Zwarte sterns bij De Leijen

Gisteren stond er weer een fotokuier op het programma samen met mijn fotomaatje. We hebben meestal meerdere opties voor de invulling van zo’n dag, maar uiteindelijk komen we er altijd samen uit. Deze keer viel de keuze op de vogelkijkhut aan de De Leijen. Tijdens ons vorige bezoek was het me niet gelukt om acceptabele foto’s te maken van de zwarte stern. Ik hoopte dit keer dan ook op een herkansing.

In mijn beleving waait het daar altijd en dan met name naar binnen, precies door de kijkgaten van de hut. Maar deze keer was het opvallend rustig: nagenoeg windstil. Ik maakte een foto van het eilandje, dat inmiddels bijna is verdwenen. Een visser zat roerloos in zijn bootje, terwijl een supper in hoog tempo voorbij spurtte. Even later viel mijn oog op een wilde eend, die rustig tussen de waterlelies foerageerde.

Maar we kwamen natuurlijk voor de zwarte stern. Het vergde wat geduld, maar uiteindelijk werden we beloond. Het is gelukt om er een serie foto’s te maken.

We hadden geluk: een zwarte stern dook vlak voor de kijkhut, tussen de gele plomp in het water. Even later steeg hij weer op, met een visje in zijn snavel. Alleen al dit moment maakte de fotokuier meer dan geslaagd.

Veldleeuwerik en tureluur in vlucht

Ik ben bijna toe aan de afronding van de fotoseries van ons verblijf op Texel. Naarmate de week vorderde, werd het weer steeds beter met een blauwe lucht en sierlijke windveren als decor.

Kenmerkend voor Texel is het heldere gezang van de veldleeuwerik. De vogel zien als een stipje aan het zwerk dat lukt ook nog wel, maar het vastleggen van de veldleeuwerik is echter een stuk lastiger. Toch heb ik een poging gewaagd. Met wat geduld en een beetje geluk heb ik uiteindelijk deze serie kunnen maken.

De zangvlucht is een van de meest kenmerkende gedragingen van deze vogel en maakt hem bijzonder herkenbaar. Tijdens de zangvlucht stijgt het mannetje bijna recht omhoog, soms tot wel 100 meter hoog, terwijl hij onafgebroken zingt – een vrolijk, afwisselend en helder gezang dat minutenlang kan doorgaan (soms meer dan 10 minuten). Als hij op hoogte is, blijft hij even “hangen” in de lucht, zingend, en daalt daarna langzaam weer af, vaak nog steeds zingend, met een karakteristieke spiraalvormige of wiegende vlucht. Deze zangvlucht dient vooral om een territorium af te bakenen en vrouwtjes aan te trekken.

Terwijl ik in Waalenburg stond te wachten tot er weer een veldleeuwerik zou opstijgen, werd ik plotseling ‘lastiggevallen’ door een tureluur. Waarschijnlijk had hij jongen in de buurt en vond hij dat ik te dichtbij was. De vogel vloog meerdere keren laag over me heen, luid roepend en scherp manoeuvrerend. Het was een indrukwekkend staaltje territoriaal gedrag.

De tureluur had eigenlijk niets te vrezen, want ik stond gewoon in de berm aan deze kant van de sloot. Zijn ophef leek me dan ook wat overdreven – maar ja, ouderinstinct laat zich nu eenmaal niet tegenhouden.

Een avondrondvaart door de Alde Feanen

Op een zaterdag in april maakten Jan en ik een prachtige rondvaart door de Alde Feanen. De foto’s van die tocht deelde ik toen hier op mijn weblog. Het was een schitterende tocht waarbij we onder andere een zeearend zagen – een indrukwekkend gezicht! Tijdens die tocht vertelde Jan dat er ook avondrondvaarten worden georganiseerd. Dat leek mij ook erg leuk, en dat liet ik natuurlijk even weten. 😉

Een paar weken geleden verraste Jan me met een uitnodiging voor zo’n avondrondvaart. Wat het extra gezellig maakte is dat Aafje deze keer ook meeging. Het werd een bijzondere avond op het water, met een heel andere sfeer dan overdag.

Net als de vorige keer installeerden we ons eerst op het benedendek. Maar daar bleef ik dit keer niet lang zitten. Van de vorige tocht wist ik namelijk dat het mooiste plekje op de boot bovendeks en helemaal vooraan is. Daar heb je namelijk een prachtig uitzicht naar alle kanten. Ik hield alvast dat plekje vrij voor ons drieën en al snel kwamen Jan en Aafje ook naar boven om zich bij mij te voegen.

Het weer viel deze keer wat tegen – we kregen zelfs een paar spetters regen over ons heen. Ook stond er een stevige wind. Des te prettiger was het toen we een kleinere sloot invoeren, waar het wat beschutter was.

De woonark op de eerste foto leek me trouwens een echt opknappertje. En de boot op de tweede foto heb ik speciaal gefotografeerd voor mijn Belgische volgers: een vaartuig uit Gent met de Belgische vlag in top.

Het bewolkte weer leverde juist prachtige luchten op. Af en toe brak de bewolking even open en verscheen er een stukje blauwe lucht. Mooi om te zien hoe het uitzicht steeds veranderde, afhankelijk van welke kant je opkeek.

De vorige keer liet ik allerlei mooie én minder mooie optrekjes zien. Deze keer beperk ik me tot: ‘De Keet’. Daar was duidelijk iemand thuis, want de vlag hing in top. In de Alde Feanen – en op meer plekken in Friesland – is het een gewoonte dat bewoners van huisjes, woonarken of recreatiewoningen de vlag in top hangen als ze aanwezig zijn. Het is een informele manier om te laten zien dat er iemand “thuis” is. Vooral bij moeilijk bereikbare of afgelegen plekjes, zoals huisjes aan het water, is dit een handig signaal voor voorbijvarenden, buren of bekenden.

Het hek bij de ‘oprit’ stond wel open, maar het was uiteraard niet de bedoeling om daar naar binnen te varen.

Op dat moment lukte het me om een langsvliegende zwarte stern vast te leggen.

De gids gaf een demonstratie hoe je van pitriet een lont kunt maken. Een verrassend simpel maar doeltreffend techniekje! Op de website van It Fryske Gea kun je er ook over lezen.

We hebben een tijdje stilgelegen bij het nest van de zeearenden. De jongen waren inmiddels zo groot dat ze elk moment konden uitvliegen. Het was prachtig om te zien dat er een volwassen zeearend op het nest stond. Helaas zorgden het donkere weer en de grote afstand ervoor dat ik er geen mooie foto’s van heb kunnen maken. Daarom laat ik jullie in plaats daarvan een foto zien van de skyline van Leeuwarden, met een koppel koeien op de voorgrond, een typisch Fries plaatje!

We kwamen langs een kolonie kokmeeuwen, waarvan de jongen al behoorlijk groot waren. Voor zover ik weet heb ik nog nooit eerder jonge kokmeeuwen op de foto gezet. Ik vind het verenkleed van de jongen bijzonder mooi getekend, wat je goed kunt zien bij het jong op de vierde foto.

Na een winderige etappe kwamen we weer in rustig binnenwater. Ik begon deze serie met een foto van een vervallen woonark en sluit af met een huis met een prachtig nieuw rieten dak. Jan en Aafje, heel erg bedankt voor de heerlijke maaltijd vooraf en de mooie, gezellige rondvaart. ❤️

Tapuit, kneu, fazanten en bruine kiekendief

Tijdens ons verblijf op Texel maakte ik een wandeling door De Tuintjes, een prachtig duingebied in het noorden van het eiland. Hoewel ik al sinds mijn zeventiende op Texel kom, heb ik dit gebied pas een paar jaar geleden echt ontdekt. Sindsdien is het een vaste plek geworden voor een wandeling.

Ook deze keer hoopte ik er de tapuit te zien én te fotograferen. Het gaat helaas niet goed met deze karakteristieke vogel in Nederland. De tapuit staat dan ook op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Texel is een belangrijk toevluchtsoord: maar liefst 20% van alle broedparen in Nederland bevindt zich op het eiland – en dan vooral in De Tuintjes.

De tapuit broedt bij voorkeur in verlaten konijnenholen en is daarmee sterk afhankelijk van de aanwezigheid van wilde konijnen. Helaas staat die populatie op veel plekken onder druk. Ziektes zoals myxomatose en VHS hebben de afgelopen jaren gezorgd voor een forse afname van het aantal konijnen. Inmiddels staat ook het konijn op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland. Daar komt bij dat vergrassing en verruiging van de duinen leiden tot minder geschikte leefgebieden – zowel voor de konijnen als voor de tapuit. Deze combinatie van factoren maakt dat herstel van beide populaties langzaam en kwetsbaar verloopt.

In gebieden, zoals de Eierlandse duinen – waaronder De Tuintjes – is recent een begin van herstel zichtbaar, wat positief is voor de biodiversiteit en voor soorten als de tapuit, die afhankelijk zijn van open duingebied en konijnenholen. Toch zijn de aantallen nog altijd maar een fractie van de populaties uit de vorige eeuw, toen er in de duinen tienduizenden konijnen voorkwamen.

Op deze site kwam ik onderstaand filmpje tegen, dat mooi laat zien hoe bijzonder dit gebied is – én welke belangrijke rol het speelt voor de tapuit.

De tapuit is in Nederland te zien van maart tot november, met de grootste kans op waarnemingen in mei en september. Dit komt doordat het een echte trekvogel is – en niet zomaar één: de tapuit is waarschijnlijk de verst trekkende zangvogel ter wereld. Na het broedseizoen in Europa vliegt hij naar zijn overwinteringsgebied diep in Afrika. Deze indrukwekkende reis leggen ze grotendeels ’s nachts af. Tijdens de trek kunnen tapuiten wel 300 kilometer non-stop vliegen.

Naast de tapuit kon ik in De Tuintjes ook de volgende vogels fotograferen: een bruine kiekendief, een kneu, een grote stern en een grasmus.

De fazantenpopulatie doet het wel goed op Texel – en dat geldt zeker voor De Tuintjes. Tijdens mijn wandeling zag ik meerdere fazanten rondstruinen, zowel kleurrijke hanen als de meer onopvallende hennen. Tot mijn plezier liepen er ook enkele hennetjes met jongen rond.

Met de pont over en op Romsicht

Vandaag neem ik jullie voor de tweede en laatste keer mee op onze prachtige tocht op de iLark en e-bike. Jan en ik reden in een rustig tempo over het schelpenpaadje wat parallel loopt aan de Headamsleat.

We gingen met de pont Grietman-Eco naar de overkant. Ik vind het altijd weer een feest om op het water te zijn, de geur van het water en het weidse uitzicht, genieten.

Vanaf de Hooidamsbrug volgden we het fietspad en kwamen we uit bij uitkijktoren Romsicht. Ik was hier nog niet eerder geweest, maar vond het gelijk een hele mooie plek. Jan had van tevoren al bedacht dat we bij de toren wellicht een mooi plekje in de schaduw zouden kunnen vinden om te lunchen. Hij had gelijk.

De uitkijktoren is in 2011 gebouwd in opdracht van natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea. Hij staat op de fundamenten van de voormalige boerderij Romsicht, die in 1967 werd afgebroken. De naam “Romsicht” betekent letterlijk ruim zicht en verwijst zowel naar het weidse uitzicht vanaf de toren als naar de oorspronkelijke boerderij.

Op deze website van Uitkijktorens.nl vond ik een mooi stukje over deze plek, inclusief een verwijzing naar het weblog van… mijn fotomaatje. Leuk om dat tegen te komen! En ook ik maak graag gebruik van dat blogbericht om het verhaal rond deze bijzondere plek te delen.

De toren was goed te beklimmen, zelfs voor mij met mijn hoogtevrees. Vanaf het platform hadden we een prachtig uitzicht over het landschap. Er trok een bont gezelschap aan vaartuigen voorbij.

Vanaf het platform zag ik het riet voortdurend bewegen. Er moest wel iets tussen scharrelen, waarschijnlijk vogeltjes die zich goed verborgen hielden. Het lukte uiteindelijk om er een paar op de foto te krijgen. Thuis, achter de computer, zag ik dat het jonge rietzangers waren. Wat een leuke verrassing!

Ik sluit deze serie af met een gedicht van Henk Moltmaker. Dit gedicht stond op een bordje langs het fietspad, bij de uitkijktoren.

Zeehond, eidereenden en een bontbekplevier

Samen met mijn man en onze zoon ging ik op Texel naar het strand bij de vuurtoren, in de hoop daar zeehonden te spotten. Na het tegenvallende pinksterweer waren we blij om eindelijk een stukje blauwe lucht te zien. Echt strandweer was het nog niet, maar dat mocht de pret niet drukken.

We wandelden over het brede strand richting de Noordzee. Het duurde niet lang of we zagen in de verte een zeehond even boven water komen – een klein, grijs koppie tussen de golven. Mijn man en onze zoon liepen daarna verder langs de kustlijn, in zuidoostelijke richting, speurend naar nog meer zeehonden.

Ik wandelde naar de strekdam, in de hoop daar nog wat bijzondere vogels te spotten. Daar zouden we elkaar later weer ontmoeten. Terwijl ik uitkeek over het water, trok een vlucht eidereenden over me heen. Even later landde een groepje van vier vrouwtjes op zee. Ze dreven mee op de golven – soms bijna onzichtbaar tussen de deinende watermassa, en dan weer ineens duidelijk in beeld.

Op de strekdam zat een grote groep meeuwen druk hun kostje bij elkaar te scharrelen. Verder heb ik geen bijzondere waarnemingen meer gedaan. Op het brede, rustige strand waren een paar mensen fanatiek aan het kitebuggyen – een perfecte plek voor zo’n sport, met alle ruimte en wind die je je maar kunt wensen.

Net voorbij de strekdam zag mijn man als eerste de twee bontbekpleviertjes op het strand. Met mijn 600 mm-lens kon ik ze vanaf grote afstand mooi dichterbij halen. Op dat moment zag ik dat een echtpaar hun hond die kant op wilde laten rennen. Gelukkig kon ik nog op tijd ingrijpen – ik legde uit dat de vogels bij verstoring meteen zouden opvliegen. Ze reageerden begripvol en weken met hun hond uit naar de vloedlijn iets verderop.

De voorkeur om op stranden en zeedijken te broeden maakt deze soort zeer kwetsbaar door
menselijke verstoring. In Zeeland worden nesten om die reden afgezet met schapengaas, touw en waarschuwingsborden. In sommige gevallen wordt ook een beschermkooi over het nest geplaatst. Zie deze website van Nationaal Park Oosterschelde.

Na de waarneming van de bontbekplevieren wandelden we weer terug naar de parkeerplaats. De wolk zag er wel dreigend uit en het leek erop dat het in de verte regende, maar het liep voor ons goed af.

Kluut ruziet met bergeenden

Tijdens mijn verblijf op Texel was ik getuige van een opvallend tafereel: een waakzame kluut die zich ophield bij een paartje bergeenden en hun jong. De overige jongen van de bergeenden bevonden zich aan de andere kant van de plas, druk in de weer met foerageren. Wat me opviel, was dat de bergeenden zich niet leken te storen aan de aanwezigheid van de kluut. Ze gingen onverstoord verder met voedsel zoeken.

Even later dwaalde het jong van de bergeend wat af van zijn ouders. Dat was voor de kluut het moment om in actie te komen. Alarmerend liep hij erachteraan en pikte zelfs richting het kuiken. Opmerkelijk genoeg bleven de oudervogels van de bergeend volledig onverstoorbaar; ze reageerden niet op de actie van de kluut.

Toen het jong ver genoeg was weggejaagd, sprintte de kluut plotseling naar de andere jongen van de bergeenden en joeg ook hen alle kanten op. In eerdere reacties werd gesproken over ‘zorgzame’ en ‘wakende’ ouders, maar dit gedrag had daar weinig mee te maken. Het leek eerder op een vorm van territoriaal terroriseren dan op waakzaamheid.

Het gedrag van de kluut verbaasde me, want ik zag in eerste instantie nergens jongen van hem in de buurt. Pas toen ik een paar stappen naar voren deed, ontdekte ik vlak voor me – verscholen achter het riet langs de oever – twee kleine kluutjes die rustig rondliepen. En daarmee werd het overdreven gedrag van de ouderkluut ineens verklaarbaar.

Op deze overzichtsfoto is goed te zien waar het zich allemaal afspeelde en vooral hoeveel ruimte er eigenlijk is voor iedereen om naast elkaar te leven. Er is plek genoeg, zou je denken. Elkaar verjagen lijkt dan niet nodig.

Het tafereel doet denken aan hoe ook wij mensen soms met elkaar omgaan. Ondanks overvloedige ruimte en mogelijkheden, ontstaan er toch conflicten over grenzen, territorium of verschillen…

Op stap met de iLark en e-bike

Vandaag neem ik jullie mee in een actueler onderwerp: een uitstapje dat ik onlangs maakte samen met mijn fotomaatje. Jan reed op de iLark en ik op de e-bike. Jan laat op zijn weblog gedetailleerder zien hoe onze dag is verlopen; ik ga er wat sneller doorheen. Onze eerste stop was het haventje van De Veenhoop, waar we even de tijd namen om rond te kijken en foto’s te maken.

Tegenover het haventje staat een oude boerderij. Ernaast bevindt zich een klein huisje, dat vroeger vermoedelijk dienst deed als arbeiderswoning. De boerderij straalt iets uit van vervlogen tijden en heeft waarschijnlijk ooit aanzien gehad. Nu oogt het geheel wat vervallen, met sporen van vergane glorie die nog zichtbaar zijn.

In Nederland zijn veel boerderijen in vervallen staat door het stoppen van agrarische activiteiten, gebrek aan opvolging, financiële beperkingen en vergrijzing op het platteland. Boerderijen verliezen hun functie, worden moeilijk herbestemd en het onderhoud wordt daardoor uitgesteld of verwaarloosd. Vooral in krimpgebieden is dit een zichtbaar probleem. De activiteiten rond deze boerderij, met de authentieke pakjes hooi op het erf, doen denken aan een boerenbedrijf van een keuterboer.

Iets verderop ontmoetten we een boer die net zijn pinken had uitgeladen. Pinken zijn jonge vrouwelijke runderen van ongeveer één tot twee jaar oud die nog geen kalf hebben gekregen en dus nog geen melkkoe zijn. Eerst bleven de pinken dicht bij de boer staan. Toen hij met zijn tractor wegreed, liepen ze trouw met hem mee, totdat een hek hen tegenhield. Het was duidelijk: een boer kent zijn koeien, en de koeien kennen hun boer. 😉

Een paar honderd meter verderop nodigde een bloemrijke berm ons uit om weer even te stoppen. Het was een waar feest om te zien. De bloemen werden druk bezocht door verschillende vlinders. Een klein geaderd witje wilde wel voor mij poseren. Terwijl ik over de weg liep, probeerde ik een rietzanger op de foto te krijgen. De rietzanger liet zich prachtig horen en was af en toe ook even te zien, maar zodra ik mijn camera richtte, was de vogel alweer gevlogen.

Bij het gemaaltje aan de Bûtendiken stopten we opnieuw. Daar heb je een prachtig uitzicht over het water. Op een vlot in het water zaten visdiefjes met vermoedelijk jongen. Op een steen stond een nijlgans alsof hij de onbetwiste heer en meester van het gebied was.

De weg ging over in een schelpenpaadje. Achter elkaar reden we langs Molen Herkules, op weg naar de pont. Maar daarover vertel ik de volgende keer meer.

Zonsondergang bij Paal 15

Aan het einde van het gezellige weekend op Texel bleef er een groepje van vijf personen over. Op de avond nadat we de anderen overdag hadden uitgezwaaid, gingen we opnieuw naar het strand om de zonsondergang te bewonderen. Dit keer kozen we voor Paal 15. Het was bewolkt, maar af en toe brak de zon nog even door een klein kiertje in de wolken.

Bij aankomst op het strand raakte mijn neef meteen bevriend met een hond die wel interesse had in zijn frisbee. Onze zoon had zijn verrekijker meegenomen, maar stopte die al snel in mijn fototas zodat hij zijn handen vrij had om frisbee te gooien. Handig, zo’n moeder mét fototas. 😉

Op een gedeelte van het strand stonden een groep meeuwen en scholeksters bij elkaar. Het leek erop dat er op die plek iets te halen viel, wat al snel duidelijk werd toen even later een meeuw met zeewier in zijn snavel aan kwam lopen.

Door de bewolking werd het geen spectaculaire zonsondergang, maar toch hebben we er volop van genoten. De zachte kleuren en de rustgevende sfeer op het strand maakten het moment bijzonder.

Bewoners in het nieuwe mussenhotel

In een eerder bericht schreef ik over het nieuwe mussenhotel. Ik had niet echt verwacht dat er dit seizoen nog bewoners zouden komen, maar tot mijn verrassing is het toch gelukt! Alleen zijn het geen mussen die hun intrek hebben genomen, maar wespen. 😉

Na overleg met mijn man en mijn zoon besloten we het wespennest te laten zitten. We hebben genoeg ruimte in de tuin en er spelen geen kleine kinderen in de buurt van het nest.

Wespen zijn namelijk ook hele nuttige dieren en een essentieel onderdeel in het ecosysteem. Ze spelen een belangrijke rol in de natuur doordat ze jagen op insecten zoals muggen, rupsen en bladluizen, wat helpt bij het natuurlijk bestrijden van plagen. Daarnaast dragen sommige wespensoorten bij aan de bestuiving van bloemen, al is dit in mindere mate dan bijen. Ook fungeren ze als opruimers door dode dieren, wat helpt bij het schoonhouden van de omgeving. Zonder wespen zouden ecosystemen én landbouw veel meer last hebben van insectenplagen.

Hun opdringerige gedrag in de nazomer komt vooral doordat hun kolonie dan uit elkaar valt en ze op zoek gaan naar zoetigheid, niet omdat ze van nature agressief zijn tegenover mensen.

Terwijl ik de wespen stond te fotograferen landde er een eindje verderop een jonge koolmees in de boom. Koolmezen eten o.a. wespen en bijen en dan met name de larven. Koolmezen plunderen soms wespennesten om bij de larven te komen, vooral in het broedseizoen als ze veel eiwitten nodig hebben voor hun jongen. Bij het verorberen van een volwassen wesp met angel pakken koolmezen dit slim aan. Ze grijpen de wesp en verwijderen vaak eerst de angel en het achterlijf. Daarna eten ze het kopje en het borststuk op, het gedeelte waar de meeste eiwitten in zitten.