De steenfabriek van Oostrum

Tijdens de vakantie in het noorden van FryslΓ’n hoorde ik verhalen over de leegstaande steenfabriek in Oostrum en de belangrijke rol die deze fabriek ooit in de regio speelde. Dat maakte me nieuwsgierig, dus besloot ik er een kijkje te nemen.

Al van ver zie je de schoorsteen boven het landschap uitsteken – een herkenningspunt dat nog altijd de geschiedenis van dit gebied markeert. Ik parkeerde de auto op de brede oprit, naast een oude machine die herinnert aan het industriΓ«le verleden. De vlaggen die op het erf wapperen maken meteen duidelijk: dit is erfgoed, een plek met betekenis.

Het terrein was volledig afgesloten en een bordje bij het hek maakte duidelijk dat het daar ophield. Toch ontdekte ik een paar plekken waar de spijlen wat verder uit elkaar waren gebogen. Dat gaf precies genoeg ruimte om mijn objectief ertussen te steken en foto’s te maken. Langs het hek liep het fietspad Jaachpaad, waardoor ik zonder op verboden terrein te komen rustig kon wandelen en fotograferen.

De steenfabriek in Oostrum is een historische machinale steenbakkerij in Friesland, gesticht rond 1872 door Jan Helder. Bijna honderd jaar lang werden hier bakstenen gemaakt, totdat de productie in 1968 stopte in het kader van een nationale sanering van de baksteenindustrie.

De steenoven werkte volgens het principe waarbij de warmte van reeds gebakken stenen werd benut om de nog ongebakken stenen te verhitten. Dit continue proces leidde tot een cirkelvormige constructie: de zogenaamde ringoven.

In deze ringoven produceerde de fabriek rode metselstenen, gemaakt van klei uit de directe omgeving, onder meer afkomstig uit het oude dijklichaam naast de fabriek. In de jaren dertig kwam echter de gele baksteen in de mode – een trend die destijds ook wel β€˜geelkoorts’ werd genoemd. Daarvoor moest klei van elders worden aangevoerd, maar dit experiment bleek uiteindelijk geen groot succes.

De fotosessie bracht me enigszins in de wereld van urban fotografie: vervallen muren, roestige machines en de schoorsteen vormden samen een rauwe, mysterieuze sfeer die ik probeerde vast te leggen.

En over beveiliging gesproken… toen ik terugkwam bij de auto stopte er een auto naast mij. De bestuurder reed toevallig langs en vroeg zich af waarom mijn auto daar stond en wat ik aan het doen was. Toen we in gesprek raakten, was hij al snel gerustgesteld. In het verleden hadden ze hier wel eens personen gehad met minder goede bedoelingen bij het leegstaande pand. Overal hangen daarom bewakingscamera’s, die de man thuis kan bekijken. Uiteindelijk werd het een gezellig gesprek, en hij gaf me nog meer tips over hotspots in de omgeving die zich goed lenen voor fotografie.

Aan het einde van de middag reed ik over de WΓ’lddyk terug naar de camping. Onderweg stopte ik nog even om vanaf de zuidkant een foto van de fabriek te maken. Enkele weken later kreeg ik een buitenkansje: dit keer voer ik mee op een boot en kwamen we langs de fabriek. Zo kon ik vanaf het water foto’s nemen van de vergankelijkheid van de fabriek en de aangemeerde schepen.

Op de website van steenfabriek Oostrum is een bijzonder filmpje uit 1927 te zien. Daarin worden de arbeiders aan het werk vastgelegd, mannen die het zware werk verrichten. Het korte fragment geeft een uniek inkijkje in het dagelijks leven van de fabriek en laat zien hoe intensief en ambachtelijk het productieproces destijds was.

Op dezelfde website is ook een dronefilmpje te zien, waarin de steenfabriek en haar markante schoorsteen prachtig in beeld komen. Het complex wordt wel een parel in het noorden van FryslΓ’n genoemd. Na een halve eeuw van verval ziet de heer Smeeing kansen om de fabriek nieuw leven in te blazen en belangrijke onderdelen in hun oude glorie te herstellen. Zo blijft dit bijzondere stukje industrieel erfgoed niet alleen een herinnering aan het verleden, maar krijgt het misschien ook weer een toekomst.

Uitkijktoren De Reiddomp

Na de Vogelroute liepen we vanaf de parkeerplaats bij de Rijsdammen in de tegenovergestelde richting: op weg naar het uitzichtpunt. Onze gids vertelde enthousiast over de nieuwe uitkijktoren. Ik moest hem meteen bekennen dat de kans klein was dat ik naar boven zou gaan, mijn hoogtevrees is namelijk nogal extreem.

Uitkijktoren De Reiddomp (Fries voor roerdomp) is een 25 meter hoge houten en cortenstalen uitkijktoren aan de rand van het Diepsterbos, in de zuidwesthoek van Nationaal Park Lauwersmeer bij Kollumerpomp in Friesland. De toren is in oktober 2022 geopend en geldt als één van de nieuwste uitkijktorens van Nederland. Het ontwerp bestaat uit twee gekoppelde torens: het groene deel staat in het bos, terwijl het bruine deel gericht is op het Lauwersmeer. Hierdoor heb je vanuit de toren een uniek uitzicht: je kijkt zowel tussen de boomtoppen als over de ruige rietvelden, het Lauwersmeer, en op heldere dagen zelfs tot Schiermonnikoog.

Onderaan de immense uitkijktoren keek ik naar boven en zei nogmaals dat ik het best een uitdaging vond. De gids stelde me gerust: ik hoefde geen druk te voelen. We zouden per etage bekijken hoe het ging, en als ik niet verder durfde, konden we altijd weer terug.

Het fijne aan deze trap was dat de gaatjes in de treden klein waren, waardoor je niet naar beneden kon kijken. Daarnaast was er een hoge, stevige leuning die je automatisch uitnodigde om de blik naar boven te richten. Op elke etage was er een mogelijkheid om even te pauzeren en te genieten van prachtige vergezichten.

En het is gelukt: ik heb het hoogste punt bereikt! Terwijl ik daar stond, voelde ik de spanning van de klim langzaam wegzakken en maakte die plaats voor een enorme opluchting en trots. Voor iemand met hoogtevrees voelde dit als een persoonlijke overwinning. Ik straalde en de gids straalde met me mee. Hij legde dit bijzondere moment vast met mijn camera, zodat ik altijd kan terugkijken op deze mijlpaal.

De grauwe klauwier en een bruine kiekendief

Vandaag wandelen we verder door het natuurgebied tussen Dokkumer Nieuwe Zijlen en Zoutkamp. De vorige keer had ik nog niet laten zien waar we onze auto hadden geparkeerd, dus dat maak ik nu goed: dat was bij De Rijsdammen (zie Google Maps).

Vanaf de bosrand hadden we een prachtig, weids uitzicht. Op de foto’s lijkt het misschien alsof het weer wat tegenviel, de lucht werkte inderdaad niet echt mee, maar in werkelijkheid was het verrassend warm en aangenaam wandelweer.

Plotseling landde er een vogel bovenop een struik: het bleek een vrouwtje grauwe klauwier! Ik was verrukt om dit bijzondere soort hier aan te treffen. Even later liet ook het mannetje zich zien. Tot mijn grote plezier verscheen er zelfs een jong, dat zich eveneens liet fotograferen. Dat jong is te zien op de vijfde foto. Als ik alleen was geweest, had ik zeker meer tijd genomen om de grauwe klauwier uitgebreid te fotograferen. Nu vond ik dat toch wat lastiger. Dat lag overigens niet aan de gids hoor, want die was geduldig genoeg.

We liepen verder en verwonderden ons over de veerkracht van bomen. Een omgevallen, op het oog dode boom bleek namelijk nog volop leven te bevatten: overal waren nieuwe uitlopers verschenen.

Op het volgende moment vloog er een bruine kiekendief langs de bosrand. Ik had geluk dat hij precies op ooghoogte voorbij kwam, want hoog in de lucht heb je al snel last van tegenlicht. Op de eerste foto is zelfs te zien dat de kiekendief een poepje laat vallen.

Voor mij was deze wandeling nu al meer dan geslaagd. Na de bijzondere waarnemingen en het avontuur met de Schotse hooglander keerden we terug naar de parkeerplaats. Vanaf daar vervolgden we onze tocht in tegenovergestelde richting, maar daarover later meer.

Het avontuur met de Schotse hooglander

Tijdens ons verblijf op de camping aan de Dokkumer Ee kreeg ik een tip over een prachtige wandeling in de buurt van Dokkumer Nieuwe Zijlen. Het zou een natuurgebied zijn waar je Schotse hooglanders en reeΓ«n kunt tegenkomen. Klinkt geweldig, dacht ik, maar toen de man erbij vertelde dat je er echt diep de natuur in moest, begon ik toch even te twijfelen. Zou ik dat als vrouw wel alleen doen?

Lang verhaal kort: hij stelde voor om mee te gaan als gids Γ©n als oppas. En zo liepen we de volgende dag samen door het gebied. Ik met mijn camera in de hand, hij voor mij uit met mijn fototas op wieltjes. Ik had het weer prima voor elkaar. πŸ˜‰

We passeerden het hek met de waarschuwingsborden en wandelden al pratend verder. Onderweg deed ik nog een aantal bijzondere waarnemingen, maar daar vertel ik de volgende keer meer over.

De kudde Schotse hooglanders met hun jongen, die even daarvoor nog onder de boom hadden gestaan, was inmiddels honderden meters verderop gewandeld. Voor ons bleek diezelfde boom een goed plekje om de meegebrachte koffie en lunch tevoorschijn te halen. Op de laatste foto zie je de kudde nog net in de verte voorbijtrekken. Ondertussen tuurde mijn gids door de verrekijker, op zoek naar reeΓ«n, maar zonder succes. De boom waar wij zaten, bleek overigens duidelijk favoriet als schuurpaal van de hooglanders.

En toen, net toen we dachten dat we geen reeΓ«n zouden zien, ontdekten we rechts van de hooglanders ineens een sprong reeΓ«n.

Plotseling klonk het dreigende loeien van een hooglander, dat ver over de vlakte droeg. Een afgedwaalde Schotse hooglander kwam onze kant op. Het tafereel oogde allesbehalve geruststellend. Op advies van mijn gids trokken we ons nog verder terug en zochten beschutting achter een boom. Mocht de hooglander tΓ³ch dichterbij komen, dan hadden we zelfs de optie gehad om in de boom te klimmen. Voor hem was het vooral een leuk avontuur, maar bij mij sloeg het hart intussen in mijn keel.

Vanachter de boom hielden we hem goed in de gaten en bespraken fluisterend de beste opties. Met de telelens maakte ik de onderstaande foto.

Na geduldig wachten trok de hooglander zich uiteindelijk terug. Door een droge sloot, liepen we buiten zijn zicht, zo snel mogelijk richting de beschutting van het bos. Opluchting overviel me toen we eindelijk het hekje weer passeerden en het leefgebied van de Schotse hooglanders achter ons konden laten.

Misschien was mijn angst achteraf gezien wat overdreven en kwam hij simpelweg uit nieuwsgierigheid onze kant op. Toch blijft het oppassen, want er gebeuren wel eens incidenten met Schotse hooglanders, zoals ook in dit bericht wordt beschreven.

Weerspiegelingen

Tijdens de eerste periode van onze vakantie hadden we te maken met somber weer. De lucht was vaak donker en dreigend, en af en toe viel er wat regen. De wind liet zich flink gelden, wat het buiten zijn soms minder aangenaam maakte. Maar op een avond hadden we geluk: de bewolking brak open en de wind ging liggen. Het werd stil. We genoten volop van de rust aan de waterkant, een moment van het grote genieten na dagen van tegenvallend weer.

Ik zat in een bootje van de campingeigenaren, aangemeerd aan de wal. Om me heen was het stil, het water spiegelglad. Ik speelde met de weerspiegelingen van de lucht, de bomen en af en toe een voorbijglijdende wolk. De grote boten lagen stil; de bruggen waren inmiddels gesloten, waardoor de vaarroute was afgesloten. Af en toe gleed er nog een kleiner bootje voorbij, zacht kabbelend door het water.

We konden eindelijk weer eens de ondergaande zon bewonderen Γ©n vastleggen. Zo’n moment vraagt er gewoon om gefotografeerd te worden en dat dachten meer mensen. Overal om me heen zag ik mobieltjes in de lucht, klaar om het perfecte plaatje te schieten. Met mijn spiegelreflexcamera voelde ik me bijna een zeldzame verschijning. Voor mij blijft het de mooiste manier om Γ©cht te spelen met licht, kleur en compositie.

Even later kwam dezelfde sloep weer terugvaren. De golfslag die het bootje achterliet, mengde zich met het warme rood van de ondergaande zon en vormde een bijzonder spel van licht en lijnen op het wateroppervlak. Een klein moment van magie.

Kemphanen en hazen

Aan het einde van de middag reed ik over de Wouddijk, richting Dokkum. In een weiland langs de weg viel mijn oog op een groep vogels. Ik zette de auto in de berm en pakte mijn camera met telelens erbij. Toen ik door de zoeker keek, herkende ik ze meteen: het waren kemphanen. Er stonden in totaal vijf exemplaren, elk met een eigen karakteristiek verenkleed.

De kemphaan zit het liefst in open gebieden met zoet, ondiep water en in kort grasland. Hier pikken ze insecten op die ze op het oog vinden. Kemphanen trekken vaak op met kieviten en spreeuwen. De meeste kans maak je in de polders in FryslΓ’n en Noord-Holland.

De kemphaan is een van de vroegste najaarstrekkers. De piek van de doortrek is in juli. De kemphaan is daarmee een van de eerste steltlopers die wegtrekt. Al in augustus is het gros door naar Afrika. Kleine aantallen blijven in Nederland hangen en zijn ook in de winter te zien.

Van juli tot september verloopt de rui, waarbij mannetjes hun kleuren en eventueel hun kragen langzaam kwijtraken en er verfomfaaid kunnen uitzien. Tegen de herfst zijn alle kemphanen egaal en bescheiden gekleurd, zowel mannetjes als vrouwtjes.

Na de fotosessie bij de kemphanen vervolgde ik mijn weg naar de camping. Vlakbij de camping, in een weiland, zag ik opnieuw beweging. Een groepje hazen was daar aan het stoeien met elkaar.

Even verderop, in een aangrenzend weiland, ontdekte ik een moederhaas met haar jong. Ze lagen rustig in het gras, niet ver van het weggetje. Zonder ze te verstoren kon ik er op mijn gemak foto’s van maken.

In de voetsporen van Foekje Dillema, deel 4

Vandaag plaats ik het laatste deel van het vierluik over Foekje Dillema. Foekje bracht de laatste jaren van haar leven door in het woon- en zorgcentrum Meckama State in Kollum, waar ze overleed op 5 december 2007. Na haar tragische schorsing uit de atletiekwereld leidde zij een teruggetrokken leven; ze bleef vooral in haar geboorteprovincie FryslΓ’n en vermeed de publiciteit. Voor degene die het verhaal van Foekje willen nalezen verwijs ik naar de website van Vereniging van Gendergeschiedenis.

Vanuit Burum reed ik naar Meckema State in Kollum. Op internet had ik gelezen dat er op de gevel van het woon- en zorgcentrum een grote afbeelding van Foekje prijkt. Een ode aan Foekje. Ik parkeerde mijn auto vlakbij de hoofdingang, maar kon de afbeelding niet direct ontdekken. Ik sprak een man aan die achter een rolstoel liep met daarin een oudere man, mogelijk zijn vader. Ik vroeg waar ik de afbeelding kon vinden, en de jongere man wees me de weg. De man in de rolstoel keek me aan, met tranen in zijn ogen, en fluisterde: “Ús Foekje…”

Ik moest dus aan de achterkant van het gebouw zijn. Het was een prachtige wandeling door een parkachtig decor, terwijl het wolkendek langzaam verder opbrak. Al snel zag ik de indrukwekkende afbeelding van Foekje: ze stond in de starthouding op de atletiekbaan. Een plek aan deze kant van het gebouw is eigenlijk veel mooier dan aan de kant van de parkeerplaats.

Ik stak de fraaie brug over en vanaf de overkant maakte ik foto’s, waarbij de afbeelding weerspiegeld werd in het rustige water. Dit gaf het beeld nog meer diepte en sfeer.

Toen ik daar zo omhoog keek naar de indrukwekkende afbeelding vroeg ik me af hoe het zou zijn geweest als Foekje in de huidige tijd haar atletiekcarriΓ¨re had beleefd. Haar situatie zou in ieder geval anders zijn geweest door de gewijzigde regels, maatschappelijke aandacht voor gender- en seksediversiteit, Γ©n voortdurende discussies over inclusie binnen de sport. Foekje zou waarschijnlijk niet direct levenslang zijn geschorst op basis van haar intersekse status, maar had wel te maken gekregen met medische onderzoeken en ingewikkelde procedures rond haar toelating tot vrouwenwedstrijden. De kans is reΓ«el dat zij psychisch en maatschappelijk meer steun had ontvangen, en haar prestaties zouden met meer respect zijn behandeld. Toch blijft de discussie over de rechtvaardigheid van de huidige regels groot; atletes in Foekjes situatie komen nog steeds in een juridisch, medisch en maatschappelijk spanningsveld terecht. Op de website van ‘Seksediversiteit voor iedereen’, kun je er over lezen.

De grote oren van Burum en een ooievaar vangt een mol

De komende dagen volgt er nog één bericht met foto’s over Foekje Dillema. Die reeks onderbreek ik nu echter even om te schrijven over Het station, onder de rook van Burum. Burum is het dorp waar Foekje geboren en getogen is.

Het station bij Burum, bekend als de grote oren of β€œIt Grutte Ear” is een satellietgrondstation in Friesland dat in 1973 werd geopend om internationale communicatie via satellieten mogelijk te maken. Op het terrein staan grote schotelantennes die gebruikt worden voor het ontvangen en verzenden van satellietverkeer, waaronder telefoon- en datacommunicatie voor onder andere scheepvaart en noodcommunicatie. Naast commerciΓ«le toepassingen wordt Burum ook ingezet voor het onderscheppen van communicatie door Nederlandse inlichtingendiensten, met als doel o.a. terrorismebestrijding. Een thema dat actueler is dan ooit…

Nabij het station was een boer met zijn tractor bezig om pakjes hooi te persen. In het pas gemaaide weiland stond een ooievaar te foerageren.

De ooievaar staarde aandachtig naar de grond. Plotseling schoot zijn kop naar beneden en even later kwam hij omhoog met een mol in de snavel. In een soepele beweging wierp hij het dier de lucht in, ving het moeiteloos weer op en slikte het in één keer door.

In de voetsporen van Foekje Dillema, deel 3

Onlangs zag ik een herhaling van een uitzending van Andere Tijden Sport over Foekje Dillema. Hoewel ik haar verhaal al eerder had gehoord, maakte de tragiek opnieuw diepe indruk.

Tijdens onze vakantie in het noorden van FryslΓ’n, bracht ik een bezoek aan het dorp waar Foekje is geboren en getogen. Misschien zou ik daar nog iets meer te weten komen over haar leven. Dat ik Γ©cht in haar voetsporen zou treden, besefte ik pas tijdens mijn bezoek aan het dorp. De rondgang door het dorp groeide uit tot een bijzondere ervaring die me dichter bij haar verhaal bracht dan ik had verwacht.

In deel 1 schreef ik over mijn bezoek aan het graf van Foekje. Dat kun je hier teruglezen. In deel 2 schreef ik over het bezoek aan het dorpshuis met de gymzaal waar Foekje lesgaf. Dat kun je hier teruglezen.

Vandaag volgt het derde deel. De beheerder van het dorpshuis had mij de weg gewezen naar een monument ter ere van Foekje buiten het dorp. Ik parkeerde de auto aan de kant van de weg, want het laatste deel moest ik te voet afleggen.

Tijdens mijn wandeling liet ik mijn blik en mijn camera vallen op de Β΄Grote oren van BurumΒ΄ die boven het landschap uitsteken.

Aangekomen bij de verzorgde plek waar het monument staat, nam ik eerst de tijd om de informatiebordjes te lezen.

In het open veld staat dit klein kapelletje wat is opgetrokken uit Friese geeltjes, een zogenaamde voetval. In de nis staat een groende knop van een lotusbloem van keramiek. De lotusbloem staat symbool voor zuiverheid in het hart en wordt vaak beschouwd als een symbool van mededogen. De bloemknop, die nog niet tot volle bloei is gekomen, staat voor het talent van Foekje Dillema dat door uitsluiting en onbegrip niet volledig tot ontwikkeling heeft kunnen komen. De kunstenaar van het monument is Jan Smeets die in zijn ontwerp heeft benadrukt dat de knop de tragiek weergeeft van het niet mogen bloeien door maatschappelijke uitsluiting.

Vanaf het monument maakte ik een foto in de richting van β€˜het station’, zoals de inwoners van Burum het noemen. Daarna draaide ik me om en legde ook het uitzicht naar het zuiden, richting het dorp, vast.

Omdat ik er nu toch was, reed ik nog een stukje verder langs de Β΄Grote orenΒ΄. Maar daarover vertel ik de volgende keer meer.

In de voetsporen van Foekje Dillema, deel 2

Onlangs zag ik een herhaling van een uitzending van Andere Tijden Sport over Foekje Dillema. Hoewel ik haar verhaal al eerder had gehoord, maakte de tragiek opnieuw diepe indruk.

Tijdens onze vakantie in het noorden van FryslΓ’n, bracht ik een bezoek aan het dorp waar Foekje is geboren en getogen. Misschien zou ik daar nog iets meer te weten komen over haar leven. Dat ik Γ©cht in haar voetsporen zou treden, besefte ik pas tijdens mijn bezoek aan het dorp. De rondgang door het dorp groeide uit tot een bijzondere ervaring die me dichter bij haar verhaal bracht dan ik had verwacht.

In deel 1 schreef ik over mijn bezoek aan het graf van Foekje. Dat kun je hier teruglezen. Na de begraafplaats reed ik door naar het dorpshuis. Aan een boom naast het gebouw hing ook een bordje dat verwees naar de luisterwandeling β€œYn ’e fuotspoaren fan Foekje”.

Op de parkeerplaats van het dorpshuis was een man aan het werk. Terwijl ik daar stond te fotograferen, kwam hij naar me toe. Het bleek de beheerder van het dorpshuis te zijn – een gelukkig toeval. Hij opende de deur voor me en nodigde me uit om binnen rond te kijken. Als eerste wees hij me op het bord boven de ingang van de gymzaal, de zaal waar Foekje jarenlang gymles heeft gegeven. Op de dag van mijn bezoek was de ruimte omgetoverd tot feestzaal; de volgende dag zou er een diamanten huwelijk gevierd worden.

Vervolgens nam hij me mee naar een wand waar enkele ingelijste foto’s en een gedicht hingen. Het gedicht was geschreven door zijn vrouw. Om ervoor te zorgen dat ik er goede foto’s van kon maken, haalde hij de lijsten van de muur en zocht een plek met beter licht. Een kleine geste, maar zΓ³ attent.

Het geschikte plekje bleek op de bar te zijn, tegen de tap.

Tot slot liet hij me het mooiste relikwie zien: een tas van Foekje. De tas was stevig vastgemaakt in de prijzenkast, zodat hij niet zomaar meegenomen kon worden. Toch haalde de beheerder hem er speciaal voor mij uit, zodat ik er een foto van kon maken.

De foto’s die normaal gesproken in het dorpshuis hangen zijn tijdelijk uitgeleend voor de expositie in het museum in Kollum (14 juni – 31 oktober). Maar deze tas had hij bewust niet uitgeleend.

Naast de verhalen over Foekje vertelde de bevlogen beheerder ook uitgebreid over zijn werk in het dorpshuis en liet hij me nog verschillende ingelijste foto’s met zijn hoogtepunten zien. Omdat die niet in het verhaal van Foekje horen, laat ik die hier verder achterwege. πŸ˜‰

Buiten wees hij me vervolgens de weg naar de andere locaties. Na hem hartelijk bedankt te hebben voor zijn gastvrijheid, wandelde ik naar het huis waar Foekje heeft gewoond.

De eerste jaren na de schorsing leefde Foekje, buiten het recreatieve sporten om, in afzondering. Op straat droeg ze vaak een hoofddoek, waarmee ze aangaf dat ze vrouw was. Ze ging weer aan de slag als huishoudelijke hulp en ging gymnastieklessen geven bij de lokale sportverenigingen.

Natuurlijk is de uitsluiting door de KNAU sterk van invloed geweest op het verdere leven van Foekje. Natuurlijk zou haar leven dramatisch anders verlopen zijn wanneer ze had kunnen blijven lopen op het topniveau waar ze thuis hoorde. Maar Foekje was niet verwoest. Foekje heeft in Burum een grote rol gespeeld bij de oprichting van de gymnastiekvereniging. Welke volwassene in Burum heeft niet les van haar gehad? Ze maakte kinderen enthousiast en begeleidde hen. Foekje was voor de sport in Burum van groot belang. En daarnaast was Foekje ook gewoon een fijne buurvrouw.

Foekje Dillema werkt in haar tuin, juli 1950. Bron is deze site.