Kempense heidelibel

Na de fotoserie bij het bezoekerscentrum in De Wieden reed ik via Blokzijl en mijn geboorteplaats door naar De Weerribben. Daar hoopte ik onder andere de Kempense heidelibel te fotograferen. Dat ik deze soort even daarvoor, zonder het te weten, al bij het bezoekerscentrum had gefotografeerd, wist ik op dat moment nog niet.

Ik parkeerde de auto op de parkeerplaats aan de Hoogeweg en wandelde langs het mooie watertje richting het witte bruggetje. Aan de overkant van het bruggetje sloeg ik rechtsaf en vervolgde mijn wandeling.

Er stond inmiddels een stevige wind, windkracht 4, en dat maakte het fotograferen van insecten er niet gemakkelijker op. Voor libellen die enigszins beschut in de luwte zaten, moest het echter wel te doen zijn. Ik ging dus op zoek naar de Kempense heidelibel.

De eerste ontmoeting was met een zwarte heidelibel. Deze streek neer op de grond, niet bepaald een mooi plekje voor een foto, maar ik was allang blij dat hij zich liet zien. Een bloedrode heidelibel koos gelukkig een wat fotogeniekere plek en ging bovenop een kattenstaart zitten.

Iets verderop zag ik een Kempense heidelibel vliegen. Ik hield goed in de gaten waar hij zou landen. Het bleek een mannetje te zijn, te herkennen aan het roodgekleurde achterlijf. Het vrouwtje heeft een okergeel achterlijf. Het mannetje vloog zo nu en dan even op, maar keerde telkens weer terug naar dezelfde plek. Dat gaf me mooi de gelegenheid om rustig op mijn kans te wachten.

De Kempense heidelibel is een zeldzame soort die in Nederland vooral voorkomt in Noordwest-Overijssel. De soort leeft in ondiepe wateren die in de winter droogvallen. Dat is een bijzonder systeem, waarin de larven weinig concurrentie hebben. In De Weerribben en De Wieden doet de Kempense heidelibel het tegenwoordig goed. Dankzij het rietbeheer en het speciale peilbeheer, waarbij het waterpeil in de winter laag en in de zomer hoger wordt gehouden, zijn hier geschikte leefgebieden ontstaan. Het gebied vormt daarmee het belangrijkste Nederlandse bolwerk van deze bijzondere heidelibel.

De Kempense heidelibel valt ook op door de prachtige verkleuring in de vleugels, die zichtbaar wordt wanneer het zonlicht er precies op de juiste manier op valt. Het was daarom even wachten tot de wolken voor de zon waren weggetrokken en het zonlicht weer vrij spel kreeg.

In het zonlicht krijgen de vleugels een warme, goudachtige glans. Het heldere vleugelvlies werkt daarbij als een natuurlijk prisma, waardoor langs de vleugeladers een zachte amberkleur oplicht. Bij iedere beweging lijkt het licht heel subtiel te flikkeren.

Paringswiel

Een paringswiel van de zwarte heidelibel. Ik heb ze een tijdje gevolgd, maar een fotogeniekere plek zat er niet in.

Dan de bloedrode heidelibellen, die kozen een mooier plekje uit. Gefotografeerd in Woldlakebos in Nationaal Park Weerribben-Wieden.

Libellen en andere insecten in de Weerribben

Met een vriendin tevens (natuur)fotografe ging ik op vrijdag 3 juli op stap naar de Weerribben. Voor mij was het een thuiswedstrijd, maar voor mijn vriendin uit Drenthe waren dit nieuwe plekjes. We startten in het Woldlakebos.

We gingen specifiek op zoek naar libellen en wel naar witsnuitlibellen. Eigenlijk waren we aan de late kant, want het seizoen voor bijvoorbeeld de gevlekte witsnuitlibel loopt ten einde. Dat is dan ook wel te zien aan de slijtage aan de vleugels. Ze waren onrustig en lastig te fotograferen, ik heb er slechts eentje acceptabel op de foto kunnen krijgen.

Gewone oeverlibel, een vrouwtje.

Er vloog een paringsrad van libellen voorbij. Ze landden op het pad een eindje bij ons vandaan. Door in te zoomen met de bridgecamera kon ik ze vastleggen. Geen mooie ondergrond dan wel achtergrond, maar toch krijgt deze foto hier een plekje. Het lukt mij zelden om een paringsrad van libellen vast te leggen. Volgens mij gaat het hier om de gewone oeverlibel.

De libellensoort die we veelvuldig zagen vliegen was de bloedrode heidelibel en dan met name jonge mannetjes. Slecht één keer zag ik een volgroeid mannetje vliegen en landden. Gelukkig kon ik deze vastleggen. Tussen de libellen door heb ik ook nog een hommel en een paartje rode weekschildkevers (soldaatjes) vastgelegd.

Tot slot de ‘grote’ ogen van een lantaarntje.

De bewolking nam toe. De lucht zag er eventjes dreigend uit, maar we hielden het droog.

Aan het eind van onze wandeling troffen we toevallig wederom Marijke. De natuurfotografe uit Kalenberg. Nadat we een aantal wetenswaardigheden hadden uitgewisseld vervolgden we onze weg.

Wordt vervolgd.