De reden dat ik naar Schoonebeek ging, was mijn bezoek aan de zandstrooiboerderij. Ik herinnerde me dat André van Duin en Janny daar ook waren geweest met het tv-programma Denkend aan Holland. De uitzending kun je mogelijk via dit linkje terugkijken, met uitzondering van de volgers uit België. Het fragment over de zandstrooiboerderij begint rond 29 minuten.


In sommige boerderijen in Oost-Nederland kende men een bijzonder huiselijk ritueel: zandstrooien, een vorm van volkskunst. Op de vloer van de opkamer werd fijn, droog zand in patronen gestrooid. Het was een kunst die maar kort bestond, misschien een paar dagen, totdat het dagelijks leven er weer doorheen liep.
Het zand werd eerst zorgvuldig gezeefd. Soms mengde men het met baksteenpoeder voor een warme rode tint of met houtskool voor diepzwart. Met de vingers, een strooibus of een gevouwen papierstrook tekende men lijnen, krullen, sterren en bloemen. Symmetrie was belangrijk: een nette vloer liet zien dat het huis op orde was.


De opkamer was het pronkvertrek van de boerderij. Hier lag het mooiste linnengoed, hier ontving men visite en soms sliep er zelfs het bruidspaar. Een mooi gestrooide vloer gaf de ruimte een feestelijke en bijzondere sfeer. Het was een manier om te laten zien: hier gebeurt iets bijzonders.
Zandstrooien hoorde bij hoogtijdagen, zoals Kerst, Pinksteren en bruiloften. De patronen verwezen onder andere naar bescherming, vruchtbaarheid en orde. Het was een vrouwelijk ambacht, een vaardigheid die van moeder op dochter werd doorgegeven.

Na de rondleiding in de opkamer mochten we het later in het achterhuis zelf proberen. De gids deed eerst voor hoe het moest. Het zand was inderdaad heel fijn. Je kreeg het ook bijna niet meer van je handen af. Dat was voor mij wat minder handig, want als je ondertussen ook nog een camera moet bedienen, zit je niet echt op zand aan je vingers te wachten.


Ieder jaar wordt er in Schoonebeek een wedstrijd zandstrooien voor kinderen georganiseerd. Op de vloer lagen prachtige creaties die door de kinderen waren gemaakt.


Na het zand strooien bezocht ik meteen een expositie van de NAM die is ingericht in het achterhuis van de boerderij. Toen in de jaren veertig het grote olieveld onder Schoonebeek werd ontdekt, veranderde het dorp in korte tijd van een rustige ontginningsgemeenschap in een dorp waar de olie-industrie voor volop bedrijvigheid zorgde.
Vanaf 1947 was de NAM hier actief en verschenen de eerste jaknikkers (uitspraak: ja-knikkers) in het landschap. Ze werden al snel een bijna iconisch beeld van Schoonebeek. De komst van de olie-industrie bracht werkgelegenheid en nieuwe bewoners met zich mee. Er kwamen hele straten met arbeiderswoningen en Schoonebeek kreeg steeds meer voorzieningen. Het dorp werd daardoor minder geïsoleerd. De NAM zorgde voor veel werkgelegenheid, investeerde in de omgeving en problemen werden meestal snel aangepakt.

In de beginjaren van de oliewinning gebeurde in Schoonebeek iets wat nog altijd rondzingt als een soort dorpslegende: een boortoren die zomaar in de grond zakte. In 1965 werd een 50 meter hoge NAM-boortoren na een ondergrondse gasexplosie door de aarde opgeslokt. De toren verdween volledig in een kolkende massa van modder. Een bizar verhaal, maar het is echt gebeurd. Op de website Geheugen van Nederland kun je er meer over lezen. In het museum staat een replica van de boortoren.

In 1976 voltrok zich in Schoonebeek een ramp die grote indruk maakte: een zogenoemde spuiter bij een olieput van de NAM. Op 8 november begaf de afsluiter van put S457 het tijdens het injecteren van stoom. Daardoor ontstond een enorme fontein van olie, stoom, zand en modder, die wel dertig meter hoog werd. De nevel waaide in de richting van het dorp en bedekte gevels, tuinen, daken, auto’s en straten met een plakkerige, zwarte laag. De NAM begon direct met een grote schoonmaakactie. De schade die door de spuiter was ontstaan, werd volledig vergoed.



Na mijn bezoek aan de expositie en het museum liep ik naar het centrum. Bij de Warme Bakker kocht ik een lekker broodje. In het centrum staat nog steeds een jaknikker, die ook daadwerkelijk op en neer beweegt. Zo’n jaknikker hoort natuurlijk bij het beeld van Schoonebeek en herinnert aan de tijd waarin de oliewinning hier een belangrijke rol speelde.

