Vanaf Eindhoven naar Kreta

In de afgelopen periode waren we op vakantie op Kreta. We vlogen deze keer vanaf Eindhoven.

Op Kreta verbleven we in het dorpje Sissi. We hadden een hotelkamer met balkon met uitzicht op de Kretenzische Zee. In de tuin stonden voldoende ligbedden en waren er meerder leuke zitjes. In de eerste deel van de vakantie was het iedere dag rond de 24 graden en licht bewolkt. Prima weer.

Bij ons hotel konden we niet zo de zee instappen om te zwemmen. Daarvoor moesten we naar een strandje op een eindje verderop. Via een onverharde weg langs de rotskust liepen we naar het centrum en de haven van het dorpje.

Op vliegveld Eindhoven zagen we meerdere zwarte kraaien op het grasveld nabij de start- en landingsbaan. Op Kreta is de bonte kraai te vinden. Ze zaten regelmatig op de elektriciteitspalen en elektriciteitsdraden. Op de linker foto is een bonte kraai op zoek naar een lekker hapje. Op de rechterfoto is een kraai in de weer met een zaadje van een palmboom. Bij de rechterfoto moest ik met de bridgecamera wel maximaal inzoomen.

De bonte kraai broedt vooral in de oostelijke helft van Europa, terwijl de zwarte kraai alleen in het westelijke deel voorkomt. In Europa is er slechts een klein overlapgebied, waar zowel de zwarte kraai als ook de bonte kraai voorkomt.

De komende tijd zal ik meerdere serie laten zien van ons verblijf op Kreta.

Een brandweerauto van dahlia’s

Op een stralende zondagmiddag maakten mijn man en ik een fietstocht. Vanuit onze kerkelijke gemeente mochten we namelijk bloemen brengen bij een mevrouw in Vledder. De bloemen had ik haar na kerktijd al overhandigd, want die waren lastig mee te nemen op de fiets.

De fietstocht ging over landgoed De Eese, door Eesveen en Frederiksoord. Een dag eerder was er in Frederiksoord een optocht geweest vanwege Corso Frederiksoord. Op zondag kon je per fiets langs de mozaïekroute. Het was er dan ook gezellig druk in Frederiksoord en in de omliggende dorpjes.

Ook stonden er her en der nog praalwagens opgesteld. Het was ondoenlijk om bij ieder mozaïek of praalwagen stil te blijven staan voor een foto, maar deze brandweerauto moest wel even op de foto.

Een eindje verder troffen we een enorme vis bij zeemuseum Miramar.

Na het gezellig bezoek in Vledder fietsten we via een andere route weer naar huis. Tussen de buurtschappen Wapse en Wapserveen liepen koeien in de wei met daartussen een tweetal ooievaars. Zo te zien zijn ze elkaars aanwezigheid gewend.

Het drama van Putten (1)

In klas 5 en 6 van de lagere school hadden we meneer Bakker als onderwijzer. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was een fijne onderwijzer, een onderwijzer wat je ieder kind zou gunnen. Ik praat overigens over lang vervlogen tijden. Het was de tijd dat we netjes aan elkaar schreven…

Waarbij de lessen werden verduidelijkt met wandkaarten…

En ‘t kofschip nog zonder ex was…

Doordat meneer Bakker zo boeiend kon vertellen vond ik met name de geschiedenislessen heel interessant. Het was tijdens de lessen over de Tweede Wereldoorlog dat hij vertelde over het ‘Drama van Putten’. Hoe jong ik ook was, het raakte mij enorm. Dat het me zo raakte lag aan de verteller. Meneer Bakker kwam uit Putten, hij vertelde het vanuit zijn hart…

Wordt vervolgd.

Op de camping

We zijn onlangs op vakantie geweest naar de Veluwe. We stonden op een kleine camping in de buurt van Putten. Het was daar heerlijk toeven. We hadden veel ruimte en ruim zicht. We konden voor of achter de caravan in de schaduw zitten.

Op een dag kregen we ‘bezoek’ van een witte kwikstaart. Het viel voor het vogeltje vast niet mee om een kostje bij elkaar te scharrelen op het harde en droge grasveld.

Achter onze caravan bevond zich een paddenpoel omzoomd met bomen. Als we daar in de schaduw zaten hadden we mooi zicht op vogels en een paardenbijter die daar rondvlogen. Uiteraard had ik regelmatig de camera bij de hand. Het is alleen gelukt om het pimpeltje acceptabel op de foto te krijgen.

De komende tijd neem ik jullie een aantal keren mee naar de Veluwe.

Een vreemde vogel op het dak

Onze zoon zag hem als eerste, deze vreemde vogel tussen de huismussen.

Mijn man en ik zaten samen met een groep studenten in de tuin. Ik sprak mijn vermoeden uit dat het een kanarie was. Er was ook een student biologie in ons midden. Maar niet alle biologen zijn vogelaars… Hij twijfelde ernstig over mijn vermoeden. Ik vertrouw in dit geval maar op Obsidentify en niet op de bioloog in wording. Een kanarie dus…

Het witte bruggetje en bootje varen

Op een avond ben ik op stap geweest op mijn geboortegrond. Ik parkeerde mijn auto en wandelde naar het witte bruggetje. Dit pad ligt tussen de buurtschappen Wetering en Kalenberg in De Weerribben.

Op de Wetering ben ik geboren en getogen. In Kalenberg had ik een bijbaan op een rondvaartboot. Ik heb dus vele malen over dit pad gereden met de brommer. Vroeger was het een smal schelpenpaadje, onlangs is dit pad verbreed waardoor snelle e-bikers elkaar moeiteloos kunnen passeren. Het witte bruggetje is authentiek.

Naast het bruggetje ligt een grote plas. Volgens overlevering is het daar heel diep en daarom wordt deze plas het ‘Het diepe gat’ genoemd. Het zand uit de plas is gebruikt voor de aanleg van de weg aan de oost- en westkant. Voor de aanleg van die wegen was het dorp alleen per boot, per fiets of te voet bereikbaar.

Op de plas was een jongen aan het spelevaren. Dat was voor mij wel herkenbaar, als jong meisje mocht ik vroeger ook zo graag varen met een boot met aanhangmotor. En maar op en neer over de Wetering. Ik had graag wat sneller gewild maar dat zat er niet in met een logge houten punter en een Mercury aanhangmotor van slechts 4 pk. Ik denk dat mijn ouders wel blij waren dat ik niet sneller kon…

Na een tijdje hield de jongen het voor gezien en verliet de plas en voer onder het bruggetje door.

Hij zette koers richting Kalenberg.

Nadat de golfslag was verdwenen maakte ik een foto van het kalme wateroppervlakte.

Ik heb nog een wandeling richting Kalenberg gemaakt. Halverwege het pad hield ik het voor gezien en ben ik teruggegaan. Het werd me te laat en te eenzaam, het was tijd om weer richting auto en naar huis te gaan.

De Hors en een torenvalk

Op de laatste dag van de vakantie op Texel maakten we een wandeling in De Hors. Nadat wij de auto hadden geparkeerd en net waren begonnen aan onze wandeling reed er een bus langs van de Koninklijke Marine. Aan het einde van die weg is de militaire basis Joost Dourlein gevestigd.

De Hors is een bijzonder landschap.

In dit bijzonder landschap waren een man en een vrouw bezig met een fotoshoot of video-opname.

Aan de horizon ligt Den Helder.

Toen we weer terug waren bij de auto vloog er een torenvalk over. In de regel vliegen ze bij mij vandaan, maar deze torenvlak bleef juist dicht in de buurt ´bidden´.

En met 400 mm tele op een kropcamera kon ik deze mooi dichtbij trekken.

Lepelaars

De lepelaar heb ik leren kennen op Texel… Ruim 40 jaar geleden kreeg ik verkering met mijn huidige man. Zijn ouders hadden toen een stacaravan op Texel. Mijn man kende Texel op zijn duimpje, het was zijn tweede thuis. Voor mij was Texel nieuw. Maar ook ik heb mijn hart verpand aan dit Waddeneiland. Het was in die jaren dat ik de lepelaar leerde kennen. Bij de Horsmeertjes op Texel broedde een kolonie lepelaars. In die jaren gingen we steevast een bezoek brengen aan het uitkijkpunt om met een verrekijker naar de lepelaars te kijken. Ze zaten ver weg en zelfs met een verrekijker zag je niet veel details. Tegenwoordig is het waarnemen van een lepelaar op Texel niet meer uitzonderlijk. Onderstaande lepelaar stond in Waalenburg.

Heel vroeger waren de broedkolonies in Nederland vrijwel alleen te vinden in moerasgebieden op het vasteland. Rond 1900 werd de populatie geschat op ongeveer 1000 paren. Door het overmatige gebruik van pesticiden in de jaren ’50 en ’60 daalde de broedpopulatie drastisch tot minder dan tweehonderd paren. Gedurende de jaren ’70 en ’80 trad er langzaam herstel op. Nu zijn er ruim 2.500 broedparen. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noordwest Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders.

Deze ouder en jong foerageerden in Waalenburg. Dat het een jong is dat zie je aan de snavel die nog niet is uitgekleurd naar zwart.

Ook zie je regelmatig lepelaars overvliegen. Meestal zag ik ze te laat, want dan waren ze al boven mijn hoofd en op het moment dat ik de camera had gericht waren ze al een flink eind weg. Tot het moment dat ik een groepje lepelaars zag aankomen. Ik was op tijd met mijn camera en 400 mm tele en kon ze op acceptabele afstand fotograferen.

Wandelaars in de regen en bijzondere strandhuisjes

De weersvoorspelling voor tweede pinksterdag zag er niet best uit en helaas zaten ze er deze keer niet naast. Het regende de hele dag in het hele land en zo ook op Texel. Mijn oudste zus was in de loop van de middag op eerste pinksterdag gearriveerd. Voor haar vond ik het extra sneu. Maar hoe liep het verder af met de stoere wandelaars? Op tweede pinksterdag zouden ze namelijk de tweede helft van de Waddenzeetour lopen. Er werd druk gedebatteerd, maar uiteindelijk besloten ze wel te gaan wandelen. Ik dropte ze deze keer bij de vuurtoren want zo hadden ze de wind in de rug.

Nadat ik ze bij de vuurtoren had uitgezet reed ik naar Kaap Noord. Vanaf dat punt maakte ik enkele foto’s van de vuurtoren.

Vervolgens wandelde ik naar het strand. Misschien zou ik de stoere wandelaars nog treffen. En ja hoor, toen ik het strand op wandelde kwamen zij net aangelopen. Nadat we een paar woorden hadden gewisseld vervolgden zij hun weg. Stoer.

Ik richtte mijn camera op de waddenveer naar Vlieland. Zo te zien had de schipper een vrije dag. Misschien was het weer te slecht. Terwijl ik daar foto’s maakte kwam er nog een stoer iemand aangelopen. Zo te zien was deze man bezig met een fietsvakantie.

Ik ben al vaak bij Kaap Noord geweest, maar de strandhuisjes aldaar waren mij nog niet eerder opgevallen. Op de meeste stranden zijn de strandhuisjes identiek, maar op dit strand zijn ze allemaal verschillend.

Sommige strandhuisjes zijn heel mooi, anderen zijn rijp voor de sloop. Het meest opvallende strandhuisje is die van kunstenares Angelina van der Vliet. Ik heb me daar een tijdje, ondanks de regen, heerlijk uitgeleefd. Na deze fotosessie werd het tijd om de warmte en gezelligheid van het vakantiehuis weer op te zoeken.

Voor in de middag kreeg ik een berichtje van de wandelaars dat ik ze weer mocht oppikken bij de IJzeren Kaap. Als verzopen katten kwamen ze aangewandeld, maar de missie was wel volbracht. Ze hadden ruim 14 km gelopen en zo waren ze in twee dagen langs de hele Texelse waddenkust gewandeld. Chapeau!

Wandelaars en loopeenden

Op de derde dag van onze vakantie op Texel kwamen er nog meer familieleden op bezoek. Mijn jongste zus en haar jongste zoon kwamen ‘s ochtends op tijd met de boot over.

Vorig jaar hebben mijn man en mijn zusje in drie dagen tijd het gehele traject langs de Noordzeekust op Texel gewandeld. Dit jaar hadden ze als doel om het gehele traject langs de Waddenzee te voltooien. Dat was de reden dat wij ze bij de boot stonden op te wachten. Ze startten namelijk meteen bij de boot met hun missie. Voor in de middag heb ik ze weer opgepikt bij de IJzeren Kaap. Ze hadden een wandeling van 13,6 kilometer gemaakt.

Terwijl een grote neef zorgde dat de auto en de zoon van mijn zus bij het vakantiehuis kwamen maakte ik met de auto een tochtje over het eiland. Wat betreft het weer hadden we twee hele mooie dagen gehad, maar op die eerste pinksterdag viel het weer tegen. Dat was met name sneu voor de nieuwste gasten.

In de buurt van dit huis parkeerde ik de auto en maakte een korte wandeling richting de schapenboet. Een boet is een Westfriese benaming voor schuur of bijschuur. De aanduiding komt voor in het noordelijk deel van Noord-Holland. Op het Texel duidt de benaming vooral een kleine schuur aan die diende als opslag voor hooi en ander voer voor de schapen. Vrijwel alle schapenboeten staan op Texel met de platte kant (en de toegangsdeur) naar het noordoosten, omdat de wind op Texel voornamelijk uit het zuidwesten waait. Het dak van de schapenboeten is bedekt met riet of dakpannen en de relatief lage muren, hebben kleine raampjes. Schapen stonden echter nooit zelf in een boet, daar was de schuur te klein voor. De schuurtjes op Texel werden gebouwd op land dat ver bij de boerderij vandaan lag. De boeten hebben een karakteristieke vorm, met een zadeldak dat aan één kant is afgeschuind. Hoewel de meeste vanwege ruilverkaveling in onbruik zijn geraakt, is een aantal van deze karakteristieke schuren behouden en gerestaureerd. Bron is Wikipedia. Terwijl ik de schapenboet stond te bestuderen kwam vanuit het niets drie loopeenden aangelopen. Ze waren niet bang voor mij, ze passeerden mij en verdwenen in het weiland naast de schapenboet. Een bijzondere ontmoeting.