Haven van Oudeschild

Van natuurgebied Waalenburg reden mijn man en ik naar de haven van Oudeschild.

Een aalscholver droogde zijn verenkleed en een zilvermeeuw ruimde een kadaver op.

Bij het havenhoofd waren kinderen aan het vissen op krabbetjes. Zilvermeeuwen wachten op een kans om een krabbetje mee te pikken.

Na de rondgang door de haven stapten we in de auto om langs de Waddendijk in noordelijke richting te rijden.

Smienten

In natuurgebied Waalenburg op Texel foerageerde een grote groep smienten. Smienten zijn echte wintergasten in Nederland. In de zomer broeden ze in noordelijk Europa en Azië en trekken ze daarna naar zuidelijkere gebieden voor de winter.

In het najaar is het in de natuurgebieden overwegend stil. De vogels laten hun gezang veel minder horen dan in de lente en vroege zomer. Vogels gebruiken hun gezang in het voorjaar voornamelijk om hun territorium af te bakenen en een partner aan te trekken. Zodra deze doelen zijn bereikt, wordt zang minder belangrijk en sparen vogels hun energie voor andere activiteiten, zoals voedsel zoeken en voorbereiden op de winter of een trektocht. De smient daarentegen laten zich wel goed horen. Het typische fluitende geluid van de smient is vooral in groepen goed hoorbaar. Dit geluid gebruiken ze om met elkaar te communiceren en kan op afstand al herkend worden. Ze danken hun naam “Fluiteend” aan dit fluitende geluid.

Deze smienten waren aan het drinken.

Tot slot een groep smienten in vlucht.

Kuifeenden en een kievit

Op de eerste dag tijdens ons verblijf op Texel gingen mijn man en ik samen op stap met de auto. Mijn man reed en ik gaf aan wanneer hij moest stoppen wanneer ik iets zag om te fotograferen.

In natuurgebied Waalenburg fotografeerde ik een groepje kuifeenden. Het viel mij op dat een van de kuifeenden witte vlekken naast de snavel had. Op internet las ik dat dat het een vrouwtje was.

Bij de bovenstaande foto dacht ik aanvankelijk dat er één vrouwtje en drie mannetjes zwemmen. Bij nadere bestudering en zoeken op internet vermoed ik dat het drie vrouwtjes en één mannetje zijn. Niet alle vrouwtjes hebben namelijk die duidelijke vlekken naast de snavel, er zijn ook vrouwtjes met een beetje wit.

Een eindje verder liep een kievit vlak langs de weg. Mijn man zette de auto aan de kant. Ik stapte uit om foto’s te maken daarbij had ik het geluk dat de kievit niet wegvloog. Misschien was de kievit moe van de reis vanuit het hoge noorden. De zon die zo nu en dan door het wolkendek piepte was genoeg om de iriserende kleuren van het verenkleed tevoorschijn te toveren.

Tijdens de vogeltrek verblijven in ons land de kieviten uit een gebied dat zich uitstrekt tot in West-Rusland en Scandinavië. Het aantal in ons land pleisterende kieviten bouwt in de loop van de herfst op. Ze bereikt doorgaans een piek in november. Daarna is het wachten of er vorst komt, bij heel zacht winterweer blijven kieviten massaal hangen, bij strenge vorst trekken ze door naar de warmere gebieden in het zuiden.  

In de Drentse natuur

Anderhalve week geleden gingen fotomaatje, Jan en ik samen op stap. Als uitgaansbasis hadden we deze keer mijn woonplaats in Noordwest Overijssel. Van tevoren had ik wat plekje op Google Maps opgezocht met bomen al dan niet in combinatie met watertjes. Deze plekjes lagen in de provincie Drenthe. Onze eerste stop was bij Huis Westerbeek in Frederiksoord. Je kunt er alles over lezen op deze site. De man met de bladblazer kon zich daar helemaal uitleven tussen de vele bomen. Jan en ik zijn een stukje het bos ingelopen op zoek naar paddenstoelen. Ik heb er wel een paar gezien, maar er geen mooie foto’s van kunnen maken.

We vervolgden onze weg en kwamen langs een akker met Afrikaantjes. Afrikaantjes hebben eigenschappen die ze geschikt maken als groenbemesters zoals bodemverbetering, afstoten van schadelijke nematoden, onderdrukking van onkruid en verbetering van de biodiversiteit. Het zijn ook nog eens hele kleurrijke bloemen om te zien.

Op Landgoed De Vledderhof stopten we om foto’s te maken van de mooie lanen met enorme bomen. Aan de voet van zo’n reus vond ik een amethistzwam.

Iets verderop liepen schapen in de natuur. Volgens mij zijn het Schoonebeeker schapen. Schapen zijn nuttige grazers in de natuur. Ze helpen het landschap open te houden, bevorderen de biodiversiteit en dragen bij aan het herstel van natuurgebieden.

Ons laatste doel op die dag werd het Aekingerzand.

We maakten allebei een aantal foto’s op de oever van dit ven. Er vlogen zowaar nog enkele tengere pantserjuffer in paringrad. Jan koos er al vrij snel voor om te rusten op een boomstronk. Ik maakte nog enkele macro opnames van o.a. de gewone fopzwam, bekermos, heidelucifer en de heidelibel.

De tijd tikte wel door en het werd tijd om huiswaarts te keren. Op de auto zat een, voor mij, onbekende insect. Het bleek een bladpootrandwants te zijn. Op de terugreis brak het wolkendek steeds verder open. Dat geeft meteen een mooi aanblik op de bomen in herfsttooi. Tussen Oude Willem en Diever zette ik de auto nog even aan de kant zodat we er een foto van konden maken. Je kon hier mooi zien dat de begroeiing aan ene kant van de weg al in herfstkleuren is en de andere kant nog overwegend groen is. Dit kan komen door zon en schaduw; de kant die meer zonlicht ontvangt, kan sneller in de herfstkleuren komen, terwijl de schaduwrijke kant later in het seizoen of pas na een kouder weer zal beginnen te verkleuren. Het kan door de wind komen; als er bijvoorbeeld meer wind of droogte aan de ene kant van de weg is, kan dit de afstervende bladeren sneller beïnvloeden, wat ze eerder in herfstkleuren doet veranderen. De samenstelling van de bodem (bijvoorbeeld meer of minder vochtigheid) kan ook van invloed zijn op de kleurverandering. Droogte kan ervoor zorgen dat bomen eerder hun bladeren verliezen of verkleuren.

Dit was in vogelvlucht ons dagje samen in de Drentse natuur. Helaas liet de zon het grootste deel van de dag het afweten en dat zie je terug in de fotoserie. Desondanks hebben wij ons weer prima vermaakt.

Roodborst en pimpelmees nemen een bad

Een roodborstje nam een bad in onze voortuin. Vanuit de woonkamer maakte ik enkele foto’s. Het was bewolkt weer. Ondanks het opschroeven van de ISO naar 5000 was de sluitertijd nog te langzaam om de snelle beweging te volgen.

Goed voorbeeld, doet goed volgen, zou het pimpelmeesje misschien hebben gedacht…

Na het beëindigen van het badritueel van het roodborstje was de pimpelmees aan de beurt.

Watervogels in De Deelen

Ik zag dat er nog fotoserie bij concepten stond die ik maakte tijdens de prachtige fotokuier met mijn fotomaatje pakweg 3 weken geleden. Jan navigeerde mij over binnenweggetjes waarbij ik niet goed wist waar we waren tot het moment waarop onderstaand complex opdoemde. Het is de zuivelfabriek A-Ware, Fronterra aan de A7 in Heerenveen.

We draaiden de A7 op pakten de eerstvolgende afslag om onze route binnendoor te vervolgen. Op de Kanaalsweg stopte we een aantal malen om een vervallen bruggetje en weerspiegelingen te fotograferen.

Na de fotosessie bij de ouderwetse elektriciteitspalen en het Tripgemaal reden we door naar De Deelen. De Deelen is een natuurgebied in Friesland wat is ontstaan door het afgraven van turf. Het gebied is populair bij wandelaars, rustzoekers en vogelaars. Vanaf de paden heb je via doorkijkjes mooi zicht op de petgaten.

In het petgat dobberde een mannetje en vrouwtje krakeend.

Op de terugreis maakten we nog een stop bij deze recent uitgegraven petgat.

Op de plas dobberde in de verte een grote groep smienten ook wel fluiteenden genoemd vanwege het fluitende geluid wat ze voortbrengen. Verder werd het beeld gedomineerd door heel veel grauwe ganzen.

Deltagoot wordt overgenomen door de natuur

De Deltagoot is in 1980 in gebruik genomen als proeftuin voor de stormvloedkering in Zeeland. Door water in grote golven tussen de betonnen wanden te laten bulderen, werd de kracht van de pijlers getest. Ook de constructies van bijvoorbeeld olieplatforms en windmolens in zee zijn er getest. Tot 2015 is de goot gebruikt. Het is de laatste plek in het Waterloopbos waar waterstaatkundige proeven zijn gedaan. Op deze site kun je historische foto’s en filmpjes zien van de Deltagoot. De functie van deze oude Deltagoot werd overgenomen door een nieuwe testgoot in Delft, bij het instituut Deltares. Zie dit filmpje op YouTube.

In 2015 werd de Deltagoot cadeau gedaan aan Natuurmonumenten. Natuurmonumenten besloot er een kunstwerk van te maken. Via de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) kwam Natuurmonumenten bij Atelier de Lyon | RAAAF terecht. De betonnen bak van 240 meter lang werd uitgegraven. Delen van de wand zijn uitgezaagd en er dwars op de wand teruggezet. Door het uitgraven is er ook water rondom de goot gekomen. Dat geeft een fraaie weerspiegeling van de betonnen delen. Zodat het geheel nog imposanter lijkt.

Op het water dreef een dun laagje alg wat helaas de weerspiegeling van het kunstwerk verhinderde. Door de jaren heen zijn de betonelementen steeds meer begroeid door planten en (korst)mossen. Het viel mij op dat het beton op meerdere plekken beschadigd was. Dat in tegenstelling tot een aantal jaren geleden wat bevestigd werd door mijn eerdere fotoserie.

Misschien is het betonrot. Betonrot begint meestal aan de buitenkant, doordat weersomstandigheden als regen en vorst kleine scheurtjes in de constructie veroorzaken. Vocht dringt via deze scheuren het beton binnen en bereikt het wapeningsstaal. Het roest dat vervolgens op de wapening ontstaat, zorgt voor druk tegen het beton. Van binnenuit ontstaan nieuwe scheurtjes die niet alleen het beton, maar ook het bindmiddel of cement beschadigen. Het oppervlak van de constructie wordt als het ware uit elkaar gedrukt en door het betonrot brokkelt het beton langzaam af.

In een van de betondelen was een ‘venster’ in het beton gemaakt waardoor men zicht heeft op het wapeningsstaal.

Moeder en dochter waren bezig met een fotoshoot van de hond. Moeder moest de hond in positie brengen en dochterlief maakte de foto’s. Dierenfotografie is een vak apart, dat concludeerde ik toen ik de beide dames zo bezig zag.

In 2022 maakte ik deze serie van de Deltagoot.

In het Waterloopbos

Anderhalve week geleden maakte ik een wandeling in het Waterloopbos.

Ik hoopte o.a. paddenstoelen en zwammen te fotograferen. Dat is enigszins gelukt. Ik ben geen groot kenner en ook ObsIdentify had er regelmatig moeite mee. Op de volgende foto’s zou het de echte honingzwam, een roze berkenrussula, een parelstuifzwam en de glimmerinktzwam kunnen zijn. Correctie is welkom.

Met de vele waterloopkundige modellen in dit bos heeft men leren werken met water, golven en stroming. Nederland heeft de wereldwijde bekendheid te danken aan al het onderzoek dat in dit bos heeft plaatsgevonden. Het Waterloopkundig laboratorium verhuisde in 1996 naar Delft. De modellen in het Waterloopbos zijn industrieel erfgoed en zeer geliefd bij o.a. fotografen Zie deze site.

In de namiddag schenen de zonnestralen door het bladerdak van het bos. Ze creëerden lijnen van licht tussen de bomen. De bladeren werden verlicht en vormden een mooi contrast met de schaduwrijke delen van het bos. 

Industrieel erfgoed, oude elektriciteitsmasten

Na een ritje over binnendoor weggetjes in Fryslân kwamen Jan en ik uit bij de Hooivaartsweg, zie Google Maps. Daar zag ik tot mijn verrassing ouderwetse elektriciteitpalen staan. Ik parkeerde de auto aan de kant van de weg zodat we er foto’s van konden maken.

Vroeger vond de distributie van elektriciteit bovengronds plaats. De masten waren van hout en de draden liepen via porseleinen potjes, ook wel isolatoren genoemd. De potjes hadden als doel om de stroomkabels geïsoleerd te houden en te voorkomen dat de elektriciteit naar de mast zou overslaan, wat kortsluiting of zelfs brand zou kunnen veroorzaken.

Deze isolatoren waren vaak wit of lichtbruin en hadden een herkenbare, glanzende uitstraling vanwege het gepolijste porselein, dat goed bestand was tegen zowel elektriciteit als verschillende weersomstandigheden. Door de stevigheid en het isolerende vermogen van porselein bleven deze potjes jarenlang in gebruik, tot ver in de 20e eeuw. Vanwege het ontwerp, de nostalgie en het industriële karakter zijn ze tegenwoordig geliefd bij verzamelaars.

Eind september las ik een artikel op Omrop Fryslân. Bij Nijeholtwolde staan negen palen na restauratie weer in volle glorie langs de Heerenveense weg. Het is industrieel erfgoed aldus bouwhistoricus en initiatiefnemer Reitse de Vries. De palen hebben geen functie meer. De elektriciteitskabels liggen onder de grond. Ze hebben alleen nog de functie van herinnering aan hoe het ooit was. De buurt heeft ze 30 jaar geleden al eens behouden voor sloop. Nu worden ze een gemeentelijk monument met kabels en al. Het terugplaatsen is ook mooi voor de vogels. Zwaluwen zitten vaak op de kabels en spechten maken nesten in de palen. Zie deze site van Omrop Fryslân.

Deze palen naast de Hooivaartsweg zijn niet meer te redden. Ze zijn in het bezit genomen door zwammen. Dat is het begin van het einde.

De elektriciteitsmasten stonden en lagen naast het Tripgemaal. Dat kwam goed uit want dan konden we meteen daar een fotoserie van maken. Het Tripgemaal heeft recentelijk nieuwe eigenaren gekregen, die het gebouw zorgvuldig hebben gerestaureerd en in volle glorie hebben hersteld. Het exterieur straalt als nooit tevoren. Als deze lijn is doorgetrokken naar het interieur dan is dat veelbelovend. De nieuwe beheerders stellen het Tripgemaal nu beschikbaar als een inspirerend podium voor diverse initiatieven op het gebied van kunst en cultuur, voeding, burgerparticipatie en de ontwikkeling van landschap en natuur. Over het portret aan de buitenmuur en het overwoekerde bord schrijft Jan op zijn weblog.