De Nationale Tuinvogeltelling 2025

Dit weekend is de Nationale Tuinvogeltelling. Als enthousiaste vogelliefhebber deed ik natuurlijk mee en telde ik de vogels in onze voortuin. Daarbij maakte ik een fotoserie van mijn waarnemingen. Ik plaatste daarvoor mijn camera met de 150-600 mm zoomlens op een statief in de woonkamer.

Van elke vogelsoort laat ik hier twee foto’s zien. De gaai in onze voortuin kon ik niet zo snel op de foto krijgen en daarom plaats ik een foto van een gaai die aan het foerageren was op het perceel van de buurman.

De gedroogde meelwormen en de zonnebloempitten zijn het meest in trek. Vogeltjes zoals mussen en vinken blijven op de voedertafel zitten om te eten. Koolmezen en pimpelmezen pikken snel een meelworm of zonnebloempit om deze elders op te peuzelen. De mezen zijn dan ook lastiger te fotograferen. De eksters graaien zoveel meelwormen bij elkaar als er in hun snavel past. De vogels in volgorde van de galerij: merel, huismussen, vink, pimpelmees die in bad is geweest, heggenmus, koolmees, gaai en eksters.

De vogels in deze galerij: heggenmus, merel, ekster, pimpelmees, huismus, gaai, vink en koolmees met in de bovenhoek een mug.

Op zaterdagochtend telde ik in de voortuin van 11 – 11.30 uur:

  • 6 huismussen
  • 3 koolmezen
  • 3 pimpelmezen
  • 3 eksters
  • 3 vinken
  • 1 heggenmus
  • 1 gaai
  • 1 merel
  • 3 …verrassing

Deze keer hadden we namelijk een nieuwe gast in de tuin. Een vogel die ik, bij mijn weten, nog niet eerder heb gezien. Dat is voor later in de week.

Buienluchten boven Fryslân

Na de wandeling op It Eilân reden we in een rustig tempo over de Peansterdyk richting Nes. Om een auto achter ons meer ruimte te geven, namen we de afslag naar zeilschool Pean.

Op het terrein van de zeilschool vonden we een mooie plek om foto’s te maken van een naderende bui. Deze kwam Grou over de Paenster Ee naar ons toe. Toen de regendruppels ons bereikten maakten we nog een aantal foto’s, terwijl we tussendoor de lens droog poetsten. De paar druppels die toch op de foto’s zichtbaar waren, kon ik achteraf eenvoudig verwijderen met behulp van AI in Lightroom Classic.

Even later zette ik de auto weer aan de kant op de Peansterdyk, zodat we een foto konden maken van de blauwe lucht en de wegtrekkende bui. Het kronkelende slootje met zijn weerspiegeling was een extra cadeautje. Voor de niet-Friestaligen nog een kleine toelichting: het woord dyk in Peansterdyk spreek je uit als diek. In het Fries noemt met een weg, een dyk, maar ook een dijk wordt een dyk genoemd.

Het dorpje Nes, met de opvallende watertoren, lieten we rechts liggen. Op de Jinswálde maakten we een paar tussenstops om de dreigende lucht vast te leggen. Aan de oever van De Boarn liggen drie woonboten, die alleen bereikbaar zijn met een bootje c.q. pontje vanaf de kant waar ik stond te fotograferen (zie Google Maps). Terwijl een felle bui over ons heen trok, aten we onze broodjes naast het Gemaal Jinswálde.

Daarna reden we door naar Aldeboarn, waar we het geluk hadden dat de bewolking een beetje openbrak. In Aldeboarn staat een opvallende scheve kerktoren, die al van verre is te zien. Vanuit het standpunt vanwaar ik onderstaande foto maakte, lijkt er echter niets aan de hand. De huidige toren werd gebouwd in de jaren 1736-1737. Door een onvoldoende stevige paalfundering tijdens de bouw is de toren scheefgezakt. Begin vorige eeuw werd de scheefstand geschat op ongeveer 70 cm, oplopend tot 150 cm in 1991. In dat jaar werd de fundering volledig versterkt, waardoor het hellen van de toren tot stilstand is gebracht.

De graven van opa en oma

Vandaag neem ik jullie opnieuw mee naar de begraafplaats in Paasloo. De combinatie van de mist, de aangevroren rijp en de oude grafstenen creëerde een ietwat mysterieuze sfeer wat paste bij mijn stemming om op de vergankelijkheid van het leven te reflecteren.

Voordat ik naar de graven ging richtte ik mijn blik eerst op de kerk. Deze zogenaamde boerenschuurkerk is gebouwd in 1336. De kerk is pas in 1924 voorzien van een orgel. In 1954 is de kerk gerestaureerd in de oude stijl. Het is een bijzondere kerk, doordat het interieur doet denken aan de ‘deel’ van een boerderij, waaraan een koor is toegevoegd. Het orgel is 1924 gebouwd door fa. Pieter van Dam en in 1999 is het orgel gerestaureerd. De begraafplaats is aangelegd in 1880, voor die tijd werd er hoofdzakelijk in de kerk begraven.

Na de fotoserie van de graven van dichter J. C. Bloem en zijn partner Clara Eggink wandelde ik door naar de graven van mijn opa en oma. Mijn oma overleed op 37-jarige leeftijd aan TBC. Ze liet haar man en vier jonge zoons achter, waaronder mijn vader, slechts twee jaar oud. De drie oudste jongens bleven bij hun vader, mijn vader ging bij zijn opa en oma, de ouders van zijn overleden moeder, wonen. Onze opa stierf ruim twintig jaar later, in 1944. Volgens overlevering waren het lieve, zorgzame mensen. Het is jammer dat ik ze niet heb gekend. Ik ben vernoemd naar mijn oma en draag haar naam met trots.

Opa en oma liggen niet in één graf, maar schuin achter elkaar. Dat kan om verschillende redenen zijn. Mogelijk heeft de lange periode tussen hun overlijden daarbij een rol gespeeld. Recent hebben wij, als drie zussen, de grafrechten met tien jaar verlengd. De overige familieleden vonden dit niet nodig. Wij, de drie zussen waren echter mentaal nog niet klaar om deze graven te laten ruimen.

De grafstenen zijn begroeid met korstmossen. Op deze site las ik dat korstmossen grafmonumenten doorgaans niet beschadigen en dat het advies is om de stenen zo min mogelijk schoon te maken. Persoonlijk vind ik de begroeiing een meerwaarde hebben. Het zegt iets over de tijd die verstrijkt en de natuur die zich langzaam weer meester maakt van de stenen. Het voegt een element van vergankelijkheid toe.

Nadat ik de graven van opa en oma had bezocht, wandelde ik rond de kerk en langs het baarhuisje. Aan het baarhuisje hingen spinnenwebben, bedekt met rijp, die de details van de webben duidelijk zichtbaar maakten.

De graven van J. C. Bloem en Clara Eggink

Zondagmorgen reed ik over de Paaloregel naar Paasloo.

De wereld was gehuld in mist met hier en daar wat ruige rijp, wat me inspireerde om een fotoserie te maken op de begraafplaats in Paasloo. Op deze begraafplaats liggen dichter J.C. Bloem en zijn partner Clara Eggink begraven. In november las ik in de Steenwijker Courant een artikel over de gerenoveerde graven van Bloem en Eggink. Dat artikel was voor mij de aanleiding om er weer eens een kijkje te nemen.

“J.C. Bloem: een groot dichter en een ongelukkig mens vindt rust in paradijselijk Kalenberg”, zo luidt de kop van het artikel op deze site. Na vele omzwervingen belandt Bloem in 1959, dankzij zijn ex-vrouw Clara Eggink, in Kalenberg. Bij toeval ontdekte Clara daar een stuk grond met een haventje en een boerderij in het schilderachtige Noordwest Overijssel. Clara besluit Bloem niet achter te laten en hem mee te nemen naar Kalenberg, samen met al zijn boeken – een verzameling van maar liefst 20.000 exemplaren. Bloem neemt zijn intrek in de boerderij, toepasselijk De Kale Berg genoemd, terwijl Clara zelf op een nabijgelegen woonboot verblijft.

Jacobus Cornelis Bloem, dichter en essayist, werd tijdens zijn leven bekroond met prestigieuze prijzen zoals de Constantijn Huygens-prijs, de P.C. Hooft-prijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. J.C. Bloem is een van de meest geciteerde en gelezen – overleden – dichters van Nederland. Enkele van zijn beroemdste versregels zijn:

Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood.
 

Op zijn grafsteen staat zijn diepste verzuchting: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’

De laatste zin uit het laatste couplet van dit gedicht

Tot aan het zwichten en het laatst getij,
Wanneer de wereld één wordt met het duistren,
En wij de niet te horen woorden fluistren:
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.

It Eilân – het eiland

Een paar weken geleden gingen mijn fotomaatje, Jan en ik op pad in het prachtige Fryslân. Op mijn verzoek begonnen we onze fotokuier op It Eilân, een uniek natuurgebied bij Goëngahuizen. Zie Google Maps. Een voetgangersbrug vormt een van de verbindingen tussen het vaste land en het eiland. Terwijl we over de brug liepen genoten we van de rust en de weidse uitzichten over het water en de omliggende natuur.

Op internet kwam ik een interessante pagina van It Fryske Gea tegen waarop de geschiedenis van It Eilân uitgebreid wordt beschreven. Deze pagina is prachtig geïllustreerd met oude foto’s die een bijzondere inkijk geven in het verleden van dit unieke gebied. Op een van de foto’s is te zien hoe de pont werd gebruikt om zwaar materieel over te zetten. Het is fascinerend dat de pont en de bijbehorende lier, voor zover ik kan zien, nog steeds dezelfde lijken te zijn.

It Eilân is een uitgestrekt natuurgebied van 230 hectare waar je heerlijk kunt wandelen en genieten van de rust en de natuur. Het gebied is opgedeeld in twee delen met elk een eigen karakter.

It Eilân-West bestaat uit een moeraslandschap en graslanden. Het moerasgedeelte kenmerkt zich door ondiepe waterpartijen, omzoomd door brede randen van waterriet en grote lisdodde. In de lente kleuren de waterpartijen prachtig geel door de massaal bloeiende moerasandijvie. Dit deel is een paradijs voor typische moerasvogels zoals de roerdomp, porseleinhoen en bruine kiekendief, die hier broeden tussen rietzangers, kleine karekieten en sprinkhaanzangers.

It Eilân-East bestaat uit kruidenrijk grasland met een duidelijk herkenbaar greppelpatroon. In het voorjaar houdt It Fryske Gea het waterpeil zo hoog mogelijk om het gebied aantrekkelijk te maken voor weidevogels zoals kieviten, grutto’s en tureluurs. Waar mogelijk worden de greppels gevuld met water en ontstaat er een plas-draslandschap, ideaal voor de vogels. Dit deel van It Eilân heeft bovendien een belangrijke functie als retentiepolder: een overstroomgebied dat in periodes van extreem hoge waterstanden in de Friese boezem kan worden ingezet om wateroverlast te beperken.

De een na laatste keer dat Jan en ik samen op It Eilân waren was op 8 januari 2024. Het was toen aanzienlijk kouder; de temperatuur bleef de hele dag onder het vriespunt. Daarnaast speelde zich in Fryslân een andere situatie af: het waterpeil was zo hoog dat er overstromingsgevaar dreigde voor enkele dorpen. Om de druk op de kaden te verlichten besloot het waterschap om enkele retentiepolders onder water te zetten waaronder de polder van It Eilân. Jan wist het verschil in omstandigheden tussen dat jaar en deze keer prachtig in beeld te brengen in een serie foto’s op zijn weblog.

Kort nadat we waren vertrokken van de parkeerplaats bij It Eilân, besloot ik nog even te stoppen om de kronkelende weg en dito sloot vast te leggen. De uitgestrekte weilanden waren bezaaid met brandganzen.

De rietsnijders gaan van start

Tijdens het maken van van de fotoserie van de grote Canadese ganzen op het ijs, viel mijn oog op een groep mannen aan de overkant van de Wetering. Ze waren bezig met het laden van materieel op een bok, een speciaal vaartuig dat geschikt is voor het vervoeren van materialen over water. Dit materieel wordt ingezet voor werkzaamheden in het rietland, dat uitsluitend via het water toegankelijk is. Het rietseizoen staat op het punt van beginnen. Binnenkort zal er volop worden geoogst, een proces dat essentieel is voor zowel natuurbeheer als het behoud van de kwaliteit van het riet, dat onder andere gebruikt wordt voor dakbedekking en andere ambachtelijke toepassingen.

Op de Wetering lag een dun laagje ijs van amper één centimeter. Door de draaiende motor van de bok brak het ijs en verdween het al snel. Bij strenge vorst, wanneer er serieuze kans op schaatsen is, wordt in dit waterrijke gebied een vaarverbod ingesteld om de ijsvloer te beschermen. Voor mensen die afhankelijk zijn van vervoer per boot, zoals rietsnijders en bewoners van afgelegen gebieden, levert dit de nodige uitdagingen op. Ze moeten tijdens het vaarverbod vaak creatieve oplossingen bedenken om hun werk of dagelijkse bezigheden voort te zetten. Hoewel het voor hen lastig is, wordt het vaarverbod door velen gezien als een noodzakelijke maatregel om het schaatsplezier van de regio te waarborgen.

De kans op ijs waarop geschaatst kan worden is voorlopig uitgesloten, waardoor het geen probleem was dat deze mannen de ijsvloer braken. De draaiende motor van de bok zorgde ervoor dat ijsschotsen loskwamen en langs dreven, om vervolgens langzaam onder water te verdwijnen.

De bok stak van wal en zette koers richting Kalenberg. Wat achterbleef was een gebroken spiegel van water, waarin de silhouetten van de bomen nog steeds weerspiegeld werden, zij het in een verstoord en schokkerig patroon. De ijsschotsen, drijvend op het donkere water, vormden een fraai contrast met het omringende winterlandschap.

De man ging op weg naar het rietland, waar ‘Rieten daken groeien’ en het riet wordt geoogst. In dit uitgestrekte gebied, dat alleen per boot bereikbaar is, vormen de rietvelden een belangrijk element van het landschap.

Ter illustratie nog een kort filmpje, waarin je naast het geronk van de motor ook het karakteristieke geluid van het ijs hoort dat door het vaartuig wordt doorkliefd.

Winterse plaatjes op de Wetering

Vanaf de Hoogeweg reed ik door naar de Wetering, de plek waar ik ben geboren en opgegroeid. De rijp op de velden glinsterde in het eerste zonlicht, maar verdween al snel als sneeuw voor de zon. Alleen op de schaduwrijke plekken bleef het landschap wit bevroren. Voor veel mensen brengt ijs plezier, vooral als er hoop is dat er binnenkort geschaatst kan worden. Voor de watervogels daarentegen betekent een laagje ijs meteen een uitdaging: het bemoeilijkt hun zoektocht naar voedsel.

Ik parkeerde mijn auto in de buurt van de waterinlaat aan Wetering Oost (zie Google Maps). Op het ijs had zich een groepje grote Canadese ganzen verzameld. Verderop, op een paal achter hen, stond een aalscholver.

Aan de andere kant van de weg stonden een blauwe reiger en een zilverreiger werkeloos in het berijpte weiland, alsof ze wachtten tot de zon het ijs zou breken. Toen ik met de overzichtsfoto maakte was de blauwe reiger al weggevlogen, waarschijnlijk op zoek naar een plek waar hij wél kon vissen.

Het weiland werd druk bevolkt door een grote groep grauwe ganzen, aangevuld met enkele grote Canadese ganzen. Ook hier stond een grote Canadese gans op het ijs. In de lucht was het een komen en gaan van ganzen, een voortdurend schouwspel van beweging. Soms heb ik moeite om de brandgans en de grote Canadese gans uit elkaar te houden. Ze hebben beide een zwart-witte kop, maar verschillen in formaat en koptekening. Op deze site wordt het verschil op een leuke manier uitgelegd. Nu nog onthouden: wie had ook alweer welke koptekening?

Wordt vervolgd.

Winterse plaatjes in de Weerribben

Hoewel ik nog een fotoserie heb liggen van de mooie fotokuier van Jan en mij vorige week, kies ik er toch voor om eerst aandacht te besteden aan de actualiteit. We hebben namelijk de eerste nacht met matige vorst van dit jaar te pakken. Op de velden lag een dun laagje rijp, wat voor mij de perfecte aanleiding was om mijn camera’s te pakken en eropuit te trekken. Mijn eerste stop was op een weggetje in Paasloo, waar aan weerszijden van de weg prachtige houtwallen te zien zijn.

Op de voorgrond lag een berijpt weiland, terwijl op de achtergrond een rij kale bomen zich scherp aftekende tegen de helderblauwe lucht. Vanuit het noorden schoof langzaam een wolkenlucht binnen.

Het schelpenpaadje langs de Hoogeweg is onlangs vervangen door een breed fietspad. Daarnaast is er een nieuw bord geplaatst met de titel: ‘Hier groeien daken’. Met de lancering van deze campagne zetten de gemeente Steenwijkerland en de provincie Overijssel het riet uit Nationaal Park Weerribben-Wieden in de schijnwerpers. Al eeuwenlang wordt dit riet gebruikt als dakbedekking, vroeger vooral op boerderijen, maar tegenwoordig steeds vaker op moderne gebouwen.

Met de campagne willen de gemeente en de provincie de interesse in het riet uit de Weerribben-Wieden vergroten bij architecten, bouwers en huiseigenaren. Volgens de gemeente Steenwijkerland is dit riet duurzaam, lokaal geproduceerd en van uitstekende kwaliteit.

Op deze site kun je er alles over lezen. Het informatieve filmpje over de rietcultuur in Nationaal Park Weerribben-Wieden heb ik hieronder geplaatst.

Even verderop parkeerde ik opnieuw de auto langs de weg. Dankzij de bevroren grond was dat geen enkel probleem. Wanneer er ijs ligt gaan waaghalzen vroegtijdig op de plas schaatsen met als gevolg dat er steevast mensen door het ijs zakken. Zodra het schaatsvirus rondwaart, staat er langs deze weg een lange rij auto’s van schaatsliefhebbers. Door de aanleg van het nieuwe fietspad is het nu echter lastiger om het ijs te bereiken. Met laarzen aan waagde ik me op het bomijs en liep naar de oever om de laatste foto van dit vijfluik te maken.

Vervolgens reed ik verder en stopte bij de Tjasker. De zon klom steeds hoger, waardoor de rijp snel begon te verdwijnen. Gelukkig kon ik bij de Tjasker nog net een winters tafereel vastleggen.

Die ochtend zag ik meerdere buizerds, maar de meeste waren me te snel af. Bij één buizerd had ik meer geluk: ik stopte op afstand en kon hem vanuit de auto in alle rust fotograferen.

Wordt vervolgd.

Parijs

Vlak voor de kerstdagen ben ik op uitnodiging van en met onze kinderen naar Parijs geweest. Mijn man wilde niet mee, wat eigenlijk wel goed uitkwam, want zo kon hij mooi op de beestenboel passen. 😉 De kinderen hadden alles uitstekend geregeld, ik hoefde mij nergens druk over te maken. Een impressie van dit mooie en indrukwekkende uitje laat ik zien in kleine series binnen één bericht. De foto’s heb ik gemaakt met mijn iPhone. Door de foto’s aan te klikken zijn ze te vergroten.

De heenreis en het motel

We reisden met de auto. Om de paar uur maakten we een tussenstop om de benen te strekken. Als vogelliefhebber moest ik bij een sanitaire stop wel even een foto maken van deze mooie afbeeldingen. We verbleven in een verzorgd motel in het zuidoosten van Parijs. De kamers waren ingericht door de Parijse streetartist Madame Moustache, die een romantisch dromerig motief combineert met de stoere uitstraling van de Parijse streetart.

Ons ontbijt kochten we bij een boulangerie om de hoek en aten dat daar buiten zittend op. Naast ons motel bevindt zich le musée de l’Histoire de l’immigration. ‘s Avonds was het museum prachtig verlicht. Vanwege tijdgebrek hebben we dit museum niet kunnen bezoeken.

Place de la Bastille

Metrostation Dorée lag op loopafstand van ons hotel. Op de eerste avond bracht de metro ons naar Place de la Bastille. Op dit plein stond ooit de Bastille Saint-Antoine, die in 1789 werd gesloopt. De bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 wordt algemeen beschouwd als het begin van de Franse Revolutie. Door deze ingrijpende gebeurtenis in de Franse geschiedenis heeft het plein een grote symbolische betekenis voor de Fransen en is het door de jaren heen het decor geweest van talloze politieke demonstraties.

Midden op het plein staat erezuil Colonne de Juillet, opgericht ter herinnering aan de Julirevolutie van 1830. Sinds de Olympische Zomerspelen van 2024, die in Parijs plaatsvonden, is het plein bovendien verfraaid met de Olympische ringen.

Tijdens de wandeling over het plein naderde een colonne politiebussen met zwaailichten en sirenes. Het geheel maakte een overweldigende indruk. De aanslag op de kerstmarkt in Maagdenburg op 20 december lag ons nog vers in het geheugen. Tegelijkertijd gaf de aanwezigheid van zoveel politie ook een gevoel van veiligheid.

Ik maakte een kort filmpje van de colonne.

Musée du Louvre

Op de tweede dag brachten we een bezoek aan Musée du Louvre. Met 9 miljoen bezoekers per jaar is dit een van de meest bezochte musea ter wereld. Het Louvre was oorspronkelijk een koninklijk paleis en werd in 1793, tijdens de Franse Revolutie, omgevormd tot een museum. Het is een belangrijk symbool van de Franse geschiedenis. De ingang van het museum bestaat uit een iconische glazen piramide. Het museum heeft een enorme collectie van kunstwerken uit verschillende tijdperken. Uiteraard kwamen ook wij voor de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, een van de beroemdste schilderijen aller tijden. Het was nogal dringen geblazen, we hebben niet geprobeerd om er dichtbij te komen.

Kong-restaurant

Op de tweede dag gingen we uit eten in een speciaal restaurant en wel in het Kong-restaurant. De kinderen hadden deze verrassing geregeld. We waren aan de vroege kant en wandelden eerst naar de Seine. Daar hadden we mooi zicht op de verlichte Eiffeltoren. Het licht in de top werd als een vuurtorenlicht rondgestrooid over Parijs. Foto 3 en 4 van het restaurant, wat gevestigd is op de bovenste verdieping, heb ik van hun site gehaald.

Notre-Dame

Op de derde dag stond er een lange tour op het programma waarbij we langs vele bezienswaardigheden zouden komen. We hadden op die dag mooi weer. Onze eerste stop was de Notre-Dame. De beroemde kathedraal, die in april 2019 ernstig werd beschadigd door een brand, is sinds december weer geopend voor het publiek. Dat was goed te merken aan de grote drukte; op het plein voor de kathedraal stond een lange rij mensen te wachten om naar binnen te gaan. Omdat wij niet uren wilden wachten, besloten we om de rij over te slaan en onze weg te vervolgen naar de volgende bezienswaardigheid.

Panthéon

We wandelden naar het Panthéon, een imposant bouwwerk dat beroemd is om zijn historische en wetenschappelijke betekenis. In de indrukwekkende hal bevindt zich de beroemde slinger van Foucault, waarmee wordt aangetoond dat de aarde om haar as draait.

Het Panthéon dient ook als laatste rustplaats voor vele prominente Franse personen; hier liggen hun stoffelijke resten of is hun as bijgezet. Een van de beroemdheden is Marie Curie. Zij was een Pools-Franse natuurkundige en scheikundige, beroemd om haar baanbrekende onderzoek naar radioactiviteit; de uitvinding van de röntgenstraling. Marie Curie wordt beschouwd als een van de belangrijkste wetenschappers uit de geschiedenis. Ze was de eerste vrouw die een Nobelprijs ontving. Ze overleed op 4 juli 1934 aan aplastische anemie, een aandoening die waarschijnlijk werd veroorzaakt door haar jarenlange blootstelling aan radioactieve stoffen tijdens haar onderzoek.

Emily in Paris

Na het bezoek aan het Panthéon wandelden we naar Place de l’Estrapade, een plein met een typisch Parijse sfeer. Deze plek is vooral bekend geworden doordat hier scènes zijn opgenomen voor de populaire Netflix-serie Emily in Paris. In de serie woont het hoofdpersonage, Emily, in een appartement aan dit plein. Ook het café waar ze regelmatig komt en de nabijgelegen bakkerij, die in werkelijkheid echt bestaan, dragen bij aan de herkenbaarheid van de locatie.

Eiffeltoren

Het absolute hoogtepunt van ons bezoek aan Parijs was het moment waarop we de Eiffeltoren in volle glorie zagen. Dit wereldberoemde monument, dat sinds de Wereldtentoonstelling van 1889 het symbool van de stad is, blijft indrukwekkend door zijn imposante hoogte en unieke architectuur.

Arc de Triomphe en Champs-Élysées

De Arc de Triomphe is een van de meest iconische monumenten van Parijs. Gelegen aan het westelijke uiteinde van de Champs-Élysées, werd de triomfboog in opdracht van Napoleon Bonaparte gebouwd ter ere van zijn overwinningen. Onder de Arc bevindt zich het Graf van de Onbekende Soldaat, ter nagedachtenis aan de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Iedere avond wordt de eeuwige vlam opnieuw aangestoken als symbool van herinnering en respect. Uiteraard flaneerden we over de Champs-Élysées, een van de meest prestigieuze en herkenbare boulevards ter wereld.

Met dank aan onze kinderen die dit mooie uitje hebben georganiseerd. ❤️

Een gaai en een beetje sneeuw

Vanochtend, na het overzetten van de foto’s van de camera (met telelens) naar de computer zag ik een aantal ‘vergeten’ foto’s…

Half december ging een koolmeesje op het kozijn van het raam in onze woonkamer zitten. Misschien werd het vogeltje aangetrokken door de kleuren van de rammelaar, die onze dochter 28 jaar geleden, als baby heeft gekregen.

Eind december kwamen Jan en Aafje bij ons op bezoek voor een kopje koffie. Ze hadden zich georiënteerd op een demontabele elektrische rolstoel in een stad hier in de buurt. Terwijl we aan de koffie zaten landde er een sperwer in een kerstboom op het perceel naast onze tuin. Vanuit de woonkamer maakte ik snel een paar foto’s. Toen ik voorzichtig naar buiten sloop vloog de sperwer weg. Jammer. Jan baalde ervan dat hij zijn camera in de auto had laten liggen.

Maar nu verder met een actueel onderwerp: de gaai en een beetje sneeuw. Hoewel ‘sneeuw’ misschien wat overdreven klinkt voor het dunne laagje poedersneeuw; desondanks zorgde het toch voor een winters karakter.

In een donker, rommelig hoekje van onze tuin komt dagelijks een gaai langs om wat lekkers te halen. Meestal merk ik dat niet op, omdat ik op die momenten niet thuis ben. Maar vanochtend had ik geluk: tijdens de koffie kwam de gaai voorbij en ik kon er mooi een fotoserie van maken.

Gelukkig bleef de gaai niet in het donkere hoekje zitten, maar koos hij een beter plekje op een stenen muurtje. Vermoedelijk had hij een slakje te pakken. Met snelle, precieze bewegingen schraapte de gaai het slakje over de steen, waarschijnlijk om het te ontdoen van het huisje. Het was fascinerend om te zien hoe hij met deze techniek zijn prooi wist te openen. Tussendoor bleef hij alert om zich heen kijken om eventuele concurrenten in de gaten te houden.