Een veld met pinksterbloemen en het oranjetipje

In het nabijgelegen buurtschap De Pol is een akker ingezaaid met pinksterbloemen en paardenbloemen. Op een zonnige dag maakte ik er een fotoserie van. Het is een prachtig gezicht: een veld met het zachte paars in combinatie met het felgeel zover het oog reikt.

Het zou een waar eldorado voor insecten moeten zijn, maar opvallend genoeg waren er nauwelijks insecten te zien. Ik bevond mij lange tijd aan de rand van de bloembedden en heb slechts twee koolwitjes en twee bijen waargenomen. Ik had verwacht dat er oranjetipjes zouden rondvliegen, maar die heb ik niet gezien.

Pinksterbloemen zijn een belangrijke waardplant voor het oranjetipje. Een veld vol pinksterbloemen oogt dan ook aantrekkelijk, maar binnen de levenscyclus van deze vlinder is zo’n enorm veld met alleen maar bloemen niet ideaal.

Wanneer de rups zich gaat verpoppen, verlaat hij namelijk de waardplant. Hij klimt langs andere planten omhoog en beweegt zich zwiepend van de ene naar de andere stengel, op zoek naar een geschikte plek op een boom, struik of een stevige plant. In de meeste gevallen zal een rups zich slechts één tot enkele meters verplaatsen. De rups blijft daarbij vrijwel altijd binnen hetzelfde microhabitat waarin hij is opgegroeid. Dat maakt de directe omgeving van de waardplant van groot belang voor een succesvolle ontwikkeling en verpopping.

Van de foeragerende bijen maakte ik onderstaande fotoserie

In onze tuin zag ik wél enkele oranjetipjes. Wij hebben waardplanten van het oranjetipje in de tuin zoals pinksterbloemen en heel veel look-zonder-look. De vlinders vlogen voortdurend rond. Ik moest flink geduld hebben voordat het lukte om er enkele foto’s van te kunnen nemen.

Oranjetipjes leven als vlinder slechts een paar weken. In het voorjaar zijn ze dan ook opvallend onrustig: dit is hun enige kans om zich voort te planten. Mannetjes patrouilleren actief op zoek naar vrouwtjes, terwijl de vrouwtjes juist gericht speuren naar geschikte planten om hun eitjes op af te zetten. Het is een korte, hectische periode waarin alles draait om voortplanting, stilzitten is geen optie. Zie ook de website van de Vlinderstichting voor meer informatie.

Tijdens het schrijven van dit bericht ben ik meer te weten gekomen over de levenscyclus van het oranjetipje, maar ook over een plant in onze tuin: look-zonder-look. Tot mijn verrassing blijkt dit een belangrijke waardplant te zijn voor het oranjetipje. Look-zonder-look dankt de naam aan één opvallend kenmerk: de plant verspreidt een sterke geur en heeft een smaak die doet denken aan ui, knoflook, prei, bieslook en daslook, maar behoort zélf niet tot de lookfamilie (Allium). Mijn man en ik hebben een blad gekneusd, eraan geroken en zelfs een beetje geproefd. De geur en smaak doet daar inderdaad aan denken.

Al speurend kwam ik erachter dat ook de judaspenning een geschikte waardplant is voor het oranjetipje en ook die hebben we in de voortuin staan.

Vandaag op 5 mei vieren we in Nederland de vrijheid. We staan stil bij de bevrijding in 1945, toen een einde kwam aan de Duitse bezetting in Europa en de Japanse bezetting in Azië. Sindsdien leven we in het Koninkrijk der Nederlanden zonder onderdrukking, een voorrecht dat niet vanzelfsprekend is.

Bevrijdingsdag is meer dan een viering. Het is ook een moment van bezinning. Vrijheid vraagt om onderhoud; ze is kwetsbaar en kan nooit als vanzelfsprekend worden beschouwd. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen terug te kijken, maar ook bewust stil te staan bij wat vrijheid vandaag betekent.

Want terwijl wij onze vrijheid vieren, is die op veel andere plekken in de wereld verre van zeker. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende immers niet het einde van oorlog. Sinds 1945 is er wereldwijd geen dag geweest zonder gewapende conflicten. Nog altijd leven miljoenen mensen in onzekerheid, onderdrukking en geweld, waarbij mensenrechten dagelijks worden geschonden.

Een triest einde!

Een paar dagen geleden vroeg mijn man me ’s ochtends om even mee naar buiten te komen. Er was iets bijzonders te zien, zei hij, maar wat precies hield hij nog even voor zichzelf. Voor de zekerheid nam ik mijn camera mee.

Eenmaal buiten werd al snel duidelijk dat er iets heel erg mis was. Op de grond lag een dood vogeltje, en vlak daarnaast zat een ander vogeltje stil bij hem. Ik herkende ze meteen: bonte vliegenvangers. Waarschijnlijk waren ze tijdens een baltsvlucht tegen het raam gevlogen.

Het andere vogeltje, dat nog wat versuft was, vloog na korte tijd gelukkig weer weg. Toch liet het beeld me niet los. Het raakte me meer dan ik had verwacht, en ik voelde de tranen opkomen.

Het dode vogeltje gaf ik een mooi plekje op een bord, te midden van de wilde bloemen.

Even later riep de plicht en stapte ik in de auto voor een afspraak in Orvelte. Mijn fototas met camera’s ging mee; het plan was om daarna door te rijden naar Kamp Westerbork, nu ik toch in de buurt was.

Maar toen ik klaar was in Orvelte, had ik geen moed meer om nog naar het Herinneringskamp te gaan. De dood van het kleine vogeltje hield me meer bezig dan ik had verwacht.

Naarmate ik ouder word, merk ik dat ik daar moeilijker mee om kan gaan. Het verdriet om zo’n onschuldig diertje lijkt iets groters aan te raken; op zo’n moment komt het leed van mensen dichterbij en voelt het intenser.

Direct na thuiskomst heb ik vlaggetjes voor de ramen van de veranda gehangen. We hebben veel vogels in de tuin en toch gebeurt het maar zelden dat er eentje tegen het glas vliegt. Desondanks neem ik het mezelf kwalijk dat ik deze maatregel niet eerder heb genomen. Misschien had ik dan kunnen voorkomen dat ze tegen het raam waren aangevlogen…

Hoewel er nog genoeg vogels zijn die zich laten horen met hun geroep en gezang, mis ik het geluid van de bonte vliegenvanger enorm.

In de zomer van 2021 bezocht ik Kamp Westerbork voor het laatst. In mei 2022 plaatste ik een fotoserie van dit indrukwekkende bezoek op mijn weblog. De beelden geven een stille, maar indringende indruk van deze beladen plek, waar de geschiedenis nog altijd voelbaar is. Via deze link is de fotoserie te bekijken.

Vanwege 4 mei is de mogelijkheid om te reageren uitgeschakeld.

De Hoge Berg op Texel

De Hoge Berg is een bescheiden maar markante keileemheuvel van ongeveer 15 meter hoog, gelegen tussen Den Burg en Oudeschild. Het vormt het hoogste punt van een stuwwal die dwars over het eiland loopt en zijn oorsprong vindt in het Saalien, zo’n 140.000 jaar geleden. In die periode stuwde Scandinavisch landijs zand, klei en keien op tot een langgerekte heuvelrug.

Ondanks de beperkte hoogte is de Hoge Berg van grote landschappelijke betekenis. Bij helder weer is de heuvel zichtbaar vanaf Den Helder en Wieringen en biedt hij zelf een weids uitzicht over Texel.

De Hoge Berg vormt daarnaast het historische centrum van de Texelse schapenhouderij. Op het eiland leven ongeveer 10.000 schapen, waarvan een groot deel hier graast. In het voorjaar wordt het landschap verrijkt met duizenden lammetjes. Karakteristieke schapenboeten en tuunwallen herinneren aan eeuwenoude landbouwtradities die het gebied zijn unieke uitstraling geven.

Ode aan de bonte vliegenvanger

Dat mag best eens gezegd worden, want wat kan dat kleine vogeltje prachtig zingen. Onverminderd gaat hij door. Het is dan ook het mannetje dat zo zijn best doet, het vrouwtje zingt niet.

Je hoort hem overal in onze tuin, maar zijn favoriete plek is de perenboom, naast de dode boom met het nestkastje. Dat kastje wordt regelmatig verkend, al is het nog niet zeker of er ook daadwerkelijk een nestje in komt.

De foto van de perenboom maakte ik op het moment dat Jan met de drone boven onze tuin vloog. Op het pad onder de perenboom zie je Jan in de schaduw zitten.

In de lente keert de bonte vliegenvanger terug uit Afrika. Vaak hoor je hem eerder dan dat je hem ziet.

Het mannetje arriveert als eerste. Hij kiest een territorium, claimt een geschikte nestplek, vaak een nestkastje en laat zich daar voortdurend horen. Met zijn zang probeert hij niet alleen een vrouwtje te lokken, maar ook andere mannetjes op afstand te houden.

Vanuit een vaste uitkijkpost jaagt hij op vliegende insecten. In korte, wendbare vluchtjes schiet hij de lucht in om zijn prooi te vangen, waarna hij vaak weer terugkeert naar dezelfde tak. Van zijn vaste plekje tussen de bloesem van de perenboom maakte ik onderstaande fotoserie.

Kleine zilverreiger en een torenvalk met prooi, op Texel

Na de fotoserie bij de kemphanen reden we verder over De Staart in Waalenburg. Vanuit de auto zag ik een kleine zilverreiger in het water staan. Ik vroeg mijn man om voorzichtig achteruit te rijden. Omdat de zilverreiger aan zijn kant stond, moest ik uitstappen om foto’s te maken. Die beweging deed de vogel opvliegen, waarna hij neerstreek in het land achter het water.

De kleine zilverreiger is zeldzamer dan de grote zilverreiger. Behalve dat hij kleiner is, heeft hij opvallende gele tenen. Ik was dan ook blij dat de reiger opvloog, want zo kreeg ik een mooi zicht op die gele tenen.

Een van de ‘regels’ in de fotografie is dat je een vogel het beeld in laat vliegen, in plaats van eruit. Ik weet niet hoe dat bij jullie gaat, maar bij mij vliegen ze vaker het beeld uit in plaats van erin. Het zal wel met mijn reactievermogen te maken hebben. 😉

Vanaf Waalenburg reden we door naar de Waddendijk. Ter hoogte van Polder Wassenaar namen we een kijkje buitendijks, waar we een prachtig uitzicht hadden over het Wad.

Bij vogelkijkscherm Dorpzicht stopten we opnieuw. De vogels zaten op grote afstand van het scherm en er was niet heel veel bijzonders te zien. Aan de andere kant van de weg stonden echter enkele vogelaars met hun camera’s ergens op gericht. Toen ik vroeg wat ze in het vizier hadden, wezen ze me op een torenvalk met een prooi: een muisje. Hoewel wij op flinke afstand stonden, koos de torenvalk al snel het luchtruim om zijn prooi elders in alle rust te verorberen.