Draaihals

Vorig weekend fietste ik even na 7 uur in Dwingelderveld. Het was even slikken toen de wekker zo vroeg af ging op mijn vrije dag, maar toen ik eenmaal in het veld was, had ik er geen spijt van.

Ochtendstond heeft goud in de mond. Met de opkomende zon en doordat het nog wat heiig was kreeg het landschap een wat mysterieuze sfeer.

Op een bepaald moment hoorde ik dit vogelgeluid. Ik had dit geluid nog niet eerder bewust opgemerkt. Ik had geluk dat er net iemand aan kwam wandelen die kennis van zaken had. Hij zag mij zoekend rondkijken en hij vertelde mij dat het de roep van een draaihals was. “De draaihals hoor je wel, maar je ziet hem niet hoor…”, vulde hij nog aan en de man wandelde verder. Ik zag echter in de verte een vogel zitten op de plek waar de roep vandaan kwam…

Met de Nikon bridgecamera moest ik flink inzoomen om de vogel in beeld te krijgen. Door de zoeker zag ik dat het de draaihals was. Ik kende deze vogel namelijk van foto’s op Twitter gemaakt door echte vogelaars.

Even later vloog de draaihals in een struik dichterbij het pad. De draaihals zat toen wel veel dichterbij, maar bleef goed verstopt tussen de takken. Meer dan onderstaande beeld kon ik er niet uitslepen.

De draaihals behoort tot de spechtenfamilie. De draaihals staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ook al zijn de foto’s niet van topkwaliteit, ik ben wel blij met deze waarneming. En zo heb ik weer wat geleerd dankzij de passerende wandelaar.

Boompieper in zangvlucht

Ik maakte een fietstocht over het fietspad langs de telescoop in Dwingelderveld.

Ter hoogte van de telescoop hoorde ik een vogeltje zingen, het vogeltje zat boven in de boom aan de andere kant van het fietspad. Het leek me een pieper, maar was het een boompieper of een graspieper? Zo op het eerste gezicht lijken ze heel veel op elkaar. Je zou zeggen dat het gezien de naam niet zo moeilijk hoeft te zijn. De ene zit in het gras en de andere in de boom, maar zo eenvoudig is het niet. De graspieper zit ook wel in de boom en de boompieper ook wel in het gras. Bij het determineren heb ik deze site gebruikt. Ik denk dat het een boompieper is, maar wie het weet mag het zeggen…

De zangvlucht van de boompieper (en graspieper) is karakteristiek. Vanuit een boom begint de vogel al zingend omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen.

Witte kwikstaart en pimpeltje

Op een bewolkte dag fietste ik naar de Davidsplassen in Dwingelderveld.

Vanaf het fietspad wandelde ik naar de kijkhut. Halverwege stopte ik om te genieten van het uitzicht over de ven. Het ven lag er als een spiegel bij.

Ik wandelde verder naar de kijkhut. Wat betreft de watervogels was er weinig te beleven. Vlakbij de kijkhut was er gelukkig wel wat te zien. Een witte kwikstaart was op zoek naar voedsel in een dennenboom.

De pimpeltjes hadden een nestje met jongen buiten de kijkhut. De ouden vlogen af en aan om de jongen te voeden. Ze gebruikten een geknakt takje als tussenstation.

Even later ging de kwikstaart in de opening van de kijkhut zitten. Mijn ouders noemden dit vogeltje overigens een bouwmannetje. In De Kleine Winkler Prins worden ook nog de namen bouwmeestertje en akkermannetje vermeld. De Friese benaming vind ik het mooist en compleet, een boumantsje-wipsturt (bouwmannetje-wipstaart)

Berber en Josefien

Tijdens mijn fietstocht over een van mijn favoriete fietspaden in Drenthe trof ik wederom de schaapskudde. Op die bewuste dag werd de kudde gehoed door Johan en zijn Hollandse Herder, Femke.

De kudde liep aan weerszijden van het fietspad. Er liep regelmatig een schaap op het fietspad. Het was dus opletten geblazen en zeker voor de racefietsers…

Bij de kudde lopen altijd twee geiten mee. Dat zijn Berber en Josefien. Geiten hebben een ander voedingspatroon dan schapen. Geiten hebben een voorliefde voor houtachtig voedsel zoals takken, boombast, struiken, houtige kruiden en bladeren.

Die behoefte is vooral in de lente aanwezig en zou kunnen komen door de zoete smaak van de sapstromen die in bomen en struiken op gang komen.

Geiten zijn onafhankelijke dieren die graag in hun eentje ronddwalen dat in tegenstelling tot schapen die echte kuddedieren zijn. Als je een geit niet in toom houdt kan een geit een enorme ravage aanrichten in de tuin. Laatst zei iemand tegen mij: ‘Door een geit leer je vloeken…’. Berber is een echte doerak, aldus Johan. Ze loopt regelmatig weg van de kudde. Om die reden heeft ze een bel om de nek. zo is ze gemakkelijker terug te vinden.

Of het door de bel komt of door haar gedrag, ze geniet wel de nodige belangstelling. Het is net alsof ze dat door heeft. Ze onderbrak haar foerageren en kwam naar mij toe en ging er eens goed voor staan.

Even later ging ze zitten en gaf ze zichzelf eens een lekkere krabbeurt. Best handig zulke horens.

Josefien ging rustig door met het eten van de bramenstruiken.

Enkele schapen graasden rondom de bramenstruiken. Één schaap raakte verstrikt in de struik. Het schaap trok en trok, maar het lukte niet om los te komen. Ik waarschuwde Johan die een eindje verderop stond. Net toen Johan in de buurt kwam wist het schaap zichzelf toch los te rukken. Johan en ik maakten van de gelegenheid gebruik om een praatje te maken.

Na een tijdje moesten Johan en Femke weer aan de slag om de kudde bijeen te drijven. Dat was voor mij het moment op mijn fietstocht te vervolgen.

Lesje in riet kammen

Het rietmaai-seizoen is voorbij. Voor 1 mei moet al het riet gemaaid en afgevoerd zijn uit het rietland. Op die laatste dag kwam zijn vrouw samen met de kinderen koffiedrinken in het rietland. Ik was erbij om er van te genieten en er een fotoserie van te maken. Het zijn tenslotte mijn oogappeltjes.

Klaas Jan kamt met een machine het onkruid uit het riet. De kinderen vinden het een leuk werkje om dat met de hand en een kam te doen. Ze werden daarbij begeleid door hun moeder. ‘Je moet onderaan beginnen met kammen net als bij je haar en daarna ga je steeds wat hoger’, zo schetste hun moeder. Moeders zijn heel praktisch en dat blijkt wel weer. 😃

4 en 5 mei

In de zomer van 2021 bracht ik twee keer kort achter elkaar een bezoek aan Kamp Westerbork. Die fotoserie heb ik bewaard voor 4 en 5 mei van dit jaar…

Het was de eerste keer dat ik een rondleiding deed onder begeleiding van een gids. Dat heeft echt een meerwaarde.

De gids vertelde o.a. dat op 4 mei de telescopen in Westerbork in de rouwstand gaan…

De woning van de kampcommandant.

De wagon met de gesproken namen.

Barak 56 en de briefkaarten.

Nationaal Monument Westerbork.

De 102.000 stenen.

450 schapen en 95 lammetjes

Op een zonnige, maar winderige dag fietste ik weer naar Dwingelderveld. Ik genoot van het frisgroene bos en moest daar even een foto van maken.

Ook deze keer zag ik de schaapskudde grazen in de buurt van het fietspad niet ver van de schaapskooi. Het viel mij al meteen op dat de kudde groter was dan een week eerder.

Tevens ontwaarde ik een aantal lammetjes. Het viel mij op dat er veel minder lammetjes waren dan schapen.

De kudde werd op die dag gehoed door Anja en Finn. Anja kwam naar het fietspad om een praatje te maken. We kennen elkaar al een aantal jaren van het Dwingelderveld. Het is altijd leuk om elkaar weer te zien en weer bij te praten. De meeste voorbijgangers vinden het overigens leuk om een praatje te maken en om meer over de schaapskudde te horen.

Ik vroeg aan Anja hoe het zat met het aantal schapen en lammetjes. Anja vertelde dat er gedurende één week 3 rammen bij de ooien worden gelaten. Binnen die week worden er dus een aantal ooien gedekt. Het scheelt enorm veel werk dat er ‘maar’ 95 lammeren worden geboren in plaats van 450. Dit aantal is voldoende om de kudde in stand te houden. Natuurgetrouw worden de lammetjes buiten geboren. Wel binnen een afrastering die wolven-proof is.

De kersverse moeders met hun lammetjes blijven 2 weken in de schaapskooi. Nadien gaan ze weer mee met de kudde. Het is belangrijk dat de lammetjes meteen weten hoe het hoort en daarom neemt Anja tijdens de eerste periode één ervaren hond mee en dat is Finn. De lammetjes zijn nog klein en kunnen nog niet ver lopen. Om die reden blijft de kudde in de buurt van de schaapskooi. De schapen en lammetjes eten in deze periode voornamelijk gras. Een beetje regen zou welkom zijn, want het gras is behoorlijk schraal. In de schaapskooi worden ze bijgevoerd met hooi. Als straks in mei het pijpenstrootje tussen de heide begint te groeien nemen ze dat als voedsel tot zich.

Meestal is er voor Finn geen werk te doen. Op zulke momenten wijkt hij niet van de zijde van Anja. ‘Aan de voet.’

Terwijl de schapen al grazend steeds verder van de kudde afdwalen vergeten ze nog wel eens dat ze een lammetje hebben. Op een bepaald moment schiet het ze dan te binnen en gaan ze al blatend in een drafje naar de kudde terug om hun lammetje te zoeken. De lammetjes zijn voornamelijk aan het slapen of aan het spelen. Het lijkt erop dat ze dit doen binnen de kinderopvang…

Toen de kudde zich te ver uitspreidde en enkele schapen naar beschermde vegetatie dreigden te gaan werd het voor Anja tijd om in te grijpen. Volgens mij hoefde ze geen woorden te gebruiken en zag Finn aan haar lichaamstaal wat er van hem werd verwacht. Hij stoof richting de kudde, binnen een minuut had hij de 450 schapen en 95 lammetjes bijeen gedreven.

Na deze klus voegde Finn zich weer bij Anja en liepen ze gezamenlijk verder. Voor mij was het tijd om mijn fietstocht te vervolgen.

De kievitsbloem

Sinds een half jaar hebben we in onze kerk interessegroepen. Eerst werd er geïnventariseerd waar de behoefte lag en vervolgens is er een lijst opgesteld waarbij men kon aansluiten bij maar liefst 30 interessegroepen. Ik ben aangesloten bij de fotografiegroep. Vorige week gingen we voor het eerst met elkaar op stap. Een van de leden kwam met een gouden tip en zo kozen we unaniem voor De Brommerd bij Hasselt. Vanaf de parkeerplaats liet ik mijn blik dwalen over de Gennerdijk.

Toen wij op stap gingen startte er ook tegelijkertijd een groep met een gids. Het bleek al snel dat we geen last van elkaar zouden hebben. We lieten de groep al snel achter ons en volgden het pad te midden van de paardenbloemen en pinksterbloemen.

De Brommerd is een natuurgebied onder de rook van Hasselt.

In de uiterwaarden van rivier het Zwarte Water bloeit deze zeldzame kievitsbloem.

Het is één van de weinige plekken in Europa waar deze unieke bloem zo massaal voorkomt. Maar liefst 90 procent van de in Nederland voorkomende kievitsbloemen groeit langs het Zwarte Water.

We hadden er mooi weer bij. De lucht was mooi blauw en er dreven van tijd tot tijd wolken over.

De zon en wolken wisselden elkaar af en dat gaf een mooi effect op het landschap. Aan de horizon staat het gemaal Streukelerzijl.

De kievitsbloem bloeit maar een paar weken per jaar, zo midden april. De paarse bloem heeft een schaakbordachtig patroon. De plant dankt zijn naam aan de vorm van de bloem. Als de bloem gesloten is lijkt het net een kievitsei. Deze vorm heeft hij ’s nachts. Hoe lichter en warmer het wordt, hoe meer de bloem zich gaat openen.

Tussen de vele paarsbloeiende planten staan ook witte exemplaren. Deze witten missen het paarse kleurpigment en zijn dus eigenlijk albino’s. De paars- en de witbloeiende planten hebben in het algemeen één bloem. Soms hebben ze twee en heel zelden drie bloemen.

De planten houden van een bodem die bestaat uit veen met een laagje klei erbovenop. Verder moet de bodem een beetje schraal zijn, dus op de bemeste weilanden groeit hij niet. Elk jaar een overstroming zorgt voor een optimale biotoop. In de zomer wordt er laat gemaaid, pas als alle planten zijn uitgebloeid en zaden hebben gevormd. Omdat kievitsbloemen het best gedijen op schrale grond wordt er op de Brommerd niet bemest.

De kievitsbloem bloeit overigens pas na zeven jaar. Het eerste jaar is er alleen nog maar een sprietje te zien, dat heet een zwaard. Het tweede jaar komt er een blaadje aan, dat is een kandelaar. Nog vijf jaar later is de kievitsbloem groot genoeg om te gaan bloeien.

Hieronder zijn de fotografen aan het ‘werk’.

Binnenkort hebben we een avond waarbij een ieder drie digitale foto’s meeneemt. Deze foto’s gaan we met elkaar bespreken.

Twee van deze groep zijn ook aangesloten bij een fotoclub. We kunnen vast veel van elkaar leren, maar dat is niet de hoofdzaak…

De intentie van deze groep is dat we gezellig bezig zijn met dezelfde hobby, maar bovenal dat we open staan voor elkaar en dat er ruimte is voor een goed gesprek…