Springendal en een aalscholver

Tijdens onze vakantie in september maakten we meerdere uitstapjes naar Twente. Een van die uitstapjes was naar natuurgebied Springendal. We kozen voor een wandeltocht van 6 km. Met een temperatuur van rond de 25 graden kon de wandeling zelfs in korte broek.

De tocht voerde ons over bospaden, langs omgeploegde akkers, langs oude schuren, langs riviertjes, om de Grote bronvijver, over karresporen, langs koeien en tenslotte langs grafheuvels.

Op een tak in de Grote bronvijver zat een aalscholver. Een voorbijganger vertelde ons dat deze aalscholver daar zijn vast stek had.

In de regel zijn aalscholvers niet zo van pottenkijkers en vliegen dan al snel weg. Deze aalscholver leek zich niets aan te trekken van de  wandelaars rond de vijver.  Even werd de zorg voor het verenkleed onderbroken, de vogel spreidde zijn vleugels en liet vervolgens een dikke kwak in het water vallen. Reken maar dat het een vies ruikend goedje is wat er in het water belandde.

Een ijsvogel met een visje

Nadat ik de ijsvogel een aantal keren in vlucht had vastgelegd kreeg ik een buitenkans. Een ijsvogel streek in de buurt neer op het remmingswerk naast het bruggetje. De onderste drie foto’s maakte ik met de Canon spiegelreflex met 70-200 mm zoom. De foto’s zijn wel gekropt.

 

 

Even later had ik het geluk dat de ijsvogel nog een keer op het remmingswerk ging zitten. Deze drie foto’s maakte ik met mijn Nikon bridgecamera met sterke zoom. Kroppen was niet nodig.

 

 

De ijsvogel in vlucht en nog iets anders…

Eerder vertelde ik over mijn verblijf aan de Linde. Vol verwachting hoopte ik daar iets moois te zien…

Velen van jullie hadden het gisteren al goed geraden, het gaat inderdaad om de ijsvogel. Mijn lievelingsvogel.

De ijsvogel verraad zijn aanwezigheid door de scherpe, luide en extreem hoge pieptoon. De ijsvogel scheert razendsnel, veelal vlak boven het wateroppervlak, voorbij. De foto’s zijn geen hoogstandjes daarvoor is mijn foto-apparatuur ontoereikend. Ik ben wel blij met de waarneming.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om nog iets anders te vertellen en wel over de verschuiving in mijn functie. Vanaf 2013 tot voor kort had ik een combinatie van twee functies. In de ene functie  was ik verpleegkundige en in de andere functie was ik praktijkopleider. Voor de laatst genoemde functie heb ik een post-hbo opleiding gevolgd. Deze beide functies verdeelde ik over 24 uur per week.

Door het vertrek van een collega praktijkopleider kwam in een ander centrum een plekje vrij. Ik ben gevraagd of ik ook in dat centrum praktijkopleider wil worden. Ik heb het aanbod aangenomen. Doordat ik nu 150 procent meer studenten heb dan voorheen werk ik nu alleen in de functie van praktijkopleider en is mijn contract verhoogd naar 32 uur per week.

Het is niet zo dat ik nu ver van de verpleegkundige zorg en het patiëntencontact ben verwijderd. Ik werk in uniform en heb diverse werkplekken dichtbij de studenten, hun werkbegeleiders en de patiëntenzorg.

De praktijkopleider gaf bij haar vertrek een mooi cadeautje aan haar collega praktijkopleiders. We kregen een keykoord voor de personeelspas met daarop onze functie en naam. Ik ben blij met dit leuke cadeau, maar ook vooral met deze nieuwe uitdaging. Aan mijn enthousiasme zal het niet liggen. Het geeft een goed gevoel dat ik op de nieuwe werkplekken hartelijk ben ontvangen. Een van mijn nieuwe werkplekken heeft dit uitzicht…

Dit alles betekent wel dat ik minder tijd heb voor de fotografie en voor het bloggen. Mocht ik dus wat minder vaak bij jullie langskomen dat weten jullie de reden. De serie over de ijsvogel wordt vervolgd. 

Bruine kiekendief boven Letterberterpetten

Vorige week maakte ik een wandeling in natuurgebied de Lettelberterpetten. Het werd geen grote wandeling, want ik ging linea recta naar de vogelkijkhut.

Ik was alleen in de vogelkijkhut. Buiten de vogelkijkhut was aanvankelijk niet veel te beleven. Althans geen zichtbaar leven. Een vogeltje streek neer op een tak vlakbij de vogelkijkhut. Ik denk dat het een rietzanger is, maar ik weet het niet zeker. Wie het weet mag het zeggen.

Aan de overkant van de plas liep een kleine kudde koeien. Twee koeien gingen het water in om hun dorst te lessen.

Ik bleef nog een tijdje wachten in de vogelkijkhut in afwachting van iets spectaculairs. Het hoogtepunt werd dit keer een bruine kiekendief die aan het foerageren was.

Fochteloërveen

Op 11 juli reed ik met de auto met de fiets achterop naar natuurgebied het Fochteloërveen. Nadat de laatste bui was weggetrokken stapte ik op de fiets.

Een aantal vogelaars ‘wezen’ mij de weg naar de grauwe klauwier. Het paartje was druk met het voeren van hun jongen.

Bij dit ven hoorde ik een vogel roepen. Na speuren ontdekte ik het vogeltje, het was een rietgors.

Tijdens mijn fietstocht hoorde ik de kenmerkende roep van een kraanvogel. Ik stapte van de fiets en tuurde naar boven. Twee kraanvogels cirkelden op grote hoogte boven mijn hoofd.

In dit gedeelte parkeerde ik mijn fiets en ging ik te voet verder.

Ik hoopte dat ik het veenhooibeestje zou zien vliegen. Helaas is dat niet gelukt. Desondanks heb ik wel genoten en andere mooie flora en fauna gefotografeerd. Een schorpioenvlieg, een zweefvlieg, stijve ogentroost en een oranje zandoogje.

Ondanks de dreigende wolkenluchten bleef het de rest van de fietstocht droog.

Zwarte sterns

Nadat we de boerenzwaluwen en hun jongen hadden vastgelegd volgden we het pad naar vogelkijkhut, Blaustirns. Blaustirns is Fries voor zwarte sterns. We hoopten op die dag de zwarte sterns te zien. Er waren meer fotografen in de vogelkijkhut maar er was nog voldoende ruimte voor meer mensen op anderhalve meter afstand van elkaar.

Vanuit de kijkhut hadden we zicht over een bijna rimpelloos wateroppervlakte.

Op de paaltjes voor de vogelkijkhut gingen regelmatig zwarte sterns zitten. Links zit een mannetje en rechts een vrouwtje.

Andere zwarte sterns scheerden over het wateroppervlakte op zoek naar voedsel. Het rustige wateroppervlak werkte als een spiegel en dat was wel een bijzonder gezicht.

Om de snel vliegende sterns vast te kunnen leggen koos ik voor de spiegelreflex met een 70-200 mm objectief in plaats van de bridgecamera met sterke zoom. Het is jammer dat 200 mm hier dan tekort schiet om de sterns voldoende dichtbij te halen. De andere fotografen hadden objectieven waarbij ze de vliegende vogels wel dichtbij konden halen. Die fotografen liepen dan weer tegen het probleem aan dat hun autofocus het niet altijd kon bijhouden.

De lucht werd steeds dreigender…

Na lang wachten kwam er eindelijk een jong op een paaltje zitten.

Hier hadden we op gewacht. Een jong wordt dan namelijk gevoerd door een ouder…

En wat we hadden gehoopt gebeurde inderdaad. Het jong kreeg een lekker hapje. Jammer genoeg had ik te ver ingezoomd en kreeg ik de ouder niet helemaal op de foto.

 

Jongen van boerenzwaluwen

Onlangs ging ik samen met Jan naar vogelkijkhut Blaustirns aan De Leijen. Jan was vooruit gelopen en was al druk aan het fotograferen toen ik mij bij hem voegde.

In een boompje naast het pad naar de kijkhut zaten jongen van boerenzwaluwen.

Twee jongen zaten binnen een mooie afstand van mijn camera. Als de ouders niet op zoek waren naar voedsel voor de  jongen bleven ze in de buurt van de jongen.

Waterhoen met jongen

Toen ik in de kijkhut zat te spotten naar het ijsvogeltje viel het me op dat er in het water regelmatig flinke rimpelingen waren te zien.

Ik ging er vanuit dat grote vissen vanuit de diepte naar het oppervlakte kwamen. Ik ging er er zonder meer vanuit gegaan dat het een diepe plas was…

Totdat ik inzoomde op twee nijlganzen. Toen zag ik pas dat die nijlganzen konden staan in het water. Zo zie je maar weer, schijn bedriegt. Daarmee had ik naar mijn idee ook meteen een verklaring voor die heftige rimpelingen in het water, die vissen hadden amper ruimte om te zwemmen.

Terwijl ik mijn blik over het water liet glijden en wachtte op de terugkeer van de ijsvogel hoorde ik het gepiep van een watervogel. Ik ging er vanuit dat het een meerkoet zou zijn, maar al snel werd het duidelijk dat het een waterhoen was. De waterhoen scharrelde met de jongen langs de oever aan de voet van de kijkhut. Ze bleven in de beschutting van de begroeiing en creëerden zo geen fotogeniek plekje. Toch kregen ze een plekje op mijn weblog, omdat het voor mij een niet alledaagse waarneming is.

 

Bergeenden met jongen

Tussen de oude en nieuwe Waddendijk hield zich ook een paartje bergeenden op met negen jongen. En ook hier zie je dat er altijd eentje de laatste is…

Kluten en bergeenden kunnen het schijnbaar prima met elkaar vinden. Ze scharrelden mooi samen in het slik.

De ouders pasten goed op hun kleintjes. Toen ik een paar dagen later daar weer was, waren er nog steeds negen jongen. Het lukte niet om bij het ver inzoomen ze alle negen tegelijk op de foto te krijgen, daarom doen we hieronder een groepje van vijf jongen.

Als ik uit de auto stapte en de ouders mij in het vizier kregen loodsten ze steevast de jongen naar een plek verder bij mij vandaan.