Rondvaart door de Alde Feanen

Een paar weken geleden maakten Jan en ik een prachtige rondvaart met It Fryske Gea door Nationaal Park De Alde Feanen. Jan had deze tocht als verrassing voor mij geboekt en ik was meteen heel enthousiast.

Jan heeft op zijn weblog in 14 delen een gedetailleerd en prachtig verslag geschreven. Ik houd het hier bij één serie, als een beknopte samenvatting van deze onvergetelijke tocht.

Ons startpunt was in de haven van Earnewâld, waar de kapitein ons hartelijk verwelkomde.

Na een korte introductie door onze gids Andries op het warme benedendek, begaven we ons met z’n allen naar het bovendek. De noordoostenwind was stevig en met slechts 10 graden voelde het fris aan, maar daar kregen we iets moois voor terug: een kraakheldere lucht en een adembenemend uitzicht over het waterrijke landschap.

De gids ging enthousiast verder met het delen van zijn kennis over dit unieke gebied. Een groot voordeel van zo’n excursie met meerdere mensen is dat er simpelweg méér wordt gezien dan wanneer je alleen op pad bent. Ogen speuren in alle richtingen en met verrekijkers in de aanslag ontgaat de ervaren natuurkenners werkelijk niets. En zo kwam het dat we, nog maar net onderweg, al de eerste zeearend in het vizier kregen – indrukwekkend en majestueus.

We voeren steeds dieper het hart van De Alde Feanen in. De zon schitterde op het water en zorgde voor een mooie sfeer. Aan bakboord ontvouwde zich een bijzonder landschap, een mozaïek van petgaten en smalle legakkers, ontstaan door het turfgraven tijdens de vervening.

Natuurlijk kon ik het niet laten om een foto te maken van Jan, zichtbaar genietend van het moment.

Even verderop wees iemand ons op een zeearend, hoog neergestreken in een boom. Hij zat ver weg, maar met maximaal inzoomen en wat croppen kon ik hem toch nog redelijk vastleggen. Een indrukwekkende verschijning, zelfs op afstand.

Even later werden we getrakteerd op een prachtig tafereel: een skûtsje zeilde voorbij. Een op en top Friese beleving.

Tijdens onze vaartocht voeren we langs tientallen huisjes. Wat deze tweede woningen bijzonder maakt, is dat ze uitsluitend per boot bereikbaar zijn én niet zijn aangesloten op gas, elektriciteit, stromend water of riolering. De huisjes hebben een adres, dat begint met ‘Alde Feanen’ gevolgd door een nummer.

Opmerkelijk is dat deze optrekjes nooit te koop komen. Elk huisje staat op een plek waar in de tijd van de vervening een arbeiderswoning stond. Door vererving kunnen die huisjes nog steeds blijven staan en is overdracht op iemand anders niet mogelijk, zo schreef Jan op zijn weblog.

Hoe idyllisch de plek en het huisje ook mogen zijn, onderhoud blijft nodig. Er moet worden geschilderd, de beschoeiing vraagt soms om vernieuwing, en het gras moet natuurlijk ook gewoon gemaaid worden…

Op de eerste foto staat de boom met het nest van de zeearend. In De Alde Feanen broedt het zeearendpaar al sinds 2016. Sindsdien is het nest meerdere keren hergebruikt en verder uitgebouwd tot een diameter van zo’n 2 meter. Het is daarmee een van de bekendere en beter gemonitorde zeearendnesten van Nederland. Schuin boven het nest hangt een webcam van It Fryske Gea. De beelden zijn hier te bekijken.

Op de tweede foto vaart een vrachtschip over het Prinses Margrietkanaal. Precies op dat moment ontdekte een van de passagiers een zeearend in het weiland bij een groep grauwe ganzen. Het bleek een jong exemplaar. Voor de volwassen ganzen vormde hij geen direct gevaar, die zijn te groot voor een zeearend. Jonge ganzen daarentegen kunnen wél op het menu staan. Waarschijnlijk was de zeearend daar met een tactiek: door zijn aanwezigheid probeert hij de ganzen op te laten vliegen. In de onrust die dan ontstaat, hoopt hij een andere, kleinere prooi te verrassen en te grijpen.

Aangekomen op dit punt zagen we meerdere reeën door het veld bewegen. Later, toen ik de foto’s op de computer bekeek, viel me iets op: het ree aan de linkerkant leek niet helemaal in orde. Het dier had een opvallende zwelling bij zijn kaak.

Even later voeren we langs een pontje. Tot mijn verrassing herkende ik het meteen: dit was hetzelfde pontje waar we afgelopen zomer tijdens een van onze fietstochten gebruik van hadden gemaakt. Leuk om zo onverwachts een vertrouwd plekje tegen te komen vanaf het water.

Op het open water, met een straffe wind, was het flink koud op het bovendek. Ik was dan ook heel blij met het extra vest dat ik van Aafje had gekregen. Zodra we vanaf het open water een smalle vaart invoeren, voelde het meteen een stuk aangenamer. Door het passeren van een klein bootje werd goed zichtbaar hoe hoog we stonden en we daardoor een prachtig, weids uitzicht hadden over het omringende landschap.

Na een prachtige tocht keerden we terug in de haven van Earnewâld. Daar passeerden we nog een bootje dat waarschijnlijk op weg was met boodschappen naar een van de vakantiehuisjes in het gebied.

Onze kapitein had zijn taak uitstekend volbracht. Dankzij de zon én de zonnepanelen op de Blaustirns konden we tweeënhalf uur lang geruisloos genieten van het varen. De gids en bemanning waren vriendelijk, ontspannen en bovenal deskundig, een fijne combinatie die de tocht extra bijzonder maakte. Voor ons was dit de eerste keer, maar zeker niet de laatste.

Jan, dank je wel voor deze mooie verrassing!

Een ringslang frontaal

Tijdens een eerder bezoek aan de vlonder in de Dellebuursterheide ontmoette ik een fotograaf die een uitschuifbare kruk bij zich had. Ik mocht hem even uitproberen, en het bleek ideaal. Een tijdje geleden heb ik mezelf dan ook op zo’n kruk getrakteerd.

Deze uitschuifbare kruk heeft ruim voldoende draagvermogen, maar minstens zo belangrijk: hij weegt slechts 950 gram. Dankzij de draagriem hang ik hem eenvoudig aan mijn fototas op wielen. De kruk is tot verschillende hoogtes uit te schuiven, waardoor deze ook gebruikt kan worden als ondersteuning voor mijn camera, bijvoorbeeld op een vensterbank in een kijkhut.

Maar laten we teruggaan naar de observaties bij de Catspoele. In het struweel naast de vlonder lag een ringslang te zonnen. Dat is vaak lastig te fotograferen – meestal is het nauwelijks te zien waar de kop zit. Maar bij deze had ik geluk: ik kon nét de kop in beeld krijgen.

Verder zwommen er af en toe ringslangen voorbij. Ik blijf het fascinerend vinden om te zien hoe ze zich sierlijk door het water bewegen, terwijl ze een spoor van zachte rimpelingen achterlaten.

Op een bepaald moment kwam er een ringslang aanzwemmen, recht op ons af. Even leek het alsof hij zo naast mijn schoenen de vlonder op zou kruipen. Hoewel ik weet dat ze volkomen ongevaarlijk zijn, moest ik toch even slikken.

Ik heb ook een filmpje met de telefoon gemaakt van een zwemmende ringslang.

Bijen bij de wilgenkatjes

Op deze eerste paasdag hadden we een prachtige paasviering in de kerk. Daarna genoten we van een heerlijke lunch met mijn familie, die uitstekend was verzorgd door onze jarige neef in Meppel. Boven verwachting werd het toch nog aangenaam weer, waardoor we de rest van de middag heerlijk in de tuin konden vertoeven.

Aan het einde van deze mooie dag plaats ik toch nog een fotoserie, dit keer van de bijen bij de katjes van de knotwilgen. Sinds we weten dat de katjes van de knotwilgen belangrijk zijn voor bijen vanwege hun vroege bloei, knotten we onze wilgen om de beurt, zodat elke boom eens per drie jaar gesnoeid wordt. De takken stapel ik vervolgens op in de rommelhoek; op de foto is deze stapel nog net te zien in de rechterhoek.

Gisteren zag ik dat er flink wat bijen zich tegoed deden aan het stuifmeel en de nectar van de katjes. Omdat ze vooral hoog boven mijn hoofd vlogen, heb ik met een telelens een fotoserie van ze gemaakt. Het was mooi om te zien en het bevestigt dat onze opzet geslaagd is!

Poelkikkers

Toen ik aankwam bij de Catspoele in de Dellebuursterheide, stonden er al een paar mensen. Vader en dochter, die ik daar al eerder was tegengekomen, herkende ik meteen en zij mij. Het was leuk om elkaar weer te zien en dezelfde passie, het fotograferen in de natuur te delen.

Samen speurden we het gebied af, op zoek naar ringslangen, levendbarende hagedissen en andere bijzondere dieren. Ik heb inmiddels wel gemerkt dat extra ogen echt een verschil maken…

Voor de vlonder lag een bultige begroeiing. Zulke drijvende of half-ondergedoken vegetatie – zoals waterplanten, riet of pollen gras – is een ideale schuilplaats voor poelkikkers, die graag bij elkaar zitten, vooral tijdens het voortplantingsseizoen.

De andere fotografen hadden al een poelkikker ontdekt. Ze wezen me vanaf een afstandje waar hij zat, maar hoe ik ook speurde, ik zag geen kikker. Uiteindelijk maakte ik op goed geluk een foto. Pas thuis, achter de computer, zag ik hem: een bruine kikker met groene strepen, verscholen tussen de vegetatie.

Zien jullie de kikker wel?

De redenen dat ze zich graag ophouden in zo’n bult zijn de volgende::

  • Schuilplek: De begroeiing biedt bescherming tegen roofdieren.
  • Zonplek: Ze zonnen graag op drijvende planten of op de rand van een bult, waar ze snel het water weer in kunnen glippen.
  • Voortplanting: In het voorjaar verzamelen mannetjes zich vaak op gunstige plekken om te kwaken en vrouwtjes aan te trekken. Die “hoopjes” begroeiing zijn dan een soort kikkercafé.
  • Jachtgebied: Tussen de planten vinden ze makkelijk prooi zoals insecten of larven.

Om jullie te helpen heb ik op onderstaande foto’s met een pijl aangegeven waar de poelkikker zich had verstopt. De tweede foto is een uitsnede van de eerste.

Op een gegeven moment zwom er een ringslang richting de bult. We keken gespannen toe: zou hij een kikker grijpen? Maar de slang zwom keurig om de bult heen en verdween iets verderop tussen de vegetatie. Wellicht was deze ringslang nog te jong om op kikkers te jagen. Jonge ringslangen voeden zich voornamelijk met slakken, wormen en insecten — zoals ook te lezen is op deze site.

De kikker op het zoekplaatje leek op de kikker op de eerste foto. Vanaf de vlonder, te zien op de tweede foto, heb ik een aantal poelkikkers kunnen fotograferen. Ze zaten vaak op een bedje van mos en waren zo goed zichtbaar.

Wordt vervolgd.

Klein geaderd witje, dodaars en bruine winterjuffer

Na mijn wandeling in het Fochteloërveen, waar ik de fotoserie maakte van een torenvalk met een levendbarende hagedis, reed ik door naar natuurgebied de Dellebuursterheide. Ik wandelde richting de Catspoele – sinds een paar jaar een van mijn favoriete plekjes. Onderweg stond ik even stil bij dat mooie optrekje op een schitterende locatie.

Op die plek fotografeerde ik met mijn telelens een klein geaderd witje – mijn eerste vlinder die ik dit seizoen vastlegde. Veel tijd kreeg ik niet, want na één foto fladderde het vlindertje alweer verder naar de volgende bloem.

Vanaf de vlonder keek ik uit over de Catspoele. Zoals altijd liet de dodaars van zich horen. Meestal zwemmen ze aan de overkant van de plas, maar dit keer kwamen ze iets dichterbij. Toch blijft het voor mijn autofocus een uitdaging om zo’n overwegend bruine watervogel scherp te stellen tegen de bruine weerspiegeling van de bomen langs de oever.

Op een rietstengel vlak voor de vlonder hing een bruine winterjuffer. Wat deze soort zo speciaal maakt en waarom hij Winterjuffer heet komt door zijn unieke gedrag in de winterperiode. De meeste libellen en juffers leven maar één seizoen als volwassen dier (imago) en sterven voor de winter begint. Maar de bruine winterjuffer overwintert juist als volwassen dier. Dat is zeldzaam bij libellen. In de herfst zoeken ze een beschut plekje op, vaak tussen dorre grassen of bladeren, en brengen daar de winter door in een soort rusttoestand.

Pas in het voorjaar worden ze weer actief, paren ze en zetten ze hun eitjes af. In Nederland is de bruine winterjuffer jarenlang zeldzaam geweest, maar hij is de laatste decennia bezig met een opmars, mede door klimaatverandering. Mildere winters helpen ze namelijk beter te overleven.

Wordt vervolgd.

Torenvalk met levendbarende hagedis

Anderhalve week geleden ging ik op een prachtige voorjaarsdag opnieuw naar het Fochteloërveen, in de hoop daar de heikikker weer te zien. Mijn aandacht ging vooral uit naar de mannetjes, die tijdens de korte paartijd een opvallende blauwe kleur aannemen. Deze kleurverandering, die slechts enkele dagen duurt, is bedoeld om vrouwtjes aan te trekken en is een bijzonder fenomeen om te aanschouwen.

Het Fochteloërveen, een van de best bewaarde hoogveengebieden van Nederland, biedt een geschikte leefomgeving voor deze kwetsbare soort. Door het rustige, waterrijke landschap is het een ideale plek om het voortplantingsgedrag van de heikikker in alle rust te observeren.

Ik wandelde over het pad langs de verschillende vennen, maar hoe aandachtig ik ook luisterde… het kenmerkende geluid van de heikikker bleef uit. Zelfs op de plek waar ik de vorige keer een grote groep had waargenomen, was het nu stil. De paartijd was voorbij.

Er waren wel tal van vogels te horen. De Merlin-app gaf aan dat er een Tjiftjaf, een fitis, een rietgors, ganzen en een graspieper in de omgeving aanwezig waren. Terwijl ik luisterde, landde een fitis in een boompje in de buurt.

Ik wandelde verder over het smalle zandpad, omringd door de weidsheid van het prachtige landschap. In de lucht cirkelde een roofvogel. Ik dacht dat het een torenvalk was, maar ik twijfelde. De vogel vertoonde namelijk niet het ‘biddend’ gedrag dat zo kenmerkend is voor dit soort. In plaats daarvan leek hij geduldig te wachten, zwevend op de thermiek, op zoek naar prooi in het uitgestrekte landschap onder zich.

Kijkend door de zoeker zag ik op een gegeven moment dat de roofvogel iets in zijn poten geklemd had. In eerste instantie dacht ik dat het een takje was. De vogel bleef in de buurt, cirkelend, steeds hoger en hoger de lucht in. Ik volgde hem met mijn camera, benieuwd wat hij zou doen.

Toen ik de foto’s later op de computer bekeek, realiseerde ik me pas goed wat ik had vastgelegd: het was inderdaad een torenvalk. Maar in plaats van een takje had de vogel een levendbarende hagedis in zijn klauwen. Het was een perfecte vangst voor de torenvalk, maar tegelijkertijd voelde het toch een beetje sneu voor de hagedis die als prooi eindigde.

De redenen waarom een torenvalk met een prooi steeds hoger vliegt, vond ik op internet.

  1. Een torenvalk wil zijn prooi niet verliezen aan andere roofdieren, zoals kraaien, buizerds of zelfs andere torenvalken. Door hoger te vliegen, verkleint hij de kans dat een concurrent hem de buit afpakt (dit gedrag heet kleptoparasitisme).
  2. Hij zoekt een rustige, veilige plek om zijn prooi op te eten — bijvoorbeeld een paaltje, boomtak of afgelegen weiland. Vanuit de lucht heeft hij goed overzicht waar hij kan landen zonder gestoord te worden.
  3. Als de prooi gevangen is op een plek die ver van zijn nest of rustplaats ligt, stijgt de torenvalk op om zich te oriënteren en de juiste richting te kiezen. Vanaf grotere hoogte heeft hij beter zicht op het landschap.
  4. Hoewel het op het eerste gezicht gek lijkt om met extra gewicht hoger te vliegen, is de lucht op grotere hoogte iets ijler, wat minder luchtweerstand geeft. Dat maakt het soms iets efficiënter om langere afstanden af te leggen — al hangt dat af van de prooi en het doel.

Dekema State

Vandaag vervolg ik mijn fotoserie van het uitstapje met de fotografiegroep van de kerk. Na ons bezoek aan Martenastate reden we door naar het nabijgelegen Dekema State. Gelukkig stond de deur open en begonnen we met een bezoek aan het toilet, gevolgd door koffie op het gezellige terras. Daarna maakten we een rondgang door de prachtige tuin.

Dekema State is een historisch landgoed in Jelsum, Friesland, dat zijn oorsprong vindt in de 14e eeuw als versterkte stins. Door de eeuwen heen werd het uitgebreid en bewoond door adellijke families zoals Camstra, Dekema en Van Wageningen. In 1814 kreeg het zijn huidige vorm na een ingrijpende verbouwing. Sinds 1996 is het landgoed opengesteld voor publiek en wordt het beheerd door de Stichting Old Burger Weeshuis. Bezoekers kunnen het huis en de tuinen verkennen, die zijn ingericht in de stijl van de jaren 1930, en genieten van de rijke stinzenflora die in het voorjaar tot bloei komt.

De tuin is deels ommuurd, wat een beschutte sfeer creëert. Tegen de muren groeien leibomen, die op kunstige wijze zijn gesnoeid in diverse vormen. Dit wordt ook wel ‘levend kantwerk’ genoemd – een prachtige combinatie van natuur en ambacht. Op deze site kun je er alles over lezen.

We slenterden op ons gemak over de strakke tuinpaden. De ene na de andere fotograaf stopte om een mooi detail vast te leggen. We gingen regelmatig door de knieën om net dat ene bloemetje van dichtbij vast te leggen. Op een gegeven moment zag ik een akkerhommel tussen de bloemen zweven. Ik aarzelde geen moment en ging meteen “op jacht” met mijn camera. Binnen onze groep ben ik degene die altijd gefascineerd is door alles wat vliegt. Terwijl de anderen zich vooral op bloemen of doorkijkjes richtten, zat ik op de knieën voor de hommel.

Het Museumhuis was helaas gesloten op de vrijdag dat wij er waren. Terwijl we daar stonden, arriveerde de hovenier en begon met het snoeien en opbinden van het leifruit. Ik liep naar hem toe voor een praatje. Hij liet me zien hoe het opbinden in zijn werk ging en vertelde dat hij daarvoor speciale wilgentakjes gebruikte. Deze wilgenbomen groeien op het landgoed zelf.

Tevens tipte de man ons over een bijzonder toompje kippen dat zich achter het huisje op foto 5 bevond. Ik bedankte hem hartelijk voor de tip en we wandelden die kant op. De kippen en de haan waren inderdaad prachtig om te zien, maar het waren vooral de schattige kuikentjes die ons vertederden. In een hoekje stonden een aantal bijenkasten, waar de bijen af en aan vlogen. Wat fijn dat daar in elk geval nog bijen te zien waren…

Terwijl we daar stonden te genieten van de kleine kuikentjes, was het plotseling gedaan met de rust. Zonder dat we het van tevoren doorhadden, waren we beland in de NAVO-oefening Ramstein Flag. Met tussenpozen scheerden tientallen straaljagers over ons heen. Vanwege het enorme lawaai konden we elkaar nauwelijks nog verstaan. De medewerker had inmiddels zijn gehoorbeschermers opgezet. De kippen en kuikentjes trokken zich er echter niets van aan. Meer over deze oefening kun je lezen op de site van Omrop Fryslân.

Een van de leden maakte een filmpje van de overvliegende straaljagers.

Tijdens het rondje over het buitenste pad kwamen we langs een schattig prieeltje, verscholen tussen het groen. Even verderop graasden een aantal Zwartbles schapen met hun lammeren in de wei. Nadat we het rondje voltooid hadden, sloten we ons bezoek af met een foto van de grafzerk van Hette van Dekema en Reynsck van Camstra, een stukje tastbare geschiedenis op deze bijzondere plek.

We kijken terug op een prachtige en geslaagde middag.

80 jaar vrijheid; Keep Them Rolling

Dit jaar herdenken we dat Nederland 80 jaar geleden werd bevrijd. Op 13 april 1945 werd Steenwijk bevrijd van de Duitse bezetting. Ter gelegenheid van deze bijzondere dag organiseerde de gemeente Steenwijkerland op 13 april een herdenking in samenwerking met ‘Keep Them Rolling’. Historische legervoertuigen uit de Tweede Wereldoorlog reden door de gemeente om stil te staan bij de bevrijding en om de herinnering aan deze ingrijpende periode levend te houden.

‘Keep Them Rolling’ is een vereniging in Nederland van liefhebbers en bezitters van militaire voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Hun missie is het herdenken van de bevrijding en het eren van de geallieerde troepen die Nederland hebben bevrijd van de Duitse bezetting in 1944–1945.

Dat doen ze door het restaureren en rijden van authentieke voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog, zoals jeeps, trucks, tanks en motoren. Daarnaast nemen ze actief deel aan bevrijdingsevenementen, parades en herdenkingen. Op deze manier houden ze de geschiedenis levend en brengen ze het verhaal van de bevrijding over aan jongere generaties…

De slogan ‘Keep Them Rolling’ komt uit de oorlog zelf, waar het letterlijk betekende: hou de bevoorrading aan de gang – essentieel voor het succes van de geallieerden. Tegenwoordig symboliseert het ook: hou de herinnering levend door de voertuigen te laten blijven rijden.

Landgoed Martenastate

Vorige week vrijdag gingen we met de fotografiegroep van de kerk op stap naar het hoge noorden. Boven Leeuwarden liggen namelijk een aantal prachtige states, omringd door schitterende tuinen – een perfect doel voor een fotouitstap. Onze eerste bestemming was landgoed Martenastate.

Martenastate is een historisch landgoed gelegen in Koarnjum met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 15e eeuw. De eerste bekende bewoner was Sytze Martena, die hier rond 1400 woonde. Gedurende de eeuwen werd de state bewoond door adellijke families zoals de Martena’s, Van Burmania en Vegilin van Claerbergen. De laatste adellijke bewoner, jonkheer Duco Martena van Burmania Vegilin van Claerbergen, overleed in 1894 en liet het landgoed na aan de hervormde kerk van Koarnjum. In 1899 werd de oorspronkelijke state, die in verval was geraakt, afgebroken en vervangen door het huidige neorenaissance “slotje”, ontworpen door architect W.C. de Groot.

Het kasteeltje is gelegen op een eiland omgeven door een park in Engelse landschapsstijl, gekenmerkt door gebogen paden, hoogteverschillen, slingerende waterpartijen en oude bomenlanen. Het landgoed staat bekend om zijn rijke stinzenflora. Op deze site kun je er alles over lezen.

We dwaalden over de slingerende paden. Het was prachtig weer met een strakblauwe lucht waartegen het frisse groen van de wilgen schitterend afstak. Het park wordt omringd door uitgestrekte weilanden waar een straffe noordenwind overheen blies. Die wind zal er vast de oorzaak van zijn geweest dat ik slechts één insect heb gezien: een hommel, die zich tegoed deed aan de bloemen van de holwortel.

We kwamen aan bij een brug die het landschapspark Martenastate verbindt met het nieuwe natuurpark rond Martena Zathe, de voormalige dorpsboerderij die van oudsher bij het park hoorde. De brug is grotendeels opgebouwd uit stenen die vrijkwamen bij de restauratie van Martena Zathe. Het ontwerp is van kunstenaar Birthe Leemeijer, die zich liet inspireren door Louis Le Roy, die in de jaren zeventig enkele jaren voorzitter was van de Stichting Martenastate. Louis Le Roy is bij het grote publiek vooral bekend van de Ecokathedraal in Mildam.

Kemphanen in de lucht

De foto’s van vandaag horen eigenlijk nog bij de serie over de kemphaan. Ik was vergeten ze toe te voegen, en omdat er al reacties op het vorige bericht waren, heb ik besloten om er een apart bericht van te maken. Eerst nog een foto van de kemphaan die zo dichtbij stond te poseren.

Tijdens mijn wandeling over het Swynzerpaad zag ik dat het plas-drasgebied veel groter is dan ik had gedacht. Inzoomend tot 600 mm had ik in noordoostelijke richting dit uitzicht.

Terwijl ik mijn camera daarop richtte, vloog er een groep kemphanen op. Altijd een indrukwekkend gezicht.