuin te maken en maakte ik dit filmpje met mijn telefoon.

Verwenmiddag in Zwolle

Onze dochter nam mij mee voor een heerlijk verwenmiddagje in Zwolle. We gingen met de trein, niet speciaal vanwege de sneeuw, want we waren dat sowieso al van plan. Zwolle was prachtig, vooral de parken: echte plaatjes in winterse sferen. De foto’s maakte ik met mijn telefoon. Ik had nog veel meer foto’s willen maken, maar dat was niet zo sociaal. 😉

In de Broerenkerk is een enorme boekhandel gevestigd. Voor liefhebbers van lezen is dit echt een must-see. Onze beide kinderen, net als veel familieleden, zijn gelukkig ook dol op lezen. Wel lezen ze tegenwoordig vooral op een e-reader en niet meer met een papieren boek in handen. Zelf vind ik een nieuw boek altijd zo heerlijk ruiken, dat is iets wat je bij een e-reader toch echt mist.

Het hoogtepunt van de middag was een heerlijke rugmassage en een uitgebreide gezichtsbehandeling, die we tegelijkertijd kregen. De salon was gevestigd in dit prachtige pand. Het was met recht een verwenmiddag en heel leuk om dit samen met dochterlief te beleven.

Roodborstje in de sneeuw

Aan de noordkant van ons huis hangen vetbollen. Daaronder staat een coniferenhaag. Mezen en mussen doen zich tegoed aan het lekkers, en zelfs de grote bonte specht schuift regelmatig aan. Tijdens het smullen valt er heel wat kruim naar beneden, in de haag.

De roodborst hangt liever niet aan de vetbollen, maar scharrelt zijn kostje bij elkaar op en rond de coniferenhaag. Tussen het groen groeit een verdwaalde hulst, alsof hij daar expres is blijven staan. Ik had het geluk dat de roodborst juist die kant op kwam scharrelen. Wat mij betreft was de winteransichtkaart daarmee compleet.

Sneeuw in de Weerribben

Toen ik dit bericht zaterdagmiddag schreef, eindigde ik met: “Op het moment van schrijven is het inmiddels weer prachtig weer en begint het opnieuw te kriebelen om er weer op uit te gaan.” Gelukkig heb ik die kriebel meteen gevolgd en ben ik wederom op stap gegaan, voordat de zon de meeste sneeuw had laten verdwijnen.

De eerste stop was aan de Hooiweg. Het mooie van rietendaken is dat de sneeuw daar mooi op blijft liggen.

Daarna reed ik door naar de Hoogeweg in de Weerribben. Daar stopte ik bij wat volgens mij het meest gefotografeerde en nageschilderde huisje van het hele gebied is. Jammer genoeg lijkt er op het erf steeds meer rommel te verschijnen. Om dat te vermijden heb ik het huis vanaf de noordkant gefotografeerd, zodat de spullen buiten beeld bleven.

Tijdens het inzoomen viel mijn oog wel op een paar ‘naakte figuren’ achter in de tuin. Ik weet niet of Staatsbosbeheer nog steeds eigenaar is van dit huisje, maar áls dat zo is, dan begrijp ik eerlijk gezegd niet dat ze deze situatie accepteren.

Een stukje verderop maakte ik foto’s van onder andere spinnenkopmolen De Wicher en van een paaltjasker. Beide blijven fotogenieke elementen in het landschap en zeker als er een laagje sneeuw ligt.