Vorige week ging ik samen met mijn fotomaatje Jan op pad naar het Dwingelderveld. Door de jaren heen ben ik er kind aan huis geworden, maar voor Jan was het tientallen jaren geleden dat hij dit prachtige gebied had bezocht. Dankzij zijn nieuwe elektrische rolstoel Whilley, was het nu mogelijk om samen deze plek te verkennen.
Vanaf de parkeerplaats vertrokken we – Jan rollend en ik lopend – richting de picknickplaats bij de radiotelescoop. Het was er gezellig druk, waarschijnlijk vanwege de schoolvakantie en het prachtige weer.


In het Dwingelderveld kun je met een beetje geluk adders tegenkomen die zich in de zon liggen op te warmen. En geluk hadden we zeker: tussen de bladeren ontdekten we een adder, goed verscholen. Toen we beter keken, bleek het niet om één, maar om twee adders te gaan. En wat het extra bijzonder maakte: ze waren aan het paren. Een uniek moment om te mogen meemaken!

Omdat de staart tijdens de paring in de weg zit, hebben slangen en hagedissen een bijzondere anatomie: een gevorkte penis, ook wel hemipenis genoemd (hemi = half). Deze dubbele structuur stelt het mannetje in staat om zowel links als rechts contact te maken met het vrouwtje. De hemipenis bevat een groef waardoor het sperma naar de cloaca van het vrouwtje wordt geleid. Aan de buitenkant zitten kleine weerhaakjes, die zorgen voor een goede grip tijdens de paring. Op onderstaande foto’s ligt het mannetje – te herkennen aan de paarsgekleurde hemipenis – links, terwijl het vrouwtje met haar cloaca rechts lag.


Het vrouwtje paart vaak met meerdere mannetjes. De jongen ontwikkelen zich in eivliezen in haar lichaam en worden in augustus of september geboren — meestal acht tot twaalf per keer. Een paring bij adders duurt doorgaans één à twee uur.
Na verloop van tijd zagen we het vrouwtje wegkruipen, met het mannetje nog steeds gekoppeld achter zich aan. Samen verdwenen ze naar een hoger gelegen, rustiger plekje in het struikgewas.




Even verderop staat de radiotelescoop. In oktober vorig jaar besteedde ik daar al eens aandacht aan tijdens de open dag, zie deze serie. Deze keer ging mijn aandacht echter meer uit naar de natuur om ons heen. Zo viel mijn oog op een versleten citroenvlinder, en iets verderop ontdekte ik een groentje: een piepkleine vlinder die ik eigenlijk alleen tegenkom op de heide, zoals hier in het Dwingelderveld.






Op een bospad, een stukje verderop, besloten we onze lunch te nuttigen. Voordat we begonnen, maakte Jan eerst nog een foto van het frisgroene bladerdek boven ons hoofd. Terwijl ik een foto maakte van ons lunchplekje, viel het me op dat we ons behoorlijk breed hadden uitgestald op het pad. 😉 Daar heb ik maar snel wat aan veranderd, want er kwamen regelmatig wandelaars voorbij, en we wilden natuurlijk niemand in de weg zitten.


Na de lunch maakten we nog een ommetje door het Dwingelderveld. Ik liet Jan het plekje zien waar doorgaans de grauwe klauwier wordt gespot. Deze keer liet hij zich helaas niet zien — misschien is het daarvoor nog wat aan de vroege kant in het jaar. Gelukkig viel er toch nog wat te fotograferen: een mannetje en een vrouwtje roodborsttapuit. Ze zaten helaas wat ver weg, maar het blijft altijd leuk om ze tegen te komen. We kunnen weer terugkijken op een prachtige dag samen in de natuur.


