Speelbos Sparjebird, deel 2

Vandaag neem ik jullie weer mee naar Speelbos Sparjebird. Met de ogen goed open volgden mijn fotomaatje en ik de blinddoekroute…

We kwamen aan bij de bever.

De bever had een mooi begin gemaakt bij het bouwen van een burcht. De kinderen worden hier uitgedaagd om een eigen hut te bouwen van takken die op de grond liggen.

Vanaf de bever volgden we de voetstappen die op de boomstammen waren gezet. Het volgende houtsnijwerk was een uit de kluiten gewassen egel. Qua formaat was het een perfecte stoel voor Jan en daar maakte hij dan ook dankbaar gebruik van. Gelukkig voor Jan hadden ze bij het snijden van het hout de stekels achterwege gelaten…

Terwijl Jan zijn benen rust gunde struinde ik in de greppel en door de tunnel.

Na het rustmoment bij de egel vervolgden we onze weg en kwamen we aan bij de eekhoorn.

Gisteren besteedde ik aandacht aan de Dag van de Verpleging . Vandaag heeft Jan een post geplaatst waarbij hij in woord en beeld treffend heeft omschreven en aandacht besteed aan de corona-crisis en de werkers in de zorg. Tevens gaat Jan in die post terug naar 2006, het jaar waarin wij onze vijver aanlegden. Klik hier voor het verhaal van mijn fotomaatje.

Atalanta op bloesem

Een Vanessa atalanta oftewel atalanta, admiraal, nummervlinder of schoenmaker.

Het is een van de meest algemeen voorkomende vlinders in ons land en dan vooral in de hoog- en nazomermaanden. In de zomer zien we de vlinders het meest op onze vlinderstruiken en in het najaar doet de vlinder zich tegoed aan de peren die op de grond zijn gevallen.

Het is echter de eerste keer dat ik een atalanta op de bloesem van de kersenboom zag.

De atalanta is van oorsprong een trekvlinder. Door de zachte winters zien we deze vlinder de laatste jaren steeds vaker hier blijven. Ze hebben geen winterslaap en dat betekent dat ze als het koel en bewolkt is, stil zitten, maar dat ze, als het wat warmer en zonnig is, tevoorschijn komen en op zoek gaan naar brandstof.

Bijen en hommels op de bloesem

We blijven nog even bij de bloesem van de fruitbomen in onze tuin. Wij zijn blij met de bijen en hommels die druk bezig zijn met de kruisbestuiving van de bloesem. Aan de vleugels te zien lijkt het erop dat deze hommel al veel vlieguren heeft. Het is vast een overjarige hommel.

 

Behalve de hommels zijn ook de bijen druk met het verzamelen van stuifmeel. Op de foto is het stuifmeelklompje  aan de linker achterpoot te zien.

 

Het is zelfs gelukt om met de Nikon bridgecamera een vliegende bij vast te leggen.

 

Tjiftjaf

Gisteren liet ik hier diverse vogels tussen de bloesem zien. Er is echter in onze tuin nog een vogeltje die zich veelvuldig laat horen en zien en die gisteren nog geen plekje had gekregen op mijn weblog en dat is de tjiftjaf. Ook de tjiftjaf is op zoek naar insecten in onze tuin. Die zijn er genoeg als je maar wel de goede kant opkijkt…

De tjiftjaf heeft onze enorme walnotenboom uitgekozen als zangpost. Het vogeltje roept ongeveer 4 keer zijn naam snel achter elkaar en vliegt vervolgens naar de volgende tak. Het vraagt dus veel geduld en inzet om er een fotoserie van te maken.

Als meerdere takken van de walnotenboom zijn bezocht dan vliegt de tjiftjaf of terug naar het aangrenzend perceel of gaat het vogeltje meerdere fruitbomen bij langs. Het is soms wel een zoekplaatje om de tjiftjaf door de zoeker van de camera weer terug te vinden.

 

Vogels tussen de bloesem

In onze tuin staan 16 hoogstam fruitbomen. Op dit moment staan de perenbomen en kersenbomen volop in bloei. De appelbomen komen er iets achteraan.

Het leek me leuk om een fotoserie te maken van de vogels tussen de bloesem. Enkele foto’s heb ik vanuit de woonkamer genomen, andere foto’s vanuit de tuin. Het viel nog niet mee om de vogels vast te leggen, als ik eraan kwam met de camera gingen ze er in de regel snel vandoor. Het was een mooi tijdverdrijf voor de zondagmiddag.

Rond de bloesem van de fruitbomen zitten vele insecten. De insecten zijn blij met zoveel bloesem in de tuin en wij zijn op onze beurt weer blij met deze bestuivers. De vogels zijn vervolgens weer blij met de insecten, je ziet ze dan ook nauwgezet de bloesem bij langs gaan op zoek naar een smakelijk hapje. Op onderstaande foto lijkt het erop dat deze insect de dans is ontsprongen.

Deze koolmees zat tussen de bloesem van de appelboom.

Er nestelen meerdere koolmezen in de nestkastjes in onze tuin.

Gisteravond, tijdens zonsondergang kwam zowaar de groene specht een bezoek brengen aan onze perenboom. De groene specht heeft zijn nest in een populier op een perceel grenzend aan onze tuin. We horen de specht veelvuldig, maar vastleggen is een tweede. Ze zijn nogal snel en schichtig. Gisteravond zat de specht verscholen achter de takken. De warme kleuren van de zonsondergang werkten mooi mee. Vanuit de woonkamer heb ik er enkele foto’s van gemaakt. Doordat de specht zat verscholen achter de takken zijn ze helaas niet goed gelukt. Onderstaande foto is nog redelijk. Het gaat dus om het idee.

Bonte vliegenvanger

In onze tuin heb ik afgelopen week de bonte vliegenvanger gespot. Als ik op deze site kijk dan denk ik dat het een vrouwtje was. Ze verkende het nestkastje. Dit nestkastje hangt aan de perenboom in onze voortuin. De perenbomen staan op dit moment volop in bloei. De bloesem trekt weer vele insecten en daar profiteren de vogels weer van.

Vervolgens zat het vogeltje een korte tijd bovenop het kastje en verkende de omgeving. De foto’s zijn gemaakt vanuit de woonkamer. De Nikon bridgecamera ligt al standaard voor het grijpen zoveel moois komt er momenteel voorbij in onze tuin.

Een voorganger is al eens druk bezig geweest om de voordeur te vergroten. Ik hoop wel dat deze bonte vliegenvanger de woning nu nog goedkeurt.

De holwortel en de hommel

Vandaag zoomen we in op de holwortel, ook wel kloosterkruid genoemd. De holwortel is een vroege lentebloeier. In maart/april kleurt het landgoed Dickninge rozerood en wit door de bloeiende holwortel. Het groen/blauwig blad bedekt de bodem. De holwortel is een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae). De naam holwortel heeft de plant te danken aan het feit dat de ondergrondse knol van binnen hol is. De botanische naam Corydalis is afgeleid van het Griekse woord korydalis wat kuifleeuwerik betekent. Daarmee een overeenkomst aangevend op de bloem van de holwortel. Cava betekent hol, wat duidt op de holle knol. De holwortel is inheems in Midden-, Oost-, en Zuid-Europa. In Nederland en België is de holwortel aangeplant en verwilderd, mogelijk nog wild aan de uiterste oostgrens van Nederland en elders een kweekplant. Daarom hoort de holwortel ook tot de stinsenplanten.

De spoor van de bloem steekt ongeveer tot 12 millimeter over de bloemsteel uit. In het achterste deel van de spoor zit de honig. Omdat de spoor zo lang is kunnen alleen de insecten erbij met een lange tong of snuit (sachembij, wolzwevers of vlinders) tot achterin het spoor komen. De aardhommel bijvoorbeeld (Bombus terrestris) is te groot voor de nauwe bloem en bijt ter hoogte van de knik, gewoon een gaatje om bij de nectar achterin de spoor te komen. En zo kunnen meerdere bijen (de honingbij o.a.) bij de honing. De bijen die niet in de ´buis´ passen, proberen het eerst wel. Doordat ze landen op de onderste lip buigt deze een beetje door. De meeldraden en de stamper komen vrij en laten stuifmeel op het insect los. Het insect vliegt naar een andere holwortel voor nectar en zorgt zo voor kruisbestuiving. Althans zo hoort het te gaan aldus deze site.

Op de dag dat ik daar aan het fotograferen was, was de temperatuur nog niet hoog. Er vlogen dan ook nauwelijks insecten rond de bloemen van de holwortel. Gelukkig vlogen er een handjevol hommels die ik vervolgens bestookte met mijn macrolens. Ik heb deze keer een wat grotere scherpte/diepte gehanteerd in de hoop ze vliegend vast te kunnen leggen. Dat viel nog niet mee, omdat er bij zoveel bloemetje altijd maar weer afwachten is welke kant ze opvliegen. En zo gebeurde  het dat de hommel al bijna het beeld was uitvlogen voordat ik hem had vastgelegd.

Een aantal keren lukte het toch om ze in vlucht vast te leggen.

Hommels zijn goede bestuivers die ook vliegen bij minder gunstige weersomstandigheden, terwijl honingbijen enkel vliegen bij temperaturen boven de 12°C. Hommels vliegen van zonsopgang tot zonsondergang. Hun hele levenscyclus is afhankelijk van het stuifmeel en nectar uit bloemen voor hun voedsel. Bloemenstuifmeel bevat veel eiwitten en nectar veel suikers. Nectar geeft dan ook aan bijen en hommels energie om te kunnen vliegen. Maar stuifmeel en nectar dienen ook als voedsel voor hun larven. Voor het transport ervan naar het nest, hebben de vrouwtjes aan de achterpoten speciale stuifmeelkorfjes (corbicula), die we ook terugvinden bij de honingbij. De hommels die bij de bloemen van de holwortel rondvlogen hadden geen stuifmeelkorfjes aan hun poten. Hoe dat komt daar kom ik zo op terug.

Er zijn hommelsoorten met middellange of korte tongen, zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) en de Weidehommel (Bombus pratorum). Hun tong is ongeveer even lang als die van een honingbij. Om toch bij diepliggende nectar te geraken, gaan ze op roverstocht en breken in in de bloem. Ze bijten een gaatje in de zijkant van de lange kroonbuis en steken daardoor hun tong om zo toch van de nectar te kunnen drinken.

Deze dieventruc is nadelig voor de bloem, want de zoete nectar wordt geroofd zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden.  “Diefstal na inbraak” noemde de bekende veldbioloog J.P. Thijsse (1865-1945) dit gedrag. En dat verklaart waarom deze hommels geen stuifmeelkorfjes aan de achterpoten hadden. Ze waren bezig met hun dieventruc.

Onderzoekers van de Royal Society B. in Engeland  toonden nu aan dat bijen en hommels het nectarroven van elkaar aanleren en als het ware ‘leren stelen’. De ‘leerling-dieven’ gaan daarna ook zelf gaatjes bijten in de bloemkroon om de nectar te kunnen bemachtigen. Van deze inbraakgaatjes maken ook andere nectarzuigende insecten, zoals zweefvliegen, kevers en vlinders dankbaar gebruik om op een eenvoudige manier aan nectar te kunnen komen. Deze informatie heb ik van deze site van Nature Today.

En tot slot nog een foto van de bosanemoon.

Holwortel bij landgoed Dickninge

In deze tijd van het jaar bloeit de holwortel. Toen het afgelopen dinsdag zo mooi weer was besloot ik met de camera’s en een lunchpakket naar landgoed Dickninge te rijden.

Op het landgoed staan wel duizenden planten in bloei. Gelukkig waren er maar een handjevol mensen die daar ook een wandelingetje maakten. Fotografen zoals ik waren helemaal niet aanwezig. Gelukkig. Over de holwortel, ook wel het kloosterkruid genoemd kun je op deze site alles lezen.

De rijke geschiedenis van landgoed Dickninge wordt op deze pagina beschreven.

Tijdens mijn wandeling over het landgoed hoorde ik veelvuldig het ‘trrrrrrrrr’ van twee spechten. Het was net alsof ze met elkaar communiceerden. Ondanks mijn speurwerk lukte het maar niet om ze te vinden totdat ik er eentje zag neerstrijken op de stam. Helaas net achter een tak. Ook hoorde ik meerdere malen het geluid van een groene specht. De specht maakt dit ‘lachend’ geluid tijdens de vlucht. Ik ken dat geluid goed omdat er vlakbij onze tuin ook een groene specht zetelt. Tijdens het speuren naar de bonte specht zag ik per ongeluk een groene specht. De specht zat ver weg en ik moest flink inzoomen.

Toen ik bezig was met het fotograferen van de holwortel zag ik boven mijn hoofd iets kleins bewegen. Het was een staartmeesje. Ik heb in de winter in onze tuin wel eens een groepje staartmeesjes vastgelegd, maar een staartmeesje vastleggen in de natuur was voor mij de eerste keer.

Morgen zoomen we in op de holwortel, de hommels en de bosanemoon.

Rietland zonder vliegtuigstrepen

Nadat ik het kammen van riet had vastgelegd wandelde ik verder door het rietland.

Tussendoor genoot ik van de mooie blauwe lucht met hier en daar een wolkje. En waar ik nog het meest van genoot was het feit dat er geen vliegtuigstreep was te zien.

Op dat stukje waar ik me alleen op de wereld waande dacht ik terug aan vroeger. Aan de tijd dat ik met mijn vader meeging naar het riet. Aan de tijd dat ik in de ruigte (afval) ging liggen en naar boven keek en genoot van de mooie wolkenluchten. Nadat ik in alle rust had genoten van de stilte, de warme herinneringen, de geur en  het uitzicht wandelde ik weer terug naar Klaas Jan. Klaas Jan had net een dikke bos riet klaar.

Deze dikke bos riet bracht hij naar de slee. Een bos riet weegt al snel 30 kilo. Ook dit is dus een zware klus.

Terwijl Klaas Jan en Sander een korte pauze namen en iets gingen drinken wandelde ik in alle rust richting naar de auto.

Op onderstaande foto zie je goed het verschil tussen een perceel wat wel of niet wordt gemaaid. Als een perceel niet wordt gemaaid dan komen er steeds meer boompjes te staan en ontstaat er het zogenaamde broekbos. Het maaien van de rietlanden is niet alleen voor het oogsten van het riet, het is ook belangrijk voor het onderhoud van de natuur. Rietlanden herbergen speciale flora en fauna. De grote vuurvlinder is daar het mooiste voorbeeld van. De grote vuurvlinder heeft in de rietvelden zijn waardplant Het is de enige plek in Europa waar deze vlinder nog voorkomt. Rietsnijders zijn dus onontbeerlijk voor een goed natuurbeheer. Zie ook op deze site.