Witte kwikstaart, coloradokever en andere vaste gasten

We hebben tijdens onze kampeervakantie genoten van prachtig zomers weer. Soms was het te warm, maar gelukkig konden we op die momenten uitwijken naar de boomsingel achter onze caravan. Die was er speciaal voor ontworpen.

De camping wordt enorm gewaardeerd en dat lees je terug in de reviews. Uit eigen ervaring weten we dat daar geen woord van gelogen is. Alles klopt hier gewoon. De sfeer is gemoedelijk, de omgeving is prachtig en vooral de drie generaties campingbeheerders maken het verblijf bijzonder. Ze staan altijd voor je klaar en zijn hartelijk, gezellig en tegelijkertijd laagdrempelig aanwezig. Je voelt je hier al snel welkom.

Op een avond hadden de beheerders een gezellige koffieavond georganiseerd bij de jeu-de-boulesbaan. Er was koffie, thee met iets lekkers erbij en natuurlijk was er alle gelegenheid om gezellig met elkaar te kletsen. Het was zo’n sfeervolle avond die precies past bij deze camping.

Wat ook meteen opvalt, is het grote aantal vaste gasten. Veel kampeerders komen hier al jaren en keren ieder seizoen weer terug naar hun vertrouwde plekje. Dat zegt natuurlijk veel.

Een van de vaste gasten op de camping was een witte kwikstaart. Waarschijnlijk hadden ze in de buurt een nest met jongen, want er werd fanatiek gezocht naar voedsel dat vervolgens snel werd meegenomen.

Op een dag zag ik de kwikstaart op een wel heel bijzondere manier op het gras liggen. Eerst dacht ik dat hij zoveel last had van de warmte dat hij verkoeling probeerde te zoeken. Maar toen ik me er wat verder in verdiepte, bleek dat hij gewoon aan het zonnebaden was. Vogels vertonen dit gedrag om hun verenkleed te verzorgen. Ze gaan plat op de grond liggen, spreiden hun vleugels en zetten hun veren wat op, zodat de warmte diep in het verenkleed kan doordringen. Daarmee helpen ze onder andere parasieten te bestrijden en hun veren in goede conditie te houden. Ook de open snavel die je soms bij dit gedrag ziet, is heel normaal. Vogels kunnen niet zweten zoals wij dat doen en kunnen op deze manier overtollige warmte kwijtraken.

Niet iedere gast op de camping was even welkom. Tijdens onze vakantie zagen we veel coloradokevers. Deze kever komt vooral goed tot ontwikkeling tijdens warme, droge zomers. Zowel de larven als de volwassen kevers kunnen aardappelplanten in korte tijd flink beschadigen door het blad op te eten. Met name in Drenthe kan dit onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot een grote plaag. Hoewel de coloradokever met zijn opvallende zwart-gele tekening een mooi insect is om te zien, is hij voor aardappeltelers bepaald geen welkome gast. Op de website van RTV Drenthe vond ik dit artikel over het machinaal kevers klappen, een bestrijding zonder insecticide.

In de omgeving van de camping heeft waarschijnlijk een buizerdpaar gebroed. Vrijwel iedere dag zagen we de vogels meerdere keren overvliegen, vaak begeleid door hun kenmerkende: ‘pjiéé, pjiéé’. Op de linkerfoto staat waarschijnlijk een jonge buizerd. Het lichtere, wat minder contrastrijke verenkleed en de algemene uitstraling passen goed bij een juveniele vogel. Het was iedere keer weer een mooi gezicht om deze grote roofvogels boven de camping te zien zweven. Met hun brede vleugels maakten ze optimaal gebruik van de opstijgende warme lucht en konden ze vrijwel moeiteloos boven het terrein blijven cirkelen.

Op een middag maakte ik aan de rand van de camping een aantal foto’s. Terwijl ik daar bezig was, kwam er een amazone langs. Ze stopte even, kwam naar me toe en maakte een praatje.

Wij zijn het hier op het platteland nog gewend dat mensen elkaar groeten, iets wat je in de grote steden steeds minder vaak tegenkomt. Toch viel het ons op dat de bewoners uit die omgeving nog vriendelijker waren dan bij ons. Vrijwel iedereen die we tegenkwamen, groette ons. Ook de jeugd die we op de fiets passeerden, stak even de hand op of zei vriendelijk gedag.

De Wielewaal

We zijn weer terug van vakantie. We hebben een heerlijke tijd gehad in Drenthe, aan de rand van het prachtige natuurgebied Bargerveen. Ook het weer werkte volop mee. De komende tijd zal ik regelmatig foto’s laten zien van ons verblijf daar.

Op de eerste ochtend werd ik al vroeg gewekt door het zanggeluid van een wielewaal. De vogel zat in de boomsingel achter onze caravan. Nieuwsgierig sprong ik direct uit bed om deze bijzondere verschijning te zoeken en, als het even kon, op de foto vast te leggen. Ondanks zijn opvallende geel-zwarte verenkleed laat een wielewaal zich echter niet gemakkelijk zien. Tussen het dichte bladerdek was het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg.

Terwijl ik met camera en telelens langs de bomen speurde, kwam ik de eigenaresse van de camping tegen. Ook zij was gewapend met camera en telelens en bleek een enthousiaste vogelfotograaf te zijn. Op het schermpje van haar camera liet ze mij een foto zien van een wielewaal die zijn jongen aan het voeren was. Omdat ze op het terrein woont, heeft zij het voorrecht om de eerste wielewalen van het voorjaar vaak al op haar eigen erf te ontdekken.

De dagen daarna ging ik telkens rond half zeven uit bed en liep ik naar de bosrand waar de wielewalen zich ophielden, in de hoop ze beter te kunnen zien en fotograferen. Af en toe zag ik ze van de ene boom naar de andere vliegen, om vervolgens weer onzichtbaar op te gaan in het bladerdek. Slechts één keer landde een wielewaal op een enigszins open plek. Ik had hooguit vijf seconden om een foto te maken. Helaas bleek de opname niet scherp, maar deze keer ging het mij vooral om de waarneming. Alleen al het horen en het zien van deze prachtige vogel maakte het vroege opstaan meer dan de moeite waard.

Bovenstaande foto maakte ik op 13 juli. Op de derde en vierde ochtend stond ik opnieuw vroeg bij de bosrand, maar tevergeefs. Het wielewaalseizoen liep ten einde.

De wielewaal laat zich vooral in juni horen. Vanaf half juli verstomt zijn karakteristieke zang en verdwijnen de vogels vrijwel ongemerkt uit ons land. De meeste wielewalen vertrekken tussen half juli en eind augustus, al wordt heel af en toe begin september nog een laat exemplaar waargenomen.

De winter brengen ze door in tropisch Afrika, voornamelijk in landen ten zuiden van de evenaar, zoals Tanzania, Kenia en Oeganda. Daar vinden ze volop insecten, hun belangrijkste voedselbron.