Bruine kiekendief, purperreiger, roerdomp en tafeleend

De afgelopen weken ben ik meerdere keren met de camera naar mijn geboorteplaats gereden. Tussen 2012 en 2015 realiseerde men daar een natuurgebied van circa 324 hectare. Tevens dient dit gebied als waterberging. In dat gebied hebben vele water- en moerasvogels een plekje gevonden. Het is dan ook een el dorado voor vogelaars. Vanuit hun mobiele kijkhutten verstopt achter enorme lenzen turen ze over het gebied op zoek naar vogels. Ik moet het doen met mijn bescheiden Nikon bridgecamera, maar dan wel één met sterke zoom. Hieronder heb ik een compilatie geplaatst van vogels die ik daar heb vastgelegd. De kwaliteit van de foto’s laat hier en daar wat afweten, maar het gaat om de bijzondere waarnemingen…

In dat gebied huizen meerdere bruine kiekendieven. Tijdens het foerageren zweven ze laag over het rietland. Zo nu en dan rustig flappend, schommelend, biddend en draaiend om vervolgens op hun prooi te duiken…

Een andere indrukwekkende verschijning in dat gebied is de purperreiger. Toen ik mijn auto liet uitrollen vloog er een purperreiger op uit het riet om vervolgens een eindje verderop weer neer te strijken. Een andere keer vloog er een purperreiger over. Om een goed beeld te krijgen van de purperreiger heb ik een foto uit het archief toegevoegd…

Een roerdomp hoor je wel, maar zie je niet zo snel. Het is een schuwe vogel die zich met zijn schutkleuren ook nog eens prima kan verstoppen tussen het riet. Soms heb je geluk dat ze opgeschrikt opvliegen…

Op dit moment zwemmen daar meerdere tafeleenden rond. Tafeleenden zijn duikeenden die vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar in Nederland te zien zijn. Opvallend is dat het mannetje van de tafeleend al in juni wegtrekt, als het vrouwtje nog aan het broeden is. De vrouwtjes en de jongen volgen later. Zie ook deze site.

Oeverzwaluwwand

In het voorjaar en in de zomer neem ik regelmatig een kijkje bij de oeverzwaluwwand. In 2014 is bij  Wetering een nieuwe waterberging aangelegd. Dit is een perfecte plek voor vogels om te foerageren en te broeden. Om de oeverzwaluwen een handje te helpen is er een oeverzwaluwwand aangelegd met 156 broedgaten. Het merendeel daarvan is ieder jaar bezet. Deze wand is te vinden bij vogelkijkhut, de Twitterhut. Zie Google Maps.

De oeverzwaluwwand, eigendom van Staatsbosbeheer, is geadopteerd door de vogelwerkgroep van IVN Noordwest-Overijssel. Aan het begin van het broedseizoen gaan de vrijwilligers daar met bootjes heen om de wand schoon te maken en vers zand aan te brengen in de gaten. De oeverzwaluwen graven hierin zelf weer een nest om hun eieren in te leggen. Zie voor een foto en het verhaal op deze site van de Stentor.

In deze post  schreef ik over de waterstand die bewust naar beneden is gebracht om grazende ganzen te weren zodat riet en andere moerasplanten de kans krijgen om te herstellen.  Op onderstaande foto kun je zien dat het waterpeil rechts van de wand laag is. Het waterpeil links van de wand is hoog gebleven.

Deze oeverzwaluwwand is in een uitvoering die we in ons land veel tegenkomen. Maar deze wand heeft wat extra’s, het is namelijk voorzien van een gedicht. Dit gedicht is geschreven door Heleen Bosma, dichteres van Overijssel in 2013 – 2015. Het gedicht luidt als volgt:
Vederlicht is onze ziel
van dons en zijdezacht
wij zijn een stipje in het zwerk
een knipoog naar de zwaartekracht.

Het was er niet zo druk als in april 2019. Zie mijn vorige weblog.  De enige bezoekers hadden zich voornamelijk in het achterste gedeelte genesteld.

Grasmus

Terwijl ik stond te fotograferen bij de Twitterhut zag ik een vogeltje aan een rietstengel hangen. Door flink in te zoomen met de Nikon bridgecamera kreeg ik het vogeltje aardig in beeld. Ik kreeg één kans en toen was de vogel weer gevlogen. Op de computer zag ik pas wat voor vogeltje het was. Het is een grasmus. De foto is niet perfect, maar omdat het mijn eerste grasmus is mag deze hier een plekje krijgen.

De grasmus is geen familie van de huismus en de ringmus. De grasmus is een insecteneter, te herkennen aan het fijne pincetsnaveltje waarmee ze overal kleine insecten tussenuit kunnen peuteren. De huismus en ringmus zijn daarentegen zaadeters. Zij hebben forse kegelvormige snavels, waarmee ze zaden de baas kunnen. De grasmus is niet de enige soort die ten onrechte de naam mus draagt. Ook de heggenmus is een insectenetende vogel en geen familie van die zaadetende mussen. Bovenstaande informatie komt  van deze leuke site. Meer informatie over hoe de grasmus aan zijn ‘mussen-naam’ komt staat ook op die site.

Wordt vervolgd.