Surfers bij Paal 15

Vandaag neem ik jullie weer mee naar onze herfstvakantie op Texel. Inmiddels waren ook onze kinderen gearriveerd, wat het extra gezellig maakte. Na de lunch besloten we ons op te splitsen, zodat iedereen kon genieten van wat hij of zij het leukste vond. De kinderen kozen ervoor om te gaan winkelen in het levendige Den Burg, waar ze ongetwijfeld de vele leuke boetiekjes zouden bezoeken. Mijn man besloot een lange wandeling te maken en te genieten van de rust en de prachtige natuur van het eiland. Zelf pakte ik mijn camera’s en ging naar het strand bij Paal 15.

Het was een stralende dag, eentje om in te lijsten. Overal zag je mensen die volop genoten van het najaarszonnetje en de aangename temperatuur.

Ik wandelde richting de zee, waarbij mijn aandacht werd getrokken door een man die bij de vloedlijn stond te fotograferen. Zijn houding straalde volledige concentratie uit, alsof hij een specifiek moment wilde vastleggen. Ik vroeg me af wat hij door de zoeker van zijn camera zag. Misschien een bijzonder patroon in de golven, een vogel in vlucht, of de reflectie van het zonlicht op het water. Zijn toewijding suggereerde dat hij iets fascinerends waarnam, iets wat de moeite waard was.

Eenmaal bij de vloedlijn zag ik al snel waar zijn aandacht op was gericht: in de branding waren surfers bezig met hun sport. Hun bewegingen volgden het ritme van de golven, terwijl ze zich geconcentreerd en met grote behendigheid op het water manoeuvreerden.

Ik werd gefascineerd door de dynamiek van het tafereel, waarin de kracht van de zee en de technische vaardigheid van de surfers samenkwamen. Het contrast tussen de donkere silhouetten en het wit van de brekende golven vormde een boeiend geheel. (Klik op de foto om te vergroten.)

Merel pakt een besje

Tijdens een van mijn fotokuiers op Texel bezocht ik de Horspolders. Onderweg daarheen maakte ik een foto van een schuur die me opviel. Hoewel de schuur niet de de authentieke vorm heeft van een traditionele Texelse schapenboet, wordt deze aldus deze site er toch voor aangezien. Op de achtergrond, aan de rechterkant is de kenmerkende witte toren van de kerk in Den Hoorn te zien.

Nadat ik mijn auto had geparkeerd aan de Mokweg maakte ik een overzichtsfoto in de richting van de veerhaven. De veerboot tussen Texel en Den Helder had zojuist de haven verlaten en zette koers over het Marsdiep.

Gewapend met mijn camera en telelens koos ik voor een smal wandelpad, weg van de gebruikelijke route om de drukte te vermijden. Terwijl ik rustig voortliep viel mijn oog op een vogeltje dat zich schuilhield in het struikgewas. Op dat moment kon ik de soort niet meteen herkennen. Thuis determineerde ik het echter als een keep, een vogel die ik niet vaak tegenkom. Jammer genoeg zat de keep diep verstopt tussen de takken, waardoor het lastig was om een duidelijke foto te maken. Toch was het een bijzondere ontmoeting die mijn wandeling extra speciaal maakte.

Even verderop landde een roodborstje op een dode tak. Het leek net alsof het enigszins vleugellam was, maar dat weerhield het er niet van om al snel weer het luchtruim te kiezen. Het korte moment van rust bood mij net genoeg tijd om het vogeltje vast te leggen voordat het wegvloog

Een merel was zich tegoed aan het doen aan de oranje bessen van, vermoedelijk, een duindoorn. Net als bij de keep en het roodborstje kreeg ik ook van de merel slechts de kans om één foto te maken voordat hij uit beeld verdween en niet meer terugkeerde. Een kort, maar toch waardevol moment om vast te leggen.

Na een korte maar prachtige wandeling stapte ik weer in de auto. Voordat ik vertrok, maakte ik echter nog een foto van de kerk met de karakteristieke scheve toren van Den Hoorn. De witte toren is een iconisch baken op Texel, dat al van grote afstand opvalt in het open landschap. Het blijft een bijzonder gezicht en een van de herkenningspunten van het eiland.

Zwemmers in koud water

Op een ochtend tijdens onze vakantie op Texel besloot ik vroeg op pad te gaan. Mijn doel was om de zonsopkomst vast te leggen bij de Waddenzee. Onderweg stopte ik bij een weiland met een aantal koeien. Zij waren nog in rust, terwijl wat verderop een vlucht ganzen het luchtruim koos om hun weg te vervolgen naar het zuiden.

Ik parkeerde mijn auto in de buurt van het kunstwerk De Fuik en wandelde naar de oever van de Waddenzee. De zon was inmiddels boven de horizon en wierp haar stralen door openingen in het wolkendek.

Toen ik terug wandelde naar mijn auto, zag ik een paar crocs onderaan de trap staan. Ze bleken van een vrouw te zijn die op dat moment in de Waddenzee zwom. Terwijl ik nog wat foto’s maakte van de omgeving, kwam er een auto aangereden. Een vrouw stapte uit, eveneens met het plan om te gaan zwemmen. We raakten aan de praat, en ze vertelde me dat ze het hele jaar door op deze plek zwemt. Ze noemde ook een groep die regelmatig in de Noordzee zwemt, ongeacht het seizoen. Op dat moment was de temperatuur van het water zo’n 13 graden. Ik heb bewondering voor deze mensen die manmoedig in het koude water trotseren.

Dansende kleine zilverreiger

Op een zonnige dag bezocht ik opnieuw het Wad bij de Krassekeet op Texel. Het was er gezellig druk met fietsers en wandelaars die van het mooie weer genoten. Aangezien het eb was, waren er meerdere mensen die over het wad liepen. De bijzondere getijdenwerking bood hen de gelegenheid om het uitgestrekte landschap te verkennen, terwijl de lage waterstand het wad toegankelijk maakte.

In de geul foerageerde een kleine zilverreiger, die zich weinig aantrok van de dames die steeds dichterbij kwamen. Het leek wel alsof de zilverreiger gewend was aan het publiek. Geïnspireerd door het voorbeeld van de wadlopers, trok ik mijn laarzen aan en liep ook het wad op. Ik vond het een bijna magische ervaring.

Ik had mijn telelens meegenomen, waardoor ik mooi kon inzoomen op de sierlijke vogel. Het was indrukwekkend om te zien hoe de zilverreiger met grote stappen over het wad liep. De vogel toonde daarbij duidelijk zijn gele tenen, een kenmerk dat de zilverreiger onderscheidt van de grote zilverreiger. Het was fascinerend om de vogel in zijn natuurlijke omgeving te observeren, terwijl hij zich voedde met de rijkdom van het Wad.

De zilverreiger maakt gebruik van het getijde en de ondiepe geulen om zijn voedsel te vinden, voornamelijk vis en kleine ongewervelden. De zilverreiger stapte naar de geul, waar hij begon te vissen. Het bleek niet zonder resultaat, aangezien de vogel al snel een prooi wist te vangen.

De wind liet de sierlijke veren van de zilverreiger zachtjes bewegen. Zowel de grote als de kleine zilverreiger hebben zwaar te lijden gehad door de vervolgingen in de tijd dat de verlengde schouderveren zeer gewild waren in de mode-industrie. Deze veren werden voornamelijk gebruikt om dameshoeden te versieren. In 1902 werden op een Londense markt veren van maar liefst 200.000 zilverreigers verhandeld. Dit leidde tot een grootschalige slachting van deze prachtige witte vogels, waarvan de populaties sindsdien nog steeds niet volledig hersteld zijn. Bron is deze site.

Nauwkeurig speurde de zilverreiger het water af op zoek naar een maaltijd. Af en toe trok hij een sprint om zijn prooi te kunnen vangen, waarbij zijn bewegingen een vloeiende, dansachtige indruk maakten. Het jagen van de zilverreiger is een verfijnde techniek, waarbij hij geduldig wacht en snel reageert wanneer de kans zich voordoet. Dit gedrag is typerend voor de kleine zilverreiger.

Vervolgens wandelde de zilverreiger richting een kokmeeuw. Ik was benieuwd of de vogels op elkaar zouden reageren. De kokmeeuw bleef echter op zijn plek staan, terwijl de zilverreiger er rustig langs stapte. Door deze twee vogels naast elkaar te zien, werd duidelijk dat de zilverreiger, ondanks zijn elegante uitstraling, niet veel groter is dan de kokmeeuw. De zilverreiger heeft een gemiddelde hoogte van ongeveer 60 cm en een kokmeeuw rond de 40 cm.

Een koperwiek en een gaai in de voortuin

Op 22 november keek ik vanuit de woonkamer naar de voortuin en zag meerdere koperwieken in de hoogstam perenboom. Vanuit de woonkamer maakte ik een aantal foto’s. Het was echter een bewolkte, grijze dag, wat het fotograferen van de koperwieken bemoeilijkte. Slechts één foto bleek acceptabel.

Sindsdien hield ik op zonnige dagen de perenboom in de voortuin goed in de gaten, in de hoop dat de koperwieken de boom opnieuw als pleisterplaats zouden gebruiken. Tot op de dag van vandaag heb ik ze echter niet meer gezien.

Tijdens mijn observaties van de vogels in de voortuin betrapte ik een gaai die op zoek was naar een lekker hapje. De foto’s van zijn gescharrel tussen de bladeren in een donker hoekje zijn helaas mislukt. Even later koos de gaai een beter plekje, en toen slaagde ik erin om onderstaande foto’s te maken.

Even later vloog de gaai naar een stenen muurtje, naar een zonnig plekje. Dat was echt een geluksmoment. Ook dit keer moest ik de foto’s vanuit de woonkamer maken. Gaaien zijn namelijk ongelooflijk schuw; zodra ik er zelfs maar aan denk om naar buiten te lopen, zijn ze al verdwenen.

Zijn laatste stop was een tak in de toverhazelaar, waarna hij wegvloog.

Een fotokuier aan het Wad

Gisteren ging ik samen met mijn fotomaatje Jan op pad. De avond daarvoor overlegden we via de app vanuit welk thuisbasis we zouden starten en waar we naartoe zouden gaan. We kozen voor het Wad. Jan zal deze prachtige dag zorgvuldig in kleine stappen beschrijven op zijn weblog. Ik laat de fotoseries zien op een later tijdstip en dan in grotere stappen…

Toen ik in de namiddag over de A7 naar huis reed werd ik getrakteerd op een mooie lucht. Ik nam de afslag Beetsterzwaag en vond daar een plekje waar ik onderstaande foto maakte.

Wagejot: kluten, kramsvogels, bergeenden, wulpen, smienten…

Na de fotosessie bij de IJzeren Kaap op Texel reed ik door naar Wagejot. Ook daar genoot ik van het prachtige spel tussen de wolken en de zon.

Bij Wagejot zie je altijd wel vogels. Meestal fotografeer ik vanuit de auto. Sinds kort gebruik ik daarvoor een broekmodel rijstzak. Toen ik de zak binnenkreeg, heb ik hem gevuld met rijst, de goedkoopste die ik kon vinden. Maar al snel bleek de zak veel te zwaar. De rijst heb ik er toen uitgehaald, gekookt en in porties aan de kippen gegeven. Uiteindelijk heb ik de zak gevuld met zonnebloempitten. Dat is lichter en voldoet prima.

Een groepje kluten stond te rusten. Kijkend door de telelens zag ik wat kleins en donkers scharrelen op een van de eilandjes. Het bleken twee kramsvogels te zijn. Ze gaven me echter geen kans op een tweede foto en vlogen al snel weg.

In het water stond een bergeend. Iedere keer ben ik opnieuw verrast door het prachtige verenkleed van deze forse eend, met name de subtiele groene accenten vind ik bijzonder mooi. Op de oever stond een mannetje en een vrouwtje smient. Even verderop ging een mannetje slobeend het water in om daar samen met een vrouwtje te foerageren.

Iets verderop was een grote groep kluten aan het foerageren. Na een tijdje vlogen ze massaal op, om vervolgens verder weg weer in het water neer te strijken.

Er stond ook een grote groep wulpen. Toen ik wat verder naar het noorden reed, zag ik een wulp op de oever. De vogel hield de omgeving scherp in de gaten. Het duurde niet lang voordat de wulp het luchtruim koos.

Een laatste foto van Wagejot in noordelijke richting, en daarna reed ik verder richting de molen.

Inzoomen op de IJzeren Kaap

In dit bericht deelde ik een fotoserie van de IJzeren Kaap op Texel. Op een later zonnige dag ben ik teruggegaan naar deze plek om nog verder in te zoomen op de details van dit stukje erfgoed. Bovenop de Waddendijk had ik een prachtig uitzicht naar het noorden, met indrukwekkende wolkenformaties.

In het zuiden was de bewolking dichter, wat in combinatie met de zon een betoverend spel van licht en schaduw bracht.

De IJzeren Kaap, ook wel Kaap Oosterend genoemd, werd in 1854 ontworpen door architect Quirinus Harder, die later de Texelse vuurtoren zou ontwerpen. Harder werkte als bouwkundige bij het Loodswezen en kreeg de opdracht een ijzeren zeekaap te ontwerpen die als vuurloos baken overdag zichtbaar was voor het scheepverkeer.

Met de kerktoren van de kerk in Oosterend vormde de IJzeren Kaap een bakenlijn ten behoeve van de schepen in vooral het oostelijke deel van de Texelstroom. Korte tijd was er vlakbij de kaap in 1843 een haventje gevestigd waar de oestervissers uit Oosterend aanmeerden. Door het grillige verloop van het vaarwater en een toename van het nachtelijke scheepvaartverkeer op de Texelstroom werd in 1977 gekozen voor een vuurbaken en werd besloten om de bakenlijn te verplaatsen in noordelijke richting om verwarring bij de schippers te voorkomen.

Toen de Waddendijk aan de oostkant van het eiland werd verzwaard en opgehoogd, is ook de constructie van de kaap aan de dijk aangepast en werden verschillende reparaties verricht. De hele onderste etage is onder de grond gewerkt, zodat slechts drie van de vier etages die de kaap telt, bovengronds en dus zichtbaar zijn. De etages worden gevormd door zes radiale liggers, die aan de buitenzijde aan de stijlen zijn bevestigd en in het midden bij een zeskantig koppelstuk samenkomen. De constructie is verstevigd met twee diagonale wanddraden per vlak en trekstangen in de zes zijvlakken.

De IJzeren Kaap staat op de rijksmonumentenlijst en werd in 2010 in opdracht van de gemeente Texel gerestaureerd. Zowel vanuit architectonisch als maritiem historisch opzicht wordt de kaap hoog gewaardeerd. Hij vormt een zeldzaam voorbeeld van een vuurloos baken met een gietijzeren constructie, dat bovendien nog in goede staat verkeert. Nog steeds vormt het baken op de dijk nabij Oosterend een opvallend herkenningspunt, zowel vanaf het water als vanaf het land.

Dit gebied ook een mooi punt om vogels te spotten. Zo kun je daar aalscholvers, alken, eidereenden, meeuwen en zeekoeten aantreffen. Aan het eind van de zomer kom je hier ook fuutachtigen en kuifduikers tegen. Bron is deze site.

Nog een laatste zwaai en dan rijden we weer verder over het prachtige vogeleiland, Texel.

Herstel van tuinwallen bij de Hoge Berg

Tijdens ons verblijf op Texel kreeg ik van een andere fotograaf de tip om paddenstoelen te fotograferen op de Hoge Berg. Bij een zonnig moment besloot ik erheen te rijden. Aangekomen in de buurt van de aangegeven locatie, maakte ik eerst een foto van een idyllisch optrekje in de omgeving.

Vervolgens wandelde ik naar het hoogste punt. Dit perceel, het Doolhof, heette oorspronkelijk ‘Engelsteen’ en later ‘Engelse steen’. Dat heeft te maken met de grote steen die op het hoogste punt van de heuvel ligt. Op deze site kun je er alles over lezen. Ik heb daar een tijdje heerlijk rondgestruind, maar het heeft me geen mooie foto’s van paddenstoelen opgeleverd.

Op de terugweg naar de auto maakte ik een foto van het karakteristieke landschap met tuinwallen, op sien Tessels ‘tuunwoallen’. Deze landafscheidingen, opgebouwd uit opeengestapelde graszoden, dienden vroeger om te voorkomen dat vee het land van de buren bereikte. Naast hun praktische functie hebben de tuinwallen ook een grote ecologische waarde. Ze bieden een groeiplaats aan bijzondere plantensoorten, die op hun beurt weer talloze insecten aantrekken. De tuunwal is daarmee een uniek en kenmerkend element van het Texelse landschap.

Toen ik mijn weg vervolgde kwam ik langs werkzaamheden aan een tuinwal. Ik zette de auto aan de kant om er foto’s van te maken. Men was bezig met het herstellen van tuinwallen. De bovenkant van de tuinwal werd afgegraven. Vervolgens stapelde men nieuwe zoden bovenop de wal. De graszoden waren afkomstig van het naastgelegen weiland. Deze herstelwerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden in de periode van 1 september tot 1 maart. Dit is de aangewezen tijd, omdat in deze maanden geen broedende vogels aanwezig zijn in de tuinwallen. Daarnaast zou het in de zomer te droog zijn en is de kans groot dat de graszoden verdrogen en dood gaan.

De oorsprong van de tuinwallen gaat terug naar de tweede helft van de zestiende eeuw. In die tijd werd op Texel het recht op overalweide afgeschaft. Dit hield in dat boeren hun vee niet meer overal mochten laten grazen, maar alleen op eigen land. Het Texelse duinlandschap liet het graven van sloten echter niet overal toe. Ook hout was schaars: er was toentertijd nog geen bos op het eiland. Beplanting stieft door de zilte grond vaak snel af. De creatieve Texelse boeren besloten daarom ’tuunwoallen’ aan te leggen, die nog altijd een belangrijk deel uitmaken van het landschap.

Tuinwallen zijn lage ‘muurtjes’ van ongeveer één à anderhalve meter hoog en een meter breed, gemaakt van op elkaar gestapelde graszoden. Vroeger werden de landafscheidingen bedekt met stekelige planten, zoals duindoorn of sleedoorn. Zo bleef het vee in eigen wei. Tegenwoordig vindt men andere begroeiing op de tuinwallen. Bloemen als grasklokjes, eikvarens, Engels gras, muizenoortjes en zandblauwtjes geven de wallen prachtige kleuren en trekken op hun beurt insecten aan. Noordse woelmuizen voelen zich thuis in droge tuinwallen. De ’tuunwoallen’ zorgen dus voor een grote diversiteit in flora en fauna in het oude Texelse land.

Halverwege de negentiende eeuw werd een groot aantal tuinwallen geruimd, omdat ze overbodig waren geworden. Een aantal jaren later werd een stuk oud Texels land, de Hoge Berg, echter omgedoopt tot landschapsreservaat. De boeren in het Hoge Berg-gebied kregen een vergoeding als zij de tuinwallen om hun land zouden laten staan en onderhouden. Inmiddels zijn de perceelafscheidingen beschermd verklaard en worden zelfs nieuwe exemplaren aangelegd. Tuinwallen zijn namelijk niet alleen handig en mooi; ook hebben ze een hoge natuurwaarde. Bron is deze site.