Kemphanen en tureluurs in Skrok

Ik neem jullie nog een keer mee naar het prachtige weidevogelgebied onder de rook van Wommels. Terwijl ik daar was, bracht de eigenaar van de naastgelegen boerderij zijn paard naar de wei.

Vanuit de kijkhut in Skrok zag ik hoe een tureluur plotseling opsteeg van zijn foerageerplek. Met een alerte houding en een schelle roep brak hij de stilte van het weidse landschap.

In het water stond een kemphaan. Het leek even alsof hij doorhad dat hij werd gefotografeerd, zo mooi stond hij daar te poseren. Jij en ik weten natuurlijk wel beter: het was puur toeval, maar het leverde wel een prachtig moment op.

Even later wandelde ik over het voetpad naar mijn favoriete plekje bij het hek. Vanaf dat punt zag ik door de zoeker een bijzonder tafereel. Een tureluur duldde geen kemphaan in zijn territorium en ging fel in de aanval. Ik had altijd gedacht dat juist kemphanen de echte vechtersbazen waren, maar deze tureluur liet zien dat hij er ook wat van kan.

Ik vind Kemphanen prachtige vogels, mede vanwege hun wisselende verenkleed. Ze staan erom bekend een extreem grote variatie in uiterlijk te hebben, vooral de mannetjes. Tijdens het broedseizoen ontwikkelen zij een opvallende kraag, ook wel ruffe genoemd, en oorpluimen die sterk van elkaar kunnen verschillen. De kleuren lopen uiteen van diep zwart en helder wit tot roestbruin, vaak met gevlekte of gestreepte patronen die bijna altijd uniek zijn voor elk individu.

Die variatie gaat nog verder, want er bestaan zelfs verschillende typen mannetjes. Zo zijn er de territoriale mannetjes met hun uitbundige kragen, maar ook lichtere satellietmannetjes die minder dominant zijn. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘faeder’-mannetjes, die opvallend veel op vrouwtjes lijken en geen uitgesproken kraag hebben. Ik hoop binnenkort nog wel een keer een kemphaan te fotograferen met zo’n uitbundig broedkleed.

Kieviten in Skrok

Na het maken van diverse foto’s vanuit de kijkhut in Skrok wandelde ik verder over het fiets- en voetpad door het zogeheten greppeltjesland. Bij het hek bleef ik geruime tijd staan om te genieten van de vogels om mij heen. Het leek erop dat er recent watertjes waren uitgebaggerd en dat de vrijgekomen bagger ter plekke was blijven liggen.

Een paar kieviten vlogen over mijn hoofd, maar er was geen sprake van paniek en ik werd niet verjaagd.

Ik vind het geen fraai gezicht dat de bulten zijn blijven liggen, al zal daar ongetwijfeld een goede reden voor zijn. Voor de kieviten lijkt het in ieder geval aantrekkelijk. Eén kievit trok in het bijzonder mijn aandacht. Hij zat rustig op de opgeworpen grond. Even dacht ik dat hij daar zat te broeden, maar dat idee liet ik al snel los — die plek viel daarvoor veel te veel op. Later werd ook duidelijk dat er geen nest aanwezig was.

Niet veel later begon de kievit te foerageren en kwam daarbij steeds dichter mijn kant op. Mogelijk bood het hek mij wat beschutting en daarbij bleef ik zo stil mogelijk staan.