Lepelaars in de Jan Durkspolder

Op mijn weblog neem ik jullie vandaag mee van de kijkhut in polder Breebaart naar die in de Jan Durkspolder. In polder Breebaart had ik het geluk een lachstern te spotten, dat was een bijzondere waarneming. In de Jan Durkspolder troffen Jan en ik een grote groep reuzensterns, ook dat was mooi om mee te maken. Ik schreef erover in dit bericht.

Vanuit de kijkhut genoten we van het rustgevende uitzicht over de plas. In de verte stond een grote groep ganzen en lepelaars in het water.

Aan de westkant van de hut foerageerde een lepelaar. Het dier bewoog zich met zulke snelheid door het ondiepe water dat het bijna op dansen leek. Misschien moest deze, misschien jonge, lepelaar het vangen van visjes nog onder de knie krijgen.

Plotseling ging de grote groep ganzen en lepelaars massaal de lucht in. Wat de oorzaak was, bleef onduidelijk. Een deel van de groep streek neer op een rustiger plek, een stuk verderop. Tot onze verrassing landde een groepje lepelaars bij de reuzensterns, dichterbij de hut. Een gelukje, want zo kregen we ze beter in beeld.

Een vrouwtje wintertaling trok zich van al die drukte niets aan en volgde haar eigen koers.

Lachstern en nog meer in polder Breebaart

Vanaf de kijkwand bij de zeehonden maakte ik een foto van de kijkhut in polder Breebaart. Een bezoek aan deze hut stond sowieso al op mijn planning. Na mijn fotosessie bij de zeehonden en de bunkers van Batterij Fiemel reed ik daarom door naar de kijkhut.

De prachtig aangelegde kijkhut bereik je via een lange gang. Een paar dames wezen me op de distelvinken die aan de buitenkant van de doorgang aan het foerageren waren. Aan die zijde ontbreken helaas de kijkgaten. Door te mikken via een wat bredere spleet lukte het me toch om er een redelijke foto van te maken.

In de kijkhut was het gezellig, maar zeker niet te druk. De andere vogelaars en fotografen waren bereid hun waarnemingen te delen en gaven zelfs hun plaatsje bij een kijkgat af. Dat maak ik weleens anders mee.

Een van de vogelaars liet me zien waar de zwarte ruiter in winterkleed liep. In zomerkleed is hij vrijwel helemaal zwart, maar in de winter lijkt hij enigszins op een tureluur, al herken je hem aan zijn langere snavel en slankere postuur. De Dollard is een belangrijke pleisterplaats voor deze soort.

Ook foerageerde er een groenpootruiter. Die is eigenlijk niet te missen met zijn felgroene poten, net zo groen als het zeekraal waartussen hij zijn kostje bij elkaar scharrelde.

We hadden geluk met de aanwezigheid van de zon. Daardoor kwamen de iriserende kleuren van de kievit en de spreeuw prachtig naar voren. Een juveniele spreeuw heeft nog wat tijd nodig voordat hij volledig op kleur is.

Op een bepaald moment ging er een grote groep vogels op de vleugels. De oorzaak werd al snel duidelijk, deze keer was het geen roofvogel, maar de boer kwam op zijn quad een kijkje nemen bij de koeien.

Dat kwam mooi uit, want de lepelaars, die even daarvoor waren opgevlogen, streken neer vlak voor de kijkhut. Ze begonnen uitgebreid hun verenkleed te poetsen en hielpen elkaar daarbij. Dat gedrag had ik niet eerder gezien.

Andere vogelaars wezen me op de aanwezigheid van een lachstern. In Nederland is de lachstern zeldzaam. Het is vooral een doortrekker, met slechts sporadisch een broedgeval. Op de Rode Lijst staat hij vermeld als verdwenen broedvogel. Deze stern heeft een forse lichaamsbouw. Deze stern wordt zo genoemd vanwege zijn kenmerkende roep. Die klinkt als krwik of ka-WÉk en doet denken aan een lach.

De bunkers van Batterij Fiemel

Na mijn fotosessie van de zeehonden bij de kijkwand in Termunten wandelde ik door naar de nabijgelegen bunkers van Batterij Fiemel.

Deze batterij maakte onderdeel uit van de Atlantikwall, de meer dan 5.000 kilometer lange verdedigingslinie die de Duitsers langs de West-Europese kust aanlegden om een geallieerde invasie vanaf zee te voorkomen. Het complex bij Fiemel bestond ooit uit zo’n veertig bouwwerken, waaronder bunkers, munitieopslagplaatsen en geschutstellingen.

Tijdens de bevrijding van Groningen in april 1945 werd hier hevig gevochten. Vanuit Batterij Fiemel boden de Duitse troepen hardnekkig verzet tegen de oprukkende geallieerden, waardoor deze stelling een belangrijke rol speelde in de gevechten in de regio.

Ik maakte eerst een rondgang om de gesloten bunker. Gesloten voor mensen, maar niet voor vleermuizen: via een smalle spleet in de deur kunnen ze vrij in- en uitvliegen. Op een informatiebord, met prachtige foto’s van verschillende soorten vleermuizen, werd uitgelegd hoe de dieren hier leven en overwinteren. Even verderop stond een paal met een kastje, waarin een opgezette vleermuis te zien was, bedoeld om bezoekers een beeld te geven van deze nachtelijke bewoners.

De bunkers blijken niet alleen een toevluchtsoord voor vleermuizen te zijn, maar ook het domein van boerenzwaluwen. Op deze foto heb ik toevallig een zwaluw vastgelegd die net naar buiten vliegt. Zien jullie hem ook? Het is mooi om te lezen hoe deze oude oorlogsresten nu een veilig thuis bieden aan zoveel dieren.

Daarna wandelde ik door naar de andere bunker. Bovenop deze bunker staat een replica van het luchtafweergeschut dat hier tijdens de oorlog heeft gestaan. De deur naar het dak was helaas gesloten; toegang is alleen mogelijk tijdens de openingstijden van het nabijgelegen bezoekerscentrum Dollard. Begrijpelijk natuurlijk – het beheer gebeurt door vrijwilligers – maar toch jammer dat het op deze dag in de schoolvakantie niet toegankelijk was.

In deze bunker wordt het verhaal verteld van Marine Flak Batterie Fiemel, in de volksmond beter bekend als Batterij Fiemel.  De derde foto is van de site van Het Groninger Landschap.

Tegen het plafond van de bunker hangen nesten van boerenzwaluwen. Ondanks het weinige licht lukte het om er toch een paar aardige foto’s van te maken. Ik had geluk: precies op dat moment waagde een jong zijn eerste vlucht. De sluitertijd was eigenlijk te lang om de beweging scherp vast te leggen, maar in dit geval gaat het niet om de perfecte foto, maar om het bijzondere moment.

Zeehonden bij Punt van Reide

Tijdens onze vakantie vlakbij Dokkum maakte ik een uitstapje naar Punt van Reide. Dit bijzondere schiereiland ligt helemaal aan het einde van de provincie Groningen, in het uiterste oosten bij de Dollard. Met zijn buitendijkse landtong van zo’n 23 hectare is het een uniek natuurgebied waar de elementen vrij spel hebben. Een prachtige plek om de stilte te ervaren, vogels te spotten en de weidsheid van het landschap op je in te laten werken. Zie Google Maps.

Vanaf de parkeerplaats volgde ik de noordelijke wandelroute richting de kijkwand. Onderweg liep ik de dijk op, waar zich een prachtig panorama voor me ontvouwde: de uitgestrekte Dollard, met in de verte Delfzijl en aan de overkant, Duitsland.

Ik wandelde verder richting de kijkwand. Van een afstandje zag ik al dat het er behoorlijk druk was, niet zo vreemd natuurlijk in de schoolvakantie. De zomermaanden juni, juli en augustus zijn bovendien de beste periode om veel zeehonden te spotten. Voor mijn bezoek had ik me verdiept in de getijdentabel, want het meest geschikte moment om zeehonden te zien is ongeveer anderhalf uur voor hoogwater.

De kijkwand heeft genoeg kijkgaten, waardoor ik al snel een mooi plekje vond. Eerst maakte ik een paar overzichtsfoto’s van de twee strandjes waar de zeehonden lagen te rusten. Hun pleisterplaats wordt bovendien goed in de gaten gehouden met camera’s.

Dit gebied staat bekend als de kraamkamer van de Waddenzee. Zeehondenmoeders zwemmen hierheen om hun pups ter wereld te brengen op de zandbanken vlak bij de kust. Bij hoogwater verzamelen moeders en jongen zich vaak met tientallen, soms zelfs honderden tegelijk aan de oever. Daar rusten ze, voeden ze zich en liggen ze heerlijk te zonnebaden, terwijl bezoekers ze ongestoord kunnen observeren vanachter de kijkwand.

Zo nu en dan gleed een zeehond het water in en schoot als een speer vooruit, om vervolgens weer rustig boven te komen en de omgeving nieuwsgierig in zich op te nemen.

Tot slot maakte ik nog enkele close-ups van die o zo schattige kopjes. Maar vergis je niet: achter dat lieve uiterlijk gaan echte rovers schuil.

Vanaf de kijkwand volgde ik het zuidelijke pad terug naar de auto. Onderweg maakte ik nog een rondgang langs de bunkers van Batterij Fiemel, maar daarover later meer.

Reuzensterns in de Jan Durkspolder

Vanaf de kijkhut bij de Leijen reden we door naar de hut in de Jan Durkspolder. In de eerste hut hadden we gehoord dat zich vlak voor de hut in de Jan Durkspolder een groep reuzensterns ophield. Dat wilden we natuurlijk graag met eigen ogen zien.

Vanuit de hut zoomden we in op de reuzensterns die op het drooggevallen eilandje stonden. Er viel niet veel activiteit te bespeuren; verder dan wat gekrijs kwamen ze niet. Ik had nog niet eerder bewust reuzensterns gezien, dus dit was voor mij een bijzondere en mooie waarneming.

De reuzenstern is de grootste stern ter wereld. Af en toe lieten de vogels zich in het water ‘vallen’ om daarna weer op te stijgen en verder te vliegen. Dit gedrag hangt waarschijnlijk samen met hun forse lichaamsgrootte: daardoor komen ze dichter bij het water dan kleinere sterns. Zo kunnen ze na een mislukte duik sneller weer opstijgen.

Het jong nam een bad en op dat moment kwam de ouder met een visje aanvliegen. Prachtig om dit moment van overdracht te zien én vast te leggen.

De grootste en mooiste uitdaging vind ik het om vogels in volle vlucht te fotograferen…

Varend erfgoed

Het was volop genieten tijdens onze vakantie aan de Dokkumer Ee. Eerder liet ik hier al de prachtige en indrukwekkende zeilschepen zien die er langs voeren. Vandaag is het de beurt aan de slepertjes en ander varend erfgoed. Deze robuuste werkbootjes, vaak liefdevol onderhouden, vertellen elk hun eigen verhaal. Het is altijd bijzonder om te zien hoe dit erfgoed nog steeds actief gebruikt wordt op het water.

De grote keizerlibel

Op een prachtige middag gingen mijn fotomaatje en ik naar de kijkhut bij de Leijen. Al bij het begin van het pad verklapten de geparkeerde fietsen en auto’s dat we het gezelschap van andere natuurliefhebbers konden verwachten.

Die middag waren de omstandigheden ideaal: nauwelijks wind, een stralende zon en prachtige wolkenluchten. De andere fotografen vertelden dat de ijsvogel zich vlak voor onze komst uitgebreid had laten zien. Wij hoopten natuurlijk dat hij nog een keer terug zou komen.

Verwachtingsvol tuurden we over het water. Een ijsvogel stond hoog op ons verlanglijstje, maar een zeearend of visarend was ook welkom. Terwijl we geduldig wachtten, vertelden de andere fotografen ons enthousiast over hun waarnemingen in de diverse kijkhutten.

Opeens werd de stilte ruw verstoord door het gebrom van vliegtuigen. We bleken midden in een oefening van Falcon Leap te zitten. Deze internationale luchtlandingsoperatie vindt van 8 tot en met 20 september plaats in Nederland, voornamelijk vanaf vliegbasis Eindhoven. Militairen uit twaalf landen trainen er samen het droppen van ladingen, materieel en parachutisten, met als doel de internationale samenwerking en inzetbaarheid te versterken.

Na lang wachten, zonder dat de ijsvogel zich liet zien, besloten we onze weg te vervolgen. Terwijl we over de vlonder terugliepen, verscheen er plots een mannetje grote keizerlibel. Dit is een van de grootste en meest indrukwekkende libellen van Nederland en België. Het zijn actieve zichtjagers die vliegend achter insecten aan gaan. Mannetjes patrouilleren fel boven sloten, vijvers en plassen en jagen indringers hardhandig weg. Geen soort die zich snel rustig laat bewonderen, laat staan fotograferen. Maar dit keer hadden we geluk. Eerst kon ik alleen van een afstand een foto maken, maar toen de libel wonder boven wonder bleef hangen, lukte het om steeds dichterbij te komen.

Vanaf de kijkhut bij de Leijen reden we naar de kijkhut in de Jan Durkspolder, maar daarover later meer.

Koeien tussen het riet en een kleine plevier

Tijdens onze vakantie nabij Dokkum ben ik ook een aantal keren naar Ezumakeeg gereden. Ezumakeeg is een uitgestrekt slik- en moerasgebied in het westen van het Lauwersmeergebied. Het gebied ligt op een voormalige zeebodem en staat bekend als een paradijs voor vogelaars, vooral tijdens de voor- en najaarstrek wanneer veel verschillende vogelsoorten samenkomen.

Wat meteen opviel was de lage waterstand – waarschijnlijk het gevolg van de droge zomer. Toen ik hier vorig jaar begin augustus stond, zag het er heel anders uit. Op foto 2, die ik toen maakte, reikte het water nog tot aan het prikkeldraad. Zie dit bericht.

Aan de horizon, bij de rode pijl, zie je de uitkijktoren de Reiddomp. Een paar dagen eerder was ik daar nog naar boven geklommen. Ik schreef daarover in dit bericht.

Toen ik daar stond te genieten van het weidse uitzicht, hoorde ik plotseling wat geritsel in het riet. Even later kwamen er twee koeien tevoorschijn, terwijl de rest van de kudde verscholen bleef. Tot mijn verbazing begonnen ze rustig van het riet te eten – ik wist niet dat koeien daar ook van hielden.

Ik besloot ook nog even naar het uitkijkpunt te gaan. Het was er, zoals meestal, gezellig druk. Vanuit alle windstreken komen mensen hier om vogels te spotten. En vogels waren er genoeg! Bijzondere én minder bijzondere waarnemingen werden enthousiast met elkaar gedeeld. Zelf koos ik er eentje uit om vast te leggen: een vliegende grutto.

Iets verder naar het westen stond een fotograaf aandachtig over een deel van het gebied te turen. Al snel trok zijn houding de nieuwsgierigheid van anderen, en één voor één kwamen er meer mensen naast hem staan. Daar foerageerden de vogels wat dichterbij, zoals kemphanen en kieviten.

Er scharrelde daar ook een kleine plevier. Ik vind pleviertjes altijd bijzonder schattige vogeltjes. Deze kleine plevier kwam steeds dichterbij en leek zich helemaal niets aan te trekken van het publiek.

‘De kliffen fan Wierum’ en een jonge scholekster

Door de man bij de voormalige steenfabriek kreeg ik de tip om eens naar ‘De kliffen fan Wierum’ te gaan. Hoewel ik al vaker op het Wad bij Wierum ben geweest, was ik nog niet op dit punt geweest. Volgens hem kon ik het beste mijn auto parkeren op de bietenplaats aan de Wierumerwei. Vanaf daar is het simpel de Zeedijk oversteken en je staat direct bij de kliffen. Zie Google Maps.

Vanaf de Zeedijk genoot ik eerst van het prachtige uitzicht. Buiten de dijk liggen rijsdammen: lange dammen van palen en rijshout die de stroming van het water afremmen. Daardoor kan slib bezinken en ontstaan er natuurlijke kwelders. Deze kwelders werken als een soort groene golfbrekers en beschermen de kust tegen de voortdurende kracht van de zee.

Vanaf de Zeedijk wandelde ik het Wad op. Vanuit een laag standpunt maakte ik foto’s van de kliffen. Strikt genomen gaat het niet om echte kliffen, maar om steile kwelderranden die door de kracht van de zee zijn uitgesleten. Het water heeft hier stukken van de kwelder afgekalfd, waardoor scherpe randen zijn ontstaan die sterk aan kliffen doen denken. Dit deel van het landschap oogt bijna buitenlands.

Op het Wad stond een drietal scholeksters bij elkaar, druk doende en luidruchtig. Misschien probeerden ze zo mijn aandacht af te leiden van het jong dat onverschrokken rondliep. Tot mijn verbazing trof ik eind juli nog een jonge scholekster aan. Hoe de gezinssamenstelling precies zat, bleef voor mij onduidelijk, maar het lukte de volwassenen in elk geval om het kleintje richting de beschutting van de zeealsem te leiden. Even later nam een van de oudervogels plaats op een paaltje, vanwaar hij alles nauwlettend in de gaten hield.

Tot slot richtte ik mijn camera op het Wad, waar een groep foeragerende tureluurs zich ophield bij een rijsdam. Aan de horizon tekenden zich duidelijk de rode Noordertoren en de witte Zuidertoren van Schiermonnikoog af, karakteristieke bakens die het eiland zo uniek maken. Naast de vuurtorens kwam ook de veelbesproken boortoren op de Waddenzee goed in beeld: een markant en controversieel bouwwerk dat het spanningsveld tussen natuur en industrie benadrukt…

Oude electriciteitspalen en een bloemrijke akkerrand

Tijdens een rit door het noorden van Fryslân viel mijn oog op een smal weggetje. Uit nieuwsgierigheid besloot ik het in te slaan. Ik vond een parkeerplek achter een heg. Met mijn camera bij de hand wandelde ik over het landweggetje.

Wat als eerste mijn aandacht trok, waren de ouderwetse elektriciteitspalen met porseleinen isolatoren. Terwijl ik daar stond te fotograferen, kwam de eigenaar van het etablissement naar me toe. Hij runt daar het restaurantje Countrygarden (zie ook de website van Visit Wadden).

Omdat hij op dat moment geen gasten verwachtte, was hij benieuwd wat ik daar precies deed. Zoals jullie waarschijnlijk wel weten is de sociale controle op het platteland nog altijd springlevend. 😉

De man vertelde dat de draden regelmatig vol zitten met zwaluwen. Juist om die reden worden dit soort masten tegenwoordig weer teruggeplaatst in het landschap. Ze hebben geen functie meer in de elektriciteitsvoorziening, maar dienen als rustplek voor vogels, je kunt ze gerust beschouwen als een stukje cultureel erfgoed.

Ik vervolgde mijn weg. Een eindje verderop trof ik een bloemrijke akkerrand. Deze akkerranden zijn ingezaaid met mengsels van inheemse bloemen en kruiden zoals klaproos, wilde cichorei en zonnebloem. Deze akkerranden worden steeds vaker toegepast door boeren in provincies als Friesland, Groningen en Drenthe om de biodiversiteit te bevorderen, natuurlijke plaagbestrijding te stimuleren en het landschap mooier en aantrekkelijker te maken.

Bloemrijke akkerranden hebben veel voordelen, maar er kleven ook risico’s aan. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze een zogenaamde ecologische val vormen voor insecten. Dit gebeurt met name wanneer de aangrenzende akkers intensief worden behandeld met bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden en herbiciden. Insecten worden aangetrokken door de bloemen en nectar in de akkerrand, maar komen vervolgens in contact met giftige stoffen. Dit kan ertoe leiden dat ze ziek worden, sterven of zich niet meer kunnen voortplanten.

Deskundigen adviseren daarom om bloemrijke akkerranden vooral aan te leggen naast biologisch beheerde akkers of extensief gebruikte graslanden. Alleen op plekken waar geen chemische middelen worden gebruikt, zijn deze randen écht veilig en waardevol voor insecten en de biodiversiteit.