Ik neem jullie nog een keer mee naar de vogels in natuurgebied Delta Schuitenbeek. Al fietsend over de oude Zuiderzeedijk zag ik aan de rechterkant een zilverreiger door het water stappen.
Ik zette mijn fiets naast het fietspad en richtte mijn camera op de zilverreiger. De zilverreiger deed een duik onder water maar zijn prooi was hem te snel af.
Hij ging vervolgens zijn heil zoeken tussen het riet. Dat was voor mij minder mooi om te fotograferen, maar was voor de zilverreiger succesvol. Met een grote plons wist hij een vis van formaat te bemachtigen. De zilverreiger doopte vervolgens de vis een aantal malen onder water. Het was net alsof de vis werd afgespoeld. Het kan ook zijn dat de vis op die manier in een betere positie werd gebracht. Wie het weet mag het zeggen.
Na het verorberen van deze vis ging de zilverreiger op zoek naar het volgende hapje.
Ook deze keer was het raak. Ook deze vis verdween na wat ‘afspoelen’ moeiteloos door het keelgat.
Ik dacht bij een vakantie op de Veluwe aan het fotograferen van bijvoorbeeld everzwijnen en niet direct aan het fotograferen van (water)vogels. Ik was wel verrast en vond het ook een mooie aanvulling op onze vakantie. Met een zilverreiger in vlucht sluit ik de series in Delta Schuitenbeek af.
Vandaag laat ik jullie nog een verzameling vogels zien die ik zag in natuurgebied Delta Schuitenbeek. Terwijl ik foto’s maakte van de kleine plevieren en de kemphanen zag ik er ook nog een witgatje rondscharrelen. Ik heb er niet meer dan één acceptabele foto van kunnen maken. Zo te zien had hij de wind van achteren die de veertjes deed opwaaien.
In een kleine ven verscholen achter het riet foerageerden een aantal waterhoentjes. Mijn ervaring is dat ze schuw zijn, bij het minste of geringste verdwenen ze weer in het riet. Ik denk dat het een paartje was met een juveniel.
Samen met de kieviten scharrelde een groepje watersnippen. De watersnip staat op de rode lijst als ‘bedreigd’. Ik ben geen echte professionele vogelaar, maar ik kreeg het idee dat ze samen met de kieviten optrekken om naar het zuiden te vliegen.
Vandaag gaan we verder in natuurgebied Delta Schuitenbeek. In deze serie zet ik de lepelaar in het licht.
Ik kon het niet laten om de lepelaars in vlucht te vangen. Deze drie landden in de plas op bovenstaande foto. Op de achtergrond zie je de pijp van het Putter Stoomgemaal.
Het lukte ook een paar solovluchten te fotograferen.
In de plas streek een lepelaar neer. Deze foerageerde in alle rust naast de kieviten.
Een andere keer foerageerde er een lepelaar die regelmatig de turbo aanzette. De lepelaar sprintte door het water met een heuse golfslag en opspattende modder als gevolg. Dat het resultaat had kun je zien aan de mooie buit die in de snavel verdween.
Vandaag gaan we verder in natuurgebied Delta Schuitenbeek. Fietsend over de oude Zuiderzeedijk zie je aan de noordkant het Nuldernauw. Aan de zuidkant liggen een aantal vennen met eilandjes.
In die vennen waren een aantal interessant soorten aan het foerageren. In de eerste serie zie je de kleine plevier, de kemphaan en een witte kwikstaart. Volgens mij stond er ook een juveniele kleine plevier tussen.
Ook een paar kluten leken daar hun stekje gevonden te hebben. Ik ben er drie keer geweest en heb ze ook drie keer gezien.
Tijdens onze vakantie maakten we een fietstocht vanaf de camping, via Strand Nulde naar Bunschoten-Spakenburg. Het traject tussen Strand Nulde en Bunschoten-Spakenburg voert over een fietspad over de oude Zuiderzeedijk langs het water. Tijdens het eerste stuk moet je het geraas van het verkeer op de A28 even voor lief nemen.
We fietsten door natuurgebied Delta Schuitenbeek. In het gebied zijn er verschillende eilandjes te vinden. Het is daar een el dorado voor vogels.
Tijdens die fietstocht waren we met z’n vieren. Ik had voor de zekerheid mijn handzame bridgecamera in de fietstas gestopt. Ik kon het echter niet maken om iedere keer te stoppen en te fotograferen. Om die reden ben ik de volgende dag vroeg in de ochtend daar weer heen gegaan en op dezelfde dag aan het eind van de middag nog een keer.
Op die manier was ik niemand tot last en kon ik mooi mijn eigen gang gaan.
In de namiddag was er een grote groep kieviten aanwezig. Mogelijk waren ze op doorreis en brachten ze daar de nacht door. Toen ik er ‘s morgens vroeg kwam waren ze verdwenen.
Naderhand zag ik op internet dat het tv-programma Binnenstebuiten een uitzending had gemaakt over dit gebied.
Een tijdje geleden was ik getipt over een kijkhut bij de Sint-Ludgeruskerk. Omdat ik nu toch in ‘de buurt’ op vakantie was besloot ik daar heen te gaan. De Sint-Ludgeruskerk bleek niet meer te zijn dan een fundament. Ik maakte eerst een rondje om de verdwenen kerk. Op deze site kun je er alles over lezen.
Daarna liep ik door naar de kijkhut. Vanuit de verte zag ik al dat het geen grote kijkhut was en dat er al een aantal vensters waren bezet. Totaal heeft de kijkhut 6 vensters, 4 naar voren gericht en 2 opzij. Van de 4 naar voren gericht vensters zijn er 2 op manshoogte en 2 op kinderhoogte. De twee mooiste waren reeds bezet door fotografen, die daar bijna dagelijks zijn…
Ik vroeg aan een van de fotografen of ik door ‘zijn’ kijkgat een overzichtsfoto mocht maken. Hij ga mij toestemming met de restrictie dat ik direct aan de kant moest gaan als er een interessant onderwerp voorbij kwam. Tsja, zo kun je ook met gasten omgaan. Wat me verder tegen de borst stuitte was de manier waarop hij sprak over een objectief van 12.000 euro. Hij vond dat een normale uitgave voor een hobby.
In het Veluwemeer liepen foerageerden o.a. flamingo’s, zwanen en zilverreigers. Omdat ik geen objectief van 12.000 euro heb zaten ze voor mijn apparatuur te ver weg.
Gelukkig verliet de bewuste fotograaf de kijkhut. De man die achterbleef was heel vriendelijk. Hij was bereid om alles met andere bezoekers te delen. Er was in tussentijd een moeder met zoontje gearriveerd. Het zoontje had een camera te leen gekregen. Hij kon mooi door het onderste kijkgat fotograferen. De fotograaf wees ons op een groepje dodaars met jongen.
Even later scharrelde in het slik voor de kijkhut een juveniele blauwborst. Deze waarneming hadden we ook te danken aan die vriendelijke man. Door de kleur van de slik is het geen topfoto geworden, maar ik heb nog niet eerder een juveniele blauwborst gefotografeerd.
Er kwam nog een paar keer een ijsvogel langs flitsen, maar helaas ging de ijsvogel niet voor de kijkhut vissen zoals hij een dag eerder wel had gedaan. Na een tijdje hield ik het voor gezien. Ik keek nog een keertje achterom naar de koeien en de kijkhut. Met de auto reed ik binnendoor via Doornspijk, Nunspeet en Harderwijk weer naar de camping nabij Putten.
We zijn onlangs op vakantie geweest naar de Veluwe. We stonden op een kleine camping in de buurt van Putten. Het was daar heerlijk toeven. We hadden veel ruimte en ruim zicht. We konden voor of achter de caravan in de schaduw zitten.
Op een dag kregen we ‘bezoek’ van een witte kwikstaart. Het viel voor het vogeltje vast niet mee om een kostje bij elkaar te scharrelen op het harde en droge grasveld.
Achter onze caravan bevond zich een paddenpoel omzoomd met bomen. Als we daar in de schaduw zaten hadden we mooi zicht op vogels en een paardenbijter die daar rondvlogen. Uiteraard had ik regelmatig de camera bij de hand. Het is alleen gelukt om het pimpeltje acceptabel op de foto te krijgen.
De komende tijd neem ik jullie een aantal keren mee naar de Veluwe.
Onze zoon zag hem als eerste, deze vreemde vogel tussen de huismussen.
Mijn man en ik zaten samen met een groep studenten in de tuin. Ik sprak mijn vermoeden uit dat het een kanarie was. Er was ook een student biologie in ons midden. Maar niet alle biologen zijn vogelaars… Hij twijfelde ernstig over mijn vermoeden. Ik vertrouw in dit geval maar op Obsidentify en niet op de bioloog in wording. Een kanarie dus…
Nadat ik de kapitein en passagiers van de Ecowaterliner had uitgezwaaid startte ik met de wandeling over het laarzenpad.
Het laarzenpad is alleen te bewandelen buiten het broedseizoen. Het traject wordt overbrugd met meerdere pontjes. Op het moment dat ik op het eerste pontje stapte kwam er om de hoek een ijsvogel met een visje in de snavel aangevlogen. Het pijlsnelle vogeltje kwam recht op mij af. In een split second zag de ijsvogel mij en wijzigde zijn koers. Ik was verrukt en had het nakijken. Halverwege de overtocht ben ik even gestopt om een foto te maken van de voormalige watertoren van Sint-Jansklooster. Deze toren is omgebouwd tot uitkijktoren. Die beklimming staat nog op mijn to do list.
Na een wandeling over het pad omzoomd met riet kwam ik op een open vlakte. Het riet beperkt enorm in het uitzicht, ik was dan ook blij dat ik halverwege het pad een aantal doorkijkjes had. Aan de boot en het materiaal te zien was de zomermaaier hier aan het werk.
Ik wandelde door naar de Beulakerwiede. Op de oever van deze plas heb ik langere tijd genoten van het mooie uitzicht en de geur van het water en de kragge. Ik zoomde in op een zeilboot en een kunstwerk. Het kunstwerk, de Beulaker Toren is van de hand van Alphons ter Avest. Onder deze weidse plas ligt het verdronken dorp, Beulake. De bewoners van dat gebied staken eind 18e eeuw rond het dorp zoveel turf voor de snel groeiende bevolking in Holland, dat de Zuiderzee het kwetsbare dorp tijdens een hevige storm volledig overspoelde. Volgens overlevering was alleen de kerktoren nog jarenlang boven het water zichtbaar. Op deze site van Bredewiederkrant kun je lezen over het kunstwerk.
Na het mooie moment op de oever van de Beulakerwiede wandelde ik verder naar het volgende pontje, nummer drie op de route. Dit pontje was op drift geraakt en moest ik dus eerst aan wal trekken. Het is overigens wel lastig om de pontjes te bedienen als je behangen bent met foto-apparatuur.
Bijna aan het eind van de route kwam ik wederom op een open stuk terecht. Op dit gedeelte zag ik tot twee keer toe een koninginnepage vliegen. Helaas bleven ze niet lang genoeg stil zitten om ze scherp in beeld te krijgen. Tussen het riet zat een vrouwtje rietgors verscholen en een kleine karekiet. Dat was een mooie toegift.
En toen was ik weer gearriveerd bij het bruggetje waar mijn wandeling begon. De route heeft het laarzenpad, maar met de droogte van de laatste tijd zijn laarzen echt niet nodig. Hoge stevige wandelschoenen zijn wel aan te raden, want het zijn geen gebaande paden…
Een tijdje geleden gingen Jan en ik weer eens samen op stap. Op mijn verzoek gingen we naar de kijkhut aan De Leijen om te kijken of we zwarte sterns zouden kunnen fotograferen.
We keken uit over een winderige plas. Er was geen zwarte stern te zien. Het wolkendek brak iets open om vervolgens even later weer dicht te trekken.
In de buurt van de kijkhut zwom een fuut met jongen.
Voor de hut staan meerdere palen in het water. Op een van de palen stond een meeuw. Toen ik een aantal dagen later met deze foto’s bezig was verdiepte ik mij in deze meeuw. Ik gebruikte daarbij de ANWB vogelgids van Europa. Ik vind dat een waardevolle aanvulling op de informatie wat op internet is te vinden. In dat boek las ik dat het een kokmeeuw was. Deze meeuw had echter geen chocoladebruine kop. Meeuwen kennen qua uiterlijk meerdere leeftijdsgroepen. Ieder jaar dat ze ouder worden zien ze er anders uit. Dat verklaart dus ook dat deze meeuw geen chocoladekleurige kopkap heeft, maar dat er nog veel wit in de kopkap zit. Onderstaande meeuw is een adult (volwassen) van de 1e zomer. Dat het een adult is en geen juveniel zie je aan de kleur van de poten en de snavel.
Enfin, we waren niet voor de meeuwen gekomen, maar voor de zwarte sterns. Na lang wachten kwam er dan toch van tijd tot tijd een zwarte stern voorlangs vliegen. Ik richtte mijn spiegelreflex en 100-400 objectief op de zwarte stern, maar helaas de autofocus kon de snelle vogels niet scherpstellen. Wellicht was het te donker en vielen de vogels weg tegen het donkere water. Vervolgens heb ik de camera met de hand scherpgesteld en toen lukte het beter.
Zwarte sterns zijn vogels van het ondiepe moeras. Ze broeden op drijvende watervegetatie (liefst krabbenscheer), nestvlotjes en modderbanken in ondiepe en matig voedselrijke moerassen en in agrarische gebieden met brede sloten en modderbanken. Ze foerageren niet ver van de kolonies op kleine visjes, amfibieën, insecten en regenwormen. Zwarte sterns overwinteren in West-Afrika.
Zwarte sterns broeden in mei-juni. Ze hebben één legsel per jaar van 2-3 eieren. Broedduur 20-22 dagen. Het nest wordt gemaakt in zoetwatermilieus op drijvende vegetatie, liefst krabbenscheer, of kunstmatige nestvlotjes. Ze broeden in kleine kolonies. De jongen zitten 25-28 dagen op het nest. Ze kunnen het nest al vanaf de tweede week voor langere tijd verlaten en worden nog enige tijd na uitvliegen gevoerd.
De zwarte stern staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels als ‘bedreigd’. Om verschillende redenen kwam de zwarte stern in het nauw. Erg belangrijk is de grootscheepse afname van krabbenscheer, de belangrijkste leverancier van nestgelegenheid in ondiepe moerassen. Die afname heeft alles te maken met het inbrengen van gebiedsvreemd hard water in veensloten en -plassen. Ook de sterk toegenomen bemesting en verdroging van veel veenweidegebieden speelt een grote rol. Daar zijn geen grote insecten meer. Waar zulke extensieve graslanden nog wel bestaan, bevinden zich zwartesternbolwerken en kon de soort toenemen door intensief beschermingswerk, waaronder het uitleggen van nestvlotjes. In hoeverre de situatie in de winterkwartieren mede verantwoordelijk is voor de aantalsafname is niet bekend. Bron is de site van Vogelbescherming.
Ik vond een interessant filmpje over de legvlotjes voor de zwarte stern.