Beulakerwiede en het verdronken dorp

Tijdens het fotograferen van de zwarte sterns in De Wieden voer de ecowaterbus langs. Deze vaart tussen bezoekerscentrum De Wieden en het stadje Blokzijl. Ik ben zolang op de Beulakerwiede geweest dat ik de ecowaterbus ‘s middags ook nog terug zag komen vanuit Blokzijl.

Een authentiek zeilschip voer voor mij langs. De Geertruida uit Werkendam.

De series die ik deze dagen publiceerde speelden zich met name af rond en op de Beulakerwijde, in de volksmond Beulakerwiede genoemd. De Beulakerwiede is een meer met een bijzondere geschiedenis. Het is ontstaan in de 18e eeuw toen een alles verwoestende storm het dorp Beulake overspoelde.

Midden op de Beulakerwiede staat een torenspits met een klok. Dit kunstwerk is al van verre te zien en nodigt uit om van dichtbij te gaan bekijken. Het is een kunstwerk dat herinnert aan de tragische geschiedenis van het verdronken dorp Beulake. We schrijven 1776.

Alphons ter Avest maakte het kunstwerk dat een beetje lijkt op de voormalige kerktoren van Beulake. Het is één van de vijftien kunstwerken in Overijssel die vergeten geschiedenissen, in het geval van Beulake letterlijk, boven water halen. Provincie Overijssel financiert het werk als onderdeel van de Canon van Overijssel en Natuurmonumenten beheert de opmerkelijke toren. Soms is het mogelijk om de klok daarvan te luiden.

De Romeinen ontdekten naar verluid al dat turf een interessante brandstof is. Het gedroogde product turf was eeuwenlang de belangrijkste brandstof. Vanaf de middeleeuwen krijgt de turfwinning in de streek een serieus karakter. Onder meer in de Gouden Eeuw is het een belangrijke bron van inkomsten. Grote hoeveelheden van die natuurlijke brandstof gaan dan per schip over de Zuiderzee naar het westen van het land. 

Ondertussen schieten de afgravingen van het veen veel te ver door. Smalle stukken land blijven over en die blijken later een makkelijke prooi voor natuurgeweld. Een zware storm in 1775 kondigt dat onheil al aan. Veel inwoners verlaten Beulake daarna. Een jaar later krijgt het dorp de genadeslag. Bij nieuw noodweer breken de dijken door en spoelt het wassende water van de Zuiderzee Beulake weg. De vijftig dorpsbewoners die nog waren overgebleven, verschansen zich in de kerk en krijgen pas na 36 uur hulp. Ondanks die ellende komt bij de ramp overigens niemand om het leven.

Het natuurgeweld hertekent het landschap wel ingrijpend. De omgeving van Beulake verandert in het meer dat nu als Beulakerwijde op de kaart staat. Aan één van de oevers ligt Bezoekerscentrum De Wieden van Natuurmonumenten. Dat ligt overigens ook aan het Beulakerpad dat ooit doorliep naar het verdwenen dorp. Vanaf het centrum vertrekken de excursieboten het gebied in en die komen vrijwel allemaal langs het kunstwerk en het eiland; op de plek waar Beulake heeft gelegen. Twee hoge bomen markeren de plaats van de voormalige kerk en de begraafplaats.

Het verdronken dorp Beulake geeft na eeuwen soms nog steeds geheimen prijs. Staphorster Rint Massier duikt vanaf 1968 decennialang in het meer op zoek naar overblijfselen. Hij vindt grote hoeveelheden scherven, flessen, gereedschappen, turf en andere materialen, waarvan een belangrijk deel is te zien in het Cultuur Historisch Centrum in Vollenhove. Ook het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten vertelt het verhaal van het verdronken dorp. De materialen van de voormalige huizen zijn later gebruikt in andere dorpen. De oude preekstoel uit de kerk van Beulake bleef wel bewaard. Die doet nu dienst in de Kleine of Mariakerk van Vollenhove. Na de ramp bouwen veel inwoners van Beulake in dat Zuiderzeestadje een nieuwe toekomst op. Bron is deze site.

Ik koerste de Beulakerwiede over naar een zwemplekje waar ik had afgesproken met vrienden. Onderweg kwam ik langs een plek waar fuiken hingen te drogen.

Na een prachtige dag op het water arriveerde ik aan het eind van de middag weer in Giethoorn, bij de thuishaven van de geleende boot. Nog een laatste foto, een foto van een bijzondere woonboot.

Zwarte sterns, futen, blauwe reiger en koekoek

Ik had de boot voor ´anker´ gelegd op de Beulakerwiede. Het was genieten om de verrichtingen van de zwarte sterns te zien en te fotograferen. Ik had alle tijd en nuttigde daar meteen mijn lunch. Met zo´n weids uitzicht over het water is het toch heerlijk picknicken.

Een van de nestvlotjes was bezet door een paartje futen. De zwarte stern doet geen enkele moeite om het nest verder aan te kleden, dat is bij de futen wel anders. Het vlotje is beladen met waterplanten.

Om de haverklap zijn ze bezig met het perfectioneren van het nest en het herschikken van de inrichting.

Er vloog een kokmeeuw over de kolonie zwarte sterns. Ik weet niet wat ze tegen kokmeeuwen hebben, maar de zwarte sterns waren in rep en roer en joegen de kokmeeuw achterna. Even later vloog er een blauwe reiger over. Tot mijn verbazing reageerden ze niet op de blauwe reiger.

Van tijd tot tijd was er volop reuring op één plek. Wellicht was er een dreiging in het water in de vorm van een snoek of een ringslang. Op zo´n moment ging er een groep sterns boven die plek vliegen. Dat duurde een paar minuten en dan keerde de rust weer. Het gevaar was geweken.

Er vloog een grotere vogel over, ik dacht op dat moment dat het een torenvalkje was. Het viel mij echter op dat de zwarte sterns er niet zenuwachtig van werden. Pas op de computer zag ik dat het een koekoek was. Op de site van Nature Today las ik dat de koekoek maar kort in ons land is. Volwassen koekoeken hebben in mei of juni eieren gelegd en gaan er nu snel weer vandoor. Terug naar tropisch Afrika, waar ze het grootste deel van het jaar doorbrengen. In Nederland zijn ze amper drie maanden: tussen half april en half juli. Intussen zitten de waardvogels – kleine karekiet, heggenmus, graspieper, witte kwikstaart en gele kwikstaart – met het koekoekskroost. De toegewijde pleegouders zijn er vijf weken zoet mee, ruim twee weken broeden en dan nog een paar weken rupsen en insecten aanslepen voor het onverzadigbare reuzenkuiken. Die jonge koekoeken blijven hier nog wel de hele zomer. Wachten ze misschien tot hun pleegouders vertrekken om met hen naar het zuiden te vliegen?

Zwarte sterns voeren jongen

In dit bericht schreef ik over mijn fotosessie bij de zwarte sterns en liet ik een serie zien van de zwarte stern in vlucht. Vandaag zoomen we in op de zwarte sterns en hun jongen.

In De Wieden plaatsen vrijwilligers van Natuurmonumenten ieder jaar nestvlotjes voor de zwarte stern. Zwarte sterns hebben moeite om zelf een nest te maken en broeden daarom op deze nestvlotjes.

Deze groep broedvlotjes wordt beschermd door een net. Het net en de palen worden veelvuldig gebruikt als landingsplaats of als startplaats. Ieder vlotje heeft een letter. Ik heb mij met name gericht op familie A.

Op onderstaande foto staat de Familie A. Het vrouwtje is meestal wat valer dan het mannetje. Zwarte sterns broeden in mei-juni. Ze hebben één legsel per jaar van 2-3 eieren. Broedduur is 20-22 dagen. Dit paartje had twee jongen. Tijdens het fotograferen zag ik dat er één niet-uitgekomen ei in het nest lag.

De ouders hadden het heel druk met het aanslepen van voedsel voor de jongen. Tijdens de lange tijd dat ik daar zat te fotograferen viel het mij op dat het ene jong meer voedsel kreeg aangeboden dan het andere.

Zo rond 13 uur was er voor deze ouder en haar jongen een moment van rust. De zon brandde fel op het vlotje en het was warm. Het vrouwtje leek haar jongen bescherming te geven tegen de felle zon. Lang duurde dat rustmoment niet of de jongen piepten alweer onder haar vleugels vandaan.

Het mannetje kwam thuis met een grote vangst. Te groot, zo bleek al snel. Het jong kreeg het visje in de snavel geduwd, maar die wist er geen raad mee. Vaders hielp een handje door de vis in de lengterichting te leggen, maar ook dat ging niet passen. Het jong liet het visje naast zich in het nest vallen. Toen het mannetje opnieuw voedsel kwam brengen nam hij de te grote vis mee en vloog daarmee weg. Direct werd hij achterna gezeten door andere sterns die ook wel zin hadden in een lekker hapje.

Wordt vervolgd.

Zwarte sterns in vlucht

Eenmaal op de Beulakerwiede voer ik door naar de nestvlotjes van de zwarte sterns. Op gepaste afstand ging ik voor anker.

Ik nestelde me op mijn klapstoeltje. Het genieten en het fotograferen kon beginnen. In deze serie laat ik de sterns in vlucht zien. Er werd af en aan gevlogen om voedsel te halen voor de jongen en om poepjes weg te brengen.

Deze zwarte stern moest zelf ook nog wat kwijt…

Op deze foto lijkt het alsof de zwarte stern op de kop vliegt, maar schijn bedriegt. Je kunt aan de vleugels zien dat de vogel rechtop vliegt. Doordat hij de kop heel ver doordraait lijkt het alsof de stern op de kop vliegt. Helaas is de foto niet helemaal scherp, maar ik vond het zo’n bijzonder gezicht dat de foto wel een plekje op mijn weblog mag krijgen.

Ik heb daar een paar uur gezeten en ik heb me geen moment verveeld.

Wordt vervolgd.

Rietzanger, rietgors en een stoplicht in de Vaartsloot

Vandaag ga ik weer verder met mijn boottocht in de vroege ochtend. Vanaf de Dwarsgracht voer ik via een sloot naar de Walengracht. In een weiland naast de Walengracht stond een kudde koeien te grazen. Zie Google Maps.

Vanaf de Walengracht voer ik de Vaartsloot in. Aan het begin van die vaart heb ik een koffiepauze genomen. Al snel bleek dat ik in het territorium van een rietzanger lag te dobberen.

Na de koffie vervolgde ik mijn weg of beter gezegd mijn vaart. Een eindje verderop zat een mannetje rietgors op een rietpluim. De achterkant moest er ook op, want dan kun je zo mooi de witte sjaal zien.

Aan het einde van de Vaartsloot stuitte ik op een stoplicht. Zie Google Maps. De stuw was gesloten. Het paneel gaf echter duidelijk aan hoe het werkte. Terwijl het schot naar beneden zakte brandde het rode licht en knipperde het groene licht. Bij het groene licht mocht ik de stuw passeren. Toen ik de stuw voorbij was ging het schot weer omhoog en stond het licht weer op rood. Ik was gearriveerd op de Beulakerwiede.

Als er in de periode april tot en met september sprake is van extreem droge omstandigheden,
waardoor er kans is op onomkeerbare schade in veengebieden en Natura 2000-gebieden, dan
wordt water ingelaten. Doel is om voldoende water beschikbaar te hebben voor veenbodems, Natura 2000-gebied in de boezem en de polders die afhankelijk zijn van wateraanvoer vanuit de boezem. Dit water – uit het IJsselmeer – wordt ingelaten bij het Stroïnkgemaal. Men wil dat dit gebiedsvreemd water zo snel mogelijk naar het grote Beulakerwiede stroomt en zo min mogelijk vermengt met het gebiedseigen water in de sloten. Om dat te bewerkstelligen plaatste men jarenlang schotten in diverse sloten en realiseerde men overvaarbare stuwen in de Vaartsloot. In die jaren hield men de kwaliteit van het gebiedsvreemd water bij het Stroïnkgemaal goed in de gaten.

In 2020 volgde een herziening van het peilbesluit in de boezem van Noordwest Overijssel. Het komt erop neer dat tijdens het inlaten van het water, de schotten niet meer geplaatst hoeven te worden. Wel worden de overvaarbare stuwen in werking gesteld. Als je naar de plattegrond kijkt vraag ik me af of dat nog wel echt zin heeft. Het kan ook zijn dat men ze in werking stelt omdat ze er toch zijn. Maar dat is mijn invulling. Het realiseren van dit project was een kostbare operatie. Er moest over grote afstand, dwars door de natuur, stroom naartoe worden gebracht. Geïnteresseerden kunnen hier klikken voor het rapport:. ‘Toelichting herziening Peilbesluit Boezem van Noordwest Overijssel, 11 maart 2020’.

Wordt vervolgd.

Varen in de vroege ochtend in De Wieden, deel 2

Vandaag gaan we verder met de vaartocht die ik maakte in de vroege ochtend in De Wieden. Zie Google Maps

Ik arriveerde in Dwarsgracht. Een bouwvakker was op weg naar een huis in aanbouw. Het huis ligt aan de kant van een fiets-wandelpad. Alle materialen worden per boot of per voet naar het huis gebracht.

We varen door richting de ‘grote’ brug. Langs het beeld van De baggeraar. Om de laatste foto van dit vijfluik te maken ben ik het slootje ingevaren. Ik vind dit zo typerend beeld van een voormalig vissersdorpje. De stokken werden gebruikt om fuiken in het water te zetten.

Aan de zuidkant van Dwarsgracht zijn in het verleden een aantal grote bomen omgezaagd. Op een van de stammen lag een ringslang te zonnen. Ik kon er één foto van maken en toen verdween de slang achter de stam.

Wordt vervolgd.

Varen in de vroege ochtend in De Wieden, deel 1

Tijdens de prachtige vaartocht in de vroege ochtend die ik maakte met schipper Jan en een andere fotografen bedacht ik me dat ik dit vaker moest gaan doen. Neef Klaas Jan had al aangeboden dat ik zijn boot wel mocht gebruiken. Ik overlegde met hem hoe laat zijn wekker afliep en zo gebeurde het dat ik om half zeven in de ochtend door De Wieden voer.

Klaas Jan heeft een ijzeren boot met een krachtige aanhangmotor. Voor mijn doel, het genieten en fotograferen, heb ik meestal niet zoveel pk’s nodig, regelmatig deed ik de motor uit en punterde dan stil door het mooie landschap. Met punteren duw je de boot voort met een lange houten stok, de zogenaamde punterboom. Op dit filmpje kun je zien hoe dat gaat. Het punteren heb ik op jonge leeftijd geleerd en wat je jong leert verleer je niet meer.

Op de linker foto zie je een sloot vol met krabbenscheer. Als deze begroeiing niet wordt weggehaald zal de sloot gaan dichtgroeien. Dit proces heet verlanding. Op de rechter foto is een rietzanger te zien. Voor de locatie verwijs ik naar Google Maps.

In een sloot met watelelies en gele plomp trof ik een grappig tafereeltje. Een witte kwikstaart was insecten aan het vangen boven deze waterplanten.

Wordt vervolgd.

Een nieuw kozijn en insecten in onze tuin

In 2003 bouwden we in de achtertuin een veranda. Het ontwerp en de regie was in handen van onze oom- en tantezegger, Harmen. Hij was toen student in Groningen en zeker geen bouwvakker. Maar hij was wel heel handig. Ik was zijn assistente. Harmen leerde mij beton draaien, fundering storten en muren metselen. Het was een prima samenwerking en een gezellige periode. (De foto’s zijn uit het analoge tijdperk). Helaas is Harmen veel te jong overleden.

Na 20 jaar was het kozijn in de veranda voor een deel verrot. Ook aan een hardhouten kozijn komt een keer een eind. Han maakte een nieuw kozijn en plaatste het kozijn een week geleden. Vol bewondering keek ik naar zijn verrichtingen en uiteraard maakte ik een fotoserie. Han is een gepensioneerde docent met twee gouden handen. Toen de klus was afgerond was het aan mij de beurt om het kozijn af te lakken.

Dat betekende dat ik op mijn vrije dag niet de natuur in kon om foto’s te gaan maken. Gelukkig is er in de tuin altijd wel wat te zien. Tijdens de klus even pauzeren met een fotorondje, dat moet kunnen toch.

Rond onze vijver vliegen in deze periode heel veel juffers. Zoals azuurwaterjuffers, vuurjuffers en lantaarntjes.

Ook waren er andere insecten te zien zoals een rosse metselbij op Allium en een hommel op koekoeksbloem en eentje op Trifolium ochroleucum.

Het is dit jaar niet goed gesteld met de vlinders. De vlinders behoren tot mijn favoriete insectensoorten. In juni hebben we sowieso een vlinderdip, maar ook in het voorjaar waren een aantal soorten slecht vertegenwoordigd. Een aantal vlindersoorten zoals het oranjetipje en de citroenvlinder vlogen prima. Soorten die normaliter het beeld bepalen in het voorjaar – zoals klein geaderd witje, klein koolwitje, kleine vos, kleine vuurvlinder en landkaartje – waren er veel minder. Op deze pagina van Nature Today kun je er over lezen. In onze tuin kon ik een bont zandoogje met een zilveren randje fotograferen. Ik hoop dat de maand juli het wat betreft de vlinders het gaat goedmaken.

Eend op pad en spelen met water in Stavoren

Een paar weken geleden maakten Jan en ik een uitstapje naar Gaasterland. Jan heeft daar mooie series van laten zien op zijn weblog. Van ons uitstapje pak ik de draad op bij It Reaklif. Vanaf de dijk was ik afgedaald naar de oever van het IJsselmeer. Toen ik weer omhoog liep zag ik een oude auto staan, het was een eend.

We hebben vroeger zelf ook in een eend gereden, daarom wilde ik de eend van dichterbij bekijken. Terwijl ik foto’s maakte van de eend werd ik gespot door de bestuurder. Hij ging meteen klaarstaan voor een foto. Even later vroeg hij ook de andere passagiers erbij voor de foto. Hij vroeg of ik de foto’s wilde opsturen en dat heb ik gedaan. Ze waren er blij mee.

Van It Reaklif reden we door naar Stavoren. In de haven van Stavoren ligt een grote visfontein. Dit is een van de elf fonteinen van het 11fountainsproject. Leeuwarden is in 2018 verkozen tot Culturele Hoofdstad van Europa en maar liefst 11 internationale ontwerpers werden gevraagd een fontein voor een van de Friese Elf Steden te ontwerpen. In elke Elfstedenstad van Friesland staat inmiddels een fontein. De ‘Vis voor Stavoren’ is een van deze fonteinen. Voor het ontwerp van de fontein liet de ontwerper zich inspireren door de geschiedenis, het water, de visvangst en vishandel, allemaal onderdelen die zo belangrijk zijn geweest in het verleden van Stavoren. Bron is deze site. Mijn vermoeden was juist, ook de bovenlip hoort water te geven en dat was niet het geval toen wij er waren.

Jan bleef achter, zittend op een muurtje naast de visfontein. Ik wandelde verder door de haven. Aan de overkant stonden rijen kleurrijke huizen. Ik wandelde langs een prachtig zeilschip, ‘Vriendentrouw’. De schippersvrouw hing de was aan de lijn. De schipper complimenteerde ik met het prachtige schip. Hij vertelde dat ze erop wonen en dat ze met groepen varen op het IJsselmeer. Vandaag hadden ze een rustdag, want ze hun schip was op die dag niet geboekt.

Toen ik weer terug wandelde naar de fontein trof ik nog een leuk tafereeltje. De eigenaar van bovenstaand zeilschip tapte water voor zijn hond. Kennelijk was dit een bekend ritueel voor de hond, want hij reageerde heel enthousiast.

Texel, bergeenden met jongen

Toen ik in Waalenburg over het fietspad weer terug wandelde naar de auto vloog er een bergeend om mij heen. Even later waren het er twee die probeerden mijn aandacht af te leiden van iets anders.

Wat ik al vermoedde zag ik al snel, in de sloot naast het pad zwommen jonge bergeenden. Het waren er zeven. De ouden hadden het druk met hun vliegcapriolen, daarbij lieten ze hun jongen alleen achter.

De jongen doken om de beurt onder, wellicht voor hun veiligheid. Een paartje kuifeenden die een eind verderop zwommen werden weggejaagd. Een tamelijk zinloze actie.