Een spreeuw en een gaai op de besneeuwde voedertafel

Op vrijdag 30 januari lag er een mooi laagje sneeuw. Toevallig was dat ook de dag waarop ik meedeed aan de vogeltelling en een fotoserie maakte van de verschillende tuinvogels. Het was opvallend druk in de tuin; er lieten zich veel vogels zien. De sneeuw zal daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld.

Die dag deden ook een aantal spreeuwen onze voedertafel aan. In het zonlicht kwamen hun iriserende kleuren prachtig naar voren. Spreeuwen leven in groepen, wat waarschijnlijk de reden is dat ze andere vogels in hun nabijheid tolereren. Dat was ook mooi te zien op de voedertafel, waar ze gebroederlijk naast andere vogels zaten.

Dat kun je niet zeggen van de gaai, die bepaald niet sociaal te noemen is. Na zijn landing stoven de andere vogels alle kanten op. Dat is op zich niet ongebruikelijk, want bij iedere nieuwe gast vliegen de eerdere bezoekers meestal op, het lijkt wel het first in, first out-principe. Maar ook nadat de rust was teruggekeerd, duldde de gaai geen enkele andere vogel op de voederplank.

Hoe noemen jullie deze vogel eigenlijk: Vlaamse gaai of gewoon gaai? Zelf gebruik ik pas sinds enkele jaren de officiële naam gaai, al moet ik daar nog steeds een beetje aan wennen.

Al in 1999 besloot de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) dat de officiële naam van Garrulus glandarius voortaan gaai zou zijn. De reden daarvoor is dat deze vogel in een groot deel van Europa voorkomt; de toevoeging “Vlaamse” suggereert ten onrechte dat het om een regionale soort gaat. Op de website van Roots is onder meer te lezen hoe die toevoeging “Vlaams” ooit is ontstaan.

De vogel liet zich van alle kanten vastleggen. Het was me niet eerder opgevallen dat de gaai, naast zijn prachtige kleuren, ook nog een grappig toupetje heeft.