Een kemphaan

Terwijl ik over het Swynzerpaad wandelde door het plas-drasgebied, keek ik even achterom in de richting van de parkeerplaats en de vogelkijkhut. Het is een geliefd pad, niet alleen bij vogelspotters, maar ook bij wandelaars, hardlopers en fietsers.

Een kemphaan foerageerde langs de oever. Even later keek de kemphaan me nieuwsgierig aan en hield me vervolgens scherp in de gaten. Kijk eens naar de prachtige tekening van zijn veren – het lijken wel allemaal kleine hartjes. Op de laatste foto is te zien hoe de vogel zijn knipvlies sluit.

Ik kan niet zeggen of dit een mannetje of een vrouwtje is. Kemphanen hebben namelijk een bijzonder genderverhaal. Er zijn drie verschillende typen mannetjes, waarvan één type sterk op een vrouwtje lijkt. Op de website van Theunis Piersma kun je hier meer over lezen.

Parende grutto’s

Een stukje verder langs het Swynzerpaad bereikte ik een hek met een veerooster. Terwijl ik vandaar naar het noordoosten keek, ontvouwde zich voor mij een uitgestrekt plas-drasgebied. Met dit weidse uitzicht genoot ik van de schoonheid van het Friese landschap. De serene rust werd alleen doorbroken door de roep van weidevogels.

Op enige afstand van het hek landde een mannetjesgrutto in het weiland. Het mannetje toonde duidelijk interesse in een vrouwtje dat in de buurt aan het foerageren was.

Ik gebruikte het hek als statief voor mijn camera met zoomlens, waardoor ik een stabiel beeld had van de grutto’s zonder ze te verstoren. Dit gaf me de gelegenheid om hun gedrag te observeren en vast te leggen. 

Het mannetje maakte een korte sprong en landde op de rug van het vrouwtje, een duidelijk teken dat er een paring aan zat te komen. Het was een geluksmoment om dat mee te maken! 

Het mannetje zakte door zijn knieën, terwijl het vrouwtje haar achterlijf naar boven richtte om de paring mogelijk te maken. Tijdens de paring spreidde het mannetje zijn vleugels om hen heen, wat mogelijk diende ter bescherming of stabilisatie.

Hoewel ik dacht dat de paring afgerond was, bleken beide vogels nog niet volledig tevreden. Het mannetje en vrouwtje namen opnieuw positie, waarna het paringsritueel zich herhaalde. Dit gedrag, waarbij meerdere pogingen plaatsvinden, kan wijzen op het belang van een succesvolle paring voor de voortplanting. Na de paring bleef het mannetje nog even op de rug van het vrouwtje staan, waarna hij eraf sprong. Beide vogels schudden hun veren om zich te herstellen en gingen vervolgens weer door met foerageren.

Nu is het afwachten of het broedsel succesvol zal zijn en of de jongen zullen opgroeien tot volwassen grutto’s. Het behoud van geschikte leefgebieden en het verminderen van bedreigingen zijn cruciaal voor het welslagen van hun ontwikkeling en het voortbestaan van de grutto.

Een badderende grutto

Ik wandelde over het Swynzerpaad, dat door het plas-drasgebied slingert. Het tegenlicht liet prachtige schitteringen op het water zien, wat een sfeervol beeld opleverde. Toch had ik er bij het fotograferen ook de nodige hinder van. Het was telkens een uitdaging om ten opzichte van mijn onderwerpen zo’n positie te kiezen dat het storende effect van het tegenlicht beperkt bleef.

Dat lukte goed bij het onderstaande tafereel: een grutto die een bad nam. Zoiets had ik niet eerder meegemaakt en ik vond het dan ook een bijzonder moment. De vogel spetterde uitbundig in het water, waarbij de druppels fonkelden in het zonlicht.

Na het badderen stapte de grutto rustig weg. Met zijn natte veren nog glinsterend in het zonlicht, liep hij langzaam verder de plas in, op zoek naar rust of misschien een volgend plekje om te foerageren.

Magnolia en kikkerdril

Afgelopen week stond de magnolia naast onze vijver op haar mooist. Op het moment van schrijven begint ze al flink wat bloemblaadjes te verliezen, die landden onder andere in onze vijver. Voor mijn man betekent dat de komende tijd een dagelijks klusje: met een schepnet de blaadjes uit het water vissen.

In dezelfde week legden de kikkers hun kikkerdril in onze vijver. De geleiachtige klompjes blijven mooi hangen tussen de planten vlak langs de vijverrand. Telkens als ik voorzichtig naar de vijver toeliep om de kikkers te fotograferen, doken ze razendsnel onder water. Maar zodra ik rustig bleef zitten en geduldig wachtte, kwamen ze één voor één weer tevoorschijn. Het blijft bijzonder om van zo dichtbij een glimp op te vangen van het waterleven.

Grutto’s

In dit bericht beschreef ik mijn bezoek aan het weidevogelgebied onder de rook van Wommels. Vanuit de kijkhut zag ik grutto’s opvliegen uit het water en wegvliegen richting het plas-drasgebied ten zuidoosten van de hut. Nieuwsgierig naar hun bestemming verliet ik de kijkhut om te volgen waar de grutto’s naartoe vlogen.

Ik wandelde het Swynzerpaad op en zag al snel een grutto foerageren langs de oever. Door het tegenlicht was dit echter geen gunstige positie om foto’s te maken. Daarom keerde ik om en liep het weiland in aan de andere kant van het water. Zonder de vogel te verstoren kon ik de grutto daar prachtig fotograferen.

Toen ik voldoende foto’s had gemaakt, wandelde ik terug en vervolgde mijn weg over het Swynzerpaad. Al snel viel mijn oog op een grutto die rustig stond op een ‘eilandje’ in het water. Het vogeltje leek nauwelijks onder de indruk van mijn aanwezigheid en liet zich kalm en geduldig fotograferen. Een prachtig moment, zo dichtbij.

De kriebels van de broedtijd waren duidelijk al voelbaar. De grutto’s hadden het zichtbaar druk met elkaar. Regelmatig kozen ze het luchtruim, op zoek naar een potentiële partner, waarbij hun roepgeluiden het landschap vulden. De spanning en opwinding van het voorjaar hing merkbaar in de lucht.

Maar tussendoor wordt er natuurlijk ook gewoon gegeten. In alle drukte van het voorjaar nemen de grutto’s geregeld de tijd om met hun lange snavels door de zachte bodem te prikken, op zoek naar wormen en insecten. Het is een mooi contrast: de onrust van de balts én de rust van het foerageren.

Wordt vervolgd.

De IJslandse grutto

Donderdagmiddag had ik de gelegenheid om wat eerder van het werk te vertrekken om met mijn camera’s de natuur in te gaan. Via een omweg reed ik naar het weidevogelgebied in Skrok. Tot mijn verbazing was de parkeerplaats leeg en ook in de kijkhut was niemand te bekennen.

Vanuit de kijkhut maakte ik foto’s van de volgende waarnemingen: een langsvliegende bergeend en een paartje kluten dat al foeragerend steeds dichterbij kwam. Het waaide stevig, maar gelukkig kwamen ze op een beschut plekje terecht, waardoor hun weerspiegeling in het water extra mooi uitkwam. Ik vind het prachtig om te zien hoe ze met hun snavel door het slik zwenken, vooral wanneer ze daarbij ook nog wat modder opwerpen.

Een haas liep vlak langs de kijkhut, af en toe even stilzittend. Het grootste deel van de tijd bleef hij verscholen tussen de begroeiing, tot dat ene moment waarop ik hem goed in beeld kon brengen.

Een tureluur stapte door het slik, op zoek naar voedsel. Ondertussen foerageerde een paartje wintertalingen onafgebroken met hun snavels onder water. Iets verderop stond een grutto, die kort daarvoor zijn verenkleed had verzorgd en nu leek toe te kijken hoe de wintertalingen hun kostje bij elkaar zochten.

Het viel me op dat het verenkleed van deze grutto intenser van kleur was dan dat van ‘onze’ grutto. Op dat moment dacht ik dat het een rosse grutto was. Eenmaal thuis gaf ObsIdentify echter aan dat het een IJslandse grutto betrof.

De rosse grutto is een wintergast en een echte wadvogel, terwijl de IJslandse grutto hier in het voorjaar te gast is. In deze periode is hij te herkennen aan zijn opvallend rode verenkleed en de bontere tekening van de schouderveren, in vergelijking met de inheemse grutto. Zoals de naam al verraadt, broedt deze soort voornamelijk op IJsland, maar ook in kleine aantallen op de Faeröer-eilanden, in Noordwest-Schotland en Noordwest-Noorwegen. Zie ook deze site.

Terwijl ik in de kijkhut stond te fotograferen, vlogen er af en toe grutto’s op uit het water. Roepend trokken ze over de hut heen, op weg naar het plas-drasgebied ten zuidoosten van de kijkhut. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid, en ik besloot ze achterna te gaan. Maar daarover later meer.

Op zoek naar de heikikker

In deze tijd van het jaar vindt de paringstijd van kikkers plaats, waaronder die van de heikikker. Tijdens deze periode kleuren de mannetjes tijdelijk felblauw onder invloed van hormonen. Dit opvallende kleurverschijnsel duurt slechts enkele dagen en helpt hen om indruk te maken op de vrouwtjes én zich te onderscheiden van andere kikkersoorten. Al jaren koester ik de wens om een blauwgekleurde heikikker vast te leggen op camera.

Een week geleden ging ik naar het Fochteloërveen in de hoop een heikikker te spotten. Op Waarneming had ik gelezen waar ze waren waargenomen. Het was prachtig weer, met een aangename temperatuur en mooie wolkenluchten.

Aan het begin van het zandpad zag ik veel insecten laag bij de grond vliegen. Toen ik de tientallen kleine gaatjes in het zand opmerkte, wist ik dat het zandbijen waren.

Het Fochteloërveen is een van de laatste en best bewaarde hoogveengebieden van Nederland. Het strekt zich uit over ongeveer 2.500 hectare en ligt op de grens van Friesland en Drenthe, tussen Veenhuizen en Appelscha. Dit bijzondere natuurgebied is een belangrijk broedgebied voor zeldzame vogels, zoals de kraanvogel, de blauwe kiekendief en de velduil.

Terwijl ik verder wandelde over het smalle zandpad, besefte ik dat dit paadje helaas niet geschikt zou zijn voor de rolstoel van Jan.

Heikikkers zijn qua geluid goed te onderscheiden van andere kikkersoorten. Ze maken een kenmerkend klokkend geluid, alsof je een fles onder water duwt.

Toen ik op de plek aankwam, was er in eerste instantie geen heikikker te horen of te zien. Maar na een tijdje wachten hoorde ik het typische geluid en verschenen ze één voor één boven water. Helaas zaten ze te ver weg om mooie foto’s te kunnen maken. Op de linker foto heb ik de locatie gemarkeerd met een pijl.

Naast de afstand had ik ook last van hinderlijk tegenlicht. Het was behoorlijk frustrerend: eindelijk had ik ze gevonden, ze waren prachtig blauw gekleurd, en toch lukte het niet om goede foto’s te maken.

Toen ik terugwandelde, landde er vlakbij een graspieper in een boom. Gelukkig had hij een mooi plekje uitgekozen, waardoor ik meerdere foto’s van hem kon maken.

Vanaf het Fochteloërveen ben ik naar Diaconievene gereden, in de hoop daar heikikkers aan te treffen op een beter plekje om te fotograferen. Helaas was er in de verste verte geen heikikker te horen of te zien. Wel zat er naast de vlonder een poelkikker.

Even later sprak ik de boswachter, die me vertelde dat ik nog even geduld moest hebben en dat ik ze daar zeker zou zien. Dus ga ik binnenkort terug, want de aanhouder wint!

De eerste fotokuier op wielen

In september 2006 gingen Jan en ik voor het eerst samen op pad om foto’s te maken. Twee jaar eerder had Jan de diagnose MS gekregen. Sindsdien richtte hij zich op natuurfotografie en begon hij een weblog. Via een tip ontdekte ik zijn blog en zijn prachtige foto’s. Geïntrigeerd vroeg ik hem of hij ooit mensen meenam de natuur in om van hem te leren. Zo kwam het dat we die maand onze eerste gezamenlijke fotokuier maakten.

Jan waarschuwde me direct dat hij niet ver zou kunnen lopen en dat zijn mobiliteit in de loop der jaren steeds verder zou afnemen. Toch trokken we ruim 18 jaar lang samen de natuur in, de ene keer in Fryslân, de andere keer in Overijssel. Gaandeweg werden de afstanden korter, maar onze passie voor fotografie bleef onveranderd.

Vorige week brak een nieuw hoofdstuk aan: voor het eerst ging Jan mee in een elektrisch aangedreven rolstoel.

We kozen voor een rit door natuurgebied de Dellebuursterheide. Zo’n eerste keer was spannend: we vroegen ons af hoe Whilly – de rolstoel – zich zou houden op de onverharde paden. Al snel bleek dat los grind en rul zand niet de ideale ondergrond waren.

Terwijl we ons een weg baanden, hoorden en zagen we een boomklever. Het vogeltje fladderde voortdurend van de ene naar de andere plek, maar toch slaagde ik erin om een paar redelijke foto’s te maken.

Bij de Catspoele bleven we een tijdje gezellig op de vlonder staan, waar we een paar vriendelijke mensen ontmoetten. Jan en een fotografe speurden in het water naar leven.

Plotseling dook er een ringslang op. Jan zag hem als eerste en waarschuwde ons op tijd, zodat we een fotoserie konden maken. Ik had op dat moment niet mijn zoomlens tot 600 mm in de hand, maar met mijn 105 mm-lens en met kroppen is het toch gelukt om de slang vast te leggen.

We trokken verder door een stukje bos, en dat ging Whilly zonder problemen af. De rolstoel manoeuvreerde soepel over het bospad, wat ons vertrouwen gaf voor toekomstige ritten.

Een eindje verderop vonden we een mooi plekje om te lunchen. Terwijl we genoten van het uitzicht en de stilte om ons heen, maakte ik met mijn telefoon een foto voor Aafje (foto 3), zodat zij kon zien dat de eerste rit goed verliep.

Tijdens de lunch hipte er plotseling een kikker voorbij, deze liet zich gewillig fotograferen. Na de lunch zetten we onze tocht voort over een stevig pad, klaar voor het volgende avontuur.

Bij dit grote ven bereikten we ons eindpunt. De accu van Whilly gaf nog 60 procent aan, maar om geen risico te nemen, besloten we terug te keren.

De oprit naar de vlonder met Whilly was even een spannend moment. De rolstoel helde iets achterover, wat het een hachelijke manoeuvre maakte. Eenmaal op de vlonder hadden we aan beide kanten prachtig zicht over het water.

Gelukkig kan Jan nog kleine stukjes lopen, wat zo’n ritje in de natuur net wat makkelijker maakt dan wanneer hij volledig afhankelijk zou zijn van de rolstoel.

Op de terugweg maakten we opnieuw een stop bij de vlonder bij de Catspoele. Hoe goed we ook speurden, er was geen ringslang, levendbarende hagedis of heikikker te bekennen—precies de soorten waar we op hoopten.

Dit moment grijp ik aan om de tweede ringslang te laten zien die we eerder hadden gespot. Gelukkig had ik toen wél mijn camera met de zoomlens tot 600 mm bij me, waardoor ik de slang goed kon vastleggen.

Terwijl we daar stonden, reed de boswachter langs in zijn auto en stopte voor een praatje. Ik maakte meteen van de gelegenheid gebruik om hem te wijzen op een obstakel bij een van de klaphekken. Hij beloofde er direct naar te kijken en een melding te maken. Bij de parkeerplaats kwamen we hem opnieuw tegen. Tot onze verrassing vertelde hij dat hij het probleem meteen had opgelost. Een snelle en fijne service!

Het was een prachtige dag en de eerste rit met Whilly is goed verlopen. Dit hulpmiddel opent nieuwe mogelijkheden en maakt uitstapjes in de natuur een stuk toegankelijker. Het vergroot de actieradius, waardoor we meer kunnen ontdekken zonder ons zorgen te maken over lange afstanden.

Natuurherstel Weerribben

Natuurgebied ‘De Weerribben’ staat onder druk. Zonder ingrijpen groeit het moeras snel dicht, een proces dat door stikstofdepositie nog eens wordt versneld. Dit bedreigt zeldzame planten en dieren. Vogels en insecten die afhankelijk zijn van open moerasgebieden, zoals de roerdomp, bruine kiekendief en grote karekiet, hebben het steeds moeilijker. Bovendien is hun leefgebied door de jaren heen gekrompen en ontbreken er op veel plekken natuurlijke verbindingen met gebieden zoals De Wieden en de Rottige Meente. Om deze soorten te behouden moeten hun leefgebied worden verbeterd en worden uitgebreid.

Mijn zwager is een van de medewerkers die bij deze klus betrokken zijn. Hij nodigde mij uit om in de namiddag samen met hem een kijkje te nemen in het gebied, dat alleen toegankelijk is via rijplaten. Op de eerste foto is te zien dat de rijplaten al diep zijn weggezakt. Gelukkig heeft hij een terreinwagen met vierwielaandrijving. Ik had graag een fotoserie gemaakt van de werkzaamheden zelf, maar daarvoor kreeg ik geen toestemming. Men vond dat te gevaarlijk.

Mijn zwager bediende de kraan die op de eerste foto te zien is. Hij verwijderde bomen en struiken, zoals elzenbroekbos en waterwilg. Bepaalde bomen, zoals eiken, moeten blijven staan. De gekapte bomen en takken werden ter plekke versnipperd en met kiepwagens uit het gebied afgevoerd.

Ik maakte deze fotoserie half maart, op het laatste moment voordat het gebied werd vrijgemaakt. Na dat weekend moest namelijk al het materieel en de rijplaten verdwenen zijn vanwege de start van het broedseizoen. Een periode van rust voor de natuur breekt dan aan. In het najaar worden de werkzaamheden in dit gebied weer hervat.

De werkzaamheden zijn gestart in de omgeving van de eendenkooi: ‘De Kooi van Pen’ en in Noordmanen, waar het veenmosrietland en de trilvenen zijn dichtgegroeid. Door het verwijderen van struiken en zaadbomen krijgt het veenmosrietland en trilveen de kans om zich te herstellen. Daarnaast worden petgaten – lange, smalle stroken – en greppels gegraven om extra open water te creëren. Dit open water is van belang, omdat juist op deze plekken nieuw trilveen kan ontstaan.

In verschillende rietlanden wordt minder vaak gemaaid, zodat het riet overjarig kan worden. Dit biedt belangrijke nestgelegenheid voor moerasvogels zoals de roerdomp en de grote karekiet. Daarnaast draagt het herstel van de waterhuishouding, het verschralen van de bodem en het verwijderen van de voedselrijke toplaag bij aan de ontwikkeling van blauwgrasland. Door het graven van smalle sloten en greppels wordt de waterhuishouding verbeterd. Op andere locaties worden sloten opgeschoond, oevers gemaaid en minder steil gemaakt, wat ten goede komt aan soorten zoals de grote vuurvlinder en waterzuring.

Omwonenden zijn als geen ander bekend met de schoonheid en kwetsbaarheid van De Weerribben. Veel van hen zijn daarom nauw betrokken bij de werkzaamheden. Er is regelmatig overleg over de voortgang, waarbij vragen serieus worden genomen. Daarnaast wordt afgestemd met buren, pachters, vrijwilligers en andere belanghebbenden over de inrichting van het gebied.

Het is een grootschalig meerjarenproject dat in fasen wordt uitgevoerd om de impact op de natuur zo klein mogelijk te houden. Vooralsnog leek de kiekendief, die zijn nest heeft gebouwd in een boom op de eerste foto, zich niets van de werkzaamheden aan te trekken. Het eindresultaat zal ongetwijfeld prachtig zijn, maar op die avond moest ik wel een paar keer slikken bij het zien van de vele bomen en struiken die gerooid waren. Straks is er volop ruimte voor moerasvogels, maar waar zullen de zangvogels dan hun broedplekken vinden?

De laatste foto is genomen in de avondzon, met een warm licht over het rietland waar mijn vader ooit zijn riet maaide. Een plek vol mooie herinneringen.

Een kijkje in het verleden

Mijn vader was vroeger rietteler van beroep, maar vanwege rugklachten kon hij daaruit niet genoeg inkomen genereren. Om toch rond te komen deden mijn ouders er van alles bij. Mijn moeder ventte met koffie en aanverwante artikelen. Ze verkochten ijs aan huis en verhuurden gasflessen. Daarnaast hielden ze geiten voor de zuivel en hadden ze een moestuin. Mijn moeder naaide en breide zoveel mogelijk onze eigen kleding. Luxe was er niet, maar we kwamen niets tekort. We groeiden op in een warm en liefdevol nest.

In 1969 en 1970 sloeg het noodlot toe; binnen vijf maanden verloren mijn ouders twee van hun vier kinderen. Het was een onvoorstelbaar zware periode van rouw en verdriet wat diepe sporen naliet in ons gezin. Maar te midden van dit verlies kwam er in 1971 een nieuw lichtpuntje; onze jongste zusje werd geboren. Haar komst bracht troost en vreugde in een tijd waarin het gemis nog zo voelbaar was.

Een paar jaar later werd mijn moeder aangesteld als brugwachter en trad ze in vaste dienst bij de Provinciale Waterstaat. We verhuisden naar de brugwachterswoning, anderhalve kilometer verderop. Niet alleen mijn moeder bediende de brug, maar vooral mijn vader nam deze taak op zich. Ook wij als kinderen droegen ons steentje bij; iets wat in die tijd nog gewoon kon.

Vanaf dat moment was er ook een stabiel inkomen, wat financiële ruimte gaf. Maar door het verlies van hun kinderen hechtten mijn ouders geen waarde aan materiële zaken. Ook in deze periode van meer financiële stabiliteit leefden we eenvoudig, zonder luxe. Ons zusje en broertje, die ons zo vroeg waren ontvallen, bleven in onze gedachten altijd met ons meewandelen. Ondanks of juist dankzij, was er in ons gezin veel ruimte voor humor en werd er veel gelachen.

De liefde voor het riet zat bij mijn vader in zijn bloed. Naast zijn werk als brugwachter bleef hij dit ambacht met passie uitoefenen. Omdat het riet in de winter wordt geoogst en het in die periode rustig was op het water, kon hij beide taken goed combineren.

Begin jaren tachtig kochten mijn vriend (nu mijn man) en ik een spiegelreflexcamera. De liefde voor fotografie zat er toen al in. In 1984 maakte ik een fotoreportage van mijn vader in het rietland. Hij was toen 62 jaar en wist het zware werk nog altijd vol te houden. Mijn vader was ontzettend blij met deze fotoserie en toonde het album met trots aan familie en vrienden.

Als al het riet geoogst was, bleef het eerst een tijd drogen in het rietland. Daarna werden de bossen riet naar ons huis gebracht en opgeslagen op een perceel vlak naast de brug. Het was zwaar werk, maar iedereen droeg zijn steentje bij. Ook mijn moeder stond haar mannetje en hielp een handje mee.

In de zomer liet mijn vader water op het rietland lopen om het jonge riet te laten groeien. Daarvoor werden de duikers opengezet. Hij zorgde ervoor dat de watertoevoer ongehinderd kon plaatsvinden door watergangen uit te graven en waar nodig nieuwe buizen te plaatsen. Dit was zwaar handwerk, waarbij hij gebruikmaakte van een walmes.

De dikke bossen riet werden thuis opgebonden tot kleine bosjes met een omtrek van 46 cm. Als bindmateriaal werd twijg gebruikt, wat echt een vaardigheid vereiste. Als kind heb ik dat ook geleerd. In die tijd werd het riet van de grond afgepakt en stond de stootplank laag, wat betekende dat de rietbinders in een slechte houding werkten. De kleine bosjes werden per vier samengebonden tot een pak. In dit YouTube filmpje van Afanja kun je bij 15:17 minuten dit proces mooi zien.

Als er voldoende riet was opgebonden kwam de riethandelaar langs om ze op te halen. De pakken riet werden met een transportband op een vrachtauto geladen. De riethandelaar verkocht het riet aan dakdekkers.

Een paar jaar later werd het werk voor de rietbinders vergemakkelijkt doordat het riet op een verhoogd rek gelegd kon worden. Ook de stootplank werd op de juiste hoogte aangepast. Mijn vader stond langs een doorgaande weg het riet te binden, wat betekende dat er vaak veel mensen (toeristen) stopten om een praatje te maken. Dit vond hij helemaal niet erg, want mijn vader was een sociale en belangstellende man die graag met anderen in gesprek was. De linker foto is tijdens zo’n moment genomen door een beroepsfotograaf.

Op de rechterfoto staat mijn vader bij zijn brug. Ook daar had hij altijd veel aanloop. Mijn vader overleed in 1997 op 75-jarige leeftijd aan kanker. Helaas hebben onze kinderen hem nooit gekend, wat ik heel jammer vind. Ze kennen wel de verhalen en hebben daardoor waardering voor hun opa en oma en dat is ontzettend waardevol.