Maargies Hoeve en het kleinste kerkje

Nadat ik drie zakken met valappels had afgeleverd bij het theehuis op de Maargies Hoeve maakte ik een rondgang over het terrein. Ik keek mijn ogen uit zoveel moois en creativiteit was daar te zien. Dit moet wel een geweldige plek zijn voor de cliënten om hier te mogen werken. Het meest in het oog springend vond ik het kleine kerkje. Dit kerkje moest ik een wat dichterbij gaan bekijken.

De Maargies Hoeve ‘claimt’ dat dit het kleinste kerkje van Nederland is. Het kerkje is met hulp van de eigen cliënten. Het kerkje heeft bij de opening in april 2014 de naam ‘Kallenkerkje’ gekregen. Het Kallenkerkje is niet verbonden aan een bepaald geloof: iedereen is er van harte welkom! En weet je wat zo mooi is aan dit kerkje, de deur zat niet op slot!

Het is een sfeervolle plek om tot rust te komen. Het kerkje biedt een podium voor kleine voorstellingen en concertjes. Het interieur is een bezienswaardigheid, ik heb dan ook de ogen uitgekeken. Sinds 2015 mag het kerkje ook officieel dienst doen als trouwlocatie. Heel geschikt voor mensen die hun trouwceremonie klein en intiem willen houden. In het kerkje is ruimte voor ongeveer 30 personen. 

Na de fotosessie in het kerkje wandelde ik verder naar een offertempeltje een eindje verderop. Op weg naar het tempeltje kwam ik langs een aantal treffende spreuken.

Het offertempeltje is gewijd aan boeddhisme. Dat kan ook niet missen met het enorme Boeddhabeeld naast het tempeltje. Als volger van Jezus Christus ben ik niet goed op de hoogte van het boeddhisme, toch kan ik mij zeker vinden in bepaalde zaken die op het bordje staan vermeld…

Tot slot nog een filmpje van RTV Oost over het kleinste kerkje van Nederland.

Fruitoogst in onze tuin

We hebben dit jaar een prima fruitoogst. Het lijkt erop dat de droogte van de afgelopen zomer geen invloed heeft gehad op de fruitoogst. Of de fruitopbrengst succesvol is hangt met name af van het voorjaar, hoe warm is het voorjaar en is er nog late nachtvorst. Als het in het vroege voorjaar relatief warm is zullen de fruitbomen eerder bloeien. Als er dan nog een late nachtvorst bestaat de kans dat de bloesem bevriest. Om bevriezing van de bloesem te voorkomen gaat de professionele fruitteler de bomen besproeien of verwarmen. Zie deze site van de Volkskrant. Dergelijke maatregelen nemen wij niet, wij hoeven er immers niet van te leven.

In het bovengenoemde artikel gaat het over de eerste week van april. Het was op 3 april dat het datum-kouderecord werd verbroken. De laagst gemeten temperatuur was -6,3 graden. In onze regio werd het niet kouder dan -0,8. Het was de nacht dat onze magnolia in één nacht bruin was geworden door de vorst. Kennelijk heeft de bloesem van onze fruitbomen er niet of nauwelijks onder geleden.

Toen we onze fruitplukker tevoorschijn haalden bleek dat de stof was vergaan. Mijn man kocht een nieuwe fruitplukker. Die fruitplukker ging na het plukken van de eerste appels al los. Dat netje heb ik gerepareerd met visdraad.

De inmiddels verroeste ring van de oude fruitplukker heb ik bewaard. Aan die ring heb ik een nieuw netje gemaakt. Daarvoor gebruikte ik een ‘oude’ theedoek en breed elastiek wat ik nog in de naaidoos had liggen. Ik heb het geheel zo gemaakt dat het netje na het plukseizoen verwijderd en gewassen kan worden in de wasmachine. Ja ja, we gooien niet zomaar wat weg… 😉

We hebben meerdere mensen die ieder jaar bij ons appels en peren komen halen. Ze moeten ze dan wel zelf plukken. Ruim een week geleden hebben we besloten het anders te gaan doen. De aanleiding was een berichtje op het nieuws over de toename van het aantal gebruikers van de voedselbank. Het zat mij wat dwars dat degene die bij ons appels en peren komen plukken het prima zelf kunnen betalen… Ik zou zo graag wat willen doen voor die mensen die het niet kunnen betalen. Ik heb daarom contact gezocht met de voedselbank. Ze reageerden gelijk enthousiast. Vanaf dat moment pluk ik zelf de appels en breng de oogst naar de voedselbank.

Weidebeekjuffer

Op 29 mei plaatste Pedro een bericht op zijn weblog met foto’s van de weidebeekjuffer. Die fotoserie was gemaakt aan de Hopweg in het Kuinderbos. Ik vroeg Pedro naar de exacte locatie en besloot daar eens een kijkje te gaan nemen. De Hopweg is namelijk voor mij niet ver rijden. Voorgaande jaren ben ik voor de weidebeekjuffer altijd ver weg geweest. Vorig jaar fotografeerde ik ze in Nationaal Park Drentsche Aa. Die fotoseries zijn hier en hier te zien. De hele zomer heb ik niet meer aan de weidebeekjuffer aan de Hopweg gedacht totdat het mij de afgelopen week ineens te binnen schoot. Ik was bang dat ik te laat zou zijn en zocht op internet naar de vliegtijd van de weidebeekjuffer. Gelukkig vliegen ze ook nog in augustus.

Het stroompje aan de Hopweg had ik snel gevonden. De juffers die daar rondvlogen weigerden om te gaan zitten…

Terwijl die weidebeekjuffers ronddartelden boven het stroompje kwam ik er eentje aangevlogen die wilde poseren. Als ik deze juffers vergelijk met die van vorig jaar juli dan zien de juffers er in augustus wel wat bleker uit.

Via een grote buis gaat het water onder de weg door naar de andere kant van de Hopweg. Ook daar vlogen enkele weidebeekjuffers.

Ik heb alleen mannetjes gezien en helaas geen vrouwtjes.

Jelte krijgt les bij de schaapskudde

Op dezelfde ochtend dat ik de draaihals fotografeerde fietste ik langs de schaapskooi. Het was nog vroeg en de schapen waren nog binnen.

Enkele schapen en lammetjes sloegen mij aandachtig gade.

Het leek net of het schaap vol verwachting uitkeek naar de schaapherder.

Omdat ik geen idee had hoe laat de schaapherder zou arriveren besloot ik eerst verder te fietsen. Op de terugreis heb ik wederom een kijkje genomen bij de kooi.

Op dat moment kwam schaapherder Johan aangelopen met zijn jongste hond, Jelte.

Het was tijd om de schapen naar buiten te drijven naar een afgerasterd stuk land. Aansluitend zou Johan zich gaan klaarmaken om de kudde mee te nemen naar de heide onder begeleiding van een van de oudere honden. Voor het eerste gedeelte van de dag gebruikte hij Jelte. Jelte lijkt al een stoere jongen, maar hij is nog maar een pup van 6 maanden oud. Jelte is nog in opleiding en het duurt wel 2 jaar voordat hij een volleerde schapendrijver is. Ik kreeg van Johan toestemming om mee te lopen naar de achterkant van de schaapskooi.

Johan heeft totaal 3 Hollandse Herders. De twee oudste honden zijn teefjes. Als derde hond koos Johan voor een reu. Een derde teef erbij leek hem niet geschikt voor de roedel.

Een Hollandse Herder is relatief laat volgroeid. Het opleiden is steeds weer herhalen en belonen. En dat gaat zo twee jaar lang door.

Jelte is nog te jong om de hele dag mee te gaan met de kudde. Zo’n eerste sessie op de dag is lang genoeg en een goede manier om hem de eerste stappen in het vak te laten zetten.

Johan heeft het enorm getroffen met Jelte, hij is een rustige en goed leerbare hond.

Zo de missie is goed volbracht. Jelte kwam tot slot nog even uitbundig naar mij toegerend. Het was heel mooi om dit mee te maken.

Een paar dagen geleden stond er een artikel in het Dagblad van het Noorden over droogte en stikstof in Dwingelderveld. Schaapherder Johan Coelingh is aan het woord. Voor de niet-geabonneerden heb ik het artikel hieronder geplaatst.

Boompieper in zangvlucht

Ik maakte een fietstocht over het fietspad langs de telescoop in Dwingelderveld.

Ter hoogte van de telescoop hoorde ik een vogeltje zingen, het vogeltje zat boven in de boom aan de andere kant van het fietspad. Het leek me een pieper, maar was het een boompieper of een graspieper? Zo op het eerste gezicht lijken ze heel veel op elkaar. Je zou zeggen dat het gezien de naam niet zo moeilijk hoeft te zijn. De ene zit in het gras en de andere in de boom, maar zo eenvoudig is het niet. De graspieper zit ook wel in de boom en de boompieper ook wel in het gras. Bij het determineren heb ik deze site gebruikt. Ik denk dat het een boompieper is, maar wie het weet mag het zeggen…

De zangvlucht van de boompieper (en graspieper) is karakteristiek. Vanuit een boom begint de vogel al zingend omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen.

Witte kwikstaart en pimpeltje

Op een bewolkte dag fietste ik naar de Davidsplassen in Dwingelderveld.

Vanaf het fietspad wandelde ik naar de kijkhut. Halverwege stopte ik om te genieten van het uitzicht over de ven. Het ven lag er als een spiegel bij.

Ik wandelde verder naar de kijkhut. Wat betreft de watervogels was er weinig te beleven. Vlakbij de kijkhut was er gelukkig wel wat te zien. Een witte kwikstaart was op zoek naar voedsel in een dennenboom.

De pimpeltjes hadden een nestje met jongen buiten de kijkhut. De ouden vlogen af en aan om de jongen te voeden. Ze gebruikten een geknakt takje als tussenstation.

Even later ging de kwikstaart in de opening van de kijkhut zitten. Mijn ouders noemden dit vogeltje overigens een bouwmannetje. In De Kleine Winkler Prins worden ook nog de namen bouwmeestertje en akkermannetje vermeld. De Friese benaming vind ik het mooist en compleet, een boumantsje-wipsturt (bouwmannetje-wipstaart)

Vink in Dwingelderveld

Tijdens mijn fietstocht in Dwingelderveld zag ik een vink rondscharrelen in een boom.

De vink komt veel voor in onze tuin, maar zo in het veld vind ik het ook een mooie waarneming.

Ik vermoed dat de vink een nest had in deze boom. Hij had net een insect gevangen en bleef daarmee wat dralen.

Het lekkere hapje was vast voor de jongen bedoeld. Omdat ik daar stond te fotograferen was hij terughoudend om naar het nest te vliegen.

Eindelijk de ijsvogel op de foto

Een paar weken geleden werd ik getipt door mijn collega. In haar woonplaats was een paartje ijsvogels gesignaleerd. Ze vertelde mij dat de mensen vanuit de auto de ijsvogels fotografeerden. Dit leek mij een ideale situatie voor mijn fotomaatje met MS. En zo gebeurde het dat ik bij de eerstvolgende fotokuier in Fryslân aan Jan voorstelde om naar de ijsvogel te gaan. Jan heeft die fotokuier spannend ingeleid en mooi omschreven op zijn weblog en is te zien in serie 1, serie 2, serie 3 en in serie 4.

Omdat ik het proces niet zo spannend kan inleiden en mooi kan omschrijven zoals Jan dat kan houd ik het zoals gebruikelijk bij één serie.

Helaas was het een overwegend bewolkte dag. Dat had ook meteen gevolgen voor de kwaliteit van de foto’s. Technisch gezien vind ik ze niet om naar huis te schrijven, maar omdat het zo’n mooie waarneming is mogen ze hier tentoongesteld worden.

We hadden het geluk dat zowel het mannetje (rechts) als het vrouwtje zich lieten zien. Het is mij wel vaker gelukt om de ijsvogel te fotograferen, maar voor Jan was dit de eerste keer. We waren allebei superblij dat deze missie was geslaagd.

Kikkerdril en kikkervisjes

Evenals voorgaande jaren hebben we weer kikkerdril in onze vijver. Het eerste klompje werd gelegd tijdens de mooie dagen in maart. In die periode lieten de kikkers zich ook wel eens zien en hoorden we regelmatig hun gekwaak.

Na die mooie voorjaarsweken kregen we een periode met koud en regenachtig weer. Tussen de buien door heb ik ingezoomd op de ‘oogjes’ in het dril. Ook al was het koud en regenachtig, het proces binnen de kikkerdril ging gewoon door.

Tijdens de week met slecht weer hebben we geen kikker meer gezien en gehoord, toch werd er dagelijks nieuwe kikkerdril bijgelegd. Helaas hebben we dit jaar niet zo’n kikkerorgie in onze tuin zoals vorig jaar. Ik liet daarvan drie series zien op mijn weblog. Die series zijn hier, hier en hier te zien.

Met het macro-objectief zoomde ik in op de vers gelegde kikkerdril. Op de computer zag ik pas dat er geen kikkereitjes in beeld waren gekomen, maar allemaal mini Jetskes. Dat moest dus anders.

Om te laten zien dat de stipjes waren veranderd in kikkervisjes heb ik met een stokje de kikkerdril een beetje opgetild. Je kunt aan de eerst gelegde kikkerdril wel zien dat we last hebben gehad van alg in de vijver. De alg werd gevorm tijdens de dagen van teveel zonlicht wat in de vijver scheen in combinatie met te weinig zuurstofplanten in de vijver.

De alg wordt inmiddels bestreden met een drukfilter en een UV-lamp. Het resultaat is te zien in de later gelegde kikkerdril op onderstaande foto. Het was nog een hele kunst om dit te fotograferen. Ik zat op de hurken op het randje van de vijver met in de linkerhand het stokje en in de rechterhand de enigszins zware spiegelreflexcamera met macro-objectief. Het lastige was dat het kikkerdril steeds van het stokje gleed. Maar het is gelukt.

Ik vind de ontwikkeling van kikkerdril naar kikkervisjes en vervolgens naar kikkers een van de bijzondere verschijnselen in de natuur. Ieder jaar kan ik me daar weer over verwonderen.