Een nestelende tortelduif

Een paar weken geleden schreef ik op mijn weblog over de Turkse tortels die onze voedertafel hadden ontdekt. Op een zonnige middag nestelde een van de twee tortels zich lekker op de voedertafel. Het leek wel alsof de duif het daar heerlijk vond, hij spreidde zijn vleugels een beetje, en genoot schijnbaar van de zonnestralen.

Even later vloog de tortelduif naar een van de borders en landde tussen de sneeuwklokjes. Daar vond hij een klein takje, dat hij voorzichtig oppakte. Het zonnige weer en de aangename temperaturen leken zijn nesteldrang te hebben gewekt.

De tortelduif vloog met het takje naar de voedertafel, vervolgens naar de drinkbak en daarna weer terug naar de voedertafel. Het leek erop dat de duif op zoek was naar een geschikte plek om een nestje te bouwen. Helaas kwam er niet veel van terecht, want al snel viel het takje op de grond. Daarna werd er geen verdere actie ondernomen. Het was duidelijk dat de duif nog niet de perfecte locatie had gevonden voor zijn nest, of misschien was het gewoon een moment van verkenning.

De Turkse tortel legt van half februari tot in november meestal twee tot vijf legsels, met elk doorgaans twee eieren. Het broedsel mislukt echter regelmatig, omdat het nest, dat vaak niet meer is dan een rommelig takkenbosje, te kwetsbaar is. Daardoor waait het nest met eieren en/of kuikens vaak uit de boom, of vallen de eieren eruit omdat het nest niet stevig genoeg is.

Staartmeesjes bij De Lende

Vorige week zondagmiddag bezocht ik opnieuw De Lende, in de hoop de ijsvogel weer te zien en te fotograferen. Bij aankomst merkte ik al snel dat het er behoorlijk druk was. Wandelaars en fietsers trokken voorbij en een groepje jongeren was aan het vissen. Het leek me geen ideale situatie om een ijsvogel te spotten.

In plaats van mijn auto als kijkhut te gebruiken, besloot ik deze te parkeren en een wandeling te maken. Voordat ik De Lende overstak, nam ik de tijd om het informatiebord over de hermeandering van het riviertje te lezen.

Aan de overkant van De Lende klonk het vrolijke gekwetter van vogeltjes. Al snel zag ik dat het een groepje staartmeesjes was. Deze kleine vogels vind ik bijzonder koddig, vooral door hun bolle lijfje, lange staart en piepkleine snaveltje.

Het fotograferen van vogels in de natuur is geen gemakkelijke opgave. Ze lijken voortdurend tussen de takken te zitten, waardoor het lastig is om een helder shot te krijgen. Het vraagt om geduld – wachten tot ze zich even op een vrij plekje laten zien. Als het dan ook nog lukt om per ongeluk een wegvliegend staartmeesje vast te leggen, is dat een cadeautje.

Door de werkzaamheden met groot materieel was het pad lastig begaanbaar. De zwarte aarde maakte het glibberig. Tot mijn verrassing stuitte ik in ´niemandsland´ op een transformatorhuisje. Na het huisje van twee kanten te hebben gefotografeerd, vond ik het welletjes en ben ik teruggelopen.

Op de terugweg had ik geluk: tussen de takken dartelde opnieuw een staartmeesje. Ook deze keer was het een uitdaging om het kleine vogeltje scherp en vrij in beeld te krijgen. Maar wat mij betreft was de missie geslaagd.

Op de oever, vlak bij het bruggetje, maakte ik nog een laatste foto van De Lende. Daarna was het tijd om naar huis te gaan.

Zonsondergang en watervogels

Aan het einde van een prachtige fotodag in het rietland, samen met Jan, reden we over de Wetering. Daar zagen we een aantal aalscholvers zitten op een dukdalf en op een bord. Hun uiterlijk vertoonde allerlei variaties. In het voorjaar zijn deze vogels op hun mooist: hun wangen en dijen zijn wit bevederd, terwijl hun kruin en nek worden gesierd door zilverwitte manen. De keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed vervaagt geleidelijk in de loop van het broedseizoen.

Gewoonlijk maak ik een overzichtsfoto waarin de waarneming zich bevindt, maar dat was ik toen vergeten. Daarom besloot ik gisteravond terug te rijden om dit alsnog te doen. Bovendien hoopte ik meteen een mooie zonsondergang vast te leggen.

De linkerfoto is de overzichtsfoto, maar er was geen aalscholver te bekennen. Op de achtergrond is een klein stukje van de brug te zien—de brug waar mijn ouders vroeger brugwachter waren. Ook het huis waar we woonden staat op de foto.

Ik wandelde naar het water aan de andere kant van de weg, waar een koppeltje kuifeenden zwom.

Ik reed een stukje verder en parkeerde mijn auto langs de Rietweg (zie Google Maps). Het was er heerlijk rustig. Af en toe werd de stilte doorbroken door het gegak van overvliegende ganzen, het gesnater van opvliegende eenden, de roep van de meerkoet, de zang van de graspieper en de zang van de Cetti’s zanger.

De Cetti’s zanger zat vlak naast me in het riet, maar zoals gewoonlijk liet hij zich niet zien. Zijn zang is echter onmiskenbaar—zo krachtig dat het bijna pijn doet aan je oren. Zie dit filmpje voor de impressie.

Ik vreesde dat de toenemende bewolking roet in het eten zou gooien, maar gelukkig braken er enkele openingen in de wolken. Door deze gaten wierp de zon haar crepusculaire stralen naar boven. Het samenspel van zon en wolken zorgde voor een mooi schouwspel van licht en schaduw.

De ondergaande zon was mooi, maar de andere kant op was het uitzicht nog indrukwekkender. Het licht gaf een warme, rode gloed over het riet. Een blauwe reiger stond in het water, met zijn veren licht getint door de ondergaande zon. Een koppeltje wilde eenden zwom rustig voorbij, terwijl het water de kleuren van de avondlucht weerspiegelde. Het was een bijzonder moment.

Toen de zon achter de horizon verdween begon de schemering in te vallen en werd het tijd om naar huis te rijden. In de natuur verdwenen langzaam de contouren en het werd stil.

Ik vind dit een mooie tijd van het jaar, misschien wel de mooiste De zon krijgt steeds meer kracht, de temperatuur stijgt en de natuur komt tot leven. De vogels fluiten, het nodigt me uit om naar buiten te gaan, de tuin in te duiken en met de camera’s op pad te gaan. Dat betekent ook dat ik weer volop fotoseries verzamel. 😉

Zilver- en goudkleurig riet

Na de lunchpauze gingen de drie generaties mannen weer aan het werk. Errie maaide het laatste stukje rietland. De jongens zetten de bosjes rechtop tot schoven, zodat de wind er beter doorheen kan waaien en het riet sneller zal drogen. Voor Jan was het zwaar om over het tapijt van mos te lopen, gelukkig kon hij tussendoor even zitten en bijkomen op zijn klapstoel.

In de verste hoek van het perceel ging het mis: één wiel zakte volledig weg. Deze hoek van het land bleek anders te lopen dan hij had verwacht. Om de rietmaaier weer vlot te trekken, werd Klaas Jan gebeld. Dat bleek een flinke klus, want zulke machines zijn bijzonder zwaar.

Met tegenlicht kleurt het riet zilver, terwijl het met de zon in de rug een gouden gloed krijgt. Het ‘zilver’ en ‘goud’ zeggen echter niets over de verdiensten in de rietteelt. Dit ambacht vraagt om passie, want rijk word je er niet van. Naast de enorme tijdsinvestering vergt het vak ook forse investeringen in machines, die bovendien zwaar worden belast en regelmatig gerepareerd moeten worden. Wanneer je alle kosten en inspanningen meetelt, kunnen mannen zoals Klaas Jan elders gemakkelijk het dubbele verdienen.

Terwijl zijn oom aan het maaien was en de jongens aan het opzetten ging Klaas Jan verder met het uitkammen van het riet. Zodra de bak voldoende gevuld was, bond hij de bos stevig samen met touw. Daarna werkte hij de kopse kant netjes bij met een snit en bracht hij de bos naar de rand van het perceel. Na een periode van drogen brengt hij de bossen naar zijn huis. In de maanden april, mei bindt hij deze dikke bossen riet op tot kleinere, handzame bosjes. Het riet wordt daarna verkocht aan een riethandelaar of rechtstreeks aan een rietdekker.

De serie in het rietland wordt nog één keer vervolgd en dan gaan we ver terug in de tijd...

Genieten in het rietland

Ik neem jullie graag weer mee naar die prachtige dag in het rietland. Telkens wanneer ik daar ben, komen de mooie herinneringen naar boven van de tijd dat ik als kind met mijn vader meeging. Vooral mijn reukzin helpt me daarbij: de geur van de kragge en het watermunt doet me denken aan die bijzondere momenten.

We hadden al een kleine fotosessie en wat gesprekjes achter de rug toen Klaas Jan arriveerde in het rietland. Hij kwam terug van boodschappen halen. De jongens wilden al pauzeren, maar Klaas Jan vond het nog te vroeg voor de lunchpauze, dus gingen ze nog even door met hun werkzaamheden. Rhena vond het prima; zij pakte haar eigen rustmomenten wel.

De liefde voor het riet zit in het bloed en wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Dit is te zien in de manier waarop Klaas Jan met het riet bezig is. Ook bij zijn zoon lijkt deze passie al door de aderen te stromen.

Jan had vanuit zijn stoel mooi zicht op de drukke werkzaamheden. Door flink in te zoomen, kon hij er dichtbij komen zonder dat het hem extra energie kostte.

En toen was het toch eindelijk tijd voor de lunchpauze. Er werd alle tijd genomen voor de lunch en om gezellig bij te praten. Na de pauze knuffelde een van de jongens nog snel even met Rhena voordat de plicht hem weer riep.

We wandelden naar het achterste deel van het rietperceel, waar nog een stukje gemaaid moest worden. Als gasten waren we daar erg blij mee, want zo konden we ook dat proces vastleggen. Die serie komt de volgende keer aan bod.

Ik richtte mijn camera op het restant van een windmolen aan de overkant van de Roomsloot. De wind kreeg steeds meer grip op het water, waardoor het dunne ijs, in combinatie met de zon, snel begon te smelten.”

Een gezellig samenzijn in het rietland

Vrijdag gingen Jan en ik naar het rietland van mijn neef. Het was prachtig weer en het was voorjaarsvakantie, waardoor het er gezellig druk was. Bij aankomst werden we hartelijk verwelkomd door mijn zus en twee jongens waarvan er één haar kleinzoon is. Ook, de inmiddels tien jaar oude, Rhena was weer van de partij.

Jan en ik waren ruim bepakt met onze fototassen, tassen met lunch en een klapstoel. Mijn zus moedigde de jongens aan om ons te helpen dragen, waardoor ze hen meteen leerde om anderen een handje te helpen.

Elk jaar krijgt Klaas Jan hulp van zijn familieleden. Een van zijn vaste helpers is zijn oom, die hier bezig is met het machinaal uitkammen van de ruigte (onkruid) uit het riet.

Jan en Aafje zijn al ruim 18 jaar met ons bevriend en kennen daardoor ook veel van onze naaste familieleden. Hoewel Jan en mijn zus Anna elkaar nog recent op mijn verjaardag spraken, vonden ze toch nog genoeg om bij te praten.

Voor de jongens zijn er genoeg klusjes te doen in het rietland en ze vinden het nog leuk ook. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de uitgekamde ruigte op een bult gooien. Tussendoor zijn ze aan het ravotten, nemen ze regelmatig een pauze en ontdekken ze spelenderwijs de natuur. Zoals het vinden van een schedel…

De ruigte wordt ter plekke verbrand, maar er blijft altijd een hoopje bewaard voor Rhena. Ze geniet ervan om erin te liggen en te slapen. De kinderen komen regelmatig even met haar knuffelen en Rhena vindt het allemaal prima.

Wordt vervolgd.

Een datum-warmterecord, een boomkruiper en nog meer vogels

We hebben een week met grote temperatuurverschillen achter de rug. Op woensdag 19 februari fotografeerde ik schaatsers op het natuurijs in de Weerribben. Een koolmees stond op die ochtend op de drinkschaal naast bevroren water. Ik nam deze foto voordat mijn man zijn dagelijkse ochtendronde had voltooid: het voorzien van de kippen en tuinvogels van vers, warm water.

Twee dagen later werd een datum-warmterecord gebroken. Op 21 februari was het in De Bilt nog nooit zo warm geweest. De temperatuur steeg daar naar 17,9 graden, waarmee het oude record van 16,9 graden uit 2021 werd overtroffen. En juist op deze mooie dag gingen Jan en ik op pad. We begonnen bij ons thuis met koffie en iets lekkers. Daarbij hadden we uitzicht op onze voortuin. Daar ging een mus in bad.

In de namiddag kon ik een boomkruiper fotograferen terwijl hij op de stam in de voortuin zat. Wanneer een boomkruiper stilzit, is hij bijna niet te zien, maar zodra hij in beweging komt kruipt hij zo snel omhoog dat het een uitdaging is om hem vast te leggen.

Op het moment van schrijven is het een grijze dag met lichte regen. Vanuit de woonkamer maakte ik een fotoserie van een Turkse tortel, die sinds kort onze voedertafel heeft ontdekt. Halverwege de middag werd het droog, dat was voor mij het moment om de computer af te sluiten en buiten de ramen te wassen. Gisteren kreeg ik daar namelijk klachten over… 😉

De foto’s die ik maakte tijdens de fotokuier met Jan volgen later.

Sporen uit de Tweede Wereldoorlog op het Uffelter Binnenveld

Vandaag neem ik jullie weer mee naar onze wandeling op het Uffelter Binnenveld.

In het Uffelter Binnenveld zijn op veel plekken nog sporen uit de Tweede Wereldoorlog zichtbaar, zoals resten van bunkers en loopgraven. De bunkers speelden een rol in de verdediging van het door de Duitsers aangelegde vliegveld op de Havelterberg. De vele nog steeds herkenbare loopgraven werden destijds gegraven door dwangarbeiders.

Enkele dagen voor de komst van de geallieerde troepen bliezen de Duitsers in april 1945 de
hele Fliegerhorst Havelte op en ook de bunkers op het Binnenveld. Brokstukken bleven liggen. De ontstane gaten liepen vol met water en de natuur kreeg vrij spel. Dit heeft geleid tot een uniek landschap, gekenmerkt door oneffenheden, onnatuurlijke vormen en mysterieuze waterplassen. De vegetatie rukt steeds verder op en samen met de deels ingestorte gangen vormt het gebied een ideale leefomgeving voor kikkers en salamanders. Bovendien dienen de overgebleven bunkers nu als broedplaatsen.

Het Uffelter Binnenveld is een uniek en gevarieerd natuurgebied. Dit heideveld werd eeuwen geleden volledig omringd door landbouwgrond, wat de naam ‘binnenveld’ verklaart. De afwisselende hoogteverschillen en onverwachte doorkijkjes zorgen voor een boeiende en steeds weer verrassende wandelervaring. 

Via het sfeervolle Domineespaadje kwamen we weer uit bij de historische Clemenskerk, waar onze auto stond geparkeerd. Voordat ik in de auto stapte maakte ik nog een foto van de prachtige kerk en de lange schaduwen die over het grasveld vielen. De warme gloed van de late middagzon gaf het geheel een bijna schilderachtige uitstraling.

Wie het leuk lijkt om deze route te wandelen kan deze terugvinden op deze pagina van ‘Een eindje om met Het Drentse Landschap’

Schaatsers in de Weerribben

Vanochtend, net voordat ik naar mijn werk vertrok, kreeg ik een appje van mijn zus: er werd geschaatst aan de Hoogeweg. Snel pakte ik mijn fotospullen en reed naar de Weerribben. Ik had niet verwacht dat het deze winter nog zou lukken om schaatsers op natuurijs te fotograferen. Toen ik daaraan kwam zag ik mijn zus al staan.

Enkele bewoners, tevens kenners en fervente schaatsers hielden deze dagen de ijsdikte nauwlettend in de gaten. De plas waarop werd geschaatst is niet diep, maar toch aanzienlijk dieper dan een ondergelopen weiland. Het was spannend of het ijs vandaag sterk genoeg zou zijn, maar uiteindelijk waagden de eerste schaatsers zich erop, voorzichtig glijdend over het spiegelende ijs.

Ik heb daar lange tijd vanaf de oever genoten van het schaatsplezier. Zodra er geschaatst kan worden op natuurijs, ontstaat er een gezellige sfeer. Iedereen praat met elkaar, helpt elkaar, moedigt elkaar aan, maar waarschuwt elkaar ook. Mensen delen koffie, wisselen schaatstips uit en genieten samen van het winterse tafereel. Het is een moment van saamhorigheid, alsof iedereen even de zorgen vergeet en alleen het plezier telt.

Voor de echte beleving en het geluid heb ik met de telefoon een filmpje gemaakt.

Met een goed gevoel reed ik even later naar mijn werk. Dit heerlijke moment had ik maar mooi meegepakt en vastgelegd.

Nachtvorst

De afgelopen nachten daalde de temperatuur tot ongeveer -5 graden, wat het landschap een mooi winters sfeertje gaf. Vanochtend, voordat ik naar mijn werk ging, maakte ik een fotoserie tussen De Blesse en Wolvega. De nachtvorst had een dun laagje ijs gevormd op het ondergelopen land. De opkomende zon maakte het plaatje compleet.

In riviertje De Linde lag geen ijs. Toen ik even later onder het viaduct door terugreed, flitste een vogeltje voorbij. De manier van vliegen en de opvallende blauwe en oranje kleuren deden me vermoeden dat het een ijsvogel was. Ik parkeerde mijn auto langs de weg en wachtte geduldig in de hoop dat de ijsvogel zich opnieuw zou laten zien.

Ik had geluk. De ijsvogel vloog nog twee keer voorbij en bleef één keer even zitten. Slechts één foto kon ik van haar maken voordat ze weer wegvloog. Hoewel de foto verre van scherp is, verdient ze toch een plekje op mijn weblog. Nu ik weet dat de ijsvogel daar te vinden is, ga ik zeker terug naar deze plek.