Moerassprinkhaan en andere

Tijdens onze fotokuier in de Weerribben kruisten ook meerdere sprinkhanen ons pad.

Het is gelukt om er een aantal op de foto te zetten. Ik ben geen kenner van sprinkhanen, maar door te zoeken op internet probeerde ik er wel wat over te leren. De krasser is een soort die ik al wel kende. Het is een soort die zich graag verstopt voor de fotograaf.

In Nederland kennen we ongeveer 50 soorten die je makkelijk kunt leren kennen, zo wordt er geschreven op deze site. Maar ja als je net begint en tot dusver alleen twee namen kende dan is 50 wel heel veel.  De site van Jan van Duinen gaf mij veel duidelijkheid over diverse soorten. Er zijn drie groepen sprinkhanen en dat zijn
1. Veldsprinkhanen
2. Sabelsprinkhanen
3. Doornsprinkhanen
De krasser behoort tot de groep van veldsprinkhanen. Op onderstaande foto houdt de krasser zich schuil in het hoge gras.

Tijdens de wandeling had ik ook een sprinkhaan vastgelegd waarvan ik pas op de computer leerde om wat voor soort het ging. Het was de moerassprinkhaan. Ook de moerassprinkhaan behoort tot de groep van veldsprinkhanen.

Ik wees mijn vriendin op de haagwinde (pispotjes) en vertelde haar dat deze plant een plaag is voor de rietteler. Op hetzelfde moment ontdekte ze twee sprinkhanen op de haagwinde. Het was een roodbruine en een witte sprinkhaan.

Via internet leerde ik dat we hier (volgens mij) te maken hebben met nimfen. Het zijn nog niet te determineren veldsprinkhanen.

Vlinders in de Weerribben

We hoopten tijdens onze fotokuier in De Weerribben de grote vuurvlinder en de grote weerschijnvlinder te zien, maar dat feest ging niet door. Ik laat hier de vlinders zien die we wel tegenkwamen. Op onderstaande foto wandelden we over een pad waar naast het pad vele kale jonkers bloeiden. De kale jonkers werden druk bezocht door diverse vlinders.

Hieronder staan diverse vlinders. De namen staan bij hun foto vermeld.

De rups van een dagpauwoog kwam ik tegen op dezelfde dag dat ik de serie van de ijsvogel maakte. Deze rups krijgt vandaag een plekje op mijn weblog in deze serie met o.a. de dagpauwoog.

Het landkaartje in zomerkleed heb ik één keer zien vliegen en landden. Ik kon er slechts twee foto’s van maken.

Libellen en andere insecten in de Weerribben

Met een vriendin tevens (natuur)fotografe ging ik op vrijdag 3 juli op stap naar de Weerribben. Voor mij was het een thuiswedstrijd, maar voor mijn vriendin uit Drenthe waren dit nieuwe plekjes. We startten in het Woldlakebos.

We gingen specifiek op zoek naar libellen en wel naar witsnuitlibellen. Eigenlijk waren we aan de late kant, want het seizoen voor bijvoorbeeld de gevlekte witsnuitlibel loopt ten einde. Dat is dan ook wel te zien aan de slijtage aan de vleugels. Ze waren onrustig en lastig te fotograferen, ik heb er slechts eentje acceptabel op de foto kunnen krijgen.

Gewone oeverlibel, een vrouwtje.

Er vloog een paringsrad van libellen voorbij. Ze landden op het pad een eindje bij ons vandaan. Door in te zoomen met de bridgecamera kon ik ze vastleggen. Geen mooie ondergrond dan wel achtergrond, maar toch krijgt deze foto hier een plekje. Het lukt mij zelden om een paringsrad van libellen vast te leggen. Volgens mij gaat het hier om de gewone oeverlibel.

De libellensoort die we veelvuldig zagen vliegen was de bloedrode heidelibel en dan met name jonge mannetjes. Slecht één keer zag ik een volgroeid mannetje vliegen en landden. Gelukkig kon ik deze vastleggen. Tussen de libellen door heb ik ook nog een hommel en een paartje rode weekschildkevers (soldaatjes) vastgelegd.

Tot slot de ‘grote’ ogen van een lantaarntje.

De bewolking nam toe. De lucht zag er eventjes dreigend uit, maar we hielden het droog.

Aan het eind van onze wandeling troffen we toevallig wederom Marijke. De natuurfotografe uit Kalenberg. Nadat we een aantal wetenswaardigheden hadden uitgewisseld vervolgden we onze weg.

Wordt vervolgd. 

Hommel op de papaver

Gisteren plaatste ik een post met een foto van een hommel op een stokroos. Vandaag plaats ik een serie waarbij de hommel foerageert op de papaver. Beide series zijn gemaakt in onze tuin.

In het ecosysteem is de bij nuttig als bestuiver en als voedsel voor de vogels. Uit berekeningen blijkt echter dat de bijen belangrijker zijn als bestuiver dan dat ze rechtstreeks dienen als voedsel voor de vogels. Er zijn namelijk twee keer zoveel vogelsoorten afhankelijk van bestuivingsproducten zoals vruchten en zaden, dan van bijen als direct voer. Dit onderzoek is uitgevoerd door Koos Biesmeijer.

In het artikel stelt Koos dat het slecht gaat met de wilde bij. Heel veel wilde bijensoorten staan op de rode lijst. Andere soorten zoals de tuinhommel (Bombus hortorum) doen het gelukkig wel goed.

We doen in onze tuin ons best voor insecten en dus ook voor de vogels. We hebben veel bloemen, een vijver wat veel insecten aantrekt en we gebruiken geen gif. Toch dragen wij niet echt bij tot uitbreiding van de soortenrijkdom. Maar dat kleine beetje wat we kunnen doen, dat doen we.

Op de cover

Begin mei werd ik benaderd door Gabriëlle van LBL met de vraag of ze mijn foto van de hommel op de stokroos mochten gebruiken voor het zomernummer van Staatsbosbeheer. Ze had de foto op internet gevonden.

Het was een foto die ik gepubliceerd had op mijn oude weblog in de tijd dat ik de foto’s bij Photobucket onderbracht. Klik hier voor dat logje over de stokroos en de hommel. Jarenlang kon je bij Photobucket je foto’s gratis onderbrengen om ze vervolgens via een link te hosten op sites van derden. In eerdere jaren zijn er wereldwijd miljoenen foto’s bij Photobucket ondergebracht.  In juni 2017 introduceerde Photobucket stilletjes een jaarlijkse vergoeding van $ 399 om afbeeldingen in te sluiten. De foto’s gingen ‘op zwart’ totdat men ging betalen. Photobucket kreeg met die actie de hele wereld over zich heen. Men was niet bereid om zoveel geld te gaan betalen. Door alle opspraak plaatste Photobucket de foto’s terug, maar dan wel met een watermerk dwars over de foto’s. Zie ook deze site. Ik ben nooit tot betaling overgegaan.

Maar nu weer terug naar het verzoek van Gabriëlle. Ondanks dat er een groot watermerk op de foto staat wist ze de foto wel te vinden en te waarderen. Op haar verzoek mailde ik haar de originele foto.

De foto is gebruikt voor een artikel over de wilde bij. Het artikel gaat het over het belang van de wilde bij als bestuiver. Op de rode lijst van de Nederlandse bijen staat 55 procent van het totaal aantal wilde bijensoorten en dat is enorm veel. Het artikel is te lezen in de digitale versie. Klik hier voor het digitale magazine.

Ik vind het wel een interessant blad. De foto komt op het blad niet mooi naar voren. De kleuren zijn vaal. Jammer.

 

Kleine vuurvlinder

Terwijl ik zat te posten bij de grauwe klauwier landde er een klein vlindertje bij mijn voeten. Al snel zag ik dat het de kleine vuurvlinder was.

Ik verruilde mijn Nikon bridgecamera voor de Canon met macro-objectief.

In tijgersluipgang kwam ik steeds dichterbij de kleine vuurvlinder. Ik leg ze liever vast terwijl ze op een bloem zitten in plaats van op een rommelige bodem, maar ja je hebt het niet altijd voor het zeggen.

 

 

Een onfortuinlijk heideblauwtje

Tijdens onze fotokuier in Weinterper Skar vlogen er ook meerdere heideblauwtjes rond. Het lukte om een vrouwtje en een mannetje vast te leggen.

Zoals ik het vorige logje al schreef was er op de oever van het ven veel zonnedauw aanwezig. Ik speurde de zonnedauw af of er ook zonnedauw was met een interessante prooi. Plotseling zag ik tussen de vele zonnedauw iets blauws.

Toen ik inzoomde zag ik dat een heideblauwtje gevangen zat in de tentakels van de zonnedauw.

Het onfortuinlijke blauwtje leefde nog wel. Het vlindertje was echter al zover heen dat het niet meer loonde om het te bevrijden.

Een paringsrad bij het zuidelijke ven

Een tijdje geleden nam mijn fotomaatje, Jan mij mee naar het zuidelijke ven in het  Weinterper Skar.

Ik maakte eerst een aantal foto’s van het prachtige uitzicht over het ven. Tientallen libellen scheerden over het water en de oever. Stilzitten was er niet bij.

Terwijl Jan zijn fotografie afwisselde met rustmomenten op het vissersstoeltje ging ik ‘op de struun’ met de camera met macro-lens. Een paartje watersnuffel was bezig met hun voortplanting. In een paringsrad vlogen ze driftig rond. Uiteindelijk kozen ze voor een mooi plekje zodat ik ze kon vastleggen.

Een stofje in het oog of zwaaide het mannetje even vriendelijk naar de fotograaf?

Smaragdlibel

Bij water is altijd leven. Nadat ik bij het water de gevlekte witsnuitlibel, de grote keizerlibel en de grote oeverspin had vastgelegd wandelde ik al speurend verder over het pad.

Plotseling ‘dwarrelde’ er weer een onderwerp voor mijn ogen langs. Een libel liet zich min of meer vallen in het struweel. Ik richtte snel mijn macro-lens op de libel voordat deze weer zou wegvliegen.

Het was een opvallend en prachtige gekleurde libel en wel de smaragdlibel. De libel ging er niet direct weer vandoor, door de zoeker zag ik wat de mogelijke oorzaak was, er zat slijtage aan zijn vleugels…

Johannes schrijft op zijn site het volgende: ‘De smaragdlibel is een mooie glanslibel die vrij lastig van sommige familieleden te onderscheiden is. De vrouwtjes hebben een achterlijf wat overal even dik is, de mannetjes hebben meer een knotsvorm. In tegenstelling tot de metaalglanslibel ligt het zwaartepunt van de knots in de laatste segmenten, in plaats van in het midden. De smaragdlibel mist de gele vlekken aan de zijkant van het lichaam die wel voorkomen bij de zeldzame gevlekte glanslibel.

Verse exemplaren zijn groen met bruinige ogen, de wat langer vliegende dieren kleuren bruin uit en krijgen prachtig groene ogen. Ze komen voor bij vennen en laagveenmoerassen. De vliegtijd is van mei tot juli’. Dat laatste verklaart wellicht de slijtage aan de vleugels. Het was nog wel een uitdaging om de libel vanaf de voorkant te fotograferen, maar het is uiteindelijk wel gelukt.

 

Dolomedus plantarius of fimbriatus?

Terwijl ik langs een sloot liep in de Weerribben hoorde ik wat plonzen. Ik speurde in de sloot, maar kon de oorzaak van het plonzen niet ontdekken. Wel viel mijn oog op een hele grote spin. Ik ging er vanuit dat ik hier te maken had met de grote oeverspin oftewel Dolomedes plantarius. Ik had de uitzending gezien van  Vroege Vogels en wist dat ze een voorliefde hebben voor krabbenscheer en voorkomen in laagveengebieden zoals de Wieden en de Weerribben.

Na speurwerk op de computer kwam ik erachter dat er twee soorten spinnen zijn die lastig van elkaar zijn te onderscheiden. Naast de grote oeverspin is er ook nog de grote vlotterspin oftwel de Dolomedes fimbratius. Nu weet ik niet zeker welke soort spin ik heb vastgelegd. Wie het weet mag het zeggen…

Deze spinnen zijn groot. Ze kunnen aan de oppervlakte rennen of onder water zwemmen om prooien te vangen. Vaak heeft de spin zijn voorpoten op het wateroppervlakte om trillingen van prooien te detecteren. Als de spin zich bedreigd voelt, gaat hij zich in een luchtbel een uur lang onder water verbergen.

Op YouTube vond ik een mooi filmpje over de Dolomedus plantarius.