Distelvlinders en meer op de klimhortensia

We zijn weer terug van een heerlijke week vakantie op Texel. Ook het echtpaar dat tijdens onze afwezigheid in ons huis verbleef, heeft hier volop genoten.

Toen we bij terugkomst uit de auto stapten, viel ons direct de uitbundige bloei van de klimhortensia op. De zwoele, zoete geur hing in de lucht en het wemelde van de insecten, waarvan vele zoemend tussen de bloemen vlogen.

Op de bloemen foerageerden een aantal distelvlinders. Veel distelvlinders die je in het voorjaar in Nederland ziet zijn flets en versleten. Dat is niet zo vreemd, want deze trekvlinders hebben een indrukwekkende reis achter de rug vanuit Zuid-Europa of zelfs Afrika.

In de zomer plant de distelvlinder zich hier voort en verschijnt een nieuwe generatie met frisse, kleurrijke vleugels. Een deel van deze vlinders trekt in het najaar weer naar het zuiden. De exemplaren die hier achterblijven overleven de winter niet.

De klimhortensia is overigens geplant door de vorige eigenaar van het huis. Inmiddels wonen wij hier al 33 jaar en het is mooi om te zien hoe goed deze struik het na al die jaren nog doet. De dichtbegroeide klimhortensia vormt bovendien een geliefde plek voor tuinvogels om een nest te bouwen. Voordat het broedseizoen begint, snoeien we de plant een beetje terug. Zo voorkomen we dat de takken zich vasthechten aan de kozijnen en het houtwerk van de dakgoot.

Ook andere insecten deden zich tegoed aan de nectar van de bloemen. Tussen de bloeiende schermen waren verschillende hommel- en zweefvliegsoorten te zien, waaronder de aardhommel, de akkerhommel, de doodskopzweefvlieg en de citroenpendelvlieg.