Witte toren, fitis en groenling en 62 km

Vandaag rijden we verder over Texel. Onderweg naar Den Hoorn stopte ik even om onderstaande foto te maken: een veld vol paardenbloemen, met op de achtergrond een karakteristieke schapenboet. Een typisch Texels landschap dat direct de sfeer van het eiland weergeeft.

Buiten Den Hoorn maak ik altijd even een stop om de karakteristieke witte toren te fotograferen. De witte toren is een baken op Texel. Op de voorgrond lagen een aantal lammetjes en een schaap heerlijk te rusten,

Aan de zuidkant van Den Hoorn reed ik langs een groot tulpenveld. Ook op Texel worden bloembollen gekweekt. Het kleurrijke veld was natuurlijk wel een foto waard. Sinds ik weet hoeveel bestrijdingsmiddelen er in de bloembollenteelt worden gebruikt, blijf ik echter liever zoveel mogelijk uit de buurt van dit soort velden.

Daarna reed ik door naar de Mokbaai. Vanaf de parkeerplaats keek ik uit over de baai, maar daar waren nauwelijks vogels te zien. Aan de andere kant van de weg zag ik boven in een boom wel enkele vogels zitten die luid hun zang lieten horen. Ik had al een vermoeden welke soorten het waren, en eenmaal thuis werd dat bevestigd: een Fitis en een Groenling. Ze maakten gebruik van dezelfde zangpost; soms zaten ze er samen, maar vaak namen ze om de beurt plaats boven in de boom.

Terwijl ik daar stond te fotograferen, stapten enkele mannen in sportkleding uit een auto. Even later kwam er een hardloper aanrennen, die met luid gejuich werd binnengehaald. Bij navraag bleek dat de man rechts een ronde van maar liefst 62 kilometer rondom Texel had gerend. Zo’n langeafstandswedstrijd wordt een ultratrail genoemd. Ik was verbaasd hoe fit deze man nog oogde na 62 km rennen.

Ik vind dat een geweldige prestatie. Ik mocht een foto van hem maken om naar onze zoon te sturen om hem een hart onder de riem te steken met de woorden van de hardloper: “Als hij nu al 16 kilometer kan rennen, dan gaan die laatste 5 kilometer ook zeker lukken.” Onze zoon gaat namelijk komend weekend in Leiden de halve marathon rennen.

Wandelaars en loopeenden

Op de derde dag van onze vakantie op Texel kwamen er nog meer familieleden op bezoek. Mijn jongste zus en haar jongste zoon kwamen ‘s ochtends op tijd met de boot over.

Vorig jaar hebben mijn man en mijn zusje in drie dagen tijd het gehele traject langs de Noordzeekust op Texel gewandeld. Dit jaar hadden ze als doel om het gehele traject langs de Waddenzee te voltooien. Dat was de reden dat wij ze bij de boot stonden op te wachten. Ze startten namelijk meteen bij de boot met hun missie. Voor in de middag heb ik ze weer opgepikt bij de IJzeren Kaap. Ze hadden een wandeling van 13,6 kilometer gemaakt.

Terwijl een grote neef zorgde dat de auto en de zoon van mijn zus bij het vakantiehuis kwamen maakte ik met de auto een tochtje over het eiland. Wat betreft het weer hadden we twee hele mooie dagen gehad, maar op die eerste pinksterdag viel het weer tegen. Dat was met name sneu voor de nieuwste gasten.

In de buurt van dit huis parkeerde ik de auto en maakte een korte wandeling richting de schapenboet. Een boet is een Westfriese benaming voor schuur of bijschuur. De aanduiding komt voor in het noordelijk deel van Noord-Holland. Op het Texel duidt de benaming vooral een kleine schuur aan die diende als opslag voor hooi en ander voer voor de schapen. Vrijwel alle schapenboeten staan op Texel met de platte kant (en de toegangsdeur) naar het noordoosten, omdat de wind op Texel voornamelijk uit het zuidwesten waait. Het dak van de schapenboeten is bedekt met riet of dakpannen en de relatief lage muren, hebben kleine raampjes. Schapen stonden echter nooit zelf in een boet, daar was de schuur te klein voor. De schuurtjes op Texel werden gebouwd op land dat ver bij de boerderij vandaan lag. De boeten hebben een karakteristieke vorm, met een zadeldak dat aan één kant is afgeschuind. Hoewel de meeste vanwege ruilverkaveling in onbruik zijn geraakt, is een aantal van deze karakteristieke schuren behouden en gerestaureerd. Bron is Wikipedia. Terwijl ik de schapenboet stond te bestuderen kwam vanuit het niets drie loopeenden aangelopen. Ze waren niet bang voor mij, ze passeerden mij en verdwenen in het weiland naast de schapenboet. Een bijzondere ontmoeting.