Puttertjes in de voortuin

Vandaag stond er na lange tijd weer een fotokuier met fotomaatje Jan op het programma. We hadden mooie plannen en Jan zou onze kant uitkomen. Door de dichte mist dreigden die plannen echter bijna in het water te vallen. Met enige vertraging stapte Jan toch in de auto en zaten we even later met z’n drieën aan de koffie, met uitzicht op de voortuin.

Tot onze verrassing landden daar ineens zes puttertjes in de toverhazelaar. Mijn camera met telelens lag binnen handbereik en ik kon er snel enkele foto’s van maken voordat ze verder vlogen. Het weer werkte jammer genoeg niet echt mee, maar ze krijgen toch een plekje op mijn weblog.

Na de koffie reden we naar het rietland. Daar was het gezellig druk waarbij het gezelschap net aan de lunch ging.

We hoopten dat de mist zou optrekken, zodat we een fotoserie en filmpjes met de camera’s en met de drone konden maken. Het liep uiteindelijk anders dan we gehoopt hadden, maar daarover later meer. Misschien laat Jan daar eerst al iets van zien en volg ik daarna.

Appelvink op de besneeuwde voedertafel

Op vrijdag 30 januari hadden we een prachtige winterse dag met een besneeuwd landschap. Ik besloot op die dag de tuinvogeltelling te gaan doen. Wellicht dat het door de sneeuw kwam, maar er kwamen heel veel vogels langs op onze voedertafel in de voortuin. Ik schreef daarover in dit bericht en in dit bericht.

Eén gast vond ik wel heel bijzonder en dat was de appelvink en die krijgt dan ook een apart plekje op mijn weblog.

De appelvink liet een tolerant gedrag zien tegenover andere vogels. Op de onderstaande foto is bovendien goed te zien hoeveel groter hij is dan een gewone vink. Het verschil in formaat maakt duidelijk waarom de appelvink zo’n imposante verschijning is op de voedertafel.

De snavel van een appelvink kan een indrukwekkende kracht uitoefenen: metingen laten zien dat hij tot zo’n 50 kilogram drukkracht kan genereren. Daarmee kraakt hij moeiteloos harde kersenpitten en beukennootjes, voedsel dat voor de meeste andere zangvogels simpelweg onbereikbaar is.

Die kracht dankt de appelvink aan zijn bijzondere snavel. De snavel is kegelvormig, kort en breed aan de basis, waardoor de kracht efficiënt naar de punt wordt geleid. Dat maakt het mogelijk om pitten precies op hun zwakste plek te klemmen en te breken.

Ook de kaakspieren spelen een grote rol. De belangrijkste kaakspier is bij de appelvink uitzonderlijk groot en werkt bijna als een hydraulische pers: de korte, dikke spiervezels zijn perfect voor maximale kracht. Daarnaast is de schedel opvallend robuust. De botstructuur rond de snavelbasis is verdikt en verstevigd, zodat de enorme druk geen schade veroorzaakt. Het is alsof de vogel een ingebouwde helm draagt die alle krachten opvangt.

Weerbeeld 4 februari: code rood vanwege ijzel

Sinds vannacht tot in de loop van de middag geldt in het noorden code rood vanwege ijzel. IJzel is de lastigste vorm van gladheid om te bestrijden. Doordat de regen onderkoeld is ( met een temperatuur onder nul) bevriest die direct bij het raken van de grond, wegen en andere objecten. Daardoor ontstaat vrijwel meteen een dunne maar verraderlijke ijslaag.

Toen het gisteravond werd aangekondigd ben ik mijn archief ingedoken. Op 6 januari 2016 hadden we ook ijzel. Onze zoon schaatste toen op onze oprit en op straat. Ik schreef daarover in dit bericht. Om veilig over straat te kunnen had ik sokken over mijn wandelschoenen gedaan.

Een spreeuw en een gaai op de besneeuwde voedertafel

Op vrijdag 30 januari lag er een mooi laagje sneeuw. Toevallig was dat ook de dag waarop ik meedeed aan de vogeltelling en een fotoserie maakte van de verschillende tuinvogels. Het was opvallend druk in de tuin; er lieten zich veel vogels zien. De sneeuw zal daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld.

Die dag deden ook een aantal spreeuwen onze voedertafel aan. In het zonlicht kwamen hun iriserende kleuren prachtig naar voren. Spreeuwen leven in groepen, wat waarschijnlijk de reden is dat ze andere vogels in hun nabijheid tolereren. Dat was ook mooi te zien op de voedertafel, waar ze gebroederlijk naast andere vogels zaten.

Dat kun je niet zeggen van de gaai, die bepaald niet sociaal te noemen is. Na zijn landing stoven de andere vogels alle kanten op. Dat is op zich niet ongebruikelijk, want bij iedere nieuwe gast vliegen de eerdere bezoekers meestal op, het lijkt wel het first in, first out-principe. Maar ook nadat de rust was teruggekeerd, duldde de gaai geen enkele andere vogel op de voederplank.

Hoe noemen jullie deze vogel eigenlijk: Vlaamse gaai of gewoon gaai? Zelf gebruik ik pas sinds enkele jaren de officiële naam gaai, al moet ik daar nog steeds een beetje aan wennen.

Al in 1999 besloot de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) dat de officiële naam van Garrulus glandarius voortaan gaai zou zijn. De reden daarvoor is dat deze vogel in een groot deel van Europa voorkomt; de toevoeging “Vlaamse” suggereert ten onrechte dat het om een regionale soort gaat. Op de website van Roots is onder meer te lezen hoe die toevoeging “Vlaams” ooit is ontstaan.

De vogel liet zich van alle kanten vastleggen. Het was me niet eerder opgevallen dat de gaai, naast zijn prachtige kleuren, ook nog een grappig toupetje heeft.