Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Aalscholvers, scholeksters en smienten

Vandaag is het vervolg op de serie  aan het Tjeukemeer. Op de strekdam stonden enkele aalscholvers en vele scholeksters. En voor de strekdam dobberden een tiental smienten.  De meeste aalscholvers waren niet van onze komst gediend en kozen meteen het luchtruim.

Ook een paartje smienten ging op de vleugels.

Na een korte tijd kwamen er nog veel meer scholeksters aangevlogen.

En zo waren Tsjûke en March in gezelschap van één aalscholver, een tiental smienten en pakweg 200 scholeksters.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Veenpolder Echten aan het Tjeukemeer

Na ons bezoek aan het  Wouda-gemaal reden we binnendoor naar Echten. Daar stelde ik aan mijn zus voor om een kijkje te nemen aan het Tjeukemeer (Tsjûkemar in het Fries). We parkeerden onze auto op de parkeerplaats bij de Laurenskerk.

Vanaf daar staken we de weg over en namen het pad naar het Tjeukemeer. Tussen de bomen door doemde het gemaal van Echten op.

In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd, waarbij de waterhuishouding van de polder zodanig gereorganiseerd werd dat het nieuwe gemaal de gehele polder kon bemalen. De windbemaling kon hierdoor vervallen. Het gemaal werd op de funderingen van de oudere voorganger gebouwd en kreeg een aangebouwde dienstwoning. Voor alle informatie over dit gemaal verwijs ik naar deze site.

Aan de andere kant van het dijkje wachtte ons een mooie verrassing, maar daar kom ik in een volgend logje op terug.

In 1996 werd het gemaal buiten dienst gesteld en vervangen door een nieuw ondergronds gelegen gemaal, naast het oude complex. In de jaren 2004/2005 werd het gemaal gerestaureerd en in 2007 kreeg het voormalig stoomgemaal weer zijn schoorsteen terug.  Het gemaal is erkend als rijksmonument. In de pompruimte met machinerie is een expositie ingericht over de vervening van de polder van Echten. In het vroegere ketelhuis van het gemaal is een galerie gevestigd.  Het Gemaal-Museum en Galerie het Gemaal zijn gedurende de zomermaanden open op zaterdag- en zondagmiddag.

Aan het Tjeukemeer staat sinds 1996 een standbeeld van Tsjûke en March . Het standbeeld is ontworpen door beeldend kunstenaar Frits Stoop en uitgevoerd door hemzelf en Alie Stoop-Jager.

De legende over de dames Tsjûke en March en de naamgeving aan het Tsjûkemar luidt als volgt. Twee boerinnen kwamen terug van het melken toen ze een brandje ontdekten. De ene boerin droeg de melk en de andere droeg niets. De laatste zei dat de melk gebruikt moest worden om de brand te blussen, maar daar wilde de eerste niets van weten. Reden genoeg voor de boerin zonder melk om haar metgezellin uit te schelden voor Tsjûke en daarmee voor teef, want met Tsjûke werd een vrouwtjeshond bedoeld. Het woord bleef gekoppeld aan de streek. En zo zou het Tsjûkemar zijn naam hebben gekregen. Een andere versie gaat als volgt. Er waren eens twee zusjes, Tsjûke en March. Zij waren bij elkaar toen er brand uitbrak. Door de dichte rook verloren ze elkaar echter uit het zicht. Door elkaars naam te roepen probeerden ze elkaar te vinden. Nog lang waren hun stemmen in het gebied te horen, wie goed luisterde kon het verstaan Tsjûke, March, Tsjûke, March, Tsjûke, March…… En zo zou het Tsjûkemar zijn naam gekregen hebben. Deze laatste versie vind ik leuker.

Het was niet de eerste keer dat ik bij dit gemaal aan het Tjeukemeer was, in augustus 2015 zaten Jan en ik op deze plek naar het skûtsjesilen te kijken. Jan heeft er op zijn weblog in woord en beeld een mooi verslag van gemaakt zie deel 1, deel 2 en deel 3.

Wordt vervolgd. 

Dreigende lucht boven Blessebrugschans (2)

Ik was naar de Blessebrugschans gereden in de hoop een kleurrijke zonsondergang vast te leggen. Het was spannend of de zon tussen de wolken door zou blijven schijnen of dat de wolken voor de zon zouden schuiven.

Er kwam steeds meer bewolking en het kon niet anders dan dat de zon achter de bewolking verdween. Desondanks heb ik genoten van deze dreigende lucht.

De donkere wolken met neerslag kwamen in een rap tempo dichterbij. Ik was net op tijd bij de auto voordat de bui boven mijn hoofd losbarstte.

Dreigende lucht boven Blessebrugschans

Op een mooie namiddag besloot ik een zonsondergang bij het water te fotograferen. Daarvoor reed ik naar de Blesbruggeschans. Zie Google Maps. De gevolgen van de overvloedige regen waren hier ook duidelijk zichtbaar, de landerijen rond de schans stonden volledig onder water.

De Blessebrugschans is aangelegd ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog in 1582 en is daarmee één van de oudste schansen van de gehele Friese Waterlinie. Een eeuw later, in de rampjaren 1672-1673, speelt de schans wederom een belangrijke rol in de verdediging van het Friese land en de Friese steden.

In het boek ‘Toneel des Oorlogs’ uit 1675 staat de Blessebrugschans afgebeeld als een halve sterreschans. Ondanks verwoede pogingen van de bisschop van Münster, beter bekend als Bommen Berend, om Friesland binnen te vallen, bleek de Friese Waterlinie in staat om zijn invasieleger tegen te houden. En hoewel de Blessebrugschans in 1673 door Münsterse troepen werd vernield en de linie werd doorbroken, slaagde de bisschop van Münster er niet in om Friesland te veroveren. Bron zie deze site.

Dit filmpje wat gemaakt is met een drone laat mooi de Blessebrugschans en de omgeving zien.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Pouwel Bakhuis

Op 50 meter afstand van Gemaal Veluwe staat het gemaal Pouwel Bakhuis. Na mijn fotosessie bij Gemaal Veluwe maakte ik een rondgang bij dit historisch gemaal.

Gemaal Pouwel Bakhuis is in 1920 als stoomgemaal gebouwd met twee grote pompen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een derde pomp bij en werd het gemaal omgebouwd tot elektrisch gemaal. De binnenkant van het gemaal is nog authentiek en voorzien van de oude pompen. Uiteraard heb ik wel even naar binnen gegluurd. Het was echter te schemerig om er foto’s van te maken.

Onderstaande foto’s zijn genomen vanaf de Werverdijk. Zie Google Maps.

Door de avondzon die door de ramen scheen leek het net alsof in het gemaal het licht brandde.

Vanaf de Werverdijk nam ik het pad aan de oostkant van het gemaal. De avondzon scheen mooi op het gemaal.

Meer informatie over dit gemaal kun je vinden op deze site.

Ik sluit deze serie af met een blik vanaf de Werverdijk naar het noorden, over de Veluwsche Wetering.

 

Gemaal Veluwe

Vlak voor mijn stop bij de schapen was ik over enkele grote bruggen gereden. Vanuit de verte maakte ik een foto van één van de bruggen. Deze bruggen liggen over een (droge) hoogwatergeul en zijn onderdeel van project Veessen-Wapenveld. Dit project is één van de ruim 30 projecten, Ruimte voor de Rivier.

In dit rijksprogramma krijgen de rivieren in Nederland meer ruimte. De rivieren hebben deze ruimte nodig om het toenemende regen- en smeltwater te verwerken.  Zo neemt de kans op overstromingen af. De hoogwatergeul werd niet gegraven, maar ontstond door het aanleggen van twee nieuwe dijken in het landschap. Bereikt het water in de IJssel een peil van 5,65 meter +NAP dan wordt de geul in gebruik genomen waardoor het waterpeil van de IJssel daalt. Naar verwachting gebeurt dat eens in een mensenleven. Het lijkt me de moeite waard om dat gebied met de hoogwatergeul een keer van dichtbij te bekijken en vast te leggen.

Mijn laatste stop op die middag was bij Gemaal Veluwe. Zie Google Maps. Tot dat moment kende ik het bestaan van dit gemaal niet…

Gemaal Veluwe regelt de waterstand en pompt het teveel aan water weg uit een 20.000 hectare groot gebied in de IJsselvallei.

Via de buitenste kokers stroomt het water automatisch richting de IJssel. Bij een hoge waterstand van de IJssel stroomt het water niet meer automatisch en slaan de pompen van het gemaal aan om het water af te voeren. Gemaal Veluwe heeft vier pompen met een gezamenlijke capaciteit van 1650 m³ per minuut. Als alle pompen draaien kunnen ze in één uur tijd een voetbalveld tot een hoogte van bijna 10 meter met water vullen.

Het mooie van Gemaal Veluwe is dat je goed door de ramen kunt gluren. Daarnaast kun je er ook mooi omheen lopen om alles goed te bekijken en vast te leggen.

Onderstaande foto heb ik genomen terwijl ik dicht tegen het grote raam aanzat. Op de foto wordt de weerspiegeling weerspiegeld.

Gemaal Veluwe vervangt sinds 1999 gemaal Pauwel Bakhuis, dat 100 meter verderop staat. Dit gemaal bevindt zich nog in originele staat. Gemaal Pouwel Bakhuis beschikte niet over voldoende capaciteit. In een volgende serie zet ik het oude gemaal in het avondzonnetje.

 

 

 

Over de dijk langs de IJssel

Nadat ik met de veerpont de IJssel was overgestoken vervolgde ik mijn weg over de dijk naar het noorden.

Tijdens de rit over de dijk maakte ik meerdere stops, zoals bij de molen De IJssel.

Op de achtergrond stroomt de IJssel en op de voorgrond zie je het ondergelopen land.

Vanuit de auto zag ik weer een mooi plaatje. Wederom zette ik de auto aan de kant. Toen ik daar stond te fotograferen zag ik dat dit andere schapen waren dan de schapen die in onze omgeving in de wei lopen.

Deze schapen hadden grote en sterk gekrulde horens. Na zoeken op internet denk ik dat het een Drents Heideschaap is. Wat denken jullie?

P.s. op mijn vraag op Twitter kreeg ik een antwoord van van Hendrika . Het is een Valais Blacknose / Walliser zwartneusschaap. Hendrika dank voor je antwoord.

Veerpont Wijhe – Heerde

Nadat ik vanaf de kade in Wijhe een fotoserie had gemaakt van het hoge water in de IJssel reed ik naar de veerpont. Ik parkeerde de auto buiten de rij wachtende auto’s en maakte eerst een fotoserie dichtbij de waterlijn.

De meneer met de Unox-muts waarschuwde mij dat het water koud was en dat ik er vooral niet in moest vallen. Ik beloofde hem om voorzichtig te zijn…

Nadat ik bovenstaande serie had gemaakt stapte ik in de auto en zette de auto in opstelling voor de pont. Ik mocht echter gelijk de pont oprijden, de pontbaas had keurig op mij gewacht.

De medewerkster die het geld inde vroeg mij hoeveel foto’s ik had gemaakt. Ik reageerde verbaasd dat ik dat niet precies wist. Waarop ze grappend zei dat de overtocht 50 cent per foto kostte. Vervolgens vertelde ze mij dat ik voor de fotoserie de overtocht, te voet, gratis had mogen maken. Leuk hé om zulke vriendelijke mensen op je pad te treffen? Ik heb haar vriendelijk bedankt voor het aanbod en haar gezegd dat ik sowieso met de auto naar de overkant wilde.

Aan de overkant zette ik de auto nog een keer aan de kant om nog een laatste foto van de veerpont te maken. Terwijl de pont alweer op weg was naar Wijhe vervolgde ik mijn weg over de dijk langs de IJssel naar het noorden.