De meikever

Ik heb nog een aantal series te gaan met de fotografische hoogtepunten uit onze vakantie op Texel. Vandaag onderbreek ik echter die series door een actueel onderwerp en wel met een fotoserie van een meikever.

Vanwege het koude en natte voorjaar vliegen de meikevers dit jaar laat. Althans dat is mijn hypothese. In en rond onze tuin zijn de meikevers in de regel goed vertegenwoordigd. Het zijn niet meer zulke grote aantallen als jaren geleden, maar toch. Ze vliegen als het schemer wordt. Iedere avond als het bijna donker is sta ik op het balkon te genieten van de langsscherende meikevers en vleermuizen. Ik sta dan bewust in het donker. Meikevers gebruiken namelijk het maanlicht als een manier om recht te kunnen vliegen, van kunstlicht raken ze in de war. Ze vliegen dan rondjes om de lichtbron.

De volwassen meikever eet bladeren van allerlei loofbomen. Hij heeft een voorkeur voor zomereik, beuk en haagbeuk maar ook voor fruitbomen. Dat verklaart de wellicht de aanwezigheid van de vele meikevers in onze tuin. We hebben veel bomen in onze tuin waarvan de meerderheid hoogstamfruitbomen is.

Wat ons opvalt is dat de meikever een voorliefde heeft voor onze krulhazelaar. Deze hazelaar staat aan de rand van de vijver dichtbij onze veranda. Als we na een werkdag op een mooie zomeravond onder de veranda zitten dan zien we de meikever rond de krulhazelaar vliegen. Op een vooravond heb ik getracht een vliegende meikever vast te leggen. Dat viel nog niet mee. Ondanks de instelling (sportfotografie) heb ik er slechts twee redelijke foto’s uit kunnen slepen.

Bij meikevers zijn het vooral de vrouwtjes die heel erg veel eten. Mannetjes eten eerder weinig. Bij de zoektocht naar een vrouwtje, speelt dit gegeven ook een rol. De voelsprieten van mannetjes zijn erg gevoelig voor feromonen, geurstoffen die de vrouwtjes afscheiden. Maar hun voelsprieten zijn nog gevoeliger voor alcoholen, die vrijkomen uit beschadigde bladeren, bijvoorbeeld door etende vrouwtjes. Zo komt het dat de mannetjes in de eerste plaats afkomen op de geur van beschadigd blad en pas erna de feromonen van een vrouwtje in de buurt detecteren. In tegenstelling tot de meeste insecten, waar de mannetjes door de geurstoffen van de vrouwtjes gelokt worden. Bron is deze interessante site waar je alles leest over de meikever.

Dat verklaart dus het gedrag van het mannetje die voortdurend rond de krulhazelaar vliegt om vervolgens ergens tussen de bladeren te landen. Het mannetje vindt tussen de bladeren een vrouwtje. Ik heb ze een keer ‘betrapt’. Ik heb er een paar foto’s van gemaakt. Dat ging lastig vanwege de bladeren en ik wilde ze niet verstoren. De foto’s zijn gemaakt met het macro-objectief, vandaar de beperkte scherpte/diepte.

Het gebeurt ook wel dat een meikever uit een boom valt en op een lager gelegen gelegen plant of op de grond terecht komt.

Deze meikever belandde op een palmboompje.

In plaats van dat de meikever gewoon wegvloog bleef deze tussen de bladeren van de palm rondscharrelen. Toen ik even later weer ging kijken was de meikever toch gevlogen.

Bijen en vogels tussen de bloesem

In het vorig bericht liet ik de bloemenpracht aan de fruitbomen zien. Het is nu aan de bijen om die ontelbare bloemetjes te bestuiven. Als de zon schijnt dan vliegen er inderdaad vele bijen van bloem naar bloem. Het bestuiven van de bloemen is niet hun hoofdtaak, de bestuiving vindt plaats terwijl ze bezig zijn het verzamelen van nectar en stuifmeel.

Bijen vliegen van maart t/m oktober. De bijen hebben het meeste baat bij bomen die veel nectar en stuifmeel leveren, de zogenaamde drachtbomen. De meeste bomen bloeien in het voorjaar en in de zomer. Zo ook in onze tuin. Ik leerde op deze site dat er een paar soorten zijn die tot in september nog bloemen kunnen geven en dan massaal door bijen worden bezocht. De bekendste, met toepasselijke namen zijn de honingboom (Sophora) en de bijenboom (Tetradium). Sinds de appelboom is omgewaaid is er een plek in onze achtertuin vrijgekomen. Op die plek zouden we wel een honingboom of bijenboom kunnen plaatsen.

Het zijn niet alleen de honingbijen die zorgen voor de bevruchting van onze fruitbomen. De grootste groep is de wilde bij. Er zijn ook enkele (nacht)vlindersoorten die baat hebben bij de fruitbomen. Tijdens of na de bloesem groeit het jonge blad aan de bomen. Vooral nachtvlinders hebben de appelboom of pruimenboom als waardplant. Sommige van deze vlinders kunnen voor een rupsenplaag zorgen, maar meestal is er een goed evenwicht omdat de vogels in dezelfde tijd hun jongen voeden. Vooral meesjes struinen fruitbomen af op zoek naar voedsel voor hun kroost.

In onze tuin zijn meerder nestkastjes bezet. Daarnaast zijn er nog vele nestjes in het struweel. Al die bekjes moeten wel gevuld worden en dan is het mooi meegenomen als ze daarvoor niet al te ver weg hoeven.

De ouden zijn dan ook volop aan het zoeken tussen de bloesem naar voedsel voor hun jongen.

Het huidige weertype is wel triest voor de (wilde) bijen. Op het moment van schrijven regent het en is het 12 graden. Ik heb net een rondje gemaakt door de tuin. Er is geen insect te bekennen. De vogels in onze tuin hebben zelf geen last van de regen. Gelukkig maar, want ze moeten ook gewoon door met het zoeken naar voedsel voor hun jongen.  

Bijen bij de blauwe druifjes

In onze verhoogde bloembak in de achtertuin staan veel blauwe druifjes. Als het zonnetje schijnt en de temperaturen komen in de dubbele cijfers dan maken de bijen dankbaar gebruik van deze blauwe druifjes.

Vervolgens kan ik mij met de macrolens weer helemaal uitleven op de foeragerende bijen. De bloembak van zwerfkeien, gemaakt door de vorige eigenaar, is 60 cm hoog. Zittend op een laag krukje kan ik op een comfortabele manier de blauwe druifjes en de bijen vastleggen.

De grootste uitdaging vind ik om de bijen al vliegend vast te leggen. Na de eerste fotosessie heb ik er één acceptabele foto kunnen uitslepen. Voordat ik tijd had voor een tweede fotosessie sloeg het weer om. Bij regen, kou en harde wind is er geen bij meer te zien. Zo jammer.

Hommels bij de Pieris japonica

Naast de vijver staat een Pieris japonica. De hommels maken dankbaar gebruik van de bloemen van deze grote struik. Het valt nog niet mee om acceptabele foto’s te krijgen van de foeragerende hommels. De drukke hommels kunnen zich prima verschuilen tussen de ontelbare bloemetjes.

Meestal zie je alleen de achterkant van de hommel. Slechts een enkele keer lukte het om ze in z’n geheel vast te leggen.

De grootste uitdaging was om ze vliegend vast te leggen.

Voor deze serie gebruikte ik mijn macro-objectief. De Canon body die ik daarvoor gebruik is de 80D. Deze body heb ik onlangs over kunnen nemen van mijn zus. Waar ik haar heel dankbaar voor ben.

Bij deze 80D kan ik ‘ongestraft’ een hogere ISO instellen zodat ik een hele korte sluitertijd kan bewerkstelligen. Dat laatste is een voorwaarde om een vliegende hommel vast te leggen. Daarnaast heeft de 80D meer voordelen ten opzichte van de 50D. Dat is de camera die ik eerst hiervoor gebruikte.

Allen een goed en zonnig weekend gewenst.

Vuurwantsen

Tijdens de zachte dagen in de derde week van februari  zag ik heel veel vuurwantsen tevoorschijn komen. Over een lengte van 6 meter zaten wel honderden vuurwantsen.

Normaal gesproken komen ze in mei tevoorschijn uit hun winterschuilplaats om een partner te zoeken. Het vrouwtje verspreidt een geur om zo een mannetje te lokken. Die geur schijnt voor de mens niet aangenaam te zijn.

Deze vuurwantsen zaten vlak boven de grond op het muurtje van zwerfkeien. Ook trof ik groepen vuurwantsen aan op de bladeren van de stokrozen. Op internet las ik dat vuurwantsen graag zitten in een Hibiscus, Acacia of Linde. Dat zou de aanwezigheid van de grote hoeveelheid kunnen verklaren, achter het muurtje van zwerfkeien staat namelijk een forse hibiscus.

De vuurwants is niet schadelijk. Sterker nog de vuurwants helpt om de tuin op te ruimen. Deze insect haalt namelijk zijn voedingsstoffen uit afgevallen bladeren en dode insecten.

Op het moment van schrijven meten we buiten een temperatuur van +1 graad en hadden we een nachttemperatuur van -1 graad. De vuurwantsen hebben zich wijselijk weer teruggetrokken in hun winterschuilplaats.

De natuur komt tot leven

Amper een week eerder fotografeerde ik de winterserie in Dwarsgracht en nu zijn we in een paar dagen tijd de lente ingerold. In onze tuin is dat goed te merken, de natuur tot leven. De vogels fluiten er lustig op los en de insecten zijn druk op zoek naar stuifmeel en nectar om weer aan te sterken. Rond de sneeuwklokjes vloog een hommel. De hommel was te zwaar voor de sneeuwklokjes, zodra de hommel op een bloem landde zakte het klokje naar de grond.

Deze hommel zat vol met mijten. Toevallig dat Nature Today net een interessant artikel publiceerde over hoe de hommel de vorst overleeft. Als de hommel wordt blootgesteld aan lage temperaturen dan produceert de hommel glycerol. Dit zorgt ervoor dat er minder snel ijskristallen in het lichaamsweefsel worden gevormd. Je kunt het eigenlijk zien als antivries.

Een roofvlieg scharrelde tussen de sneeuwklokjes.

 

Ook de bijen waren druk met het verzamelen van stuifmeel.

Ik kon me met de macrolens weer helemaal uitleven. Het was een feest.

Morgen gaan we naar de krokusjes en de bijen.

Springbalsemien bij avondlicht

In onze tuin staat hier en daar springbalsemien. Het is een exoot wat een gruwel is voor velen. Bij ons mag het beperkt blijven staan. De springbalsemien verspreidt zich gemakkelijk, maar kan zich bij de droge zomers van de laatste paar jaar maar moeilijk handhaven. We zijn blij met de springbalsemien omdat het een lekkernij biedt aan vele insecten. Op een vooravond stond de springbalsemien te pronken vlak in het zonnetje.

 

 

Deze bij vloog plotseling door het beeld. De sluitertijd van mijn camera was daar niet op ingesteld. Door de laagstaande zon werd het een ‘gouden’ bij en mag deze hier een plekje krijgen.