De Volharding

Tijdens onze vakantie op Texel reed ik naar De Volharding, een voormalige polder aan de noordkant van het eiland. Zie Google Maps. Op de parkeerplaats stond een Aalscholver die niet wegvloog toen ik uitstapte om er een foto van te maken.

De Volharding werd in 1846 aangelegd, maar bleek vanaf het begin kwetsbaar door de sterke stroming van het Eierlandse Gat. Er werd een boerderij gebouwd en het gebied raakte bewoond, maar de dijkdoorbraken bleven voortdurend problemen geven. Na de zware stormvloed van 1926 werd duidelijk dat herstel niet langer haalbaar was. In de jaren dertig vertrok de laatste bewoner en werd het gebied uiteindelijk teruggegeven aan de zee.

Archeologisch onderzoek laat zien dat het leven in de polder eenvoudig was, maar tegelijk verrassend internationaal georiĂ«nteerd. Er zijn vondsten gedaan van onder meer Duits steengoed, Fries aardewerk, industrieel aardewerk uit Maastricht en Europees porselein. Als ik deze informatie op dat moment had geweten had ik misschien de vondst op de onderstaande foto wel meegenomen…

De Volharding is tegenwoordig een rustige en veilige plek waar veel vogelsoorten kunnen uitrusten, vooral tijdens hoogwater en in de winter. Het gebied is zo ingericht dat vogels zo min mogelijk worden verstoord, terwijl bezoekers vanaf de rand toch een goed uitzicht hebben op de polder en de aanwezige vogelsoorten.

In het slik van het Wad scharrelde een scholekster zijn kostje bij elkaar. Verderop op de Waddenzee gleed een catamaran voorbij, met op de achtergrond het eiland Vlieland.

Toen ik vanaf het Wad terugliep richting de Waddendijk, zag ik een bijzonder schouwspel. De lucht zat vol meeuwen. Nieuwsgierig liep ik wat sneller om te zien wat daar de oorzaak van was. Al snel werd duidelijk wat er gaande was: een man voerde zijn schapen met bix, maar ook met oud brood. Mogelijk was dit een dagelijkse routine, want de meeuwen leken precies te weten wat er zou gebeuren en waren massaal toegestroomd op het moment van voeren. Het tafereel deed me denken aan de film The Birds, omdat de meeuwen laag over onze hoofden vlogen en luidruchtig en onrustig gedrag vertoonden.

Rosse grutto’s en kanoeten

Zoals ik in het vorige bericht al schreef maakten we een wandeling bij De Volharding op Texel.

We liepen eerst een stukje over het strand langs de Waddenzee.

Toen we achterom keken richting de vuurtoren zagen we dat het weer begon op te klaren. Dat zag er veelbelovend uit.

Na een paar honderd meter langs het strand te hebben gelopen staken we de duin over richting de Waddendijk. We passeerden een hoogwatervluchtplaats voor vogels.

Bij eb foerageren de vogels op het Wad. Bij hoog water hebben ze bij De Volharding de gelegenheid om te rusten. Later op de computer zag ik dat het rosse grutto’s en kanoeten waren die daar stonden.

Het gebied is afgezet met een touw. Dat is om te voorkomen dat wandelaars te dicht bij de rustende vogels komen. Met de 100-400 Canon objectief kon ik vanachter het touw inzoomen op de vogels. Het is niet zo dat ze alleen maar staan te rusten. Regelmatig vloog er een groepje op om elders weer neer te strijken.

Een haas bij De Waal en een graspieper met een teek

Op een ochtend reden mijn man en ik in de buurt van De Waal op Texel. Mijn man zat achter het stuur en ik zat er naast. Zo kon ik met de camera in de hand goed de omgeving bekijken en roepen als hij moest stoppen. Ik zag een haas in het weiland. Mijn man stopte aan de kant van de weg en zo kon ik mooi inzoomen op de haas.

Op Texel zie je nog redelijk veel hazen. Deze haas had mij al snel in de gaten en ging er vandoor. Een paar tellen later stopte hij even om te kijken of de kust veilig was. Nee dus. Hij rende de andere kant op om zich vervolgens te drukken in het gras.

Nadat ik voldoende foto’s van de haas had gemaakt reden we verder naar De Volharding. Daar maakten we een wandeling. In de begroeiing stond een graspieper. De graspieper stond bij iets wat door zou kunnen gaan voor een nestje.

Een eindje verder zat een graspieper op een uitkijkpost en liet zich duidelijk horen. Het zou kunnen zijn dat dit de partner was.

Met de zoomlens zoomde ik in op de graspieper. Thuis op de computer zag ik dat de graspieper een teek achter het linker oog had. Ik had mij niet eerder gerealiseerd dat ook vogels teken kunnen dragen. Op internet vond ik de volgende informatie…

Teken voeden zich met het bloed van zoogdieren, vogels en reptielen, de zogenaamde gastheren. Het ei-stadium is passief en voedt zich niet. Elk volgend stadium voedt zich slechts eenmalig, en ondergaat daarna een rustperiode waarin het volgende stadium ontstaat. De volwassen mannetjes en vrouwtjes paren. De paring vindt meestal plaats op de gastheer. Na de paring zuigt het vrouwtje zich vol met bloed en zwelt haar lichaam zichtbaar op. Als ze volgezogen is laat ze zich op de grond vallen. Het vrouwtje heeft het bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes. Als de eieren rijp zijn, legt het vrouwtje deze op de bodem, waarna zij sterft. Ze legt 1000 tot 2000 eieren. De eieren worden in de herfst gelegd. Mannetjes kunnen meerdere keren paren en hebben geen bloed nodig en zullen dus ook niet bijten. In het volgende voorjaar komen de larven uit, die zich voeden op kleine knaagdieren (muizen) en vogels. Aan het einde van de zomer vervellen de larven tot nimfen, die in winterrust gaan. In het volgende jaar voeden de actieve nimfen zich op een grote variatie aan zoogdieren en vogels. Aan het einde van de zomer vervelt de nimf tot volwassen teek (mannetje of vrouwtje). De volwassen teken gaan in het volgend voorjaar op zoek naar een gastheer, meestal een grote grazer zoals ree, hert of wild zwijn, maar ook schapen, runderen en paarden kunnen als voedselbron dienen. Bron is deze site.