Landgoed Hotel Ehzerwold

Afgelopen weekend verbleven mijn man en ik een paar dagen in Hotel Ehzerwold, gelegen in het prachtige Gelderse plaatsje Almen. Het was een heerlijk verblijf in een unieke en rustgevende omgeving.

Wat dit hotel zo bijzonder maakt, is de geschiedenis van het gebouw. Oorspronkelijk was het namelijk een ziekenhuis. Het voormalige sanatorium is nu prachtig gerenoveerd, waarbij veel van de authentieke details bewaard zijn gebleven. Dit geeft het hotel een bijzondere sfeer – een combinatie van nostalgie en comfort. Op de website van Hotel Ehzerwold kun je meer lezen over de geschiedenis van het pand en hoe het is omgevormd tot het hotel van nu.

Het hotel ligt midden in de natuur, omringd door bossen en weilanden. Op de eerste avond maakten we een wandeling over het landgoed en in de directe omgeving van Hotel Ehzerwold. De route leidde me onder andere langs de rivier de Berkel, die door het landschap kronkelt.

Het was een mooie lentedag, en de natuur kwam net weer tot leven. Overal om me heen zag ik de eerste tekenen van het nieuwe seizoen: frisgroene blaadjes aan de bomen, knoppen die op springen stonden, en het zachte zonlicht dat door de takken filterde. Sommige bomen zijn eeuwenoud en torenden indrukwekkend boven mij uit.

Friese paarden op het grasveld

Tijdens mijn rit door het Friese landschap viel mijn oog op een aanwijsbord naar een plaats waar ik nog nooit van had gehoord: Lytsewierrum. De naam wekte mijn nieuwsgierigheid, dus besloot ik spontaan een kijkje te nemen.

Lytsewierrum – wat letterlijk “klein Wierum” betekent – is een buurtschap in de provincie Fryslân. Het ligt in de gemeente Súdwest-Fryslân, tussen de dorpen Boazum en Easterwierrum. Lytsewierrum is oorspronkelijk gebouwd op een terp, een kunstmatige heuvel die vroeger werd aangelegd om bewoners te beschermen tegen overstromingen. Op deze website kun je een indruk krijgen van het dorp en zijn bewoners via een mooie verzameling foto’s.

Het dorpje ligt aan een doodlopende weg, wat de stilte en beslotenheid alleen maar versterkt. Met slechts 65 inwoners in 2024 doet Lytsewierrum zijn naam alle eer aan – het is met recht een lytse Wierum.

Ik parkeerde mijn auto net buiten het dorp, bij een schuur waar een paar oude koetsjes stonden opgesteld – alsof de tijd er even stil was blijven staan. Aan de overkant zag ik een karakteristieke Friese boerderij met in de tuin een verweerde boerenwagen die het landelijke beeld compleet maakte.

Zoals in bijna elk dorp in Fryslân, staat ook in Lytsewierrum een kerk, de Gertrudiskerk. Opvallend is hoe groot deze kerk is in verhouding tot het kleine dorpje eromheen. Het lijkt bijna alsof het gebouw ooit voor een veel grotere gemeenschap bedoeld was.

Bij een van de boerderijen stuitte ik op een grappig tafereel: een Fries paard liep samen met haar veulen rustig te grazen op het grasveld in de tuin. Wel handig, zulke levendige grasmaaiers, dan heb je ook geen machine nodig. En de achtergelaten paardenpoep is met een schep snel opgeruimd.

Het veulen stond nieuwsgierig toe te kijken hoe de vrouw des huizes de was aan de lijn hing. Het was een eenvoudig, alledaags moment – maar juist die kleine taferelen maken zo’n dorpje levendig en bijzonder. Terwijl de schone was wapperde in de wind, leek het veulen even deel uit te maken van het dagelijkse ritme op het erf.

Voordat ik weer in de auto stapte, keek ik nog één keer om. Net op dat moment zag ik hoe het veulen nieuwsgierig aan de schone was snuffelde – alsof het zelf wilde controleren of alles wel fris genoeg was. Ik moest glimlachen, want ik doe dat ook graag. 😉

Koolmees en pimpelmees tussen de bloesem

Behalve de mussen zijn ook de mezen druk in de weer om hun kostje bij elkaar te scharrelen tussen de bloesem van de hoogstamfruitbomen. Het is een mooi gezicht hoe de kleine vogels zich behendig tussen de takken bewegen op zoek naar insecten.

De eerste twee foto’s zijn een week eerder genomen dan de laatste drie. Het verschil is goed zichtbaar – de bloesem begint al te verwelken en maakt langzaam plaats voor het frisse jonge blad. De lente laat zich hier zien in al haar vergankelijke schoonheid. Elk moment verandert het beeld, en juist dat maakt deze periode zo mooi.

In onze voortuin heeft een paartje pimpelmees een nestje met jongen. Dat betekent hard werken voor de ouders: van vroeg in de ochtend tot laat in de avond zijn ze in de weer om hun kroost te voeden. De pimpelmees is een ware acrobaat. Met ogenschijnlijk gemak hangt hij ondersteboven aan dunne takjes, speurend naar insecten of larven.

Nestelende oeverzwaluwen

Aan het einde van de middag, na de fotosessie van de rietgors, reed ik weer richting huis. Onderweg besloot ik nog even te stoppen bij een kijkhut die uitkijkt op een oeverzwaluwwand. Ik daalde het olifantenpaadje af en koos voor een plekje op de oever om er een fotoserie van te maken.

Bovenop de oeverzwaluwwand stond een paartje grauwe gans. Het leek net alsof ze waren aangesteld als bewakers over deze wand.

De oeverzwaluwen vlogen af en aan, terwijl er volop met elkaar werd geconcurreerd om de beste partner. Het blijft altijd een wonder hoe ze, ondanks de drukte, feilloos langs elkaar heen weten te manoeuvreren zonder in botsing te komen. In enkele holen werd al zichtbaar genesteld, terwijl andere ingangen nog dicht zaten met zand. Het was een levendig en fascinerend schouwspel.

Rietzanger en rietgors

Tijdens de fotosessie van de blauwborst waren er nog een paar leuke waarnemingen. De snor liet zich voortdurend horen met zijn kenmerkende zang, maar zoals zo vaak liet hij zich niet zien. Ondanks zijn verborgen bestaan was het prachtig om zijn geluid steeds op de achtergrond te horen.

Enkele rietzangers, ook kenmerkend voor dit gebied, lieten zich niet alleen horen met hun prachtige zang, maar ook zien. Net als de blauwborst hadden deze rietzangers een duidelijke voorkeur voor het kleine wilgenbosje.

Even later landde er een rietgors aangevlogen op een lisdodde. Tot mijn verbazing begon de vogel de lisdodde volledig uit elkaar te trekken. In eerste instantie dacht ik dat hij nestmateriaal aan het verzamelen was, maar al snel bleek dat niet het geval: al het pluis viel gewoon op de grond. Daarmee ging het waarschijnlijk om de tweede reden: het verzamelen van zaden uit de lisdodde. Volgens informatie op internet doet de rietgors dit vooral in de wintermaanden, wanneer andere voedselbronnen schaars zijn. Vanuit mijn mobiele kijkhut had ik prachtig zicht op dit bijzondere tafereel.

Blauwborst in De Weerribben

De vorige keer reisde ik helemaal naar De Onlanden om de blauwborst te fotograferen. Een paar dagen later besloot ik dichter bij huis te blijven en reed ik naar een voor mij welbekend plekje in de Weerribben. Daar hoopte ik deze prachtige vogel ook tegen te komen.

Met behulp van de routebeschrijving van Waarneming.nl wist ik precies waar ik moest zijn. Eenmaal aangekomen, parkeerde ik de auto in de berm en installeerde mijn camera met zoomlens in de opening van het raam. Het duurde even, maar na een tijdje kwam de blauwborst tevoorschijn en begon luid te zingen.

Het plekje waar hij zich bevond, tussen de takken van een wilg, was niet ideaal voor een foto. Toch was ik al ontzettend blij dat hij zich liet zien. Het is altijd bijzonder om zo’n zeldzame ontmoeting vast te kunnen leggen, zelfs als de omstandigheden niet perfect zijn.

Even later had ik opnieuw geluk. De blauwborst koos een plekje hogerop in het bosje. Op deze plek kwam de blauwborst net wat beter tot z’n recht.

Een nieuw mussenhotel

In onze tuin hebben de huismussen een natuurlijke en veilige broedplek onder de dakpannen van ons huis. Mussen broeden van nature graag in kleine, beschutte ruimtes, zoals openingen onder dakpannen of in muurholtes. Op een plek waar een stukje van een dakpan ontbreekt, hebben ze een ideale ingang gevonden. Achter dit gat, onder het dakbeschot, bouwen ze ieder jaar hun nestje.

Huismussen zijn koloniebroeders: ze nestelen graag dicht bij soortgenoten. Daarom zie je vaak meerdere mussenparen in één dakrand of gevel wonen. Door deze nestgelegenheden onder de dakpannen ongemoeid te laten, dragen we een steentje bij aan het behoud van de huismus, die het door verstedelijking en het verdwijnen van nestgelegenheden steeds moeilijker heeft.

Sinds een aantal jaar hangt er aan de achtergevel van ons huis ook een mussenhotel. Dit speciaal ontworpen nestkast biedt ruimte aan drie mussenpaartjes om veilig te broeden. En met succes – het hotel is erg in trek bij onze gevleugelde tuingasten. Vooral het nestvak aan de zuidkant is populair. De zuidzijde krijgt meer zon en is iets warmer, wat het een aantrekkelijke plek maakt om vroeg in het jaar een nest groot te brengen.

Maar het hotel wordt niet alleen tijdens het broedseizoen gebruikt. Ook buiten de broedtijd maken de mussen er graag gebruik van. Ze schuilen erin bij regen of kou en gebruiken het als veilige rustplek. Toen het hotel afgelopen najaar tijdelijk werd verwijderd vanwege een gevelrenovatie, merkten we duidelijk dat ze van slag waren. Ze bleven rond de plek zoeken en leken hun vertrouwde onderkomen te missen.

We duiken nog even verder de tuin in, waar het verhaal van de huismussen zich voortzet.

In de achtertuin staat al tientallen jaren een hoogstamfruitboom. Helaas begon hij het de laatste jaren zwaar te krijgen. Er kwamen nog nauwelijks bladeren en ook geen appels meer aan de boom. Uit veiligheidsoverwegingen hebben we de boom uiteindelijk flink moeten terugsnoeien.

We hebben bewust een groot deel van de stam laten staan en wel om meerdere redenen. De stam zit vol kleine gaatjes, holtes en spleetjes, waar allerlei insecten graag gebruik van maken. Dat maakt de boom tot een waardevolle voedselbron voor tuinvogels. Bovendien komt de stam goed van pas als steun voor mijn waslijn. Aan de voet van de boom hebben we nu twee kamperfoelies geplant. Die mogen langs de stam omhoog klimmen en zo het dode hout omtoveren tot een bloeiend element in de tuin.

Het verhaal van onze huismussen krijgt een nieuw hoofdstuk. Want nadat de oude appelboom in de achtertuin was teruggesnoeid, ontstond er een idee: zou de overgebleven stam niet een perfect plekje zijn voor een tweede mussenhotel?

Ik ging op internet op zoek naar een verticaal mussenhotel. Er waren leuke modellen te vinden, maar toen ik de reviews las werd ik toch wat terughoudend. Natuurlijk waren er positieve reacties, maar een paar punten kwamen telkens terug: de vliegopeningen zouden te klein zijn, de kastjes moeilijk of helemaal niet te openen (waardoor je ze niet kunt schoonmaken) en vaak waren ze gewoon te krap voor een mussenpaar met 4 tot 6 jongen.

Dat was voor mij het moment waarop ik besloot om er zelf een te maken. Niet voor het eerst trouwens, want ik timmer graag en maak in principe al mijn nestkastjes zelf. Ook deze keer koos ik voor een duurzame aanpak. Bij een lokaal afvalbedrijf haalde ik resthout op, gebruikte schroeven uit mijn oude voorraad en ging enthousiast aan de slag. De planken die ik vond, waren weliswaar een beetje kromgetrokken, maar dat gaf het kastje juist karakter. De kleine kieren die daardoor ontstonden, zorgen nu voor natuurlijke ventilatie en afwatering – onmisbaar voor een gezond mussenhotel. 😉

Het nieuwe mussenhotel hangt, volgens de richtlijnen, op de juiste plek. Bij het ontwerp heb ik ook gelet op hun voorkeuren: zo heb ik bewust een extra vliegopening gemaakt aan de kant die bij het andere hotel duidelijk favoriet is bij de mussen.

Het enige wat ik nieuw heb aangeschaft, is een handgreepje. Bovenaan de betreffende plank zit namelijk een scharnierpunt, waardoor ik de hele zijkant naar boven kan klappen. Zo kan ik het hotel in het najaar eenvoudig openen en schoonmaken.

Een nestkast hoor je overigens op te hangen in het najaar. Vogels kunnen er dan alvast aan wennen. Daarom verwacht ik nu, in het voorjaar nog niet direct bewoners. Afwachten dus. Ik houd jullie op de hoogte.

Mussen tussen de bloesem

In een eerdere blog liet ik een fotoserie en een filmpje zien van de bloeiende hoogstamfruitbomen in onze tuin. Tussen de bloesem zijn de huismussen nu volop in de weer, op zoek naar voedsel voor hun jongen. De bloemen zitten vol insecten, en dat is precies wat de jonge mussen nodig hebben in hun eerste weken. Op meerdere zonnige momenten heb ik met geduld en camera paraat in de tuin gestaan, hopend op een geslaagde fotoserie.

Bloesem van de hoogstamfruitbomen

In onze tuin staan 14 hoogstamfruitbomen. De perenbomen zijn op het moment van schrijven ongeveer uitgebloeid, maar de appelbomen hangen nog vol met bloesem. Een lust voor het oog. Vanaf het balkon maakte ik deze drieluik.

Daarna maakte ik een rondje door de tuin. Voor de insecten valt er genoeg te halen, maar helaas zijn er steeds minder insecten. Wij wonen hier ruim 30 jaar en als we vroeger door de tuin liepen in deze periode dan gonsde het boven ons hoofd van de insecten.

Met de telefoon maakte ik een opname tijdens een rondje door de tuin. Dan kun je zien dat de tuin bezaaid ligt met bloesemblaadjes.

Blauwborst in De Onlanden

Op een zonnige doordeweekse dag liet mijn agenda toe om spontaan vrij te nemen. Ik greep deze kans en reed richting natuurgebied De Onlanden. Via Waarneming.nl had ik namelijk gezien dat daar recent een blauwborst was gespot. Ik parkeerde de auto in de brede berm, draaide het raampje open en installeerde mijn camera in de opening. Een zak met zonnebloempitten diende als ondersteuning.

Het vergde wat geduld, maar uiteindelijk verscheen de blauwborst toch. Hij nam zijn zangpost in en barstte vol overgave los, zijn heldere zang droeg ver over het rietland.

In de tijd dat de blauwborst zich langere tijd niet liet zien ben ik even uitgestapt om wat foto’s van de omgeving te maken. De plek waar ik stond bleek behoorlijk levendig: wandelaars, fietsers, forenzen en vogelaars kwamen voortdurend voorbij. Aan de horizon tekende zich de skyline van Groningen af met het gebouw van de Gasunie als herkenningspunt.

Er was regen voorspeld voor het einde van de middag; vanuit het noordoosten zou een regenfront overtrekken. De lucht begon al te veranderen. In de verte leek het al te regenen.

Daarna nestelde ik me weer in de auto en hervatte het wachten. Al snel had ik geluk: de blauwborst keerde terug naar zijn zangpost en begon opnieuw te zingen. Tot mijn verrassing verscheen even later nóg een blauwborst, die zijn eigen deuntje liet horen. In stilte hoopte ik dat een van hen zijn staart zou spreiden, maar dat zat er helaas niet in. Het waaide nog flink daar op de vlakte, dat was goed te zien aan de opwaaiende veren. Ook al zaten ze wat ver weg, het was een feestje om ze te zien en te horen. Ik moest er ver voor rijden, maar de missie was geslaagd.

Na een paar uur daar te hebben doorgebracht vond ik het welletjes. De lucht betrok steeds meer. Ik reed terug via de Drentse Dijk en de Zanddijk, waar ik nog een prachtige fazantenhaan voor de lens kreeg. Even later maakte ik nog een laatste stop bij een bruggetje. Net op het moment dat ik weer in de auto stapte, vielen de eerste dikke regendruppels.