In een eerder bericht schreef ik over een bijzondere sluis in Drenthe. Bij die sluis werd ik getipt over nóg een bijzondere sluis en wel bij Oranjedorp. Dat maakte me natuurlijk nieuwsgierig. Een paar dagen later fietsten we samen een gedeelte van het IJstijdenpad. Deze route bracht ons ook langs de sluis waarover ik was getipt. Een mooie gelegenheid om deze bijzondere plek eens met eigen ogen te bekijken.
(Klik op de foto’s voor een groter formaat.)



Tijdens de Saale-ijstijd schoof een enorme ijsmassa vanuit Scandinavië Drenthe binnen. Het land werd als het ware opgestuwd: zand, grind en grote stenen werden door het ijs meegevoerd en opgestapeld tot langgerekte ruggen. De Hondsrug is daarvan het bekendste voorbeeld. Langs het IJstijdenpad herinneren nog altijd talloze zwerfkeien aan deze periode. Ze zijn door het landijs vanuit Scandinavië meegevoerd en hier achtergelaten toen het ijs zich terugtrok. We namen een pauze bij een geologisch monument aan de rand van het Oosterse Bos.




In het Koning Willem-Alexanderkanaal lag een boot aan de wal. Toen we zagen dat de thuishaven Zwartsluis was, was onze belangstelling meteen gewekt. Zwartsluis ligt immers bij ons in de buurt. We stopten bij de boot en al snel kwam de kapitein naar buiten voor een praatje. Hij vertelde dat hij met de boot tot aan de Poolse grens had gevaren en nu weer op de terugreis was. Op het land verplaatste hij zich met een motor, die hij met een takel van het dek kan hijsen.
De boot lag te wachten totdat hij bij de Spaarsluis geschut kon worden. Wij fietsten alvast naar de sluis. Daar raakten we aan de praat met de vriendelijke sluiswachter, die ons graag meer vertelde over deze bijzondere sluis.


De Spaarsluis werkt anders dan een gewone schutsluis. Het bijzondere aan deze sluis is dat er zoveel mogelijk water wordt bespaard. Dat is nodig omdat het Koning Willem-Alexanderkanaal geen natuurlijke wateraanvoer heeft.
Bij een traditionele sluis stroomt bij iedere schutting een grote hoeveelheid water weg. Dat water moet vervolgens weer worden aangevuld, wat bovendien veel energie kost. De Spaarsluis voorkomt dit waterverlies voor ongeveer de helft. In plaats van het schutwater na een schutting weg te laten stromen, wordt het opgevangen in grote waterbekkens naast de kolk. Na de schutting wordt het water weer teruggepompt en opnieuw gebruikt bij een volgende schutting. Op die manier wordt het waterverlies met ongeveer 50 procent verminderd.
Een slimme oplossing in een gebied waar waterbeheer altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. De grote waterbekkens zijn op de foto aan de achterkant van de sluis te zien.

Ariën gleed de sluis binnen. Zodra de deuren achter de boot waren gesloten, begon het waterpeil in een rap tempo te zakken.


Ariën vervolgde zijn vaart richting Zwartsluis. Voordat wij weer op de fiets stapten, maakte ik nog een foto van een kunstwerk waarvan ik de betekenis en herkomst helaas niet heb kunnen achterhalen. Misschien weet een van onze lezers er meer over?
Ook maakte ik een foto van de Giraf, een opvallend kunstwerk langs de A37 dat je, wanneer je over de A37 rijdt, onmogelijk kunt missen.


