Een oude schapenboet

Na de fotoserie van de kievit en haar jong reed ik verder naar het zuiden, richting de Horsmeertjes. Onderweg kwam ik langs een oude schapenboet. Eerder heb ik daar al eens een foto van op mijn weblog geplaatst, maar destijds reed ik er na een korte stop meteen weer verder. Deze keer besloot ik wat langer te blijven om de schapenboet en de omgeving eens rustig in me op te nemen.

Een tijdje geleden vroeg Matroos Beek zich af waarom een schapenboet eigenlijk deze bijzondere vorm heeft. Ik vond dat een mooie vraag, want eerlijk gezegd had ik mij dat zelf nooit afgevraagd.

De karakteristieke vorm van een schapenboet is allesbehalve toevallig. De boet doet denken aan een halve stolpboerderij: drie zijden hebben een schuin dakvlak, terwijl de vierde zijde recht is. Die asymmetrische vorm is speciaal ontworpen om de vaak harde wind op Texel te trotseren.

De rechte gevel staat vrijwel altijd op het oosten, terwijl de schuine achterkant is gericht naar de overheersende zuidwestenwind. Daardoor wordt de wind langs het gebouw geleid in plaats van er vol tegenaan te blazen. Zo vinden schapen beschutting tegen weer en wind. Bovendien zorgt deze slimme constructie ervoor dat de boet stevig en stabiel blijft in het open polderlandschap. Omdat de gebouwen vaak werden opgetrokken uit hergebruikt scheepshout, waren ze ook nog eens relatief eenvoudig en voordelig te bouwen.

Deze keer besloot ik de omgeving wat beter te verkennen. Volgens mij beschikt iedere (natuur)fotograaf over een gezonde dosis nieuwsgierigheid én een beetje durf. De schapenboet lag aan een doorgaande weg, waardoor de drempel om er even een kijkje te nemen niet zo groot was. Het zag er verlaten uit, al blijft er altijd een stemmetje in je achterhoofd dat zegt: stel je voor dat er toch ineens iemand naar buiten stapt…

Al snel viel mij op dat deze schapenboet een ideale plek is voor vogels om te broeden. De openingen en kieren in zulke gebouwen bieden een veilige nestplaats voor verschillende soorten. Boerenzwaluwen, huiszwaluwen, huismussen, spreeuwen en witte kwikstaarten maken dankbaar gebruik van de beschutte ruimtes. In sommige oude schuren broeden zelfs kerkuilen of torenvalken, mits er voldoende rust is. Juist zulke oude gebouwen kunnen daarom een belangrijke schakel vormen voor vogels die steeds minder geschikte broedplaatsen vinden.

Naast de schapenboet stond een struik met een dicht bladerdek. Vanuit die groene schuilplaats liet een bosrietzanger uit volle borst zijn uitbundige zang horen. De bosrietzanger staat bekend als een van de beste nabootsers onder de rietvogels. In zijn zang verweeft hij fluittonen, ratels en de geluiden van tal van andere vogelsoorten. Ik heb dan ook een tijdlang naar het fascinerende optreden geluisterd.

Hoe goed ik ook mijn best deed, de bosrietzanger kreeg ik niet op de foto. Hij bleef veilig verscholen tussen de bladeren. Een winterkoninkje had daarentegen minder moeite met mijn aanwezigheid. Het koos een plekje boven in een kale tak en bleef daar even zitten. Zo kreeg ik de kans om een paar foto’s te maken.

De Tuintjes, een el dorado voor vogels

Terwijl de overige gezinsleden nog lagen te slapen was ik al om 6 uur in De Tuintjes.

De naam De Tuintjes bij de vuurtoren op Texel verwijst naar de moestuinen van de vroegere vuurtorenwachters. Deze kleine akkertjes lagen langs het pad naar de vuurtoren in de Eierlandse Duinen. Vuurtorenwachters verbouwden er groente om zelfvoorzienend te zijn, en om de gewassen tegen de harde zeewind te beschermen werden er struiken omheen geplant.De naam De Tuintjes is blijven bestaan, ook lang nadat de moestuinen verdwenen waren.

In deze duinen broeden tapuiten graag in verlaten konijnenholen. Juist daarom ging ik er in de vroege ochtend naartoe, in de hoop deze karakteristieke duinvogel te zien en misschien zelfs te kunnen fotograferen. De tapuit is een schuwe soort die vaak vanaf een duintop of paaltje de omgeving afspeurt, waardoor je soms geduld moet hebben voordat hij zich laat zien. Ik speurde met de verrekijker de duinen af of ik de tapuit zag.

In de bosschage op onderstaande foto zat een nachtegaal uit volle borst te zingen. Ik heb daar lange tijd staan genieten van zijn prachtige zang. Te zien kreeg ik hem echter niet. Zeker in deze tijd van het jaar, wanneer de bomen en struiken volop in blad staan, is de kans op een waarneming klein. Gelukkig maakte zijn indrukwekkende zang dat ruimschoots goed.

Gelukkig kreeg ik wel andere vogels te zien, en die lieten zich bovendien fotograferen. Zo kwamen onder andere de fitis, een groenling, een grasmus, een en meneer en mevrouw fazant voor mijn lens.

De grasmus en de braamsluiper uit elkaar houden vind ik in het veld nog best lastig. Ook thuis achter de computer lukt dat niet zonder de hulp van ObsIdentify. Zie ik een vogeltje tussen de bramen zitten, dan denk ik al snel dat het een braamsluiper is, terwijl het vervolgens een grasmus blijkt te zijn. Onlangs bekeek ik deze video waarin werd uitgelegd hoe je deze twee soorten aan hun zang kunt onderscheiden. De ene heeft een meer zigzaggende zang, terwijl de andere juist een meer herhalend riedeltje laat horen. En nu nog onthouden welke soort bij welke zang hoort…

Daar heb ik inmiddels een ezelsbruggetje voor bedacht: zigzag schrijf je met één a, en grasmus heeft ook maar één a. Of dat voldoende is om het voortaan meteen goed te hebben, zal de praktijk moeten uitwijzen. Ja ja, een vogelaar word je niet zomaar! 😉

Iets verderop had ik opnieuw geluk. Tot twee keer toe streek er dichtbij een blauwborst neer en deze begon uit volle borst te zingen. Ook een mannetje en vrouwtje kneu lieten zich zien.

Ik maakte ook nog een wandeling aan de andere kant van de weg, door het Renvogelveld richting het kijkscherm. Onderweg hoorde ik een uitbundige zang die direct mijn aandacht trok. Volgens Merlin was de zanger een bosrietzanger. Een gewone rietzanger kan al indrukwekkend zingen, maar het repertoire van de bosrietzanger gaat daar nog een flinke stap overheen. Met zijn gevarieerde zang, vol imitaties van andere vogelsoorten, wist hij mij lange tijd te boeien. De bosrietzanger liet zich heel even zien toen hij van de ene naar de andere verborgen tak vloog, maar helaas niet lang genoeg om hem op de foto vast te leggen.

Bij het kijkscherm werd mijn aandacht vervolgens getrokken door een winterkoninkje dat luidkeels zijn territorium bezong. Het blijft verbazingwekkend hoeveel volume er uit zo’n klein vogeltje kan komen.

Deze serie uit De Tuintjes sluit ik af met misschien niet de mooiste foto’s, maar wel met een vogel die op de Rode Lijst staat…

In de verte zag ik een relatief grote vogel overvliegen. Mijn eerste gedachte was dat het een roofvogel was, maar toen hij landde, zag ik tot mijn verrassing dat het een wulp betrof. Dat was een mooie verrassing, want de laatste jaren hoor en zie ik nog maar zelden een wulp. Pas toen ik de foto’s later op de computer bekeek, viel mij op dat de wulp tijdens het lopen één vleugel liet afhangen. Dat is meestal geen goed teken.

Oh ja, ik was gekomen voor de tapuit. Maar dat vogeltje bewaar ik voor de volgende keer. 😉

Winterkoninkje drinkt uit een vennetje

Vanaf de ooievaars wandelde ik via een omweg terug naar Huize Havixhorst. Ik kwam langs een vennetje.

In het vennetje dreef een grote tak. Op die tak hipte een winterkoninkje heen en weer. Onderwijl nipte het vogeltje water uit het vennetje.

Ik maakte enkele foto’s van het vlugge vogeltje. Jammer dat de autofocus van een bridgecamera de snelle beweging van het water nippen niet goed kon volgen. Die foto is dan ook niet scherp geworden. Maar voor het beeld heb ik de foto er wel tussen gezet.