Holwortel op landgoed Dickninge

Vanaf De Havixhorst reden onze zoon en ik naar het nabijgelegen landgoed Dickninge.

Het 175 hectare grote landgoed Dickninge in Engelse landschapsstijl heeft een bewogen geschiedenis. In 1325 werd het klooster van Ruinen naar deze plek verplaatst. Vanuit hier werden de kerken in Beilen, Blijdenstein, Ruinen en Westerbork bediend. Na 1580, waarschijnlijk als gevolg van de 80-jarige oorlog, waren de monniken verdwenen en is het klooster in 1603 opgeheven. In 1795 werd baron R.H. de Vos van Steenwijk de nieuwe eigenaar. Hij brak alle oude gebouwen af en plaatste een nieuw (het huidige) gebouw dat in 1813 werd voltooid. Bron is deze site.

Landgoed Dickninge is bekend om de holwortel die daar in maart weelderig bloeit. Maar ook de bosanemoon is daar veelvuldig te vinden.

De holwortel hoort bij de helmbloemen. Ze zijn er in het wit en in het paars. De bloemen worden vooral bezocht door bijen en hommels, ook citroenvlinders zijn in bloeiende holwortels geïnteresseerd.

Bij de landing op de bloem buigt de vergroeide onderlip van de bloem een beetje door. Zo komen de meeldraden en de stamper vrij en slaan tegen de buik van het insect. Met de buik vol stuifmeel vliegt de hommel naar een andere bloem.

De knol van de holwortel is, zoals de naam al doet vermoeden, hol van binnen. De plant groeit het liefst op luchtige humusrijke grond. Bron is deze site.

Om bij de nectar te komen prikt de insect een gaatje aan de zijkant van de bloem.

Onze zoon stond geduldig te wachten totdat ik klaar was met de macrofotografie. We volgden het pad om het landhuis.

We kwamen uit bij de brug. Ondanks de waarschuwing besloten we het er toch op te wagen…

Onze gezellige middag samen sloten we af met een lekker ijsje op een terras in Meppel…

Een roodborst bij Havixhorst

Vanaf het ooievaarsstation De Lokkerij wandelden we terug richting onze auto. We namen een andere route dan op de heenreis, we liepen nu langs zuidkant van hotel De Havixhorst. Zie Google Maps.

We hoorden een mooi vogelgezang. Het was even speuren voordat we de ‘dader’ hadden gevonden…

Al snel werd duidelijk dat het een roodborst was dat zijn hoogste lied zong.

Het volgende moment koos de roodborst een ander plekje. Het vogeltje zat mooi in het zonnetje, maar jammer genoeg wel achter een takje.

En het zingen ging maar door. Het was voor het eerst dat ik een roodborstje, buiten onze tuin, van zo dichtbij heb gefotografeerd. Met dank aan het 100-400 mm Canon objectief.

Parende ooievaars

Ik neem jullie nog een keer mee naar ooievaarsstation De Lokkerij. Op en rond dit station bevinden zich ongeveer 50 ooievaarsnesten. De ooievaars zijn in deze periode druk met het bouwen van hun nest.

In die eerste weken dat ze aan het bouwen zijn, wordt er veelvuldig gepaard. Dit kan zowel overdag als ’s nachts gebeuren. Het vrouwtje staat dan stevig op haar poten, terwijl het mannetje aan haar kop pikt en om haar heen draait. Vervolgens klimt hij op haar rug en grijpt met zijn tenen achter haar vleugels. Er wordt tussen de borstveren gepikt en de staarten worden zo gedraaid dat de cloaca’s tegen elkaar kunnen worden gedrukt. Daarna springt het mannetje van het vrouwtje af. Paringen gaan vaak het hele seizoen door, zij dat het dan minder vaak gebeurt. Bron is deze site.

Het paren hoeft niet perse op een nest, het kan ook terwijl ze op een tak staan. Publiek is geen probleem…

Ooievaars bij De Lokkerij

Afgelopen maandag heb ik samen met onze zoon een uitstapje gemaakt naar ooievaarsstation De Lokkerij.

Eind jaren zestig van de vorige eeuw was de witte ooievaar in Nederland nagenoeg verdwenen. Vogelbescherming Nederland heeft toen een project op touw gezet naar Zwitsers voorbeeld om het dier in ons land te herintroduceren.

Met een aantal ooievaars afkomstig uit verschillende landen is in 1969 een fokprogramma gestart in het Liesvelt in Groot-Ammers. Na jarenlang in gevangenschap te hebben geleefd vertoonden de eerste aldaar geboren ooievaars geen trekgedrag. Bij latere generaties herstelde zich echter het natuurlijke gedrag.

Vanaf 1979 zijn 12 buitenstations opgericht in voor ooievaars geschikte gebieden. Daar kregen de dieren de kans om onder toezicht te wennen aan een natuurlijke omgeving, zodat zij weer hun natuurlijke gedrag konden gaan vertonen. Waar nodig werd zorg verleend. Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw nam het aantal broedparen in Nederland sterk toe.

De Lokkerij in De Schiphorst bij Meppel is zo’n ooievaarsbuitenstation. Van hieruit konden de in gevangenschap geboren ooievaars in het Reestdal foerageren, nesten bouwen en zich langs natuurlijke weg vermeerderen. Dat is een groot succes gebleken. 

Jaren heeft het geduurd voordat de ooievaar in Nederland weer in redelijke aantallen in het wild voorkomt, jongen grootbrengt en in het najaar op trek gaat naar Zuid-Europa of Noord-Afrika. Sommige landelijke ooievaarsstations zijn inmiddels gesloten. De Lokkerij blijft actief, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat het station ook een officieel erkend ooievaarsasiel in Nederland is. Zieke en gewonde ooievaars, soms van heinde en ver, kunnen er terecht om te herstellen of op verhaal te komen, waarna ze indien mogelijk hun vrijheid terug krijgen. Bron is de website van “De Lokkerij”.

Overal waar je kijkt zie je nesten van ooievaars. Er zijn nesten op palen, nesten in bomen en nesten op de boerderij en op de bijgebouwen. In deze periode wordt er door de ooievaars hard gewerkt om de nesten klaar te maken voor het broedseizoen. Terwijl een van de beide ooievaars achterblijft haalt de ander het nestmateriaal op. Vervolgens wordt onder toeziend oog van de partner het nestmateriaal met zorg op de rand gedrapeerd.

Als de partner terugkomt wordt deze met luid geklepper begroet. Tijdens het klepperen doen ze hun kop achterover en klappen ze met hun boven- en ondersnavel tegen elkaar. Het geklepper was daar dan ook niet van de lucht. Onze zoon sprak al uit dat hij er niet aan moest denken om daar te wonen…

Dit paartje leek niet veel haast te hebben met het bouwen van hun nest. Misschien zijn ze er nog niet over uit hoe de inrichting moet worden….

Wordt vervolgd.

De eerste kikker

Afgelopen zondag zaten we heerlijk buiten aan de rand van de vijver. Plotseling zagen we een kikker de vijver over zwemmen. Het was dit voorjaar de eerste kikker die we zagen. De kikker zocht een plekje naast een steen begroeid met haarmos.

Ik haalde snel mijn camera met het 100 – 400 mm Canon zoomobjectief uit de woonkamer en maakte enkele foto’s. Ik fotografeerde de kikker eerst van achteren, daarna van opzij en het lukte zelfs om de kikker frontaal vast te leggen.

Naar mijn idee kan de kikker nog wel wat kleur gebruiken voordat het paringsritueel kan losbarsten.

Nog even geduld en dan hopen we over een paar weken weer te kunnen genieten van een kikkerorgie in onze vijver. Vorig jaar liet ik op mijn weblog op 2 april er deze serie van zien.

Afscheid van het rietland

Als Klaas even niet zijn vader kan helpen dan houdt hij zich graag bezig met zijn grote vriendin, Rhena. Rhena is een lieverd en ze laat zich dan ook alles weggevallen.

Met Rhena kun je je diepste geheimen delen, ze vertelt niets door…

Toen zijn vader aanstalten maakte om een van de rietmachines te starten was Klaas er als de kippen bij.

Klaas mocht van zijn vader aan het touw trekken om proberen de machine te starten. Na een aantal verwoede pogingen nam zijn vader het van hem over. Klaas moet eerst nog wat meer pannenkoeken eten voordat hij zover is…

Klaas Jan maaide met deze kleinere machine de rand van het rietland kaal. Iedere rietstengel wordt meegepakt. Dat iedere rietstengel telt wordt van vader op zoon doorgegeven zo getuigt onderstaande fotoserie. Klaas toonde zich een volwaardige assistent van zijn vader…

Het verveelde ons nog niet, maar de tijd tikte wel door. Dan was daar toch het moment om afscheid te nemen. De beide rietsnijders zwaaiden ons vrolijk uit. Wat mij betreft is deze gezellige middag voor herhaling vatbaar…

Legaal een vuurtje stoken

Bij het uitkammen van het riet komt veel afval (ruigte) vrij.

Dit afval belandt op een hoop achter de kammachine.

In die hoop ruigte kun je heerlijk liggen en dat had Rhena ook ontdekt.

Klaas Jan schuift met z’n kammachine iedere keer een stukje op en maakt daar een nieuwe bult met ruigte. De vorige bult steekt hij dan in de brand.

Dat het verbranden van ruigte in het rietland is toegestaan dat heeft Jan beschreven op zijn weblog in dit bericht.

Terwijl Klaas Jan de bult gecontroleerd laat branden brengt hij ondertussen een bos riet naar de kar.

Met behulp van een vork dooft Klaas Jan het vuur aan de randen om zo te voorkomen dat het vuur zich verder verspreid dan noodzakelijk is.

Onder toeziend oog van zijn vader mag Klaas helpen bij het stoken. Van een vuurtje stoken gaat menig jongenshart sneller van kloppen…

Wegdromen in het rietland

We blijven nog even in het rietland van Klaas Jan.

Tussen het fotograferen door was er regelmatig een moment van rust. Jan had daarvoor een mooi plekje gevonden. Ook Klaas Jan pauzeerde regelmatig. Schijnbaar vinden we het alle drie wel gezellig en zinvol om bij te praten.

Rhena, die van jongs af aan meegaat naar het rietland, heeft een leeftijd bereikt waarop ze het rustig aandoet.

Terwijl Jan nog wat langer bleef zitten wandelde ik alvast verder het rietland in .

Op de linker foto is aan de horizon de toren van de Grote kerk van Blokzijl te zien.

Klaas mag dan wel ‘aangesteld’ zijn als aspirant rietteler, hij mag het op z’n jonge leeftijd nog rustig aandoen. Hoe ouder hij wordt hoe meer hij zal kunnen helpen. Nu is het nog vooral spelen en wegdromen…

‘Kijk tante Jetske, het lijkt net een trap’ en hij wees naar de wolken. Voor mij was dat een déjà vu. Toen ik als klein meisje met mijn vader mee ging naar het rietland lag ik ook regelmatig weg te dromen terwijl ik naar de wolken keek. Waardevol dat ook Klaas daar van kan genieten…

Een pannenkoek in het rietland

Het was lunchtijd in het rietland. Nadat ik mijn broodje had verorberd was ik al snel weer in de benen om een foto te maken van een spiegelgladde Roomsloot.

Klaas had van zijn moeder een koude pannenkoek meegekregen en zo te zien ging dat er goed in.

Toen ik op de computer deze foto zag met Klaas in zijn blauwe overall en met het gele broodtrommeltje dacht ik gelijk aan de aan de Oekraïense vlag. Vanuit de hele wereld komen er steunbetuigingen voor Oekraïne door het tonen van deze twee kleuren. Er is niet echt een betekenis voor deze twee kleuren, maar volgens veel Oekraïners staat het geel voor de uitgestrekte graanvelden en het blauw voor de hemel. Omdat Oekraïne de graanschuur van Europa is, is het maar zeer de vraag hoe het straks is gesteld met onze graanvoorraad…

Wordt vervolgd.

Naar het rietland

Na het bezoek aan Gerjanne en de kinderen en de fotosessie bij de lammetjes vervolgden Jan en ik onze reis. We reden naar het rietland van Klaas Jan. Dit rietland ligt bij het buurtschap Muggenbeet onder de rook van Blokzijl.

Op de zaterdagen gaat Klaas de hele dag met zijn vader mee naar het rietland. Door omstandigheden ging Klaas deze keer wat later op de ochtend. Het trof mooi dat hij met ons kon meerijden en zo hoefde Gerjanne hem niet te brengen.

Klaas rende voor ons uit en koos voor de langste weg naar zijn vader. Ik dacht dat hij niet via het natte weiland wilde. Ik koos voor de kortste weg en stak het weiland schuin over. Ik had laarzen aan dus de plassen waren geen probleem.

Al snel bleek dat ik Klaas had moeten volgen, want hij wist de weg. Ik stuitte namelijk op een sloot en moest alsnog omlopen. Jan was mij gevolgd, zij het wel op enige afstand. Ook Jan moest helaas een stukje terug lopen. Voor Jan was dit extra vervelend omdat hij door de MS weinig kracht heeft in z’n benen. Halverwege de tocht was er een gelegenheid waar hij even kon zitten om bij te komen van deze zware wandeling.

Klaas was blij dat hij zijn vader én Rhena weer zag.

We arriveerden tegen lunchtijd. Dat kwam mooi uit. Klaas Jan zette de machine stil, zo konden we in alle rust bijpraten en onze lunch nuttigen.

Een tegenlichtopname van het ‘geschoren’ rietveld.

Wordt vervolgd.