Rook in de ribben

Vanaf Blankenham reden we via de buurtschappen Baarlo en Nederland naar de Rietweg. Aan de Rietweg hoopten we watervogels te zien en te fotograferen. Er wachtte ons daar een onaangename verrassing, de waterberging stond door de droge zomer zo goed als droog en er was geen watervogel te zien.

Na het bovenstaande bezoek heeft het een aantal malen serieus geregend. Een aantal dagen later ging ik weer een kijkje nemen bij de Rietweg. Er stond weer water en de watervogels konden weer pootje baden zoals de blauwe reiger en de groenpootruiters.

Terwijl ik de vogels fotografeerde hoorde ik in de verte een brandweerauto. De brandweerauto reed over de Blokzijlseweg en kwam vanaf Blokzijl. De brandweerauto verliet de Blokzijlseweg en reed vervolgens over Wetering west. Bij de kruising sloeg de brandweerauto af naar mijn richting. Ik was daar verbaasd over omdat de brandweerauto vanaf Blokzijl richting Nederland een omweg had genomen.

Ik ben geen ramptoerist, maar besloot toch maar even te kijken waar de brandweerauto naar toe ging. In de buurtschap Nederland reed de brandweerauto het zandpad op. In de verte zag ik drie grote rookpluimen. En waar rook is, is vuur… moeten voorbijgangers hebben gedacht die de brandweer hebben gewaarschuwd.

Even later kwam er versterking in de vorm van een tweede brandweerauto en een brandweerquad. Het zag er allemaal wel serieus uit. Tijdens het rietmaaiseizoen wordt er dagelijks afval verbrand in het rietland. In periodes van droogte is dat verboden. Op het moment dat het brandde zaten we in natuurbrandrisico, fase 2.

Zo vanuit de verte leek er niet veel activiteit bij de rookpluimen. Even later spraken we de ´brandstichter´, tevens eigenaar van het rietland. Hij dacht dat het geen kwaad kon om een drietal bulten met afval door zomermaaien in de brand te steken. In de regel weten die mannen ook wel wat ze doen, maar voorbijgangers dachten daar anders over en waarschuwden de brandweer. Het werd zoetjesaan donker, voor mij tijd om naar huis te gaan.

Een paartje grote zaagbek en een nonnetje

Vorige week was ik samen met mijn fotomaatje Jan op stap in de Kop van Overijssel. Ik nam Jan mee naar een plekje waar regelmatig een ijsvogel was te zien. Uiteraard was het spannend of de ijsvogel na die winterweek met natuurijs nog aanwezig zou zijn. Vanachter de observatiewand hadden we ruim zicht over het water. Jammer genoeg  stond er een straffe wind pal op ons gezicht. Aan de horizon was het mistig van de rook. Rook die veroorzaakt werd door het verbranden van rietafval.

We tuurden en tuurden, maar er was geen ijsvogel te zien. Wel zwom er een paartje grote zaagbek. Deze eend behoort, de naam zegt het al, tot de  zaagbekken. Terwijl ik deze foto nam dook het mannetje onder water.

De grote zaagbek eet puur dierlijk materiaal. Door hun gekartelde snavel hadden ze na het duiken regelmatig alg aan hun snavel hangen. Hieronder zwemt het mannetje.

En dit is het vrouwtje. Het is net alsof ze een corona-kapsel heeft.

We hadden net naar elkaar uitgesproken dat het ons een beetje ging vervelen. Er was geen ijsvogel te zien. Ook niet in de uren voordat wij er waren, zo werd ons verteld. Het heeft er alle schijn van dat de ijsvogel het op deze plaats niet heeft overleefd.

En toen verscheen er nog een interessant onderwerp voor onze camera. Het was een nonnetje. Ook het nonnetje behoort tot de groep zaagbekken. Het nonnetje zat ver weg en daarom moesten we met de bridgecamera flink inzoomen. Het scherpstellen werd daarnaast bemoeilijkt door de golfslag.

Het nonnetje had een lekker hapje verschalkt.

Jammer genoeg zwom het nonnetje steeds verder bij ons vandaan. Het was jammer dat de golfslag het zicht op de prachtige tekening van deze eend enigszins belemmerde.

En het volgende moment ging hij op de vleugels om zijn heil elders te zoeken.

Dat was ook voor Jan en mij het moment om verder te gaan. We reden naar de Linde. Dat is de plek waar ik vorig jaar de ijsvogel meerdere keren fotografeerde. Misschien dat we daar meer geluk hadden. Wordt vervolgd.

P.s. mijn eega komt net binnen en vertelde dat hij de wulp heeft gehoord. Gelukkig is de wulp weer gearriveerd in het weiland achter ons huis. Daar wordt ik zo blij van.