Koekoek bij de Leijen

Vanaf de fotosessie in het Weinterper Skar reden Jan en ik naar De Leijen. We waren benieuwd of we terecht konden in vogelkijkhut, Blaustirns. Aan de Doktersheide nabij De Leijen waren de  bermen prachtig gekleurd.

Terwijl we daar stonden te fotograferen vlogen er een aantal F-16’s over. Het is me gelukt om er eentje vast te leggen. Toen we naar het pad liepen wat naar de vogelkijkhut loopt zagen we al snel een kaart hangen met daarop de tekst: ‘Omdat het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te bewaren is de vogelkijkhut gesloten.’ Dat was een tegenvaller.

We besloten na overleg in ieder geval het pad naar de vogelkijkhut te bewandelen, want daar was vast wel iets te fotograferen…

Halverwege het pad was ik bezig met het fotograferen van zangertjes tussen het riet. Jan was al doorgelopen richting de vogelkijkhut. Plotseling vloog er een koekoek over mijn hoofd. De vogel landde bovenin een hoge boom. Hij hielde zijn staart omhoog net alsof hij nog zijn evenwicht moest zoeken…

De koekoek riep een paar keer zijn naam en keek daarna eens goed in de rondte. Jammer, want hij kreeg waarschijnlijk de fotograaf in het vizier. Ook heb ik Jan zachtjes geattendeerd op de koekoek, maar voordat Jan de camera kon richtten ging de koekoek er vandoor.

 

In mei 2016 is het me gelukt om een koekoek op film vast te leggen.

Wordt vervolgd. 

Sint-jacobsvlinder

Terwijl Jan op  het Afanja-bankje  zat bij te komen van zijn macro-avontuur wandelde ik een eindje verder naar het noordelijke pad in de hoop daar juffers, libellen en andere insecten aan te treffen.

In het hoge gras vlogen vele juffers en lantaarntjes. Zien vliegen is een eerste, maar acceptabel vastleggen is een tweede. Ik denk dat dit een azuurwaterjuffer is.

Het aantal insecten op het fluitenkruid viel vies tegen er zat er welgeteld één. Het was wel een bijzondere insect,  althans voor mij een bijzondere. Bij mijn weten had ik deze nog niet eerder voor de lens gehad. Pas op de computer leerde ik dat het waarschijnlijk ging om de grote dansvlieg (Empis tessalata). Zie deze site.

Na deze fotosessie liep ik weer terug richting het bankje. Plotseling zag ik iets roods voorbij vliegen. Het was de sint-jacobsvlinder.

De sint-jacobsvlinder is een opvallende verschijning door de zwarte voorvleugel met twee rode stippen langs de achterrand en zowel langs de voor- als langs de binnenrand een rode streep. De achtervleugel is rood met zwarte randen. De sint-jacobsvlinder is  een overdag actieve nachtvlinder. De vlinder vliegt van begin april tot half augustus in één generatie. De periode waarin de vlinders uitkomen is vrij lang, zodat vlinders en rupsen tegelijkertijd kunnen voorkomen. De vlinders vliegen overdag en zijn gemakkelijk te verstoren. Ze komen ook wel ´s nachts op het licht af. De soort, die vroeger vooral veel in de duinen aanwezig was, heeft zich de afgelopen 30 jaar uitgebreid en komt nu in een groot deel van het land voor. In de kleigebieden in Friesland en Noord-Holland is de vlinder wat minder wijdverbreid. Bron is deze site.

Het viel niet mee om deze vlinder van dichtbij te benaderen. Als ik met de macrolens in de buurt kwam ging hij er weer vandoor. Aanvankelijk zat de vlinder in de beplanting naast het pad. Uiteindelijk vloog hij naar een gedeelte waar ik niet mocht komen. Op dat moment eindigde voor mij de ‘jacht’ op deze vlinder.

Brede orchis in het Weinterper Skar

Afgelopen week stond er weer een fotokuier gepland met mijn fotomaatje. Deze keer stond een bezoek aan de brede orchis in het Weinterper Skar op het programma. Het was even zoeken om een mooi exemplaar te vinden. Toen ik deze had gevonden ben ik er met de macrolens eens goed voor gaan liggen. Die foto’s zijn te zien op de site van Jan.

En dit is het resultaat.

De macrofotografie heb ik via Jan en ontdekt. Jan is een meester in de macrofotografie met name zijn foto’s van druppels zijn werkelijk pareltjes.  Hieronder staat een foto uit het jaar 2007 waarbij Jan bezig is met de macrofotografie. Dat was in de tijd dat Jan nog vrij soepel door de knieën kon en ook weer kon opstaan.

Vanwege het voortschrijden van de MS lukt dat tegenwoordig niet meer. Maar Jan is niet voor één gat te vangen en heeft een goede oplossing bedacht. Tegenwoordig gebruikt hij een vissersstoeltje. Op de linkerfoto is Jan bezig met het fotograferen van de brede orchis. Op de rechter foto maakte hij een fotoserie van de uitgebloeide paardenbloemen. Die serie is hier te bekijken.

Wordt vervolgd. 

Op gelijke hoogte met een vink

Op een ochtend zat ik voor het huis koffie te drinken. Normaal gesproken zitten we achter ons huis, maar daar was het niet aangenaam vanwege de straffe westenwind. Plotseling daalde er een vink neer op de oprit. De vink bleef op de oprit zitten. Vanaf een afstandje maakte ik behoedzaam enkele foto’s.

Al snel bleek dat ik niet zo behoedzaam te werk hoefde te gaan, want de vink bleef zitten waar hij zat.

Nadat ik een aantal foto’s genomen had vanaf mijn tuinstoel sloop ik naar een ander plekje en stelde mij daar verdekt op. Ik zat op de oprit en zette de Nikon bridgecamera met kantelbaar scherm op de stenen en maakte zo enkele foto’s.

Al snel zag ik dat het standpunt van de camera ‘te laag’ was, want behalve de vink fotografeerde ik ook een stuk van de straatstenen. Daarom hield ik de camera iets hoger met het volgende resultaat.

Het was mij niet duidelijk waarom de vink daar bleef zitten. Misschien was hij wel tegen het voorraam van de woonkamer aangevlogen en was hij even niet in staat om te vliegen. Hij bleef echter wel alert om zich heen kijken. Dat is wel verstandig met de vele buurkatten die onze tuin dagelijks bezoeken.

Na een tijdje hield de vink het toch voor gezien, na wat rek- en strekoefeningen vloog hij op en verdween via de voortuin weg.

Op de foto’s is goed te zien dat er onkruid tussen de stenen mag groeien. Het hoge onkruid trek ik er met de hand uit. Onkruidverdelgers zijn in onze tuin uit den boze.

Rietzanger

Tijdens mijn wandeling langs het riet in de Prikkepolder, in de Weerribben hoorde ik veelvuldig de rietzanger.

Vaak zitten ze tussen de rietstengels en zijn ze lastig vast te leggen. Deze rietzanger koos een plekje mooi in het zicht.

Het volgende moment vloog de rietzanger naar een hogere zangpost. Ik had het geluk dat het vogeltje mooi van achteren werd beschenen door de namiddagzon.

Er stond een straffe wind en daardoor viel het nog niet mee om de rietzanger op de heen en weer zwiepende rietstengels goed in het vizier te houden.

De rietzanger maakte hier aanstalten om weg te vliegen. Op deze foto zie je goed dat de rietzanger geringd is.

Een rietzanger moet je vooral horen. In mei 2019 maakte ik een filmpje van de rietzanger, waarbij het enorme repertoire van de zangvogel goed tot zijn recht komt.

 

 

Libel, glassnijder

Tijdens een wandeling door de Weerribben zag ik in het hoge gras een libel. Ik vond het wel knap dat ik deze libel zag hangen.

Vanwege de grootte was het wel gelijk duidelijk dat het om een glazenmaker ging, maar om welke het binnen de familie glazenmakers ging, dat werd ik pas na determinatie  op de computer gewaar. Volgens mij is het een vrouwtje glassnijder.

In de regel zijn libellen zo weer gevlogen, maar deze bleef wonderwel een tijdje aan het grassprietje hangen. Zo kon ik de libel goed vastleggen wat het determineren achteraf vergemakkelijkte.

Om de libel goed te kunnen vastleggen moest ik aardig in het hoge gras roeren. Dat had tot gevolg dat ik enorm geplaagd werd door de mietsen (ook wel knutten, knaasjes, knijten, neefjes, mampieren, meurzen of zandvliegjes genoemd).

Rietgors

Onlangs maakte ik een wandeling in de Weerribben. Ik hoorde o.a. de roerdomp, de koekoek en de snor, maar dat zijn vogels die zich niet snel laten zien. Tijdens die wandeling lukte het wel om een rietgors vast te leggen. Weer een primeurtje. De eerste keer zat de vogel wat verder weg. Vanwege de straffe wind viel het nog niet mee om de vogel op die zwiepende wilgentakken fatsoenlijk op de foto te krijgen.

Het was een mannetje rietgors in voorjaarskleed. Ze zijn te herkennen aan hun zwarte kop en witte ‘sjaal’.

Jan schreef het al in zijn reactie: ‘Je wordt echt steeds meer vogelaar, hè.’ Het werkt inderdaad verslavend. Als je voor het eerst een bepaalde vogel voor de lens krijgt en het lukt om een aardige foto te maken en om de naam te vinden, dan smaakt het naar meer. En zo gebeurde het dat ik opnieuw afreisde met de camera naar De Weerribben. Ik maakte nu een andere wandeling en ook daar liet de rietgors zich zien. Deze keer zat de rietgors in het riet en dat is gezien de naam wel zo leuk.

De wandeling werd ongewild veel langer dan dat de bedoeling was. Ik genoot volop. Een paar kilometer verderop kreeg ik de rietgors nogmaals voor de lens. Deze rietgors had een snavel vol met voedsel. Het was vast de bedoeling om dit aan zijn jongen te voeren, maar er zat een fotograaf in de weg…

En al dat moois is te zien en te beluisteren in de Prikkepolder. Het gebied waar mijn vader en later mijn zwager ooit het riet sneden. Het gebied waar ik als kind heel wat heb rondgestruind toen ik met mijn vader meeging naar het rietland.

Oeverzwaluwwand

In het voorjaar en in de zomer neem ik regelmatig een kijkje bij de oeverzwaluwwand. In 2014 is bij  Wetering een nieuwe waterberging aangelegd. Dit is een perfecte plek voor vogels om te foerageren en te broeden. Om de oeverzwaluwen een handje te helpen is er een oeverzwaluwwand aangelegd met 156 broedgaten. Het merendeel daarvan is ieder jaar bezet. Deze wand is te vinden bij vogelkijkhut, de Twitterhut. Zie Google Maps.

De oeverzwaluwwand, eigendom van Staatsbosbeheer, is geadopteerd door de vogelwerkgroep van IVN Noordwest-Overijssel. Aan het begin van het broedseizoen gaan de vrijwilligers daar met bootjes heen om de wand schoon te maken en vers zand aan te brengen in de gaten. De oeverzwaluwen graven hierin zelf weer een nest om hun eieren in te leggen. Zie voor een foto en het verhaal op deze site van de Stentor.

In deze post  schreef ik over de waterstand die bewust naar beneden is gebracht om grazende ganzen te weren zodat riet en andere moerasplanten de kans krijgen om te herstellen.  Op onderstaande foto kun je zien dat het waterpeil rechts van de wand laag is. Het waterpeil links van de wand is hoog gebleven.

Deze oeverzwaluwwand is in een uitvoering die we in ons land veel tegenkomen. Maar deze wand heeft wat extra’s, het is namelijk voorzien van een gedicht. Dit gedicht is geschreven door Heleen Bosma, dichteres van Overijssel in 2013 – 2015. Het gedicht luidt als volgt:
Vederlicht is onze ziel
van dons en zijdezacht
wij zijn een stipje in het zwerk
een knipoog naar de zwaartekracht.

Het was er niet zo druk als in april 2019. Zie mijn vorige weblog.  De enige bezoekers hadden zich voornamelijk in het achterste gedeelte genesteld.

Grasmus

Terwijl ik stond te fotograferen bij de Twitterhut zag ik een vogeltje aan een rietstengel hangen. Door flink in te zoomen met de Nikon bridgecamera kreeg ik het vogeltje aardig in beeld. Ik kreeg één kans en toen was de vogel weer gevlogen. Op de computer zag ik pas wat voor vogeltje het was. Het is een grasmus. De foto is niet perfect, maar omdat het mijn eerste grasmus is mag deze hier een plekje krijgen.

De grasmus is geen familie van de huismus en de ringmus. De grasmus is een insecteneter, te herkennen aan het fijne pincetsnaveltje waarmee ze overal kleine insecten tussenuit kunnen peuteren. De huismus en ringmus zijn daarentegen zaadeters. Zij hebben forse kegelvormige snavels, waarmee ze zaden de baas kunnen. De grasmus is niet de enige soort die ten onrechte de naam mus draagt. Ook de heggenmus is een insectenetende vogel en geen familie van die zaadetende mussen. Bovenstaande informatie komt  van deze leuke site. Meer informatie over hoe de grasmus aan zijn ‘mussen-naam’ komt staat ook op die site.

Wordt vervolgd.