De grote keizerlibel

Op een prachtige middag gingen mijn fotomaatje en ik naar de kijkhut bij de Leijen. Al bij het begin van het pad verklapten de geparkeerde fietsen en auto’s dat we het gezelschap van andere natuurliefhebbers konden verwachten.

Die middag waren de omstandigheden ideaal: nauwelijks wind, een stralende zon en prachtige wolkenluchten. De andere fotografen vertelden dat de ijsvogel zich vlak voor onze komst uitgebreid had laten zien. Wij hoopten natuurlijk dat hij nog een keer terug zou komen.

Verwachtingsvol tuurden we over het water. Een ijsvogel stond hoog op ons verlanglijstje, maar een zeearend of visarend was ook welkom. Terwijl we geduldig wachtten, vertelden de andere fotografen ons enthousiast over hun waarnemingen in de diverse kijkhutten.

Opeens werd de stilte ruw verstoord door het gebrom van vliegtuigen. We bleken midden in een oefening van Falcon Leap te zitten. Deze internationale luchtlandingsoperatie vindt van 8 tot en met 20 september plaats in Nederland, voornamelijk vanaf vliegbasis Eindhoven. Militairen uit twaalf landen trainen er samen het droppen van ladingen, materieel en parachutisten, met als doel de internationale samenwerking en inzetbaarheid te versterken.

Na lang wachten, zonder dat de ijsvogel zich liet zien, besloten we onze weg te vervolgen. Terwijl we over de vlonder terugliepen, verscheen er plots een mannetje grote keizerlibel. Dit is een van de grootste en meest indrukwekkende libellen van Nederland en België. Het zijn actieve zichtjagers die vliegend achter insecten aan gaan. Mannetjes patrouilleren fel boven sloten, vijvers en plassen en jagen indringers hardhandig weg. Geen soort die zich snel rustig laat bewonderen, laat staan fotograferen. Maar dit keer hadden we geluk. Eerst kon ik alleen van een afstand een foto maken, maar toen de libel wonder boven wonder bleef hangen, lukte het om steeds dichterbij te komen.

Vanaf de kijkhut bij de Leijen reden we naar de kijkhut in de Jan Durkspolder, maar daarover later meer.

Koeien tussen het riet en een kleine plevier

Tijdens onze vakantie nabij Dokkum ben ik ook een aantal keren naar Ezumakeeg gereden. Ezumakeeg is een uitgestrekt slik- en moerasgebied in het westen van het Lauwersmeergebied. Het gebied ligt op een voormalige zeebodem en staat bekend als een paradijs voor vogelaars, vooral tijdens de voor- en najaarstrek wanneer veel verschillende vogelsoorten samenkomen.

Wat meteen opviel was de lage waterstand – waarschijnlijk het gevolg van de droge zomer. Toen ik hier vorig jaar begin augustus stond, zag het er heel anders uit. Op foto 2, die ik toen maakte, reikte het water nog tot aan het prikkeldraad. Zie dit bericht.

Aan de horizon, bij de rode pijl, zie je de uitkijktoren de Reiddomp. Een paar dagen eerder was ik daar nog naar boven geklommen. Ik schreef daarover in dit bericht.

Toen ik daar stond te genieten van het weidse uitzicht, hoorde ik plotseling wat geritsel in het riet. Even later kwamen er twee koeien tevoorschijn, terwijl de rest van de kudde verscholen bleef. Tot mijn verbazing begonnen ze rustig van het riet te eten – ik wist niet dat koeien daar ook van hielden.

Ik besloot ook nog even naar het uitkijkpunt te gaan. Het was er, zoals meestal, gezellig druk. Vanuit alle windstreken komen mensen hier om vogels te spotten. En vogels waren er genoeg! Bijzondere én minder bijzondere waarnemingen werden enthousiast met elkaar gedeeld. Zelf koos ik er eentje uit om vast te leggen: een vliegende grutto.

Iets verder naar het westen stond een fotograaf aandachtig over een deel van het gebied te turen. Al snel trok zijn houding de nieuwsgierigheid van anderen, en één voor één kwamen er meer mensen naast hem staan. Daar foerageerden de vogels wat dichterbij, zoals kemphanen en kieviten.

Er scharrelde daar ook een kleine plevier. Ik vind pleviertjes altijd bijzonder schattige vogeltjes. Deze kleine plevier kwam steeds dichterbij en leek zich helemaal niets aan te trekken van het publiek.

‘De kliffen fan Wierum’ en een jonge scholekster

Door de man bij de voormalige steenfabriek kreeg ik de tip om eens naar ‘De kliffen fan Wierum’ te gaan. Hoewel ik al vaker op het Wad bij Wierum ben geweest, was ik nog niet op dit punt geweest. Volgens hem kon ik het beste mijn auto parkeren op de bietenplaats aan de Wierumerwei. Vanaf daar is het simpel de Zeedijk oversteken en je staat direct bij de kliffen. Zie Google Maps.

Vanaf de Zeedijk genoot ik eerst van het prachtige uitzicht. Buiten de dijk liggen rijsdammen: lange dammen van palen en rijshout die de stroming van het water afremmen. Daardoor kan slib bezinken en ontstaan er natuurlijke kwelders. Deze kwelders werken als een soort groene golfbrekers en beschermen de kust tegen de voortdurende kracht van de zee.

Vanaf de Zeedijk wandelde ik het Wad op. Vanuit een laag standpunt maakte ik foto’s van de kliffen. Strikt genomen gaat het niet om echte kliffen, maar om steile kwelderranden die door de kracht van de zee zijn uitgesleten. Het water heeft hier stukken van de kwelder afgekalfd, waardoor scherpe randen zijn ontstaan die sterk aan kliffen doen denken. Dit deel van het landschap oogt bijna buitenlands.

Op het Wad stond een drietal scholeksters bij elkaar, druk doende en luidruchtig. Misschien probeerden ze zo mijn aandacht af te leiden van het jong dat onverschrokken rondliep. Tot mijn verbazing trof ik eind juli nog een jonge scholekster aan. Hoe de gezinssamenstelling precies zat, bleef voor mij onduidelijk, maar het lukte de volwassenen in elk geval om het kleintje richting de beschutting van de zeealsem te leiden. Even later nam een van de oudervogels plaats op een paaltje, vanwaar hij alles nauwlettend in de gaten hield.

Tot slot richtte ik mijn camera op het Wad, waar een groep foeragerende tureluurs zich ophield bij een rijsdam. Aan de horizon tekenden zich duidelijk de rode Noordertoren en de witte Zuidertoren van Schiermonnikoog af, karakteristieke bakens die het eiland zo uniek maken. Naast de vuurtorens kwam ook de veelbesproken boortoren op de Waddenzee goed in beeld: een markant en controversieel bouwwerk dat het spanningsveld tussen natuur en industrie benadrukt…

Oude electriciteitspalen en een bloemrijke akkerrand

Tijdens een rit door het noorden van Fryslân viel mijn oog op een smal weggetje. Uit nieuwsgierigheid besloot ik het in te slaan. Ik vond een parkeerplek achter een heg. Met mijn camera bij de hand wandelde ik over het landweggetje.

Wat als eerste mijn aandacht trok, waren de ouderwetse elektriciteitspalen met porseleinen isolatoren. Terwijl ik daar stond te fotograferen, kwam de eigenaar van het etablissement naar me toe. Hij runt daar het restaurantje Countrygarden (zie ook de website van Visit Wadden).

Omdat hij op dat moment geen gasten verwachtte, was hij benieuwd wat ik daar precies deed. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten is de sociale controle op het platteland nog altijd springlevend. 😉

De man vertelde dat de draden regelmatig vol zitten met zwaluwen. Juist om die reden worden dit soort masten tegenwoordig weer teruggeplaatst in het landschap. Ze hebben geen functie meer in de elektriciteitsvoorziening, maar dienen als rustplek voor vogels, je kunt ze gerust beschouwen als een stukje cultureel erfgoed.

Ik vervolgde mijn weg. Een eindje verderop trof ik een bloemrijke akkerrand. Deze akkerranden zijn ingezaaid met mengsels van inheemse bloemen en kruiden zoals klaproos, wilde cichorei en zonnebloem. Deze akkerranden worden steeds vaker toegepast door boeren in provincies als Friesland, Groningen en Drenthe om de biodiversiteit te bevorderen, natuurlijke plaagbestrijding te stimuleren en het landschap mooier en aantrekkelijker te maken.

Bloemrijke akkerranden hebben veel voordelen, maar er kleven ook risico’s aan. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze een zogenaamde ecologische val vormen voor insecten. Dit gebeurt met name wanneer de aangrenzende akkers intensief worden behandeld met bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden en herbiciden. Insecten worden aangetrokken door de bloemen en nectar in de akkerrand, maar komen vervolgens in contact met giftige stoffen. Dit kan ertoe leiden dat ze ziek worden, sterven of zich niet meer kunnen voortplanten.

Deskundigen adviseren daarom om bloemrijke akkerranden vooral aan te leggen naast biologisch beheerde akkers of extensief gebruikte graslanden. Alleen op plekken waar geen chemische middelen worden gebruikt, zijn deze randen écht veilig en waardevol voor insecten en de biodiversiteit.

De steenfabriek van Oostrum

Tijdens de vakantie in het noorden van Fryslân hoorde ik verhalen over de leegstaande steenfabriek in Oostrum en de belangrijke rol die deze fabriek ooit in de regio speelde. Dat maakte me nieuwsgierig, dus besloot ik er een kijkje te nemen.

Al van ver zie je de schoorsteen boven het landschap uitsteken – een herkenningspunt dat nog altijd de geschiedenis van dit gebied markeert. Ik parkeerde de auto op de brede oprit, naast een oude machine die herinnert aan het industriële verleden. De vlaggen die op het erf wapperen maken meteen duidelijk: dit is erfgoed, een plek met betekenis.

Het terrein was volledig afgesloten en een bordje bij het hek maakte duidelijk dat het daar ophield. Toch ontdekte ik een paar plekken waar de spijlen wat verder uit elkaar waren gebogen. Dat gaf precies genoeg ruimte om mijn objectief ertussen te steken en foto’s te maken. Langs het hek liep het fietspad Jaachpaad, waardoor ik zonder op verboden terrein te komen rustig kon wandelen en fotograferen.

De steenfabriek in Oostrum is een historische machinale steenbakkerij in Friesland, gesticht rond 1872 door Jan Helder. Bijna honderd jaar lang werden hier bakstenen gemaakt, totdat de productie in 1968 stopte in het kader van een nationale sanering van de baksteenindustrie.

De steenoven werkte volgens het principe waarbij de warmte van reeds gebakken stenen werd benut om de nog ongebakken stenen te verhitten. Dit continue proces leidde tot een cirkelvormige constructie: de zogenaamde ringoven.

In deze ringoven produceerde de fabriek rode metselstenen, gemaakt van klei uit de directe omgeving, onder meer afkomstig uit het oude dijklichaam naast de fabriek. In de jaren dertig kwam echter de gele baksteen in de mode – een trend die destijds ook wel ‘geelkoorts’ werd genoemd. Daarvoor moest klei van elders worden aangevoerd, maar dit experiment bleek uiteindelijk geen groot succes.

De fotosessie bracht me enigszins in de wereld van urban fotografie: vervallen muren, roestige machines en de schoorsteen vormden samen een rauwe, mysterieuze sfeer die ik probeerde vast te leggen.

En over beveiliging gesproken… toen ik terugkwam bij de auto stopte er een auto naast mij. De bestuurder reed toevallig langs en vroeg zich af waarom mijn auto daar stond en wat ik aan het doen was. Toen we in gesprek raakten, was hij al snel gerustgesteld. In het verleden hadden ze hier wel eens personen gehad met minder goede bedoelingen bij het leegstaande pand. Overal hangen daarom bewakingscamera’s, die de man thuis kan bekijken. Uiteindelijk werd het een gezellig gesprek, en hij gaf me nog meer tips over hotspots in de omgeving die zich goed lenen voor fotografie.

Aan het einde van de middag reed ik over de Wâlddyk terug naar de camping. Onderweg stopte ik nog even om vanaf de zuidkant een foto van de fabriek te maken. Enkele weken later kreeg ik een buitenkansje: dit keer voer ik mee op een boot en kwamen we langs de fabriek. Zo kon ik vanaf het water foto’s nemen van de vergankelijkheid van de fabriek en de aangemeerde schepen.

Op de website van steenfabriek Oostrum is een bijzonder filmpje uit 1927 te zien. Daarin worden de arbeiders aan het werk vastgelegd, mannen die het zware werk verrichten. Het korte fragment geeft een uniek inkijkje in het dagelijks leven van de fabriek en laat zien hoe intensief en ambachtelijk het productieproces destijds was.

Op dezelfde website is ook een dronefilmpje te zien, waarin de steenfabriek en haar markante schoorsteen prachtig in beeld komen. Het complex wordt wel een parel in het noorden van Fryslân genoemd. Na een halve eeuw van verval ziet de heer Smeeing kansen om de fabriek nieuw leven in te blazen en belangrijke onderdelen in hun oude glorie te herstellen. Zo blijft dit bijzondere stukje industrieel erfgoed niet alleen een herinnering aan het verleden, maar krijgt het misschien ook weer een toekomst.

Uitkijktoren De Reiddomp

Na de Vogelroute liepen we vanaf de parkeerplaats bij de Rijsdammen in de tegenovergestelde richting: op weg naar het uitzichtpunt. Onze gids vertelde enthousiast over de nieuwe uitkijktoren. Ik moest hem meteen bekennen dat de kans klein was dat ik naar boven zou gaan, mijn hoogtevrees is namelijk nogal extreem.

Uitkijktoren De Reiddomp (Fries voor roerdomp) is een 25 meter hoge houten en cortenstalen uitkijktoren aan de rand van het Diepsterbos, in de zuidwesthoek van Nationaal Park Lauwersmeer bij Kollumerpomp in Friesland. De toren is in oktober 2022 geopend en geldt als één van de nieuwste uitkijktorens van Nederland. Het ontwerp bestaat uit twee gekoppelde torens: het groene deel staat in het bos, terwijl het bruine deel gericht is op het Lauwersmeer. Hierdoor heb je vanuit de toren een uniek uitzicht: je kijkt zowel tussen de boomtoppen als over de ruige rietvelden, het Lauwersmeer, en op heldere dagen zelfs tot Schiermonnikoog.

Onderaan de immense uitkijktoren keek ik naar boven en zei nogmaals dat ik het best een uitdaging vond. De gids stelde me gerust: ik hoefde geen druk te voelen. We zouden per etage bekijken hoe het ging, en als ik niet verder durfde, konden we altijd weer terug.

Het fijne aan deze trap was dat de gaatjes in de treden klein waren, waardoor je niet naar beneden kon kijken. Daarnaast was er een hoge, stevige leuning die je automatisch uitnodigde om de blik naar boven te richten. Op elke etage was er een mogelijkheid om even te pauzeren en te genieten van prachtige vergezichten.

En het is gelukt: ik heb het hoogste punt bereikt! Terwijl ik daar stond, voelde ik de spanning van de klim langzaam wegzakken en maakte die plaats voor een enorme opluchting en trots. Voor iemand met hoogtevrees voelde dit als een persoonlijke overwinning. Ik straalde en de gids straalde met me mee. Hij legde dit bijzondere moment vast met mijn camera, zodat ik altijd kan terugkijken op deze mijlpaal.

De grauwe klauwier en een bruine kiekendief

Vandaag wandelen we verder door het natuurgebied tussen Dokkumer Nieuwe Zijlen en Zoutkamp. De vorige keer had ik nog niet laten zien waar we onze auto hadden geparkeerd, dus dat maak ik nu goed: dat was bij De Rijsdammen (zie Google Maps).

Vanaf de bosrand hadden we een prachtig, weids uitzicht. Op de foto’s lijkt het misschien alsof het weer wat tegenviel, de lucht werkte inderdaad niet echt mee, maar in werkelijkheid was het verrassend warm en aangenaam wandelweer.

Plotseling landde er een vogel bovenop een struik: het bleek een vrouwtje grauwe klauwier! Ik was verrukt om dit bijzondere soort hier aan te treffen. Even later liet ook het mannetje zich zien. Tot mijn grote plezier verscheen er zelfs een jong, dat zich eveneens liet fotograferen. Dat jong is te zien op de vijfde foto. Als ik alleen was geweest, had ik zeker meer tijd genomen om de grauwe klauwier uitgebreid te fotograferen. Nu vond ik dat toch wat lastiger. Dat lag overigens niet aan de gids hoor, want die was geduldig genoeg.

We liepen verder en verwonderden ons over de veerkracht van bomen. Een omgevallen, op het oog dode boom bleek namelijk nog volop leven te bevatten: overal waren nieuwe uitlopers verschenen.

Op het volgende moment vloog er een bruine kiekendief langs de bosrand. Ik had geluk dat hij precies op ooghoogte voorbij kwam, want hoog in de lucht heb je al snel last van tegenlicht. Op de eerste foto is zelfs te zien dat de kiekendief een poepje laat vallen.

Voor mij was deze wandeling nu al meer dan geslaagd. Na de bijzondere waarnemingen en het avontuur met de Schotse hooglander keerden we terug naar de parkeerplaats. Vanaf daar vervolgden we onze tocht in tegenovergestelde richting, maar daarover later meer.

Het avontuur met de Schotse hooglander

Tijdens ons verblijf op de camping aan de Dokkumer Ee kreeg ik een tip over een prachtige wandeling in de buurt van Dokkumer Nieuwe Zijlen. Het zou een natuurgebied zijn waar je Schotse hooglanders en reeën kunt tegenkomen. Klinkt geweldig, dacht ik, maar toen de man erbij vertelde dat je er echt diep de natuur in moest, begon ik toch even te twijfelen. Zou ik dat als vrouw wel alleen doen?

Lang verhaal kort: hij stelde voor om mee te gaan als gids én als oppas. En zo liepen we de volgende dag samen door het gebied. Ik met mijn camera in de hand, hij voor mij uit met mijn fototas op wieltjes. Ik had het weer prima voor elkaar. 😉

We passeerden het hek met de waarschuwingsborden en wandelden al pratend verder. Onderweg deed ik nog een aantal bijzondere waarnemingen, maar daar vertel ik de volgende keer meer over.

De kudde Schotse hooglanders met hun jongen, die even daarvoor nog onder de boom hadden gestaan, was inmiddels honderden meters verderop gewandeld. Voor ons bleek diezelfde boom een goed plekje om de meegebrachte koffie en lunch tevoorschijn te halen. Op de laatste foto zie je de kudde nog net in de verte voorbijtrekken. Ondertussen tuurde mijn gids door de verrekijker, op zoek naar reeën, maar zonder succes. De boom waar wij zaten, bleek overigens duidelijk favoriet als schuurpaal van de hooglanders.

En toen, net toen we dachten dat we geen reeën zouden zien, ontdekten we rechts van de hooglanders ineens een sprong reeën.

Plotseling klonk het dreigende loeien van een hooglander, dat ver over de vlakte droeg. Een afgedwaalde Schotse hooglander kwam onze kant op. Het tafereel oogde allesbehalve geruststellend. Op advies van mijn gids trokken we ons nog verder terug en zochten beschutting achter een boom. Mocht de hooglander tóch dichterbij komen, dan hadden we zelfs de optie gehad om in de boom te klimmen. Voor hem was het vooral een leuk avontuur, maar bij mij sloeg het hart intussen in mijn keel.

Vanachter de boom hielden we hem goed in de gaten en bespraken fluisterend de beste opties. Met de telelens maakte ik de onderstaande foto.

Na geduldig wachten trok de hooglander zich uiteindelijk terug. Door een droge sloot, liepen we buiten zijn zicht, zo snel mogelijk richting de beschutting van het bos. Opluchting overviel me toen we eindelijk het hekje weer passeerden en het leefgebied van de Schotse hooglanders achter ons konden laten.

Misschien was mijn angst achteraf gezien wat overdreven en kwam hij simpelweg uit nieuwsgierigheid onze kant op. Toch blijft het oppassen, want er gebeuren wel eens incidenten met Schotse hooglanders, zoals ook in dit bericht wordt beschreven.

Weerspiegelingen

Tijdens de eerste periode van onze vakantie hadden we te maken met somber weer. De lucht was vaak donker en dreigend, en af en toe viel er wat regen. De wind liet zich flink gelden, wat het buiten zijn soms minder aangenaam maakte. Maar op een avond hadden we geluk: de bewolking brak open en de wind ging liggen. Het werd stil. We genoten volop van de rust aan de waterkant, een moment van het grote genieten na dagen van tegenvallend weer.

Ik zat in een bootje van de campingeigenaren, aangemeerd aan de wal. Om me heen was het stil, het water spiegelglad. Ik speelde met de weerspiegelingen van de lucht, de bomen en af en toe een voorbijglijdende wolk. De grote boten lagen stil; de bruggen waren inmiddels gesloten, waardoor de vaarroute was afgesloten. Af en toe gleed er nog een kleiner bootje voorbij, zacht kabbelend door het water.

We konden eindelijk weer eens de ondergaande zon bewonderen én vastleggen. Zo’n moment vraagt er gewoon om gefotografeerd te worden en dat dachten meer mensen. Overal om me heen zag ik mobieltjes in de lucht, klaar om het perfecte plaatje te schieten. Met mijn spiegelreflexcamera voelde ik me bijna een zeldzame verschijning. Voor mij blijft het de mooiste manier om écht te spelen met licht, kleur en compositie.

Even later kwam dezelfde sloep weer terugvaren. De golfslag die het bootje achterliet, mengde zich met het warme rood van de ondergaande zon en vormde een bijzonder spel van licht en lijnen op het wateroppervlak. Een klein moment van magie.

Kemphanen en hazen

Aan het einde van de middag reed ik over de Wouddijk, richting Dokkum. In een weiland langs de weg viel mijn oog op een groep vogels. Ik zette de auto in de berm en pakte mijn camera met telelens erbij. Toen ik door de zoeker keek, herkende ik ze meteen: het waren kemphanen. Er stonden in totaal vijf exemplaren, elk met een eigen karakteristiek verenkleed.

De kemphaan zit het liefst in open gebieden met zoet, ondiep water en in kort grasland. Hier pikken ze insecten op die ze op het oog vinden. Kemphanen trekken vaak op met kieviten en spreeuwen. De meeste kans maak je in de polders in Fryslân en Noord-Holland.

De kemphaan is een van de vroegste najaarstrekkers. De piek van de doortrek is in juli. De kemphaan is daarmee een van de eerste steltlopers die wegtrekt. Al in augustus is het gros door naar Afrika. Kleine aantallen blijven in Nederland hangen en zijn ook in de winter te zien.

Van juli tot september verloopt de rui, waarbij mannetjes hun kleuren en eventueel hun kragen langzaam kwijtraken en er verfomfaaid kunnen uitzien. Tegen de herfst zijn alle kemphanen egaal en bescheiden gekleurd, zowel mannetjes als vrouwtjes.

Na de fotosessie bij de kemphanen vervolgde ik mijn weg naar de camping. Vlakbij de camping, in een weiland, zag ik opnieuw beweging. Een groepje hazen was daar aan het stoeien met elkaar.

Even verderop, in een aangrenzend weiland, ontdekte ik een moederhaas met haar jong. Ze lagen rustig in het gras, niet ver van het weggetje. Zonder ze te verstoren kon ik er op mijn gemak foto’s van maken.