Zaterdag vierden Jan en ik een bijzonder jubileum: we gaan namelijk al twintig jaar samen op stap om te fotograferen. Ter gelegenheid van ons jubileum kreeg ik van Jan een prachtige legpuzzel met ijsvogels. Een cadeau dat helemaal past bij mijn voorliefde voor ijsvogels.
Aafje had gezorgd voor wat lekkers bij de koffie, dus we begonnen gezellig samen aan onze jubileumdag. Na de koffie was het tijd om op pad te gaan. Jan stapte op de Joiny en ik op mijn e-bike. Tenminste, dat was de bedoeling. Toen ik op mijn fiets wilde stappen, ontdekte ik dat de ketting eraf lag. Dat begon dus al goed! Gelukkig mocht ik de fiets van Aafje lenen. Zo konden we uiteindelijk toch samen op pad.

Onderweg blikten we meerdere keren terug op die twintig jaar samen fotograferen. Wat hebben we in die jaren veel met elkaar beleefd en mooie plekken ontdekt. ‘Weet je nog, toen en toen?’ Ook memoreerden we de lessen in Photoshop die ik in de eerste periode van Jan kreeg. Ik heb in die jaren heel veel van hem geleerd en dat is zeker een compliment waard. En laat ik nu tijdens onze tocht toevallig een foto hebben gemaakt van een mooie en toepasselijke tekst. Voor de niet-Friestaligen heb ik de tekst ook in het Nederlands geplaatst.
Een compliment is
een zaadje,
het laat los,
vliegt uit en groeit
en komt vaak
goed terecht
bij degene
die er juist niet
al te veel
van groeit


Via Opeinde en Oudega kwamen we uit bij de nieuwe uitkijktoren De Wynwachter aan de Mûntsegroppe. Vanaf de toren is goed te zien hoe het landschap zich ontwikkelt. Waar nu nog graafmachines aan het werk zijn, ligt over enkele jaren een uitgestrekt nieuw meer aan de voet van de toren.


We vervolgden onze rit richting de Jan Durkspolder. Aan het einde van de Geau stelde Jan voor om nog een extra rondje ten zuiden van Earnewâld te maken. Daar maakten we een stop bij een weiland waar enkele landgeiten stonden te grazen en herkauwen. In het aangrenzende weiland liepen een aantal paarden met hun veulens.
Een meisje met prachtig donkerrood haar had duidelijk een zwak voor de paarden. Vol aandacht stond ze een van de dieren te aaien, terwijl het paard haar aanrakingen geduldig en zichtbaar op zijn gemak toeliet.




Na het bovenstaand rondje gingen we op de Geau nu linksaf. We reden langs het water en uitkijktoren Romsicht. Zie Google Maps.



Bij de Hooidammen staken we met het pontje over. Het mooie weer had veel mensen naar buiten gelokt, waardoor het gezellig druk was. Ook de zeilschool bij De Veenhoop draaide nog op volle toeren, getuige de vele zeilboten die op het water te zien waren.




Bij de picknicktafel naast molen Herkules maakten we nog een korte stop voordat we huiswaarts zouden keren. Althans, dat dachten we op dat moment. Pas later bleek dat dit niet onze laatste, maar onze een na laatste stop van de dag was…


Sinds Jan in het bezit is van een Joiny had hij nog niet eerder zo’n lange rit gemaakt. Toen we Smalle Ee naderden, wierp hij een blik op de kilometerteller van mijn Joiny. Ik vroeg hem of het goed zou komen met de accu en de resterende afstand. Jan maakte zich geen zorgen. De teller stond op 42 kilometer en naar huis was het nog ongeveer vijf kilometer. Volgens de documentatie heeft een Joiny immers een actieradius van 50 tot 60 kilometer.
Twee kilometer later begon de snelheid echter langzaam af te nemen. Niet veel verder verdween alle ‘paardenkracht’ uit de Joiny en kwam hij tot stilstand. We stonden stil vlak bij een woonboerderij. De bewoners stonden op de oprit te praten en we legden onze situatie uit. We troffen het enorm, want zij beschikten over een bus met oprijplaten. De Joiny werd in de bus geduwd en Jan werd keurig thuisgebracht.
Terwijl de mannen vertrokken, bleef ik nog even gezellig napraten met de vrouw des huizes. Tijdens ons gesprek ontdekten we dat we allebei verpleegkundige zijn. De wereld is soms klein. Niet veel later stapte ik weer op de fiets en arriveerde ik bij Aafje en Jan thuis, waar het avontuur met een onverwachte maar goede afloop werd afgesloten.


Ondanks een defecte fietsketting en een lege Joiny-accu was het een dag met een gouden randje, zoals mijn moeder altijd zei wanneer ze had genoten van een mooie dag of een geslaagd uitstapje. Terwijl we terugkeken op alle belevenissen, zeiden Jan en ik tegen elkaar dat we maar niet twintig jaar vooruit gaan kijken. Laten we eerst maar afwachten van wat het komende jaar ons brengt, met hopelijk weer vele genietmomenten met mooie fotokansen. Zie ook het weblog van Jan over deze dag.