Aalscholvers, scholeksters en smienten (2)

Vandaag zoom ik in op  de aalscholvers, de scholeksters en de smienten  op en rond de strekdam in het Tjeukemeer. Omdat de drie vogelsoorten vaak samen op de foto staan pak ik de drie de soorten in één uitgebreide post.

De scholeksters stonden keurig in het gelid op de strekdam. De smienten stonden een rang lager hun veren te poetsen. Een aalscholver stond er als heer en meester tussen.

Hieronder zoom ik in op de twee achtergebleven aalscholvers. De aalscholvers waren in voorjaarskleed. De aalscholver is dan op z’n mooist. De wangen en dijen zijn wit bevederd en de kruin en nek zijn voorzien van zilverwitte manen. De niet-bevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

Het bleef niet lang rustig bij de scholeksters, regelmatig leek het net een stoelendans of beter gezegd, een stenendans. Het zoeken naar een nieuwe plekje op een andere steen ging niet zonder slag of stoot, de zittende orde liet zich niet zomaar opzij schuiven.

Bij de smienten zag het er rustiger uit, vreedzaam dobberde de groep rond de strekdam.

 

Aalscholvers, scholeksters en smienten

Vandaag is het vervolg op de serie  aan het Tjeukemeer. Op de strekdam stonden enkele aalscholvers en vele scholeksters. En voor de strekdam dobberden een tiental smienten.  De meeste aalscholvers waren niet van onze komst gediend en kozen meteen het luchtruim.

Ook een paartje smienten ging op de vleugels.

Na een korte tijd kwamen er nog veel meer scholeksters aangevlogen.

En zo waren Tsjûke en March in gezelschap van één aalscholver, een tiental smienten en pakweg 200 scholeksters.

Wordt vervolgd. 

Gemaal Pouwel Bakhuis

Op 50 meter afstand van Gemaal Veluwe staat het gemaal Pouwel Bakhuis. Na mijn fotosessie bij Gemaal Veluwe maakte ik een rondgang bij dit historisch gemaal.

Gemaal Pouwel Bakhuis is in 1920 als stoomgemaal gebouwd met twee grote pompen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een derde pomp bij en werd het gemaal omgebouwd tot elektrisch gemaal. De binnenkant van het gemaal is nog authentiek en voorzien van de oude pompen. Uiteraard heb ik wel even naar binnen gegluurd. Het was echter te schemerig om er foto’s van te maken.

Onderstaande foto’s zijn genomen vanaf de Werverdijk. Zie Google Maps.

Door de avondzon die door de ramen scheen leek het net alsof in het gemaal het licht brandde.

Vanaf de Werverdijk nam ik het pad aan de oostkant van het gemaal. De avondzon scheen mooi op het gemaal.

Meer informatie over dit gemaal kun je vinden op deze site.

Ik sluit deze serie af met een blik vanaf de Werverdijk naar het noorden, over de Veluwsche Wetering.

 

Harculo

Vandaag ga ik weer verder met de serie over mijn fotokuier langs de IJssel. De post over de omgewaaide boom was even een tussendoortje. Ik ben jullie nog wel een antwoord schuldig op de vraag of het moeilijker voor de schipper is om stroomafwaarts te gaan of stroomopwaarts? De meesten hadden het goed, het is inderdaad moeilijker voor een schipper om stroomafwaarts te gaan dan stroomopwaarts. Tevens is het moeilijker om met een leeg schip te varen dan met een vol geladen schip. Bovenstaande antwoorden had ik zelf al bedacht, maar heb ik wel geverifieerd bij een bevriende schipper.

Na de wandeling en de fotosessie op de oever van de IJssel ben ik via een ander weiland weer teruggelopen richting de dijk. Na de oversteek van het weiland kwam ik via een pad en een weggetje uit  op de Fabrieksweg, de weg die over de dijk loopt. Aan de horizon staat het restant van de IJsselcentrale. Daar kom ik verderop in het verhaal op terug.

Vanaf de dijk had ik een prachtig uitzicht over het gebied. Op de eerste foto zit een visser verscholen tussen het riet. Toen ik over de dijk liep hoorde ik aldoor getik tegen een boom. Niet het geroffel zoals een specht dat doet, het was anders. Na lang speuren ontdekte ik een boomklever. Met het 70 – 200 mm objectief zoomde ik in. Helaas was ik deze keer mijn Nikon vergeten mee te nemen. Het viel nog niet mee om de boomklever tussen de takken te vinden en vast te leggen….

Eenmaal thuis op de computer ontdekte ik het verhaal achter het getik. De boomklever had een eikel in zijn snavel en zocht een goed plekje om die te verstoppen. Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig. Op de eerste foto had de boomklever de eikel verstopt in de schors van de boom. Die plek heb ik aangeduid met een pijl. Het volgende moment werd de eikel weer verwijderd en werd er een nieuwe plekje gezocht. Uiteindelijk is de eikel verdwenen in een gaatje in een tak, zie de derde foto. Ik moest de foto’s flink kroppen om het vogeltje enigszins in beeld te brengen. Dat ging ten koste van de kwaliteit, maar ik vond het verhaal te leuk om het hier niet te laten zien.

Na mijn wandeling over de dijk maakte ik nog een rondje door het dorp. Ik was helemaal gecharmeerd van deze hooibergwoning.

Vanuit Harculo is in de verte de IJsselcentrale te zien. Thuisgekomen heb ik op internet informatie opgezocht over de IJsselcentrale. Op internet leerde ik o.a. dat de in de volksmond genoemde IJsselcentrale eigenlijk ‘Centale Harculo’ heet.

De IJsselcentrale was en is alom bekend door z’n grootse uitstraling en specifieke bouw. Vooral de twee enorme pijpen sprongen in het oog en waren voor velen een baken. Ook vanuit het Sophia ziekenhuis, waar ik mijn opleiding deed en waar ik 18 jaar lang werkte, was deze centrale goed te zien. In 1982 toen ik startte met mijn inservice-opleiding waren er zelfs nog 5 pijpen aanwezig. Zie deze foto op Twitter.

De IJsselcentrale is nu eigendom van ENGIE.  Op hun site  kun je er alles over lezen. In 2012 heeft de directie van ENGIE besloten om de centrale uit bedrijf te nemen en te ontmantelen. In maart 2017 zijn de twee pijpen neergehaald, daarmee verloor de centrale zijn alom bekende uitstraling.   Hier is een filmpje op YouTube te zien van het slopen van de twee pijpen. Het sloopproces ligt nu al lange tijd stil. Er wordt nog steeds een discussie gevoerd over het wel of niet verder slopen en over een eventuele bestemming van deze voormalig centrale. Zie dit bericht van De Stentor. Verder vond ik een interessant filmpje over deze centrale op RTV Oost. Daarin is te zien en te beluisteren hoe een omwonende denkt over de architectonische waarde van dit gebouw.

Op internet vond ik ook nog deze leuke fotoserie. Kortom mijn belangstelling is gewekt en ik ga zeker nog een keer terug om nog meer foto’s te maken van dit gebouw. Ik ga proberen dat op een dag te doen dat er dreigende wolkenluchten zijn.

Vogelkijkhut: Catskieker

Niet alle wilde zwanen waren er vandoor gegaan, daarom besloot ik nog een keer naar de vogelkijkhut terug te keren. Misschien zwommen ze nog dichtbij de hut en zou ik ze van dichtbij kunnen vastleggen…

Maar helaas. In de tijd dat ik met de auto van het Catspolderpad weer naar de vogelkijkhut reed waren ook de laatste wilde zwanen vertrokken. Er dobberden nog wat eenden rond en twee knobbelzwanen waren in de ochtendzonnetje bezig met hun toilet.

Ik besloot daarom maar in te zoomen op de prachtige nieuwe vogelkijkhut die de  naam: ‘Catskieker’ draagt.  Zie Google Maps. Kieker is Nedersaksisch voor kijker. De hut werd prachtig beschenen door de opkomende zon.

De hut is gemaakt van roestkleurig staal. Het oogt als een degelijke vogelkijkhut. Naar mijn mening zijn er wel een paar puntjes ter verbetering. De kijkgaten zitten net wat aan de hoge kant. Met 1.71 meter ben ik niet klein, maar toch moest ik op de tenen staan om foto’s te kunnen maken. Als je op de bankjes zit dan lukt het zeker niet om door de kijkgaten te fotograferen.De houten rand boven de grond ziet eruit alsof je daar op kan staan maar dat lukt niet, daarvoor is de rand te smal. De kier vlak boven de bestrating lijkt mij niet handig, door deze kier kan het vast flink gaan tochten. Persoonlijk zou ik de bestrating en de bankjes omhoog brengen.

 

Wilde zwanen, deel 2

Vandaag neem ik jullie nog een keer mee naar de wilde zwanen die ik spotte vanuit de nieuwe vogelkijkhut in de Catspolder, zie Google Maps. Het is een vervolg op deze serie.

De wilde zwanen zaten helaas ver van de vogelkijkhut vandaan. Gelukkig kon de Nikon bridgecamera met flinke zoom me helpen.

Hoewel ik verdekt opgesteld stond in de vogelkijkhut zwommen de zwanen steeds verder bij mij vandaan. Zouden ze mij toch ontdekt hebben?

Ik wist van een dag eerder dat ze de plas zouden verlaten en op de vleugels zouden gaan. Het leek me daarom wijs om weer dezelfde plek in te nemen dan de dag ervoor. Misschien kon ik ze dan weer vliegend vastleggen. Omdat het weer beter was dan de dag ervoor hoopte ik dat de kwaliteit van de foto’s ook beter zou zijn. Met de auto reed ik een eindje verder en wandelde over het pad en zo kwam ik uit aan de andere kant van de plas, zie Google Maps.  Toen ik vanaf het pad mijn camera richtte op de wilde zwanen zag ik tot mijn frustratie de zwanen richting de vogelkijkhut zwemmen. Ze staken mij de gek aan…

Even later ontstond er onrust in de groep. Ze lieten zich steeds luider horen. En toen ging de grootste groep op de vleugels. Helaas vlogen ze deze keer niet over mij heen. Op de achtergrond is de toren van de Grote of Sint-Clemenskerk van Steenwijk te zien.

Wordt vervolgd. 

Wilde zwanen

Vanochtend ging ik vroeg in de ochtend een fotokuier maken in de Catspoolder. Ik was bewust heel vroeg gegaan, omdat ik daar in de vroege ochtend op zondag enkele overvliegende wilde zwanen had gespot. Die foto’s zijn vanwege het bewolkte weer en de instelling op één van de camera’s niet goed gelukt…

Vanochtend hoopte ik dat ik de wilde zwanen weer zou treffen.  Mijn eerste stop was wederom bij de plas tussen De Blesse en Wolvega.

Na bovenstaande korte stop reed ik verder naar de nieuwe vogelkijkhut in de Catspoolder. Ik liep onderaan de dijk naar de vogelkijkhut. De vogelkijkhut zet ik een volgende keer in de kijker.

Vanuit de kijkhut zag ik een groep wilde zwanen. Ze zwommen mooi in het ochtendrood. Helaas zaten ze op flinke afstand van de vogelkijkhut en tot overmaat van ramp zwommen ze nog verder bij de hut vandaan. Gelukkig had ik op het laatste moment mijn Nikon met sterke zoom in mijn fototas gestopt en dat kwam nu goed van pas.

De wilde zwaan is een wintergast in Nederland. Ze broeden in Fenno-Scandinavië en Rusland en overwinteren op Nederlandse weiden en op wateren in het duingebied. Wilde zwanen zijn slanker dan knobbelzwanen en groter dan kleine zwanen. De wilde heeft een grote, driehoekige gele plek op de snavel. Sinds 2005 broedt de vogel in Nederland. Sindsdien werden enkele jongen in ons land groot. Bron: site van de vogelbescherming.

En deze portie buitenlucht van anderhalf uur had ik maar mooi te pakken voordat mijn werkdag in het ziekenhuis begon. Dit is voor herhaling vatbaar.

Een kleurrijke gast

Sinds drie weken hebben we een kleurrijke gast in onze tuin. Op een dag was hij er en is hij niet meer weggegaan.

Hij scharrelt door onze tuin, maar blijft het liefst in de buurt van de kippenren.

Er zijn in onze tuin voldoende rommel- en schuilhoekjes. De gevallen appels en peren laten we altijd liggen voor de dieren en daar maken ze dankbaar gebruik van.

De fazant kan prima vliegen en zoekt regelmatig een hoger punt in onze tuin waardoor hij alles goed kan overzien. Dat gaf mij de gelegenheid om in te zoomen op zijn mooie kop.

In verband met predatoren hebben we onze grote buitenren volledig omheind en overkapt. Ook de vele huiskatten uit het dorp weten onze tuin te vinden. Deze fazant scharrelt los door onze tuin. We hopen dat deze fazant goed op zichzelf kan passen.