Dobbepaarden en het monument

Tijdens de vakantie in het noorden van Fryslân maakte ik een autorit en een fietstocht langs de Waddendijk. Onderweg maakte ik vele stops om te genieten van het fenomenale uitzicht. Kenmerkend van het buitendijks gebied is het vee wat daar graast. Met name de vele paarden zijn een lust voor het oog.

Opvallende elementen in de zomerpolders zijn de dobben, die als heuvels in dit verder zo vlakke landschap opdoemen. Als het zeewater bij heel hoge vloed bezit neemt van het buitendijkse land, is er voor het vee nog zoet water te vinden in de dobbes. Dobbes zijn omgeven door een verhoogde rand waardoor ze tevens als vluchtplaats dienst doen tijdens hoog water. De dobbepaarden danken hun naam dus aan deze dobbes.

Waarom lopen er koeien, paarden en schapen in het buitendijks natuurgebied…

In het najaar voorafgaande aan het stormseizoen met kans op hoog water wordt het vee daar weggehaald. In 2006 in de nacht van 31 oktober ging het vreselijk mis. Er raasde een zware storm over het Noarderleech, waardoor het buitendijkse gebied bij Marrum overstroomde. De paarden waren voor de stormnacht eerst op een hoge dobbe gebracht waar ze een relatief veilige overnachtingsplek hadden. Op onverklaarbare wijze zijn ze tijdens de stormnacht toch naar de lagere Ozingadobbe gegaan. Op de rand van deze dobbe stonden de 150 paarden opgepakt omringd door water. In die dagen werden ze uiteraard wel voorzien van hooi en water.

De eerste reddingsactie door de Koninklijke Landmacht mislukte. De Friezin Micky Nijboer kwam op het idee een nieuwe reddingspoging uit te voeren gebaseerd op het natuurlijke gedrag van paarden. Bedoeling was de leidende merrie van de kudde te halsteren en deze naar de wal te leiden, in de hoop dat de andere paarden zouden volgen. Bij deze reddingsactie werden er op 3 november zes paarden met amazones gebruikt, vier in het water en twee op het land. Het halsteren van de leidende merrie bleek niet nodig, de opgesloten kudde volgde als vanzelf de amazones toen die zich erbij hadden gevoegd. Na ongeveer 15 minuten hadden alle paarden het vasteland bereikt. 25 paarden overleden door verdrinking, onderkoeling of longontsteking.

Op onderstaand filmpje is de reddingsactie te zien. Het filmpje heb ik door de jaren heen al tientallen keren bekeken toch krijg ik iedere keer weer opnieuw kippenvel. Nu ik ouder ben word ik er zelfs emotioneel van. Het zal de combinatie zijn van beeld en muziek.

Na het paardendrama ontstaat vanuit Dorpsbelang Marrum-Westernijtsjerk de wens om een wandelroute aan te leggen als eerbetoon aan de reddingsactie. Die route is gerealiseerd in 2018, in samenwerking met Sense of Place en It Fryske Gea. De paardenhoeven in beton is het eerste onderdeel van het monument. Het hoogtepunt van de wandelroute is het liggende fotokunstwerk midden in de Ozingadobbe, de plek waar de paarden in 2006 ingesloten raakten.

Tijdens onze vakantie las ik over dit kunstwerk en besloot erheen te wandelen. Op weg naar de Ozingadobbe moest ik eerst door een paar weilanden met jongvee. Als kind was ik veelvuldig tussen de koeien op de boerderij te vinden dus ik was niet echt bang. Maar toen de koeien zo enthousiast op mij af kwamen huppelen moest ik toch wel even slikken. Het verstandigste is om ze te negeren en gewoon kordaat door te wandelen.

Zonder problemen kwam ik aan bij de Ozingadobbe. De afbeelding van het paardendrama komt van de hand van digital artist Marcel van Luit.

Van Luit speelt met diepte, contrast en kleur en is erg bedreven in het samensmeden van verschillende beelden tot een verhalend geheel, waardoor de afbeelding – ook in dit enorme formaat – haarscherp is en qua kleurpalet aansluit op het landschap.

Het kunstwerk ligt op de waterspiegel en beweegt mee met de waterstand. Het is vanaf afstand niet te zien maar alleen vanaf de verhoogde rand van de dobbe. Zo blijft de aanblik van het open landschap behouden. Zie de site van Sense of Place

Bovenop de dobbe stond een koe te grazen. Dat gaf mij een mooi doorkijkje naar het Tempeltje van Ids.

Vanaf de Ozingadobbe ben ik verder richting het Wad gewandeld. Daarvoor moest ik een aantal verrassende bruggetjes oversteken. De evenwichtsbalk is nooit mijn favoriet geweest, maar doordat ik mij kon vasthouden aan de leuning was het goed te doen. Waarom het dwarse obstakel is toegevoegd is mij niet duidelijk.

Ik wandelde door een prachtig kruidenrijk grasland. Na het passeren van weer een dijk, weer een sloot en de nodige hekken had ik verwacht aan de Waddenzee uit te komen, maar dat was te optimistisch gedacht. Op dit punt hield ik het voor gezien. Het werd steeds warmer en de dazen waren behoorlijk irritant.

Ik besloot om te keren. Via een korte omweg kwam ik langs de Alde dobbe met daarop een gebouwtje wat dateert uit 1914. Het leek mij dat dit een gemaaltje is geweest, maar zeker weten doe ik het niet.

Na de lange en mooie wandeling kwam ik weer terug bij de koeien. Ik vermoed dat de warmte ervoor zorgde dat ze geen stap verzetten toen ik langs kwam. Lopend over het pad met paardenhoeven arriveerde ik weer bij de Waddendijk waar ik de auto had geparkeerd.

Kempense heidelibel met mistdruppels

Ik zat al een aantal weken te wachten op mist in de ochtend zodat ik een fotoserie zou kunnen maken van libellen met druppels. Vanochtend was het eindelijk zover. Ik reed naar een mistig Woldlakebos. Daar trof ik nog één andere fotograaf en voor de rest was het rustig. Zo heb ik het ook graag…

Voor deze fotosessie had ik gekozen voor mijn 70-200 objectief op een kropcamera. Dit objectief heb ik onlangs tweedehands gekocht bij Camera.nu in Urk. De vorige was al een hele tijd stuk en een reparatie zou wellicht duurder uitvallen dan de aanschaf van deze tweedehands. Omdat het al een tijdje geleden was dat ik met deze combinatie had gefotografeerd was het even weer uitproberen welke instellingen handig zijn.

Vanochtend vloog daar voornamelijk de zeldzame Kempense heidelibel rond. Het mannetje lijkt door de kleur van het lijf op de bloedrode heidelibel, maar de kleur is lichter, meer richting oranje. Het kenmerk om de Kempense heidelibel eenvoudig te herkennen zijn de zwarte druppelvormige vlekjes op het achterlijf. Het vrouwtje heeft een geel achterlijf.

Er vlogen veel paartjes rond. Ze landden vaak laag in het struweel. Dat was soms lastig fotograferen. Ook een drukke achtergrond kon ik niet altijd vermijden, ondanks het grote diafragma van 4.0. Maar dit is wat het is… de natuur.

De vliegtijd voor de Kempense heidelibel loopt op z’n eind en dat was ook wel te zien aan de versleten vleugels. Dit paartje haalde rare capriolen uit om aan het nageslacht te werken.

Een libel was gevangen in een web. Het lijf was volledig losgerukt van de rest. Ik werd er op gewezen door de andere fotograaf. Hij was speciaal uit Utrecht gekomen om een paar dagen in de Weerribben te fotograferen.

En als je dan opgegeten bent dan eindig je met één vleugel en anderhalve antenne hangend aan een rietpluim…

Vogels op het Wad en de dreiging door gaswinning

Ook vandaag laat ik een fotoserie zien die ik maakte op het Wad buitendijks bij Paesens-Moddergat. Toen ik met 600 mm tele inzoomde op de palenrij doemde aan de horizon de contouren van de gaswinning toren op. Over gaswinning in de Waddenzee is veel te doen. En naar mijn mening is dat zeer terecht. De Waddenvereniging wil nieuwe winningen voorkomen en de bestaande winningen stoppen. De grote bezwaren zijn dat bij gaswinning broeikasgassen vrijkomen, dat gaswinning bodemdaling geeft en dat er bij gaswinning risico’s zijn op vervuiling. En dat allemaal in het grootste en het belangrijkste Natura 2000-gebied in ons land. Daarnaast staat de Waddenzee op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Bodemdaling en zeespiegelstijging vormt een risico’s voor de vogels. Door de zeespiegelstijging is de overstromingskans op de kwelder van Ameland toegenomen met als gevolg dat de nesten van de broedende vogels overstromen. Op deze site van Radbout Universiteit is het te lezen en ook op Omrop Fryslân kun je het lezen in dit dit artikel en in dit artikel.

Met betrekking tot de natuur heb ik geen enkel vertrouwen in dit kabinet. Voordat ik verder ging met het plaatsen van de foto’s van groenpootruiters en tureluurs ben ik eerst lid geworden van de Waddenvereniging. Hopen dat we zo met elkaar een vuist kunnen maken voor behoud van het Wad. Want dat ik steeds meer ‘verliefd’ ben geworden op het Wad, dat zal jullie vast niet verbazen.

We gaan verder genieten van de vogels die foerageerden op het Wad. De kluut.

De bontbekplevier

Een vlucht kanoeten.

Een zilverplevier, een soort die ik nog niet eerder (bewust) zag. Jammer genoeg stond deze ver weg. Een juveniele spreeuw tussen het lamsoor.

Het Wad bij tegenlicht.

Het Wad en de scholekster

Bij Paesens-Moddergat kun je buitendijks prachtig wandelen. Ik koos bij deze wandeling voor de oostelijke strekdam

Ik genoot van de vergezichten.

In dit gedeelte kwam ik kennelijk in het territorium van de scholeksters. Een scholekster vloog roepend over mij heen om vervolgens tussen het zeekraal neer te strijken.

Veel vogelsoorten vertonen dat gedrag als men in de buurt komt van hun nest of jongen, maar een scholekster is ook buiten het broedseizoen een druktemaker.

De andere strekdam, daar waar de fietser fietst, loopt veel verder door de Waddenzee in. Daar maakte ik een dag later een wandeling. Daarover de volgende keer.

Tempeltje van Ids en de Seedykstertoer

Bovenop de Waddendijk staat een kunstwerk. De oorspronkelijke naam was It Presintearblêd. Het object verbeeldt volgens kunstenaar, Ids Willemsma een presenteerblad dat de Waddendijk optilt en presenteert. Door de gelijkenis met een Grieks-Romeinse tempel lijkt het net alsof het beeld er al eeuwen staat. Het kunstwerk kreeg daarom de naam: ‘Het tempeltje van Ids’.

Het kunstwerk is eigendom van Wetterskip Fryslân en werd in 1993 geplaatst ter gelegenheid van het op Deltahoogte brengen van 66 kilometer zeedijk langs de Friese waddenkust. Ids Willemsma noemt het een ‘hommage aan de dijkbouwer die eeuwenlang de grond heeft opgeworpen om mens en dier tegen de onberekenbare zee te beschermen’. 

Het kunstwerk bestaat uit een dak dat rust op twaalf pijlers. De pijlers verbeelden de twaalf Nederlandse provincies die door de deltahoogte beschermd worden tegen het water. Op het dak ligt tweehonderd ton klei als kruin van een stuk zeedijk. Het blad van honderd vierkante meter kleigrond heeft de vorm en afmeting van de oude zeedijk. Op de klei groeit hetzelfde gras als op de zeedijk.De afmetingen van het bouwwerk zijn afgeleid van de hoogte van de dijk en de dijkverzwaring. Het kunstwerk is even hoog als de nieuwe dijk, ongeveer 7,50 meter. De twaalf pijlers zijn vijf meter hoog, even hoog als de oude zeedijk. Bron is Wikipedia.

Begin dit jaar konden Friezen stemmen op meer dan honderd gebouwen, kunstwerken en parken die tussen 1965 en 2000 tot stand kwamen. Objecten uit die tijd zijn vaak nog zo jong dat ze niet op de gebruikelijke monumentenlijsten staan. Het ‘Tempeltje van Ids’ is de winnaar geworden. Zie de site van Omrop Fryslân. Op deze beelden gemaakt met een drone kun je mooi het kunstwerk in het oneindige landschap zien.

In de buurt van het Tempeltje van Ids staat een bijzondere toren. Het is de Seedykstertoer (zeedijker toren). Oorspronkelijk was dit een voedersilo bij een boerderij.

Deze voedersilo is omgebouwd tot uitkijktoren. Ik heb de toren aan alle kanten bekeken en gewikt en gewogen. Ik ben 2 trappen opgeklommen tot het punt dat ik er met knikkende knieën stond. Dat was het moment dat het verstandiger was om weer naar beneden te gaan.

Toen ik Jan onlangs vertelde over mijn bezoek aan deze toren vertelde Jan dat hij deze toren in het verleden wel heeft beklommen. Het bericht en de fotoserie uit 2010 vond ik terug op internet. Heel dapper en vooral ook knap!

Ik liet de toren voor wat hij was, ik moest accepteren dat de hoogtevrees het had gewonnen. Net als deze kippen scharrelde ik rond in de tuin en in de binnenruimtes. In een van de ruimtes stond een verzameling vintage spullen. In een andere ruimte hingen penseeltekeningen van André Dekker. Verder ronddwalend kwam ik in een hoge ruimte met opblaasbare objecten van beeldend kunstenaar Wies Noest.

Het bezoek sloot ik af met een heerlijk kopje cappuccino met wat lekkers op het terras.

Witte kwikstaart en torenvalk

Op de derde dag op de camping werden we ‘verrast’ door overvliegende straaljagers. Deze F-35 Lightning II maken enorm veel lawaai. Uiteraard ken ik het geluid van de keren dat ik in de buurt van de vliegbasis in Leeuwarden was. De eerste keer op de camping was het wel even schrikken omdat we op dat moment niet wisten hoe vaak ze zouden overkomen. Het bleek enorm mee te vallen, want het waren een paar momenten per week.

Bij goed weer zweefden er luchtballonnen in het luchtruim in de buurt van de camping. Kijk, daar heb je weer geen last van.

Op een dag stond ik achter de boerderij op de camping naar boven te kijken, op de nok zat een witte kwikstaart met de snavel vol voedsel. Vroeger noemden we de kwikstaart, een bouwmannetje. Iedere zomer maakten ze een nest aan de onderkant van de ophaalbrug waar mijn ouders brugwachter waren. Het deerde ze blijkbaar niet dat de brug honderden keren per dag op en neer ging. Tot voor kort dacht ik dat ze de naam ‘Bouwmannetje’ hadden gekregen omdat ze zulke goed nestjes kunnen bouwen. Maar dat is niet zo. Ze worden zo genoemd omdat ze graag om de boerderij en op landerijen zijn. Een ander woord voor boer is namelijk een bouwman. Zie deze site. De witte kwikstaart broedt in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten en in de zeereep.

Ik was wel benieuwd waar de kwikstaart met het voedsel naartoe zou gaan. Ik stond op grote afstand, want ik had de telelens bij me. De kwikstaart vloog van het ene naar het andere punt en bleef soms in de lucht hangen. Het leek net alsof het vogeltje niet bij het nestje kon. De afloop heb ik niet afgewacht, ik ben teruggegaan naar de caravan.

Op de toegangsweg naar de camping had ik al een aantal malen een torenvalk op een paal zien staan of biddend boven een weiland. Ik wilde graag een fotoserie maken terwijl de torenvalk op een paal stond. Een fotoserie van een biddende torenvalk had ik al. Iedere keer als ik de auto tot stilstand bracht vloog de torenvalk er vandoor, tot die ene keer. De aanhouder wint.

Even leek het erop dat de torenvalk zou wegvliegen, maar het ging goed. De roofvogel keek wel speurend om zich heen, maar bleef voorbeeldig op het paaltje staan.

Ruurd Wiersma museum

Tijdens onze vakantie bracht ik een bezoek aan het Ruurd Wiersma museum in Burdaard.

Het museum is alleen ‘s middag geopend. Ik had me aangemeld voor een rondleiding om 13.30 uur. Ik was te vroeg en daarom maakte ik eerst buiten enkele foto’s. De melkbussen stonden daar met een reden zo kwam ik later achter, Ruurd Wiersma was namelijk melkvaarder. Toen de gids de vlag had opgehangen stelde hij voor om alvast te beginnen met de rondleiding. Ik was op dat moment de enige gast in het kleine museum en dat kwam mij voor het maken van foto’s prima uit.

Als een ontploffende oliekachel in1965 een vette laag roet over de woonkamer verspreidt, beplakt Ruurd Wiersma alle muren met behangpapier. Omdat hij zich ongemakkelijk voelt tussen de witte oppervlakken, koopt hij penselen en een paar potjes lakverf die hij zelf ‘fietslak’ noemt. In vijf jaar tijd schildert Ruurd – hij is dan de zestig al gepasseerd – de wanden vol met “de vier jaargetijden”. Dit veelkleurige kunstwerk zorgt voor Wiersma’s doorbraak bij een selecte groep liefhebbers van naïeve kunst.

De eerste wand die hij beschilderde koos hij voor een wintertafereel (eerste foto). Achter de radio laat hij het voorjaar zien. Op de derde wand is het zomer. De stralen van de zon heeft hij gebaseerd op het logo van brasso zilverpoets. Op de vierde wand laat hij beelden zien van zijn beroep, de melkvaarder. Wat hij belangrijk vond schilderde hij te groot zoals de uiers van de koeien. Daar kwam immers de melk uit. Dit fenomeen past bij naïeve kunst. Doordat hij altijd buiten werkte was hij een man van de natuur en de vogels. Dat zie je terug in zijn schilderingen.

Naast het beschilderen van de wanden en het plafond beschilderde Wiersma ‘alles wat los en vast zat’.

Ruurd Wiersma heeft in zijn leven wel een relatie gehad, maar toen deze relatie verbroken moest worden in verband met twee verschillende kerken is hij voor altijd alleen gebleven. Hij had met het instituut kerk gebroken maar niet met het geloof. Hij schilderde meerder Bijbelse taferelen zoals de zondeval in het paradijs en de kruisiging op Golgotha.

Een van zijn bekendste werken is het schilderij van de Elfstedentocht. Als je de QR-code scant hoor je Wiersma vertellen over dit schilderij. Na zijn dood heeft hij alles nagelaten aan Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Hij was daar ooit geopereerd en was zeer dankbaar voor de behandeling. Later is het museumpand met muurschilderingen de schilderijen en beschilderde voorwerpen voor het merendeel eigendom van een Stichting. Nog steeds worden schilderijen van de hand van Wiersma geschonken aan het museum, zoals is te lezen op deze site.

Tijdens de vakantie vroeg ik een aantal inwoners van die omgeving hoe zij dachten over het museum en de schilderkunst van Wiersma. Ik kreeg dan steevast de volgende reactie: ‘Ik ha der noch nea west. Sels lytse bern kinne dwaan wat er skilderet’ (Daar ben ik nog nooit geweest. Wat hij schildert kunnen kleine kinderen ook). Wiersma is overleden op 15 december 1980.

Palenrij bij Paesens-Moddergat

Op het Wad bij Paesens-Moddergat staat een halfvergane palenrij. Zie Google Maps. Deze palenrij is een geliefd object bij fotografen. Ik reed bij eb naar het Wad om er een fotoserie van te maken. Bij mooi weer is het gezellig op de Waddendijk. Mensen zitten op bankjes of in het gras te kijken, te lezen of te picknicken zoals deze dames.

De dijkschapen zijn aan mensen gewend.

Ik koos ervoor om aan de noordwestkant van de palenrij te lopen.

Van tijd tot tijd stopte ik om foto’s te maken van mooie kleinoden en minder mooie restanten door mensen…

Aan de zuidoostkant van de palenrij liggen basaltblokken. Ze worden tegengehouden door de palenrij of beter gezegd, wat daar nog van over is. Als er geen palen meer zijn om de stenen vast te houden spoelt de zee ze weg. Ook een paar doorkijkjes mogen niet ontbreken.

Dit was het verste punt waar ik besloot om terug te keren naar de Waddendijk.

Zonsondergangen

Tijdens de vakantie hadden we mooi zicht op de zonsondergang. Meerdere keren in de vakantie fotografeerde ik de zonsondergang. Er is niet één zonsondergang hetzelfde. Bij een zonsondergang moet ik altijd denken aan onze lieve moeder. Ze woonde aan het water op het platteland. Als de zonsondergang mooi was geweest dan belde ze vaak even om het te vertellen. Dat deed ze met name in de fase waarbij ze licht dementeerde. Een dagelijks gebeuren, zoals een zonsondergang en het telefonisch contact met een van haar dochters was voor haar een houvast in de periode waarop ze de grip op het leven dreigde te verliezen. Ruim 11 jaar geleden is ze overleden, maar de dierbare herinneringen koesteren we voor altijd. ❤️

Zonsondergang op 2 augustus

Zonsondergang op 6 augustus

Zonsondergang op 7 augustus

Zonsondergang op 10 augustus

Noot: een mooi ezelsbruggetje om te onthouden waar de zon opkomt en weer ondergaat is de volgende: ‘De zon komt op in het oosten en gaat weg in het westen’. Maar de zon komt komt niet het hele jaar precies op in het oosten en gaat niet precies onder in het westen. Dat verschilt namelijk per dag. Waarom dat zo is wordt mooi uitgelegd in dit filmpje van Klokhuis.

Kluten en grutto’s aan de Esumakeech

Na de fotosessie bij uitkijkpunt Ezumakeeg reed ik door naar Esumakeech. Ook daar zijn veel vogels te zien. Ik parkeerde mijn auto in de berm en fotografeerde vanuit de auto. In de verte stond een kudde koeien die naar mijn idee niet veel ruimte hadden om te grazen. Op de foto zijn op de achtergrond twee masten te zien van zeilboten die vanaf het Lauwersmeer naar het Dokkumerdiep voeren. Zie Google Maps.

In het ondiepe water foerageerden een aantal kluten en een grote groep grutto’s.

Bij de linker kluut was het zwart minder uitgesproken dan de bij de andere kluut. Ik vermoed dat het een juveniel is.

De grutto’s hadden hun kop voortdurend onder water. Ze proberen zoveel mogelijk voedsel te eten om op te vetten voor de grote trek naar het zuiden. Onderweg naar het zuiden worden grutto’s alleseters en eten ze ook rijst, besjes en schelpdieren.

Het winterkleed van een grutto is veel minder spectaculair net als het winterkleed van alle andere steltlopers. Steltlopers zijn in de winter vrijwel geheel grijs tot grijswit van kleur. Pas in het voorjaar krijgen ze hun prachtkleed of broedkleed. Deze grutto’s lieten ook niet van zich horen zoals ze dat anders in het voorjaar doen tijdens het broedseizoen.

Er kwam mogelijk een roofvogel over waardoor deze groep kluten, grutto’s en kemphanen op de vleugels ging.

Na deze consternatie moest ik even geduld hebben voor dat ze weer neerstreken in de buurt van de camera. Deze grutto betrapte ik op het binnenhalen van een hapje.