Kamp Westerbork; herdenken voor alle generaties

In dit bericht op mijn weblog schreef ik over de opvang van Molukkers in Schattenberg en over het themajaar Schattenberg, dat in 2026 centraal staat bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In het bericht van vandaag gaan we een stap terug in de tijd, naar de meest aangrijpende periode uit de geschiedenis van deze plek. Naar de jaren waarin Kamp Westerbork door de nazi’s werd gebruikt als doorgangskamp.

Tussen juli 1942 en september 1944 vertrokken vanuit Westerbork meer dan honderd treinen richting het oosten. Bijna 107.000 Joden werden vanuit Nederland via Westerbork gedeporteerd. Daarnaast werden 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders vanuit het kamp weggevoerd. De meeste treinen hadden Auschwitz als bestemming, maar ook Sobibor, Theresienstadt, Bergen-Belsen, Buchenwald en Ravensbrück stonden op de transportlijsten.

Na mijn bezoek aan het Herinneringscentrum fietste ik naar het voormalige kampterrein. Onderweg kwam ik langs de kisten waarop de aantallen staan vermeld die vanuit Westerbork zijn weggevoerd. Die cijfers maken op een indringende manier zichtbaar hoeveel mensen vanaf deze plek werden gedeporteerd, zonder te weten wat hen te wachten stond.

Ik kwam langs de commandantswoning. Het is een van de weinige gebouwen van het voormalige kamp die bewaard zijn gebleven en het pand is inmiddels een rijksmonument. Om de houten woning tegen verder verval te beschermen, is er een grote glazen kasconstructie omheen gebouwd. Voor meer informatie verwijs ik graag naar de website van Drenthe.

Bij de ingang van het terrein sloot ik mij aan bij een groep die net was begonnen aan een rondleiding. Tijdens de zomervakantie worden er vrijwel voortdurend rondleidingen gegeven en komen er veel bezoekers naar deze bijzondere plek. Wat ik mooi vind, is dat er ook zoveel kinderen en jongeren bij zijn. Zij luisteren naar de verhalen en ontdekken een geschiedenis die steeds verder van hun eigen belevingswereld af komt te staan. Juist daarom is het belangrijk dat ook deze generatie de verhalen blijft horen en begrijpen wat hier is gebeurd. Herdenken is niet alleen iets van vroeger of van een oudere generatie. Herdenken is van alle generaties!

Het prikkeldraad is een tastbare herinnering aan de functie die het kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog had. Het vormde een harde grens tussen de gevangenen en de vrijheid daarbuiten. De lieflijke bloempjes die er nu tussen en langs het prikkeldraad groeien, vormen daarmee een schrijnend contrast. Zacht en kwetsbaar tegenover het harde prikkeldraad, dat ons herinnert aan de donkere geschiedenis van deze plek.

Naast het voormalige kampterrein staan veertien radiotelescopen opgesteld. De lange rij schotels vormt een opvallend contrast met de geschiedenis van deze plek. Toch hebben de telescopen op een bijzondere manier ook een verbinding met het verleden van Kamp Westerbork.

Een indrukwekkend verhaal vind ik dat van de Westerbork-telescoop in rouwstand. Tijdens herdenkingen, zoals op 4 mei, worden de veertien schotels in een vaste, neerwaartse stand gezet. De telescopen lijken daarmee een buiging te maken als teken van respect en eerbied voor de slachtoffers die vanaf deze plek werden gedeporteerd. In onderstaand filmpje is te zien hoe de telescopen in rouwstand worden gezet.

De gids vertelde over een bijzondere pilot waarbij de contouren van de vroegere barakken zichtbaar worden gemaakt door ze in te zaaien met kruiden en bloemen. Zo wordt het verleden op een natuurlijke, subtiele manier weer zichtbaar in het landschap. Een moment dat ik kon vangen met mijn camera, was een jongetje dat tijdens de rondleiding op de grond ging zitten en bloemetjes plukte om er een klein boeketje van te maken. Zo gewoon en onschuldig, juist op deze bijzondere plek.

De luisterpalen vormen een stille gids door het voormalige kampterrein. Op plekken waar ooit barakken, werkplaatsen of het ziekenhuis stonden, hoor je via sobere zuilen korte fragmenten: stemmen van oud-gevangenen, dagboekfragmenten, historische informatie of juist bewuste stilte. Alle generaties luisterden naar deze indrukwekkende verhalen.

In het Herinneringscentrum is er veel aandacht voor het betrekken van kinderen bij de geschiedenis, onder andere met de kinderroute. De kinderen krijgen een routeboekje mee met verhalen en opdrachten. Mooi om te zien hoe het hele gezin hier samen mee bezig is. Vanaf een afstandje luisterde ik mee en hoorde ik hoeveel de kinderen al over deze geschiedenis konden vertellen. Met toestemming mocht ik foto’s maken van het moment waarop een meisje de Davidsster in haar boekje plakte.

De Honderdduizend Stenen vormen een van de meest indringende monumenten. Het monument bestaat uit 102.000 kleine, rechthoekige stenen: één voor iedere man, vrouw en kind die vanuit Westerbork werd gedeporteerd en niet terugkeerde.

Bij de stenen zat een meisje. Ze bekeek aandachtig de foto’s. Dit beeld laat zien dat deze plek ook op kinderen indruk maakt.

Het drama van Putten (2)

In het vorige bericht schreef ik over meneer Bakker, de onderwijzer die ons vertelde over het drama in Putten. Op een druilerige dag tijdens onze vakantie in de omgeving van Putten bracht ik een bezoek aan het monument ‘Vrouw van Putten’. Het monument is ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een razzia op 1 en 2 oktober 1944. Hier kom ik later in dit bericht op terug.

Op 1 oktober 1949 is het monument door Koningin Juliana onthuld. Het monument bestaat uit een herdenkingshof, ontworpen door Prof. Bijhouwer en een zandstenen beeld van Mari Andriessen. Het is een vrouw in klederdracht met een zakdoek in haar hand. Ze kijkt in de richting van de Oude Kerk, van waaruit de mannen werden weggevoerd.

Na het bezoek aan het monument ging ik naar de naastgelegen Gedachtenisruimte. Deze ruimte is ontworpen door W.C.F. Hageman en op 9 mei 1992 geopend. In de Gedachtenisruimte wordt het verhaal van de razzia in woord en beeld weergegeven.

In september ’44 lijkt de oorlog aan z’n einde te komen. De geallieerden rukken snel op van Normandië naar het noorden en oosten. De geallieerden staan begin september al in Brussel en een week later aan de Nederlandse grens. De geallieerde legers kunnen hulp achter het front best gebruiken. Generaal Eisenhower vraagt het verzet op grote schaal sabotage te plegen achter het front. Dat is dus onder meer op de Veluwe. De sabotage moet zich richten op het transport, op koeriers en op officieren: ‘Vanuit hinderlagen vijandelijke troepen neerschieten, met name koeriers en stafofficieren’. De in het kader van de Binnenlandse Strijdkrachten vers gevormde verzetsgroep Putten (gewest 6, Veluwe) krijgt net als de andere groepen order om de vijand te hinderen en zijn verbindingen te saboteren. Er wordt besloten op zaterdag 30 september een eerste verzetsdaad te plegen. Putten ligt aan de – in die tijd – belangrijke route Zwolle – Amersfoort. De weg werd druk bereden door Duitse koeriers.

Als er die avond laat een Duitse auto aan komt rijden bij de Oldenaller brug, wordt die tot stoppen gebracht. De bedoeling is, dat de inzittenden onschadelijk wordt gemaakt. Dat mislukt, omdat het machinepistool hapert. Er ontstaat een vuurgevecht waarbij een van de leden van de verzetsgroep dodelijk gewond raakt. Bij de Duitsers vallen twee gewonden, het zijn officieren. De ene is zwaar- en de andere lichtgewond. De eerste ontsnapt, de tweede wordt door de resterende leden van de groep gevangen genomen. Twee andere inzittenden – korporaals – weten te ontsnappen. Zij melden de overval aan hun superieuren in Harderwijk. De reactie van de Wehrmacht laat niet lang op zich wachten. Overste Fullrede, de commandant van de divisie waartoe de officieren behoren, geeft onmiddellijk opdracht de straten rondom Putten af te zetten en naar de vermiste officier te zoeken. Hij waarschuwt Generaal Christiansen in Hilversum. Die is des duivels. De Wehrmacht is toch al zenuwachtig gezien het verloop van de oorlog en heeft uiteraard niet de minste behoefte aan speldenprikken achter het front. Christiansen schreeuwt: ‘Das ganze Nest muss angesteckt werden und die Ganse Bande an die Wand gestelt’…

Tussen 7 en 8 uur die zondagmorgen is heel Putten omsingeld.  Net als andere zondagen begeven de Puttenaren zich op 1 oktober naar de kerk. Langzaam dringt iets door van de razzia’s in de buurtschappen. De bewoners van de boerderijen in de omgeving van de plaats van de overval worden uit hun huizen gehaald en met personen die toevallig passeren naar het centrum van het dorp gebracht. De Duitsers vormen met Nederlandse politieagenten patrouilles die erop uit trekken om de vermiste officieren te zoeken. De bewoners van de huizen die doorzocht worden, krijgen bevel zich naar de grote kerk te begeven. Kerkgangers die het centrum willen verlaten worden teruggestuurd. De mannen worden verzameld op een terrein tussen een grote schuur en de openbare school . De vrouwen en kinderen moeten naar de kerk. In het begin van de avond mogen ze naar huis. De vrouwen krijgen de order de volgende morgen met eten voor de mannen terug te komen. Zondagavond worden de mannen boven de 60 vrijgelaten. De rest gaat naar de kerk. Maandagmorgen moeten de mannen tussen de 18 en 50 naar het marktplein.

Hoewel één van de leden van de verzetsgroep bij de mannen op het marktplein is, meldt hij zich niet. (Hij overleeft het kamp niet.) Ook de resterende leden van de groep besluiten zich niet te melden, ondanks dat één van de studenten er voor pleit om onschuldigen niet het slachtoffer  te laten worden. Wel wordt de gewonde Duitse luitenant ’s maandagsmorgens om tien uur bij een boer afgeleverd, met het verzoek hem naar de dichtstbijzijnde Duitse post te brengen. Dat gebeurt, maar het verandert niets aan de plannen van de Duitsers, misschien ook niet, omdat de bevelvoerende Fullriede het niet te horen krijgt.

Om twaalf uur krijgen de mannen te horen, dat ze naar kamp Amersfoort gebracht zullen worden, dat het dorp platgebrand zal worden en om die reden binnen twee uur ontruimd moet zijn. De dominee vertaalt het oordeel. Zo gebeurt het ook. Op het station staat een trein gereed. Die brengt ruim zeshonderd man naar Amersfoort onder bewaking van Nederlandse SS0ers. In het dorp worden een honderdtal huizen verbrand, vooral in de arbeiderswijk. (Huizen van gemeenteambtenaren, notabelen en politie blijven gespaard).


In totaal zijn 660 mannen weggevoerd. Binnen enkele dagen worden 58 mannen vanuit Kamp Amersfoort naar huis teruggestuurd, vooral vaders van grote gezinnen. Midden oktober gaan 589 Puttenaren met een grote groep politieke gevangenen uit Amersfoort naar het Lager Neuengamme bij Hamburg. Dertien mannen springen tijdens de reis uit de trein, zodat uiteindelijk 576 het concentratiekamp in gaan. In het  kamp worden de Puttenaren tewerkgesteld bij het graven van tankversperringen en krijgen ander lichamelijk zwaar werk. Na de bevrijding blijkt, dat van de 576 man slechts 49 het regiem overleefd hebben. Vijf van deze overlevenden overlijden snel na hun terugkeer.

In de Gedachtenisruimte zijn op plaquettes alle namen van de omgekomen weggevoerde mannen aangebracht. In het gastenboek kan men een indruk achterlaten…

De sterfte onder de groep Puttenaren is relatief erg groot. Als belangrijke oorzaak daarvoor is het feit aangevoerd, dat de Puttenaren zich niet wisten te ‘drukken’, maar werkten tot ze ‘erbij neervielen’. Bij de slechte voeding betekende deze houding een zekere dood. Dit gedrag zou weer voortkomen uit de opvatting die veel Puttenaren hebben over ‘schuld en boete’. Een strenge orthodoxe opvatting, waarin sprake is van een berusting, een fatalisme, de voorbeschikking, uitgedrukt in het Veluwse ‘alles gaat zoals het moet gaan ‘. Niet alleen bij de gedeporteerden, maar ook bij hen die achterbleven. De deportatie en de dood van de Puttense mannen werd toen (en nu) door veel Puttenaren beschouwd als een straf van God. Die straf wordt dan weer opgevat als logisch gevolg van Gods Liefde: God heeft het oog op het gelovige Putten laten vallen en daarom straft hij het. Om die reden heeft men in Putten de tragedie altijd ‘onder ons’ willen houden…

Als bron is de website van Stichting Oktober 44 gebruikt.

De Stelling in Koehoal

Jan en ik reden in een rustig tempo over de Sédyk nabij de Waddenkust naar het oosten. Vanuit de auto zag ik een gebouw tegen de dijk aangeplakt. Het leek me goed om hier weer een stop te maken en dit gebouw van dichtbij te bekijken.

Het bleek te gaan om een bunker wat onderdeel was van Stelling Koehoal. De stelling maakte deel uit van de Duitse luchtverdediging. De stelling bestond in totaal uit 4 bunkers, 3 stenen gebouwen, een grote houten barak, parkeerterreinen, wachtposten, een geschutsplateau voor 4 stuks artilleriegeschut aan de zeekant van de zeedijk. Het gehele gebied was afgezet met een prikkeldraadversperring en landmijnen. Alleen deze bunker bleef behouden. De informatie wat op het bord naast de bunker stond vermeld is ook te lezen op deze site.

We fotografeerden de bunker vanaf diverse kanten. De bunker was gesloten. Uiteraard gluurde ik wel via de ramen naar binnen.

Ook hier liepen veel schapen op de dijken. Ik had jullie nog niet verteld dat het daar wel flink stonk naar schapenstront. Zelfs tot in de auto. Dat laatste kan natuurlijk gekomen zijn doordat we er met onze wandelschoenen per ongeluk in waren gestapt…

Zandsculpturen in het Kuinderbos

Onlangs maakten we een wandeling langs de zandsculpturen in het Kuinderbos. De zandsculpturen geven een indringend beeld van vijf oorlogsjaren en is in 2020 gerealiseerd vanwege 75 jaar bevrijding.

Het zijn eigenlijk kijkdozen van zand. Vier kunstenaars kregen ongeveer anderhalve dag de tijd om het thema uit te werken. Het zand is afkomstig uit de zandwinningsplas, het Schoterveld direct naast het Kuinderbos. Zie ook deze site.

Naast de zandsculpturen was het ook een mooie wandeling door het Kuinderbos.

Aan het eind van onze wandeling wees onze dochter mij op dit beeld…

 

4 en 5 mei, onderduikershol in Diever

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van oorlogssituaties en van vredesmissies. Op 5 mei vieren we 75 jaar vrijheid. Het zou een jaar worden met vele festiviteiten, maar het corona-virus zette een streep door de planning. Ik ben er van overtuigd dat de herdenking en de vrijheidsviering door de huidige moeilijke situatie extra betekenis gaat krijgen. In het kader van het herdenken en het vieren neem ik jullie mee naar het onderduikershol in Diever.

Het verhaal over dit onderduikershol leerde ik in het jaar 1981, het jaar dat mijn man en ik verkering kregen. Mijn schoonouders kwamen uit Diever en Dieverbrug. Geert Gerhardus Koster, één van de onderduikers was een broer van onze aangetrouwde tante. Toch heeft het nog tot juli 2018 geduurd dat we voor de eerste keer een bezoek brachten aan dit hol…

In de winter van 1943-1944 vatte de groep het plan op om bij een onopvallende zandheuvel in het dennenbos van Berkenheuvel een schuilplaats te bouwen. De knokploeg groef de heuvel uit, bouwde van de dennenstammen een hol en herstelde de zandheuvel in de oude vorm. Na een paar maanden hard werken was de schuilplaats gereed en verdwenen de verzetsmannen onder de grond. Eén van de leden, Fokke Hessels, was een verwoed lezer van Indianenverhalen. Daarom kreeg het onderduikerscomplex de naam ‘de Wigwam’.

Het hol was een centrum van illegale activiteiten. Van hieruit werden tal van nachtelijke expedities ondernomen, zoals een overval op het distributiekantoor van Dwingelo of de bevrijding van dorpsgenoot Rooks uit de plaatselijke politiecel, waarin hij gevangen was gezet nadat in zijn huis een joodse onderduiker was gevonden. Ook werden de bevolkingsregisters van Diever en Dwingeloo weggehaald en in De Wigwam ondergebracht. Soms zaten in het hol wel twintig illegalen verscholen. Ook logeerden hier geregeld Amerikaanse en Engelse piloten, wier vliegtuigen waren neergehaald. Zo arriveerde op 31 augustus 1944 de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph en op 17 september 1944 de Amerikaanse staartschutter Jim Moulton. De knokploeg-leden beschouwden de geallieerde piloten als welkome gasten. Vaak bleven deze gasten enige tijd om de verzetsstrijders te instrueren over het gebruik van vuurwapens.

Op een nacht meldde de Fries Tjitze Wallinga, lid van de zogenaamde ‘wilde’ groep van Heerenveen, zich bij het hol om twee piloten over te nemen. Enige tijd later, in de vroege ochtend van 25 oktober 1944, werd Wallinga in het Friese Oosterwolde door een patrouille van de Sicherheitsdienst gearresteerd met een vuurwapen op zak. In Crackstate te Heerenveen werd hij onderworpen aan een zwaar verhoor. Hoewel hij eerst weigerde namen te noemen, kon hij de druk die de Sicherheitsdienst op hem uitoefende niet trotseren. Hij noemde de namen van een aantal verzetsmensen en gaf ook de locatie van het onderduikershol in Diever prijs.

Alle arrestanten werden naar Crackstate in Heerenveen gevoerd en via Amersfoort op transport gezet naar concentratiekampen in Duitsland. Slechts één man heeft het overleefd… Het hele verhaal staat op deze site.

Laten we herdenken, laten we vieren, niet alleen op 4 en 5 mei, maar alle dagen van ons leven!