Tijdens zonsondergang legde ik de bloesem van de kersenboom vast.




Tijdens zonsondergang legde ik de bloesem van de kersenboom vast.




Dit voorjaar is een paartje boomklever een vaste gast in onze voortuin. We zijn er blij mee. De boomklever dronk hier uit de waterschaal. Tijdens de periode met volop zon en langdurige droogte moest de waterschaal dagelijks worden bijgevuld.
Klik op de foto voor groot formaat.
De boomklever werd als eerste ontdekt door mijn eega. De Nikon bridgecamera staat standaard klaar in de woonkamer. Zodra mijn eega of ik de boomklever zien dan grijpt een van ons de camera en doen we een poging om het snelle vogeltje vast te leggen. In onze voortuin staat een voedertafel die afgedekt is in verband met de ekster en kraaien. Speciaal voor de vogels die het liefst van de grond eten strooien we ook voer op de grond. De boomklever heeft voorkeur voor zonnepitten en het maakt hem niet uit of hij die van de grond of van de voedertafel moet pikken. De boomklever pikt de zonnepit en neemt deze dan mee om vervolgens vast te klemmen in de schors van een grote boom om deze daar op te eten.
Op een dag liep mijn eega met de camera door de voortuin en toen kwam de boomklever foerageren op de perenboom. Het is hem gelukt om het vogeltje op de foto vast te leggen. Boomklevers lopen zowel omhoog als omlaag over een boomstam dat in tegenstelling tot boomkruipers. Boomkruipers lopen alleen naar boven.
Hierbij nog twee tips als je het lastig vindt om de namen uit elkaar te houden. De boomkRuiper doet dat in een Rondje om de boom, dus in een spiraalvorm en de boomkLever gaat in een rechte Lijn omhoog. De boomkRUIper is bRUIn en de boomKLEver heeft KLEur.
Een Vanessa atalanta oftewel atalanta, admiraal, nummervlinder of schoenmaker.

Het is een van de meest algemeen voorkomende vlinders in ons land en dan vooral in de hoog- en nazomermaanden. In de zomer zien we de vlinders het meest op onze vlinderstruiken en in het najaar doet de vlinder zich tegoed aan de peren die op de grond zijn gevallen.

Het is echter de eerste keer dat ik een atalanta op de bloesem van de kersenboom zag.

De atalanta is van oorsprong een trekvlinder. Door de zachte winters zien we deze vlinder de laatste jaren steeds vaker hier blijven. Ze hebben geen winterslaap en dat betekent dat ze als het koel en bewolkt is, stil zitten, maar dat ze, als het wat warmer en zonnig is, tevoorschijn komen en op zoek gaan naar brandstof.

We blijven nog even bij de bloesem van de fruitbomen in onze tuin. Wij zijn blij met de bijen en hommels die druk bezig zijn met de kruisbestuiving van de bloesem. Aan de vleugels te zien lijkt het erop dat deze hommel al veel vlieguren heeft. Het is vast een overjarige hommel.

Behalve de hommels zijn ook de bijen druk met het verzamelen van stuifmeel. Op de foto is het stuifmeelklompje aan de linker achterpoot te zien.

Het is zelfs gelukt om met de Nikon bridgecamera een vliegende bij vast te leggen.

In onze tuin staan 16 hoogstam fruitbomen. Op dit moment staan de perenbomen en kersenbomen volop in bloei. De appelbomen komen er iets achteraan.

Het leek me leuk om een fotoserie te maken van de vogels tussen de bloesem. Enkele foto’s heb ik vanuit de woonkamer genomen, andere foto’s vanuit de tuin. Het viel nog niet mee om de vogels vast te leggen, als ik eraan kwam met de camera gingen ze er in de regel snel vandoor. Het was een mooi tijdverdrijf voor de zondagmiddag.
Rond de bloesem van de fruitbomen zitten vele insecten. De insecten zijn blij met zoveel bloesem in de tuin en wij zijn op onze beurt weer blij met deze bestuivers. De vogels zijn vervolgens weer blij met de insecten, je ziet ze dan ook nauwgezet de bloesem bij langs gaan op zoek naar een smakelijk hapje. Op onderstaande foto lijkt het erop dat deze insect de dans is ontsprongen.

Deze koolmees zat tussen de bloesem van de appelboom.
Er nestelen meerdere koolmezen in de nestkastjes in onze tuin.
Gisteravond, tijdens zonsondergang kwam zowaar de groene specht een bezoek brengen aan onze perenboom. De groene specht heeft zijn nest in een populier op een perceel grenzend aan onze tuin. We horen de specht veelvuldig, maar vastleggen is een tweede. Ze zijn nogal snel en schichtig. Gisteravond zat de specht verscholen achter de takken. De warme kleuren van de zonsondergang werkten mooi mee. Vanuit de woonkamer heb ik er enkele foto’s van gemaakt. Doordat de specht zat verscholen achter de takken zijn ze helaas niet goed gelukt. Onderstaande foto is nog redelijk. Het gaat dus om het idee.

Terwijl ik de foeragerende grutto fotografeerde kwam er een kievit het beeld binnenwandelen. Samen foerageren gaat prima.
Door de zon kwamen de kleuren van het verenkleed mooi tot z’n recht.

De kievit leek zich niets aan te trekken van de fotograaf.


Nu had ik inmiddels wel de wulp en de kemphaan vastgelegd, maar de Kening fan ‘e Greide had ik nog niet mooi voor de lens gekregen. Van mijn fotomaatje leerde ik een plekje waar ze met alle waarschijnlijkheid wel zouden zitten, maar ik wist niet hoe daar te komen. Door de corona-crisis zijn Jan en ik een tijdje niet samen op stap geweest. Omdat ik onbeschermd zorg verleen ben ik veel te bang om Jan te besmetten met het virus. Eind vorige week hebben we daar een oplossing voor bedacht. We zijn toen voor het eerst weer ‘samen apart’ op stap geweest. Voorzien van onze eigen koffie en broodjes zijn we in twee aparte auto’s naar het plas-drasgebied, De Mieden gereden. Daar parkeerden we onze auto’s in de berm en nestelden we ons op onze klapstoeltjes ruim drie meter van elkaar aan de rand van het plas-drasperceel.

Dat we daar eersterangs zaten dat werd al snel duidelijk, een paar grutto’s foerageerden geruime tijd binnen een acceptabele afstand van onze camera’s.

Terwijl wij onze camera’s veelvuldig lieten klikken foerageerden ze rustig door.
Het was een feest om daar te zijn. Het was prachtig weer. Terwijl we tussen het fotograferen bij praatten over allerlei zaken klonk er op de achtergrond het grote orkest van weidevogels.

Met zijn fiere hals en ferme snavel mag deze vogel met recht de Kening van de Greide worden genoemd.

Ik heb ook een filmpje gemaakt van de grutto’s.
Zodra ik in het vroege voorjaar het eerste riedeltje van de wulp hoor dan maakt mijn hart een sprongetje van blijdschap. ‘Gelukkig ze zijn er weer’, denk ik dan. Het mooie weer is in aantocht. Al jaren zit er in de weilanden van onze achterburen een paartje wulpen. Het is me nog niet gelukt om ze daar vast te leggen. Het gezang van de wulp doet me denken aan vroeger, aan de keren dat ik met mijn vader meeging naar het rietland. De wulp met zijn gezang was toen nog volop aanwezig. Volgens mij is het nu de zeldzaamste weidevogel.
Afgelopen week ging ik naar een plas-drasgebied in Fryslân en wel naar de Alde Ie. Zie Google Maps. Ik heb dit gebied leren kennen door mijn fotomaatje, Jan. Ik hoopte daar weidevogels te zien en te fotograferen. Ik parkeerde mijn auto en ging te voet verder. Deze weg is sinds een aantal jaren afgesloten voor auto’s.

Aan weerszijden van de weg zijn weilanden veranderd in plas-draslanden. Ik hoorde grutto’s, kieviten, scholeksters en wulpen.

Na een eindje wandelen zag ik in het weiland een vogel staan. Toen ik inzoomde met de Nikon bridgecamera zag ik dat het een wulp was.

Ik liep naar een hek en liet mijn camera rusten op een paal, zo kon ik nog verder inzoomen op de wulp. Het duurde maar even en daar kwam ook een tweede wulp aangevlogen.
Ik was blij dat ik de wulp zag en kon vastleggen.

Vandaag zoomen we in op de holwortel, ook wel kloosterkruid genoemd. De holwortel is een vroege lentebloeier. In maart/april kleurt het landgoed Dickninge rozerood en wit door de bloeiende holwortel. Het groen/blauwig blad bedekt de bodem. De holwortel is een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae). De naam holwortel heeft de plant te danken aan het feit dat de ondergrondse knol van binnen hol is. De botanische naam Corydalis is afgeleid van het Griekse woord korydalis wat kuifleeuwerik betekent. Daarmee een overeenkomst aangevend op de bloem van de holwortel. Cava betekent hol, wat duidt op de holle knol. De holwortel is inheems in Midden-, Oost-, en Zuid-Europa. In Nederland en België is de holwortel aangeplant en verwilderd, mogelijk nog wild aan de uiterste oostgrens van Nederland en elders een kweekplant. Daarom hoort de holwortel ook tot de stinsenplanten.

De spoor van de bloem steekt ongeveer tot 12 millimeter over de bloemsteel uit. In het achterste deel van de spoor zit de honig. Omdat de spoor zo lang is kunnen alleen de insecten erbij met een lange tong of snuit (sachembij, wolzwevers of vlinders) tot achterin het spoor komen. De aardhommel bijvoorbeeld (Bombus terrestris) is te groot voor de nauwe bloem en bijt ter hoogte van de knik, gewoon een gaatje om bij de nectar achterin de spoor te komen. En zo kunnen meerdere bijen (de honingbij o.a.) bij de honing. De bijen die niet in de ´buis´ passen, proberen het eerst wel. Doordat ze landen op de onderste lip buigt deze een beetje door. De meeldraden en de stamper komen vrij en laten stuifmeel op het insect los. Het insect vliegt naar een andere holwortel voor nectar en zorgt zo voor kruisbestuiving. Althans zo hoort het te gaan aldus deze site.

Op de dag dat ik daar aan het fotograferen was, was de temperatuur nog niet hoog. Er vlogen dan ook nauwelijks insecten rond de bloemen van de holwortel. Gelukkig vlogen er een handjevol hommels die ik vervolgens bestookte met mijn macrolens. Ik heb deze keer een wat grotere scherpte/diepte gehanteerd in de hoop ze vliegend vast te kunnen leggen. Dat viel nog niet mee, omdat er bij zoveel bloemetje altijd maar weer afwachten is welke kant ze opvliegen. En zo gebeurde het dat de hommel al bijna het beeld was uitvlogen voordat ik hem had vastgelegd.

Een aantal keren lukte het toch om ze in vlucht vast te leggen.
Hommels zijn goede bestuivers die ook vliegen bij minder gunstige weersomstandigheden, terwijl honingbijen enkel vliegen bij temperaturen boven de 12°C. Hommels vliegen van zonsopgang tot zonsondergang. Hun hele levenscyclus is afhankelijk van het stuifmeel en nectar uit bloemen voor hun voedsel. Bloemenstuifmeel bevat veel eiwitten en nectar veel suikers. Nectar geeft dan ook aan bijen en hommels energie om te kunnen vliegen. Maar stuifmeel en nectar dienen ook als voedsel voor hun larven. Voor het transport ervan naar het nest, hebben de vrouwtjes aan de achterpoten speciale stuifmeelkorfjes (corbicula), die we ook terugvinden bij de honingbij. De hommels die bij de bloemen van de holwortel rondvlogen hadden geen stuifmeelkorfjes aan hun poten. Hoe dat komt daar kom ik zo op terug.

Er zijn hommelsoorten met middellange of korte tongen, zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) en de Weidehommel (Bombus pratorum). Hun tong is ongeveer even lang als die van een honingbij. Om toch bij diepliggende nectar te geraken, gaan ze op roverstocht en breken in in de bloem. Ze bijten een gaatje in de zijkant van de lange kroonbuis en steken daardoor hun tong om zo toch van de nectar te kunnen drinken.

Deze dieventruc is nadelig voor de bloem, want de zoete nectar wordt geroofd zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden. “Diefstal na inbraak” noemde de bekende veldbioloog J.P. Thijsse (1865-1945) dit gedrag. En dat verklaart waarom deze hommels geen stuifmeelkorfjes aan de achterpoten hadden. Ze waren bezig met hun dieventruc.

Onderzoekers van de Royal Society B. in Engeland toonden nu aan dat bijen en hommels het nectarroven van elkaar aanleren en als het ware ‘leren stelen’. De ‘leerling-dieven’ gaan daarna ook zelf gaatjes bijten in de bloemkroon om de nectar te kunnen bemachtigen. Van deze inbraakgaatjes maken ook andere nectarzuigende insecten, zoals zweefvliegen, kevers en vlinders dankbaar gebruik om op een eenvoudige manier aan nectar te kunnen komen. Deze informatie heb ik van deze site van Nature Today.
En tot slot nog een foto van de bosanemoon.

In deze tijd van het jaar bloeit de holwortel. Toen het afgelopen dinsdag zo mooi weer was besloot ik met de camera’s en een lunchpakket naar landgoed Dickninge te rijden.
Op het landgoed staan wel duizenden planten in bloei. Gelukkig waren er maar een handjevol mensen die daar ook een wandelingetje maakten. Fotografen zoals ik waren helemaal niet aanwezig. Gelukkig. Over de holwortel, ook wel het kloosterkruid genoemd kun je op deze site alles lezen.
De rijke geschiedenis van landgoed Dickninge wordt op deze pagina beschreven.
Tijdens mijn wandeling over het landgoed hoorde ik veelvuldig het ‘trrrrrrrrr’ van twee spechten. Het was net alsof ze met elkaar communiceerden. Ondanks mijn speurwerk lukte het maar niet om ze te vinden totdat ik er eentje zag neerstrijken op de stam. Helaas net achter een tak. Ook hoorde ik meerdere malen het geluid van een groene specht. De specht maakt dit ‘lachend’ geluid tijdens de vlucht. Ik ken dat geluid goed omdat er vlakbij onze tuin ook een groene specht zetelt. Tijdens het speuren naar de bonte specht zag ik per ongeluk een groene specht. De specht zat ver weg en ik moest flink inzoomen.
Toen ik bezig was met het fotograferen van de holwortel zag ik boven mijn hoofd iets kleins bewegen. Het was een staartmeesje. Ik heb in de winter in onze tuin wel eens een groepje staartmeesjes vastgelegd, maar een staartmeesje vastleggen in de natuur was voor mij de eerste keer.

Morgen zoomen we in op de holwortel, de hommels en de bosanemoon.