Melkcarrousel

Vandaag neem ik jullie nog één keer mee naar ons familieweekend. Mijn zwager heeft een agrarisch bedrijf en om die reden is hij geïnteresseerd in andere agrarische bedrijven. Als hij op vakantie is dan brengt hij graag een bezoek aan een collega. Soms kent hij de eigenaar, maar meestal ook niet. Hij rijdt dan het erf op en als het schikt maakt hij een praatje met de eigenaar of medewerker. Terwijl de hele familie nog op één oor lag stapte hij op een ochtend op de fiets en bezocht een groot veeteeltbedrijf in de buurt van onze accommodatie. Hij trof daar de bedrijfsleider die net klaar was met het melken van 550 koeien. De bedrijfsleider stelde mijn zwager voor om ´s middags te komen kijken bij het melken. Toen hij ons later over dat bedrijf vertelde werden mijn neef en ik meteen enthousiast en vroegen of wij dan ook mee mochten. En zo gebeurde het dat we die middag met z’n drieën een bezoek brachten aan deze boerderij…

Op deze boerderij worden de koeien gemolken met een melkcarrousel. In deze carrousel passen 40 koeien.

In de melkstal zag het er brandschoon uit. De koeien worden twee keer per dag gemolken. Voor het melken zijn twee medewerkers nodig. Eén medewerker drijft de koeien op en de tweede verzorgt het melken. Bij dit bedrijf werken ongeveer 12 mensen in ploegendienst. De eerste melkbeurt van de dag is van 2 tot 7 uur en de tweede van 14 tot 19 uur. Na het melken wordt alles grondig gereinigd en keurig achtergelaten voor de volgende melkploeg.

Ik heb uiteraard gevraagd of ik welkom was en of ik wel foto´s mocht maken. Dat was prima. Ze waren gewend om bezoek te krijgen. Op dit bedrijf zijn er wekelijks excursies. De koeien zijn gewend aan vreemde mensen, zo werd mij verteld. De carrousel draait heel langzaam rond. Per keer stapt er één koe in de carrousel. Als er ongeveer vijf nieuwe koeien staan dan masseert de melker de spenen van deze koeien. Dit doet hij met een doekje. Voor iedere koe wordt een schoon doekje gebruikt. Door de spenen te masseren worden de zenuwen van de koe geprikkeld en wordt er oxytocine aangemaakt. Door oxytocine trekken de spieren samen. Hierdoor neemt de druk op de uier toe en laat de koe haar melk schieten. Het ideale moment voor het aansluiten van de melkbekers is 1 tot 1,5 minuut na het masseren. Het is best interessant om eens te lezen hoe vernuftig deze lopende melkfabriek (red. koe) in elkaar zit. Je kunt het lezen op deze site.

Als de koe een speen mist vanwege een doorgemaakte uierontsteking dan wordt een van de vier melkbekers voorzien van een afsluitdop. Dat is om te voorkomen dat er lucht wordt aangezogen.

Een uier bestaat uit vier kwartieren. Ieder kwartier heeft een eigen speen. Als het kwartier leeg is dan valt de melkbeker van die speen. Alle koeien hebben een nummer. Op de computer wordt o.a. bijgehouden hoeveel liter melk een koe geeft. Dit bedrijf werkt overigens ook met CowManager. Dit systeem monitort alle koeien 24/7. Dankzij real-time informatie over vruchtbaarheid, gezondheid, voeding en locatie, weet men precies welke koe wanneer aandacht nodig heeft. In het linker oor draagt de koe een oranjekleurige chip wat connect met een app op de telefoon. Op een bedrijf met zoveel koeien kan men niet met een melkrobot werken. Voor 550 koeien zou men namelijk 12 melkrobots nodig zijn. Het voordeel van het werken met een carrousel ten opzichte van een melkrobot is dat men twee keer per dag alle koeien voorbij ziet komen. Door de vaste melkerstijden is het een afgebakend proces en dat ervaren deze medewerkers als prettig, zo vertelde mij de bedrijfsleider.

De bedrijfsleider zei mij dat ik ook gerust de rest van het bedrijf mocht bekijken. Nadat ik voldoende tijd had doorgebracht in de melkstal wandelde ik naar achteren, naar de andere stallen en naar de kalverboxen. Ik heb een tijdje staan kijken bij de automatische strontveger. Vervolgens wandelde ik naar de stal met koeien die gemolken waren. Een koe liet zich verwennen door de koeborstel. De meeste koeien lagen te rusten en te herkauwen op een bedje van zand.

Bij 550 koeien heb je ook heel veel kalfjes in allerlei leeftijden. Deze schattige koppies mochten een plekje krijgen op mijn weblog.

Van de melkcarrousel heb ik een kort filmpje van gemaakt. Als je vanaf een korte afstand voortdurend naar de carrousel kijkt dan voelt het net alsof je zelf draait. Mijn evenwichtsorgaan raakte daarvan in de war en ik werd daar wat duizelig en een beetje misselijk van. Toen ik dat vertelde aan de melker bevestigde hij dat fenomeen. Hij vertelde dat alle nieuwe melkers daar de eerste tijd last van hebben.

Vanaf de Waddendijk in Lauwersoog

Na de lunch in de haven van Lauwersoog gingen onze zoon en ik naar de veerhaven.

De M.S. Esonborg, de sneldienst tussen Lauwersoog en Schiermonnikoog, was zojuist de haven uitgevaren.

Op de Waddenzee voer een groot schip onder zeil.

Beide boten stevenden met volle snelheid op elkaar af. Vanuit ons perspectief zag dat er spannend uit. Het leek net alsof ze in botsing zouden komen. In werkelijkheid zat er voldoende ruimte tussen beide boten, maar dat was vanuit ons standpunt niet te zien. Ik heb deze foto’s gebruikt tijdens een coachmoment op de afdeling. Niet alles is wat het lijkt. Het is zinvol om zaken vanuit meerdere perspectieven te bekijken. Vul niet zomaar wat in, maar bekijk de situatie vanuit een ander standpunt en stel vragen. Of zoals men zegt: “Geloof niet alles wat je ziet en denkt”.

Onderaan de Waddendijk foerageerde een groepje steenlopers. Tussen de stenen zochten ze schelpdiertjes.

Zo nu en dan vloog er een steenloper op om verderop voedsel te zoeken.

Wadlopen…

Een steenloper in vlucht.

Scholekster in de haven

Na onze wandeling bij Lauwersnest kregen we ruim na lunchtijd zo langzamerhand toch wel trek. We besloten om een visje te gaan halen in de vissershaven van Lauwersoog. We reden daarvoor naar de noordkant van de haven. We parkeerden de auto en wandelden naar de restaurants.

Terwijl we daar liepen landde er een scholekster in het ondiepe water. Zo te zien had de scholekster ook zin in een lekker hapje uit de zee.

Van het foerageren maakte ik onderstaande fotoserie.

Na deze fotosessie werd het ook voor ons tijd om een visje op te scharrelen. Wij zijn geen echte viseters, maar een lekkerbekje ging er bij ons beiden lekker in…

Grauwe vliegenvanger, icarusblauwtje en mi-vlinder

Op zondag in ons familieweekend gingen we wederom in kleinere groepen uiteen. Onze zoon en ik kozen voor het natuurgebied bij het Lauwersmeer. We parkeerden onze auto bij activiteitencentrum Lauwersnest.

We bestudeerden een aantal routes en besloten de route te volgen van 3 km. We waren nog maar net gestart met die route toen we een aantal vogeltjes zagen rondscharrelen bij een bord. We stonden verdekt opgesteld achter een struik. We herkenden deze vogeltjes niet. De vogeltjes scharrelden de meeste tijd aan de achterkant van de borden. Tussendoor zaten de kort op de borden. Waarschijnlijk waren ze aan de achterkant van de borden op zoek naar insecten. Pas thuis op de computer kon ik determineren dat het hier ging om de grauwe vliegenvanger. De grauwe vliegenvanger staat als ‘gevoelig’ op de rode lijst.

De route die we volgden liep het eerst gedeelte parallel met de kabouterroute. Al snel besloten we te kiezen voor de gezellige route en wat minder kilometers en zo gingen we moeiteloos over in de kabouterroute. Wat zijn we toch flexibel. 😉

Toen we weer in de buurt waren van het bezoekerscentrum zagen we een blauwtje vliegen. Het vlindertje vloog alle kanten op en wilde maar niet gaan zitten. Eindelijk landde het blauwtje op de rolklaver en kon ik de vlinder fotograferen. Achteraf thuis zag ik dat het een icarusblauwtje was.

Terwijl ik op ‘jacht’ was naar het blauwtje zag ik een vlinder op de grond zitten. Het was de Mi-vlinder, een dagactieve nachtvlinder. De vlinder staat als ‘gevoelig’ op de rode lijst. Op de voorvleugels van de mi-vlinder bevindt zich een figuur, die lijkt op het profiel van een heks. De vlinder had geen fotogeniek plekje, maar omdat het voor mij toch een bijzondere waarneming was mag deze vlinder hier een plekje krijgen.

Na onze wandeling bleven we nog een tijdje staan lezen bij de enorme poster aan de wand van het Lauwersnest. Op deze poster staat informatie over de Oost-Atlantische trekroute van vogels. Nationaal Park Lauwersmeer en de aangrenzende Waddenzee liggen precies op een belangrijk knooppunt van deze route. Lees maar met ons mee…

Paessens-Moddergat

Op zaterdag, tijdens ons familieweekend, splitsten we ons op in kleinere groepen. Onze zoon en ik kozen voor een wandeling bij Paessens-Moddergat. Deze ‘duo-dorpen’ aan de Friese zeedijk zijn vooral bekend door het visserijmuseum ’t Fiskershúske met haar in oude stijl teruggebrachte 18e eeuwse vissershuisjes. Wij kozen echter voor Het Wad en de vergane palenrij buitendijks. Als eerste stonden we stil bij het monument wat herinnert aan de ramp in 1883. Tijdens een zware storm kwamen 83 vissers om. In vrijwel elk huishouden vielen een of meerdere slachtoffers te betreuren.

Onze zoon leest de namen van de omgekomen vissers.

Vanaf de dijk hadden we mooi zicht over het Wad. Het was eb en dus waren er wadlopers op het Wad. Aan de horizon ligt het Waddeneiland, Schiermonnikoog. De veerboot ligt in de haven.

Nadat we hadden genoten van het uitzicht liepen we naar beneden. We wandelden langs de palenrij richting het water. Waar we vanwege ons schoeisel niet verder konden bogen we rechtsaf. Onze zoon vond de schapen wel leuk. Hij probeerde ze te aaien, maar dat lieten ze niet toe. Ik richtte mijn camera een tijdje op de huiszwaluwen. Ze verzamelden modder om daarmee hun nesten te maken. Althans die indruk kreeg ik, maar misschien zochten ze ook wel naar voedsel.

Tijdens onze wandeling kwamen we een paar keer een groep wandelaars met gids tegen. Ze waren op weg voor een excursie op het Wad. Na de ontmoeting met de jonge onderzoekers kwamen we weer uit bij de Waddendijk. Daar hadden de kinderen veel plezier met het rollen vanaf de dijk.

Vissershaven, steenlopers en zwarte roodstaart

Onze eerste uitstapje met de aanwezige familieleden was naar de vissershaven van Lauwersoog.

Vanwege de kleine kinderen maakten we een korte wandeling en aten we een ijsje. Dat laatste is en blijf een groot feest voor jong en oud. Na het ijsje hebben we ons opgesplitst in kleinere groepen. Een gedeelte wilde verder de haven verkennen en een ander gedeelte wilde een bezoek brengen aan Dokkum.

Ik bleef bij de groep die de rondgang door de haven vervolgde. Op de kade streek een groepje steenlopers neer. Vanaf een grote afstand maakte ik met behulp van de zoomlens enkele foto’s.

Daarna liep ik steeds een stukje verder die kant op. De steenlopers zijn kennelijk mensen gewend want ze bleven rustig zitten. Nadat ik een fotoserie had gemaakt liep ik op een drafje achter de anderen aan.

Bij een opslagdepot voor brandstof zat een vogeltje op een hek. Onze zoon en ik herkenden dit vogeltje niet direct. Hij dacht op dat moment wel aan de gekraagde roodstaart. Thuis zag ik dat het de zwarte roodstaart was. Een vogel die ik nog niet eerder heb gezien.

De zwarte roodstaart komt oorspronkelijk als broedvogel voor in middel- en hooggebergtes, maar broedt in Nederland in het stedelijk gebied en bij moderne boerderijen. In met name industrieterreinen en grootschalige nieuwbouw vinden zij holten in muren en tal van andere plekken om te broeden. De vogel verdwijnt weer als de omgeving te groen wordt. Dat laatste zal de reden zijn dat ik deze nog niet eerder heb gezien, ik ben meer in het groen dan in de stad.

Een familieweekend

Het afgelopen weekend waren we met mijn hele familie een weekend weg. De familie bestaat uit 3 zussen, zwagers, kinderen en kleinkinderen. We verbleven met totaal 18 personen in een mooie accomodatie in buurtschap Dokkumer Nieuwe Zijlen. Wat het weer betreft hadden we het niet beter kunnen treffen.

Door verplichtingen kon niet iedereen aanwezig zijn van vrijdag t/m maandag, maar dat was geen punt. Familieleden vlogen in en uit.

De buurtschap Dokkumer Nieuwe Zijlen is ontstaan bij een groep sluizen en een herberg in de 18e eeuw. De sluis waaraan de buurtschap haar naam te danken heeft zijn de sluizen (oud-Nederlands: zijlen) die aangelegd zijn bij het afsluiten van het Dokkumergrootdiep in 1729. Na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 verloren de Dokkumer Nieuwe Zijlen hun functie als zeesluizen. Aan de zuidkant werd de Willem Lorésluis aangelegd voor de benedenloop van het Dokkumerdiep. Al in 1729 werd er een monument geplaatst ter nagedachtenis van de aanleg van de sluizen. Het is een stenen smalle piramide met de inscriptie Ter Euwiger gedagtenis van de overdyking van t Dokkumer diep. De herberg annex restaurant dateert ook uit 1729. Bron is deze site.

We hebben een ontspannen en supergezellig weekend gehad. Met twee fotograferende zussen is ons familiealbum weer goed aangevuld. De komende dagen neem ik jullie mee op een aantal uitstapjes die we hebben gemaakt.

Een bijzon en een zanglijster

Op een ochtend was ik weer heel vroeg op de fiets in Dwingelderveld. Mijn eerste stop was bij het uitkijkpunt in de buurt van het nest van de kraanvogel. Toen ik een foto wilde maken zag ik een bijzon.

Mijn tweede stop was bij het spiegelgladde ven in de buurt van de schaapskooi.

Nadat ik een tijdje had genoten van de serene rust bij het ven fietste ik verder richting de telescoop.

Op die plek was een zanglijster driftig op zoek naar een lekker hapje. De lijster moest veel kracht zetten om in de harde grond te komen. Uiteindelijk lukte het om iets te bemachtigen wat leek op een emelt.

Boompieper neemt een bad

In Koelevaartsveen fotografeerde ik de groenpootruiter en de kleine plevier. Ik zat daarbij op een boomstammetje.

Of het nu kwam door mijn lage standpunt of door mijn schutkleur weet ik niet, maar niet ver bij mij vandaan landde een boompieper. Dit vogeltje nam een uitgebreid bad aan de rand van de plas.

Doordat ik op het stammetje zat en mijn ellenbogen kon laten steunen op mijn knieën besloot ik er een filmpje van te maken. Omdat ik pal op de wind zat heb ik het geluid gedempt.

Groenpootruiter en kleine plevier

Tijdens mijn fietstocht in Dwingelderveld maakte ik een stop bij Koelevaartsveen.

In een van de plassen liepen enkele groenpootruiters. Ze liepen dusdanig ver verwijderd van het voetpad dat ik was aangewezen op mijn Nikon bridgecamera. In zulke gevallen ben ik maar wat blij met die camera.

Vanwege de grote afstand kon ik op dat moment niet goed zien dat het een groenpootruiter was.

Gelukkig kwam er op dat moment een vrijwilliger van Natuurmonumenten aangefietst en die stopte bij mij. Hij vertelde dat het een groenpootruiter was. Ook nu was ik weer blij met deze hulp uit onverwachte hoek.

Terwijl ik mijn camera richtte op de groenpootruiter zag ik op een eilandje een veel kleiner vogeltje rondscharrelen.

Door de zoeker zag ik duidelijk de gele oogring en meende te weten dat het de kleine plevier was.

Dat werd bevestigd door dezelfde vriendelijke meneer van Natuurmonumenten. We hebben nog een tijd staan praten. Er kwam nog een kenner aanfietsen en ook hij bleef een praatje maken. Van zulke experts leer ik veel en daar ben ik wel blij mee.