Schokland, de Misthoorn en de Lichtwachterswoning

Vandaag neem ik jullie voor de vierde en laatste keer naar het voormalige eiland Schokland. Al struinend langs de palenrijen naderden we het huisje ´De Misthoorn´.

In dit gebouw werd de misthoorn bediend. Eeuwenlang waarschuwde men bij mist de schepen vanaf de wal met een schelp. Later vuurde men kanonnen af om bij mist de schepen te waarschuwen voor de naderende kust. Ook werden er op vuurtorens explosieven tot ontbranding
gebracht. Later deed de mistbel zijn intrede. In dit gebouw stond een zware petroleummotor die een compressor aandreef, die de lucht naar twee ketels perste. Bij mist liet men de perslucht ontsnappen naar een hoorn op het dak. Volgens overlevering leek het geluid op een loeiende koe. Bron is deze site.

Nadat Schokland op gezag van de overheid in 1859 ontruimd moest worden, bleven er een paar mensen op het eiland achter om zorg te dragen voor de haven en voor de vuurtorens. De overheid was van plan ook deze zorg te laten vervallen, maar door een initiatief van de schipper en handelaar Willem Jan Schuttevaer (1798 – 1881) , oprichter van de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer werd in 1901 in ‘Emmeloord’ op het noordelijk deel van het eiland een woning voor de lichtwachter gebouwd. De lichtwachterswoning werd een fraai en solide woning en het mocht wat kosten. De woning staat op maar liefst 67 heipalen van 8 meter lengte. In 1996 is het pand inwendig opnieuw gewijzigd en sindsdien functioneert het als vergaderruimte. Bron is deze site.

Naast De Lichtwachterswoning staat een kunstwerk. Dit kunstwerk van de Amsterdamse kunstenaressen Annet Bult en Marianne Meinema toont de contouren van de dodenakker. De markering staat in een schelpenpad. “Als de zon schijnt, zowel uit het oosten als het westen, reflecteren de namen in het zilver van het schelpenpad”‘, aldus de kunstenares Marianne Meinema. “Dan is het als het ware dat de mensen weer op de begraafplaats liggen”.
Bij het graafwerk kwamen de kunstenaressen af en toe nog stukjes been tegen. Zij werkten dan ook precies op de plaats waar in het verleden de begraafplaats lag. Lees er alles over op deze site.

Nog één keer achterom kijken om een laatste foto te nemen en met deze foto sluit ik de serie over Schokland af.

Schokland, terp Emmeloord

Na de koffie met citroentaart stapten we in de auto om naar het noordelijke deel van het voormalig eiland Schokland te rijden. We parkeerden de auto en begonnen aan onze wandeling. We waren de enige bezoekers.

Naar het noorden toe zag de lucht er dreigend uit, maar in het zuiden zag de lucht er vriendelijk uit. Een van de dames heeft zich heerlijk uitgeleefd op dit monument.

In de Gouden Eeuw was Schokland een welvarend eiland. In de periode na de Gouden Eeuw kwam er een einde aan die welvaart. De bodem van Schokland bestond uit slappe veengrond. Door stormen en hoogwater werden vele stukken grond weggeslagen. In 2 eeuwen tijd werd het eiland 2 keer zo klein.

Om het wegslaan van de grond te voorkomen werd het eiland gedeeltelijk beschermd door een palenscherm. Die bescherming was niet afdoende en de overheid moest iedere keer weer opnieuw investeren in het beschermen van dit eiland. De overheid zag dat toen als ‘Dweilen met de kraan open’.

In die jaren had men nog een groot probleem en dat was de aanwezigheid van de paalworm. De paalworm vrat zich in het hout en maakte het hout bros. Men zag dit niet van buitenaf, maar men zag pas de gevolgen als het hout werd weggeslagen tijdens storm en hoogtij.

In februari 1825 had men te maken met een storm met orkaankracht en springtij. Het hele eiland stond onder water. Mensen zochten hun inkomen op zolders en daken van huizen. Er zijn toen 13 mensen, waaronder 8 kinderen omgekomen.

De ravage was enorm, toch bleven de mensen op het eiland en bouwden ze hun bestaan weer op. De mensen hadden een sterke binding met de Zuiderzee. ‘De zee geeft, de zee neemt’.

Zicht op de Misthoorn en de woning van de Lichtwachter. In de volgende serie kom ik daar op terug.

We wandelen verder richting de nieuwe palenrij.

Verscholen in het riet vlakbij de palenrij zat een vogeltje te roepen. Even later kwam het vogeltje tevoorschijn met in de snavel een lekker hapje. Het was een kleine karekiet.

In juni is er een miniserie op tv geweest waarin Huub Stapel onderzoekt welke invloed het afsluiten van de Zuiderzee heeft gehad op bedrijven, de natuur en op de bewoners van de kustplaatsen. Hij gaat op zoek naar families die hun leven ineens een andere richting moesten geven. Het voormalige eiland Schokland wordt voornamelijk in de eerste aflevering belicht. Klik hier om de aflevering, Ons Zeetje te bekijken. (Onderstaande foto is een PrintScreen.)

Wordt vervolgd.

Schokland, de Zuidpunt

We wandelen verder op Schokland. Op de zuidpunt liggen fundamenten van een Middeleeuwse kerk. De kerk was tot 1717 in gebruik en raakte daarna in verval Het gebouw werd uiteindelijk rond 1820 afgebroken. De vuurtorenwachter woonde in een huisje gebouwd op de resten van de voormalige kerk.

Het fundament van de vuurtoren, die van 1825 to 1856 dienst deed, ligt vlak naast de kerkruïne.

Vanaf het verste punt wandelden we weer terug naar het noorden. Onderweg hadden we mooi uitzicht over de graanvelden en de mooie wolkenluchten. O.a. klaproosjes en korenbloemen gaven kleur aan het geheel. Onderweg werd er door de dames druk gefotografeerd, maar ook veel gepraat.

Eenmaal terug bij het bezoekerscentrum hebben we ons laten informeren over het noordelijke deel van het voormalig eiland. Het was te ver om die afstand te voet te overbruggen. De receptioniste vertelde ons we daar met de auto konden komen. Dat was ‘over de zeebodem’…

Maar voordat we verder gingen namen we eerst een kopje koffie en een punt overheerlijke citroentaart. Vanaf het terras hadden we uitzicht op de kerk waar eerder die middag een huwelijk was voltrokken. De kerk is onderdeel van het museum. Omdat het half vijf was geweest was het museum gesloten. Dat bezoek is voor een volgende keer.

Wordt vervolgd.

Schokland, terp de Zuidert

Onlangs zijn we met vier dames van de interessegroep, fotografie op stap geweest naar Schokland. Bij het bezoekerscentrum liggen grote rotsblokken. Deze gletsjerstenen zijn geschonken door de Noorse gemeente Ringerike aan de gemeente Noordoostpolder vanwege hun vriendschappelijke betrekkingen. Op deze site kun je er alles over lezen.

Eeuwenlang is Schokland een eiland in de Zuiderzee. Met de aanleg van de Noordoostpolder komt Schokland in 1942 midden in nieuw polderland te liggen. Als een vis op het droge. Schokland en omgeving blijkt een archeologische goudmijn. Het gebied heeft lange tijd onder water gelegen. De ondergrond is daardoor vrijwel onaangetast gebleven. Door het bestuderen van op elkaar liggende bodemlagen is de wordingsgeschiedenis in kaart gebracht. Over een periode van tienduizenden jaren zijn de (pre)historische landschappen gereconstrueerd. Prachtige archeologische vondsten tonen aan dat hier al duizenden jaren geleden mensen wonen.

Het boek ‘Eens ging de zee hier tekeer’ heb ik een half jaar geleden gelezen. In dit boek vertelt Eva Vriend over de geschiedenis van de Zuiderzee wat later het IJsselmeer werd. Ook over Schokland wordt in dat boek geschreven, over de vele overstromingen en de bittere armoede. Nadat we ons hebben laten informeren in het bezoekerscentrum en met hulp van een plattegrond gingen we op stap. Wat het weer en de wolkenluchten betreft hadden we het niet beter kunnen treffen.

Toen we al een flink stuk gewandeld hebben keken we terug naar de Middelbuurt. De buurt waar we gestart waren. De kerk in de Middelbuurt wordt regelmatig gebruikt als trouwlocatie.

Op de middag dat wij er waren was er ook een trouwerij.

Na een tijdje kwamen we aan bij terp, de Zuidert. Terp de Zuidert was de kleinste woonbuurt op Schokland. In de 19e eeuw woonden hier circa 70 mensen.

De terp werd bewoond vanaf 1400. In 1775 zijn de huizen door brand verwoest en daarna heropgebouwd. De Zuidert met destijds 14 gezinnen is in 1855 ontruimd, waarna vier jaar later geheel Schokland ontruimd werd. De terp is tegenwoordig een rijksmonument. Op de terp is een woning en een waterput gereconstrueerd. Bron is Wikipedia.

De lucht zag er dreigend uit, toch hebben we geen drup regen gehad. De voorspelde regen zou pas ‘s avonds vallen.

Op onderstaande foto staan het huis en de waterput op de foto.

Wordt vervolgd.

Citroenvlinder

In de wilde bloemenborder staat de dagkoekoeksbloem. Deze bloemen blijkt gewild te zijn bij de citroenvlinder.

Met de roltong kan de vlinder diep in het bloemetje komen.

In de nieuwe bloemenborder staat de dropplant. Daarvan zijn de bloemen ook zeer in trek bij de insecten, zo ook bij de citroenvlinder.

Op een gegeven moment zat er een mannetje en een vrouwtje tegelijk op de dagkoekoeksbloem. Zo kun je mooi het verschil in kleur zien.

Vroege glazenmaker

Tijdens mijn rondwandeling in de Weerribben kwam ik een gewone oeverlibel tegen. Een soort die veel voorkomt. Maar ook die mogen een plekje krijgen op mijn weblog.

Toen ik over de weg terug liep naar de parkeerplaats zag ik boven de sloot een grote libel scheren. Mijn belangstelling was meteen gewekt. Tijdens de momenten dat de libel stil in de lucht bleef hangen heb ik de libel ‘bestookt’ met de spiegelreflex met 100-400 zoom.

Soms streek de libel neer op vegetatie in de sloot. Zo kon ik ook een foto maken van de libel in rust. Later op de computer zag ik dat het de vroege glazenmaker was.

Een vooraanzicht. Ik vind het wel een mooie combinatie van het bruin en groen.

Ik heb me daar een tijdje prima vermaakt met deze libel die op en neer vloog en dan weer neerstreek op de vegetatie.

Dit was een mooie afsluiting van een geslaagde fotokuier.

Kempense heidelibel

Op de dag dat ik in de Weerribben de zilveren maan fotografeerde zag ik even later langs het pad een Kempense heidelibel vliegen. Ik hield goed in de gaten waar dit vrouwtje zou neerstrijken…

Ik vind dit een van de mooiste libellen, mede door de fijne tekening. Op het achterlijf zitten, op waterdruppels gelijkende, vlekjes. In ons land is deze libel zeer schaars. In Nederland komt de soort met name in en rond de Kempen en in de Weerribben voor. Net over de grens in Vlaanderen ligt een vrij grote populatie. Een groot deel van de Nederlandse waarnemingen heeft waarschijnlijk betrekking op zwervers uit deze Belgische populatie.

Als de zon op de vleugels valt dan komen er mooie kleuren tevoorschijn.

Mijn ervaring is dat de libel zich vrij eenvoudig laat fotograferen. De libel vliegt wel even op maar landt vaak weer op dezelfde plek. Deze fotoserie maakte ik met het 100-400 mm zoomobjectief.

Koninginnepage

Als je de grote vuurvlinder treft dan blijf je fotograferen. Toch vond ik op een gegeven moment dat het welletjes was, zeker toen er andere fotografen bij kwamen staan. Vanaf De Weerribben reed ik naar De Wieden. De Weerribben en De Wieden vormen samen een Nationaal Park. Ik hoopte daar de koninginnepage te treffen. Toen ik vanaf de parkeerplaats naar het bezoekerscentrum liep zag ik al dat er een paar mensen druk aan het fotograferen waren bij een enorme vlinderstruik. Dat leek veelbelovend. Het was inderdaad de koninginnepage die daar aan het foerageren was. Deze prachtige vlinder zat mooi in het licht. Het rietendak fungeerde als achtergrond.

Even later vloog de vlinder weg en ben ik om het bezoekerscentrum heen gewandeld naar de achterkant. Daar staat ook een enorme vlinderstruik. Ik had geluk, want ook hier verzamelde een koninginnepage zijn of haar voedsel.

Aan de achterkant van het bezoekerscentrum bevindt zich tevens een prachtige bloementuin. Al die kleuren is een lust voor het oog. Vrijwilligers van Natuurmonumenten waren op dat moment aan het werk in de bloementuin. De koninginnepage was van de vlinderstruik naar de bloementijd gevlogen. Terwijl ik stond te genieten van de kleurrijke pracht en de capriolen van de koninginnepage kwam er een bekende aanlopen, een hobbyfotografe die ik ken vanuit het Dwingelderveld. We hebben een tijdje gezellig staan te praten en ondertussen hielden we de koninginnepage goed in de gaten. De vlinder vloog onrustig boven de bloemen net alsof hij last had van keuzestress. Eindelijk ging de vlinder toch even zitten op de phlox…

Lang duurde dat niet, want dat vloog de vlinder al weer naar de volgende.

Aan de fotografe vertelde ik dat ik eerder op de dag de grote vuurvlinder had gefotografeerd. Ze was zo enthousiast, want ze hoopte ooit nog een keer die vlinder te zien en te fotograferen. Ze vroeg waar ze dan moest zijn. Omdat ik min of meer in de buurt van de Weerribben woon heb ik haar aangeboden om voor haar uit te rijden en haar de plek te wijzen. Om een lang verhaal kort te maken, haar missie is geslaagd en ze was superblij en mij eeuwig dankbaar.

Passiflora en bijen

Samen met de druif slingert de passiflora over de pergola en over de stalen draden. Dit jaar laten we de uitlopers van de passiflora naar beneden hangen. Daardoor hangen de bloemen op ooghoogte.

De bloemen vind ik een lust voor het oog. Ze bloeien maar enkele dagen, maar gelukkig hangen er nog voldoende knoppen die nog tot bloei komen.

Ook de insecten kunnen deze bloemen wel waarderen.

De passiflora na een regenbui.

IJsvogel, in glas-in-lood

Vorige week wandelde ik door ons dorp en toen kwam ik langs een atelier. In de voortuin stond een ijsvogel. Deze ijsvogel kon ik niet laten staan, dus heb ik mezelf getrakteerd. Deze ijsvogel kreeg geen plekje aan de rand van de vijver, maar in de nieuwe bloemenborder…

De ijsvogel in het zonnetje.

Toen ik inzoomde zag ik door het glas wat bewegen.

Ik stapte voorzichtig om de ijsvogel heen en zag dat het een atalanta was.

De atalanta heeft vast geweten dat ijsvogels geen vlinders eten…