In de voetsporen van Foekje Dillema, deel 1

Onlangs zag ik een herhaling van een uitzending van Andere Tijden Sport over Foekje Dillema. Hoewel ik haar verhaal al eerder had gehoord, maakte de tragiek opnieuw diepe indruk.

Tijdens onze vakantie in het noorden van Fryslân, bracht ik een bezoek aan het dorp waar Foekje is geboren en getogen. Misschien zou ik daar nog iets meer te weten komen over haar leven. Dat ik écht in haar voetsporen zou treden, besefte ik pas tijdens mijn bezoek aan het dorp. De rondgang door het dorp groeide uit tot een bijzondere ervaring die me dichter bij haar verhaal bracht dan ik had verwacht…

Foekje Dillema werd in 1926 geboren in Burum, en begon pas in 1948 aan atletiek, maar werd al snel kampioene van Friesland. In 1950 verbrak ze het nationale record op de 200 meter en behaalde internationale successen. Daarmee werd ze een directe concurrent van Fanny Blankers-Koen, destijds bekend als “de snelste huisvrouw ter wereld”.

Door haar fysieke kenmerken, waaronder kracht en een zware stem, rezen er twijfels over haar geslacht. Ze moest, zoals toen verplicht werd voor deelnemende atletes aan internationale toernooien, een geslachtstest ondergaan, maar Dillema weigerde dit. Hierop werd ze door de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie voor het leven geschorst op 23-jarige leeftijd, en keerde ze ontgoocheld terug naar Friesland.

Na haar dood in 2007 bleek uit DNA-onderzoek dat Dillema een intersekse-conditie had, ze bezat zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken, wat waarschijnlijk de aanleiding was voor de controverse destijds. Haar schorsing wordt nu gezien als een tragisch sporthistorisch schandaal, en haar prestaties zijn postuum erkend.

Na een rondgang door het kleine dorp reed ik richting de begraafplaats, buiten de dorpskern. Op internet had ik gelezen dat daar de laatste rustplaats van Foekje Dillema te vinden is. Bij de ingang van de begraafplaats viel mijn oog op een bordje met daarop de titel van een wandeling: Yn ‘e fuotspoaren fan FoekjeIn de voetsporen van Foekje. Een initiatief van Tryater. Toepasselijker kon het bijna niet: ik volgde letterlijk en figuurlijk haar spoor, zij het in omgekeerde volgorde.

Het graf van Foekje springt meteen in het oog tussen de oudere zerken. De iconische foto van Foekje, in haar sporttenue, vol strijdlust, prijkt op de grafsteen.

Enige tijd na de begrafenis, waar de KNAU schitterde door afwezigheid, verleende de Atletiekunie Foekje eerherstel en werd het door haar gelopen Nederlandse record op de 200 m op de ranglijst aller tijden teruggeplaatst, waarmee Foekje postuum is gerehabiliteerd als vrouw. Aan de familie werd excuses aangeboden voor de onterende seksetest en schorsing. Bron is deze site.

Na de rondgang over de kleine begraafplaats, waar ook aandacht is voor biodiversiteit, reed ik naar het volgende punt in het dorp van de wandeling: ‘Yn ‘e fuotspoaren fan Foekje’. Maar daarover later meer.

Bloeiende heide, kleine vuurvlinder en heidelibel

Afgelopen zondagmiddag maakten mijn man, onze dochter en schoonzoon een prachtige wandeling over de heide bij de Hunebedden in Havelte. De paarse heide stond volop in bloei en kleurde het landschap betoverend mooi. De wolkenlucht zorgde voor een schilderachtig decor, waardoor de omgeving nog indrukwekkender leek.

Tijdens onze wandeling had ik eigenlijk ook graag een aantal macro-opnames van insecten willen maken. Maar dat is niet handig als je in gezelschap bent van mensen die zelf niet fotograferen. Daarom ben ik later nog een keer op pad gegaan, dit keer dichter bij huis: naar de grafheuvels op de Eese.

Daar kon ik in alle rust mijn gang gaan. Ik fotografeerde onder andere een honingbij, een ratelaar, een doodskopzweefvlieg, een kleine vuurvlinder en een heidelibel. Vooral de heidelibel was bijzonder mooi; de zon liet de vleugels subtiel oplichten. Om dat goed vast te leggen moest ik een laag standpunt innemen en door de bloeiende heide heen fotograferen, wat het beeld een extra zachte sfeer gaf.

De geschiedenis van cichorei en komkommerkruid met insecten

Tijdens de eerste weken van onze vakantie in het noorden van Fryslân was het weer niet bepaald zomers. De dagen waren grotendeels bewolkt, en af en toe viel er een buitje. Met temperaturen rond de 20 graden was het niet warm, maar gelukkig wel aangenaam genoeg om eropuit te trekken met de camera. Op een van die dagen maakte ik een stop aan de Wâldhiem, net buiten Dokkum. Daar trok een kleurrijke bloemenrand en een kunstwerk van cortenstaal mijn aandacht.

Het bord in cortenstaal met het woord “cichorei” verwijst naar de rijke geschiedenis van de cichoreiteelt in deze regio. In de 18e en 19e eeuw was Dantumadeel (waar Driessum onder valt) het centrum van de cichoreiproductie in Nederland. Tijdens perioden waarin koffie duur of schaars was (zoals tijdens de Engelse oorlogen en de Franse overheersing), werd cichorei op grote schaal verbouwd om een koffiesurrogaat, ook wel “sûkerei” in het Fries genoemd, te kunnen maken. In de hoogtijdagen kwam bijna 40% van de Nederlandse cichoreiproductie uit Dantumadeel, waar wel twintig cichoreidrogerijen stonden die door de lokale bevolking als fabrieken werden gezien. Op internet vond ik een prachtige site met oude foto’s en verhalen over de geschiedenis van cichorei. Niet alleen wordt de rijke traditie van dit bijzondere gewas belicht, maar ook de hernieuwde aandacht en het streven om cichorei opnieuw in ere te herstellen.

Dwars op de Wâldhiem loopt een fietspad, geflankeerd door een prachtige bloemenrand. Vooral het komkommerkruid viel meteen op met zijn opvallende blauwe bloemen.

Het gonsde er van de hommels en andere insecten die zich tegoed deden aan de nectar. Een levendig tafereel en een dankbaar onderwerp voor de camera.

Een langstrekkende onweersbui

Vanaf onze caravan keken we uit over de Dokkumer Ee, met daarachter de uitgestrekte weilanden. Op de avond van onze aankomst werd er onweer voorspeld. En eerlijk gezegd: met zo’n vrij uitzicht op de lucht is dat best spectaculair. De donkere wolken trokken samen boven het landschap en gaven het gevoel dat er elk moment iets indrukwekkends kon gebeuren.

Van het onweer kwam uiteindelijk niet veel terecht. We hadden geluk: de bui trok precies langs ons heen. Terwijl in de verte de lucht donker kleurde en we wat gerommel hoorden, bleef het bij ons droog. Zo konden wij gewoon buiten blijven zitten, genietend van het schouwspel in de verte.

Torenvalken bij de camping

Om bij de camping te komen, rijd je over een smal landweggetje. Ik nam daar altijd de tijd voor, met aandacht voor de omgeving. Vooral keek ik of er torenvalken te zien waren. 2025 is uitgeroepen tot het Jaar van de Torenvalk door Vogelbescherming Nederland.

Meestal waren er wel een paar te zien, biddend boven de velden of rustig wachtend op een paaltje langs het weggetje. Ze fotograferen bleek echter een uitdaging: zodra ik dichterbij kwam, kozen ze het luchtruim en/of gingen een eindje verderop weer biddend hangen.

Deze torenvalk hing biddend in de lucht, toen er een bruine kiekendief iets te dichtbij kwam. Hoewel de kiekendief duidelijk groter is, liet de torenvalk zich niet wegjagen – integendeel, hij was de baas in de lucht.

Een torenvalk had net een prooi gevangen en vloog vanaf een paal naar een plekje in het weiland om zijn maaltijd te verorberen.

Deze torenvalk had een flinke buit te pakken. Het leek mij een rat.

Tot slot nog een statieportret van de torenvalk.

Kamperen bij de boer

We zijn weer terug van een aantal heerlijke weken kamperen. Net als vorig jaar kozen we voor een SVR-camping: kleinschalig, rustig en gezellig kamperen bij de boer. Hoewel de eigenaren zelf geen boeren zijn, zorgen ze wel voor een fijne landelijke sfeer met hun dieren. Op het terrein liepen onder andere een pony, een geit en een paar katten rond, en in het weiland naast de camping graasden koeien. De scharrelkippen maakten het plaatje compleet en zorgden iedere dag voor verse eieren

Op een boerencamping horen natuurlijk ook stalramen, een gebarsten ruitje, spinnenwebben en een laagje stof. De klompen en de verzameling kleine klompjes van hun, inmiddels volwassen, kinderen maken het plaatje compleet.

Vlinders in onze tuin

Een paar jaar geleden hebben we in de zonnigste hoek van de tuin een extra bloemenborder aangelegd, speciaal voor insecten. Daarvoor hebben we een stuk gazon opgeofferd – dat kon gemakkelijk, want de kinderen waren inmiddels de deur uit en het gras werd toch niet meer gebruikt om te voetballen.

De nieuwe border is een groot succes gebleken – niet alleen voor de bloemen, maar zeker ook voor de insecten. Enkele weken geleden heb ik, verspreid over meerdere dagen, een rondgang door de tuin gemaakt. Mijn doel: zoveel mogelijk verschillende vlinders op de foto zetten. Hoewel er tegenwoordig minder vlinders zijn dan een aantal jaar geleden, wist ik toch maar liefst elf soorten te spotten en vast te leggen.

Het bont zandoogje zit graag op een groen blad, zoals dat van de laurier.

Een dagpauwoog op de vlinderstruik.

Een koevinkje had de marjolein uitgekozen om te foerageren.

Een groot koolwitje zat graag op de verbena.

Een klein koolwitje vloog naar de paarse vlinderstruik.

Een klein geaderd witje was ook dol op de verbena.

Een van de mooiste vlinders in onze tuin vind ik de distelvlinder. Zowel de boven- als de onderkant van zijn vleugels zijn prachtig getekend.

De citroenvlinder vloog maar rond en wilde nauwelijks gaan zitten voor een foto. Een paar dagen later, bij De Leijen, poseerde een citroenvlinder prachtig op een distel. Die foto mocht een plek krijgen in deze serie. Als verrassing zat er op diezelfde distel ook nog een lieveheersbeestje.

De atalanta is goed vertegenwoordigd op de vlinderstruik. En zodra er straks meer fruit op de grond valt, zie je deze vlinder steeds vaker smullen van het gistende sap. Soms lijkt hij daar zelfs een beetje ‘dronken’ van te worden.

Deze ´extra gehakkelde´ aurelia was tot op de draad versleten.

Onze zoon was een paar dagen thuis en wees me op een mooie vlinder op de vlinderstruik. Hij kende de naam niet, maar ik wel: de kleine vos. Ik was blij dat ik deze soort ook nog aan mijn collectie kon toevoegen.

Kolibrievlinder bij de Phlox

In de voortuin, naast de oprit, staat phlox in allerlei kleuren. Op een dag stapte ik uit de auto en zag tot mijn verrassing een kolibrievlinder foerageren op de witte phlox. Gelukkig had ik mijn camera nog bij de hand, na een fotosessie met de grote zilverreiger en de grauwe vliegenvanger eerder op de dag.

De foto’s maakte ik met mijn Canon 5D Mark III, op 105 mm zoom. Instellingen: sluitertijd 1/1250 sec, diafragma f/6.3. De vleugelslagsnelheid van de kolibrievlinder ligt tussen de 70 en 85 slagen per seconde.

Grauwe vliegenvanger

Na de fotoserie van o.a. de grote zilverreiger vanuit de kijkhut in de Jan Durkspolder keerden Jan en ik terug naar de auto. Bij het gemaaltje viel mijn oog op een aantal vogeltjes die daar wat rondscharrelden. Het lukte me om er een fotoserie van te maken. Thuis, achter de computer, ontdekte ik met behulp van ObsIdentify dat het om de grauwe vliegenvanger ging.

De grauwe vliegenvanger is een kleine, onopvallende zangvogel die vanaf een vaste zitplaats vliegende insecten vangt. Hij heeft een gestreepte borst, grijsbruine kleuren en broedt op beschutte plekken. Zijn zang is zacht en bescheiden. In Nederland komt hij in het voorjaar aan en vertrekt in het najaar. Door de afname van insecten gaat het minder goed met deze soort. De grauwe vliegenvanger staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels, vanwege een lange periode van afname in aantal.

De bonte vliegenvanger heeft enkele jaren in onze tuin gebroed, maar de grauwe vliegenvanger had ik tot nu toe nog nooit gezien, laat staan gefotografeerd. Dit vogeltje stond al lange tijd op mijn verlanglijstje. Ik ben dan ook erg blij met deze waarneming.