Distelvlinders en meer op de klimhortensia

We zijn weer terug van een heerlijke week vakantie op Texel. Ook het echtpaar dat tijdens onze afwezigheid in ons huis verbleef, heeft hier volop genoten.

Toen we bij terugkomst uit de auto stapten, viel ons direct de uitbundige bloei van de klimhortensia op. De zwoele, zoete geur hing in de lucht en het wemelde van de insecten, waarvan vele zoemend tussen de bloemen vlogen.

Op de bloemen foerageerden een aantal distelvlinders. Veel distelvlinders die je in het voorjaar in Nederland ziet zijn flets en versleten. Dat is niet zo vreemd, want deze trekvlinders hebben een indrukwekkende reis achter de rug vanuit Zuid-Europa of zelfs Afrika.

In de zomer plant de distelvlinder zich hier voort en verschijnt een nieuwe generatie met frisse, kleurrijke vleugels. Een deel van deze vlinders trekt in het najaar weer naar het zuiden. De exemplaren die hier achterblijven overleven de winter niet.

De klimhortensia is overigens geplant door de vorige eigenaar van het huis. Inmiddels wonen wij hier al 33 jaar en het is mooi om te zien hoe goed deze struik het na al die jaren nog doet. De dichtbegroeide klimhortensia vormt bovendien een geliefde plek voor tuinvogels om een nest te bouwen. Voordat het broedseizoen begint, snoeien we de plant een beetje terug. Zo voorkomen we dat de takken zich vasthechten aan de kozijnen en het houtwerk van de dakgoot.

Ook andere insecten deden zich tegoed aan de nectar van de bloemen. Tussen de bloeiende schermen waren verschillende hommel- en zweefvliegsoorten te zien, waaronder de aardhommel, de akkerhommel, de doodskopzweefvlieg en de citroenpendelvlieg.

Holwortel op landgoed Dickninge

Vanaf De Havixhorst reden onze zoon en ik naar het nabijgelegen landgoed Dickninge.

Het 175 hectare grote landgoed Dickninge in Engelse landschapsstijl heeft een bewogen geschiedenis. In 1325 werd het klooster van Ruinen naar deze plek verplaatst. Vanuit hier werden de kerken in Beilen, Blijdenstein, Ruinen en Westerbork bediend. Na 1580, waarschijnlijk als gevolg van de 80-jarige oorlog, waren de monniken verdwenen en is het klooster in 1603 opgeheven. In 1795 werd baron R.H. de Vos van Steenwijk de nieuwe eigenaar. Hij brak alle oude gebouwen af en plaatste een nieuw (het huidige) gebouw dat in 1813 werd voltooid. Bron is deze site.

Landgoed Dickninge is bekend om de holwortel die daar in maart weelderig bloeit. Maar ook de bosanemoon is daar veelvuldig te vinden.

De holwortel hoort bij de helmbloemen. Ze zijn er in het wit en in het paars. De bloemen worden vooral bezocht door bijen en hommels, ook citroenvlinders zijn in bloeiende holwortels geïnteresseerd.

Bij de landing op de bloem buigt de vergroeide onderlip van de bloem een beetje door. Zo komen de meeldraden en de stamper vrij en slaan tegen de buik van het insect. Met de buik vol stuifmeel vliegt de hommel naar een andere bloem.

De knol van de holwortel is, zoals de naam al doet vermoeden, hol van binnen. De plant groeit het liefst op luchtige humusrijke grond. Bron is deze site.

Om bij de nectar te komen prikt de insect een gaatje aan de zijkant van de bloem.

Onze zoon stond geduldig te wachten totdat ik klaar was met de macrofotografie. We volgden het pad om het landhuis.

We kwamen uit bij de brug. Ondanks de waarschuwing besloten we het er toch op te wagen…

Onze gezellige middag samen sloten we af met een lekker ijsje op een terras in Meppel…

Atalanta op bloesem

Een Vanessa atalanta oftewel atalanta, admiraal, nummervlinder of schoenmaker.

Het is een van de meest algemeen voorkomende vlinders in ons land en dan vooral in de hoog- en nazomermaanden. In de zomer zien we de vlinders het meest op onze vlinderstruiken en in het najaar doet de vlinder zich tegoed aan de peren die op de grond zijn gevallen.

Het is echter de eerste keer dat ik een atalanta op de bloesem van de kersenboom zag.

De atalanta is van oorsprong een trekvlinder. Door de zachte winters zien we deze vlinder de laatste jaren steeds vaker hier blijven. Ze hebben geen winterslaap en dat betekent dat ze als het koel en bewolkt is, stil zitten, maar dat ze, als het wat warmer en zonnig is, tevoorschijn komen en op zoek gaan naar brandstof.