Visdiefjes in de Onnerpolder

Nadat ik een tijdje had rondgedwaald bij de uitkijktoren volgde ik het pad langs het Zuidlaardermeer. Achterom kijkend maakte ik een foto van de uitkijktoren.

Boven het meer en boven de sloot waren visdiefjes aan het vissen. Een van de visdiefjes schoot naar beneden naar de sloot. Maar helaas, geen visie

Ik zag op Google Maps dat rondlopen geen optie was, dus wandelde ik over hetzelfde pad terug.

Zangvogels in de Onnerpolder

In de vorige serie schreef ik over mijn ontmoeting met de hermelijn in de Onnerpolder. Vandaag beginnen we aan de wandeling. Ik laat jullie eerst een paar overzichtsfoto’s zien van dit prachtige gebied aan het Zuidlaardermeer.

Het eerste vogeltje wat ik fotografeerde was de gele kwikstaart. Tijdens mijn wandeling heb ik verder een rietgors, een kneu, een rietzanger en een graspieper vastgelegd.

Wordt vervolgd.

Hermelijn in de Onnerpolder

Op social media zag ik foto’s voorbij komen die gemaakt waren in de Onnerpolder. Dat gebied was voor mij onbekend terrein. De Onnerpolder ligt in de provincie Groningen aan het Zuidlaardermeer. Vanaf de A28 nam ik de afslag Glimmen. Vervolgens reed ik via Blankeweer naar Noordlaren. Zie Google Maps. Onderweg maakte ik een stop om het prachtige coulissenlandschap te fotograferen. Ik wist niet dat het daar zo mooi is.

Ik parkeerde mijn auto aan de rand van de polder en pakte mijn fotospullen en proviand uit de auto. Terwijl ik mijn camera met het 100 – 400 objectief over de schouder hing zag ik iets wegschieten bij de auto die geparkeerd stond achter mijn auto.

Ik greep mijn camera en schoot snel een aantal foto’s van het beestje wat het weiland inrende.

Ik had op dat moment geen idee om wat voor marterachtige het ging.

Pas later op de computer zag ik dat het een hermelijn was.

De hermelijn verdween in dit weiland. De wandeltocht moest nog beginnen, maar mijn dag was toen al goed.

Veldleeuwerik

Naast dit fietspad in Dwingelderveld sta ik regelmatig te genieten van de de zang van de veldleeuwerik.

Vanuit de vegetatie vliegt de veldleeuwerik plotseling al zingend omhoog. Dat opstijgen gaat best snel. Het is dan de kunst om de vogel door de zoeker in beeld te krijgen.

Als de veldleeuwerik weer op de grond landt dan zie je hoe goed ze gecamoufleerd zijn. Als ik deze niet had zien landen dan had ik deze vast niet gezien. Deze veldleeuwerik zette even zijn kuifje omhoog.

Op een vroege ochtend stond ik weer in alle rust om mij heen te kijken. Plotseling zie ik vlak bij mij een vogeltje rondscharrelen. Ook op onderstaande foto zie je hoe onopvallend ze tussen de begroeiing scharrelen.

Nu ik vaker in het veld ben zie ik nu beter het verschil tussen de piepers en een veldleeuwerik. Het werd mij al snel duidelijk dat dit een veldleeuwerik was.

Het was wel heel bijzonder dat dit vogeltje zich niets van mij aantrok en rustig doorging met het gescharrel.

Draaihals

Vorig weekend fietste ik even na 7 uur in Dwingelderveld. Het was even slikken toen de wekker zo vroeg af ging op mijn vrije dag, maar toen ik eenmaal in het veld was, had ik er geen spijt van.

Ochtendstond heeft goud in de mond. Met de opkomende zon en doordat het nog wat heiig was kreeg het landschap een wat mysterieuze sfeer.

Op een bepaald moment hoorde ik dit vogelgeluid. Ik had dit geluid nog niet eerder bewust opgemerkt. Ik had geluk dat er net iemand aan kwam wandelen die kennis van zaken had. Hij zag mij zoekend rondkijken en hij vertelde mij dat het de roep van een draaihals was. “De draaihals hoor je wel, maar je ziet hem niet hoor…”, vulde hij nog aan en de man wandelde verder. Ik zag echter in de verte een vogel zitten op de plek waar de roep vandaan kwam…

Met de Nikon bridgecamera moest ik flink inzoomen om de vogel in beeld te krijgen. Door de zoeker zag ik dat het de draaihals was. Ik kende deze vogel namelijk van foto’s op Twitter gemaakt door echte vogelaars.

Even later vloog de draaihals in een struik dichterbij het pad. De draaihals zat toen wel veel dichterbij, maar bleef goed verstopt tussen de takken. Meer dan onderstaande beeld kon ik er niet uitslepen.

De draaihals behoort tot de spechtenfamilie. De draaihals staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ook al zijn de foto’s niet van topkwaliteit, ik ben wel blij met deze waarneming. En zo heb ik weer wat geleerd dankzij de passerende wandelaar.

Berber en Josefien

Tijdens mijn fietstocht over een van mijn favoriete fietspaden in Drenthe trof ik wederom de schaapskudde. Op die bewuste dag werd de kudde gehoed door Johan en zijn Hollandse Herder, Femke.

De kudde liep aan weerszijden van het fietspad. Er liep regelmatig een schaap op het fietspad. Het was dus opletten geblazen en zeker voor de racefietsers…

Bij de kudde lopen altijd twee geiten mee. Dat zijn Berber en Josefien. Geiten hebben een ander voedingspatroon dan schapen. Geiten hebben een voorliefde voor houtachtig voedsel zoals takken, boombast, struiken, houtige kruiden en bladeren.

Die behoefte is vooral in de lente aanwezig en zou kunnen komen door de zoete smaak van de sapstromen die in bomen en struiken op gang komen.

Geiten zijn onafhankelijke dieren die graag in hun eentje ronddwalen dat in tegenstelling tot schapen die echte kuddedieren zijn. Als je een geit niet in toom houdt kan een geit een enorme ravage aanrichten in de tuin. Laatst zei iemand tegen mij: ‘Door een geit leer je vloeken…’. Berber is een echte doerak, aldus Johan. Ze loopt regelmatig weg van de kudde. Om die reden heeft ze een bel om de nek. zo is ze gemakkelijker terug te vinden.

Of het door de bel komt of door haar gedrag, ze geniet wel de nodige belangstelling. Het is net alsof ze dat door heeft. Ze onderbrak haar foerageren en kwam naar mij toe en ging er eens goed voor staan.

Even later ging ze zitten en gaf ze zichzelf eens een lekkere krabbeurt. Best handig zulke horens.

Josefien ging rustig door met het eten van de bramenstruiken.

Enkele schapen graasden rondom de bramenstruiken. Één schaap raakte verstrikt in de struik. Het schaap trok en trok, maar het lukte niet om los te komen. Ik waarschuwde Johan die een eindje verderop stond. Net toen Johan in de buurt kwam wist het schaap zichzelf toch los te rukken. Johan en ik maakten van de gelegenheid gebruik om een praatje te maken.

Na een tijdje moesten Johan en Femke weer aan de slag om de kudde bijeen te drijven. Dat was voor mij het moment op mijn fietstocht te vervolgen.

450 schapen en 95 lammetjes

Op een zonnige, maar winderige dag fietste ik weer naar Dwingelderveld. Ik genoot van het frisgroene bos en moest daar even een foto van maken.

Ook deze keer zag ik de schaapskudde grazen in de buurt van het fietspad niet ver van de schaapskooi. Het viel mij al meteen op dat de kudde groter was dan een week eerder.

Tevens ontwaarde ik een aantal lammetjes. Het viel mij op dat er veel minder lammetjes waren dan schapen.

De kudde werd op die dag gehoed door Anja en Finn. Anja kwam naar het fietspad om een praatje te maken. We kennen elkaar al een aantal jaren van het Dwingelderveld. Het is altijd leuk om elkaar weer te zien en weer bij te praten. De meeste voorbijgangers vinden het overigens leuk om een praatje te maken en om meer over de schaapskudde te horen.

Ik vroeg aan Anja hoe het zat met het aantal schapen en lammetjes. Anja vertelde dat er gedurende één week 3 rammen bij de ooien worden gelaten. Binnen die week worden er dus een aantal ooien gedekt. Het scheelt enorm veel werk dat er ‘maar’ 95 lammeren worden geboren in plaats van 450. Dit aantal is voldoende om de kudde in stand te houden. Natuurgetrouw worden de lammetjes buiten geboren. Wel binnen een afrastering die wolven-proof is.

De kersverse moeders met hun lammetjes blijven 2 weken in de schaapskooi. Nadien gaan ze weer mee met de kudde. Het is belangrijk dat de lammetjes meteen weten hoe het hoort en daarom neemt Anja tijdens de eerste periode één ervaren hond mee en dat is Finn. De lammetjes zijn nog klein en kunnen nog niet ver lopen. Om die reden blijft de kudde in de buurt van de schaapskooi. De schapen en lammetjes eten in deze periode voornamelijk gras. Een beetje regen zou welkom zijn, want het gras is behoorlijk schraal. In de schaapskooi worden ze bijgevoerd met hooi. Als straks in mei het pijpenstrootje tussen de heide begint te groeien nemen ze dat als voedsel tot zich.

Meestal is er voor Finn geen werk te doen. Op zulke momenten wijkt hij niet van de zijde van Anja. ‘Aan de voet.’

Terwijl de schapen al grazend steeds verder van de kudde afdwalen vergeten ze nog wel eens dat ze een lammetje hebben. Op een bepaald moment schiet het ze dan te binnen en gaan ze al blatend in een drafje naar de kudde terug om hun lammetje te zoeken. De lammetjes zijn voornamelijk aan het slapen of aan het spelen. Het lijkt erop dat ze dit doen binnen de kinderopvang…

Toen de kudde zich te ver uitspreidde en enkele schapen naar beschermde vegetatie dreigden te gaan werd het voor Anja tijd om in te grijpen. Volgens mij hoefde ze geen woorden te gebruiken en zag Finn aan haar lichaamstaal wat er van hem werd verwacht. Hij stoof richting de kudde, binnen een minuut had hij de 450 schapen en 95 lammetjes bijeen gedreven.

Na deze klus voegde Finn zich weer bij Anja en liepen ze gezamenlijk verder. Voor mij was het tijd om mijn fietstocht te vervolgen.

Kraanvogel

Nadat ik naar mijn idee lang genoeg had gezworven over de Dwingelderheide fietste ik weer richting mijn thuisbasis. Bij een uitkijkpunt stonden mensen met een verrekijker te kijken naar…

Ze wezen mij op een kraanvogel. Een paartje kraanvogels heeft in dat gebied een nest. Ik had geluk dat de kraanvogel net zijn/haar haar benen strekte, zo was hij/zij beter in beeld dan wanneer de kraanvogel op het nest zou zitten. Het mannetje en het vrouwtje hebben hetzelfde uiterlijk, alleen is het mannetje wat groter. Ik kan dus niet zeggen of ik nu naar het mannetje of het vrouwtje stond te kijken.

Kraanvogels broeden in uitgestrekte moerasbossen en veengebieden. Hun nest bouwen ze het liefst op een rustige plek omgeven door kniediep water. Dat beschermt de nesten tegen vossen en andere roofdieren. Ook leven er in natte gebieden veel insecten, het voedsel voor jonge kraanvogels.

Meestal leggen de vogels twee eieren. Beide vogels broeden om beurten. Terwijl de ene broedt, foerageert en waakt de andere kraanvogel. De kraanvogels zijn zeer behoedzaam en vallen in de broedtijd nauwelijks op, ondanks hun grootte. Na een maand broeden, komen de eieren uit.

Er broeden op dit moment 7 paartjes in Dwingelderveld. Vorig jaar broedde een paartje op dezelfde plek als nu. Ze hadden toen 1 jong. Helaas is het jong gesneuveld. Men vermoedt dat het gegrepen is door een vos.

Het nest van de kraanvogels is ver verwijderd van het uitkijkpunt. Dat is tegen de verstoring een prima plek. Met mijn bridgecamera met 60x zoom heb ik er niet meer van kunnen maken dan deze fotoserie.

Om de broedende kraanvogels niet te verstoren is een gedeelte van het familiepad tijdelijk afgesloten. Daarnaast wordt er een dringend beroep gedaan aan de mensen om niet voorbij de afrastering te komen en de hond goed aangelijnd te houden. Er wordt overigens daar heel vaak gecontroleerd door een medewerker van Natuurmonumenten. Zie ook de site van Natuurmonumenten.

Veldleeuwerik en geelgors

Nadat ik de fotoserie van de vink had gemaakt hoorde ik de zang van de veldleeuwerik. Onder uitbundige klinkende zag klom het vogeltje hoger en hoger. Het lukt me niet om dat vast te leggen. Het zijn de mannetjes die spectaculaire zangvluchten maken. Ze kunnen wel tot meer dan honderd meterr klimmen om vervolgens luid omlaag te vliegen om in de buurt bij het vrouwtje te landen. Een uitzonderlijk record ligt op 56 minuten. Helaas gaat het zeer slecht met de veldleeuwerik. Sinds 1960 namen de aantallen met 95% af. Daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw en verruiging van de duinen. Bron is deze site van de vogelbescherming. De veldleeuwerik lijkt op de graspieper en ik heb ze dan ook al meerder keren verward. Op deze bewuste dag was het toch echt de veldleeuwerik die ik had vastgelegd. Helaas landde het vogeltje te ver weg om er een acceptabele foto van te maken. Toch laat ik de foto hier wel zien omdat het in dit geval gaat om de waarneming. Ik ga de komende weken vast nog een keer op herhaling…

Even later hoorde ik het kenmerkende geluid van de geelgors. Ik stapte van mijn fiets om te kijken of ik het vogeltje kon ontdekken. Het was even zoeken, maar toen zag ik het vogeltje zitten in een boompje.

Een korte tijd later landde er een geelgors in het gras. Geen fotogeniek plekje, maar dat mag de pret niet drukken. Ik had mijn eerste geelgors van dit seizoen te pakken.

Nadat de geelgors voldoende had geposeerd zocht het een veilig heenkomen tussen het frisse groen.